|
MEMORIE
VAN TOELICHTING
Nadere
regelgeving:
- Arbeidsgehandicaptebesluit
(vervallen)
- Beleidsregels
beoordeling participatieverzoek
- Beleidsregels
financiering kinderopvang
(vervallen)
- Beleidsregels
UWV normbedragen Rea-voorzieningen 2003
(vervallen)
- Beleidsregels
UWV normbedragen Rea-voorzieningen 2004
(vervallen)
- Beleidsregels UWV
normbedragen Rea-voorzieningen 2005
(vervallen)
- Beleidsregels van UWV omtrent normbedragen Rea-voorzieningen tweede
halfjaar 2002 (vervallen)
- Beleidsregels
vaststelling arbeidsgehandicapte (vervallen)
- Besluit afstemming boete werknemers (vervallen)
- Besluit loondispensatie Wet Rea (vervallen)
- Besluit minimumeisen reïntegratieplan 1997
(vervallen)
- Besluit reïntegratie-uitkering
(vervallen)
- Besluit starterskrediet arbeidsgehandicapten
(vervallen)
- Besluit SUWI
- Besluit uitvoeringsregels financiering kinderopvang
(vervallen)
- Besluit waarschuwing (vervallen)
- Boetebesluit socialezekerheidswetten
- Experimentele regeling burnouttraining Wet Rea
(vervallen)
- Experimentele regeling subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten
(vervallen)
- Regeling aanvraagtermijnen Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten 2001 (vervallen)
- Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling Rea
(vervallen)
- Regeling computervoorzieningen in het onderwijs 1999
(vervallen)
- Regeling erkenningscriteria voor jobcoachorganisaties
(vervallen)
- Regeling fondsbelasting Wet Rea (vervallen)
- Regeling inkomenstoets vervoersvoorzieningen Rea
(vervallen)
- Regeling loon- en inkomenssuppletie arbeidsgehandicapten
(vervallen)
- Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen
(vervallen)
- Regeling starterskrediet arbeidsgehandicapten
(vervallen)
- Regeling subsidiëring scholingsinstituten 2002
(vervallen)
- Regeling
subsidiëring scholingsinstituten 2003
(vervallen)
- Regeling subsidiëring scholingsinstituten
2004 (vervallen)
- Regeling subsidiëring scholingsinstituten
2005 (vervallen)
- Regeling
terugvordering geringe bedragen
- Regeling voortzetting leefvervoersvoorzieningen buitenland AAW
(vervallen)
- Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet Rea
(vervallen)
- Tijdelijke regeling medisch geïndiceerde reïntegratietrainingen Wet
Rea
(vervallen)
Relevante
overige regelgeving:
- Besluit schadebeleid
- Besluit verrekeningen Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten,
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen en Arbeidsongeschiktheidskas
met de uitvoeringsinstellingen
- Overgangsregeling
Rea-scholingsinstituten (vervallen)
- Regeling frictiekosten arbeidsintegratie
(vervallen)
- Regeling SUWI
- Reglement behandeling bezwaarschriften Lisv 2001
(vervallen)
- Wet
beslistermijnen sociale verzekeringen
- Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Inhoudsopgave
Wet Rea
| Hoofdstuk
1 |
Algemeen |
artt.
1 - 7 |
| Hoofdstuk
2 |
Verantwoordelijkheidsverdeling
werkgever, Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten |
artt.
8 - 14 |
| §
1x |
Werkgever |
artt.
8 - 9 |
| §
2x |
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en gemeenten |
artt.
10 - 14 |
| Hoofdstuk
3 |
Reïntegratie-instrumentarium
werkgevers |
artt.
15 - 21a |
| §
1x |
Subsidie
voor extra reïntegratiekosten werkgevers |
artt.
15 - 19 |
| §
2x |
Intrekking,
herziening en terugvordering |
artt.
20 - 21a |
| Hoofdstuk
4 |
Reïntegratie-instrumentarium
arbeidsgehandicapten |
artt.
22 - 37 |
| §
1x |
Voorzieningen
voor arbeidsgehandicapte niet-werknemers |
art.
22 |
| §
1ax |
Kinderopvang
(vervallen) |
art.
22a |
| §
2x |
Reïntegratie-uitkering WW- en WBIA-gerechtigden |
artt.
23 - 27 |
| §
3x |
Specifieke
instrumenten voor arbeidsgehandicapte zelfstandigen |
artt.
28 - 30 |
| §
4x |
Instrumenten
voor arbeidsgehandicapte werknemers
|
artt.
31 - 32 |
| §
5x |
Persoonsgebonden
reïntegratiebudget |
artt.
33 - 33a |
| §
6x |
Intrekking,
herziening en terugvordering |
artt.
34 - 35a |
| §
7x |
Verstrekkingen
die onvervreemdbaar en niet voor beslag vatbaar zijn |
artt.
36 - 37 |
| Hoofdstuk
5 |
Financiering |
artt.
38 - 44 |
| Hoofdstuk
6 |
Het
verstrekken van inlichtingen en administratieve boete |
artt.
44a - 47 |
| Hoofdstuk
7 |
Bepalingen
in verband met het burgerlijk recht |
artt.
48 - 49b |
| Hoofdstuk
8 |
Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht |
artt.
50 - 53 |
| Hoofdstuk
9 |
Strafbepalingen |
artt.
54 - 59 |
| Hoofdstuk
10 |
Wijziging
van andere wetten |
artt.
60 - 74 |
| Hoofdstuk
11 |
Overgangsbepalingen |
artt.
75 - 87d |
| Hoofdstuk
12 |
Slotbepalingen |
artt.
88 - 93 |
| xxxxxxxxxxxx |
|
xxxxxxxxxxx| |
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998,
25 478.
Handelingen II 1997-1998, blz. 2074-2086, 2161-2162.
Kamerstukken I 1997-1998, 25 478 (141, 141a, 141b, 141c, 141d,
141e, 141f, 141g, 141h).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1410-1425, 1433-1451.
Geschiedenis:
Staatsblad 1997,
789; Staatsblad 1998, 278;
Staatsblad 1998, 290; Staatsblad 1998,
742; Staatsblad 1999, 184;
Staatsblad 1999, 564; Staatsblad 2000,
561; Staatsblad 2000, 595;
Staatsblad 2000, 627; Staatsblad 2001,
259; Staatsblad 2001, 481;
Staatsblad 2001, 625; Staatsblad 2001,
628; Staatsblad 2001, 644;
Staatsblad 2001, 690; Staatsblad 2001,
692; Staatsblad
2002, 69; Staatsblad 2002,
584; Staatsblad 2003, 376;
Staatsblad 2003, 544; Staatsblad 2003,
555; Staatsblad 2004, 311;
Staatsblad 2004, 324; Staatsblad
2004, 455; Staatsblad
2005, 37; Staatsblad 2004,
717; Staatsblad 2004, 728;
Staatsblad 2005, 65; Staatsblad
2005, 202; Staatsblad 2005, 382;
Staatsblad 2005, 525;
Staatsblad 2005, 530; Staatsblad
2005, 573; Staatsblad 2005, 659;
Staatsblad 2005, 708.
WET van 23 april 1998, Stb.
1998, 290, houdende vaststelling van nieuwe regels met betrekking tot de
(re)integratie van arbeidsgehandicapten (Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten). Inwerkingtreding: 1 juli 1998 (Stb.
1998, 369, Stb. 1998, 526 en Stb.
2000, 462).
WIJ BEATRIX, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.
enz. enz.
Allen, die deze zullen
zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de integratie en reïntegratie van
arbeidsgehandicapten een krachtige impuls te geven, daartoe bestaande
wettelijke instrumenten uit te breiden en institutionele belemmeringen die
aan de integratie
en reïntegratie van arbeidsgehandicapten in de weg staan weg te
nemen;
Zo is het, dat Wij, de
Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Algemeen
Art. 1. Algemene
begrippen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 1999, 564;
Stb. 2000, 595; Stb.
2001, 625; Stb. 2001, 644;
Stb. 2003, 376; Stb.
2004, 728; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
In deze wet en de
daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister:
Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b.
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
c.
Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d.
arbodienst: een
arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet
1998;
e. WAO: Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
f.
WAZ: Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
g.
Wajong: Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
h. WW: Werkloosheidswet;
i.
WBIA: Tijdelijke
wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria;
j.
ZW: Ziektewet;
k. AAW:
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
l.
Wsw: Wet sociale
werkvoorziening;
m. dienstbetrekking:
een dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de WAO of een op grond
van artikel 4 of 5 van de WAO daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding;
n. werknemer: de
persoon die in dienstbetrekking werkzaam is en verzekerd is voor de WAO;
o. werkgever: de
persoon tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat;
p. zelfstandige: de
zelfstandige, bedoeld in artikel 4, aanhef en onder a, van de WAZ;
q. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de
Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag;
r. loon: het loon in de zin
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
Art. 2. Arbeidsgehandicapte
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 628;
Stb. 2003, 376; Stb.
2003, 544 + bis; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt onder arbeidsgehandicapte verstaan:
a. de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
WAO, de
WAZ of de Wajong;
b. de persoon aan wie op grond van een
wettelijk voorschrift in verband met ziekte of gebrek een voorziening
is toegekend die strekt tot behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid of ten
behoeve
van wie een subsidie voor met een
voorziening verband houdende kosten is verstrekt;
c. de persoon die bij
indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking op grond van de Wsw behoort tot de
doelgroep voor de Wsw, doch niet werkzaam is als werknemer in de zin
van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van
de Wsw;
d. voor de duur van vijf jaar na de
datum van beëindiging van een dienstbetrekking op grond van de Wsw,
de persoon die arbeid heeft verricht op grond van de Wsw;
e. voor de duur van vijf jaar na de
datum van een herindicatiebeschikking op grond van de Wsw, de persoon die na
herindicatie niet meer behoort tot de doelgroep van de Wsw.
-2. De persoon, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a of b, blijft arbeidsgehandicapte in de zin van deze wet voor de periode
van vijf jaar na de datum waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in onderdeel
a,
in verband met vermindering van de
arbeidsongeschiktheid of de voorziening, bedoeld in onderdeel b, is geëindigd.
-3. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt tevens onder arbeidsgehandicapte verstaan de
persoon die niet behoort tot een categorie van personen als bedoeld in het
eerste
en tweede lid, doch ten aanzien van wie op grond van een
medisch-arbeidskundige beoordeling is vastgesteld dat hij in verband met
ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten
van arbeid.
-4. De persoon, bedoeld in het derde
lid, blijft gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van het intreden van de
arbeidshandicap, arbeidsgehandicapte in de zin van deze wet. Onmiddellijk na
afloop van deze periode wordt opnieuw vastgesteld of hij in verband met
ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten
van arbeid.
-5. Voor de toepassing van deze wet en
de daarop berustende bepalingen wordt niet als arbeidsgehandicapte
aangemerkt:
a. de persoon, bedoeld in het eerste
tot en met vierde lid, vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de
leeftijd van 65 jaar bereikt;
b. de persoon die werkzaam is als
werknemer in de zin van de Wsw of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld
in artikel 7 van de Wsw.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het derde lid. [Ab]
Art. 3. Vaststelling
arbeidsgehandicapte [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001,
625 + bis; Stb.
2001, 644; Stb. 2003,
376; Stb. 2004, 717;
Stb. 2005, 202; Stb.
2005, 530; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De vaststelling, bedoeld in
artikel 2, derde lid, geschiedt door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ten
aanzien van de persoon die:
a. recht heeft op doorbetaling van
loon als bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, na
daarover geadviseerd te zijn door de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de
Arbeidsomstandighedenwet
1998, die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid,
onderdeel b, van die
wet, die door de
werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de werkgever die het loon bij ziekte van de werknemer doorbetaalt, in welk advies
wordt aangegeven of de werknemer, naar het oordeel van de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de
Arbeidsomstandighedenwet
1998, voor zover die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14,
eerste lid, onderdeel b, van die
wet,
of de arbodienst,
arbeidsgehandicapt is, met toepassing van een voorziening de
eigen arbeid kan blijven verrichten of bij dezelfde werkgever, al dan niet
met toepassing van een voorziening, in een andere functie
arbeid kan verrichten; [Bva]
b. recht heeft op een uitkering op
grond van de ZW, de WW of de
WBIA;
c. verzekerd is op grond van de WAZ;
d. ingezetene is als bedoeld in
artikel 3 van de Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
e. als overheidswerknemer als bedoeld
in artikel 1, onderdeel I, van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen recht
heeft op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel
1, onderdeel e, van
die wet, na
daarover op overeenkomstige wijze als bedoeld in onderdeel a
geadviseerd te zijn door de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de
Arbeidsomstandighedenwet
1998, die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid,
onderdeel b, van die
wet, die door de
werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de werkgever die de bezoldiging of
de uitkering bij ziekte van de werknemer betaalt; [Bva]
f. als gewezen overheidswerknemer
recht heeft op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte als bedoeld in
artikel 1, onderdeel e, van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen of recht
heeft op een wachtgeld als bedoeld in
artikel 1, onderdeel r, van die wet.
-2. De vaststelling, bedoeld in artikel
2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend recht heeft op een
uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de
Wet werk
en inkomen kunstenaars geschiedt door het gemeentebestuur van de
gemeente waarin die persoon woonachtig is.
-3. De vaststelling, bedoeld in artikel
2, derde lid, ten aanzien van de persoon die uitsluitend recht heeft op een
uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en ten aanzien van de
persoon voor wie de vaststelling, bedoeld in artikel 2, derde
lid, niet is opgedragen aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de
gemeenten, geschiedt door het gemeentebestuur van de
gemeente
waarin hij woonachtig is indien hij als werkloos werkzoekende bij de
Centrale organisatie werk en inkomen
is geregistreerd.
Art. 4. Bevordering
gelijke kansen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 628; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Werkgevers, organisaties van
werkgevers en organisaties van werknemers hebben tot taak, voor zover dat
redelijkerwijs in hun vermogen ligt, gelijke kansen van arbeidsgehandicapte
en niet-arbeidsgehandicapte werknemers voor deelname aan het
arbeidsproces te bevorderen en de nodige voorzieningen te treffen
gericht op behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van werknemers.
-2. Voor de toepassing van het eerste
lid worden onder werknemers mede begrepen diegenen die beschikbaar
zijn of door het treffen van voorzieningen beschikbaar kunnen komen voor het als
werknemer verrichten van arbeid.
Art. 5. Quotumverplichting
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2003, 555; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
1. Bij algemene maatregel van bestuur
kan worden bepaald dat een werkgever die behoort tot een in die maatregel
aangewezen tak van bedrijf of beroep of gedeelte daarvan, dan wel
onderdeel van de openbare dienst, verplicht is ervoor zorg te dragen
dat het aantal bij hem in dienst zijnde arbeidsgehandicapte werknemers ten
minste een bij die maatregel te bepalen deel uitmaakt van het totaal van de
bij hem in dienst zijnde werknemers. In deze maatregel kan het in de eerste
zin bedoelde deel niet lager worden gesteld dan 3 per 100 en niet
hoger dan 7 per 100.
-2. Bij de berekening of op een
bepaalde datum door een werkgever wordt voldaan aan een op grond van het
eerste lid opgelegde verplichting blijven buiten beschouwing die werknemers die
op die datum en in de 104 aan die datum voorafgaande weken
wegens ziekte of gebreken geen arbeid hebben verricht bij die werkgever.
Voor het bepalen van de periode van 104 weken, bedoeld in de eerste
zin, worden perioden gedurende welke wegens ziekte of gebreken geen arbeid
werd verricht, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van
minder dan vier weken opvolgen.
-3. Voor zover een werkgever niet
voldoet aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting, is hij
periodiek een geldelijke bijdrage verschuldigd, afgestemd op het aantal
arbeidsgehandicapte werknemers dat een werkgever in dienst zou moeten
nemen om aan een op grond van het eerste lid opgelegde verplichting te
voldoen.
-4. In de maatregel, bedoeld in het
eerste lid:
a. kunnen werkgevers waarbij in de
regel minder dan een bij de maatregel aangewezen aantal personen werkzaam
zijn, van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, worden uitgezonderd;
b. kan worden geregeld in hoeverre
arbeidsgehandicapte werknemers met wie een arbeidsduur is
overeengekomen die korter is dan de normale arbeidsduur worden meegeteld
bij de berekening of wordt voldaan aan een op grond van het
eerste lid opgelegde verplichting;
c. kan de hoogte van de in het derde
lid bedoelde geldelijke bijdrage worden vastgesteld;
d. kunnen regels worden gesteld
omtrent de vaststelling, invordering en afdracht van de in het derde lid
bedoelde geldelijke bijdrage;
e. kunnen regels worden gesteld
omtrent een door de werkgever te voeren administratie waaruit kan worden
afgeleid welke dienstbetrekkingen met arbeidsgehandicapte werknemers
bestaan.
Art. 6. Ontheffing
quotumverplichting [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
Onze Minister kan een werkgever
ontheffing verlenen van een op grond van artikel 5, eerste lid, opgelegde
verplichting indien te verwachten valt dat de werkgever gedurende langere
tijd in redelijkheid niet aan die verplichting zal kunnen voldoen.
-2. Een ontheffing kan onder
beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Aan een ontheffing kan terugwerkende kracht worden verleend tot aan het
tijdstip van de aanvraag. Indien de werkgever de aan een
ontheffing verbonden voorschriften niet naleeft, kan de ontheffing, zo nodig
met terugwerkende kracht, worden ingetrokken.
-3. Een ontheffing als bedoeld in het
eerste lid wordt verleend in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties indien het de burgerlijke openbare dienst of een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, onderdeel b, c, d of e, van
de Wet privatisering
ABP betreft, en in overeenstemming met Onze Minister
van Defensie indien het de militaire dienst betreft.
Art. 7. Beloning
arbeidsgehandicapte werknemer [BlR]
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; 2001,
625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Iedere arbeidsgehandicapte
werknemer heeft jegens zijn werkgever aanspraak op een geldelijke beloning voor de
verrichte arbeid die gelijk is aan de geldelijke beloning die een niet-arbeidsgehandicapte werknemer
in een gelijkwaardige functie bij
dezelfde arbeidsduur pleegt te ontvangen.
-2. Indien de arbeidsprestatie van een
arbeidsgehandicapte werknemer in een bepaalde functie tengevolge van
ziekte of gebreken duidelijk minder is dan de
arbeidsprestatie die in de desbetreffende functie als normaal wordt beschouwd,
vermindert het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
op verzoek van de
betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een
geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, zo nodig in afwijking
van hetgeen bij en krachtens de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald.
-3. Het tweede lid is
niet van toepassing op de arbeidsgehandicapte werknemer werkzaam in openbare
dienst. Onder openbare dienst worden mede begrepen de instellingen, diensten en bedrijven door de Staat en de
openbare lichamen
beheerd. De geldelijke beloning voor de verrichte arbeid van een
arbeidsgehandicapte werknemer werkzaam in openbare dienst kan in het in
het tweede lid bedoelde geval worden verminderd in overeenstemming met de
voor de werknemer geldende bezoldigingsvoorschriften.
-4. Elk beding waarbij
een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid wordt overeengekomen die
lager is dan de beloning die voortvloeit uit het eerste lid, dan wel lager is
dan de beloning vastgesteld op grond van het tweede of derde lid,
is nietig.
HOOFDSTUK
2
Verantwoordelijkheidsverdeling
werkgever, Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten
§ 1.
Werkgever
Art. 8. Reïntegratietaak werkgever
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2001, 628;
Stb. 2002, 584; Stb.
2005, 37; Stb.
2005, 202; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De werkgever bevordert ten aanzien van zijn werknemer die wegens
ziekte of gebrek niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, de
inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf en indien vaststaat dat in
zijn bedrijf voor deze werknemer geen passende arbeid voorhanden is,
bevordert de werkgever de inschakeling van deze werknemer in de arbeid
in het bedrijf van een andere werkgever.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste
lid, treft de werkgever maatregelen gericht op behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van zijn
in het eerste lid bedoelde werknemer.
-3. De verplichting van de werkgever, bedoeld in het eerste lid, geldt in
ieder geval voor de duur van de dienstbetrekking met de in het eerste
lid bedoelde werknemer.
-4. Indien de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen schriftelijk heeft gemeld dat hij zijn in het
eerste lid bedoelde taak na het einde van de dienstbetrekking van zijn
werknemers blijft verrichten gedurende een door hem bij die melding
aangegeven periode, geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, na
het einde van elke dienstbetrekking van zijn vroegere werknemer
gedurende die periode. De duur van deze periode is ten hoogste zes jaar
na de datum waarop de in het eerste lid bedoelde werknemer ongeschikt is
geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebrek.
-5. De werkgever laat de werkzaamheden, bedoeld in dit artikel,
verrichten door één
of meer personen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
1998 of één of meer arbodiensten of een natuurlijk persoon dan
wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of
bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-6. De werkgever en de
persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
1998, die door de werkgever is ingeschakeld of de arbodienst van de
werkgever verstrekken aan de in het vijfde lid
bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voor zover deze
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde
werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens
inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon
wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de
in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor
de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en gebruikt slechts met dat
doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking. Onder
sociaal-fiscaal nummer wordt in deze wet verstaan het nummer, bedoeld in
artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent: [BS]
a. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak
van de werkgever op grond van het vierde lid;
b. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak
van de werkgever na het einde van de dienstbetrekking in een individueel
geval;
c. de mogelijkheid van beëindiging van de in het vierde lid bedoelde
verplichting;
d. het vijfde en zesde lid;
e. de verplichtingen van
de werkgever in verband met de beëindiging van de dienstbetrekking
van de in het eerste lid bedoelde werknemer.
-8. Nadat de werkgever op grond van artikel 71a
van de WAO
een reïntegratieverslag heeft
opgesteld of aangevuld, houdt de werkgever aantekening bij van het
verloop en de reïntegratie van de in het eerste lid bedoelde werknemer
en de in het vierde lid bedoelde vroegere werknemer gedurende de in het
derde, vierde en zevende lid bedoelde periode en stelt hij in die
periode jaarlijks uiterlijk twaalf maanden na deze opstelling of
aanvulling van het reïntegratieverslag opnieuw met de werknemer of
vroegere werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt hij hiervan
afschrift aan de werknemer of vroegere werknemer.
-9. Bij de uitvoering van het achtste lid laat de werkgever zich bijstaan
door de persoon,
bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
1998, of de arbodienst. De
werknemer of vroegere werknemer verleent zijn medewerking bij het
opstellen van het reïntegratieverslag.
-10. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het
achtste en negende lid.
-11. Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever, bedoeld in
artikel 9 van de WAO.
-12. Zo nodig in afwijking
van het elfde lid zijn het eerste, tweede, vijfde, zesde, achtste en negende
lid, alsmede de regels op grond van het zevende lid, onderdeel d
en e, en op grond van het tiende lid, van overeenkomstige
toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld in artikel
1, eerste lid, onderdeel
h,
van de ZW en de persoon, bedoeld in artikel
63, eerste lid, van de
ZW,
gedurende de periode dat de eigenrisicodrager aan die persoon ziekengeld
moet betalen.
Art. 9. Inrichting arbeid passend bij handicap
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1999, 184; Stb. 2000, 595;
Stb. 2001, 625; Stb.
2002, 584; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De werkgever past uit hoofde van de uitoefening van zijn taak,
bedoeld in artikel 8, de samenstelling en toewijzing van de arbeid, de
inrichting van de arbeidsplaatsen, de productie- en werkmethoden en de
bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen aan de in artikel
8, eerste lid,
bedoelde werknemer aan en past de inrichting van het bedrijf aan, voor
zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van
die werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf
in het bedrijf.
-2. Onze Minister kan aan een werkgever een eis stellen betreffende de
wijze waarop de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt
nageleefd. Artikel 27, tweede, derde en zesde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
1998 is van overeenkomstige toepassing.
-3. Met het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde
verplichting en van een aan een werkgever gestelde eis als bedoeld in
het tweede lid, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen
onder hem ressorterende ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant. [AtaasuS]
-4. Voor de toepassing van
dit artikel wordt onder werkgever mede verstaan de eigenrisicodrager, bedoeld in
artikel 8, twaalfde lid, en wordt
onder werknemer, bedoeld in artikel 8, eerste lid, mede verstaan de persoon, bedoeld in
artikel 8, twaalfde lid, aan wie de eigenrisicodrager ziekengeld moet betalen.
§ 2.
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten
Art. 10. Taak
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen [Bbp]
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2001, 644; Stb. 2003, 544; Stb.
2005, 382; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft tot taak de
bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van de
arbeidsgehandicapte ten aanzien van wie de werkgever geen verplichting
heeft als bedoeld in artikel 8, die:
a. recht heeft op een uitkering op grond van de ZW, de
WAO, de Wajong,
de WW, tenzij artikel
72a van de WW van toepassing is, of de WBIA;
b. verzekerd is op grond van de WAZ of recht heeft op een uitkering op
grond van de WAZ;
c. ingezetene is als bedoeld in artikel 3 van de Wajong en de leeftijd
van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
d. als gewezen overheidswerknemer recht heeft op bezoldiging of
uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel
1, onderdeel e, van
de Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen of recht
heeft op een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van
die wet.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste
lid, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan
arbeidsgehandicapten instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 4 van deze
wet en verstrekt het aan werkgevers instrumenten als bedoeld in
hoofdstuk 3 van deze wet om indiensttreding van deze personen te
bevorderen.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat de
werkzaamheden waarmee de in het eerste lid bedoelde taak wordt
uitgevoerd, verrichten door een natuurlijk persoon dan wel
rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf
de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan de in
het derde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens
voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede
lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaal nummer van de
persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of
rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon
verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat
noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, en
gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaal nummer bij die
verwerking.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent de uitvoering van het derde en vierde lid, waarbij in
ieder geval regels kunnen worden gesteld voor de inhoud van de
overeenkomst met de in het derde lid bedoelde natuurlijke of
rechtspersoon, het verstrekken en verwerken van gegevens en de soort
werkzaamheden. [BS]
-6. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen
algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken
nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Art. 10a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2001, 625; Stb.
2003, 376]
Art. 11. Aanvullende
taak Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen [Rco99]
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft mede tot taak te bevorderen dat belemmeringen worden weggenomen
die de ingezetene, bedoeld in artikel 3 van de Wajong, vanwege
ziekte of gebrek ondervindt bij het volgen van onderwijs indien het een persoon
betreft die:
a. jonger is dan 17 jaar;
b. studerende is als bedoeld in
artikel 5 van de Wajong;
c. jonger is dan 30 jaar en
uitsluitend vanwege zijn ziekte of gebrek niet kan worden aangemerkt als studerende als
bedoeld in artikel 5 van de Wajong.
Art. 12. Taak
gemeenten [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001,
625; Stb. 2001, 628;
Stb. 2001, 644; Stb.
2003, 376; Stb. 2004,
717; Stb. 2005, 530;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De gemeenten hebben tot taak de bevordering van de inschakeling in
het arbeidsproces van arbeidsgehandicapten die:
a. recht hebben op een uitkering op grond van de Wet
werk en bijstand,
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet
werk en inkomen kunstenaars of de Algemene nabestaandenwet en niet tevens recht hebben
op een uitkering als bedoeld in artikel 10, eerste lid;
b. als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen zijn
geregistreerd en niet worden bedoeld in onderdeel a of artikel 10 en
11.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid,
verstrekt het gemeentebestuur voorzieningen als bedoeld in artikel 7,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand
gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
Art. 13. Trajectplan
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2001, 628;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Indien het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ter
uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of
artikel 11, voor een arbeidsgehandicapte die recht heeft op uitkering op grond
van de WAO, de WAZ of de
Wajong, die niet tevens recht heeft op
uitkering op grond van hoofdstuk IIa of
IIb van de WW, een plan heeft
opgesteld of laten opstellen gericht op behoud, herstel of bevordering
van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, tekent die
arbeidsgehandicapte een exemplaar van dat plan voor gezien en verstrekt
dit aan het instituut. Het plan wordt tevens getekend door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-2. Indien een plan als bedoeld in het eerste lid is opgesteld en in het
besluit tot toekenning of herziening van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de in het eerste lid
bedoelde wetten wordt verwezen naar voorschriften in het belang van
behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten
van arbeid, wordt dit plan in een bijlage bij dat besluit opgenomen.
Art. 14.
Nadere
verantwoordelijkheidsverdeling [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2001, 690 +
bis; Stb.
2003, 376; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Artikel 10 is niet van toepassing op
arbeidsgehandicapten die recht hebben op een uitkering op grond van de WAO,
de WAZ of de
Wajong, die niet tevens recht hebben op
uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of IIb van de WW,
indien het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
met het college van burgemeester en wethouders van een gemeente
overeenkomt dat op die arbeidsgehandicapten artikel 7,
eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en bijstand
van toepassing is.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent de overgang van de taak van de werkgever op grond van artikel
8, op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 10
of op de gemeenten op grond van artikel 12,
alsmede voor het geval dat voor een arbeidsgehandicapte werknemer
meerdere werkgevers verantwoordelijk zijn.
HOOFDSTUK
3
Reïntegratie-instrumentarium
werkgevers
§ 1.
Subsidie voor extra reïntegratiekosten werkgevers
Art. 15. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2001, 628; Stb. 2001, 644;
Stb. 2003, 555]
Art. 16.
Subsidie
voor extra reïntegratiekosten werkgevers [Bmr97]
[BUnR02]
[BUnR03] [BUnR04]
[BUnR05] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 625
+ bis; Stb.
2001, 628; Stb. 2001, 644;
Stb. 2003, 544; Stb.
2003, 555; Stb.
2005, 37; Stb. 2004, 728;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan op aanvraag van de werkgever die met een werknemer een dienstbetrekking van ten
minste zes maanden is
aangegaan of waarmee door elkaar opvolgende dienstbetrekkingen gedurende
ten minste zes maanden een dienstbetrekking blijkt te bestaan, subsidie verstrekken voor meerkosten,
voor zover:
a. die werkgever aantoont
dat het totaal van de kosten die hij maakt of heeft gemaakt ten behoeve
van het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer meer bedraagt dan:
1º. €|450,00, indien het
loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar
een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de
werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar; of
2º. €|2000,00, indien
het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het bij
ten eerste bedoelde minimumloon bedraagt; of
b. die werkgever aantoont
dat het totaal van de kosten die hij maakt of heeft gemaakt ten behoeve
van het in dienst nemen van een arbeidsgehandicapte werknemer meer bedraagt
dan:
1º. €|1350,00, indien
het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het
minimumloon, bedoeld in onderdeel a, bedraagt; of
2º. €|6000,00, indien
het loon van de werknemer over het kalenderjaar ten minste 50% van het
minimumloon, bedoeld in onderdeel a, bedraagt; of
c. die werkgever, na
ommekomst van de periode van drie respectievelijk één jaar, genoemd in artikel
79b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en
artikel 82, 82a
of 97c van
de Werkloosheidswet, kosten maakt of heeft gemaakt ten behoeve
van het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte werknemer.
-2. Onder het totaal van de kosten, bedoeld in het
eerste lid, wordt verstaan het totaal van de kosten ten behoeve van een
arbeidsgehandicapte werknemer en verband houdende met kosten die voortvloeien
uit de noodzakelijke
aanpassingen van de samenstelling en toewijzing van arbeid, de inrichting van de
arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken
hulpmiddelen, alsmede met de kosten die voortvloeien uit de aanpassing van de
inrichting van het bedrijf, voor zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door
de deelneming van de arbeidsgehandicapte werknemer aan de werkzaamheden of het
daarmee samenhangende verblijf in het bedrijf.
-3. Een subsidie als bedoeld
in het eerste lid wordt niet verstrekt indien de subsidie wordt
aangevraagd voor een werknemer voor wie reeds eerder aan de werkgever
subsidie op grond van dit artikel is verstrekt, tenzij de subsidieaanvraag:
a. geen verband houdt met
feiten en omstandigheden die aanleiding zijn geweest voor het
verstrekken van de subsidie;
b. betrekking heeft op door
de werkgever gemaakte kosten ter vervanging van de bij de
arbeid te gebruiken hulpmiddelen door de werknemer.
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot
het eerste, tweede en derde lid.
Art. 16a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2001, 625; Stb.
2001, 644]
Art. 17. Overgang
van onderneming [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2001, 644; Stb. 2003,
555; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
In geval van overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 662 van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek, waarbij aan de werkgever die de
onderneming overdraagt een subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 16, wordt voor de toepassing van deze wet de
subsidie aangemerkt als een subsidie verstrekt aan de werkgever die de
onderneming overneemt.
-2. Indien slechts een deel van de
onderneming overgaat als bedoeld in het eerste lid, vindt het eerste lid
uitsluitend toepassing indien de werknemers voor wie subsidies zijn
verstrekt als bedoeld in het eerste lid hun werkzaamheden uitoefenen
bij het deel van de onderneming dat wordt overgenomen.
Art. 18. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 625;
Stb. 2001, 628; Stb.
2001, 644]
Art. 19.
Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 644]
§
2.
Intrekking,
herziening en terugvordering
Art. 20. Intrekken of wijzigen van subsidie
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 644;
Stb. 2003, 544; Stb.
2003, 555; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Het besluit tot
vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 16
wordt
ingetrokken of gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld
in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel a, b of
c, van de Algemene wet bestuursrecht. [Rsohiu]
Art. 21. Terugvordering
[Geschiedenis:
MvT; Stb. 1998, 278; versie 23 april 1998;
Stb. 2001, 625 + bis
+ bis; Stb.
2001, 644; Stb. 2003,
555; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
Subsidies als bedoeld in artikel 16
die onverschuldigd zijn betaald, worden
door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
teruggevorderd.
-2. Indien daarvoor
dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
-3. Het besluit tot
terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de
termijnen waarbinnen moet worden betaald.
-4. De persoon van wie
wordt teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
de inlichtingen te verstrekken die voor de
terugvordering van belang zijn.
-5. Het besluit tot terugvordering
levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-6. Artikel 29g, vijfde tot en met
tiende lid, van de WAO is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie
jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
-7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot
de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot
terugvordering als bedoeld in dit artikel.
-8. In afwijking van het eerste lid
kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister
kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door
Onze Minister vast te stellen bedrag
niet te boven gaat. [Rtgb]
Art. 21a.
[Geschiedenis:
Stb. 1998, 278; Stb.
2001, 625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. In afwijking van
artikel 21 kan het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering af te
zien, indien de persoon van wie wordt teruggevorderd:
a. gedurende vijf jaar volledig aan
zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet volledig
aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd
met de daarover verschuldigde
wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog
heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen betalingen
heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal
gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend met ten
minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid, onderdeel a en
b,
genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van de
belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de
artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet
te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet het gevolg
is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld
in artikel 45.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen
met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
HOOFDSTUK
4
Reïntegratie-instrumentarium
arbeidsgehandicapten
§ 1.
Voorzieningen
voor arbeidsgehandicapte niet-werknemers
Art. 22. Voorzieningen
[BUnR02] [BUnR03]
[BUnR04] [BUnR05]
[ErbrR]
[Rco99]
[RR] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 259; Stb. 2001,
625; Stb. 2001, 628; Stb.
2004, 728; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
kan aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10,
op aanvraag of ambtshalve voorzieningen toekennen die strekken
tot
behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
-2. Onder voorzieningen
als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan:
a. scholing of
opleiding;
b. voorzieningen die
noodzakelijk zijn voor het kunnen volgen van scholing of opleiding als
bedoeld in onderdeel a;
c. voorzieningen die
noodzakelijk zijn voor het kunnen verrichten van onbeloonde werkzaamheden op
een proefplaats bij een werkgever
en voor het kunnen
deelnemen aan andere activiteiten die bevorderlijk zijn voor de
inschakeling in de arbeid.
-3. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
kan op aanvraag aan de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, andere voorzieningen
toekennen die strekken tot
behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid
dan de voorzieningen, bedoeld in het tweede
lid, indien zij noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de
werkzaamheden op grond waarvan de arbeidsgehandicapte verzekerd is voor de
WAZ.
-4. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in
artikel 11, voorzieningen toekennen die hem in staat stellen onderwijs te
volgen.
-5. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
kan op aanvraag aan de persoon, bedoeld in
het eerste, derde en vierde lid, vervoersvoorzieningen toekennen die strekken
tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan
wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen
als bedoeld in het
tweede lid, onderdeel b en c, het derde en het vierde lid.
-6.
Onder voorzieningen
als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan financiering van, of
tegemoetkoming in de kosten van, kinderopvang.
-7. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere
regels gesteld.
§
1A. Kinderopvang
Vervallen
Art.
22a.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2001, 259; Stb.
2001, 625 + bis + bis;
Stb. 2003, 544; Stb.
2004, 455 + bis; Stb.
2004, 728]
§ 2.
Reïntegratie-uitkering WW- en WBIA-gerechtigden
Art. 23. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2004, 728]
Art. 24.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2003, 544;
Stb. 2004, 728]
Art. 25.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2003, 544; Stb. 2004, 728]
Art. 26.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2004, 728]
Art. 27.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2004, 728]
§ 3.
Specifieke
instrumenten voor arbeidsgehandicapte zelfstandigen
Art. 28. Toelagen
arbeidsgehandicapte WAZ-verzekerden [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001,
625; Stb. 2004, 311;
Stb.
2005, 37; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659; Stb.
2005, 708]
Indien het treffen van
een voorziening tot gevolg heeft dat de arbeidsgehandicapte die verzekerd is op
grond van de WAZ geen of slechts gedeeltelijk arbeid kan verrichten
en uit dien hoofde inkomen derft, heeft hij tijdens de duur van die voorziening aanspraak op een door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
op
aanvraag toe te kennen toelage die overeenkomt met het bedrag van het
gederfde inkomen, met dien verstande dat de toelage of, indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ,
WAO
of Wajong wordt genoten,
de toelage vermeerderd met die uitkering, per dag het in artikel
9,
eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
genoemde bedrag niet
te boven gaat.
Art. 29. Inkomenssuppletie
arbeidsgehandicapte zelfstandigen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Bij algemene maatregel
van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
van inkomenssuppletie aan een
arbeidsgehandicapte die de uitoefening van zijn bedrijf of beroep voortzet of
die werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten en wiens inkomen uit
dat bedrijf of beroep lager is dan het bij of krachtens artikel 2 van de
WAZ,
artikel 2 van de Wajong of artikel 18 van de
WAO vastgestelde inkomen
of loon dat hij nog zou kunnen verdienen. [Rlia]
[RR]
Art. 30. Starterskrediet
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625 + bis; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Ter voorziening in de
behoefte aan bedrijfskapitaal van een arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel
10,
die werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten, kunnen bij algemene
maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de
verstrekking door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
van gelden in de vorm
van een lening of het door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
verlenen van borgtocht, alsmede omtrent de aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie te verbinden
verplichtingen.
Bij deze algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, alvorens over te gaan tot toekenning, advies vraagt aan derden
over het door een
arbeidsgehandicapte over te leggen bedrijfsplan waaruit de levensvatbaarheid van
het bedrijf of de voorgenomen zelfstandige uitoefening van een beroep blijkt.
[Bsa] [Rsa]
§ 4.
Instrumenten
voor arbeidsgehandicapte werknemers
Art. 31. Voorzieningen
[BUnR02] [BUnR03]
[BUnR04] [BUnR05]
[Rej]
[RR] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 259; Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2001, 644; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
kan aan de arbeidsgehandicapte die arbeid in
dienstbetrekking verricht op aanvraag voorzieningen toekennen die strekken
tot
behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
-2. Onder voorzieningen
als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan:
a.
vervoersvoorzieningen die ertoe strekken dat de arbeidsgehandicapte werknemer zijn
werkplek kan bereiken;
b. noodzakelijke
persoonlijke ondersteuning van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, bij
het verrichten van de hem opgedragen taken indien die ondersteuning een
compensatie vormt voor specifiek met de handicap van de werknemer samenhangende beperkingen;
c.
communicatievoorzieningen voor doven;
d. meeneembare
voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de
productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen
die in overwegende mate op het individu van de werknemer zijn afgestemd.
-3. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
kan aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, op
aanvraag vervoersvoorzieningen toekennen die strekken tot
verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken van dan wel
rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als bedoeld in het tweede lid,
onderdeel a.
-4. Onder
arbeidsgehandicapte als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van dit
artikel mede verstaan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel
10, die
arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten.
-5. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere
regels gesteld.
Art. 32. Loonsuppletie
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb. 2003, 544;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Bij algemene maatregel
van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de toekenning door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
van loonsuppletie aan een arbeidsgehandicapte die werk in dienstbetrekking aanvaardt
of verricht tegen een lager loon
dan het bij of krachtens artikel 2 van de WAZ,
artikel 2 van de
Wajong of
artikel 18 van de WAO vastgestelde inkomen of loon dat hij nog zou kunnen
verdienen. [Rlia]
[RR]
§ 5.
Persoonsgebonden
reïntegratiebudget
Art.
33.
[Ersa] [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 259; Stb. 2001,
625; Stb. 2001, 644;
Stb. 2004, 455; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan het Landelijk
instituut sociale verzekeringen
aan de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 22,
en aan de arbeidsgehandicapte werknemer, bedoeld in artikel
31, op aanvraag in plaats van bij die regeling vast te
stellen reïntegratie-instrumenten
als bedoeld in dit hoofdstuk een subsidie verstrekt in de vorm
van een op de arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget.
In deze regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de
aard en de omvang van de activiteiten en de aan de subsidie te
verbinden verplichtingen.
-2. Een ministeriële
regeling als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan vier weken
nadat een ontwerp daartoe aan beide kamers der Staten-Generaal is
voorgelegd.
-3.
Onze Minister
zendt
binnen vier jaar na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling
als bedoeld in het eerste lid aan beide kamers der Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.
Art.
33a. Persoonsgebonden reïntegratiebudget voor
arbeidsgehandicapte werknemer [Geschiedenis:
Stb. 2001, 625; Stb.
2003, 544; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan op aanvraag van
een arbeidsgehandicapte werknemer als bedoeld in artikel
31, eerste lid, en van de persoon, bedoeld
in artikel 8, twaalfde lid, aan wie de eigenrisicodrager ziekengeld moet
betalen, besluiten:
a. aan de aanvrager subsidie te verstrekken in de vorm van een op zijn
arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget; of
b. met een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de
arbeid bevordert een overeenkomst te sluiten die is gericht op de
arbeidsinschakeling van deze aanvrager.
-2. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of een
overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van een
arbeidsgehandicapte werknemer uitsluitend verstrekken of sluiten indien
dit instituut van oordeel is dat in het bedrijf van zijn werkgever of
een ander bedrijf geen passende arbeid aanwezig is die de betrokken
werknemer kan verrichten.
-3. De in het eerste lid
bedoelde subsidieontvanger laat de werkzaamheden die zijn gericht op
arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, verrichten door een
natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening
van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert.
-4. De in het eerste lid
bedoelde aanvrager verstrekt de gegevens voor zover deze
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die zijn gericht op
arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn
sociaal-fiscaal nummer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het
kader van de uitoefening van beroep of bedrijf zijn inschakeling in de
arbeid bevordert.
-5. De in het vierde lid
bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dat lid
bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden,
bedoeld in het eerste lid, en gebruikt slechts met dat doel het
sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking.
-6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent dit artikel, waarbij kan worden bepaald in welke
situaties een deel van de subsidiekosten in rekening kan worden gebracht
bij de werkgever. [BS]
-7. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid
treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt
onverwijld mededeling gedaan aan beide kamers der Staten-Generaal.
§ 6.
Intrekking,
herziening en terugvordering
Art. 34. Intrekking,
herziening en wijziging [Rsohiu]
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 259; Stb. 2003, 544;
Stb. 2004, 455 + bis;
Stb. 2004, 728; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Een besluit tot
toekenning van voorzieningen als bedoeld in artikel 22 en
31, van toelagen als bedoeld in
artikel 28, van inkomenssuppletie als bedoeld in artikel 29 en van loonsuppletie
als bedoeld in artikel 32 wordt ingetrokken of herzien indien de
voorzieningen, de toelagen, de inkomenssuppletie of
de loonsuppletie als hiervoor bedoeld ten onrechte of tot een te hoog
bedrag zijn verleend.
-2. Het besluit tot
vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 30, 33 of
33a wordt ingetrokken of
gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel
4:49, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de Algemene wet
bestuursrecht.
Art. 35. Terugvordering
[Rsa]
[Geschiedenis:
MvT; Stb. 1998, 278; versie 23 april 1998;
Stb. 1998, 742; Stb.
2001, 259; Stb. 2001,
625 + bis; Stb.
2003, 544; Stb. 2004, 455
+ bis; Stb.
2004, 728; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De voorziening of
de kosten van de voorziening, bedoeld in artikel 22 en
31, de toelage, bedoeld in
artikel 28, de
inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 29, en de loonsuppletie, bedoeld in
artikel 32,
die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 34 onverschuldigd zijn
verstrekt, worden door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
teruggevorderd.
-2. Subsidies als
bedoeld in artikel 30, 33 of
33a die onverschuldigd zijn betaald, worden door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
teruggevorderd.
-3. Indien daarvoor
dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
-4. Het besluit tot
terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd en de termijn of de
termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij
gebreke van tijdige betaling zal worden ten uitvoer gelegd op de wijze als
omschreven in het zesde lid en zevende lid.
-5. De persoon van wie
wordt teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
de inlichtingen te verstrekken die voor de
terugvordering van belang zijn.
-6. Het besluit tot
terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
-7.
Artikel
29g van de WAO is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld
inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld
in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt.
-8. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot
de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot
terugvordering als bedoeld in dit artikel.
-9. In afwijking van het eerste en
tweede lid kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die
Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien
het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen
bedrag niet te boven gaat. [Rtgb]
Art. 35a.
[Rsa]
[Geschiedenis:
Stb. 1998, 278; Stb.
2001, 625; Stb. 2004, 455;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. In afwijking van
artikel 35 kan het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering af te
zien, indien de persoon van wie wordt teruggevorderd:
a. gedurende vijf jaar volledig aan
zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
b. gedurende vijf jaar niet volledig
aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode,
vermeerderd
met de daarover verschuldigde
wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog
heeft betaald;
c. gedurende vijf jaar geen betalingen
heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal
gaan verrichten; of
d. een bedrag overeenkomend met ten
minste 50% van de restsom in één keer aflost.
-2. De in het eerste lid, onderdeel a en
b,
genoemde termijn is drie jaar, indien:
a. het gemiddeld inkomen van de
belanghebbende in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de
artikelen 475c en 475d van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, niet
te boven is gegaan; en
b. de terugvordering niet het gevolg
is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld
in artikel 45.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen
met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld.
§ 7.
Verstrekkingen
die onvervreemdbaar en niet voor beslag vatbaar zijn
Art. 36. Onvervreemdbare
verstrekkingen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 259; Stb. 2004, 455
+ bis; Stb.
2004, 728; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Onvervreemdbaar en
niet vatbaar voor verpanding of belening zijn:
a. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 22 en 31;
b. vervallen;
c. de toelage, bedoeld
in artikel 28;
d. de
inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 29;
e. de gelden, bedoeld
in artikel 30;
f. de loonsuppletie,
bedoeld in artikel 32.
-2. Volmacht tot
ontvangst van een uitkering onder welke vorm of benaming ook verleend, is
steeds herroepelijk.
-3. Elk
beding
strijdig met dit artikel is nietig.
Art. 37. Niet
voor beslag vatbare verstrekkingen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 259; Stb. 2004, 455
+ bis; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Niet vatbaar voor
beslag zijn:
a. de voorzieningen,
bedoeld in artikel 22 en 31;
b. de gelden, bedoeld
in artikel 30.
HOOFDSTUK
5
Financiering
Art. 38. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625]
Art. 39.
Aanvraag
reïntegratie-instrumenten [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 259; Stb.
2001, 625; Stb. 2001, 644;
Stb. 2003, 544; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag van de
instrumenten, bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van deze wet, en de termijn waarbinnen die aanvraag wordt
ingediend alsmede omtrent
de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden.
[RaR01]
Art. 40. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001,
625]
Art. 41.
Het
Reïntegratiefonds [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625; Stb.
2005, 37; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
beheert en administreert
afzonderlijk de middelen tot
dekking van de uitgaven in de vorm van een Reïntegratiefonds dat deel uitmaakt van
het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 42. Middelen
tot dekking van de uitgaven [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2000, 561; Stb. 2001,
625 + bis; Stb.
2004, 324; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De middelen tot
dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds worden verkregen uit:
a. bijdragen uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, het Algemeen
Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid;
b. de gelden die het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
ontvangt door toepassing van
artikel 21, 35 en 46.
-2.
Bij ministeriële regeling worden de bijdragen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a, en de onderlinge verhouding tussen de ten laste van de
verschillende fondsen komende bijdragen, bedoeld in dat onderdeel,
vastgesteld. Bij deze regeling kan worden bepaald dat in de middelen tot
dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds mede wordt
voorzien door het Rijk en kunnen nadere regels worden gesteld in verband
met de besteding van die rijksbijdrage.
[RfR]
Art. 43. Uitgaven
ten laste van het Reïntegratiefonds [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1999, 564; Stb. 2001, 259;
Stb. 2001, 625; Stb.
2001, 644; Stb. 2003,
376; Stb. 2003, 555;
Stb. 2004, 455; Stb.
2004, 728; Stb.
2005, 525; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Ten laste van het Reïntegratiefonds komen de kosten verband houdende
met de uitvoering van artikel 10 en 11 en de door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekte of toegekende:
a. subsidies, bedoeld in
de artikelen 16, 30,
33 en 33a, of overeenkomsten, bedoeld in
artikel 33 dan
wel 33a, eerste lid, onderdeel b;
b. voorzieningen, bedoeld in artikel
22 en 31, en
tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 29,
eerste lid, van de Wet
kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon
is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel i, van die
wet;
c. vervallen;
d. toelagen, bedoeld in artikel 28,
alsmede de op grond van enige wet over deze toelagen verschuldigde
premies die niet op deze toelagen in mindering kunnen worden gebracht en
de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van
de Zorgverzekeringswet;
e. inkomenssuppletie, bedoeld in
artikel 29, alsmede de op grond van enige wet over deze suppletie
verschuldigde premies die niet op deze suppletie in mindering kunnen worden
gebracht en de
vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
f. loonsuppletie, bedoeld in artikel 32, alsmede de op grond van enige wet over deze suppletie verschuldigde
premies die niet op deze suppletie in mindering kunnen worden gebracht en de
vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
g. uitkeringen, bedoeld in artikel 29b
van de ZW, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen
verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering
kunnen worden gebracht en de
vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
h. gelden, bedoeld in artikel 40.
-2. Vergoedingen aan gemeenten die worden
overeengekomen ter uitvoering van
artikel 14, eerste lid, komen tevens ten
laste van het Reïntegratiefonds.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Art. 44. Bijzondere
subsidies ten laste van het Reïntegratiefonds [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2001, 628; Stb. 2003, 544;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt ten laste van het Reïntegratiefonds per kalenderjaar
aan door Onze Minister aan te wijzen scholingsinstituten die ten doel hebben de arbeidsintegratie van
arbeidsgehandicapten
te bevorderen een subsidie ter hoogte
van een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. [Rss02]
[Rss03] [Rss04]
[Rss05]
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan in het belang van deze wet ten laste van het
Reïntegratiefonds subsidie verstrekken aan andere
instellingen of
organisaties dan de scholingsinstituten, bedoeld in het eerste lid, die ten
doel hebben het nemen of bevorderen van maatregelen die strekken tot
behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan bij de subsidieverlening,
bedoeld in het eerste of het tweede lid, aan de subsidieontvanger
verplichtingen opleggen omtrent vermogensvorming, het hanteren van een
registratiesysteem waaruit blijkt of het doel van de subsidie is bereikt en de
vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel.
HOOFDSTUK
6
Het
verstrekken van inlichtingen en administratieve boete
Art. 44a.
[Geschiedenis:
Stb.
2001, 625; Stb. 2001, 628;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt, personen
oproepen ten aanzien van wie of ten behoeve van wie instrumenten als bedoeld in
hoofdstuk 3 of 4 zijn toegekend of
waarvan toekenning wordt overwogen.
Art. 45. Het
verstrekken van inlichtingen bij toekenning of verstrekking
reïntegratie-instrumenten [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 2001,
625; Stb. 2004, 455;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De persoon, of diens
wettelijk vertegenwoordiger, aan wie een reïntegratie-instrument als bedoeld in
hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 is verstrekt of toegekend, of aan wie
verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen, is verplicht het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
op zijn verzoek of uit
eigen beweging alle
feiten en omstandigheden mede te delen waarvan hem redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de
duur of de hoogte van het reïntegratie-instrument.
Art. 46. Administratieve
boete [Babw]
[Rsa]
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb.
1998, 742; Stb. 1999, 564;
Stb. 2001, 481; Stb.
2001, 625 + bis; Stb.
2004, 455; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659; Stb.
2005, 708]
-1. Aan de persoon die
de verplichting, bedoeld in artikel 45, niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt
door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
een boete opgelegd van
ten hoogste €|2269,00.
-2. De hoogte van de
boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de
belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden
waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk
geval afgezien indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
-3. Indien het niet of
niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel
45, niet heeft
geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag toekennen of
verstrekken van een reïntegratie-instrument, kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
afzien van het opleggen van een boete en volstaan met
het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of
niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet
behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar
te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een
zodanige waarschuwing is gegeven. [Bw]
-4. Indien daarvoor
dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
-5. De persoon aan wie
een boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de inlichtingen te
verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
-6.
Voor zover de boete
nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van de persoon aan wie zij is
opgelegd.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking
tot het eerste en het tweede lid. [Bszw]
Art. 47. Overeenkomstige
toepassing WAO-bepalingen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
2004, 455; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De artikelen
29b tot
en met 29g van de WAO zijn bij de toepassing van
artikel 46 van overeenkomstige
toepassing.
HOOFDSTUK
7
Bepalingen
in verband met het burgerlijk recht
Art. 48. Samenloop
aanspraken [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
1998, 742; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Bij de vaststelling
van de schadevergoeding waarop de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel
10,
naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van zijn
arbeidshandicap houdt de rechter rekening met de aanspraken
die de arbeidsgehandicapte
op grond van deze wet heeft.
Art. 49. Regres
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
1999, 564; Stb. 2001,
625; Stb. 2005, 37;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
heeft voor de op grond van deze wet gemaakte
kosten verhaal op de persoon die in verband met het veroorzaken van de arbeidshandicap, jegens de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in artikel 10,
naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplicht is, doch ten hoogste
tot het bedrag waarover deze bij het ontbreken van de aanspraken op grond
van deze wet naar burgerlijk recht verplicht zou zijn, verminderd met
een bedrag gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de
arbeidsgehandicapte
naar burgerlijk recht
gehouden is.
-2. Het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
kan, indien een aanspraak als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend in de vorm van periodieke verstrekkingen, de contante waarde
daarvan vorderen in de vorm van een jaarlijks vast te
stellen afkoopsom die aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
wordt
vergoed voor de totale schadelast tengevolge van het veroorzaken van de
arbeidshandicap.
-3. Het eerste lid
geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever
van een arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10,
onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding
verplichte werknemer die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als
de arbeidsgehandicapte jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot
schadevergoeding bestaat, slechts indien de arbeidshandicap is te wijten aan
opzet
of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk werknemer.
-4. Voor de toepassing
van het derde lid wordt mede als werkgever beschouwd de persoon die op
grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
mede als werkgever wordt beschouwd.
Art. 49a. Beslistermijnen
[Geschiedenis:
Stb. 2000, 627;
Stb. 2004, 728; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende
bepalingen worden gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de
aanvraag.
-2. De redelijke termijn is in ieder geval
verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen
beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde
of vierde lid is gedaan.
-3. Indien een beschikking niet binnen de
termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een
redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in
kennis gesteld.
-4. Indien in verband met het geven van een
beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een
persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking
niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd
met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging
schriftelijk in kennis gesteld.
Art. 49b.
Vervallen. [Geschiedenis:
Stb. 2000, 627
+ bis;
Stb. 2001, 625 + bis
+ bis; Stb.
2001, 644 + bis; Stb.
2001, 692 + bis; Stb.
2003, 544 + bis + bis
+ bis; Stb.
2004, 728; Stb. 2005,
573]
HOOFDSTUK
8
Bepalingen
in verband met de Algemene wet bestuursrecht
Art. 50. Beslistermijnen
bij bezwaarschriften [Geschiedenis:
MvT; Stb. 1997, 789; versie 23 april 1998;
Stb. 1999, 564; Stb.
2000, 627 + bis; Stb.
2001, 625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. In afwijking van
artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
binnen dertien weken na ontvangst van
het bezwaarschrift.
-2. Indien bezwaar
wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige
beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
in afwijking van
artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken, of indien het
advies vraagt aan een
deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen
eenentwintig weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
Art. 51. Bezwaarschriftprocedure
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van
bezwaarschriften tegen besluiten waaraan een medische of
arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt.
Art. 52. Medische
besluiten [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Ten aanzien van
besluiten waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt, zijn de artikelen
88 tot en met 88i van de WAO van overeenkomstige
toepassing.
Art. 53. Titel
4.2 Algemene wet bestuursrecht [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
2001, 259; Stb. 2004, 455
+ bis; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Titel
4.2 van de
Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken op grond van
artikel 22 en 31.
HOOFDSTUK
9
Strafbepalingen
Art. 54.
Vervallen. [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
1998, 290]
Art. 55.
Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
1998, 290]
Art. 56.
Vervallen.
[Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb.
1998, 290]
Art. 57. Strafbepaling
inzake overige als strafbaar feit geduide overtredingen [Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb.
1998, 290; Stb.
1998, 742; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Overtreding van
bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van
bestuur
voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met een hechtenis van ten
hoogste één maand of een
geldboete van de tweede categorie. De in de eerste zin bedoelde
strafbare feiten zijn overtredingen.
Art. 58.
Vervallen.
[Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb.
1998, 290]
Art. 59. Verval
van recht tot strafvordering [Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb.
2001, 625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Het recht tot
strafvordering vervalt indien het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een boete
heeft opgelegd.
HOOFDSTUK
10
Wijziging
van andere wetten
Art. 60. Algemene bijstandswet
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Algemene bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 114 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of
opleiding tevens aangemerkt de scholing en opleiding waarvoor de belanghebbende
die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan burgemeester en
wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 115 wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel
worden twee leden toegevoegd, luidende:
-2. Voor de belanghebbende die arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten die op een proefplaats bij een werkgever gedurende
maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet
zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur
van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in
artikel 113, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde werkzaamheden op
een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de
belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de werkgever bij wie de proefplaatsing geschiedt een
aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft
afgesloten;
c. werkzaamheden die de
belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij
die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 137a worden twee
leden toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt,
volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels,
aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s
Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel
111,
eerste lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie of derden voor de door deze verleende diensten
gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare
bijstandsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding,
bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor de
diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 61. Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 37 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van het
eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens
aangemerkt de scholing en opleiding waarvoor de belanghebbende die
arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan
burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 38
wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd,
luidende:
-2. Voor de belanghebbende die
arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, die op een proefplaats bij een werkgever gedurende
maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet
zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur
van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in
artikel 35, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde werkzaamheden op
een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de
belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de
werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft
afgesloten;
c. werkzaamheden die de
belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij
die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 59a worden twee leden
toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt,
volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels,
aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s
Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel
34, eerste
lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie of derden voor de door deze verleende diensten
gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare
uitkeringsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding,
bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor de
diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 62. Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 37 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Voor de toepassing van het
eerste lid wordt als noodzakelijke scholing of opleiding tevens
aangemerkt de scholing en opleiding waarvoor de belanghebbende die
arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op grond van die wet dan wel op grond van de Wet
inschakeling werkzoekenden in aanmerking komt en die vooraf aan
burgemeester en wethouders is gemeld.
B. [MvT]
Voor de tekst van artikel 38
wordt de aanduiding "-1." geplaatst en aan het artikel worden twee leden toegevoegd,
luidende:
-2. Voor de belanghebbende die
arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, die op een proefplaats bij een werkgever gedurende
maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden verricht, niet
zijnde werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, gelden voor de duur
van de werkzaamheden op die proefplaats de verplichtingen, genoemd in
artikel 35, eerste lid, onderdeel a en c, niet.
-3. De onbeloonde werkzaamheden op
een proefplaats zijn:
a. werkzaamheden waartoe de
belanghebbende met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
b. werkzaamheden waarbij de
werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft
afgesloten;
c. werkzaamheden die de
belanghebbende niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij
die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht.
C. [MvT]
Aan artikel 59a worden twee leden
toegevoegd, luidende:
-4. Onze Minister verstrekt,
volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels,
aan burgemeester en wethouders van gemeenten ten laste van ’s
Rijks kas een uitkering die door deze bij de uitvoering van artikel
34, eerste
lid, wordt besteed voor het betalen van een vergoeding aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie of derden voor de door deze verleende diensten
gericht op het inschakelen in het arbeidsproces van moeilijk plaatsbare
uitkeringsgerechtigden die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de vergoeding,
bedoeld in het vierde lid, tijdelijk in bepaalde mate slechts bestemd is voor de
diensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 63.
Arbeidsvoorzieningswet 1996 [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Arbeidsvoorzieningswet 1996
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1 worden nieuwe
onderdelen toegevoegd, luidende:
j. het Landelijk instituut
sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, bedoeld in
hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997;
k. dienstbetrekking: een
dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of een op grond van artikel 4 of
5 van die wet daarmee
gelijkgestelde arbeidsverhouding;
l. werknemer: de persoon die in
dienstbetrekking werkzaam is.
B. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel a van het eerste
lid wordt in ten zevende , "en om-, her- of bijscholing" vervangen door: ,
om-, her- of bijscholing en de instrumenten die de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, de
gemeenten en het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ter beschikking staan ter bevordering van de arbeidsinschakeling van arbeidsgehandicapten als
bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
2. De aanhef van onderdeel b van
het eerste lid wordt vervangen door: ten behoeve van moeilijk
plaatsbare werkzoekenden niet tevens zijnde moeilijk plaatsbare
arbeidsgehandicapten als bedoeld in de artikelen 10 en 12 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
3. In het artikel wordt, onder
vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw lid ingevoegd,
luidende:
-2. De
Arbeidsvoorzieningsorganisatie kan ter uitvoering van de taak ten behoeve van arbeidsgehandicapte
werkzoekenden, bedoeld in artikel 13 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, overeenkomstig daaromtrent bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur gestelde regels:
a. aan die arbeidsgehandicapten
voorzieningen als bedoeld in artikel 22 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten op aanvraag of ambtshalve toekennen die strekken
tot behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid en die de arbeidsgeschiktheid
bevorderen;
b. aan die arbeidsgehandicapten,
indien zij werknemer worden anders dan in de zin van de Wet
inschakeling werkzoekenden, op aanvraag voorzieningen toekennen als
bedoeld in artikel 31 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten gedurende maximaal één jaar na de
totstandkoming van de
dienstbetrekking.
4. In het tot derde vernummerde
lid wordt na "eerste" ingevoegd: en tweede.
C. [MvT]
Aan artikel 47, eerste lid, wordt
na "bedoelde taken" een komma geplaatst en de zinsnede
ingevoegd: van de uitvoering van artikel 81a.
D. [MvT]
In artikel 48, eerste lid, wordt "artikel 4, eerste lid, onderdeel b en
c," vervangen door: artikel 4, eerste
lid, onderdeel b en c, en tweede lid.
E. [MvT]
Na artikel 81 wordt een nieuw
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 81a.
-1. Ter uitvoering van de in
artikel 13 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten bedoelde
taak verstrekt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op aanvraag aan de werkgever die
met de in dat artikel bedoelde arbeidsgehandicapte
werkzoekende een dienstbetrekking, niet zijnde een dienstbetrekking in de
zin van de Wet inschakeling werkzoekenden, aangaat voor de duur van
ten minste zes maanden, een subsidiebedrag in de vorm van een
plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
-2. Indien een werkgever aantoont
dat het totaal van de kosten in verband met de dienstbetrekking
met de arbeidsgehandicapte, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan het
bedrag van het plaatsingsbudget, bedoeld in het eerste lid, kan op
aanvraag aan hem een subsidie in de vorm van een pakket op maat als bedoeld in
artikel 18 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten worden
verstrekt.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere
regels gesteld.
F. [MvT]
In artikel 93 wordt "artikel 42" vervangen door: artikel 4, tweede lid, 42 en
81a.
Art. 64. Invoeringswet
Arbeidsvoorzieningswet 1996 [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Artikel 18 van de Invoeringswet
Arbeidsvoorzieningswet 1996 vervalt.
Art. 65. Wet inschakeling
werkzoekenden [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 28 november 1996 ingediende voorstel van wet regeling voor de totstandkoming van een gemeentelijk werkfonds voor voorzieningen ter
bevordering van de toetreding tot het arbeidsproces van langdurig
werklozen en jongeren (Wet inschakeling werkzoekenden)
(Kamerstukken II 1996-1997, 25 122, nr. 3) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt
die wet als
volgt gewijzigd:
A.
In artikel 9, tweede lid, wordt "ter uitvoering van het eerste lid" vervangen door: ter uitvoering
van een traject.
B.
Na artikel 13 wordt een nieuwe
paragraaf ingevoegd met als opschrift: § 4. Voorzieningen voor
arbeidsgehandicapten
C. [MvT]
Na artikel 13 worden twee
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 13a. Instrumenten voor
arbeidsgehandicapten [MvT]
-1. Indien de persoon, bedoeld in
artikel 2, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, kan de gemeente ter uitvoering van
artikel 12 van die wet aan of ten behoeve van de arbeidsgehandicapte die
uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene
bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen dan wel die
arbeid verricht in een dienstbetrekking, voorzieningen als bedoeld in
artikel 3 mede inzetten indien zij strekken tot behoud, herstel of
bevordering van de arbeidsgeschiktheid.
-2. De voorzieningen, bedoeld in
het eerste lid, omvatten in ieder geval de voorzieningen, genoemd in de
artikelen 15, 22, tweede en derde lid, en 31, tweede lid, van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten.
-3. Indien de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in het eerste lid, een arbeidsovereenkomst sluit of
wordt aangesteld om arbeid te verrichten, kan de gemeente op aanvraag
voorzieningen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten verstrekken gedurende maximaal
één jaar na de totstandkoming van de arbeidsverhouding.
-4. Artikel 3, tweede lid, is van
overeenkomstige toepassing.
-5. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere
regels gesteld.
Art. 13b. Bijzondere subsidie
aan een werkgever [MvT]
-1. Indien de persoon, bedoeld in
artikel 2, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, verstrekt de gemeente ter uitvoering van
artikel 12 van die wet op aanvraag aan de werkgever die met de
arbeidsgehandicapte die uitsluitend recht heeft op een uitkering op grond van de
Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen dan wel die werknemer is, voor de duur van
ten minste zes
maanden een arbeidsovereenkomst aangaat of hem aanstelt om arbeid
te verrichten, een subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget als
bedoeld in artikel 17 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
-2. Indien de werkgever aantoont
dat het totaal van de kosten, verbonden aan het in dienst hebben van de
in het eerste lid bedoelde arbeidsgehandicapte, hoger is dan het bedrag van het
plaatsingsbudget, bedoeld in het eerste lid, kan aan hem op
aanvraag een subsidie in de vorm van een pakket op maat als bedoeld in
artikel 18 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten worden
verstrekt.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden met betrekking tot dit artikel nadere
regels gesteld.
D. [MvT]
Artikel 14, tweede lid, wordt als
volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "de
artikelen 4 en 5" vervangen door: de artikelen
4, 5 en 13b.
2. Onderdeel c komt te luiden:
c. een vast bedrag voor de
voorzieningen, bedoeld in de artikelen 3 en 13a, en de uit die artikelen
voortvloeiende activiteiten van de gemeenten ten behoeve van de inschakeling
in het arbeidsproces, en de extra kosten voor het pakket op maat, bedoeld
in artikel 13b, tweede lid.
Art. 66. Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt na
subonderdeel 11 een nieuw subonderdeel toegevoegd, luidende:
12º. het Reïntegratiefonds: het
fonds, bedoeld in artikel 41 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
2. Onderdeel j wordt vervangen
door:
j. verzekerde: de werknemer in de
zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, alsmede de verzekerde op grond van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Algemene
Ouderdomswet, de Algemene Kinderbijslagwet of de Algemene
nabestaandenwet, voor zover hij geen uitkering of voorziening op grond
van deze wetten of de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten ontvangt;.
3. Onderdeel l wordt vervangen
door:
l. uitkeringsgerechtigde: de
persoon die een uitkering of voorziening ontvangt op grond van de
Werkloosheidswet, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen
arbeidsongeschiktheidscriteria, de Ziektewet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene
nabestaandenwet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten of de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
B. [MvT]
Artikel 38 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt de zinsnede "de Wet arbeid gehandicapte
werknemers"
vervangen door: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt de zinsnede "en subonderdeel
9" vervangen door: en subonderdeel 9 tot en met 12.
C. [MvT]
In artikel 74, vijfde lid, wordt
de zinsnede "subonderdeel 1 tot en met 4" vervangen door: subonderdeel
1 tot en met 4, 10 en 12.
D. [MvT]
In artikel 84, tweede lid, wordt
de zinsnede "en de Algemene Kinderbijslagwet" vervangen
door: , Algemene Kinderbijslagwet en de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
E. [MvT]
In artikel 107 wordt de zinsnede "en 24, vierde lid, van de Algemene
Kinderbijslagwet" vervangen
door: 24, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en
artikel 21,
zesde lid, 35, vierde lid, en 46, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
Art. 67. Ziektewet
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Ziektewet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 21 vervalt de zinsnede ", behalve voor zover hij een reïntegratie-uitkering op grond
van artikel 63 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
ontvangt".
B. [MvT]
Artikel 29b wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen
door:
-1. De werknemer die onmiddellijk
voorafgaand aan zijn dienstbetrekking arbeidsgehandicapte is in de zin
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten heeft vanaf
de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over
perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die gelegen zijn in
de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.
2. Na het derde lid wordt, onder
vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een nieuw vierde lid
ingevoegd, luidende:
-4. Indien de werknemer, bedoeld
in het eerste lid, werkzaam is op een arbeidsovereenkomst als bedoeld
in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening, wordt het
dagloon, bedoeld in het tweede en derde lid, verminderd met het, naar
werkdagen herleide, aan de werkgever verstrekte subsidiebedrag,
bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening.
3. Het tot vijfde lid vernummerde
vierde lid wordt vervangen door:
-5. Dit artikel is niet van
toepassing, wanneer:
a. de werknemer jegens de
werkgever bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak op
betaling van loon kan maken;
b. de werknemer werkzaam is in
een dienstbetrekking in de zin van de Wet sociale
werkvoorziening.
Art. 68. Werkloosheidswet
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Werkloosheidswet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan het einde van onderdeel b van
artikel 17a wordt de punt vervangen door een puntkomma en vervalt het woord
"of", waarna een onderdeel wordt toegevoegd, luidend als volgt:
c. met toepassing van artikel 23,
tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een reïntegratie-uitkering ontvangt
als bedoeld in artikel 23 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
B. [MvT]
In het eerste lid, onderdeel a,
van artikel 17b wordt de zinsnede "of een toelage ontvangt op grond van
artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet" vervangen door: of een reïntegratie-uitkering ontvangt
als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
C. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, vervalt de zinsnede "of die een toelage ontvangt op grond van artikel 58,
eerste of derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet die, al
dan niet vermeerderd met één van de genoemde uitkeringen, 70% of meer
bedraagt van het dagloon of grondslag waarnaar de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend".
2. In het eerste lid, onderdeel k, vervalt het woord "of".
3. Aan het eerste lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel l door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidend als volgt:
m. een uitkering ontvangt als
bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten in verband met het volgen van scholing of opleiding.
D. [MvT]
In artikel 21, derde lid,
onderdeel b, wordt de zinsnede "wegens andere omstandigheden dan ziekte of
arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de werknemer een uitkering ontvangt
als bedoeld in artikel 19, eerste lid" vervangen door: wegens andere
omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid of het volgen van scholing of
opleiding, ter zake waarvan de werknemer een uitkering
ontvangt als bedoeld in artikel 19, eerste lid,
onderdeel a, b, c,
d of m.
E. [MvT]
In artikel 72, derde lid, wordt
de zinsnede "inhoudt dat moeilijk plaatsbare werkloze werknemers"
vervangen door: inhoudt dat moeilijk plaatsbare werkloze werknemers,
niet zijnde arbeidsgehandicapten als bedoeld in artikel 10 van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
F.
Aan artikel 73, eerste lid, wordt,
onder vervanging van een punt door een komma, een zinsnede
toegevoegd, luidende: voor zover het Landelijk instituut sociale verzekeringen
aan de werknemers die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in artikel 2 van
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten niet al
voorzieningen toekent, die overeenkomen met die voorzieningen. De eerste
zin is niet van toepassing indien de uitkeringsgerechtigde een jongere
is voor wie de periode van één jaar als bedoeld in artikel 9 van de Wet
inschakeling werkzoekenden is verstreken.
G. [MvT]
Artikel 93 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel b wordt "artikel 29, tweede lid, onderdeel d,
e, f en g" vervangen door: artikel
29,
tweede lid, onderdeel d, e en f.
2. Onderdeel g wordt vervangen
door:
g. het op grond van artikel 42
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te
dragen bedrag;.
Art. 69. Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt vervangen door:
c. degene ten aanzien van wie of
ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of
hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
B. [MvT]
Hoofdstuk IIa wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het opschrift van hoofdstuk IIa komt te luiden:
HOOFDSTUK IIA. Garantieregeling voor oudere arbeidsongeschikten, samenloop,
verstrekkingen die onvervreemdbaar zijn en verstrekkingen die niet vatbaar zijn
voor beslag
2. De paragrafen 1, 3, 4 en 5
vervallen.
3. Het opschrift boven artikel 61
vervalt.
4. Het opschrift boven artikel 65
vervalt.
5. Het opschrift boven artikel 65a vervalt.
C. [MvT]
Artikel 70 vervalt.
D. [MvT]
Artikel 74 vervalt.
E.
Artikel 75a, derde lid, wordt
vervangen door:
-3. Het eerste lid is niet van
toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering
wordt toegekend aan een werknemer die:
a. bij het aangaan van de
dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, arbeidsgehandicapte was als
bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
b. tot de dag waarop de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend arbeidsgehandicapte is gebleven;
en
c. een periode van zes jaar, te
rekenen vanaf de dag waarop de dienstbetrekking, bedoeld onder a, is aangegaan, niet is verstreken.
De periode van zes jaar, bedoeld
onder c, is niet van toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op
een voordien op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende
uitkering.
F.
Aan artikel 76c wordt, onder
vervanging van de punt door een puntkomma, een nieuw onderdeel
toegevoegd, luidende:
i. bij ministeriële regeling te
bepalen baten voor het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, de
uitvoeringsinstellingen of de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in
verband met de overgang van personeel en
vermogensbestanddelen naar de Arbeidsvoorzieningsorganisatie voor het verrichten van
werkzaamheden, gericht op de bevordering van inschakeling in
de arbeid van arbeidsgehandicapten in de zin van artikel 2 van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
G. [MvT]
Artikel 76d, eerste lid, wordt
vervangen door:
-1. Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds komen, met inachtneming van artikel 76f:
a. de door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen,
alsmede de op grond van enige wet over deze uitkeringen door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet
op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
b. de kosten die zijn verbonden
aan de uitvoering van deze wet;
c. de gelden die door toepassing
van artikel 79 worden overgeheveld naar de Arbeidsongeschiktheidskas;
d. de in artikel XIII van de Wet
afschaffing malus en bevordering reïntegratie bedoelde
bonusuitkeringen;
e. de schade, bedoeld in artikel 75f, tweede lid, die wordt vergoed aan een
eigenrisicodrager;
f. het gezamenlijke bedrag van de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakantie-uitkeringen die
niet zijn uitbetaald wegens het genieten van loon als bedoeld in artikel
44, derde lid, en dat op grond van artikel 44, vierde lid, wordt afgedragen
aan ’s Rijks kas, vermeerderd met het bedrag aan premies dat het
Landelijk instituut sociale verzekeringen bij wel-uitbetaling daarover op grond
van enige wet verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan worden gebracht;
g. het op grond van artikel 42
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te
dragen bedrag;
h. bij ministeriële regeling te
bepalen kosten in verband met de overgang van personeel en
vermogensbestanddelen naar de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
voor het verrichten van werkzaamheden gericht op de bevordering van
inschakeling in de arbeid van arbeidsgehandicapten in de zin van artikel 2 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
H. [MvT]
Artikel 76f, vierde lid, wordt
vervangen door:
-4. Het eerste lid is niet van
toepassing, indien:
a. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel
71, eerste lid, door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt betaald en op grond van
artikel 71, derde lid, niet op een eigenrisicodrager wordt verhaald;
b. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft die op grond van artikel 75a, vierde lid, door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt betaald en niet kan worden
verhaald op een kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in
artikel 75; of
c. het een
arbeidsongeschiktheidsuitkering betreft toegekend aan een werknemer die:
1º. bij het aangaan van de
dienstbetrekking waaruit de arbeidsongeschiktheid is ontstaan arbeidsgehandicapte
was als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten;
2º. tot de dag waarop de
arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend arbeidsgehandicapte is gebleven;
en
3º. een periode van zes jaar, te
rekenen vanaf de dag waarop de dienstbetrekking, bedoeld onder a, is aangegaan, niet is verstreken.
De periode van zes jaar, bedoeld
onder 3º, is niet van toepassing indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aansluiting op
een voordien op grond van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten toegekende
uitkering.
I. [MvT]
Artikel 76g vervalt.
J. [MvT]
Artikel 77b wordt vervangen door:
Art. 77b.
-1. De basispremie is niet
verschuldigd over het loon van een werknemer die arbeidsgehandicapte is in de zin van
artikel 2 van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het totaalbedrag
van de
premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte werknemers die tot hem in
dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de som van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
ten minste gelijk is aan 5 procent van de premieplichtige loonsom
van de werkgever in dat kalenderjaar.
-2. De basispremie is voor twee derde deel niet verschuldigd over het loon van de
werknemer die
arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het
totaalbedrag van de premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte
werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de
som van de aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten minste gelijk is aan
4 procent, doch minder dan 5 procent, van de premieplichtige loonsom van de werkgever in dat
kalenderjaar.
-3. De basispremie is voor een derde deel niet verschuldigd over het loon van de
werknemer die
arbeidsgehandicapte is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten indien de werkgever aantoont dat het totaalbedrag
van de premieplichtige loonsom van de arbeidsgehandicapte werknemers
die tot hem in dienstbetrekking staan in een kalenderjaar en de som van de
aan hen in dat kalenderjaar verstrekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
ten minste gelijk is aan 3 procent, doch minder dan 4 procent, van
de premieplichtige loonsom van de werkgever in dat kalenderjaar.
-4. Indien het eerste, tweede of
derde lid toepassing vindt, kent het Landelijk instituut sociale
verzekeringen voorts een korting toe op de door de werkgever in het in dat lid
bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die gelijk is aan
een percentage van het premieplichtige loon van de werkgever in dat
kalenderjaar, doch:
a. bij toepassing van het eerste
lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat
kalenderjaar;
b. bij toepassing van het tweede
lid, tot een bedrag dat gelijk is aan twee derde deel van een percentage
van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon
per werknemer in dat kalenderjaar;
c. bij toepassing van het derde
lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een derde deel van een percentage
van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon
per werknemer in dat kalenderjaar.
-5. Bij de vaststelling van het in
het vierde lid bedoelde premieplichtige loon van de werkgever blijft het
bedrag aan loon van de arbeidsgehandicapte werknemers, bedoeld in het
eerste, tweede of derde lid, buiten beschouwing.
K. [MvT]
Artikel 77c wordt vervangen door:
Art. 77c.
-1. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen kent aan de werkgever die één of meer opdrachten
verleent aan een bedrijf waar arbeid wordt verricht onder aangepaste
omstandigheden als bedoeld in de Wet sociale
werkvoorziening, een korting toe
op de door hem verschuldigde basispremie indien hij aantoont dat de netto
toegevoegde waarde die met de opdrachten is gemoeid ten minste
gelijk is aan 3 procent van zijn premieplichtige loonsom in het
kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend. De netto toegevoegde
waarde, bedoeld in de eerste zin, wordt jaarlijks bij ministeriële
regeling vastgesteld op een percentage van de omzet die met de opdrachten is
gemoeid, welk percentage verschillend kan worden vastgesteld
afhankelijk van de aard van de opdracht en de omstandigheden waaronder die
wordt uitgevoerd.
-2. De korting, bedoeld in het
eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde,
bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan het
premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde waarde, bedoeld in
het eerste lid, ten minste gelijk is aan 5 procent van de premieplichtige
loonsom van de werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten
zijn verleend.
-3. De korting, bedoeld in het
eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde,
bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan twee derde van het
premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde
waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 4 procent, doch
minder dan 5 procent, van de premieplichtige loonsom van de
werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-4. De korting, bedoeld in het
eerste lid, is gelijk aan een percentage van de netto toegevoegde waarde,
bedoeld in het eerste lid, welk percentage gelijk is aan een derde van het
premiepercentage, bedoeld in artikel 77, indien de netto toegevoegde
waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste gelijk is aan 3 procent, doch
minder dan 4 procent, van de premieplichtige loonsom van de
werkgever in het kalenderjaar waarin de opdrachten zijn verleend.
-5. Indien het tweede, derde of
vierde lid toepassing vindt, kent het Landelijk instituut sociale
verzekeringen voorts een korting toe op de door de werkgever in het in het eerste
lid bedoelde kalenderjaar verschuldigde basispremie, die gelijk is aan
een percentage van het premieplichtige loon van de werkgever in dat
kalenderjaar, doch:
a. bij toepassing van het tweede
lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een percentage van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer in dat
kalenderjaar;
b. bij toepassing van het derde
lid, tot een bedrag dat gelijk is aan twee derde deel van een percentage
van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon
per werknemer in dat kalenderjaar;
c. bij toepassing van het vierde
lid, tot een bedrag dat gelijk is aan een derde deel van een percentage
van ten hoogste vijftienmaal het gemiddelde premieplichtige loon
per werknemer in dat kalenderjaar.
L. [MvT]
Artikel 77d wordt vervangen door:
Art. 77d.
Aan de werkgever die aantoont dat
hij in een kalenderjaar werknemers in dienst heeft die
arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten en in dat jaar één of meer opdrachten verleent aan een
bedrijf waar arbeid wordt verricht onder aangepaste omstandigheden als
bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening, en die niet in aanmerking komt
voor een korting als bedoeld in de artikelen 77b
en 77c, wordt:
a. door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen, overeenkomstig artikel 77b, vierde lid,
onderdeel c, en artikel 77c, vierde en vijfde lid, onderdeel c, een korting
toegekend op de door hem verschuldigde basispremie en is hij,
b. overeenkomstig artikel 77b,
derde lid, de basispremie niet verschuldigd over het loon van de
tot hem in dienstbetrekking staande arbeidsgehandicapte werknemers,
bedoeld in artikel 77b, indien hij aantoont dat de som
van de netto toegevoegde waarde, bedoeld in artikel 77c, eerste lid, en het
totaalbedrag, bedoeld in artikel 77b, eerste lid, ten minste
gelijk is aan 5 procent van zijn premieplichtige loonsom in het kalenderjaar
waarin de opdracht is verleend.
M. [MvT]
Artikel 77e wordt vervangen door:
Art. 77e.
-1. Het gemiddelde premieplichtige
loon per werknemer, bedoeld in artikel 77b en
artikel 77c, wordt
vastgesteld door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen.
-2. De in artikel 77b, vierde lid,
en artikel 77c, vijfde lid, bedoelde percentages worden bij
ministeriële regeling vastgesteld.
-3. Met betrekking tot de
artikelen 77b, 77c en 77d
kunnen bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld.
Art. 70.
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 41, eerste lid, onderdeel e, wordt vervangen door:
e. de verzekerde ten aanzien van
wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als
bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt
overwogen.
B. [MvT]
In artikel 70, tweede lid,
vervalt de zinsnede "alsmede de verzekerde ten aanzien van wie een voorziening,
een toelage of vergoeding, dan wel een inkomenssuppletie als bedoeld in
artikel 41, eerste lid, onderdeel e, wordt verleend of overwogen".
C. [MvT]
Artikel 80 wordt vervangen door:
Art. 80. Uitgaven ten laste
van Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen
Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen komen:
a. de op grond van deze wet te
betalen uitkeringen;
b. de op grond van enige wet over
de uitkeringen op grond van deze wet door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
c. het op grond van artikel 58,
vierde lid, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
d. het op grond van artikel 42
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te
dragen bedrag;
e. de aan de uitvoering van deze
wet verbonden kosten.
D. [MvT]
Artikel 88 vervalt.
Art. 71.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
De onderdelen c en d van artikel 33, eerste lid, worden vervangen door:
c. de jonggehandicapte ten
aanzien van wie of ten behoeve van wie reïntegratie-instrumenten als
bedoeld in hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten zijn toegekend of waarvan toekenning wordt
overwogen;
d. de ingezetene die de leeftijd
van 17 jaar nog niet heeft bereikt en ten aanzien van wie of ten behoeve
van wie reïntegratie-instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 3 of
hoofdstuk 4 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten zijn
toegekend of waarvan toekenning wordt overwogen.
B. [MvT]
In artikel 62, tweede lid,
vervalt de zinsnede "alsmede de jonggehandicapte of de ingezetene
die de leeftijd van 17 jaar nog niet heeft bereikt, ten aanzien van
wie een voorziening, een toelage of vergoeding als bedoeld in artikel
33, eerste lid, onderdeel d of e, wordt verleend of overwogen".
C. [MvT]
Artikel 65, eerste lid, wordt
vervangen door:
-1. Ten laste van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten komen:
a. de op grond van deze wet te
betalen uitkeringen;
b. de op grond van enige wet over
de uitkeringen op grond van deze wet door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen verschuldigde premies die niet op deze
uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
c. het op grond van artikel 50,
vierde lid, aan ’s Rijks kas af te dragen bedrag;
d. het op grond van artikel 42
van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te
dragen bedrag;
e. de aan de uitvoering van deze
wet verbonden kosten.
D. [MvT]
Artikel 67 vervalt.
Art. 72.
Beroepswet [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
In onderdeel C van de bijlage bij de Beroepswet worden na onderdeel 11 twee onderdelen ingevoegd,
luidende:
11a. Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
11b. Artikel 4, tweede lid, en 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996.
Art. 73.
Wet op de economische
delicten [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
In artikel 1, onder 4º, van de Wet
op de economische delicten wordt "de Wet arbeid gehandicapte werknemers, artikel 6, tweede tot en met
vierde lid, voor zover daarin van
de Arbeidsomstandighedenwet de artikelen 36, derde en zesde lid,
derde zin, en 40, vijfde tot en met zevende zin, van overeenkomstige
toepassing zijn verklaard" vervangen door: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 9, eerste en tweede
lid, voor zover daarin artikel 36,
tweede en zesde lid, en 40 van de Arbeidsomstandighedenwet van overeenkomstige toepassing zijn
verklaard.
Art. 74.
Wet privatisering ABP [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Artikel 67 van de Wet
privatisering ABP vervalt.
HOOFDSTUK
11
Overgangsbepalingen
Art. 75. Overgangsbepaling
artikel 57, 57a, 58 en 59b AAW [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
1998, 742; Stb. 2001, 625;
Stb. 2005, 525; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Artikel 57 van de
AAW en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing
op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een voorziening tot
behoud,
herstel of ter
bevordering van de arbeidsgeschiktheid, zolang die voorziening wordt
verstrekt.
-2. Artikel
57a van de AAW
en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing
op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor vergoeding van kosten
als bedoeld in dat
artikel, zolang deze vergoeding niet daadwerkelijk geheel is verleend.
-3. Artikel 58 van de
AAW, zoals dit artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding
van deze wet, blijft van toepassing op de persoon die vóór die datum een
aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een toelage of
vergoeding, zolang die toelage of vergoeding wordt verleend.
-4. Artikel
59b van de AAW
en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing
op de persoon die vóór die datum een aanvraag heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor inkomenssuppletie.
-5. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat de toepasselijkheid van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het eerste lid:
a. met betrekking tot
voorzieningen op grond van artikel 57, eerste en tweede lid, onderdeel b, van
die wet met ingang van een bij die
regeling te bepalen datum
eindigt;
b. met betrekking tot
voorzieningen op grond van artikel 57, tweede lid, onderdeel c, toegekend
aan personen die buiten het Rijk verblijven, wordt voortgezet
indien voor de voortzetting van deze voorziening een nieuw besluit van
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
noodzakelijk is. [RvlbA]
-6. De
bruikleenovereenkomst of de overeenkomst met betrekking tot het in gebruik geven van een
blindengeleidehond tussen het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen
en een persoon aan wie een voorziening is toegekend op grond van artikel
57 van de AAW, zoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet,
betreffende de verstrekking van een blindengeleidehond, wordt met ingang
van
de datum die is bepaald op grond van het vijfde lid, onderdeel a, of indien de overeenkomst op een latere datum
is aangegaan, met
ingang van die datum, aangemerkt als een bruikleenovereenkomst of een overeenkomst met
betrekking tot het in gebruik geven van een blindengeleidehond tussen het College
zorgverzekeringen, genoemd in artikel
58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet,
en genoemde persoon.
-7. De overeenkomst tot levering of de
overeenkomst met betrekking tot het in gebruik geven van een blindengeleidehond tussen een persoon of
rechtspersoon die blindengeleidehonden
opleidt en het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, dat genoemde
overeenkomst aangaat of is aangegaan met als doel deze hond te verstrekken
aan een persoon aan wie deze voorziening is toegekend op grond
van artikel 57 van de AAW, zoals dat luidde vóór de inwerkingtreding
van deze wet, wordt met ingang van de datum die is bepaald op grond van
het vijfde lid, onderdeel a, of indien de overeenkomst op een latere datum is
aangegaan, met ingang van die datum, aangemerkt als een overeenkomst tot levering of een
overeenkomst
met betrekking tot het in gebruik
geven van een blindengeleidehond tussen de persoon of rechtspersoon die
blindengeleidehonden opleidt en het College zorgverzekeringen.
-8. De blindengeleidehond die op of na
de op grond van het vijfde lid, onderdeel a, vastgestelde datum tot het eigendom
van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen behoort, wordt
met ingang van de datum waarop het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen eigendom heeft verkregen, doch niet eerder dan met ingang van de
op grond van het vijfde lid, onderdeel a, vastgestelde datum, eigendom van het College zorgverzekeringen.
Art. 76. Overgangsbepaling
artikel 60, 62, 63 en 64 WAO [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
2001, 625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
Artikel 60 van de
WAO en de daarop
berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet,
blijven van toepassing op de persoon
aan wie vóór die datum loonsuppletie is toegekend, zolang die suppletie
duurt.
-2. Artikel 62 van de WAO en de daarop
berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet,
blijven van toepassing op de werkgever
aan wie vóór die datum een loonkostensubsidie is toegekend, zolang die subsidie
duurt.
-3. Artikel 63 van de WAO en de daarop
berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet,
blijven van toepassing op de persoon
aan wie vóór die datum een reïntegratie-uitkering is toegekend, zolang de in
het vijfde lid van dat artikel bedoelde periode van ten hoogste drie maanden
niet is verstreken.
-4. Artikel 64 van de WAO, zoals dit
artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet,
blijft van toepassing op de financiering van de kosten van opleiding of scholing die vóór die datum door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen werden
gefinancierd, zolang die financiering niet geheel heeft plaatsgevonden.
Art. 76a. Overgangsbepaling
arbeidsgehandicapte [Geschiedenis:
Stb. 1998, 742; Stb.
2002, 69; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Voor de toepassing van artikel
2,
tweede lid, wordt onder de persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
a, van
dat artikel, tevens verstaan de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de
AAW, op een met overeenkomstige
toepassing van de WAO toegekende
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 32, eerste
lid, van
de Wet privatisering
ABP, op een pensioen ter
zake van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel E 6, eerste lid, van
de Algemene militaire pensioenwet zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaande aan de intrekking daarvan, op een pensioen ter zake van
arbeidsongeschiktheid op grond van de Kaderwet
militaire pensioenen en
de daarop berustende bepalingen of op een uitkering die naar aard en
strekking met één van de genoemde uitkeringen overeenkomt en wordt onder de
arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in onderdeel a, tevens verstaan een
uitkering als hiervoor bedoeld.
Art. 77. Overgangsbepaling Wet einde toegang verzekering WAZ
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
2001, 644; Stb. 2004, 324;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ
verzekerd is op grond van de WAZ en vóór of op die dag een aanvraag
heeft ingediend of in aanmerking is gebracht voor een voorziening op
grond van artikel 22 of een verstrekking op grond van
artikel 30, wordt
voor de toepassing van die artikelen met betrekking tot en voor de duur
van die voorziening of verstrekking geacht verzekerd te zijn op grond
van de WAZ.
-2. Indien het eerste lid toepassing vindt, wordt in artikel
22, derde
lid, voor "werkzaamheden op grond waarvan de arbeidsgehandicapte
verzekerd is voor de WAZ" gelezen: werkzaamheden als zelfstandige,
beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot als bedoeld in de WAZ.
-3. De persoon die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Regeling
tot intrekking van de Experimentele regeling subsidieverstrekking
arbeidsgehandicapten een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 33
heeft ingediend en op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ
verzekerd was op grond van de WAZ, wordt voor de toepassing van artikel
33 met betrekking tot en voor de duur van het tijdvak van de subsidie
geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.
-4. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ
verzekerd is op grond van de WAZ en ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
werkzaamheden als bedoeld
in artikel 10, derde lid, laat verrichten, wordt voor de toepassing van
dat artikel met betrekking tot en voor duur van die werkzaamheden geacht
verzekerd te zijn op grond van de WAZ.
-5. De persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ
verzekerd is op grond van de WAZ en vóór of op die dag een aanvraag om
een individuele reïntegratieovereenkomst als bedoeld in artikel 4.2 van
het Besluit SUWI heeft ingediend, wordt voor de toepassing van artikel
10, derde lid, met betrekking tot en voor de duur van het tijdvak van de
overeenkomst geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ.
Art. 78. Overgangsbepaling
reïntegratie-instrumenten arbeidsgehandicapten [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
2001, 259; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Toekenning van voorzieningen als
bedoeld in artikel 22 en 31 van financiering van, of tegemoetkoming in
de kosten van, kinderopvang als bedoeld in artikel 22a
en van
toelagen als bedoeld in artikel 28 vindt uitsluitend plaats voor zover
ten aanzien van de arbeidsgehandicapte artikel 75, eerste of derde lid,
geen toepassing vindt of ten aanzien van de werkgever van de
arbeidsgehandicapte werknemer artikel 75, tweede lid, geen toepassing
vindt. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing
op de verstrekking van een subsidie in de vorm van een persoonsgebonden budget als bedoeld in
artikel 33.
-2. Toekenning van een reïntegratie-uitkering als bedoeld in
artikel 23, eerste lid, vindt uitsluitend plaats indien
de werkzaamheden op een proefplaats of de scholing of opleiding zijn
aangevangen op of na de dag waarop deze wet in werking treedt.
-3. Toekenning van inkomenssuppletie
als bedoeld in artikel 29 vindt uitsluitend plaats aan een persoon die op of na de
dag van inwerkingtreding van deze wet arbeidsgehandicapte is geworden in de zin van
artikel 2.
-4. Toekenning van loonsuppletie als
bedoeld in artikel 32 vindt uitsluitend plaats ter zake van een
dienstbetrekking die is aangevangen op of na de dag waarop deze wet in werking
treedt.
Art. 79. Overgangsbepaling
Reïntegratiefonds [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
1998, 742; Stb. 2001,
625; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Na inwerkingtreding van deze wet
komen ten laste van het Reïntegratiefonds:
a. de op grond van artikel 57, 57a, 58
en 59b van de AAW
toegekende voorzieningen, vergoedingen, toelagen
en inkomenssuppleties, bedoeld in artikel 75;
b. de op grond van artikel 60, 62,
63
en 64 van de WAO toegekende loonsuppleties, loonkostensubsidies,
reïntegratie-uitkeringen en kosten
van scholing of opleiding, bedoeld in
artikel 76.
-2. De middelen tot dekking van de
uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
a, worden verkregen uit een bijdrage uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds.
-3. De middelen tot dekking van de
uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
b, worden verkregen uit een bijdrage uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Art. 80. Overgangsbepaling
regres [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Artikel 49 is uitsluitend van
toepassing indien de arbeidshandicap, bedoeld in artikel
49, eerste lid, veroorzaakt
is
op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Art. 81. Overgangsbepaling
artikel 29b Ziektewet [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
1998, 742; Stb. 1999, 564;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1.
Artikel
29b van de ZW, zoals dit
artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet,
blijft van toepassing op de persoon die geen arbeidsgehandicapte is als bedoeld in
artikel 2.
-2. In afwijking van het eerste lid
blijft artikel 29b van de ZW, zoals dat artikel luidde voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze wet, niet van toepassing op de persoon die werkzaam is
in een dienstbetrekking in de zin van de Wsw die is aangevangen
voorafgaand aan de dag waarop deze wet in werking treedt.
-3. Artikel 29b
van de ZW is niet van
toepassing indien de dienstbetrekking met de in het eerste lid van dat
artikel bedoelde werknemer is aangevangen voorafgaand aan de dag waarop deze wet
in werking treedt en op die werknemer artikel 29b
van de ZW, zoals
dat artikel luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet,
niet van toepassing was.
Art. 82. Vervallen.
[Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
2001, 625]
Art. 83. Overgangsbepaling
artikel 75a WAO [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Onder arbeidsongeschiktheidsuitkering
als bedoeld in artikel 75a, derde lid, van de WAO wordt uitsluitend
verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend aan een werknemer
ter zake
van arbeidsongeschiktheid uit een dienstbetrekking die op of na 1
januari 1998 is aangegaan.
Art. 84. Overgangsbepaling
artikel 76f WAO [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998; Stb.
2001, 628; Stb. 2003,
555; Stb. 2005, 37;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Onder arbeidsongeschiktheidsuitkering
als bedoeld in artikel 76f, zesde lid, onderdeel c, van de
WAO wordt
uitsluitend verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend aan
een werknemer ter zake
van arbeidsongeschiktheid uit een dienstbetrekking die op of na
1 januari 1998 is aangegaan.
Art. 85. Beschikkingen
reïntegratie-instrumenten WAO en AAW [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Beschikkingen op grond van
artikel 60, 62,
63 en 64 van de WAO worden na inwerkingtreding van deze wet
aangemerkt als beschikkingen op grond van deze wet.
-2. Beschikkingen op
grond van artikel 57, 57a, 58 en 59b van de AAW
worden na inwerkingtreding
van deze wet aangemerkt als beschikkingen op grond van deze wet.
Art. 86. Beschikkingen
Wet arbeid gehandicapte werknemers [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Beschikkingen op grond
van artikel 6 en 8 van de Wet arbeid gehandicapte werknemers, zoals deze
wet luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden na de inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als
beschikkingen
op grond van deze wet.
Art. 87. Titel
4.2 van de Algemene wet bestuursrecht [Geschiedenis:
MvT; versie 23 april 1998;
Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Titel 4.2 van de
Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken als bedoeld in dit
hoofdstuk.
Art. 87a.
Overgangsbepaling inzake artikel 49b [Geschiedenis:
Stb. 2001, 692; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. Op aanvragen van
subsidie als bedoeld in artikel 44, tweede lid, ontvangen vóór de dag van
inwerkingtreding van artikel IV van de Verzamelwet SZW-wetten
2001, blijft artikel 49b, vierde lid, zoals dat luidde op de dag
vóór de
dag van inwerkingtreding van dat artikel IV, van toepassing.
-2. Op aanvragen van
voorzieningen als bedoeld in paragraaf 1 of 3 van hoofdstuk
4, ontvangen
vóór 1 januari 2004, blijft artikel 49b, derde lid, zoals dat luidde op 31
december 2003, van toepassing.
Art. 87b.
Overgangsbepaling artikelen 15 tot en met 21a [Geschiedenis:
Stb. 2001, 644; Stb.
2003, 544; Stb.
2005, 382; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De artikelen 15 tot en
met 21a en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van
artikel 16a, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel 57 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel I van de Wet van 14 december 2001, houdende wijziging van socialezekerheidswetten
(Belastingplan 2002
V - Socialezekerheidswetgeving),
blijven van toepassing op dienstbetrekkingen die zijn aangegaan tot en
met 31 december 2001 en ingeval een werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever
heeft hervat vóór 1
januari 2002 dan wel nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud,
herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid van die werknemer voor de
eigen arbeid vóór die datum.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen voert de uit het eerste lid
voortvloeiende
werkzaamheden uit.
-3. Een aanvraag voor een
subsidie op grond van het in het eerste lid bedoelde artikel 15 kan
tot 1 januari 2004 worden ingediend.
-4. Een aanvraag voor een subsidie op grond van het in het eerste lid
bedoelde artikel 16 of 17
of een aanvraag voor een pakket op maat op grond van het in het eerste
lid bedoelde artikel 18 kan tot 1 juli 2005
worden ingediend.
Art. 87c. Overgangsbepaling in verband met verlenging
loondoorbetalingsverplichting bij ziekte [Geschiedenis:
Stb. 2003, 555; Stb.
2005, 65; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659; Stb.
2005, 708]
-1. Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van ongeschiktheid tot
het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen vóór 1 januari
2004 blijft artikel 5, tweede lid, van toepassing zoals
dat luidde op
31 december 2003.
-2. Voor de bepaling van de eerste dag van ongeschiktheid tot het
verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zwangerschap of bevalling,
bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken
geacht eenzelfde, niet-onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen
indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken
opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een
periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op
grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8
of 3:10, eerste lid, van de Wet
arbeid en zorg,¹ tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht
kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
1. Volgens de redactie
dient na "Wet
arbeid en zorg" te worden ingevoegd: wordt genoten.
Art. 87d. Overgangsbepaling subsidie
reïntegratieactiviteiten [Geschiedenis:
Stb. 2003, 555; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659; Stb.
2005, 708]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan
de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de
werknemer wiens
eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens
ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel
15,
zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, subsidie voor noodzakelijk
te maken kosten van werkzaamheden verstrekken indien de aanvraag is
ingediend vóór 1 april 2004.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan
de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de
werknemer wiens
eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens
ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel
15,
zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, een aanvullende subsidie
voor noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden, in verband met de
indiensttreding van zijn arbeidsgehandicapte werknemer bij een andere
werkgever, verstrekken indien de aanvraag is ingediend vóór 1 juli 2005
en een subsidie als bedoeld in het eerste lid is verstrekt.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan
de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de
werknemer wiens
eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens
ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel
16,
zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, subsidie verstrekken voor
het totaal van de kosten ten behoeve van die werknemer en verband
houdende met kosten die voortvloeien uit scholing, training en
begeleiding van die werknemer, indien de aanvraag is ingediend vóór 1
april 2004.
-4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en afwijkende
regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder en het tijdvak
waarvoor de subsidie op grond van het eerste, tweede en derde lid wordt
verstrekt.
Art.
87e. Overgangsbepaling vereenvoudigingsvoorstellen [Geschiedenis:
Stb. 2004, 728; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
-1. De artikelen 22,
tweede lid, onderdeel c, 22a, eerste
lid, 23 tot en met 27, 34, eerste
lid, 35, eerste lid, 36, eerste lid,
en 37 en de daarop berustende bepalingen, zoals die
luidden op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet
van 23 december 2004 tot wijziging van enkele socialeverzekeringswetten
en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige
vereenvoudigingen blijven van toepassing op de arbeidsgehandicapte
die vóór de datum van inwerkingtreding van die
wet:
a. een voor hem, naar het oordeel
van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, noodzakelijke opleiding of scholing volgt;
of
b. een reïntegratie-uitkering als
bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten,¹ zoals dat artikel luidde op de
dag vóór de inwerkingtreding van de in de aanhef
genoemde wet, ontvangt;
voor de duur van die opleiding of scholing respectievelijk die reïntegratie-uitkering.
-2. Artikel 16, eerste
lid, onderdeel a, zoals dat luidde op de dag vóór
inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2004
tot wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere
wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen
blijft van toepassing op aanvragen voor subsidie voor extra reïntegratiekosten
als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder
a en b, die vóór de datum van inwerkingtreding van die
wet zijn ingediend.
1. Volgens de redactie dient de
zinsnede "van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten," te vervallen.
HOOFDSTUK
12
Slotbepalingen
Art. 88. Vervallen
artikel 4, 57, 57a, 58 en 59b AAW [Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Artikel 4, 57,
57a, 58
en 59b van de AAW
vervallen.
Art. 89. Intrekking
Wet arbeid gehandicapte werknemers [Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
De Wet arbeid
gehandicapte werknemers wordt ingetrokken.
Art. 90.
[Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Zolang artikel
46,
zesde lid, van deze wet niet in werking is getreden, wordt aan het tweede lid van
dat artikel een zin toegevoegd, luidende:
Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen
stelt regels met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Art. 91.
[Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 17 november 1994 ingediende voorstel van wet houdende
wijzigingen van het Wetboek
van Strafrecht en andere wetten met het oog op
de opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige strafbepalingen inzake
het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te voldoen aan
wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken (concentratie
strafbaarstelling frauduleuze gedragingen; Kamerstukken 23 993) tot wet wordt
verheven en in werking is getreden, vervallen de artikelen
54, 55,
56 en 58 en wordt aan artikel 57 een zin toegevoegd, luidende:
De in de
eerste zin bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.
Art. 92. Inwerkingtreding
[Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Deze wet treedt in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 19 juni 1998, Stb. 1998, 369, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 1998, met uitzondering van artikel
46, zesde lid, en artikel 88 voor zover dat betrekking heeft op artikel
57, eerste lid (blindengeleidehond) en tweede lid, onderdeel k
(doventolk), van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, welke artikelen
op een later bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking
treden (zie daartoe het Besluit
van 19 juni 1998), red.
Art. 93. Citeertitel
[Geschiedenis:
versie 23 april 1998; Stb. 2005,
573; Stb. 2005, 659]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
Lasten en
bevelen dat deze in het
Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen
houden.
Gegeven te ‘s-Gravenhage, 23 april
1998
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de zesentwintigste mei 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
MEMORIE VAN
TOELICHTING
|
|