|
Het bestuur van het
Landelijk instituut sociale verzekeringen;
Gelet op de artikelen
38,
tweede lid, en 39, zesde lid, van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten; ¹
1. Ingevolge artikel
57,
onderdeel X, Invoeringswet SUWI zijn de
artikelen 38 en 39 Wet Rea komen te vervallen;
in de nieuwe uitvoeringsorganisatie zijn de uitvoeringsinstellingen
opgegaan in het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), ofschoon zij ieder afzonderlijk
blijven functioneren, onder namen als UWV GAK, UWV
Cadans, enz., red.
Besluit:
Art. 1.
Definities
In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten;
b. een
reïntegratie-instrument: loondispensatie als bedoeld in artikel
7,
dan wel een instrument als
bedoeld in hoofdstuk 3 of 4 van
de wet;
c.
arbeidsongeschiktheidsuitkering: een uitkering op grond van de WAZ, de
WAO of de Wajong;
d. de WAZ: de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
e. de WAO: de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
f. de Wajong: de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
g. het Lisv: het Landelijk
instituut sociale verzekeringen.
Art. 2.
Aangaan
dienstbetrekking of aanvang werkzaamheden als
verzekerde voor de WAZ
-1. De werkzaamheden in
verband met de vaststelling of een
persoon arbeidsgehandicapte is en in verband met de verstrekking van
reïntegratie-instrumenten worden ten aanzien van de
hierna te noemen personen verricht
door de vermelde uitvoeringsinstelling:
a. de arbeidsgehandicapte
persoon die geen uitkering geniet die is
verstrekt door het Lisv en die
werkzaamheden gaat verrichten als
verzekerde voor de WAZ of die een dienstbetrekking aangaat met een werkgever, en de
werkgever met wie hij de dienstbetrekking aangaat, indien de aanvang
van die werkzaamheden of de indiensttreding geen verband houdt met
ongeschiktheid voor de eigen arbeid: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden
verricht voor de sector waarbij de arbeidsgehandicapte aangesloten zou zijn of het
sectoronderdeel waartoe hij zou behoren als hij werkgever was,
respectievelijk de uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht voor de sector
waarbij de werkgever is aangesloten of
voor het sectoronderdeel waartoe de
werkgever behoort;
b. de arbeidsgehandicapte
die geen uitkering geniet die is verstrekt door
het Lisv en die werkzaamheden
gaat verrichten als verzekerde voor de WAZ
of die een dienstbetrekking aangaat met een werkgever, en de
werkgever met wie hij de dienstbetrekking
aangaat, indien de aanvang van die
werkzaamheden of de indiensttreding
verband houdt met ongeschiktheid
voor de eigen arbeid: de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht
indien de arbeidsgehandicapte in
verband met de ongeschiktheid voor de eigen arbeid in aanmerking zou komen voor
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
c. de arbeidsgehandicapte
die meer dan één uitkering geniet welke
worden verstrekt door het Lisv en ter zake
waarvan de werkzaamheden door
verschillende uitvoeringsinstellingen
worden verricht, en die een dienstbetrekking
aangaat met een werkgever, en de
werkgever met wie hij een
dienstbetrekking aangaat: de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden verricht of
zou verrichten met betrekking tot de
arbeidsongeschiktheidsuitkering of
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;
d. de arbeidsgehandicapte
aan wie in verband met indiensttreding
bij een werkgever een reïntegratie-instrument is verstrekt door een gemeente
of door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
als bedoeld in artikel 31 van de
wet, na afloop van de periode
waarover deze is verstrekt: de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor
de sector waarbij de werkgever is
aangesloten of het sectoronderdeel waartoe
de werkgever behoort.
-2. Indien een voorziening is
verstrekt die uitsluitend bestaat uit
een periodieke vergoeding van kosten,
worden de werkzaamheden van de
uitvoeringsinstelling met betrekking tot deze
voorziening vanaf het tijdstip van één
jaar na aanvang van de dienstbetrekking of de werkzaamheden beschouwd
als werkzaamheden in verband met een bestaande dienstbetrekking
of werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ als bedoeld in artikel
3.
Art. 3.
Bestaande
dienstbetrekking of werkzaamheden als verzekerde
voor de WAZ
De werkzaamheden in verband
met de vaststelling of een persoon
arbeidsgehandicapte is en in verband met de
verstrekking van
reïntegratie-instrumenten worden ten aanzien van de
hierna te noemen personen verricht
door de vermelde uitvoeringsinstelling:
a. de arbeidsgehandicapte
die verzekerd is voor de WAZ en geen
uitkering geniet die is verstrekt door het Lisv
en in verband met voortzetting of
hervatting van zijn arbeid aangewezen
is op een reïntegratie-instrument: de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden
verricht voor de sector waarbij de
arbeidsgehandicapte is aangesloten of het sectoronderdeel waartoe hij
zou behoren als hij werkgever was;
b. de arbeidsgehandicapte
die verzekerd is voor de WAZ en die in
dienstbetrekking is tot een werkgever, en op
een instrument is aangewezen in
verband met de voorzetting van werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ,
dan wel als werknemer: de uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht
voor de sector waarbij hij zou zijn aangesloten als hij werkgever was,
respectievelijk de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de sector
waarbij de werkgever is aangesloten,
dan wel het sectoronderdeel waartoe
de werkgever behoort, bij wie de noodzaak
voor de voorziening zich
voordoet;
c. de arbeidsgehandicapte
die een arbeidsongeschiktheidsuitkering
geniet en in verband met
herplaatsing bij zijn werkgever dan wel
voortzetting of hervatting van zijn werkzaamheden als verzekerde voor de
WAZ recht
heeft op een loonsuppletie, respectievelijk een inkomenssuppletie: de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht met betrekking tot de
arbeidsongeschiktheidsuitkering;
d. de arbeidsgehandicapte
die een uitkering geniet die is verstrekt door
het Lisv en die is aangewezen op
een reïntegratie-instrument in verband met voortzetting van zijn werkzaamheden
dan wel herplaatsing in een
andere functie: de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor
de werkgever;
e. de arbeidsgehandicapte
werknemer die in dienst is bij meer
dan één werkgever en de werkgevers bij wie hij
in dienst is: de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor
de sector waarbij de werkgever is
aangesloten of voor het sectoronderdeel
waartoe de werkgever behoort, bij wie
de noodzaak voor de voorziening zich
voordoet;
f. de arbeidsgehandicapte
werknemer die in dienst is bij meer
dan één werkgever en ten aanzien van wie aan
de hand van een
reïntegratieplan moet worden vastgesteld of er andere passende arbeid bij de werkgever
voorhanden is, en de werkgevers bij wie
hij in dienst is: de
uitvoeringsinstelling die ten aanzien van de werknemer de
werkzaamheden zou verrichten of verricht
in het kader van de WAO;
g. de arbeidsgehandicapte
die in dienst is bij meer dan één
werkgever en die is aangewezen op één
instrument dat noodzakelijk is voor het
verrichten van zijn arbeid bij beide
werkgevers: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden zou verrichten of
verricht
in het kader van de WAO.
Art. 4.
Voortzetting
reïntegratie-instrument na het 65e jaar
Indien toekenning van een
voorziening als bedoeld in artikel 22 of
31 van de wet wordt voortgezet aan een
persoon die wegens het bereiken van
de leeftijd van 65 jaar niet meer als
arbeidsgehandicapte kan worden beschouwd, worden de werkzaamheden verricht
door de uitvoeringsinstelling die
de werkzaamheden laatstelijk verrichtte
voordat deze persoon deze leeftijd
bereikte.
Art. 5.
Overgangsrecht
Indien een vergoeding is
verleend aan een werkgever op grond van
artikel 57a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en na inwerkingtreding van
de wet arbeidsgehandicapten ¹ de
werknemer op grond van artikel 31 van
de wet in aanmerking komt voor een
vergoeding voor dezelfde voorziening,
dan wordt deze verstrekt door de uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht
voor de sector waarbij de
werkgever is aangesloten of voor het sectoronderdeel waartoe de
werkgever behoort.
1. Volgens de redactie
wordt hier de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten bedoeld.
Art. 6.
Onvoorziene
gevallen
In gevallen waarin de wet of
deze regeling niet voorzien, wordt de
voorziening getroffen door de
uitvoeringsinstelling tot wie de aanvraag wordt
gericht.
Art. 7.
Toepasselijkheid
en inwerkingtreding
-1. Deze regeling is van
toepassing op aanvragen tot vaststelling
of een persoon een arbeidsgehandicapte is
en aanvragen tot verstrekking
van een reïntegratie-instrument die
worden ingediend na
inwerkingtreding van deze regeling.
-2. Deze regeling treedt in
werking met ingang van de eerste dag van
de tweede kalendermaand na de
bekendmaking in de Staatscourant.
Art. 8.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling aanwijzing
uitvoeringsinstelling Rea.
Deze regeling zal met de
toelichting worden bekendgemaakt in de Staatscourant.
Amsterdam, 18 november 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[18 november 1999]
De wet regelt welke
uitvoeringsinstelling de werkzaamheden verricht
bij toepassing van de wet. Bij de meeste
aanvragen kan zonder problemen worden aangegeven welke uitvoeringsinstelling
overeenkomstig de wet de reïntegratie-instrumenten moet toepassen. In de praktijk zijn er vragen
gerezen over in het bijzonder de volgende
situaties:
• een arbeidsgehandicapte
heeft zowel een dienstbetrekking tot een
werkgever als een uitkering;
• een arbeidsgehandicapte
heeft meer dan één dienstbetrekking;
• een arbeidsgehandicapte
heeft meer dan één uitkering;
• een arbeidsgehandicapte
wisselt van werkgever of gaat vanuit een
dienstbetrekking werken als verzekerde voor
de WAZ, waarbij de ene keer wel
en de andere keer niet de wisseling gevolg is van ongeschiktheid tot het
verrichten van de voorheen verrichte arbeid;
• ten behoeve van een
arbeidsgehandicapte is bij plaatsing een reïntegratie-instrument toegepast; na verloop van tijd is voortzetting van het
instrument dan wel een nieuw instrument
nodig;
• ten behoeve van een
arbeidsgehandicapte was een vergoeding verstrekt
aan de werkgever op grond van de
AAW, de voortzetting van het
reïntegratie-instrument is thans een verstrekking aan de arbeidsgehandicapte zelf.
Voor deze situaties wordt in
deze regeling de uitvoeringsinstelling
aangewezen die de werkzaamheden
verricht. De regeling heeft alleen
betrekking op die arbeidsgehandicapten voor
wie het Lisv [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] verantwoordelijk is. Voor
zover uit de wet voortvloeit dat
Arbeidsvoorziening [zie Centrale organisatie werk en
en inkomen (CWI), red.] of een gemeente
verantwoordelijk is, gaat die regeling voor.
Artikel
2. Aangaan
dienstbetrekking of aanvang werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ
Uitgangspunt is dat de
plaatsing van een persoon bij een nieuwe
werkgever niet een verantwoordelijkheid is van de uitvoeringsinstelling van
die werkgever. De uitvoeringsinstelling met
wie de arbeidsgehandicapte
voorafgaand aan de plaatsing een band heeft,
is immers in beginsel verantwoordelijk
voor de plaatsingsbevorderende activiteiten. Dit is de uitvoeringsinstelling
die een uitkering verzorgt voor deze persoon
of de uitvoeringsinstelling
waaronder de betrokkene valt als WAZ-verzekerde. Ten aanzien van de
jonggehandicapte zonder uitkering is dit de
uitvoeringsinstelling die de Wajong uitvoert,
GAK Nederland BV. Deze
uitvoeringsinstelling heeft er, als
verantwoordelijke voor reïntegratie, ook belang
bij dat betrokkene in arbeid geplaatst wordt.
Als de werknemer is
uitgevallen uit eigen werk en in verband
daarmee de uitvoeringsinstelling van de
werkgever de verantwoordelijkheid voor
verzuimbegeleiding heeft overgenomen van de werkgever, verzorgt deze
uitvoeringsinstelling de toepassing van reïntegratie-instrumenten in verband met plaatsing bij een andere werkgever,
ook al is er (nog) geen uitkering. Bij
uitval uit arbeid als WAZ-verzekerde
verzorgt de uitvoeringsinstelling die de
werkzaamheden verzorgt voor de sector
waarbij betrokkene aangesloten zou
zijn als hij werkgever was, de
verstrekking van reïntegratie-instrumenten.
Is er geen uitval uit eigen
werk, maar gaat de arbeidsgehandicapte
uit eigen beweging in dienst bij een
andere werkgever, dan verzorgt de
uitvoeringsinstelling van de werkgever wel de
toepassing van
reïntegratie-instrumenten in verband met de plaatsing. Er
is dan immers geen verband tussen
de indiensttreding en de uitvoeringsinstelling van de werkgever bij
wie de arbeidsgehandicapte voorheen
in dienst was. In die gevallen is het gewenst dat het Lisv
een
uitvoeringsinstelling aanwijst en wel de
uitvoeringsinstelling waarmee de betrokkene na
plaatsing in zijn werk op langere termijn
te maken heeft. Dat is dan de
uitvoeringsinstelling van de werkgever bij wie de
werknemer gaat werken.
Ingeval een voorziening is
verstrekt die uitsluitend bestaat uit een
periodieke vergoeding (bijvoorbeeld
voor reiskosten, persoonlijke ondersteuning
of een doventolk), worden de werkzaamheden na één jaar overgenomen door
de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever.
Bij een gecombineerde voorziening
zoals een bruikleenauto met
bijbehorende kilometervergoeding is deze overgang niet van toepassing.
Artikel
3. Bestaande
dienstbetrekking of werkzaamheden als verzekerde voor de WAZ
Indien een
arbeidsgehandicapte persoon in dienst is van een
werkgever en er is een werkzaamheid van de
uitvoeringsinstelling noodzakelijk in verband met voortzetting van de
dienstbetrekking met die werkgever, dan is
dit op grond van artikel 39, eerste lid, jo.
artikel 8 Wet Rea de uitvoeringsinstelling
"van
de werkgever". De reïntegratieactiviteiten voor deze werknemer zijn een
verantwoordelijkheid voor de werkgever en voor
zover nodig van de uitvoeringsinstelling die voor deze werkgever de
werkzaamheden verricht. Te denken valt aan
het verlenen van loondispensatie
ex artikel 7 Wet Rea voor eigen werk,
verstrekking van een vergoeding voor een
aanpassing voor het eigen werk als
bedoeld in artikel 15, een herplaatsingsbudget of een pakket op maat in
verband met herplaatsing, of een voorziening ex artikel 31 Wet
Rea. Dit is ook het geval
als de werknemer een uitkering
heeft van een andere uitvoeringsinstelling of als een voorziening is getroffen
door een andere uitvoeringsinstelling
in het kader van plaatsing, zoals
een plaatsingsbudget of een pakket op maat wegens plaatsing.¹
Gedurende een zekere tijd
(maximaal drie jaar bij pakket op
maat, maximaal vijf jaar bij loondispensatie) is toepassing van
reïntegratie-instrumenten door twee verschillende uitvoeringsinstellingen
ten aanzien van dezelfde
persoon mogelijk: de uitvoeringsinstelling die de werknemer plaatste,
verstrekt en betaalt het pakket op maat waaronder
begrepen de loonkostensubsidie, of
verleent loondispensatie, en de uitvoeringsinstelling van de werkgever verstrekt
en betaalt vergoeding voor de aanpassing aan het eigen werk die later
noodzakelijk is gebleken en verleent de premievrijstelling en korting basispremie
WAO.
Indien een voorziening in
bruikleen is verstrekt voor de
arbeidsgehandicapte in verband met plaatsing,
dan verricht de uitvoeringsinstelling die
de plaatsing en de voorziening verzorgt
alle werkzaamheden rond deze voorziening, zoals beheer en onderhoud,
en zal de uitvoeringsinstelling van de
werkgever verantwoordelijk zijn voor
de verstrekkingen die nodig zijn zodra
vervanging aan de orde is. Bij een
loondispensatie die is verleend in verband
met plaatsing, zal bij verlenging daarvan
tijdens het dienstverband de uitvoeringsinstelling van de werkgever de
beoordeling doen en de beslissing
afgeven.
Werkt een werknemer bij meer
dan één werkgever en zijn deze bij
verschillende sectoren aangesloten en
vallen deze daarmee tevens onder
verschillende uitvoeringsinstellingen, dan is die
uitvoeringsinstelling betrokken bij de
reïntegratie bij de werkgever waarvoor
zij de werkzaamheden verricht.
Elke uitvoeringsinstelling
kan dus reïntegratie-instrumenten verstrekken
voor zover gericht op werk bij de
werkgever waarvoor zij haar diensten verleent. Ook de voorzieningen voor de
werknemer zelf kunnen dus
door twee uitvoeringsinstellingen worden behandeld. Mocht het zo zijn dat één
voorziening is aangewezen voor reïntegratie bij twee verschillende
werkgevers (vervoersvoorziening in de vorm van een bruikleenauto en
kilometervergoeding voor werken bij twee
werkgevers), dan verstrekt de
uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden in het kader
van de WAO zou verrichten. Dit is
de uitvoeringsinstelling van de werkgever die het hoogste loon heeft betaald.
Mocht betrokkene een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, dan is het de uitvoeringsinstelling
die de
arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt. Voorzieningen die los van
elkaar staan, zij het dat ze hetzelfde
zijn (doventolkvoorziening), kunnen door de beide
uitvoeringsinstellingen afzonderlijk worden verstrekt.
Indien een
arbeidsgehandicapte een uitkering ontvangt via een
uitvoeringsinstelling, dan is op grond van artikel
39, tweede lid, jo. artikel 10 Wet Rea de
uitvoeringsinstelling aangewezen die de uitkering
verzorgt. Bij een arbeidsgehandicapte
die een uitkering heeft via een uitvoeringsinstelling en werkzaam is bij een
werkgever waarvoor een andere uitvoeringsinstelling werkzaam is, kunnen ten
aanzien van dezelfde persoon
twee verschillende uitvoeringsinstellingen
worden beschouwd als bevoegd tot
verstrekking van instrumenten: de uitvoeringsinstelling van de
werkgever en de uitvoeringsinstelling die de uitkering verstrekt. Voor beide valt
iets te zeggen. De werkgever heeft
bij voorkeur te maken met zijn eigen
uitvoeringsinstelling. Die uitvoeringsinstelling kent echter niet het dossier
met de arbeidsbeperkingen van de
betrokkene en zal dus weer een eigen onderzoek moeten doen, terwijl de
gegevens bij een andere
uitvoeringsinstelling beschikbaar zijn. Voor de
arbeidsgehandicapte en de uitvoeringsinstelling die de uitkering verzorgt,
kan het gemakkelijker zijn als die
uitvoeringsinstelling de instrumenten verzorgt. De gegevens zijn bekend; er is
al een bestaande uitkeringsrelatie
en er hoeft niet opnieuw informatie te
worden verstrekt. De uitvoeringsinstelling die
de uitkering verstrekt, wordt
geacht verantwoordelijk te zijn voor beperking van de aanspraak op uitkering waar
mogelijk door middel van
verstrekking van instrumenten waardoor betrokkene zijn verdiencapaciteit kan
waarmaken of verhogen.
Het komt gewenst voor dat in
deze situatie van samenloop van
dienstbetrekking en uitkering de
uitvoeringsinstelling die werkzaam is voor de
werkgever de instrumenten behoort te verzorgen die gericht zijn
op behoud van de dienstbetrekking bij
de werkgever. De regeling in artikel 39,
eerste lid, jo. artikel 8 Wet Rea wordt dus gevolgd.
Aan het ontbreken van gegevens bij
deze uitvoeringsinstelling kan worden tegemoet gekomen doordat de andere
uitvoeringsinstelling de noodzakelijke gegevens verstrekt op grond van
artikel 102 Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 [zie hoofdstuk 9 Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.]. Het Lisv
kan op grond
van artikel 39, zesde lid jo. tweede lid, Wet Rea
nadere en afwijkende regels stellen
over de uitvoeringsinstelling die in deze situatie de instrumenten verleent ten
aanzien van de arbeidsgehandicapte. Niet
expliciet is geregeld dat het Lisv ook
bevoegd is om nadere of afwijkende
regels te stellen over de
uitvoeringsinstelling die werkzaamheden verricht voor
de werkgever van deze persoon.
1. Ingevolge artikel II, onderdeel F,
van het
Belastingplan 2002 V - Socialezekerheidswetgeving zijn het (her)plaatsingsbudget en het pakket op maat met ingang van
1 januari 2002 komen te vervallen. Zie verder de artikelen 15 en
16 Wet
Rea en het Reïntegratie-instrumentenbesluit
Wet Rea, red.
Artikel
4. Voortzetting
reïntegratie-instrument na het 65e jaar
Bij voortzetting van een
instrument na het 65e jaar blijft de
uitvoeringsinstelling die voordien het instrument verstrekte de
voorziening verstrekken.
Artikel
5. Overgangsrecht
Vergoeding voor persoonlijke
ondersteuning was een vergoeding die vóór inwerkingtreding van de Wet
Rea op
grond van artikel 57a Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) werd verstrekt aan de werkgever van de
betrokken persoon. Met
inwerkingtreding van de Wet Rea is de voorziening een
verstrekking aan de werknemer geworden.
Voor de hand ligt het dan dat,
indien een nieuwe beslissing nodig is
over verstrekking van de voorziening, deze wordt gegeven door de
uitvoeringsinstelling die werkzaam is voor de werkgever waarbij de werknemer in
dienst is, ook al heeft de
werknemer mogelijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering van een andere
uitvoeringsinstelling. Daarmee wordt voorkomen dat
de werknemer zijn voorziening
ontvangt van een andere uitvoeringsinstelling dan voorheen.
Artikel
6. Onvoorziene
gevallen
Het is mogelijk dat in
de
wet en in deze regeling niet alle situaties
worden geregeld die denkbaar zijn en
waarvoor de wet verschillende
oplossingen openlaat. In dat geval wordt de
aanvraag behandeld door de
uitvoeringsinstelling tot wie de aanvraag wordt
gericht. Zo nodig wordt de regeling naar
aanleiding van praktijkervaringen
aangepast.
Artikel
7. Toepasselijkheid
en inwerkingtreding
Tot heden zijn
reïntegratie-instrumenten toegepast door de
uitvoeringsinstellingen overeenkomstig de regeling
in de wet. In die gevallen waarin
op verschillende wijzen uitleg kon worden
gegeven aan de bepalingen in de wet,
is steeds een pragmatische werkwijze
gekozen, waarbij mogelijk niet altijd
conform deze regeling is gehandeld. Daarom is ervoor gekozen om de
regeling geen terugwerkende kracht te
geven en alleen van toepassing te
laten zijn op aanvragen die zijn ingediend
na inwerkingtreding van deze regeling. Er is ook een voldoende termijn
gegeven voor implementatie van de
regeling door de uitvoeringsinstellingen.
Amsterdam, 18 november 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|