|
21 december 2001/nr. AM/RAW/2001/88196
Directie Arbeidsmarkt
De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 27, derde
lid, en artikel 127, vierde lid, van de Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, artikel
2, tweede lid, van
de Wet verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie
en artikel 2, tweede lid, van
het Besluit overgang Arbeidsvoorziening;
Besluit:
Art. 1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt
verstaan onder:
a. de minister: de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Wet SUWI: Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Invoeringswet SUWI: Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. de wet: de
Arbeidsvoorzieningswet 1996;
e. bestuurder CBA: het op
grond van artikel 2 van het Besluit
van 27 maart 2001, houdende tijdelijke
bestuurlijke voorziening
Arbeidsvoorzieningsorganisatie (Stb. 2001, 162) door de minister benoemde lid van het
Centraal Bestuur, bedoeld in de wet;
f. Stichting CV: de
Stichting Centrum Vakopleiding, die is
opgericht met het doel het aanbod van
praktijkscholing en bedrijfsscholing te
verzorgen;
g. NV KLIQ: de naamloze vennootschap die namens de Staat is
opgericht en die in ieder geval
dienstverlening gericht op het geschikt
maken van moeilijk plaatsbare werkzoekenden en arbeidsgehandicapten voor
inschakeling in de arbeid en dienstverlening ten behoeve van werkgevers ter vervulling van vacatures
verricht en waarnaar
vermogensbestanddelen van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie overgaan met toepassing van de Wet
verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie;
h. CWI: de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet SUWI;
i. organisatieonderdeel:
een organisatieonderdeel van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
als bedoeld in het
Organisatiebesluit Arbeidsvoorzieningsorganisatie
2001 van 13 juli 2001,
gepubliceerd in de Staatscourant van 26
november 2001, nr. 229.
Art. 2.
Jaarrekening/jaarverslag Arbeidsvoorzieningsorganisatie
over jaren vóór 2002
-1. In afwijking van artikel
29 van de Invoeringswet SUWI stelt de
bestuurder CBA overeenkomstig de
artikelen 60, 61 en 64 van de wet de
landelijke jaarrekening vast van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie over de kalenderjaren voorafgaande
aan het jaar 2002.
-2. De bestuurder CBA draagt
zorg voor het landelijk
jaarverslag, bedoeld in artikel 62 van de
wet, en verstrekt daarbij aan de
minister de inlichtingen, bedoeld in
artikel 91 van de wet, voor zover dit verslag
en die gegevens betrekking hebben
op kalenderjaren voorafgaande aan het jaar 2002.
-3. De jaarrekening en het
jaarverslag bestaan uit een bundeling
van de jaarrekeningen en
jaarverslagen van de organisatieonderdelen
van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van het Organisatiebesluit
Arbeidsvoorzieningsorganisatie 2001.
Art. 3.
Medewerking
afwikkeling
-1. De CWI, de NV KLIQ en de Stichting CV en de rechtspersonen die onderdelen van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
hebben verkregen, verstrekken de bestuurder CBA en elkaar
kosteloos alle gegevens, inlichtingen
en bescheiden die noodzakelijk zijn voor
de uitvoering van het bij of
krachtens de wet, de Wet SUWI, de Invoeringswet
SUWI en de Wet
verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie
bepaalde.
-2. De in het eerste lid
genoemde rechtspersonen verlenen de
bestuurder CBA kosteloos alle medewerking die hij redelijkerwijs kan
vorderen bij de uitoefening van zijn
bevoegdheden op grond van deze regeling.
Art. 4.
Vaststellen rijksbijdrage over jaren vóór 2002
De
minister stelt aan de
hand van de documenten, bedoeld in
artikel 2, met toepassing van artikel 65,
eerste en tweede lid, van de wet,
zoals dat artikel luidde vóór 1 januari 2002,
de rijksbijdrage over de
kalenderjaren voorafgaande aan het jaar
2002 vast.
Art. 5.
Uitzondering
overgang personeel
In afwijking van artikel 34
van de Invoeringswet SUWI blijven
werknemers van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
die vóór 1 januari 2002 in
dienst zijn van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, maar op of na die datum niet
overgaan naar de Stichting CV, de NV KLIQ of de CWI, omdat die
overgang niet voortvloeit uit het bij of krachtens de Invoeringswet SUWI
of de
Wet
verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie
bepaalde, dan wel op die datum niet zijn
overgegaan naar een andere onderneming tengevolge van een overeenkomst, na
die datum op
arbeidsovereenkomst in dienst van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Art. 6.
Uitzonderingen
overgang vermogensbestanddelen
-1. In afwijking van artikel
2 van de Wet verzelfstandiging
reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie gaan in ieder geval niet
over naar de NV KLIQ:
a. de vermogensbestanddelen
die op grond van artikel 2 van het
Besluit overgang Arbeidsvoorziening
overgaan naar de Stichting CV;
b. de rechten en
verplichtingen voortvloeiend uit de
rekening-courantverhouding tussen de organisatieonderdelen Concern en KLIQ en Concern en Centrum Vakopleiding per
31 december 2001.
-2. In afwijking van artikel
28 van de Invoeringswet SUWI gaan de
vermogensbestanddelen die betrekking hebben
op het organisatieonderdeel Facent niet over naar de CWI
en blijven de verplichtingen die
voortvloeien uit civielrechtelijke
rechtshandelingen verband houdend met de
externe verzelfstandiging van
onderdelen van het organisatieonderdeel
Facent op de Arbeidsvoorzieningsorganisatie rusten.
-3. In afwijking van artikel
28 van de Invoeringswet SUWI gaan de
verplichtingen tot het betalen van
uitkeringen en loon aan personen die vóór 1 januari 2002 hun arbeidsovereenkomst met de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie hebben beëindigd niet over naar de CWI.
-4. In afwijking van artikel
28 van de Invoeringswet SUWI, artikel
2 van de Wet verzelfstandiging
reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie en artikel 2 van het
Besluit overgang Arbeidsvoorziening gaan de onroerende zaken
die eigendom zijn van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en de huurovereenkomsten niet over naar de
CWI, de
NV KLIQ en de Stichting CV,
tenzij die onroerende zaken en die
overeenkomsten in de documenten betreffende
de overdracht van vermogensbestanddelen zijn aangewezen en omtrent
de overgang van die onroerende
zaken en overeenkomsten bepalingen
zijn opgenomen.
-5. In afwijking van artikel
30 van de Invoeringswet SUWI treedt de
CWI niet in de plaats van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke
gedingen die vóór 1 januari 2002 bij
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
zijn aangevangen, tenzij die
betrekking hebben op de uitvoering van
taken die bij of krachtens de Wet SUWI of andere wetten na 1 januari
2002 aan de CWI zijn opgedragen.
-6. Zo nodig in afwijking van
de Wet
verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie
en het Besluit overgang
Arbeidsvoorziening blijft de Arbeidsvoorzieningsorganisatie optreden in
civielrechtelijke en bestuursrechtelijke gedingen
over de soort dienstverlening die
na 1 januari 2002 door de NV KLIQ onderscheidenlijk de Stichting CV wordt
uitgevoerd, tenzij die dienstverlening
na 1 januari 2002 door de NV KLIQ onderscheidenlijk de
Stichting CV is voortgezet.
-7. Het onderdeel Simnet van
het organisatieonderdeel Facent
gaat over naar de NV KLIQ.
-8. Deelnemingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
als bedoeld in artikel 10 van de
wet gaan niet over naar de CWI, de NV KLIQ of de Stichting CV,
tenzij dit in de documenten betreffende
de overdracht van
vermogensbestanddelen anders is bepaald.
Art. 7.
Liquidatie en afwikkeling
-1. De bestuurder CBA
heeft
na 1 januari 2002 in verband
met de intrekking van de wet in ieder geval tot taak:
a. het uitvoeren van de
verplichtingen van een werkgever ten
opzichte van de personen die bij of
krachtens de Invoeringswet SUWI in dienst
blijven op arbeidsovereenkomst met
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie,
waartoe behoort het toeleiden van
werknemers naar passende arbeid bij een andere werkgever en de
verplichtingen tot het betalen van loon of uitkeringen die samenhangen met de opzegging van de
arbeidsovereenkomst;
b. het verstrekken van
uitkeringen aan personen die op
arbeidsovereenkomst werkzaam zijn geweest vóór 1 januari 2002, voor
zover de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
met het verstrekken van die
uitkeringen is belast;
c. het verrichten van
rechtshandelingen die noodzakelijk zijn in
verband met de verlening van
subsidies uit het Europees Sociaal Fonds, op
grond van de Verordening van de
Raad van de Europese Gemeenschappen
van 24 juni 1988, nr. 2052/88 (PbEG L 185), gewijzigd bij
Verordening (EG) nr. 2081/93, aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie of aan derden, waarbij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie met de uitvoering is belast van de
activiteiten
waarvoor de subsidie is verleend en het voeren
van de rechterlijke procedures
waarbij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
partij is, die hiermee samenhangen;
d. het verrichten van
privaatrechtelijke en publiekrechtelijke
rechtshandelingen, voor zover die niet zijn
overgegaan op de CWI, de NV KLIQ of de Stichting CV
op grond van de Invoeringswet SUWI en de Wet
verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie
of op basis van overeenkomsten
betrekking hebbend op overgang van
onderdelen van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar andere rechtspersonen en het voeren van
rechterlijke procedures die hiermee
samenhangen;
e. het beheer van zaken die
bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
blijven berusten en het verrichten
van rechtshandelingen waardoor
die zaken worden vervreemd;
f. de zorg voor de
archiefbescheiden met toepassing van artikel 9;
g. het afwikkelen van de
liquidatie van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie en het vereffenen van de Arbeidsvoorzieningorganisatie
met toepassing van de bepalingen
in Boek 2, titel
1, van het Burgerlijk Wetboek die betrekking hebben op de
vereffenaar.
-2. De bestuurder CBA kan
werkzaamheden in verband met de
uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en
b, laten uitvoeren door andere rechtspersonen, waaronder de CWI, in ieder
geval voor zover hij in
verband met de toepassing van artikel 42
van de wet de toestemming van de
ontslagcommissie behoeft, in welk geval de
ontslagcommissie, bedoeld in artikel 42 van Invoeringswet
SUWI, de taak van toetsing van de
voornemens tot beëindiging van de
arbeidsovereenkomsten heeft.
-3. De uitvoering van de
taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, draagt de bestuurder CBA over aan
de
minister indien de minister
dit in het belang van een vlotte afhandeling van de vaststelling van de
subsidies uit het Europees Sociaal Fond noodzakelijk acht.
-4. De bestuurder CBA kan
bepaalde werkzaamheden ter uitvoering
van de taak, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel e, laten uitvoeren door de
Staat.
Art. 8.
Rijksbijdrage
voor liquidatie en afwikkeling
-1. De minister
kent jaarlijks aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
een rijksbijdrage toe ten behoeve van de kosten van uitvoering van artikel
7.
-2. De rijksbijdrage wordt vastgesteld aan
de hand van de jaarrekening over het betrokken kalenderjaar.
-3. Ten aanzien van de jaarrekening is
artikel 61 van de wet van toepassing.
Art. 9.
Voorziening
archiefbescheiden Arbeidsvoorzieningsorganisatie
-1. De archiefbescheiden,
bedoeld in de Archiefwet 1995, die
berusten bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden ter beschikking
gesteld aan:
a. de CWI,
voor zover zij
betrekking hebben op het vermogen dat
op grond van de Invoeringswet SUWI overgaat naar de
CWI;
b. de NV KLIQ, voor zover zij betrekking hebben op de
uitoefening van taken van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
die overgaan naar de NV KLIQ,
waarmee vóór 1 januari 2002 een
aanvang is gemaakt;
c. de Stichting CV,
voor zover zij betrekking hebben op het
verzorgen van scholing als bedoeld in
artikel 2 van het Besluit overgang
Arbeidsvoorziening, waarmee vóór 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt;
d. andere rechtspersonen
die onderdelen van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie verkrijgen, voor zover die bescheiden van belang zijn
in verband met de overgang van die
onderdelen.
-2. De overbrenging van de
archiefbescheiden ingevolge de Archiefwet 1995 naar een in die wet
genoemde archiefbewaarplaats
geschiedt door de bestuurder CBA als had geen overgang van taken plaatsgevonden.
Voor zover de
archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en
d, niet zijn
overgebracht naar een archiefbewaarplaats, worden zij voor een tijdvak van ten
hoogste tien jaar ter beschikking
gesteld.
-3. Na de opheffing van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden de archiefbescheiden, voor zover
ze niet zijn overgebracht naar een
archiefbewaarplaats, bewaard door de CWI.
-4. Van de
terbeschikkingstelling, bedoeld in het eerste lid,
wordt een verklaring opgemaakt die ten
minste een specificatie van de
archiefbescheiden inhoudt. De
minister, de Stichting CV, de NV KLIQ, de
CWI en de bestuurder CBA bewaren
ieder een exemplaar van deze
verklaring.
Art. 10.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 2002.
Art. 11.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling afwikkeling Arbeidsvoorzieningsorganisatie
na SUWI.
Deze
regeling zal met de toelichting
in de Staatscourant worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 21 december
2001.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
TOELICHTING
[21 december 2001]
Intrekking
Arbeidsvoorzieningswet 1996
Tengevolge van de nieuwe
uitvoeringsstructuur werk en inkomen (SUWI) wordt de Arbeidsvoorzieningswet 1996
ingetrokken en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
opgesplitst. Dit vindt plaats met ingang
van 1 januari 2002. De
publieke taken van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gaan over naar de CWI.
De reïntegratie- en scholingstaken worden verzelfstandigd en
worden uitgevoerd door de NV KLIQ
en de Stichting CV. Bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie bestond ook het organisatieonderdeel Facent
(het Facilitaire bedrijf met
verschillende onderdelen). Dit organisatieonderdeel wordt opgesplitst doordat
onderdelen worden verkocht
dan wel meegaan naar de NV KLIQ of
worden verzelfstandigd. Dit proces
van overdracht en opsplitsing is
op 1 januari 2002 nog niet
geheel afgerond. Om die reden en omdat het wenselijk is dat de nieuwe
bedrijven en de CWI met een "schone
lei" kunnen beginnen, is besloten de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
tijdelijk in stand te houden. Het
Centraal Bestuur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [Centraal
Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA), red.] bestaat sinds 1 april 2001 uit één bestuurder, hier
aangeduid als de bestuurder CBA. Deze
regeling regelt welke uitzonderingen
op de overgang van
vermogensbestanddelen en personeel worden gemaakt,
waarvoor de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie dus verantwoordelijk blijft.
De bestuurder CBA wordt belast
met de uitvoering van die taken.
In het
inwerkingstredingsbesluit van de Wet SUWI en de
Invoeringswet SUWI zijn hiertoe een aantal
artikelen uit de
Arbeidsvoorzieningswet 1996 (de wet) niet ingetrokken. Het zijn de artikelen over de
organisatie, bevoegdheden en
verantwoording en toezicht die voor de
uitvoering van afwikkeling noodzakelijk
zijn.
Bij de verschillende
artikelen kan nog het volgende worden
opgemerkt.
Artikel
1. Begripsbepalingen
In verband met de nieuwe
organisatiestructuur is de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
opgesplitst in organisatieonderdelen. Het Organisatiebesluit
Arbeidsvoorzieningsorganisatie 2001 is in november 2001 gepubliceerd in de
Staatscourant, zodat
de inhoud van het besluit nog
kenbaar is, hoewel het besluit met
de intrekking van de grondslag wel is
komen te vervallen. De organisatieonderdelen staan in artikel 2 en betreffen:
- Arbeidsbureau Nederland:
voorheen Basisdiensten: dit onderdeel
is opgegaan in de CWI;
- KLIQ, het onderdeel dat
overgaat naar de NV KLIQ;
- Facent: de facilitaire
diensten;
- Centrum Vakopleiding
Nederland: het organisatieonderdeel
dat overgaat naar de Stichting CV;
- Concern: het organisatieonderdeel waar de overige taken worden
belegd. Dit onderdeel ondersteunt de
bestuurder CBA en zal in feite
achterblijven.
Artikel
2.
Jaarrekening/jaarverslag over jaren vóór 2002
Dit artikel
regelt dat de
bestuurder CBA zorg draagt voor de
jaarrekeningen en de jaarverslagen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie,
die moeten zijn ingericht zoals
in de wet is voorgeschreven. Vanwege
de opsplitsing in 2001 zullen
de jaarverslagen in de praktijk een bundeling zijn van de stukken van de
onderdelen.
Voor zover de
kwartaalrapportages over het jaar 2001 nog niet
zijn ingezonden, blijft de bestuurder CBA ook daar verantwoordelijk voor.
Om die reden is artikel 91 van de
wet in stand gebleven.
Artikel
3. Medewerking
afwikkeling
Om zijn taken naar behoren
te kunnen uitvoeren, zal de bestuurder CBA gebruik moeten maken van
gegevens en bescheiden die inmiddels
bij de NV KLIQ, Stichting CV en CWI
berusten. Vandaar dat dit
artikel voorschrijft dat die
informatie ter beschikking dient te worden
gesteld (kosteloos) en dat die
rechtspersonen alle medewerking geven aan
de bestuurder CBA om zijn taak
in verband met de afwikkeling te kunnen uitvoeren.
Artikel
4. Vaststellen rijksbijdrage over jaren
vóór 2002
De
minister zal aan de hand
van de verantwoordingsstukken over
de jaren vóór 2002 moeten
vaststellen wat de omvang van de rijksbijdrage is waarop de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
recht had. Daarbij kan hij
besluiten deze bijdrage
lager vast te stellen dan het bedrag dat
hij heeft toegekend op de gronden die
in artikel 65 van de wet werden genoemd (dit artikel is overigens
ingetrokken).
Artikel
5. Uitzondering
overgang personeel
Dit artikel is noodzakelijk
om aan te geven welk personeel
achterblijft bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Het betreft in hoofdlijnen
de personeelsleden die niet overgaan naar de CWI, de
NV KLIQ en de Stichting CV (die dus geen functie
hebben gekregen bij die
organisaties) of niet zijn meegegaan met de
onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die zijn verkocht. Indien
de verkoop van onderdelen
van Facent nog niet heeft
plaatsgevonden op de datum van
inwerkingtreding van de Wet SUWI, blijven de
desbetreffende personeelsleden ook achter bij Arbeidsvoorziening in Liquidatie. Dit artikel is
in deze regeling opgenomen om ervoor te zorgen dat al deze personeelsleden
niet overgaan naar de CWI. In het
overdrachtsdocument waarin beschreven wordt welke
vermogensbestanddelen op grond van de wet en
regelgeving overgaan naar de CWI wordt
vermeld welke werknemers overgaan naar de CWI.
De achterblijvende
werknemers zullen grotendeels onder
verantwoordelijkheid van Arbeidsvoorziening in Liquidatie worden herplaatst
op basis van het Sociaal Plan Arbeidsvoorziening of meegaan met nog te
verkopen onderdelen van Facent.
De arbeidsovereenkomst zal
in 2003 worden opgezegd indien geen
herplaatsing heeft plaatsgevonden. Hierbij geldt de procedure
van toetsing door de ontslagcommissie. In artikel 7 wordt geregeld
(tweede lid) dat dit de ontslagcommissie is die inmiddels is ondergebracht
bij de CWI, maar een voorzetting is
van de ontslagcommissie van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Artikel
6. Uitzondering
overgang vermogensbestanddelen
Dit artikel vormt de basis
voor de taken van de bestuurder CBA.
Wat op grond van dit artikel
achterblijft bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
dient te worden afgerond
door die bestuurder. In hoofdlijnen
wordt hier nader invulling gegeven aan
het beginsel van schoon
overdragen.
In het eerste lid wordt de
uitzondering op de overgang van de vermogensbestanddelen die op grond van de
Wet
verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie
naar de NV KLIQ zouden gaan, geregeld: het betreft
de Centra Vakopleiding en het
saldo per 31 december 2001 van de rekening-courantverhouding tussen de
organisatieonderdelen KLIQ en Concern Arbeidsvoorziening.
Het tweede lid regelt dat
de onderdelen van Facent die nog niet zijn
verkocht of verzelfstandigd achterblijven bij Arbeidsvoorziening
in Liquidatie.
Het derde lid bepaalt dat
de wachtgeldverplichtingen voor ex-werknemers van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
achterblijven.
Het vierde lid gaat over de
overgang van de onroerende zaken en
de huurovereenkomsten.
Het vijfde lid bepaalt dat
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
de lopende rechtszaken afrondt
in plaats van de CWI,
tenzij het taken betreft die bij de CWI blijven. Het
zesde lid regelt dat dit ook geldt
voor zaken die de dienstverlening van
de onderdelen KLIQ en CV betrof, tenzij
het taken betreft die door de NV KLIQ of de Stichting CV zijn
voorgezet. Het achtste lid bepaalt dat
deelnemingen van Arbeidsvoorziening niet overgaan.
Artikel
7. Liquidatie en
afwikkeling
Dit artikel regelt de taken
van de bestuurder CBA en de wijze
waarop hij die taken kan uitvoeren.
Voor de ESF-taken [ESF: Europees Sociaal Fonds, red.] gaat het om de
voortzetting van procedures die betrekking hebben op de uitvoering van
activiteiten die gefinancierd worden met ESF-subsidie die door de
Arbeidsvoorziening is ontvangen of waarmee de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is
belast in opdracht van
derden (veelal gemeenten) die de subsidie
hebben ontvangen of aangevraagd. Op
grond van het derde lid kan deze taak ook aan de
minister worden
overgedragen, nu de minister ook (via het Agentschap SZW) de
ESF-subsidieregelingen uitvoert.
Het tweede lid maakt het mogelijk dat de bestuurder bij zijn
werkgeverstaak de feitelijke uitvoering ook
aan derden kan overlaten. Dit
kan de CWI
zijn of het USZO.
Het kan zijn dat bij het
beheer en de overdracht van gebouwen de
Staat (via Domeinen) wordt
ingeschakeld. Hierop heeft het vierde lid
betrekking.
Artikel
8. Rijksbijdrage
voor liquidatie en afwikkeling
Om de taken te kunnen
uitvoeren, is een rijksbijdrage
noodzakelijk. Voor deze bijdrage bestaat een
grondslag in de Invoeringswet SUWI. De
artikelen van de wet zijn daarvoor niet van toepassing met uitzondering
van artikel 61 dat over de
verantwoording gaat.
Artikel
9. Voorziening
archiefbescheiden Arbeidsvoorzieningsorganisatie
Artikel 4 van de
Archiefwet 1995 schrijft voor dat bij de
regeling van opheffing of opsplitsing van
een overheidsorgaan een voorziening moet worden getroffen voor de archiefbescheiden.
Dit artikel voorziet hierin.
In hoofdlijn komt de
regeling erop neer dat een verklaring
wordt opgemaakt naar welke instantie de
archiefbescheiden heen gaan of wie zorgt voor bewaren daarvan. De archiefbescheiden
die de uitvoering van taken en diensten betreffen die
overgaan naar CWI,
NV KLIQ of Stichting CV gaan naar de organen en
rechtspersonen waar ze betrekking op
hebben, in ieder geval voor de
recente zaken. Voor het overige is
de CWI verantwoordelijk, nadat de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
is opgeheven. Tot die tijd is de bestuurder CBA verantwoordelijk voor de
zorg van de archieven. Hij kan
de archieven alvast feitelijk door de CWI
laten verzorgen.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.
|