|
REGELING houdende regels
inzake afdracht van gelden aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds ten behoeve
van de Wet financiering loopbaanonderbreking
1 september 1998/nr. SV/AVF/98/17241
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Handelende
in overeenstemming met de Minister van Financiën;
Gelet op artikel 71 van de
Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997;
Besluit:
Art. 1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
b. de lasten:
1º. de financiële tegemoetkomingen, bedoeld in
hoofdstuk
7 van de Wet arbeid en zorg;
2º. de uitvoeringskosten van hoofdstuk
7 van de Wet arbeid en zorg;
3º. de op grond van enige wet door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op een uitkering
in mindering mogen worden gebracht;
c. een wachtgelduitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling:
een wachtgelduitkering uit hoofde van een publiekrechtelijke
dienstbetrekking die is geëindigd vóór 1 januari 2001 dan wel op grond
van een publiekrechtelijke regeling uit hoofde van een arbeidsverhouding
die geen publiekrechtelijke dienstbetrekking is;
d. premiegefinancierde uitkering: een uitkering op grond van de
WW, WAO, WAZ
of Anw.
Art. 2.
Financiering
van de lasten
-1. De lasten, bedoeld in artikel
1, onderdeel b, onder 1º en 3º, voor zover deze samenhangen met
tegemoetkomingen met betrekking tot verlofgangers die worden vervangen
door een Wwb-gerechtigde,
een Ioaw-gerechtigde, een Ioaz-gerechtigde, een
Wajong-gerechtigde,
een vervanger met een wachtgelduitkering op grond van een
publiekrechtelijke regeling en een vervanger zonder uitkering en de
lasten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder
2º, met betrekking tot alle verlofgangers,
worden gefinancierd uit een rijksbijdrage ten gunste van het Algemeen
Werkloosheidsfonds.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan de rijksbijdrage
ter financiering van de lasten, bedoeld in het eerste lid,
overeenkomstig de Wet geïntegreerd middelenbeheer gedurende de maand
opnemen bij de Minister van Financiën, ten laste van de begroting van
de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid respectievelijk in
rekening-courant verrekenen met de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
-3. De rijksbijdrage, bedoeld in het eerste en zevende lid, die ten laste
komt van de begroting van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid bedraagt per de ultimo van een maand niet meer dan een
twaalfde
van de begrote rijksbijdrage respectievelijk de rijksbijdrage, bedoeld
in het zevende lid, voor het lopende kalenderjaar, vermenigvuldigd met
het aantal in het kalenderjaar aangevangen maanden.
-4. Indien een verlofganger wordt vervangen door een vervanger bij wie
sprake is van samenloop van uitkeringen die zowel rijksgefinancierd zijn
als premiegefinancierd, wordt de gehele tegemoetkoming gefinancierd ten
laste van de rijksbijdrage als bedoeld in het eerste lid.
-5. Indien een verlofganger wordt vervangen door meer dan één vervanger
waarbij zowel een vervanger is betrokken zonder uitkering of met een
rijksgefinancierde uitkering, alsmede een vervanger met een
premiegefinancierde uitkering, wordt de gehele tegemoetkoming
gefinancierd ten laste van de rijksbijdrage als bedoeld in het eerste
lid.
-6. Onder een rijksgefinancierde uitkering wordt voor de toepassing van
het vierde en vijfde lid niet verstaan:
- een toeslag op grond van de Toeslagenwet;
- een uitkering op grond van de Tijdelijke
wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.
De hoogte van de rijksbijdrage kan gedurende het kalenderjaar door de minister worden gewijzigd.
Art. 3.
Kwartaalopgave financiering lasten
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt per
kwartaal aan de minister een opgave van de lasten, bedoeld in artikel
1, onderdeel b, uitgezonderd onder 2º:
a. lasten die door middel van een rijksbijdrage worden gefinancierd;
b. lasten die anders dan door middel van een rijksbijdrage worden
gefinancierd.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt binnen
twee maanden na afloop van ieder kwartaal de opgave, bedoeld in het
eerste lid, aan de minister.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt jaarlijks
aan de minister, als onderdeel van de definitieve afrekening, een opgave
omtrent de gerealiseerde uitvoeringskosten.
Art. 4.
Halfjaarlijkse
opgave volumina verlofgangers en vervangers
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt binnen twee
maanden na afloop van ieder halfjaar een opgave aan de minister
waarin
afzonderlijk worden vermeld de aantallen verlofgangers die worden
vervangen door:
- een Wwb-gerechtigde;
- een Ioaw-gerechtigde;
- een Ioaz-gerechtigde;
- een vervanger met een wachtgelduitkering op grond van een
publiekrechtelijke regeling;
- een vervanger zonder uitkering;
- een Wajong-gerechtigde;
- een WW-gerechtigde;
- een WAO-gerechtigde;
- een WAZ-gerechtigde;
- een Anw-gerechtigde;
- een mogelijke samenloop van genoemde uitkeringsgerechtigden.
Art. 5.
Eindafrekening
-1. De minister
stelt jaarlijks vóór 31 oktober de omvang van de
middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Algemeen
Werkloosheidsfonds ten behoeve van hoofdstuk
7 van de Wet arbeid en zorg over het afgelopen kalenderjaar
definitief vast, voor zover deze worden gefinancierd uit de
rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
-2. In het besluit als bedoeld in het eerste
lid wordt afzonderlijk
vermeld:
a. de omvang van de middelen tot dekking van de aan
verlofgangers als
bedoeld in artikel
4 betaalde lasten als bedoeld in artikel 1, onderdeel
b, onder 1º en 3º;
b. de omvang van de middelen tot dekking van de aan verlofgangers
betaalde lasten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder
1º en 3º, voor zover deze samenhangen met
tegemoetkomingen met betrekking tot verlofgangers die worden vervangen
door een Wwb-gerechtigde,
een Ioaw-gerechtigde, een Ioaz-gerechtigde, een
Wajong-gerechtigde,
een vervanger met een wachtgelduitkering op grond van een
publiekrechtelijke regeling en een vervanger zonder uitkering, alsmede
samenloopgevallen als bedoeld in artikel 2, derde lid;
c. de omvang van de middelen tot dekking van de aan de uitvoering van
hoofdstuk
7 van de Wet arbeid en zorg verbonden
uitvoeringskosten als bedoeld
in artikel 1, onderdeel b, onder 2º, met betrekking tot
alle verlofgangers;
d. de omvang van de middelen die op grond van artikel
30, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen zijn of
worden overgeheveld naar het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-3. De rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, is de som van de omvang
van de middelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b en c.
-4. Indien de op grond van het derde lid vastgestelde rijksbijdrage aan
het Algemeen Werkloosheidsfonds ten behoeve van hoofdstuk
7 van de Wet arbeid en zorg afwijkt van de op basis van deze
regeling over hetzelfde kalenderjaar betaalde bedragen, vindt een
definitieve afrekening met het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ten gunste of ten laste van het Algemeen
Werkloosheidsfonds plaats.
Art. 6. Vervallen.
Art. 7.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de Wet
financiering loopbaanonderbreking in werking treedt.
Art. 8.
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Financieringsregeling hoofdstuk 7
Wet arbeid en zorg.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 1
september 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
J.F. Hoogervorst.
TOELICHTING
[1 september 1998]
De Wet financiering loopbaanonderbreking ¹ schept onder voorwaarden mogelijkheden voor het
verstrekken van een tegemoetkoming bij
het opnemen van verlof ten behoeve van
het verlenen van zorg of ten
behoeve van educatie.
Uitgangspunt bij de
financiering is dat de meeste verlofgangers
worden vervangen door een uitkeringsgerechtigde. Op basis van een onderzoek
in opdracht van de Organisatie
voor Strategisch Arbeidsonderzoek (OSA) en berekeningen van het
Centraal Planbureau (CPB) wordt
uitgegaan van budgettaire neutraliteit
voor de collectieve sector. Dat wil zeggen dat
de loopbaanonderbrekingsregeling als geheel (inclusief
uitvoeringskosten) volledig kan worden
gefinancierd uit het totaal van de bespaarde uitkeringen.
De
loopbaanonderbrekingsregeling wordt uitgevoerd onder
verantwoordelijkheid van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] ten laste van het Algemeen
Werkloosheidsfonds (AWf), zodat alle tegemoetkomingen aan de verlofganger ten
laste van dat fonds komen. In de
financiering van de uitvoeringskosten van de
regeling en de tegemoetkomingen aan verlofgangers die worden vervangen door
herintreders, uitkeringsgerechtigden met een Abw-,
Ioaw-, Ioaz-, Wajong-uitkering of een wachtgelduitkering op grond van een
publiekrechtelijke regeling wordt voorzien door een
rijksbijdrage.
Financiering van de
tegemoetkomingen aan verlofgangers die
worden vervangen door uitkeringsgerechtigden met een Anw-uitkering vindt
plaats door middel van
overheveling van het bedrag van de
bespaarde uitkeringen op de Algemene nabestaandenwet ten gunste
van het AWf.
Indien een verlofganger
wordt vervangen door een (of meer) vervanger(s) zonder
uitkering of met een rijksgefinancierde
uitkering (een uitkering op grond van de
Toeslagenwet alsmede een uitkering op
grond van de Tijdelijke wet
beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria uitgezonderd), in
combinatie met een (vervanger met) een
premiegefinancierde (WW-, WAO-,
WAZ- of Anw-)uitkering, is er ter
voorkoming van hogere administratieve
lasten voor de uitvoeringsorganen
gekozen voor financiering van deze
samenloopgevallen ten laste van de
rijksbijdrage.
In de memorie van
toelichting bij de Wet financiering
loopbaanonderbreking wordt gesteld dat het rijk
op basis van een raming jaarlijks een
rijksbijdrage bij wijze van voorschot
stort in het AWf.
In deze regeling wordt
aangesloten bij de praktijk, zoals die
bijvoorbeeld ook geldt voor de
financiering van de Toeslagenwet, waarin in de
loop van het jaar maandelijks kan
worden beschikt over een deel van de rijksbijdrage.
Na afloop van het jaar zal
verrekening plaatsvinden van het voorschot waarover het AWf heeft
beschikt, met de op basis van nacalculatie vastgestelde rijksbijdrage.
1. Ingevolge artikel
XXIX, eerste lid, van de Invoeringswet arbeid
en zorg is de Wet financiering loopbaanonderbreking met ingang van 1
december 2001 ingetrokken. Bij Aanpassingsregeling arbeid en zorg (Stcrt.
2002, 171) is de onderhavige Financieringsregeling Wet financiering
loopbaanonderbreking aangepast en voorzien van een nieuwe citeertitel, red.
Artikelsgewijs
Artikel
1
In dit artikel worden enige
begrippen die in de regeling worden gebruikt nader gedefinieerd.
Artikel 2
De financiering van alle
uitvoeringskosten van de regeling en de tegemoetkomingen aan
verlofgangers die worden vervangen door
herintreders, uitkeringsgerechtigden met
een Abw-,
Ioaw-, Ioaz-, Wajong-uitkering
of een wachtgelduitkering op grond van een
publiekrechtelijke regeling vindt plaats op basis van
een rijksbijdrage die ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds
(AWf) dat door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen wordt beheerd.
In gevallen waarin een
verlofganger wordt vervangen door een Abw-gerechtigde, een
Ioaw-gerechtigde, een Ioaz-gerechtigde, een Wajong-gerechtigde, een vervanger met een wachtgelduitkering op grond
van een publiekrechtelijke regeling
of een vervanger zonder uitkering, in
combinatie met een vervanger met een WW-gerechtigde, een
WAO-gerechtigde,
een WAZ-gerechtigde of een Anw-gerechtigde, evenals bij vervanging door een vervanger met zowel
een rijks- als een
premiegefinancierde uitkering, wordt de gehele
tegemoetkoming gefinancierd uit de
rijksbijdrage.
In het tweede lid wordt
bepaald dat maandelijks het Landelijk
instituut sociale verzekeringen kan beschikken over een gedeelte van de
rijksbijdrage. Het derde lid regelt de
hoogte van het bedrag dat in de loop van
het jaar cumulatief ten laste van het Rijk komt.
Op grond van het zesde lid
blijven bij de bepaling of de vervanger
van een verlofganger een rijksgefinancierde of een premiegefinancierde
uitkering heeft, een toeslag op grond
van de Toeslagenwet (TW) en een
uitkering op grond van de Tijdelijke
wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (WBIA), buiten
beschouwing.
Op grond van het zevende lid
kan de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid tussentijds
de hoogte van de jaarlijkse
rijksbijdrage zowel opwaarts als neerwaarts
bijstellen.
Artikelen 3
en
4
In deze artikelen
wordt de aard en de
frequentie van de aan te leveren volumina en
financiële gegevens geregeld die nodig
zijn om het verloop van de
uitvoering van de Wet financiering loopbaanonderbreking te volgen. Per kwartaal wordt
door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen een opgave van de lasten aan de minister
verstrekt. Deze
opgave wordt verbijzonderd naar lasten
die door de rijksbijdrage dan wel op
andere wijze ten laste van het AWf worden
gefinancierd.
Artikel 5
In dit artikel worden
voorschriften gegeven voor de definitieve vaststelling en
eindafrekening van de rijksbijdrage over het
desbetreffende kalenderjaar.
Artikel 6
De in het eerste lid van dit
artikel opgenomen
overgangsbepaling heeft tot doel dat
toepassing van artikel 2, tweede lid, van deze
regeling niet tot onbedoelde effecten
leidt bij een andere ingangsdatum van
de Wet financiering
loopbaanonderbreking dan 1 januari.
Het derde lid regelt de
minimale informatieverstrekking over
1998.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
|
|