|
10 december 1997/nr. B
97/481 M
De Minister van
Financiën;
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en de
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op de artikelen
67,
vijfde, zesde en zevende lid, 68, tweede
lid, en 72, derde lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, artikel
41, vierde, negende en tiende lid van de
Wet financiering
volksverzekeringen en artikel 72a, derde, vierde,
negende en tiende lid, van de Ziekenfondswet;
Besluit:
Art. 1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan
onder:
a. de minister: de Minister van
Financiën;
b. het UWV: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen;
c. een rekening-courant: een
rekening in de centrale administratie
van ’s Rijks schatkist bij het ministerie
van Financiën op naam van een rekening-couranthouder, waarop dagelijks worden bijgehouden het geldelijk
tegoed (positief of negatief) van
de betrokken rekening-couranthouder bij
het Rijk en de mutaties in het tegoed;
d. de
rekening-couranthouder: de Sociale verzekeringsbank,
het UWV of het College zorgverzekeringen, ieder voor zover
het hem aangaat;
e. Aibor: het rentetarief
dat dagelijks door De Nederlandsche Bank NV wordt berekend op basis van
rentetarieven waartegen banken bereid zijn interbancair geld uit te
lenen.
Art. 2.
De rekening-couranthouders
In de centrale administratie
van ’s Rijks schatkist worden de volgende rekeningen-courant geopend:
a. één rekening-courant op
naam van de Sociale verzekeringsbank
ten behoeve van de financiële
middelen van het Algemeen
Kinderbijslagfonds, het Algemeen ¹ Ouderdomsfonds
en het Algemeen ¹ Nabestaandenfonds;
b. één of meer
rekeningen-courant op naam van het UWV ten behoeve
van de financiële middelen van de
fondsen die het UWV beheert;
c. één rekening-courant op
naam van College
zorgverzekeringen ten behoeve van de financiële middelen van
het Algemeen Fonds Bijzondere
Ziektekosten en de Algemene Kas op grond
van artikel 1p van de Ziekenfondswet.
1. Volgens de redactie
dient "Algemeen" te worden geschrapt. Zie artikel 28 Wfv.
Art. 3.
Crediteringen
Ten gunste van de in artikel
2 bedoelde rekeningen-courant worden in
elk geval geboekt:
a. de bijdragen van het Rijk
aan de Algemene Kas en aan de
fondsen die door de rekening-couranthouders worden beheerd;
b. de afdrachten van de door
de rijksbelastingdienst geïnde
premies aan de fondsen die door de rekening-couranthouders worden beheerd;
c. de bijschrijvingen op het
tegoed van ’s Rijks schatkist bij de
Nederlandsche Bank NV door of ten
behoeve van de rekening-couranthouders.
Art. 4.
Debiteringen
-1. Ten laste van de in
artikel 2 bedoelde rekeningen-courant worden in
elk geval geboekt:
a. de afdrachten door de
rekening-couranthouders ten gunste van het tegoed dat een onderdeel van het
Rijk of een derde bij ’s Rijks
schatkist in rekening-courant aanhoudt;
b. de eventuele
terugbetalingen aan de rijksbelastingdienst samenhangende met de afdrachten, bedoeld in artikel 3, onderdeel b;
c. de afschrijvingen van het
tegoed van ’s Rijks schatkist bij de
Nederlandsche Bank NV door de
rekening-couranthouders.
-2. Elke boeking ten laste
van een rekening-courant vindt plaats nadat
de rekening-couranthouder
daartoe tijdig schriftelijk of elektronisch
een opdracht bij de minister
heeft ingediend.
-3. De minister kan
voorschrijven dat elke opdracht van een
rekening-couranthouder schriftelijk of elektronisch wordt ondertekend door twee
daartoe bevoegde functionarissen van
wie de handtekeningen vooraf bij
hem zijn gedeponeerd.
Art. 5.
Rentearrangement
-1. Over de dagelijkse creditsaldi van elk van de
rekeningen-courant wordt door de minister een rente
vergoed die gelijk is aan het 12-maands
Aibor van de desbetreffende dag.
-2. Over de dagelijkse debetsaldi van elk van de
rekeningen-courant wordt door de rekening-couranthouders een rente betaald die gelijk is
aan het 1-maands Aibor.
-3. In afwijking van het
bepaalde in het eerste lid wordt door de
minister aan het UWV over het gedurende
het gehele jaar aanwezige minimale
creditsaldo van de rekening-courant ten
behoeve van de financiële middelen
van de gezamenlijke wachtgeldfondsen een rente vergoed die gelijk is
aan het effectief rendement op staatsobligaties met een resterende looptijd
van vijf tot zes jaar verhoogd met 10 basispunten. Voor de dagsaldi die boven
dit minimale creditsaldo uitkomen, wordt
over die meerdere saldi een
aanvullende rente berekend. Daarvoor is
het bepaalde in het eerste lid
van toepassing.
-4. De minister deelt de
geldende rentepercentages schriftelijk aan de rekening-couranthouders mee.
-5. De rente wordt jaarlijks
achteraf, met valutadatum 31 december
van het jaar waarop de
renteberekening betrekking heeft, ten gunste
respectievelijk ten laste van de rekeningen-courant geboekt. Daartoe stelt de
minister een rentenota op.
-6. Het bepaalde in artikel 4, tweede lid, is op een renteboeking
niet van toepassing.
Art. 6.
Informatieverschaffing
-1. De minister doet op
werkdagen, niet later dan 15.30 uur, van de
saldi en de mutaties in de saldi van de rekeningen-courant schriftelijk of
elektronisch mededeling aan de rekening-couranthouders.
-2. De
rekening-couranthouders doen op werkdagen aan de
minister:
a. vóór 9.30 uur
schriftelijk of elektronisch een opdracht toekomen als bedoeld in artikel
4, tweede
lid, met daarbij een prognose van de
kasopnamen en de kasafstortingen met betrekking tot de desbetreffende dag en
de eerste drie daaropvolgende
werkdagen; één en ander conform het
model "Dagprognose", opgenomen
in bijlage 1 ¹ bij deze regeling;
b. vóór 12.30 uur
telefonisch of elektronisch een overzicht toekomen van de bijschrijvingen als
bedoeld in artikel 3, onderdeel c.
-3. Vóór aanvang van een
kalenderjaar verstrekken de
rekening-couranthouders met betrekking tot dat jaar
een globale raming van de saldi
van de rekeningen-courant en van de
mutaties daarin, conform het model "Jaarprognose",
opgenomen in bijlage 2 ¹ bij deze regeling.
-4. De in het derde lid
bedoelde globale ramingen worden maandelijks
geactualiseerd en worden uiterlijk op de
eerste werkdag van de maand aan de minister verstrekt. Deze actualisering
wordt verwerkt conform het
model "Maandprognose",
opgenomen in bijlage 3 ¹ bij deze regeling.
1. De redactie heeft
niet de beschikking over de bijlagen behorende bij deze regeling.
Art. 7.
Financiële middelen buiten
de rekening-courant
Het College voor zorgverzekeringen is bevoegd een bedrag van ten hoogste €|2,5
miljoen buiten de rekening-courant te houden.
Art. 8.
Slotbepalingen
-1. Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling
rekening-courantverhouding sociale verzekeringen.
-2. Zij treedt in werking met
ingang van 1 januari 1998.
-3. Zij wordt in de
Staatscourant geplaatst en wordt tevens
opgenomen in het Handboek Financiële
Informatie en Administratie
Rijksoverheid (HAFIR) van het ministerie van
Financiën.
Den Haag, 10 december 1997.
De Minister van Financiën,
G. Zalm.
TOELICHTING
[10 december 1997]
Algemeen
De Wet geïntegreerd
middelenbeheer (Kamerstukken II 1996-1997, 25 342) regelt dat de financiële
middelen van de
socialeverzekeringsfondsen, voor zover die een publiek karakter dragen (premie-inkomsten,
rijksbijdragen), worden aangehouden op een rekening-courant bij het Rijk. Het
betreft de financiële middelen van
de Sociale Verzekeringsbank, het
Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.] en de Ziekenfondsraad
[zie College voor zorgverzekeringen, red.]. Bundeling
van de geldstromen van de diverse
onderdelen van de collectieve sector
maakt efficiëntiewinsten
mogelijk, omdat in de nieuwe situatie niet langer sprake is van uitzettingen met een
korte looptijd bij de fondsen en het
aantrekken van lange
financieringsmiddelen door het Rijk. Door integratie
van de financiële middelen wordt
aldus een verbetering gerealiseerd.
De aanwezige financiële
middelen en de tekorten van de fondsen
worden naar de kas van het Rijk
overgeheveld; de daardoor ontstane
schuldverhoudingen worden door middel van rekening-courantverhoudingen tussen
het Rijk en de fondsenbeheerders vastgelegd. Het Rijk vervult een
bankiersfunctie voor de beheerders van de socialeverzekeringsfondsen.
Het Rijk is daardoor in staat de
geldstromen binnen de collectieve sector te
matchen. De beschikkingsmacht
(juridische eigendom) over de gelden op
de betrokken rekeningen-courant
blijft geheel bij de
fondsenbeheerders.
In de Wet geïntegreerd
middelenbeheer is bepaald dat nadere regels
worden gesteld inzake het rentearrangement, de wederzijdse
informatievoorziening en de hoogte van de middelen die buiten de
rekening-courant kunnen worden aangehouden. Deze ministeriële regeling
strekt daartoe.
Artikelsgewijs
Artikel 2
Voor elke fondsenbeheerder
wordt in het kader van het
geïntegreerd middelenbeheer minimaal één
rekening-courant in de centrale administratie
van ’s Rijks schatkist geopend.
Hierop komt per fondsenbeheerder het
geïntegreerde middelenbeheer met de schatkist tot uitdrukking. Door het
geïntegreerd middelenbeheer kunnen de socialeverzekeringsfondsen,
behoudens een beperkt werkkapitaal,
voor hun betalingen alleen een
beroep doen op de tegoeden die zij
aanhouden bij ’s Rijks schatkist en
op de door Financiën geboden
kredietfaciliteiten.
Met de Sociale Verzekeringsbank
en de Ziekenfondsraad
is
afgesproken dat voor ieder één
rekening-courant in de centrale administratie van
’s Rijks schatkist zal worden geopend. De financiële middelen van de
fondsen waarover zij het beheer
voeren, zullen op deze ene rekening worden
aangehouden.
Met het Lisv is afgesproken
dat voor de financiële middelen van
de fondsen die door dit instituut
beheerd worden, vooralsnog vijf
rekeningen-courant geopend zullen worden, namelijk één voor het Toeslagenfonds,
één voor het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds (AAf), één voor het
Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), één voor het Algemeen Werkloosheidsfonds
[AWf, red.] en één rekening-courant voor de gezamenlijke wachtgeldfondsen. Als op
praktische gronden besloten zou worden
dit aantal rekeningen-courant
terug te brengen, dan staat de
formulering van onderdeel b van dit artikel
daaraan niet in de weg.
Artikelen 3 en
4
Op de rekeningen-courant
worden onder meer bijgeschreven de
ontvangen bedragen uit de
premieheffing volksverzekeringen, de
rijksbijdragen, de afstorting van
overtollige saldi op bankrekeningen, alsmede de
ontvangen rente. In de oude situatie
werden de door het Rijk (belastingdienst) geïnde premies en de rijksbijdragen
aan de fondsenbeheerders
beschikbaar gesteld door overboeking van (voorschotten op) deze bedragen op
bankrekeningen.
Van de rekeningen-courant
worden afgeschreven de door de
fondsenbeheerder gegeven opdrachten tot bijvoorbeeld aanvulling van
de saldi op bankrekeningen - saldi die
de fondsenbeheerder nodig heeft voor het doen van betalingen - of de
opdrachten tot overmaking aan ministeries
en aan andere
rekening-couranthouders bij het ministerie van
Financiën (intercompanyboekingen). Zie voor de uitvoering van de door de
fondsenbeheerders gegeven betaalopdrachten de toelichting bij artikel
6.
Het ministerie van
Financiën is niet bevoegd op eigen initiatief
bedragen van een rekening-courant af
te boeken. Een uitzondering hierop
vormt de rentevergoeding voor de door
het Rijk verleende kredietfaciliteiten waarvoor op afgesproken data de rekening-courant door Financiën belast zal
worden.
Artikel 5
Bij het maken van afspraken
over het te hanteren rentearrangement
is marktconformiteit het
uitgangspunt geweest. Het arrangement
wordt gekenmerkt door uitvoeringstechnische eenvoud. Dit wordt bereikt
door onder meer de berekening achteraf van de te betalen/ontvangen
rente over het saldo dat bij het
Rijk is aangehouden. De fondsen lijden geen
renteverlies, omdat op de gerealiseerde standen wordt afgerekend.
Dat houdt in dat de datum waarop
bedragen in de rekening-courant worden
verwerkt, en daarmee rentedragend
worden, gelijk zal zijn aan de datum
waarop de bedragen door de
Nederlandsche Bank NV ten gunste of ten laste van
het tegoed van ’s Rijks schatkist bij
deze bank worden geboekt.
Voor de berekening van de
door de fondsen te ontvangen rente
wordt uitgegaan van het door de
Nederlandsche Bank NV vastgestelde tarief
voor 12-maands Aibor. Voor de berekening van de door de fondsen te
betalen rente wordt uitgegaan van het
tarief voor 1-maands Aibor. Bij beide
renteberekeningen wordt het jaar op 360 dagen
en de maand op het juiste
aantal dagen gesteld, omdat dat bij
toepassing van het Aibortarief gebruikelijk
is.
Het in het derde lid
bedoelde effectief rendement op
staatsobligaties wordt vastgesteld door het
rekenkundig gemiddelde over een
kalenderjaar te bepalen aan de hand van
de desbetreffende publicatie
van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit rendement wordt vergoed over
het (positieve) bedrag dat op
alle dagen in het jaar minimaal op de rekening-courant aanwezig is (vaste kern). Op
dagen dat er een hoger saldo
aanwezig is dan deze vaste kern,
wordt over het hogere deel van het
saldo een rente vergoed volgens de
berekening als bedoeld in het eerste
lid.
Bij de renteberekening over
de in dit lid bedoelde saldi wordt het
jaar gesteld op 365 dagen.
Artikel 6
De
informatievoorziening van de fondsbeheerders aan het
ministerie van Financiën betreft de
prognoses van de verwachte saldi van de
desbetreffende rekening-courant.
Het geïntegreerd
middelenbeheer leidt ertoe dat de socialeverzekeringsfondsen voor hun betalingen,
afgezien van een beperkt werkkapitaal
dat bij het bankwezen wordt aangehouden, alleen een beroep doen op de
rekening-courant bij het Rijk. Om
vanuit de schatkist in de
liquiditeitsbehoefte van de fondsen te kunnen
voorzien, zijn goede prognoses over het
verwachte dagelijkse verloop van het
saldo van de rekeningen-courant nodig.
Daartoe dienen de prognoses van de socialeverzekeringsfondsen te voldoen aan de
onderstaande "kwaliteitscriteria":
1. De fondsen maken voor één
jaar vooruit een globale
(jaar)prognose van de verwachte mutaties in de
saldi van de desbetreffende
rekeningen-courant (bedragen en data). Deze wordt eens per maand geactualiseerd
(maandprognose).
Bij het opstellen van jaar-
onderscheidenlijk maandprognoses wordt
uitgegaan van daartoe opgestelde
modellen. Jaar- respectievelijk
maandprognoses worden vóór 1 januari van ieder jaar respectievelijk
vóór de eerste werkdag van iedere maand ingediend bij de afdeling
Rijkshoofdboekhouding van het ministerie van
Financiën.
2. Dagelijks stelt de
fondsenbeheerder door middel van het model dagprognose met betrekking
tot de desbetreffende werkdag en de
drie daaropvolgende werkdagen prognoses op van de mutaties in het
desbetreffende rekening-courantsaldo. De fondsenbeheerder dient deze
prognoses in bij de afdeling Centraal Kasbeleid van het ministerie
van Financiën. Gelijktijdig
worden de betaalopdrachten bij
Financiën ingediend (zie verderop in deze
toelichting).
De uiteindelijke realisatie
op dag t (uiterlijk om 12.30 uur) mag
niet te veel afwijken van de
prognoses. Daarbij zijn de volgende
verschillen aanvaardbaar (voor de
fondsen als totaal):
ten opzichte van de prognose
op:
werkdag t, 9.30 uur: ƒ30 miljoen;
idem werkdag t-1: ƒ60 miljoen;
idem werkdag t-2: ƒ125
miljoen;
idem werkdag t-3: ƒ250
miljoen.
Voor zover de afwijkingen
worden veroorzaakt door wijzigingen
in afdrachten door het ministerie van Financiën, tellen deze niet
mee voor het bepalen van de
afwijking. De fondsenbeheerders zijn niet
verplicht bij mutaties van de
rekening-courant informatie te verschaffen
over het doel van deze mutaties.
Beschikbaarheid middelen
Het
ministerie van
Financiën stelt middelen beschikbaar aan de fondsen
voor het verrichten van
betalingen. De fondsbeheerder geeft daartoe
de opdracht. Deze betalingsopdrachten worden overeenkomstig het
voorgeschreven model door de fondsbeheerder vóór 9.30 uur bij de
afdeling Centraal Kasbeleid van het
ministerie van Financiën ingediend.
Hierbij gelden de volgende afspraken:
1. Bedragen die nodig zijn
voor betalingen op dag t en zijn
aangekondigd in de prognose van dag t-1,
zijn vanaf 9.30 uur beschikbaar.
2. Niet op dag t-1
aangekondigde transacties en betalingen
kunnen, mits deze vallen binnen genoemde
marges, tot 12.30 uur worden
verwerkt op dag t.
3. In uitzonderingsgevallen
kunnen transacties buiten genoemde
marges tot in de middag worden
uitgevoerd , mits daarover zo spoedig
mogelijk met de afdeling Centraal Kasbeleid van het ministerie van Financiën
contact wordt opgenomen. Financiën zal ervoor garant staan dat de betaling
alsnog op dag t plaatsvindt. Mocht
evenwel in de praktijk blijken dat de
gerealiseerde mutaties in de
rekening-courantsaldi structureel de prognoses
overschrijden, waarbij de garantstelling
niet in redelijkheid kan worden waargemaakt, dan zal opnieuw overleg
plaatsvinden om te bezien hoe een optimale werkwijze kan worden gerealiseerd.
De informatievoorziening van
het ministerie van Financiën
aan de fondsen moet vergelijkbaar zijn met
de informatie die marktpartijen
nu aan de fondsen verstrekken. Overeengekomen is dat de
Rijkshoofdboekhouding van het ministerie van
Financiën dagelijks de fondsen zal informeren
over in ieder geval de slotstanden
en de geboekte mutaties in de rekeningen-courant.
Artikel 7
Het is elk van de
fondsenbeheerders toegestaan buiten de
rekening-courant met het Rijk een
werkkapitaal voor uitkeringslasten
respectievelijk uitvoeringskosten aan te
houden. Voor de Ziekenfondsraad en voor
het Lisv is de hoogte van het
werkkapitaal bepaald op maximaal ƒ5
miljoen. Voor de Sociale Verzekeringsbank is bepaald dat bovenop het werkkapitaal
van maximaal ƒ5 miljoen een
bedrag buiten de rekening-courant mag worden gehouden ten behoeve van de
kosten van het betalingsverkeer.
Het werkkapitaal kan worden aangehouden op een rekening bij een
commerciële bankinstelling.
De financiële middelen,
bedoeld in de ministeriële regeling
van 15 december 1995, Stcrt. 1995, 248,
laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 25 februari 1997, Stcrt.
1997, 41, hebben betrekking op de
financiering van onroerende zaken die op 1
januari 1996 in bezit waren van de
tot die datum erkende uitvoeringsinstellingen. De bepaling in het derde lid
van artikel 7 houdt in dat het Lisv op
grond van de bijzondere beleggingsvoorschriften in het kader van de
ontvlechting van de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen
bevoegd is om deze middelen buiten de rekeningen-courant met de Minister van
Financiën te houden.
|