|
REGELING houdende regels
omtrent de onderlinge verhouding van de ten laste van de verschillende
fondsen komende bijdragen aan het Reïntegratiefonds (Regeling
fondsbelasting Wet Rea)
15 juni 1998/nr.
SV/WV/98/2609
Directie Sociale
Verzekeringen
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 42, tweede
lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
Besluit:
Art. 1.
Verdeling werkloosheidsfondsen/arbeidsongeschiktheidsfondsen
-1. De middelen ter dekking
van de uitgaven ten laste van het
Reïntegratiefonds, bedoeld in artikel 42,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten, worden voor 50 procent
verkregen uit de werkloosheidsfondsen en voor 50 procent uit de
arbeidsongeschiktheidsfondsen gezamenlijk.
-2. Onder de
arbeidsongeschiktheidsfondsen, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan
het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds
jonggehandicapten.
-3. Onder de
werkloosheidsfondsen, bedoeld in het eerste lid,
worden verstaan het Algemeen
Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
-4. Bij toepassing van het
eerste lid blijven de middelen ter dekking van
de uitgaven ten laste van het
Reïntegratiefonds, bedoeld in artikel 79 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, buiten beschouwing.
Art. 2.
Onderlinge
verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen
De ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds
jonggehandicapten komende bijdrage aan het Reïntegratiefonds in
een bepaald kalenderjaar wordt voor elk
van deze fondsen bepaald aan de hand
van de volgende formule:
Bf t = [Uf t-2 : U t-2] x
B t
waarbij:
1. Bf t het bedrag is van de
bijdrage uit een
arbeidsongeschiktheidsfonds, tot dekking van de uitgaven in
een bepaald kalenderjaar ten
laste van het Reïntegratiefonds.
2. Uf t-2 het bedrag is van
de uitkeringsuitgaven die in het tweede
kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten
laste zijn gekomen van het desbetreffende arbeidsongeschiktheidsfonds.
3. U t-2 het totaalbedrag is
van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan
genoemd bepaald
kalenderjaar ten laste zijn gekomen van de arbeidsongeschiktheidsfondsen
gezamenlijk.
4. B t 50 procent is van de
benodigde middelen tot dekking van de
uitgaven in genoemd bepaald
kalenderjaar ten laste van het
Reïntegratiefonds.
Art.
2a. Bijdrage van het Arbeidsongeschiktheidsfonds
jonggehandicapten
In aanvulling op artikel 2 bedraagt de bijdrage ten
laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten jaarlijks €|11,5 miljoen.
Art. 3.
Onderlinge
verdeling werkloosheidsfondsen
De ten laste van de
werkloosheidsfondsen komende bijdrage aan het Reïntegratiefonds in een
bepaald kalenderjaar wordt voor elk
van deze fondsen bepaald aan de hand
van de volgende formule:
Bf t = [Uf t-2 : U t-2] x
B t
waarbij:
1. Bf t het bedrag is van de
bijdrage uit een werkloosheidsfonds,
tot dekking van de uitgaven in een
bepaald kalenderjaar ten laste van
het Reïntegratiefonds;
2. Uf t-2 het bedrag is van
de uitkeringsuitgaven die in het tweede
kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten
laste zijn gekomen van het desbetreffende werkloosheidsfonds;
3. U t-2 het totaalbedrag is
van de uitkeringsuitgaven die in
het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald
kalenderjaar ten laste zijn gekomen van de werkloosheidsfondsen gezamenlijk;
4. B t 50 procent is van de
benodigde middelen tot dekking van de
uitgaven in genoemd bepaald
kalenderjaar ten laste van het
Reïntegratiefonds.
Art. 3a.
Vervallen.
Art. 4.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling fondsbelasting Wet Rea.
Art. 5.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking op het tijdstip waarop artikel 42
van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten in werking treedt.
Deze regeling zal met
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 15 juni
1998.
De Staatssecretaris
voornoemd,
F.H.G. de Grave.
TOELICHTING
[15 juni 1998]
Algemeen
Op grond van
artikel 42,
eerste lid, onderdeel a, van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt het Reïntegratiefonds
gevoed met bijdragen vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) en
de arbeidsongeschiktheidsfondsen,
het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen (Afz) en het
Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten (Afj).
Daarnaast wordt het fonds
gevoed uit ontvangsten uit
terugvordering en opgelegde administratieve
boeten (artikel 42, eerste lid,
onderdeel b).
In het tweede lid van
artikel 42 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten wordt vermeld dat de onderlinge verhouding waarin
de fondsen bijdragen aan het Reïntegratiefonds geregeld wordt bij
ministeriële regeling. Tevens kan bij
deze ministeriële regeling
worden bepaald dat in de middelen tot
dekking van de uitgaven van het Reïntegratiefonds wordt voorzien door het
Rijk.
Onderhavige regeling geeft
de verdeelsleutel die gehanteerd moet worden ter bepaling van de
bijdragen die op grond van artikel 42,
eerste lid, onderdeel a, ten laste komen van
de verschillende fondsen aan het
Reïntegratiefonds. Voor de komende jaren wordt een vaste
verdeelsleutel van 50 (AWf) / 50 (arbeidsongeschiktheidsfondsen) gehanteerd. Op de wat
langere termijn is het de bedoeling
dat de bijdragen van de fondsen
meer gerelateerd zullen worden op de daadwerkelijk per fonds gerealiseerde
besparingen.
De bijdragen die voorzien in
de benodigde middelen voor het
Reïntegratiefonds worden voor 50 procent voorzien vanuit het AWf.
Onder benodigde middelen wordt verstaan de middelen die nodig zijn ter
dekking van de uitgaven [ten laste van, red.] het
Reïntegratiefonds voor zover hier niet in
wordt voorzien door de gelden die het fonds
ontvangt op grond van artikel 42,
eerste lid, onderdeel b, alsmede op
grond van artikel 79 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten. Het Reïntegratiefonds wordt
voor de resterende 50 procent gevoed
uit de arbeidsongeschiktheidsfondsen
gezamenlijk.
De verdeling van de
bijdragen tussen het Aof, het Afz en het Afj
geschiedt naar rato van de jaarlijkse
uitkeringsuitgaven (exclusief
administratiekosten, onderlinge betalingen) van
de onderscheiden fondsen. Onder
de uitkeringsuitgaven worden ook de uitgaven ten behoeve van de Wsw begrepen.
De bijdrage wordt gebaseerd
op de gerealiseerde
uitkeringsuitgaven. Dat betekent dat bij de
begroting van de voeding van het
Reïntegratiefonds in het jaar t de verhouding van
de bijdragen van de verschillende fondsen gebaseerd wordt op de gerealiseerde
uitgaven in jaar t-2.
Het Afz en het Afj, waaruit
mede het Reïntegratiefonds wordt
gevoed, zijn per 1 januari 1998
ingesteld. Dat betekent dat bij de raming van de
voeding van het Reïntegratiefonds
niet teruggegrepen kan worden op de omvang van die fondsen op t-2.
Tevens is met ingang van 1 januari 1998
als gevolg van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wijziging opgetreden in de uitkeringslasten van
het Aof.
Voor de jaren 1998 en 1999
is daarom voor de bepaling van de
verhouding tussen de verschillende
arbeidsongeschiktheidsfondsen een overgangsregeling getroffen.
De verhouding van de
bijdragen van het Aof, het Afz en het Afj
wordt bepaald door de omvang van
deze fondsen, zoals deze voor
1998 zijn geraamd. Op basis van deze cijfers verhouden de bijdragen van
respectievelijk het Aof, het Afj en het Afz
zich als 15:2:1. Deze verhouding kan
ook voor 1999 gehanteerd worden.
Vanaf 2000 kan de omvang worden bepaald
aan de hand van de omvang van de
gerealiseerde uitkeringsuitgaven van de arbeidsongeschiktheidsfondsen.
Een rekenvoorbeeld ter
verduidelijking:
Gesteld dat in 1998 de
omvang van het Reïntegratiefonds
(exclusief niet-premiebaten) wordt geraamd op ƒ360
miljoen. De voeding komt dan voor dat jaar voor ƒ180 miljoen, zijnde 50 procent,
ten laste van het AWf en
voor ƒ180 miljoen ten laste van de
drie bovengenoemde
arbeidsongeschiktheidsfondsen, waarbij het Aof ƒ150 miljoen bijdraagt, het Afj
ƒ20
miljoen en het Afz ƒ10 miljoen.
Ten slotte kan op basis van
artikel 42, tweede lid, van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten worden bepaald dat in de dekking
van de uitgaven van het Reïntegratiefonds
mede wordt voorzien door een
bijdrage van het Rijk. Op dit moment
wordt nog niet in een rijksbijdrage
voorzien en ontbreekt in deze regeling derhalve een bepaling inzake een
rijksbijdrage. Zodra sprake zal zijn van
een rijksbijdrage wordt een daartoe strekkende bepaling in deze
ministeriële regeling opgenomen, waarbij de
bepaling over de verhouding waarin de
verschillende fondsen bijdragen, alsdan
opnieuw zullen worden bezien.
Artikelsgewijs
Artikel
1. Verdeling
Algemeen Werkloosheidsfonds/arbeidsongeschiktheidsfondsen
Dit artikel geeft de
verhouding aan tussen het AWf enerzijds en
de arbeidsongeschiktheidsfondsen
(Aof, Afj, Afz) anderzijds met
betrekking tot de bijdragen aan het
Reïntegratiefonds ter dekking van de uitgaven
ten laste van dat fonds.
De bijdragen dienen ter
dekking van de uitgaven van het
Reïntegratiefonds voor zover hier niet in wordt
voorzien door de bijdragen die
ontvangen worden door toepassing van de
artikelen 21, 35, 46 en
79 van de Wet
op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
Deze verhouding is bepaald
op 50:50. Aan de hand van deze
verhouding stelt het Landelijk instituut
sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bijdrage uit het
AWf vast. De bijdragen uit de
onderscheiden arbeidsongeschiktheidsfondsen worden vastgesteld aan de
hand van de formule neergelegd in
artikel 2.
Artikel
2. Onderlinge
verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen
In dit artikel wordt voor de
structurele situatie, dat wil zeggen de
situatie vanaf het jaar 2000, de mate
geregeld waarin de onderscheiden arbeidsongeschiktheidsfondsen, het
Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen (Afz) en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten
(Afj) bijdragen aan het Reïntegratiefonds ter dekking van de lasten
uit dat fonds. Aan de hand van de in
dit artikel neergelegde formule, waarmee
de bijdrage uit elk
onderscheiden fonds wordt berekend, komt
telkenjare de onderlinge verhouding tussen
de bijdragen uit de verschillende
arbeidsongeschiktheidsfondsen naar voren. Aan de hand van de formule
stelt het Lisv vervolgens voor elk
fonds de bijdrage vast.
De bijdrage uit de
arbeidsongeschiktheidsfondsen afzonderlijk in een bepaald kalenderjaar (jaar
t) wordt bepaald door de
uitkeringsuitgaven van elk onderscheiden fonds
(Uf t-2) af te zetten tegen het totaal
van de uitkeringsuitgaven van de arbeidsongeschiktheidsfondsen gezamenlijk (U t-2).
Het gaat daarbij om de uitkeringsuitgaven in het tweede kalenderjaar daaraan voorafgaand (jaar
t-2), oftewel het tweede kalenderjaar
voorafgaande aan het jaar waarin de
bijdragen moeten worden verleend.
Onder uitkeringsuitgaven worden
uitdrukkelijk alleen de uitgaven verstaan
in de vorm van
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Hieronder worden ook begrepen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
die in verband met de Wsw
worden uitbetaald aan het Rijk.
Andere uitgaven ten laste van de fondsen,
zoals uitgaven ter zake van de uitvoering
van de arbeidsongeschiktheidswetten, blijven hierbij buiten beschouwing.
De deling Uf t-2 : U t-2
levert de mate op waarin uit het
desbetreffende arbeidsongeschiktheidsfonds wordt bijgedragen aan de
dekking van de lasten uit het Reïntegratiefonds. Deze factor wordt vervolgens
vermenigvuldigd met 50 procent van de
middelen tot dekking van de uitgaven
in jaar t ten laste van het
Reïntegratiefonds. Een voorbeeld ter
verduidelijking.
In het jaar 2004 bedragen de
uitgaven ten laste van het
Reïntegratiefonds 300. De uitkeringslasten van
het Aof in het jaar 2002 bedroegen
1000, de uitkeringslasten van het Afz 500 en de uitkeringslasten van het Afj
200.
Toepassing van de formule
leidt er dan toe dat:
a. de bijdrage uit het Aof
in het jaar 2004 is:
[1000 : 1700] x 150 = 88,24;
b. de bijdrage uit het Afz
in het jaar 2004 is:
[500 : 1700] x 150 = 44,12;
c. de bijdrage uit het Afj
in het jaar 2004 is:
[200 : 1700] x 150 = 17,64.
Artikel
3. Tijdelijke
onderlinge verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen
Aangezien het Afz en het Afj
eerst met ingang van 1 januari 1998
bestaan en voor de bepaling van de
bijdragen in de jaren 1998 en 1999 dus
niet kan worden teruggegrepen op
uitkeringslasten in het jaar t-2, geldt voor deze jaren een andere verdeling tussen
de
arbeidsongeschiktheidsfondsen dan die in artikel 2 vermeld. De verhouding
is voor de jaren 1998 en
1999 vastgesteld op 15 (Aof) : 2 (Afj) : 1
(Afz). De bijdrage ten laste van het
Aof bedraagt derhalve 15/18
deel, de bijdrage ten laste van het Afj 2/18 deel en de bijdrage ten laste van het
Afz 1/18 deel van de helft van de uitgaven
in het desbetreffend kalenderjaar
ten laste van het Reïntegratiefonds.
De andere helft wordt, zoals in
artikel 1 bepaald, bijgedragen uit het AWf.
Artikel
5. Inwerkingtreding
Voor de
inwerkingtredingsdatum is aangesloten bij de
inwerkingtreding van artikel 42 van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.
|