St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BIJLAGEN

bij de Regeling SUWI

 

  
 

 

 

Bijlage I, bedoeld in artikel 6.3 van de Regeling SUWI

 

Stelselontwerp & Beveiliging Kaders en uitgangspunten aangaande de Gezamenlijke elektronische Voorzieningen Suwi (GeVS)

Definities op het gebied van beveiliging en gegevensbescherming als vervat in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) en voorliggende bijlage zijn gelijklopend.

Inleiding

Bij de uitvoering van de wettelijke taken (het primaire proces) binnen het domein Werk en Inkomen zijn meerdere uitvoeringsorganisaties betrokken (UWV, SVB en gemeenten c.q. de SUWI-partijen. Het Inlichtingenbureau treedt op als bewerker voor gemeenten). Uitvoeringsorganisaties die elk een deel van de dienstverlening in het kader van Werk en Inkomen uitvoeren en daartoe elk hun eigen, vanuit GeVS perspectief, decentrale, e(lektronische)-voorzieningen hebben ingericht.

Vanuit de optiek van de klant is het gewenst dat deze het domein ervaart als één efficiënt werkend geheel. Belangrijk leidend principe om dit te bewerkstelligen is eenmalige gegevensuitvraag (de klant hoeft zijn gegevens niet te verstrekken aan een van de SUWI partijen als deze gegevens al eerder door hem of haar aan deze of een andere SUWI- en/of overheidspartij zijn verstrekt). Uitwerking van dit principe leidt in de regel tot het éénmalig vastleggen en meervoudig gebruiken van voor de dienstverlening in de SUWI-keten noodzakelijke persoons (gerelateerde) gegevens.

In artikel 5.21 Besluit SUWI wordt in principe de centrale voorziening SUWI, (welke zorg draagt voor gegevensuitwisseling tussen gegevensaanbieders en –afnemers, §1.1) aangewezen als het hulpmiddel om aan het principe van eenmalige vastlegging en meervoudig gebruik binnen het domein Werk en Inkomen tegemoet te komen. Daarnaast kan het principe van eenmalige gegevensvastlegging en meervoudig gebruik vorm worden gegeven met behulp van massaal (bulk) gegevenstransport Wil men binnen de SUWI-keten individuele (nominatieve) klantgegevens uitwisselen met als doel gezamenlijke digitale klantdossiervorming dan zal men in gezamenlijk overleg de ICT-inspanningen binnen en buiten het domein (voor zover deze het domein raken) op elkaar moeten afstemmen. De beheerder (van de centrale voorziening) heeft in deze een beherende en coördinerende rol.

Voorliggende bijlage richt zich, vanuit ketenperspectief, op het realiseren van de gewenste samenhang in de ICT-inspanningen van de diverse SUWI-partijen om te komen tot gezamenlijke digitale dossiervorming op nominaal c.q individueel klantniveau. Op hoofdlijnen wordt daartoe aangegeven wat minimaal op keten niveau ingeregeld moet zijn om het samenstel van e-voorzieningen, relevant voor de uitoefening van de wettelijke taken binnen het SUWI-domein, als één samenhangend en betrouwbaar geheel te laten werken. In gezamenlijk overleg zorgen de SUWI-partijen voor de uitwerking van de hoofdlijnen in werkafspraken. De werkafspraken worden namens de SUWI-partijen door de beheerder van de centrale voorziening voor bekrachtiging voorgelegd aan het ketenoverleg. Na bekrachtiging zijn de werkafspraken bindend.

Deze bijlage vervangt de bijlagen Stelselontwerp en Beveiliging Suwi-net. Vigerend beleid dat door de SUWI-partijen gezamenlijk is geformuleerd (op basis en naar aanleiding van de voorgaande bijlagen) blijft zijn geldigheid behouden voorzover in lijn met de richting en de uitgangspunten zoals in deze bijlage neergelegd. Het stelselontwerp omvat het totaal aan e-voorzieningen, verantwoordelijkheden, afspraken, uitgangspunten en ketenproducten die nodig zijn om in het kader van digitale (nominatieve) dossiervorming op efficiënte wijze gegevens met elkaar uit te wisselen binnen het domein van Werk en Inkomen. Als zodanig komt het tegemoet aan de realisatie van het principe van eenmalige gegevensuitvraag binnen het SUWI-domein.

1.1 (e-)Voorzieningen

Het stelsel van voorzieningen omvat enerzijds (linker kolom) gegevens (bestanden) die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wettelijke taken binnen het SUWI-domein. Deze gegevens kunnen zich zowel bij één van de SUWI-partijen bevinden als bij andere, niet SUWI, overheidsorganisaties (Gemeenschappelijk overheidsbreed). Anderzijds (rechter kolom) omvat het stelsel voorzieningen die de gegevens uit de gegevensbestanden presenteren aan de daartoe geautoriseerde professional bij de diverse SUWI-partijen, bij op de GeVS aangesloten geautoriseerde derden en/of bij de geautoriseerde klant/burger.

Het e-gegevenstransport wordt, voor zover dit tussen en over organisaties binnen het stelsel plaatsvindt, gefaciliteerd door een centrale voorziening (in het midden) die, op basis van gezamenlijke afspraken tussen alle op deze voorziening aangesloten partijen, gegevens bij diverse gegevensbestanden opvraagt, normaliseert (technisch), valideert (technisch), routeert en vervolgens voor presentatie beschikbaar stelt. De centrale voorziening als zodanig verzorgt de transportfunctie tussen de gegevens- en presentatievoorzieningen binnen het stelsel.

Model

1.2 Verantwoordelijkheden

De eigenaar van een gegevensbestand (de registerhouder; de leverende partij / linker kolom stelselontwerp) heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid / is aanspreekbaar voor de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van zijn bestand en de gegevens die in zijn bestand zitten. Hij bepaalt, in afstemming met de ontvangende partijen, uiteindelijk ook wanneer en op welke tijden zijn gegevens beschikbaar zijn.

De leverende (linker kolom stelselontwerp) en ontvangende partij (rechter kolom stelselontwerp) bepalen, voor zover dit niet al is voorgeschreven bij het Besluit en/of de Regeling SUWI, onderling welke de gegevens zijn die bij een bepaalde uitwisseling horen (inclusief toets op proportionaliteit) en de mate waarin deze gegevens beschikbaar dienen te zijn. De leverende partij is als bestandseigenaar ‘verantwoordelijke’ (en aanspreekbaar) ex art 1 WBP en dient aan alle door de Wet bescherming persoonsgegevens gestelde eisen te voldoen. De beheerder onderhoudt en (door)ontwikkelt op aanwijzing van de gezamenlijke SUWI-partijen de GeVS.

De beheerder van de centrale voorziening draagt, op basis van wat door afnemer en leverancier is afgesproken, zorg voor (publieke) weergave van de gegevenslevering in het SGR (§ 1.4) en het daadwerkelijke gegevenstransport (van deur tot deur).

Op de GeVS aangesloten partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het maken van afspraken die leiden tot één samenhangend en betrouwbaar samenstel van gezamenlijke voorzieningen. De beheerder van de centrale voorziening is operationeel verantwoordelijk voor de coördinatie van het tot stand komen van de gezamenlijke afspraken en de inrichting van een gemeenschappelijke faciliteit voor (logische)toegangsbeveiliging.

Ontvangende partijen zijn verantwoordelijk voor de wijze waarop de gegevens (kwantiteit, samenhang, structuur) uiteindelijk op hun schermen worden gepresenteerd. Na ontvangst van de gegevens (en bij verdere verwerking van deze gegevens) zijn ze ook zelfstandig verantwoordelijk / aanspreekbaar voor toepassing en naleving van de wettelijke regels welke gelden rondom privacy en beveiliging (zie §2.3).

Bij een redelijk vermoeden van onjuistheid van een gegeven afkomstig uit een wettelijke basisregistratie zijn de afnemers in de regel verplicht daarvan melding te doen bij de registerhouder. Daar waar nog geen sprake is van een wettelijke basisregistratie worden gezamenlijke afspraken gemaakt over terugmelding door ontvangers.

1.3 Afspraken

Artikel 62 lid 2 van de wet SUWI stelt dat de SUWI-partijen gezamenlijk zorg dragen voor de instandhouding van de GeVS.

In concreto betekent dit dat de SUWI-partijen onderling en gezamenlijk, met de beheerder van de centrale voorziening, afspraken maken op de verschillende deelgebieden van informatie-uitwisseling binnen de SUWI-keten. De beheerder van de centrale voorziening faciliteert de tot stand koming van de gezamenlijke afspraken, ziet toe op de samenhang en actualiteit van de afspraken en op niet strijdigheid daarvan met gemeenschappelijke, overheidsbrede, afspraken. Indien voldaan is aan de gestelde eisen worden de gemaakte afspraken, namens de SUWI-partijen, door de beheerde van de centrale voorziening voor akkoord voorgelegd aan het ketenoverleg. Uiteindelijk vinden de afspraken hun weerslag in diverse concrete producten, bijvoorbeeld de Keten Service Level Agreement, het SUWI-Gegevens Register, de SUWI-Ketenarchitectuur en de Verantwoordingsrichtlijn Privacy & Beveiliging GeVS.

1.4 Uitgangspunten & keten producten

Naleving van de principes van de Elektronische Overheid; de SUWI-Ketenarchitectuur

Principes van de elektronische overheid zoals eenmalige uitvraag / meervoudig gebruik van gegevens, een service gerichte architectuur, één loket voor burger en bedrijf, gebruik van open source en open standaarden, webrichtlijnen etc. zijn richtinggevend aan de SUWI-ICT inspanningen. Deze principes zijn grotendeels neergeslagen in de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA). De NORA geldt daarom als het ICT denk- en ontwikkelkader binnen het SUWI-domein en is mede richtinggevend voor de SUWI-Ketenarchitectuur.

Transparantie van gegevensleveringen en éénduidigheid in gegevensdefinities en technische standaarden; het SUWI-gegevensregister (SGR)

Op hoofdlijnen bevat het SGR enerzijds een Conceptueel Gegevensmodel (object en gegevensdefinities van met de centrale voorziening uitgewisselde gegevens) en de technische standaarden. Anderzijds bevat het SGR een Berichtenregister. Het Berichtenregister geeft weer ten behoeve van welke wettelijke taak (doelbinding) welke gegevenssoorten (proportionaliteit) door wie (verantwoordelijke) aan wie (verwerker) met de centrale voorziening worden uitgewisseld.

Het SGR wordt aangepast wanneer tot daadwerkelijke levering wordt overgegaan. Het berichtenregister is publiek.

De daadwerkelijke gegevenslevering vindt vervolgens plaats op basis van de gegevens-definitie in het Conceptueel Gegevensmodel. Het SGR is als zodanig het referentiekader voor systeembouwers.

Eén structuur voor steeds verbeterende wederzijdse dienstverlening; Keten Service Level Agreement (de Keten-SLA )

De Keten-SLA is een gezamenlijke overeenkomst tussen op de centrale voorziening SUWI aangesloten gegevensleveranciers (sectoraal en bovensectoraal) de SUWI-partijen onderling èn tussen de SUWI-partijen en de beheerder van de centrale voorziening over wederzijdse dienstverlening (zoals de snelheid en beschikbaarheid van (bestands)gegevens) en specifieke diensten (zoals de logische toegangsbeveiliging). Ook wordt in de Keten-SLA aandacht besteed aan de wijze waarop partijen de kwaliteit van de gegevens borgen. Dit uit zich bijvoorbeeld in een terugmeld procedure voor het geval bij een geleverd gegeven een redelijk vermoeden van onjuistheid bestaat, en een correctieprocedure voor betrokkenen .

De Keten SLA sluit enerzijds aan bij de SUWI wet- en regelgeving en de wederzijdse afspraken die in de bestaande SLA’s tussen verschillende op de centrale voorziening aangesloten partijen zijn vastgelegd en stelt anderzijds eisen aan de onderhouds- en beheercontracten die de verschillende ketenpartners met hun ICT-leveranciers hebben afgesloten.

De keten-SLA gaat uit van wederzijdse resultaatverplichtingen. De SUWI-partijen en de beheerder van de centrale voorziening rapporteren aan elkaar over wijzigingen, incidenten en calamiteiten (c.q. over de effectiviteit en naleving van de afgesproken maatregelen). De beheerder van de centrale voorziening rapporteert over de behaalde resultaten aan het ketenoverleg. Daar worden, waar nodig, onderling de te nemen verbetermaatregelen benoemd.

Het ketenoverleg stelt het Keten SLA vast. Wijzigingen worden periodiek door beheerder van de centrale voorziening , in overleg met ketenpartijen, ter goedkeuring voorgelegd aan het ketenoverleg.

2 Privacy & Beveiliging

Dit onderdeel geeft, binnen de kaders van de wettelijke voorschriften, invulling aan de gezamenlijke governance van privacy en beveiliging. Hierbij is van belang:

– Beschikbaarheid en Integriteit: het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid (VIR)

– Voor best practices: Code voor Informatiebeveiliging. Vertrouwelijkheid: Wet bescherming Persoonsgegevens (WBP).

– Voor het niveau van vertrouwelijkheid: Achtergronden en Verkenningen (AV) 23 van het CBP.

Het geeft kaders voor de te stellen betrouwbaarheidseisen aan de voor gegevensuitwisseling benodigde gegevensbestanden (technisch), de centrale voorziening zelf, de gegevensuitwisseling die daarmee wordt gerealiseerd en aan de presentatievoorzieningen die de gegevens presenteren aan klant en professional.

Betrouwbaarheid is beschreven in termen van Beschikbaarheid, Integriteit en Vertrouwelijkheid.

2.1 Beschikbaarheid en Integriteit

In de Keten-SLA (§ 1.4) worden concrete (wederzijdse) prestatie afspraken gemaakt over ICT-beheer. Deze afspraken borgen dat het benodigde samenstel van GeVS-voorzieningen zodanig is ingericht dat deze beschikbaar en integer zijn op het moment dat de diverse SUWI-partijen ze nodig hebben.

2.2 Vertrouwelijkheid

Vertrouwelijkheid houdt in dat de (persoons) gegevens uitsluitend beschikbaar zijn voor het uitvoeren van wettelijke taken (doelbinding) en dat de toegang tot en kennisname van de beschikbare informatie daarbij is beperkt tot een gedefinieerde groep van gerechtigden.

Naast in de Keten-SLA gemaakte afspraken over beschikbaarheid en integriteit van de voorzieningen en het bieden van transparantie over doelbinding, proportionaliteit en eigenaarschap bij gegevensuitwisselingen met de centrale voorziening middels het SGR (§ 1.4) stelt deze bijlage in het kader van Vertrouwelijkheid bij de gegevensuitwisseling tevens eisen aan de (logische) toegangsbeveiliging. Deze zijn:

– Leverende en ontvangende partij bepalen onderling welke de gegevens zijn die bij een bepaalde uitwisseling horen (op basis van ondermeer doelbinding en proportionaliteit).

– Leverende en ontvangende partijen maken met de beheerder van de centrale voorziening afspraken over gezamenlijke niveaus van toegangsbeveiliging per gegevenssoort. In het verlengde daarvan maken de leverende en ontvangende partijen met de beheerder van de centrale voorziening afspraken over toekenning van gebruikersrollen door de beheerder van de centrale voorziening aan ontvangende partijen en toekenning van autorisaties door ontvangende partijen aan eigen personeel.

– Toegangsbeveiliging wordt gerealiseerd door gebruikers te voorzien van een rol (taak beheerder van de centrale voorziening), en rollen te verbinden aan autorisaties (taak ontvanger). Een autorisatie is medewerker-gebonden en geeft toegang tot vooraf vastgestelde (§ 1.2) klant gegevens die mogen worden geraadpleegd op basis van de toegekende rol. Op deze wijze wordt voldaan aan het proportionaliteitsbeginsel.

– Beheerder van de centrale voorziening faciliteert het invoeren van autorisaties voor afgesproken rollen en houdt een logging bij van de geautoriseerde inkijk op gegevens van de diverse bestandseigenaren bij diverse ontvangende partijen (wie raadpleegt wanneer welke gegevenssoorten).

– Log-informatie wordt door beheerder van de centrale voorziening maandelijks geanonimiseerd beschikbaar gesteld aan de leverende en ontvangende partijen die het betreft.

– Partijen kunnen zo detecteren of er sprake is van oneigenlijk gebruik. Als dat zo blijkt te zijn kan meer specifieke en niet anonieme informatie worden verstrekt door de beheerder van de centrale voorziening.

– Beheerder van de centrale voorziening neemt passende maatregelen bij geconstateerde beveiligingsinbreuken of misbruik van de GeVS.

2.3 Uitgangspunt & ketenproduct

Eén gezamenlijk, transparant en uniform niveau van betrouwbaarheid in termen van Beschikbaarheid, Integriteit en Vertrouwelijkheid; de Verantwoordingsrichtlijn Privacy& Beveiliging GeVS

De Verantwoordingsrichtlijn (privacy en beveiliging van de GeVS) is een gezamenlijk product van de SUWI-partijen en de beheerder van de centrale voorziening welke, op basis van de wettelijke voorschriften rondom privacy en beveiliging, vorm en inhoud is gegeven. Het bevat de normen, criteria en vormvereisten op basis waarvan het oordeel dan wel de verklaring van getrouwheid (ex. art 5.22 regeling SUWI) over de privacy en beveiliging van de GeVS in de Jaarverslagen van de op de GeVS aangesloten ontvangende partijen en de beheerder van de centrale voorziening wordt onderbouwd. In het Jaarverslag wordt daartoe een aparte, als zodanig herkenbare, paragraaf gewijd aan de privacy en beveiliging van de GeVS waarin, waar nodig, verbetermaatregelen worden benoemd.

Bij wijziging wordt de Verantwoordingsrichtlijn voor akkoord voorgelegd aan het ketenoverleg, gehoord de Inspectie Werk en Inkomen.

 

 

Bijlage II, bedoeld in artikel 6.1 van de Regeling SUWI eenmalige gegevensuitvraag

 

 

Status 31 december 2008

Uiterlijk 31 december 2009

Uiterlijk 31 december 2010

Uiterlijk 31 december 2011

GBA

   

X

 

Gegevens genoemd in bijlage 1d. bij artikel 58a van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens voor zover van toepassing.

• Gegevens over de burgerlijke staat:

• Naam:

○ geslachtsnaam;

○ voornamen;

○ geboortedatum.

• Geboorte:

○ geboorteplaats;

○ geboorteland en zo nodig gebiedsdeel.

• Geslacht

•Ouders:

○ geslachtsnaam;

○ voornamen;

○ geboortedatum.

•Kinderen:

○ geslachtsnaam;

○ voornamen;

○ geboortedatum.

•Overlijden:

○ overlijdensdatum.

       
         

•Datum ingang en beëindiging rechtsgeldigheid gegevens;

○ datum ingang rechtsgeldigheid;

○ datum beëindigingrechtsgeldigheid.

       
         

Gegevens over de nationaliteit.

Nationaliteit of nationaliteiten, dan wel een aanduiding dat de betrokkene geen nationaliteit bezit, of een aanduiding dat de nationaliteit van de betrokkene niet kan worden vastgesteld;

       
         

De aantekening dat op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap is vastgesteld dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit;

       
         

De aantekening dat de betrokkene op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander behandeld wordt.

       
         

Gegevens over het verblijfrecht van de vreemdeling

de aantekening over het verblijfsrecht;

       
         

datum ingang verblijfsrecht;

       
         

datum beëindiging verblijfsrecht.

       
         

Gegevens over de gemeente van inschrijving en het adres in die gemeente alsmede het verblijf in Nederland en het verstrek uit Nederland

• Gemeente van inschrijving:

○ gemeente.

• Adres, voor zover het betreft een woonadres:

straatnaam en zo nodig gemeentedeel;

huisnummer;

aanduiding bij huisnummer;

letter bij huisnummer;

toevoeging bij huisnummer;

locatiebeschrijving en zonodig gemeentedeel.

       
         

Gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene

burgerservicenummer ingeschrevene

       
         

Gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene van de ouders, de echtgenoot danwel van de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten of eerdere geregistreerde partners en de kinderen

burgerservicenummer ouder;

burgerservicenummer echtgenoot dan wel geregistreerd partner;

burgerservicenummer eerdere echtgenoot;

burgerservicenummer eerdere geregistreerde partner;

burgerservicenummer kind.

       
         

Gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner,

de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner

       
         

de aantekening dat de ingeschrevene de eigen geslachtsnaam voert;

       
         

de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerd partner voert;

       
         

de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerd partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner vooraf doet gaan aan de eigen geslachtsnaam;

       
         

de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner doet volgen op de eigen geslachtsnaam.

       

UWV

       

Gegevens betreffende inschrijving.

X

     

•Datum inschrijving UWV

• Inschrijfreden UWV

• Datum einde inschrijving UWV

•Datum einde geldigheidstermijn inschrijving UWV

• Reden einde inschrijving UWV

       

Gegevens betreffende werkervaring.

     

X

•Datum aanvang arbeidsverhouding

• Datum einde arbeidsverhouding

       

Gegevens betreffende beschikbaarheid voor arbeid.

     

X

•Datum aanvang beschikbaar voor arbeid

• Datum einde beschikbaar voor arbeid

• Aantal uren per week beschikbaar voor arbeid

• Datum aanvang vrijstelling arbeidsplicht

       

Gegevens betreffende dienstverlening.

     

X

•Code soort dienst activiteit

• Datum aanvang dienst activiteit

• Datum einde dienst activiteit

• Code soort dienst

• Datum aanvang dienst

• Datum einde dienst

•Omschrijving werkinstrument

• Datum aanvang dienst instrument

• Datum einde dienstinstrument

• Datum aanvang dienstverleningspad

• Datum einde dienstverleningspad

• Code reden einde dienstverleningspad

• Code fase indeling

       

Gegevens betreffende opleiding.

     

X

•Datum aanvang volgen opleiding

• Datum einde volgen opleiding

• Code status opleiding

•Indicatie diploma

• Aantal jaren succesvol afgerond

• Aantal uren opleiding

• Code tijdsbeslag opleiding

• Omschrijving opleidingsnaam

       

Gegevens betreffende vacature.

     

X

•Datum verwijzing naar vacature

• Indicatie plaatsing

• Code soort rijbewijs

       

Gegevens m.b.t. inkomensverhoudingen (afkomstig uit Polis).

     

X

•Datum aanvang inkomstenopgave

• Datum einde inkomstenopgave

• Aantal SV-dagen inkomstenopgave

• Aantal verloonde uren inkomstenopgave

• Bedrag brutoloon SV

•Datum aanvang inkomstenverhouding

• Datum einde inkomstenverhouding

• Code soort inkomstenverhouding

• Code aard inkomstenverhouding

       

Gegevens betreffende verzekering (afkomstig uit Polis).

     

X

•Indicatie verzekerd wao/wia

• Datum aanvang verzekerd wao/wia

• Datum einde verzekerd wao/wia

•Indicatie verzekerd ww

• Datum aanvang verzekerd ww

• Datum einde verzekerd ww

• Indicatie verzekerd zw

• Datum aanvang verzekerd zw

• Datum einde verzekerd zw

       

Uitkeringsgegevens.

     

X

•Datum aanvang uitkeringsperiode

• Datum einde uitkeringsperiode

• Wettelijke regeling (code szwet)

• Datum aanvang aanvulling op uitkering

• Datum einde aanvulling op uitkering

• Waarde bedrag uitkering

•Code uitkeringsperiode

• Datum aanvang bruto uitkeringsbedrag

• Datum einde bruto uitkeringsbedrag

• Datum einde loongerelateerde uitkering WW

• Datum einde vervolguitkering WW

• Datum eerste werkloosheidsdag

•Omschrijving reden werkloosheid

• Datum aanvang uitkeringsverhouding

• Datum einde maximale uitkeringsduur

• Omschrijving reden einde uitkeringsverhouding

• Datum einde uitkeringsverhouding

       

Gegevens betreffende maatregelen.

     

X

•Datum aanvang maatregel mbt uitkering

• Datum einde maatregel mbt uitkering

• Percentage korting uitkering

• Code reden maatregel mbt uitkering

       

Gegevens betreffende arbeidsverleden.

     

X

•Code basis arbeidsverleden

• Jaar SV-dagen arbeidsverleden

• Aantal SV-dagen arbeidsverleden

• Aantal SV-dagen periode arbeidsverleden

• Indicatie zorgforfait

•Indicatie mantelzorgforfait

• Werkgever/handelsnaam organisatie

       

Gegevens betreffende uitkeringsstatus.

     

X

•Code beslissing op aanvraag

• Datum aanvraag uitkering

       

Gegevens betreffende re-integratie.

     

X

•Code soort instrument

• Datum aanvang inzet instrument

• Datum einde inzet instrument

• Code resultaat inzet instrument

• Datum aanvang trajectplan

•Datum einde trajectplan

       

SVB

       

Gegevens betreffende kinderbijslag.

X

     

•Indicatie thuis-/uitwonend

• Indicatie recht kinderbijslag

• Landencode ISO

       

Gegevens betreffende de Algemene nabestaandenwet.

X

     

•Ingangsdatum Anw

• Brutobedrag Anw

       

Gegevens over de Algemene ouderdomswet.

X

     

•Ingangsdatum Aow

• Einddatum Aow

•Indicatie toeslag Aow

• Percentage Aow

•Netto bedrag Aow

• Bruto bedrag Aow

       

Gegevens betreffende WWB 65+.

     

X

•Begindatum uitkering

• Einddatum uitkering.

• Datum aanvang maatregel

•Datum einde maatregel

• Reden maatregel

•Huisvesting.

• Leefvorm.

• Soort normbedrag

• Normbedrag.

• Reden beëindiging bijstand.

• Datum besluit vordering

       

•Reden vordering

• Bedrag aanvang vordering

• Bedrag saldo vordering

•Status vordering

• Code aanleiding uitkering.

• Code soort overige inkomsten

• Code beslissing op aanvraag

•Datum aanvraag uitkering

• Datum beslissing op aanvraag

       

Gemeenten

       

Gegevens betreffende WWB.

X

     

•Begindatum uitkering

• Einddatum uitkering

• Datum aanvang maatregel

•Datum einde maatregel

• Reden maatregel

•Huisvesting

• Leefvorm

• Soort normbedrag

• Normbedrag

       

•Reden beëindiging bijstand

• Datum betaalbaarstelling bijzondere bijstand

• Soort kosten bijzondere bijstand

• Datum besluit vordering

• Reden vordering

• Bedrag aanvang vordering

• Bedrag saldo vordering

• Status vordering

       

•Code aanleiding uitkering.

     

X

•Code soort overige inkomsten

     

X

•Code classificatie BBZ

     

X

•Code munteenheid

     

X

Gegevens betreffende IOAW.

       

•Datum ingang uitkering

• Datum beëindiging uitkering

X

     

•Reden beëindiging

• Bedrag grondslag

• Datum besluit vordering

•Reden vordering

• Bedrag aanvang vordering

• Bedrag saldo vordering

•Status vordering

     

X

Gegevens betreffende IOAZ.

       

•Datum ingang uitkering

• Datum beëindiging uitkering.

X

     

•Reden beëindiging

• Bedrag grondslag

• Datum besluit vordering

•Reden vordering

• Bedrag aanvang vordering

• Bedrag saldo vordering

•Status vordering

     

X

Gegevens betreffende re-integratie gemeenten.

     

X

•Code doelgroep re-integratie

• Datum aanbod trajectplan

• Datum aanvang trajectplan

•Datum einde trajectplan

• Code reden einde trajectplan

• Loonkostensubsidie/financiering trajectplan

• Datum aanvang lks

• Datum einde lks

• Indicatie vrijstelling arbeidsplicht

• Participatieplaats

•Datum aanvang pp

• Datum einde pp

•Re-integratiepositie begin traject

•Re-integratiepositie einde traject

       

Gegevens betreffende Uitkeringsstatus.

     

X

•Datum aanvraag uitkering

• Code beslissing op aanvraag

• Datum beslissing op aanvraag uitkering

       

RDW

 

X

   

Gegevens betreffende de aansprakelijkheid.

       

•Datum registratie aansprakelijkheid

• Datum einde aansprakelijkheid

       
         

Gegevens betreffende de status van het voertuig.

       

•Code status voertuig

• Datum aanvang status voertuig

• Datum einde status voertuig

       
         

Gegevens betreffende het voertuig.

       

•Code soort voertuig

• Code classificatie voertuig

• Kenteken voertuig

• Type voertuig

• Hoofdkleur voertuig

•Nevenkleur voertuig

• Datum eerste inschrijving voertuig nationaal

• Datum eerste inschrijving voertuig internationaal

       

•Merk voertuig

     

X

DUO

     

X

Gegevens betreffende opleiding en diploma.

•Onderwijsdeelname

– datum in- en uitschrijving

– leerjaar

–inschrijvingsvorm

• Opleidingaanbod

–alternatieve naam opleiding

–onderwijsvorm

• Opleiding (met oa)

– naam opleiding (kort en lang)

–studiecontractvorm

– opleidingcode

•Opleidingsniveau

• Studie gebied (omschrijving)

• Studie inhoud (omschrijving)

• Studie uitstroom (omschrijving)

•Beroepspraktijkovereenkomst

– datum afsluiting overeenkomst

– datum begin en einde vorming

– omvang beroepspraktijkvorming

•Vak (omschrijving)

• Vakresultaat

– datum uitslag

– indicatie certificaat

•Uitstroomniveau (omschrijving)

•Opleidingresultaat

• Examenuitslag

– code uitslag

– datum uitslag

–examenjaar

       
         

Gegevens met betrekking tot het recht op studiefinanciering. ¹

       

1. Gegevenssoort moet nog nader worden gespecificeerd.

 

 

Bijlage III, bedoeld in artikel 6.5 van de Regeling SUWI

 

Aansluitprotocol GeVS

Aansluitvoorwaarden en aansluitprocedures niet-suwipartijen op de gezamenlijke elektronische voorzieningen suwi en ontsluiten nieuwe bronnen

1. Inleiding

Middels de wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (Stb. 2007, 555) wordt in artikel 62, tweede lid, van de Wet SUWI de basis gelegd voor het gebruik van de Gezamenlijke elektronische Voorzieningen SUWI (GevS) door niet-Suwipartijen voor de verwerking van gegevens. Het gebruik van de elektronische voorzieningen voor gegevensuitwisseling met derden, niet SUWI-partijen is nader uitgewerkt in het nieuwe artikel 5.23 van het Besluit SUWI. Artikel 6.5 van de regeling bepaalt dat in bijlage III

bij deze regeling regels kunnen zijn opgenomen over de overeenkomst, als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van het Besluit SUWI.

Uitgangspunt bij aansluiting niet-Suwipartijen is dat het gesloten verstrekkingregime SUWI gehandhaafd blijft. Kernvoorwaarde voor het gebruik van de gezamenlijke voorzieningen voor gegevensuitwisselingen met niet-Suwipartijen is dat het verstrekken en verkrijgen van de gegevens wettelijk is toegestaan. In beginsel heeft het aansluiten van niet-Suwipartijen betrekking op bestuursorganen. De voorwaarden kunnen echter ook betrekking hebben op andere organen met een wettelijke taak en gelden voor het ontsluiten van nieuwe bronnen via de GeVS. Voor het gebruik van de GeVS door niet-Suwipartijen kunnen extra inspanningen worden verricht en kosten gemaakt door de beheerder. Deze kosten kunnen in rekening worden gebracht bij de niet-Suwipartij (de aanvrager)..

Gemeenten vallen onder het Aansluitprotocol en worden als niet-Suwipartij beschouwd indien:

– het beoogde gegevensverkeer via de GeVS zal verlopen én

– het de uitvoering van taken betreft anders dan voortvloeiend uit de SUWI wet- en regelgeving.

Het protocol is niet van toepassing op gegevensuitwisselingen tussen gemeenten, UWV en SVB en andere organisaties wanneer deze niet via de GeVS verlopen. Verder is geregeld dat een rechtspersoon gemeenten kan vertegenwoordigen bij het sluiten van een overeenkomst, zoals bedoeld in het Aansluitprotocol.

Aansluiting op de GeVS vindt plaats in een aantal stappen. Zo wordt vastgesteld welke gegevens, door wie en voor welke taken mogen worden verwerkt en aan welke technische voorwaarden dat gebruik gekoppeld is. Deze bijlage beschrijft de volgende stappen:

Paragraaf 2. Voorwaarden van aansluiting;

Paragraaf 3. De aansluitstappen;

Paragraaf 4. Standaardovereenkomst.

2. De Voorwaarden

Aansluiting op de GeVS, moet aan de volgende voorwaarden voldoen.

– Er dient een wettelijke grondslag aanwezig te zijn, waaruit volgt voor welk doel partijen welke gegevens mogen uitwisselen;

– De aanvragende niet-Suwipartijen conformeren zich aan de Suwi-beleidskaders, vastgelegd in bijlage I, genaamd ‘Stelselontwerp en beveiliging GeVS’ bij de Regeling SUWI;

– De aansluiting van niet-Suwipartijen en de ontsluiting van nieuwe bronnen wordt bevestigd in een overeenkomst.

3. De aansluitstappen

De eerste stap is een overleg tussen aanvrager en leverancier over een beoogde gegevensuitwisseling. Als door de aanvrager en de leverancier besloten wordt voor de betreffende gegevensuitwisseling van de GeVS gebruik te maken worden de volgende stappen gevolgd.

De tweede stap omvat het formele verzoek van de aanvrager om van de GeVS gebruik te mogen maken. Een dergelijk verzoek kan ook afkomstig zijn van een of meerdere Suwipartijen, die wensen dat een derde partij aansluit als afnemer of leverancier.

Dit verzoek is gericht aan de beheerder van GeVS. De beheerder informeert de beoogde gegevens leverende partij(en) en – voorzover dit niet de verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) voor die gegevensverwerking zijn – de verantwoordelijke over de aanvraag. Deze stap wordt afgerond met een toets op de wettelijke grondslag, uitgevoerd door de gegevens leverende partij(en). Daarbij wordt niet getoetst of dat orgaan aan de vereisten voldoet om de betreffende wettelijke taak uit te voeren. Dat is al getoetst door het bestuursorgaan dat de wettelijke taak aan het orgaan heeft toebedeeld. Wordt geconstateerd dat er een wettelijke basis voor de gegevenslevering aanwezig is, dan wordt de volgende stap gezet. De aanvraag wordt afgewezen indien de wettelijke basis ontbreekt.

De derde stap is het beleggen van een bijeenkomst door de beheerder met alle betrokken partijen, uitmondend in een helder beschreven informatieanalyse, waarin is opgenomen welke gegevens, voor welke taak en welke processen worden gevraagd en op grond van welke wet- en regelgeving dit mogelijk is. Hierop wordt de technische invulling en de gegevensvulling van de beoogde aansluiting c.q. ontsluiting gebaseerd. Op basis hiervan wordt de inhoud van de te sluiten overeenkomst bepaald. Hierin wordt ten minste aangegeven welke rollen en autorisaties benodigd zijn en hoe aan de voorwaarden, genoemd in hoofdstuk 2 van dit protocol, zal worden voldaan.

De vierde stap is de beoordeling of de beoogde ontsluiting van nieuwe bronnen c.q. de aanvraag tot gebruik van de GeVS tot overeenstemming leidt. Indien overeenstemming is bereikt wordt de overeenkomst gesloten. Het SUWI Gegevensregister wordt geactualiseerd op basis van de gesloten overeenkomst. Elk besluit wordt gemeld aan de Minister van SZW.

Stap vijf betreft de daadwerkelijke aansluiting c.q. ontsluiting en het gebruik middels de GeVS.

4. Standaardovereenkomst

Op grond van het nieuwe artikel 5.23 van het Besluit SUWI dient er een overeenkomst te worden gesloten tussen de aanvrager en de leverancier van gegevens. Onderstaand wordt het bepaalde in artikel 5.23 Besluit SUWI uitgewerkt.

Er wordt een overeenkomst gesloten tussen de contractpartijen, zijnde de betrokken verantwoordelijken en de aanvrager, alsook de beheerder van de GeVS.

SUWI-partijen kunnen zowel leverancier als afnemer zijn.

In deze overeenkomst spreken de contractpartijen de volgende zaken af:

a. hoe aan de eisen van hoofdstuk 2 van dit Aansluitprotocol wordt voldaan;

b. op welke wijze het dienstverleningniveau als responsetijden, hersteltijden, mate van beschikbaarheid en integriteit van de techniek, (KetenSLA) wordt geregeld;

c. welke rollen en autorisaties benodigd zijn;

d. op welke wijze de eisen voortvloeiend uit de Wet bescherming persoonsgegevens worden nageleefd;

e. hoe wordt omgegaan met wijzigingen. Het betreft wijzigingen ten gevolge van politieke besluitvorming, wijzigingen in gehanteerde standaarden en/of wijzigingen in verband met releasebeleid van de beheerder;

f. op welke wijze de verantwoording wordt geregeld. Uitgangspunt is het vigerende verantwoordingsregime van de aanvrager. Afspraken over verantwoording aan de registerhouder(s), van wiens gegevens gebruik wordt gemaakt, alsook met de beheerder kunnen in de overeenkomst worden opgenomen;

g. dat doorlevering van gegevens is niet toegestaan;

h. dat het beoogde gegevensverkeer in het SUWI Gegevensregister wordt beschreven;

i. hoe met nieuwe deze eisen en wensen wordt omgegaan. Uitgangspunt is dat deze in de overeenkomst worden opgenomen; Indien gegevensleveranciers al (algemene) leveringsvoorwaarden hanteren, kunnen deze onderdeel uitmaken van de overeenkomst.

 

 

Bijlage IV, bedoeld in de artikelen 5.3, 5.4, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI

 

Planning & control producten van CWI

In deze bijlage zijn de diverse producten uit de P&C-cyclus tussen CWI en SZW gespecificeerd, die CWI periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:

I

meerjarenbeleidsplan

II

jaarplan met begroting

III

tussentijds verslag

IV

jaarverslag incl. jaarrekening

V

fondsennota ( niet van toepassing op CWI )

VI

VBTB-informatie t.b.v. het SZW-jaarverslag

CWI levert één planningsdocument op, te weten het jaarplan met begroting. CWI dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag. De tussentijdse verslagen worden uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode aan de minister verstrekt.

De VBTB-informatie t.b.v. het SZW-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag. Deze informatie wordt uiterlijk 15 februari aan SZW geleverd t.b.v. het begrotingsproces en de voorbereiding van de jaarverantwoording van SZW. Tegelijkertijd met de VBTB-informatie worden tevens de prognoses ten aanzien van de prestatie-indicatoren in het kader van de verantwoordingsinformatie, met bijbehorende toelichting, alsmede de prognoses ten aanzien van de budgetuitputting geleverd.

De planning voor de oplevering van deze producten kan als volgt worden weergegeven.

Opleverdatum

Product

15/2

VBTB-informatie t.b.v. jaarverslag SZW

15/3

Jaarverslag incl. jaarrekening

11/6

Tussentijds verslag t/m april

Vóór 1/7

Ontwerp jaarplan met begroting

Vóór 1/10

Definitief jaarplan met begroting

10/10

Tussentijds verslag t/m augustus

In de hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

Tabel: Inhoudsvoorschriften voor de producten van de P&C-cyclus

I

II

III

IV

V

VI

1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting

           

a. voorlopige opgave voorgaand jaar

           

b. realisatie lopend jaar t/m verslagperiode

           

c. raming lopend jaar

           

d. raming volgend jaar

           

e. voorstel herziening premiepercentages

           

f. kerncijfers per wet

           

2. Ontwikkelingen wetsuitvoering + andere taken

x

         

a. doelstellingen, activiteiten op hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten

 

x

x

x

   

b. prestatie-indicatoren / kengetallen

 

x

x

x

 

x

c. speerpunten Klantgerichtheid

 

x

M

x

   

d. speerpunten Handhaving

           

3. Ontwikkelingen grote projecten en W&R-projecten

x

x

x

x

   

4. Ketensamenwerking

 

x

x

x

   

5. Bedrijfsvoering

           

a. rechtmatigheid (incl. M&O)

 

M

x

x

   

b. doelmatigheid

 

M

M

x

   

c. totstandkoming niet-financiële informatie

 

M

M

x

   

d. financieel beheer (tekortkomingen)

 

M

M

M

   

e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM, ICT, huisvesting

M

M

M

M

   

6. Governance

           

a. Raad van Bestuur

     

x

   

b. Raad van Advies (gegeven adviezen en afgegeven signalen)

     

x

   

c. risicomanagement

     

x

   

7. Uitvoeringskosten

x

x

x

x

 

x

a. opbouw per product c.q. per groot project

 

x

x

x

   

b. opbouw per kostensoort

 

x

x

x

   

c. opbouw per wet / andere taken

           

d. prognose lopend jaar

   

x

     

e. vergelijking met vorig jaar

 

x

x

x

   

f. vergelijking met begroting

   

x

x

   

g. vergelijking met laatst goedgekeurde jaarrekening

 

x

 

x

   

h. bestuurskosten (gesplitst naar RvB en RvA)

     

x

   

8. Investeringen per categorie

 

x

x

x

   

9. Kasstroomoverzicht

 

x

 

x

   

10. Jaarrekening

     

x

   

11. n.v.t.

     

x

   

12. VBTB-informatie

     

x

 

x

13. Kwantitatieve informatie1

   

x

x

   

14. Toezichtbevindingen

     

x

   

1 De afspraken over de levering van de kwantitatieve informatie per wet wordt bilateraal per brief tussen SZW en de CWI geregeld.

Legenda

I

meerjarenbeleidsplan

II

jaarplan met begroting

III

tussentijdse verslagen

IV

jaarverslag incl. jaarrekening

V

fondsennota’s ( niet van toepassing op CWI )

VI

VBTB-informatie

x

Opnemen

M

Opnemen indien sprake er is van majeure ontwikkelingen

1. Ontwikkelingen wetsuitvoering en andere taken

Het jaarplan gaat – volgens de VBTB-systematiek – in op de volgende vragen:

– Wat willen we bereiken (doelstellingen en prestatie-indicatoren)?

– Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)?

– Wat mag het kosten (begroting)?

In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:

– Nieuwe wet- en regelgeving, waarbij aandacht wordt besteed aan de activiteiten om de nieuwe maatregelen in te voeren;

– Wijzigingen in de andere taken.

In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag doet CWI verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft CWI zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen, en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen.

Bij onderdeel c. Klantgerichtheid wordt specifiek ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en klanttevredenheid.

Daarnaast rapporteert CWI in haar jaarverslag over de wijze waarop aan cliëntenparticipatie is vormgegeven. CWI verantwoordt zich over de activiteiten die zijn ondernomen om de dienstverlening aan de klant te handhaven en verbeteren.

2. Ontwikkelingen grote projecten en W&R-projecten

CWI doet verslag van de uitvoering van het investeringsprogramma en de invoering van nieuwe wet- en regelgeving. Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. CWI legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wenst de consequenties van de financiële taakstellingen op de personeelsformaties van het Rijk te kunnen volgen. Hieronder zijn ook de SUWI-organisaties begrepen. CWI dient daarom zowel in budgettaire termen als in termen van fte’s verslag te doen van de effecten van de generieke taakstelling uit het coalitieakkoord, de Vernieuwingsagenda en de taakstelling die aan de samenwerking UWV, CWI en gemeenten is verbonden. Als basisformatie (nulpunt) geldt de ontwikkeling van het aantal fte vanaf het aantal fte per 31 december 2006.

Uitbreiding van de formatie als gevolg van intensiveringen dienen separaat zichtbaar te worden gemaakt.

3. Ketensamenwerking

CWI doet verslag van de samenwerking met zijn ketenpartners, de ontwikkelingen in de keten werk en inkomen en de voortgang van de uitvoering van het ketenprogramma.

Het jaarplan vormt hierbij het uitgangspunt. Per speerpunt wordt aangegeven in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de onderliggende analyse is bij afwijkingen in de realisatie. In dat geval wordt verder aangegeven welke aanvullende maatregelen CWI heeft genomen om de doelstellingen alsnog te realiseren.

4. Bedrijfsvoering

In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag gaat CWI in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen CWI. Het doel is aan te geven in welke mate het management van CWI haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf legt CWI, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat tenminste uit de onderstaande onderwerpen.

a) Rechtmatigheid

Het onderdeel over rechtmatigheid dient afzonderlijk identificeerbaar te zijn in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Dit is noodzakelijk voor de accountant, zodat in de accountantsverklaring duidelijk en ondubbelzinnig kan worden aangegeven over welke onderdelen van het jaarverslag welke soort c.q. mate van zekerheid wordt gegeven.

Onder rechtmatigheid wordt verstaan de financiële rechtmatigheid. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie in overeenstemming is met de Europese regelgeving, Nederlandse wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur, ministeriële regelingen en beleidsregels opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden. Voor het onderdeel over rechtmatigheid gelden kwantitatieve rapportagegrenzen. De wijze waarop CWI verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbijbehorende toelichting.

b) Doelmatigheid

In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat CWI inzicht biedt in doelmatigheid van het beheer en de organisatie. CWI brengt verslag uit ter zake van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen door te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de (kwaliteit van de) geleverde prestatie. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI, wordt gegeven in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI.

c) Totstandkoming niet-financiële informatie (kwaliteit)

CWI rapporteert in het jaarverslag over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de SUWI-regeling) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16 tweede lid Regeling SUWI). In zowel de tussentijdse verslagen als het jaarverslag wordt ingegaan op de voortgang van verbetermaatregelen.

d) Financieel Beheer

In dit onderdeel rapporteert de SUWI-organisatie over de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend. Administraties zijn immers onlosmakelijk met een goed beheer verbonden.

Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid.

Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.

De SUWI-organisatie rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, en/of betrekking hebben op kritieke processen, en/of wijd verbreid zijn, en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.

e) Overige onderwerpen bedrijfsvoering

CWI rapporteert over ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

– Sociaal beleid en HRM

CWI rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.

– ICT Algemeen

CWI rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire- als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hier onder.

– Gegevensverwerking en beveiliging Suwinet

CWI rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire- als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hieronder.

CWI rapporteert in het jaarverslag over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking, en over het beveiligingsniveau van Suwinet (conform artikel 5.22 en 6.4 Regeling SUWI)..

– Huisvesting

CWI doet in de tussentijdse rapportages en in het jaarverslag verslag van de voortgang van het huisvestingsplan. In het bijzonder rapporteert de CWI specifiek over de volgende onderwerpen:

Leegstand

– Fysiek leegstaande en verhuurbare oppervlakten in vierkante meters VVO (conform de definitie van de Rijksgebouwendienst)

De voortgang van de activiteiten om de huisvesting in lijn te brengen met de behoefte:

– ontwikkeling in flexibele leegstand;

– ontwikkeling in volledige leegstand;

– ontwikkeling in bouwleegstand.

Huisvestingskosten

– Huisvestingskosten

5. Governance

De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van CWI de wijze waarop zij haar taken uitvoert. CWI rapporteert in haar jaarverslag over de volgende onderwerpen. Indien CWI van mening dat over onderstaande onderwerpen op andere plek in het jaarverslag moet worden gerapporteerd, dan is CWI hier vrij in.

Risicomanagement

CWI rapporteert over de wijze waarop invulling is gegeven aan risicomanagement. CWI gaat in op welke wijze risico’s binnen de organisatie zijn geanalyseerd, hoe wordt omgegaan met risico’s en hoe risico’s worden gemanaged.

Raad van Bestuur en Raad van Advies

In het jaarverslag doet CWI op hoofdlijnen verslag van de door de Raad van Advies gegeven adviezen en afgegeven signalen.

6. Uitvoeringskosten

Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

– uitleg belangrijke posten

– verklaring van verschillen (voorgaand jaar en begroting)

– opvallende ontwikkelingen

– de wijze van toerekening van uitvoeringskosten naar de verschillende wetten

– omvang en samenstelling van buitengewone baten en lasten

– omvang alsmede dotatie, onttrekking en vrijval van de voorzieningen voor het risico van oninbaarheid van premiedebiteuren respectievelijk uitkeringsdebiteuren

– de financiering van vaste activa

Bestuurskosten

CWI doet jaarlijks verslag van de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en Raad van Advies (artikel 5 vierde lid Wet SUWI) en van de topinkomens op basis van de Wet openbaarmaking uit financiële middelen gefinancierde topinkomens (WOPT).

7. Investeringen per categorie

De indeling in categorieën volgt Titel 9 Boek 2 BW.

8. Jaarrekening

De jaarrekening van de CWI geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het boekjaar en de cash flow.

De jaarrekening heeft betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt afgeweken.

De in de jaarrekening opgenomen informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.

De jaarrekening CWI bestaat uit de volgende onderdelen:

– Grondslagen waardering en resultaatbepaling

– Balans met toelichting

– Resultatenrekening met toelichting

– Kasstroomoverzicht

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

– uitleg belangrijke posten

– verklaring van verschillen (voorgaand jaar en begroting)

– opvallende ontwikkelingen

– risico’s

– de wijze waarop het bestuur invulling heeft gegeven aan de sturing en beheersing van bedrijfsprocessen ter waarborging van het financieel beheer en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering.

– de wijze van toerekening van uitvoeringskosten

– omvang en samenstelling van buitengewone baten en lasten

10.1 Grondslagen waardering en resultaatbepaling

In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.

10.2 Balans CWI per 31 december jaar T (met vergelijkende cijfers over jaar T-1)

Activa

– immateriële vaste activa

– materiële vaste activa

– financiële vaste activa

Totaal vaste activa

– vorderingen

– liquide middelen

– overige vlottende activa

Totaal vlottende activa

Totaal activa

Passiva

– eigen vermogen

– voorzieningen

– langlopende schulden

– kortlopende schulden

Totaal passiva

10.3 Resultatenrekening CWI over jaar T (met vergelijkende cijfers over jaar T-1)

Baten

Rijksbijdrage (Basisbudget)

Incidenteel budget (Bestedingsplan)

Overige Baten

Totaal baten

Lasten

Loonkosten eigen personeel

Kosten extern personeel

Overige personeelskosten

Totaal personeelskosten

Afschrijvingskosten

Huisvestingskosten

Automatiseringskosten

Kantoorkosten

Vervoerskosten

Overige beheerskosten

Totaal overig beheer

Beleidsbudgetten

Totaal overige kosten

Totaal lasten

Saldo van baten en lasten

10.4 Toelichting balans CWI

– Verloopstaat immateriële vaste activa

– Verloopstaat materiële vaste activa

– Verloopstaat financiële vaste activa

– Verloopstaat eigen vermogen

– Verloopstaat voorzieningen

10.5 Toelichting op de resultatenrekening CWI

10.5.1 Baten

Rijksbijdrage (Basisbudget)

Incidenteel budget (Bestedingsplan)

Overige baten

10.5.2 Lasten

Loonkosten eigen personeel

Kosten extern personeel

Overige personeelskosten

Afschrijvingskosten

Huisvestingskosten

Automatiseringskosten

Kantoorkosten

Vervoerskosten

Overige beheerskosten

Beleidsbudgetten

10.6 Kasstroomoverzicht

Gehanteerd wordt het kasstroomoverzicht met onderscheid naar operationele, investerings- en financieringskasstromen.

11. Accountantsverklaring en verslag van bevindingen

De accountant onderzoekt de verantwoording die de Raad van Bestuur van de CWI op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXI van de Regeling SUWI

12. VBTB-informatie

Ten behoeve van het SZW-jaarverslag verstrekt CWI jaarlijks VBTB-informatie.

De VBTB-informatie wordt uiterlijk 15 februari opgeleverd.

De informatie die op 15 februari dient te worden aangeleverd, omvat:

1e De voorlopige scores van de prestatie-indicatoren plus korte toelichting;

2e Prognoses m.b.t. budgetuitputting;

3e De VBTB informatie zoals vastgelegd in onderstaande tabel.

De definitieve cijfers worden vervolgens grotendeels opgenomen in het jaarverslag.

Tabel VBTB-informatie

1. Preventiequote WW (route A en B)

2. Uitstroomquote WW (alleen route A)

3. Aantal ontslagaanvragen CWI (waarvan procentueel het aantal collectieve aanvragen)

4. Ketenpreventiequote WW

5. Ketenuitstroomquote WW

13. Kwantitatieve informatie

Naast het jaarverslag en de tussentijdse verslagen dient CWI periodiek kwantitatieve informatie te verstrekken ten behoeve van verschillende functies binnen SZW, te weten aansturing, beleid, toezicht en financiering. Over de levering van de periodieke kwantitatieve informatie per wet, de maandelijkse kerncijfers en de statistische jaarrapportages worden jaarlijks aparte bilaterale afspraken gemaakt.

14. Toezichtbevindingen

CWI gaat in het jaarverslag op hoofdlijnen in op de bevindingen van de Inspectie Werk en Inkomen en de Algemene Rekenkamer, en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen.

 

 

Bijlage V [vervallen per 28-02-2008]

 

 

Bijlage VI, bedoeld in de artikelen 5.3, 5.4, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI

[Zie de Regeling van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]

 

 

Bijlage VII [vervallen per 28-02-2008]

 

 

Bijlage VIII, bedoeld in de artikelen 5.3, 5.4, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI

[Zie de Regeling van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]

  

Bijlage IX

[Ligt ter inzage bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid]

 

 

Bijlage X

 

Planning & control producten van de RWI

In deze bijlage zijn de diverse producten gespecificeerd die de RWI periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3 en 5.10 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:

I meerjarenbeleidsplan (niet van toepassing op RWI)

II jaarplan met begroting

III tussentijds verslag

IV jaarverslag incl. jaarrekening

V fondsennota (niet van toepassing op RWI)

VI VBTB-verslag (niet van toepassing op RWI)

De RWI levert één planningsdocument op, te weten hetjaarplan met begroting (ontwerp jaarplan met begroting vòòr 1 juli, definitief jaarplan met begroting vòòr 1 oktober). De RWI dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in hethalfjaarverslag en hetjaarverslag. Het halfjaarverslag wordt uiterlijk zes weken na 1 juli aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt vòòr 15 maart aan de minister aangeboden.

In de hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

Tabel: Inhoudsvoorschriften voor de producten van de P&C-cyclus

 

I

II

III

IV

V

VI

1.

Volumeontwikkeling en fondsbelasting

           

2.

Uitvoering (wettelijke) taken

           
 

a. doelstellingen, activiteiten op hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten

 

x

x

x

   
 

b. prestatie-indicatoren/kengetallen

           
 

c. speerpunten klantgerichtheid

           
 

d. speerpunten handhaving

           

3.

Ontwikkelingen grote projecten en W&R-projecten

           

4.

Ketensamenwerking

           

5.

Bedrijfsvoering

           
 

a. rechtmatigheid (incl. M&O)

     

x

   
 

b. doelmatigheid

     

x

   
 

c. totstandkoming niet-financiële informatie

           
 

d. financieel beheer (tekortkomingen)

 

x

x

x

   
 

e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM, ICT, huisvesting

 

x

x

x

   

6.

Governance

           
 

a. Raad van Bestuur

           
 

b. Risicomanagement

           

7.

Uitvoeringskosten

           
 

a. opbouw per product c.q. per groot project

           
 

b. opbouw per kostensoort

 

x

x

x

   
 

c. opbouw per wet/andere taken

           
 

d. prognose lopend jaar

   

x

     
 

e. vergelijking met begroting jaar t-1

 

x

       
 

f. vergelijking met begroting jaar t

   

x

x

   
 

g. vergelijking met laatst goedgekeurde jaarrekening

     

x

   
 

h. bestuurskosten

           

8.

Investeringen per categorie

 

x

 

x

   

9.

Overzicht bevoorschotting

 

x

 

x

   

10.

Jaarrekening

     

x

   

11.

Aansluitingstabel

           

12.

VBTB-informatie

           

13.

Kwantitatieve informatie per wet

           

14.

Toezichtbevindingen

   

x

x

   

LEGENDA

I meerjarenbeleidsplan (niet van toepassing op RWI)

II jaarplan met begroting

III tussentijdse verslag

IV jaarverslag incl. jaarrekening

V fondsennota (niet van toepassing op RWI)

VI VBTB-verslag (niet van toepassing op RWI)

x Opnemen

1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting

Niet van toepassing.

2. Uitvoering (wettelijke) taken

Het jaarplan van de RWI bevat in elk geval een omschrijving van de taak, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet SUWI. Het jaarplan gaat daarnaast (volgens de VBTB-systematiek) in op de volgende vragen:

• Wat willen we bereiken (doelstellingen)?

• Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)?

• Wat mag het kosten (begroting)?

In het tussentijdse verslag en het jaarverslag doet de RWI verslag van de uitvoering van de voornemens en de resultaten daarvan. Het tussentijdse verslag bevat daarnaast een vooruitblik op plannen voor de komende periode die niet in het jaarplan zijn opgenomen.

3. Ontwikkelingen grote projecten en W&R-projecten

Niet van toepassing.

4. Ketensamenwerking

Niet van toepassing.

5. Bedrijfsvoering

In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag gaat de RWI in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen de RWI voor zover van belang voor de uitvoering van de taken op grond van de Wet SUWI. Het doel is aan te geven in welke mate het management van de RWI zijn bedrijfsprocessen beheerst. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat tenminste uit de volgende onderdelen:

5a). Rechtmatigheid

De wijze waarop de RWI verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting.

5b). Doelmatigheid

Inartikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWIis aangegeven dat de RWI inzicht moet bieden in de doelmatigheid van het beheer en de organisatie. De RWI en SZW zullen ten behoeve van het jaarverslag 2011 in overleg bezien op welke wijze de RWI invulling kan geven aan Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI.

5c). Financieel Beheer

In dit onderdeel rapporteert de RWI over eventuele tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.

Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd. De RWI rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer en/of betrekking hebben op kritieke processen en/of wijd verbreid zijn en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.

5d). Overige onderwerpen bedrijfsvoering

De RWI rapporteert over belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

• Huisvesting

De RWI doet verslag van de voortgang van huisvestingskosten.

• Sociaal beleid en HRM

De RWI rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in iedergeval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.

6. Uitvoeringskosten

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

• uitleg belangrijke posten

• verklaring van verschillen (voorgaand jaar en begroting)

• opvallende ontwikkelingen

• omvang en samenstelling van buitengewone baten en lasten

• omvang alsmede dotatie, onttrekking en vrijval van de voorzieningen

• risico’s

7. Investeringen per categorie

De indeling in categorieën volgt Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek.

8. Overzicht bevoorschotting

De RWI wordt jaarlijks in drie termijnen bevoorschot.

9. Jaarrekening

De jaarrekening van de RWI geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het boekjaar en de cash flow. De jaarrekening heeft betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt afgeweken.

De in de jaarrekening opgenomen informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.

De jaarrekening van de RWI bestaat uit de volgende onderdelen:

• Grondslagen waardering en resultaatbepaling

• Balans met toelichting

• Resultatenrekening met toelichting

Grondslagen waardering en resultaatbepaling

In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.

Accountantsverklaring en verslag van bevindingen

De accountant onderzoekt de verantwoording die het management van de RWI op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.

Balans RWI per 31 december

jaar t

jaar t-1

•immateriële vaste activa

   

•materiële vaste activa

   

•financiële vaste activa

   

Totaal vaste activa

   
     

•vorderingen

   

•liquide middelen

   

•overige vlottende activa

   

Totaal vlottende activa

   
     

Totaal activa

   
     

•eigen vermogen

   

•voorzieningen

   

•langlopende schulden

   

•kortlopende schulden

   

Totaal passiva

   

Resultatenrekening RWI

jaar t

jaar t-1

Rijksbijdrage

   

Incidenteel budget

   

Overig baten

   

Totaal baten

   
     

Loonkosten eigen personeel

   

Kosten extern personeel

   

Overige personeelskosten

   

Totaal personeelskosten

   
     

Afschrijvingskosten

   

Huisvestingskosten

   

Automatiseringskosten

   

Kantoorkosten

   

Vervoerskosten

   

Overige beheerskosten

   

Totaal overig beheer

   
     

Beleidsbudgetten

   

Totaal overige kosten

   
     

Totaal lasten

   
     

Saldo van baten en lasten

   

10. Aansluitingstabel

Niet van toepassing.

11. VBTB-informatie

Niet van toepassing

12. Kwantitatieve informatie met wet

Niet van toepassing.

13. Toezichtbevindingen

De RWI gaat op hoofdlijnen in op de bevindingen van de Inspectie Werk en Inkomen en de Algemene Rekenkamer en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen.

 

 

Bijlage XI, bedoeld in de artikelen 5.3, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI

[Zie de Regeling van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]
  

 

 

Bijlage XII

[Is met ingang van 1 juli 2011 bekendgemaakt op www.bkwi.nl]

 

Bijlage XIII [vervallen per 15-09-2008]

 

Bijlage XIV [vervallen per 15-09-2008]

 

Bijlage XV

[Ligt ter inzage bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid]

 

Bijlage XVI [vervallen per 01-01-2009]

 

Bijlage XVII

[Ligt ter inzage bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid]

 

Bijlage XVIII

[Is met ingang van 1 juli 2011 bekendgemaakt op www.inlichtingenbureau.nl]

 

Bijlage XIX [vervallen per 01-01-2006]

 

 

Bijlage XX, bedoeld in de artikelen 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI

 

Planning & control producten van BKWI

Deze bijlage bevat de diverse producten uit de P&C-cyclus tussen UWV en SZW die betrekking hebben op het organisatieonderdeel BKWI die UWV periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:

I meerjarenbeleidsplan (niet van toepassing op BKWI)

II jaarplan met begroting

III tussentijds verslag

IV jaarverslag incl. jaarrekening

V fondsennota (niet van toepassing op BKWI)

VI VBTB-informatie t.b.v. het SZW-jaarverslag

Ten aanzien van BKWI wordt één planningsdocument opgeleverd, te weten het jaarplan met begroting. Het jaarplan van BKWI bevat in elk geval een omschrijving van de taak, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, van het Besluit SUWI en de andere taken die het BKWI ten behoeve van gemeenten verricht. Ten aanzien van BKWI dient het UWV op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag. De tussentijdse verslagen worden uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode aan de minister verstrekt.

De planning voor de oplevering van deze producten kan als volgt worden weergegeven.

Opleverdatum

Product

15/2

VBTB-informatie t.b.v. jaarverslag SZW (niet van toepassing op BWKI)

13/3

Jaarverslag incl. jaarrekening

Vóór 1/7

Ontwerp jaarplan met begroting

12/8

Tussentijds verslag t/m juni (halfjaarverslag)

Vóór 1/10

Definitief jaarplan met begroting

In die hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.

Tabel: Inhoudsvoorschriften voor de producten van de P&C-cyclus

I

II

III

IV

V

VI

1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting

           

a. voorlopige opgave voorgaand jaar

           

b. realisatie lopend jaar t/m verslagperiode

           

c. raming lopend jaar

           

d. raming volgend jaar

           

e. voorstel herziening premiepercentages

           

f. kerncijfers per wet

           

2. Ontwikkelingen wetsuitvoering + andere taken

           

a. doelstellingen, activiteiten op hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten

 

x

x

x

   

b. prestatie-indicatoren/kengetallen

 

x

x

x

 

x

c. speerpunten Klantgerichtheid

 

x

M

x

   

d. speerpunten Handhaving

           

3. Ontwikkelingen grote projecten en W&R-projecten

 

x

x

x

   

4. Ketensamenwerking

 

x

x

x

   

5. Bedrijfsvoering

           

a. rechtmatigheid (incl. M&O)

 

M

x

x

   

b. doelmatigheid

 

M

M

x

   

c. totstandkoming niet-financiële informatie

 

M

M

x

   

d. financieel beheer (tekortkomingen)

 

M

M

M

   

e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM, ICT, huisvesting

 

M

M

M

   

6. Governance

           

a. Raad van Bestuur

     

x

   

b. Raad van Advies (gegeven adviezen en afgegeven signalen)

     

x

   

c. risicomanagement

     

x

   

7. Uitvoeringskosten

 

x

x

x

 

x

a. opbouw per product c.q. per groot project

 

x

x

x

   

b. opbouw per kostensoort

 

x

x

x

   

c. opbouw per wet/andere taken

           

d. prognose lopend jaar

   

x

     

e. vergelijking met vorig jaar

 

x

x

x

   

f. vergelijking met begroting

   

x

x

   

g. vergelijking met laatst goedgekeurde jaarrekening

 

x

 

x

   

h. bestuurskosten (gesplitst naar RvB en RvA)

     

x

   

8. Investeringen per categorie

 

x

x

x

   

9. Kasstroomoverzicht

 

x

 

x

   

10. Jaarrekening

     

x

   

11. n.v.t.

     

x

   

12. VBTB-informatie

           

13. Kwantitatieve informatie1

   

x

x

   

14. Toezichtbevindingen

     

x

   

1 De afspraken over de levering van de kwantitatieve informatie per wet wordt bilateraal per brief tussen SZW en BKWI geregeld.

LEGENDA

I meerjarenbeleidsplan (niet van toepassing op BWKI)

II jaarplan met begroting

III tussentijdse verslag

IV jaarverslag incl. jaarrekening

V fondsennota’s (niet van toepassing op BKWI)

VI VBTB-informatie (niet van toepassing op BKWI)

x Opnemen

M Opnemen indien sprake er is van majeure ontwikkelingen

1. Ontwikkelingen wetsuitvoering en andere taken

Het jaarplan gaat - volgens de VBTB-systematiek - in op de volgende vragen:

• Wat willen we bereiken (doelstellingen en prestatie-indicatoren)?

• Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)?

• Wat mag het kosten (begroting)?

In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:

• Nieuwe wet- en regelgeving, waarbij aandacht wordt besteed aan de activiteiten om de nieuwe maatregelen in te voeren;

• Wijzigingen in de andere taken.

In de het halfjaarsverslag en het jaarverslag doet BKWI verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft BKWI zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen, en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen.

Bij onderdeel c. Klantgerichtheid wordt specifiek ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en klanttevredenheid.

2. Ontwikkelingen grote projecten en W&R-projecten

UWV doet ten aanzien van BKWI verslag van de uitvoering van het investeringsprogramma en de invoering van nieuwe wet- en regelgeving. Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. Hierbij wordt een relatie met de planning en eventuele wijzigingen kort toegelicht.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wenst de consequenties van de financiële taakstellingen op de personeelsformaties van het Rijk te kunnen volgen. Hieronder zijn ook de SUWI-organisaties begrepen. Ook voor de BKWI taken dient verslag te worden gedaanvan de fte-bezetting (vast/tijdelijk) per einddatum van de verslagperiode.

3. Ketensamenwerking

Voor de elektronische voorzieningen wordt verslag gedaan van de samenwerking tussen ketenpartners, de ontwikkelingen in de keten werk en inkomen en de voortgang van de uitvoering van het ketenprogramma.

Het jaarplan vormt hierbij het uitgangspunt. Per speerpunt wordt aangegeven in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de onderliggende analyse is bij afwijkingen in de realisatie. In dat geval wordt verder aangegeven welke aanvullende maatregelen voor BKWI zijn genomen om de doelstellingen alsnog te realiseren.

4. Bedrijfsvoering

In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag gaat UWV in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen BKWI. Het doel is aan te geven in welke mate het management van BKWI haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf legt UWV, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering van BKWI. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat tenminste uit de onderstaande genoemde onderwerpen.

a). Rechtmatigheid

Het onderdeel over rechtmatigheid dient afzonderlijk identificeerbaar te zijn in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Dit is noodzakelijk voor de accountant, zodat in de accountantsverklaring duidelijk en ondubbelzinnig kan worden aangegeven over welke onderdelen van het jaarverslag welke soort c.q. mate van zekerheid wordt gegeven.

Onder rechtmatigheid wordt verstaan de financiële rechtmatigheid. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie in overeenstemming is met de Europese regelgeving, Nederlandse wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur, ministeriële regelingen en beleidsregels opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden. Voor het onderdeel over rechtmatigheid gelden kwantitatieve rapportagegrenzen. De wijze waarop ten aanzien van BKWI verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbijbehorende toelichting.

b). Doelmatigheid

In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWIis aangegeven dat UWV inzicht biedt in doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Dit geldt ook voor het onderdeel BKWI, Ten aanzien van BKWI wordt verslag uitgebracht ter zake van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen door te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de (kwaliteit van de) geleverde prestatie. De Raad van Bestuur van UWV wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI, wordt gegeven in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI.

c). Totstandkoming niet-financiële informatie (kwaliteit)

UWV rapporteert in het jaarverslag over het onderdeel BKWI over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de SUWI-regeling) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16 tweede lid Regeling SUWI). In zowel de tussentijdse verslagen als het jaarverslag wordt ingegaan op de voortgang van verbetermaatregelen.

d). Financieel Beheer

In dit onderdeel rapporteert UWV over de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend. Administraties zijn immers onlosmakelijk met een goed beheer verbonden.

Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid.

Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.

Het UWV rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, en/of betrekking hebben op kritieke processen, en/of wijd verbreid zijn, en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.

e). Overige onderwerpen bedrijfsvoering

UWV rapporteert voor het onderdeel BKWI over ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

•. Sociaal beleid en HRM

UWV rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden bij BKWI, waaronder in iedergeval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.

•. ICT Algemeen

UWV rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire- als ondersteunende processen bij BKWI. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hier onder.

•. Gegevensverwerking en beveiliging Suwinet

In het jaarverslag wordt ingegaan op het oordeel van de EDP-auditor. Deze geeft conform artikel 5.22 en 6.4 Regeling SUWI een oordeel over het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking en over het beveiligingsniveau van Suwinet. Indien van toepassing geeft UWV voor de bijdrage van BKWI inzicht in de verrichte inspanningen om de kwaliteit te verbeteren c.q. te consolideren .

•. Huisvesting

UWV doet in het halfjaarverslag en in het jaarverslag verslag van de voortgang van het huisvestingsplan voor BKWI. In het bijzonder rapporteert het UWV specifiek over de volgende onderwerpen:

Leegstand

• Fysiek leegstaande en verhuurbare oppervlakten in vierkante meters VVO (conform de definitie van de Rijksgebouwendienst)

De voortgang van de activiteiten om de huisvesting in lijn te brengen met de behoefte:

• ontwikkeling in flexibele leegstand;

• ontwikkeling in volledige leegstand;

• ontwikkeling in bouwleegstand.

Huisvestingskosten

• Huisvestingskosten

5. Governance

De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting door UWV van het organisatie-onderdeel BKWI en de wijze waarop zij haar taken uitvoert. UWV rapporteert in haar jaarverslag voor BKWI over de volgende onderwerpen. Indien UWV van mening dat over onderstaande onderwerpen op andere plek in het jaarverslag moet worden gerapporteerd, dan is UWV hier vrij in.

Risicomanagement

UWV rapporteert over de wijze waarop invulling is gegeven aan risicomanagement ten aanzien van BKWI. UWV gaat in op welke wijze risico’s binnen het organisatieonderdeel BKWI zijn geanalyseerd, hoe wordt omgegaan met risico’s en hoe risico’s worden gemanaged.

6. Uitvoeringskosten

Alle uitvoeringskosten voor BKWI worden in de budgetverantwoording van UWV opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

• uitleg belangrijke posten

• verklaring van verschillen (voorgaand jaar en begroting)

• opvallende ontwikkelingen

• de wijze van toerekening van uitvoeringskosten naar de verschillende wetten

• omvang en samenstelling van buitengewone baten en lasten

• omvang alsmede dotatie, onttrekking en vrijval van de voorzieningen voor het risico van oninbaarheid van premiedebiteuren respectievelijk uitkeringsdebiteuren

• de financiering van vaste activa

7. Investeringen per categorie

De indeling in categorieën volgt Titel 9 Boek 2 BW.

8. Jaarrekening

De jaarrekening voor het onderdeel BKWI geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het boekjaar en de cash flow.

De jaarrekening heeft betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt afgeweken.

De in de jaarrekening opgenomen informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.

De jaarrekening voor het onderdeel BKWI bestaat uit de volgende onderdelen:

• Grondslagen waardering en resultaatbepaling

• Balans met toelichting

• Resultatenrekening met toelichting

• Kasstroomoverzicht

In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:

• uitleg belangrijke posten

• verklaring van verschillen (voorgaand jaar en begroting)

• opvallende ontwikkelingen

• risico’s

• de wijze waarop het bestuur invulling heeft gegeven aan de sturing en beheersing van bedrijfsprocessen ter waarborging van het financieel beheer en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering.

• de wijze van toerekening van uitvoeringskosten

• omvang en samenstelling van buitengewone baten en lasten

9. Kasstroomoverzicht

Gehanteerd wordt het kasstroomoverzicht met onderscheid naar operationele, investerings- en financieringskasstromen. De kasbeweging dient aan te sluiten op de rekeningen-courant met het ministerie van Financiën (geïntegreerd middelenbeheer).

10.1. Grondslagen waardering en resultaatbepaling

In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.

11. Accountantsverklaring en verslag van bevindingen

De accountant onderzoekt de verantwoording die het management van het BKWI op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.

11.1. Balans BKWI per 31 december

Activa

jaar t

jaar t-1

• immateriële vaste activa

   

• materiële vaste activa

   

• financiële vaste activa

   

Totaal vaste activa

   
     

• vorderingen

   

• liquide middelen

   

• overige vlottende activa

   

Totaal vlottende activa

   
     

Totaal activa

   
     

Passiva

   

• eigen vermogen

   

• voorzieningen

   

• langlopende schulden

   

• kortlopende schulden

   
     

Totaal passiva

   

11.2. Resultatenrekening BKWI

Baten

jaar t

jaar t-1

Rijksbijdrage

   

Incidenteel budget

   

Overig baten

   

Totaal baten

   
     

Lasten

   

Loonkosten eigen personeel

   

Kosten extern personeel

   

Overige personeelskosten

   

Totaal personeelskosten

   
     

Afschrijvingskosten

   

Huisvestingskosten

   

Automatiseringskosten

   

Kantoorkosten

   

Vervoerskosten

   

Overige beheerskosten

   

Totaal overig beheer

   
     

Beleidsbudgetten

   

Totaal overige kosten

   
     

Totaal lasten

   
     

Saldo van baten en lasten

   

11.3. Toelichting balans BKWI

• Verloopstaat immateriële vaste activa

• Verloopstaat materiële vaste activa

• Verloopstaat financiële vaste activa

• Verloopstaat eigen vermogen

• Verloopstaat voorzieningen

11.4. Toelichting op de resultatenrekening BKWI

11.4.1. Saldo van baten en lasten regulier

Baten

Jaar t
Regulier

Jaar t
Projecten

Jaar t
Totaal

Jaar t-1
Regulier

Jaar t-1
Projecten

Jaar t-1
Totaal

Rijksbijdrage

           

Incidenteel budget

           

Overig baten

           

Totaal baten

           
             

Lasten

           

Loonkosten eigen personeel

           

Kosten extern personeel

           

Overige personeelskosten

           

Totaal personeelskosten

           
             

Afschrijvingskosten

           

Huisvestingskosten

           

Automatiseringskosten

           

Kantoorkosten

           

Vervoerskosten

           

Overige beheerskosten

           

Totaal overig beheer

           
             

Beleidsbudgetten

           

Totaal overige kosten

           
             

Totaal lasten

           
             

Saldo van baten en lasten

           

11.4.2. Saldo van baten en lasten regulier en projecten

 

Regulier

Projecten
Jaarbudget t

Totaal

Baten

     

Lasten

     

Saldo

     

11.4.3. Meerjarenoverzicht baten projecten

 

Projecten jaarbudget t-1

Projecten
Jaarbudget t

Totaal

Jaarbudget

     

Afrekening boekjaar

     

Saldo

     

11.5. Kasstroomoverzicht

Gehanteerd wordt het kasstroomoverzicht met onderscheid naar operationele, investerings- en financieringskasstromen. De kasbeweging dient aan te sluiten op de rekeningencourant.

12. Accountantsverklaring en verslag van bevindingen

De accountant onderzoekt de verantwoording die het management van het UWV voor het organisatieonderdeel BKWI op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.

13. Kwantitatieve informatie

Naast het jaarverslag en de tussentijdse verslagen dient UWV voor het onderdeel BKWI periodiek kwantitatieve informatie te verstrekken ten behoeve van verschillende functies binnen SZW, te weten aansturing, beleid, toezicht en financiering. Over de levering van de periodieke kwantitatieve informatie over de uitvoering van de taak op grond van de Wet SUWI, de maandelijkse kerncijfers en de statistische jaarrapportages worden jaarlijks aparte bilaterale afspraken gemaakt.

14. Toezichtbevindingen

Het UWV gaat in het jaarverslag op hoofdlijnen in op de bevindingen van de Inspectie Werk en Inkomen en de Algemene Rekenkamer over het organisatieonderdeel BKWI, en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen.

 

  

Bijlage XXI [vervallen per 01-01-2009]

 

 

Bijlage XXII als bedoeld in artikel 5.10d, vijfde lid, van de Regeling SUWI

[Zie de Regeling van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]

 

 

Bijlage XXIII, betreffende een nadere toelichting op artikel 5.10c, achtste lid, en artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling

 

Inleiding

Doelmatigheid is een begrip dat op verschillende manieren kan worden gedefinieerd.

Een gangbaar onderscheid is die tussen ‘doelmatigheid van bedrijfsvoering’ en ‘doelmatigheid van beleid’. Bij ‘doelmatigheid van bedrijfsvoering’ staat de samenhang tussen de geleverde prestaties (producten of diensten) – uitgedrukt in kwantiteit én kwaliteit – en de ingezette middelen centraal. De ‘doelmatigheid van beleid’ benadert doelmatigheid op een hoger abstractieniveau, waarbij de relatie tussen beoogde effecten en ingezette middelen centraal staat.

In de context van de Wet SUWI gaat het om de doelmatigheid van de uitvoering van de sociale verzekeringen en wetten in het verstreken boekjaar en de vraag of het beheer en de organisatie van de rechtspersoon voldoen aan eisen van doelmatigheid. De uitwerking van het doelmatigheidsbegrip die in het kader van de Regeling SUWI wordt gegeven heeft betrekking op de doelmatigheid van bedrijfsvoering.

Definitie doelmatigheid

Een organisatie is doelmatig als er een goed evenwicht is tussen de geleverde prestaties (primair in kwantiteit en secundair in kwaliteit) en de door haar ingezette middelen.

In aansluiting op de definitie van doelmatigheid werken UWV, SVB, IB en BKWI hun eigen toetsingskader uit.

Minimumeisen toetsingskader

Het toetsingskader dient aan de volgende minimumeisen te voldoen:

1. het kader gaat in op de maatregelen die de organisatie heeft genomen om de doelmatigheid inzichtelijk te maken;

2. het kader gaat in op de wijze waarop de organisatie verantwoording aflegt over de mate waarin prestaties (producten of diensten) conform de afspraken met de Minister zijn gerealiseerd. Hierbij moet de organisatie aspecten meenemen die een uitspraak doen over het aantal producten, diensten of klanten alsmede over de kwaliteit van de producten of diensten. Kwaliteitsaspecten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op klanttevredenheid, het aantal klachten en rechtmatigheid;

3. het kader gaat in op de wijze waarop de organisatie duidelijkheid verschaft over de middelen die nodig zijn geweest voor het realiseren van de onderscheiden producten of diensten;

4. het kader gaat in op de wijze waarop de organisatie duidelijkheid verschaft over de relatie tussen de gerealiseerde prestaties en de daarbij verbruikte middelen. Hierbij dient de gerealiseerde doelmatigheid te worden afgezet tegen de eventueel bij de begroting van jaar t bepaalde doelstelling m.b.t. te realiseren doelmatigheid ten opzichte van jaar t-1;

5. indien de organisatie niet aan de bovenstaande minimumeisen kan voldoen dient een uitleg te worden gegeven over de reden hiervoor en dient de organisatie aan te geven hoe en wanneer de gedefinieerde eindsituatie zal worden bereikt.

Rol van de accountant

De accountant gaat in de context van de Wet SUWI in zijn verslag van bevindingen in op de vraag of het beheer en de organisatie van de rechtspersoon voldoet aan de eisen van doelmatigheid.

De accountant heeft als taak in zijn verslag van bevindingen te rapporteren over de ordelijke en controleerbare totstandkoming van de verantwoording over de doelmatigheid.

De accountant stelt in dit verband ook vast of de organisatie een toetsingskader hanteert dat voldoende rekening houdt met de in deze toelichting benoemde minimumeisen.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Regeling SUWI | Wet SUWI | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x