|
Het
Landelijk instituut
sociale verzekeringen;
Gelet op de artikelen 23 tot
en met 27 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten;
Besluit:
Art. 1.
Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen voert ter zake van de reïntegratie-uitkering van gerechtigden
krachtens de Werkloosheidswet en de
Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria
een beleid als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
Indien het bij koninklijke boodschap van 1 september 1997
ingediende voorstel van de Wet op de
re(in)tegratie arbeidsgehandicapten, Kamerstukken 25 478, tot wet wordt verheven
en in werking treedt, treedt dit besluit
op hetzelfde tijdstip in werking.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit
reïntegratie-uitkering.
Amsterdam, 4 december 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
BIJLAGE
1. Noodzakelijke scholing of
opleiding. Onder noodzakelijke scholing of opleiding wordt verstaan een scholing
of opleiding die voldoet aan de
criteria van de ministeriële
regeling op grond van artikel 76 WW [zie Besluit
inzake beleid opleiding en scholing WW, red.].
2. Werkzaamheden gaan
krachten en bekwaamheden te boven. In beginsel komt alle
algemeen geaccepteerde arbeid voor proefplaatsing
in aanmerking, mits de arbeid
in overeenstemming is met de
krachten en bekwaamheden van betrokkene.
De wettelijke weigeringsgrond
dat de onbeloonde werkzaamheden de krachten en bekwaamheden van de
werknemer te boven gaan, wordt slechts toegepast indien evident is dat de
werknemer de werkzaamheden op de
proefplaats slechts tot schade van zijn
gezondheid zal verrichten.
3. Onbeloonde werkzaamheden
te verrichten met behoud WW. In gevallen waarin het op
grond van de jurisprudentie van de
Centrale Raad van Beroep (RSV 1992/348)
toegestaan is om - ondanks dat er
sprake is van onbeloonde werkzaamheden die
strikt genomen niet met behoud van
uitkering WW kunnen worden verricht -
de uitkering WW buitenwettelijk te
continueren, gaat de
reïntegratie-uitkering voor op de buitenwettelijke
uitkering.
4. Aansprakelijkheids- en
ongevallenverzekering. Bij de toetsing van de
weigeringsgrond dat de werkgever geen
aansprakelijkheids- of ongevallenverzekering
heeft afgesloten ten behoeve van
de werknemer, wordt afgegaan op de
mededeling die de werkgever hierover
desgevraagd doet.
5. Misbruik en oneigenlijk
gebruik. De reïntegratie-uitkering
wordt geweigerd in situaties waarin het
vermoeden bestaat dat een werkgever de
regeling oneigenlijk gebruikt of
misbruikt.
6. Uitkeringsduur. De reïntegratie-uitkering
wordt verstrekt over een aaneengesloten
periode van zes maanden of twee jaar (of
zoveel korter als de onbeloonde
werkzaamheden worden verricht of scholing
wordt gevolgd).
Er kunnen problemen ontstaan
door het tijdstip van aanvang van
de reïntegratie-uitkering. Deze uitkering
begint volgens de tekst van de wet (artikel 26, eerste en tweede lid, Wet
Rea)
namelijk altijd op de eerste dag van de
kalenderweek waarin met werken of met de scholing wordt begonnen. Wordt op
woensdag begonnen, dan gaat de
uitkering al op maandag in. Aangezien de
uitkering maximaal over een
aaneengesloten periode van zes maanden kan
worden verstrekt, leidt dit eerdere
aanvangstijdstip ertoe dat aan het einde van
de periode van feitelijk werken
over een aantal dagen geen uitkering
kan worden verstrekt.
Het volgende voorbeeld maakt
dat duidelijk. Iemand begint op donderdag 1 oktober 1998 met de
proefplaatsing en spreekt af dat deze
proefplaatsing loopt tot en met 31 maart 1999 (zes
maanden). De reïntegratie-uitkering
vangt op de eerste dag van de
kalenderweek aan, in dit geval dus maandag 28
september 1998. Consequentie van deze aanvangsdatum is dat de uitkering slechts
kan worden verstrekt tot en met
27 maart 1999 (namelijk maximaal zes maanden). Zou de betrokkene conform de gemaakte afspraak met de werkgever
feitelijk tot 1 april 1999
blijven doorwerken, dan ontvangt hij over de periode van 29 maart tot en
met 31 maart 1999 geen
reïntegratie-uitkering en evenmin een WW-uitkering,
deze laatste niet omdat arbeid
wordt verricht.
Door middel van voorlichting
aan en overleg met de
arbeidsgehandicapte en de werkgever wordt voorkomen
dat het hiervoor beschreven hiaat
gaat ontstaan.
7. Hoogte
reïntegratie-uitkering bij proefplaatsing. Artikel
27, eerste lid, Wet
Rea wordt zodanig geïnterpreteerd dat de reïntegratie-uitkering gelijk is aan de
WW- en WBIA-uitkering over de uren van proefplaatsing.
8. Reïntegratie in het
betreffende werk ook zonder proefplaats
mogelijk. De reïntegratie-uitkering
wordt slechts dan geweigerd indien
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de
werknemer ook zonder proefplaatsing
bij de betreffende werkgever wordt
aangenomen voor dat werk.
9. Omvang van het werk.
Aan de omvang van de
werkzaamheden tijdens de proefplaatsing
worden geen eisen gesteld.
10. Werk in Wsw-verband of
tijdelijk werk. Een reïntegratie-uitkering
wordt geweigerd indien de aanvraag een
proefplaatsing in Wsw-verband betreft of waarbij het werk betreft
waar geen uitzicht is op plaatsing in een (tijdelijk) dienstverband na afloop van
de periode van proefplaatsing.
11. Maatregel. De hoogte van de
reïntegratie-uitkering wordt gesteld op de hoogte
van de WW-uitkering met maatregel.
De maatregel loopt in dat geval gewoon
door. Dit betekent dat bij herleving van de WW hiermee rekening moet
worden gehouden en dat de maatregel
niet of niet geheel herleeft.
12. Hoogte uitkering tijdens
scholing. In afwachting van nadere
regelgeving wordt bij de hoogte van de reïntegratie-uitkering wegens scholing of
opleiding, evenals bij proefplaatsing,
geen rekening gehouden met een eventuele
verlaging of eindiging van de WW of WBIA.
13. Proefplaatsing bij eigen
werkgever. Proefplaatsing bij de eigen
werkgever is geen reden de
reïntegratie-uitkering niet toe te kennen.
Nadere inlichtingen kunnen
worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen,
postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.].
|