|
Bijlage I, bedoeld in artikel 6.3 van de
Regeling SUWI
Stelselontwerp & Beveiliging Kaders
en uitgangspunten aangaande de Gezamenlijke elektronische Voorzieningen
Suwi (GeVS)
Definities op het gebied van beveiliging
en gegevensbescherming als vervat in de Wet Bescherming Persoonsgegevens
(WBP) en voorliggende bijlage zijn gelijklopend.
Inleiding
Bij de uitvoering van de wettelijke taken
(het primaire proces) binnen het domein Werk en Inkomen zijn meerdere
uitvoeringsorganisaties betrokken (UWV, SVB en gemeenten c.q. de
SUWI-partijen. Het Inlichtingenbureau treedt op als bewerker voor
gemeenten). Uitvoeringsorganisaties die elk een deel van de
dienstverlening in het kader van Werk en Inkomen uitvoeren en daartoe
elk hun eigen, vanuit GeVS perspectief, decentrale, e(lektronische)-voorzieningen
hebben ingericht.
Vanuit de optiek van de klant is het
gewenst dat deze het domein ervaart als één efficiënt werkend geheel.
Belangrijk leidend principe om dit te bewerkstelligen is eenmalige
gegevensuitvraag (de klant hoeft zijn gegevens niet te verstrekken aan
een van de SUWI partijen als deze gegevens al eerder door hem of haar
aan deze of een andere SUWI- en/of overheidspartij zijn verstrekt).
Uitwerking van dit principe leidt in de regel tot het éénmalig
vastleggen en meervoudig gebruiken van voor de dienstverlening in de
SUWI-keten noodzakelijke persoons (gerelateerde) gegevens.
In artikel 5.21 Besluit SUWI wordt in
principe de centrale voorziening SUWI, (welke zorg draagt voor
gegevensuitwisseling tussen gegevensaanbieders en –afnemers, §1.1)
aangewezen als het hulpmiddel om aan het principe van eenmalige
vastlegging en meervoudig gebruik binnen het domein Werk en Inkomen
tegemoet te komen. Daarnaast kan het principe van eenmalige
gegevensvastlegging en meervoudig gebruik vorm worden gegeven met behulp
van massaal (bulk) gegevenstransport Wil men binnen de SUWI-keten
individuele (nominatieve) klantgegevens uitwisselen met als doel
gezamenlijke digitale klantdossiervorming dan zal men in gezamenlijk
overleg de ICT-inspanningen binnen en buiten het domein (voor zover deze
het domein raken) op elkaar moeten afstemmen. De beheerder (van de
centrale voorziening) heeft in deze een beherende en coördinerende rol.
Voorliggende bijlage richt zich, vanuit
ketenperspectief, op het realiseren van de gewenste samenhang in de
ICT-inspanningen van de diverse SUWI-partijen om te komen tot
gezamenlijke digitale dossiervorming op nominaal c.q individueel
klantniveau. Op hoofdlijnen wordt daartoe aangegeven wat minimaal op
keten niveau ingeregeld moet zijn om het samenstel van e-voorzieningen,
relevant voor de uitoefening van de wettelijke taken binnen het
SUWI-domein, als één samenhangend en betrouwbaar geheel te laten
werken. In gezamenlijk overleg zorgen de SUWI-partijen voor de
uitwerking van de hoofdlijnen in werkafspraken. De werkafspraken worden
namens de SUWI-partijen door de beheerder van de centrale voorziening
voor bekrachtiging voorgelegd aan het ketenoverleg. Na bekrachtiging
zijn de werkafspraken bindend.
Deze bijlage vervangt de bijlagen
Stelselontwerp en Beveiliging Suwi-net. Vigerend beleid dat door de
SUWI-partijen gezamenlijk is geformuleerd (op basis en naar aanleiding
van de voorgaande bijlagen) blijft zijn geldigheid behouden voorzover in
lijn met de richting en de uitgangspunten zoals in deze bijlage
neergelegd. Het stelselontwerp omvat het totaal aan e-voorzieningen,
verantwoordelijkheden, afspraken, uitgangspunten en ketenproducten die
nodig zijn om in het kader van digitale (nominatieve) dossiervorming op
efficiënte wijze gegevens met elkaar uit te wisselen binnen het domein
van Werk en Inkomen. Als zodanig komt het tegemoet aan de realisatie van
het principe van eenmalige gegevensuitvraag binnen het SUWI-domein.
1.1 (e-)Voorzieningen
Het stelsel van voorzieningen omvat
enerzijds (linker kolom) gegevens (bestanden) die noodzakelijk zijn voor
de uitvoering van de wettelijke taken binnen het SUWI-domein. Deze
gegevens kunnen zich zowel bij één van de SUWI-partijen bevinden als
bij andere, niet SUWI, overheidsorganisaties (Gemeenschappelijk
overheidsbreed). Anderzijds (rechter kolom) omvat het stelsel
voorzieningen die de gegevens uit de gegevensbestanden presenteren aan
de daartoe geautoriseerde professional bij de diverse SUWI-partijen, bij
op de GeVS aangesloten geautoriseerde derden en/of bij de geautoriseerde
klant/burger.
Het e-gegevenstransport wordt, voor zover
dit tussen en over organisaties binnen het stelsel plaatsvindt,
gefaciliteerd door een centrale voorziening (in het midden) die, op
basis van gezamenlijke afspraken tussen alle op deze voorziening
aangesloten partijen, gegevens bij diverse gegevensbestanden opvraagt,
normaliseert (technisch), valideert (technisch), routeert en vervolgens
voor presentatie beschikbaar stelt. De centrale voorziening als zodanig
verzorgt de transportfunctie tussen de gegevens- en
presentatievoorzieningen binnen het stelsel.
Model

1.2 Verantwoordelijkheden
De eigenaar van een gegevensbestand (de
registerhouder; de leverende partij / linker kolom stelselontwerp) heeft
een zelfstandige verantwoordelijkheid / is aanspreekbaar voor de
beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van zijn bestand en de
gegevens die in zijn bestand zitten. Hij bepaalt, in afstemming met de
ontvangende partijen, uiteindelijk ook wanneer en op welke tijden zijn
gegevens beschikbaar zijn.
De leverende (linker kolom
stelselontwerp) en ontvangende partij (rechter kolom stelselontwerp)
bepalen, voor zover dit niet al is voorgeschreven bij het Besluit en/of
de Regeling SUWI, onderling welke de gegevens zijn die bij een bepaalde
uitwisseling horen (inclusief toets op proportionaliteit) en de mate
waarin deze gegevens beschikbaar dienen te zijn. De leverende partij is
als bestandseigenaar ‘verantwoordelijke’ (en aanspreekbaar) ex art 1
WBP en dient aan alle door de Wet bescherming persoonsgegevens gestelde
eisen te voldoen. De beheerder onderhoudt en (door)ontwikkelt op
aanwijzing van de gezamenlijke SUWI-partijen de GeVS.
De beheerder van de centrale voorziening
draagt, op basis van wat door afnemer en leverancier is afgesproken,
zorg voor (publieke) weergave van de gegevenslevering in het SGR (§
1.4) en het daadwerkelijke gegevenstransport (van deur tot deur).
Op de GeVS aangesloten partijen zijn
gezamenlijk verantwoordelijk voor het maken van afspraken die leiden tot
één samenhangend en betrouwbaar samenstel van gezamenlijke
voorzieningen. De beheerder van de centrale voorziening is operationeel
verantwoordelijk voor de coördinatie van het tot stand komen van de
gezamenlijke afspraken en de inrichting van een gemeenschappelijke
faciliteit voor (logische)toegangsbeveiliging.
Ontvangende partijen zijn
verantwoordelijk voor de wijze waarop de gegevens (kwantiteit,
samenhang, structuur) uiteindelijk op hun schermen worden gepresenteerd.
Na ontvangst van de gegevens (en bij verdere verwerking van deze
gegevens) zijn ze ook zelfstandig verantwoordelijk / aanspreekbaar voor
toepassing en naleving van de wettelijke regels welke gelden rondom
privacy en beveiliging (zie §2.3).
Bij een redelijk vermoeden van
onjuistheid van een gegeven afkomstig uit een wettelijke
basisregistratie zijn de afnemers in de regel verplicht daarvan melding
te doen bij de registerhouder. Daar waar nog geen sprake is van een
wettelijke basisregistratie worden gezamenlijke afspraken gemaakt over
terugmelding door ontvangers.
1.3 Afspraken
Artikel 62 lid 2 van de wet SUWI stelt
dat de SUWI-partijen gezamenlijk zorg dragen voor de instandhouding van
de GeVS.
In concreto betekent dit dat de
SUWI-partijen onderling en gezamenlijk, met de beheerder van de centrale
voorziening, afspraken maken op de verschillende deelgebieden van
informatie-uitwisseling binnen de SUWI-keten. De beheerder van de
centrale voorziening faciliteert de tot stand koming van de gezamenlijke
afspraken, ziet toe op de samenhang en actualiteit van de afspraken en
op niet strijdigheid daarvan met gemeenschappelijke, overheidsbrede,
afspraken. Indien voldaan is aan de gestelde eisen worden de gemaakte
afspraken, namens de SUWI-partijen, door de beheerde van de centrale
voorziening voor akkoord voorgelegd aan het ketenoverleg. Uiteindelijk
vinden de afspraken hun weerslag in diverse concrete producten,
bijvoorbeeld de Keten Service Level Agreement, het SUWI-Gegevens
Register, de SUWI-Ketenarchitectuur en de Verantwoordingsrichtlijn
Privacy & Beveiliging GeVS.
1.4 Uitgangspunten & keten producten
Naleving van de principes van de
Elektronische Overheid; de SUWI-Ketenarchitectuur
Principes van de elektronische overheid
zoals eenmalige uitvraag / meervoudig gebruik van gegevens, een service
gerichte architectuur, één loket voor burger en bedrijf, gebruik van
open source en open standaarden, webrichtlijnen etc. zijn richtinggevend
aan de SUWI-ICT inspanningen. Deze principes zijn grotendeels
neergeslagen in de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA).
De NORA geldt daarom als het ICT denk- en ontwikkelkader binnen het
SUWI-domein en is mede richtinggevend voor de SUWI-Ketenarchitectuur.
Transparantie van gegevensleveringen en
éénduidigheid in gegevensdefinities en technische standaarden; het
SUWI-gegevensregister (SGR)
Op hoofdlijnen bevat het SGR enerzijds
een Conceptueel Gegevensmodel (object en gegevensdefinities van met de
centrale voorziening uitgewisselde gegevens) en de technische
standaarden. Anderzijds bevat het SGR een Berichtenregister. Het
Berichtenregister geeft weer ten behoeve van welke wettelijke taak
(doelbinding) welke gegevenssoorten (proportionaliteit) door wie
(verantwoordelijke) aan wie (verwerker) met de centrale voorziening
worden uitgewisseld.
Het SGR wordt aangepast wanneer tot
daadwerkelijke levering wordt overgegaan. Het berichtenregister is
publiek.
De daadwerkelijke gegevenslevering vindt
vervolgens plaats op basis van de gegevens-definitie in het Conceptueel
Gegevensmodel. Het SGR is als zodanig het referentiekader voor
systeembouwers.
Eén structuur voor steeds verbeterende
wederzijdse dienstverlening; Keten Service Level Agreement (de Keten-SLA
)
De Keten-SLA is een gezamenlijke
overeenkomst tussen op de centrale voorziening SUWI aangesloten
gegevensleveranciers (sectoraal en bovensectoraal) de SUWI-partijen
onderling èn tussen de SUWI-partijen en de beheerder van de centrale
voorziening over wederzijdse dienstverlening (zoals de snelheid en
beschikbaarheid van (bestands)gegevens) en specifieke diensten (zoals de
logische toegangsbeveiliging). Ook wordt in de Keten-SLA aandacht
besteed aan de wijze waarop partijen de kwaliteit van de gegevens
borgen. Dit uit zich bijvoorbeeld in een terugmeld procedure voor het
geval bij een geleverd gegeven een redelijk vermoeden van onjuistheid
bestaat, en een correctieprocedure voor betrokkenen .
De Keten SLA sluit enerzijds aan bij de
SUWI wet- en regelgeving en de wederzijdse afspraken die in de bestaande
SLA’s tussen verschillende op de centrale voorziening aangesloten
partijen zijn vastgelegd en stelt anderzijds eisen aan de onderhouds- en
beheercontracten die de verschillende ketenpartners met hun
ICT-leveranciers hebben afgesloten.
De keten-SLA gaat uit van wederzijdse
resultaatverplichtingen. De SUWI-partijen en de beheerder van de
centrale voorziening rapporteren aan elkaar over wijzigingen, incidenten
en calamiteiten (c.q. over de effectiviteit en naleving van de
afgesproken maatregelen). De beheerder van de centrale voorziening
rapporteert over de behaalde resultaten aan het ketenoverleg. Daar
worden, waar nodig, onderling de te nemen verbetermaatregelen benoemd.
Het ketenoverleg stelt het Keten SLA
vast. Wijzigingen worden periodiek door beheerder van de centrale
voorziening , in overleg met ketenpartijen, ter goedkeuring voorgelegd
aan het ketenoverleg.
2 Privacy & Beveiliging
Dit onderdeel geeft, binnen de kaders van
de wettelijke voorschriften, invulling aan de gezamenlijke governance
van privacy en beveiliging. Hierbij is van belang:
– Beschikbaarheid en Integriteit:
het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid (VIR)
– Voor best practices: Code voor
Informatiebeveiliging. Vertrouwelijkheid: Wet bescherming
Persoonsgegevens (WBP).
– Voor het niveau van
vertrouwelijkheid: Achtergronden en Verkenningen (AV) 23 van het
CBP.
Het geeft kaders voor de te stellen
betrouwbaarheidseisen aan de voor gegevensuitwisseling benodigde
gegevensbestanden (technisch), de centrale voorziening zelf, de
gegevensuitwisseling die daarmee wordt gerealiseerd en aan de
presentatievoorzieningen die de gegevens presenteren aan klant en
professional.
Betrouwbaarheid is beschreven in termen
van Beschikbaarheid, Integriteit en Vertrouwelijkheid.
2.1 Beschikbaarheid en Integriteit
In de Keten-SLA (§ 1.4) worden concrete
(wederzijdse) prestatie afspraken gemaakt over ICT-beheer. Deze
afspraken borgen dat het benodigde samenstel van GeVS-voorzieningen
zodanig is ingericht dat deze beschikbaar en integer zijn op het moment
dat de diverse SUWI-partijen ze nodig hebben.
2.2 Vertrouwelijkheid
Vertrouwelijkheid houdt in dat de (persoons)
gegevens uitsluitend beschikbaar zijn voor het uitvoeren van wettelijke
taken (doelbinding) en dat de toegang tot en kennisname van de
beschikbare informatie daarbij is beperkt tot een gedefinieerde groep
van gerechtigden.
Naast in de Keten-SLA gemaakte afspraken
over beschikbaarheid en integriteit van de voorzieningen en het bieden
van transparantie over doelbinding, proportionaliteit en eigenaarschap
bij gegevensuitwisselingen met de centrale voorziening middels het SGR
(§ 1.4) stelt deze bijlage in het kader van Vertrouwelijkheid bij de
gegevensuitwisseling tevens eisen aan de (logische) toegangsbeveiliging.
Deze zijn:
– Leverende en ontvangende partij
bepalen onderling welke de gegevens zijn die bij een bepaalde
uitwisseling horen (op basis van ondermeer doelbinding en
proportionaliteit).
– Leverende en ontvangende
partijen maken met de beheerder van de centrale voorziening
afspraken over gezamenlijke niveaus van toegangsbeveiliging per
gegevenssoort. In het verlengde daarvan maken de leverende en
ontvangende partijen met de beheerder van de centrale
voorziening afspraken over toekenning van gebruikersrollen door
de beheerder van de centrale voorziening aan ontvangende
partijen en toekenning van autorisaties door ontvangende
partijen aan eigen personeel.
– Toegangsbeveiliging wordt
gerealiseerd door gebruikers te voorzien van een rol (taak beheerder
van de centrale voorziening), en rollen te verbinden aan
autorisaties (taak ontvanger). Een autorisatie is
medewerker-gebonden en geeft toegang tot vooraf vastgestelde (§
1.2) klant gegevens die mogen worden geraadpleegd op basis van de
toegekende rol. Op deze wijze wordt voldaan aan het
proportionaliteitsbeginsel.
– Beheerder van de centrale
voorziening faciliteert het invoeren van autorisaties voor
afgesproken rollen en houdt een logging bij van de
geautoriseerde inkijk op gegevens van de diverse
bestandseigenaren bij diverse ontvangende partijen (wie
raadpleegt wanneer welke gegevenssoorten).
– Log-informatie wordt door
beheerder van de centrale voorziening maandelijks geanonimiseerd
beschikbaar gesteld aan de leverende en ontvangende partijen die
het betreft.
– Partijen kunnen zo detecteren of
er sprake is van oneigenlijk gebruik. Als dat zo blijkt te zijn kan
meer specifieke en niet anonieme informatie worden verstrekt door de
beheerder van de centrale voorziening.
– Beheerder van de centrale
voorziening neemt passende maatregelen bij geconstateerde
beveiligingsinbreuken of misbruik van de GeVS.
2.3 Uitgangspunt & ketenproduct
Eén gezamenlijk, transparant en uniform
niveau van betrouwbaarheid in termen van Beschikbaarheid, Integriteit en
Vertrouwelijkheid; de Verantwoordingsrichtlijn Privacy& Beveiliging
GeVS
De Verantwoordingsrichtlijn (privacy en
beveiliging van de GeVS) is een gezamenlijk product van de SUWI-partijen
en de beheerder van de centrale voorziening welke, op basis van de
wettelijke voorschriften rondom privacy en beveiliging, vorm en inhoud
is gegeven. Het bevat de normen, criteria en vormvereisten op basis
waarvan het oordeel dan wel de verklaring van getrouwheid (ex. art 5.22
regeling SUWI) over de privacy en beveiliging van de GeVS in de
Jaarverslagen van de op de GeVS aangesloten ontvangende partijen en de
beheerder van de centrale voorziening wordt onderbouwd. In het
Jaarverslag wordt daartoe een aparte, als zodanig herkenbare, paragraaf
gewijd aan de privacy en beveiliging van de GeVS waarin, waar nodig,
verbetermaatregelen worden benoemd.
Bij wijziging wordt de
Verantwoordingsrichtlijn voor akkoord voorgelegd aan het ketenoverleg,
gehoord de Inspectie Werk en Inkomen.
Bijlage II, bedoeld in artikel 6.1 van
de Regeling SUWI eenmalige gegevensuitvraag
| |
Status 31
december 2008 |
Uiterlijk 31
december 2009 |
Uiterlijk 31
december 2010 |
Uiterlijk 31
december 2011 |
|
GBA |
|
|
X |
|
|
Gegevens genoemd in bijlage 1d. bij
artikel 58a van het Besluit gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens voor zover van toepassing.
• Gegevens over de burgerlijke
staat:
• Naam:
○ geslachtsnaam;
○ voornamen;
○ geboortedatum.
• Geboorte:
○ geboorteplaats;
○ geboorteland en zo nodig
gebiedsdeel.
• Geslacht
•Ouders:
○ geslachtsnaam;
○ voornamen;
○ geboortedatum.
•Kinderen:
○ geslachtsnaam;
○ voornamen;
○ geboortedatum.
•Overlijden:
○ overlijdensdatum. |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
•Datum ingang en beëindiging
rechtsgeldigheid gegevens;
○ datum ingang
rechtsgeldigheid;
○ datum
beëindigingrechtsgeldigheid. |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens over de nationaliteit.
Nationaliteit of nationaliteiten,
dan wel een aanduiding dat de betrokkene geen nationaliteit bezit,
of een aanduiding dat de nationaliteit van de betrokkene niet kan
worden vastgesteld; |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
De aantekening dat op grond van
artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap is vastgesteld
dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit; |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
De aantekening dat de betrokkene op
grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als
Nederlander behandeld wordt. |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens over het verblijfrecht van
de vreemdeling
de aantekening over het
verblijfsrecht; |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
datum ingang verblijfsrecht; |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
datum beëindiging verblijfsrecht. |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens over de gemeente van
inschrijving en het adres in die gemeente alsmede het verblijf in
Nederland en het verstrek uit Nederland
• Gemeente van inschrijving:
○ gemeente.
• Adres, voor zover het betreft
een woonadres:
straatnaam en zo nodig
gemeentedeel;
huisnummer;
aanduiding bij huisnummer;
letter bij huisnummer;
toevoeging bij huisnummer;
locatiebeschrijving en zonodig
gemeentedeel. |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens over het
burgerservicenummer van de ingeschrevene
burgerservicenummer ingeschrevene |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens over het
burgerservicenummer van de ingeschrevene van de ouders, de
echtgenoot danwel van de geregistreerde partner, de eerdere
echtgenoten of eerdere geregistreerde partners en de kinderen
burgerservicenummer ouder;
burgerservicenummer echtgenoot dan
wel geregistreerd partner;
burgerservicenummer eerdere
echtgenoot;
burgerservicenummer eerdere
geregistreerde partner;
burgerservicenummer kind. |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens over het gebruik door de
ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de
geregistreerde partner,
de eerdere echtgenoot of de eerdere
geregistreerde partner |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
de aantekening dat de ingeschrevene
de eigen geslachtsnaam voert; |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
de aantekening dat de ingeschrevene
de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de
eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerd partner voert; |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
de aantekening dat de ingeschrevene
de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerd partner, de
eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner vooraf
doet gaan aan de eigen geslachtsnaam; |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
de aantekening dat de ingeschrevene
de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de
eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner doet
volgen op de eigen geslachtsnaam. |
|
|
|
|
|
UWV |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende inschrijving. |
X |
|
|
|
|
•Datum inschrijving UWV
• Inschrijfreden UWV
• Datum einde inschrijving UWV
•Datum einde geldigheidstermijn
inschrijving UWV
• Reden einde inschrijving UWV |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende werkervaring. |
|
|
|
X |
|
•Datum aanvang arbeidsverhouding
• Datum einde arbeidsverhouding |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende
beschikbaarheid voor arbeid. |
|
|
|
X |
|
•Datum aanvang beschikbaar voor
arbeid
• Datum einde beschikbaar voor
arbeid
• Aantal uren per week
beschikbaar voor arbeid
• Datum aanvang vrijstelling
arbeidsplicht |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende
dienstverlening. |
|
|
|
X |
|
•Code soort dienst activiteit
• Datum aanvang dienst activiteit
• Datum einde dienst activiteit
• Code soort dienst
• Datum aanvang dienst
• Datum einde dienst
•Omschrijving werkinstrument
• Datum aanvang dienst instrument
• Datum einde dienstinstrument
• Datum aanvang
dienstverleningspad
• Datum einde dienstverleningspad
• Code reden einde
dienstverleningspad
• Code fase indeling |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende opleiding. |
|
|
|
X |
|
•Datum aanvang volgen opleiding
• Datum einde volgen opleiding
• Code status opleiding
•Indicatie diploma
• Aantal jaren succesvol afgerond
• Aantal uren opleiding
• Code tijdsbeslag opleiding
• Omschrijving opleidingsnaam |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende vacature. |
|
|
|
X |
|
•Datum verwijzing naar vacature
• Indicatie plaatsing
• Code soort rijbewijs |
|
|
|
|
|
Gegevens m.b.t.
inkomensverhoudingen (afkomstig uit Polis). |
|
|
|
X |
|
•Datum aanvang inkomstenopgave
• Datum einde inkomstenopgave
• Aantal SV-dagen inkomstenopgave
• Aantal verloonde uren
inkomstenopgave
• Bedrag brutoloon SV
•Datum aanvang
inkomstenverhouding
• Datum einde inkomstenverhouding
• Code soort inkomstenverhouding
• Code aard inkomstenverhouding |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende verzekering
(afkomstig uit Polis). |
|
|
|
X |
|
•Indicatie verzekerd wao/wia
• Datum aanvang verzekerd wao/wia
• Datum einde verzekerd wao/wia
•Indicatie verzekerd ww
• Datum aanvang verzekerd ww
• Datum einde verzekerd ww
• Indicatie verzekerd zw
• Datum aanvang verzekerd zw
• Datum einde verzekerd zw |
|
|
|
|
|
Uitkeringsgegevens. |
|
|
|
X |
|
•Datum aanvang uitkeringsperiode
• Datum einde uitkeringsperiode
• Wettelijke regeling (code szwet)
• Datum aanvang aanvulling op
uitkering
• Datum einde aanvulling op
uitkering
• Waarde bedrag uitkering
•Code uitkeringsperiode
• Datum aanvang bruto
uitkeringsbedrag
• Datum einde bruto
uitkeringsbedrag
• Datum einde loongerelateerde
uitkering WW
• Datum einde vervolguitkering WW
• Datum eerste werkloosheidsdag
•Omschrijving reden werkloosheid
• Datum aanvang
uitkeringsverhouding
• Datum einde maximale
uitkeringsduur
• Omschrijving reden einde
uitkeringsverhouding
• Datum einde
uitkeringsverhouding |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende maatregelen. |
|
|
|
X |
|
•Datum aanvang maatregel mbt
uitkering
• Datum einde maatregel mbt
uitkering
• Percentage korting uitkering
• Code reden maatregel mbt
uitkering |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende
arbeidsverleden. |
|
|
|
X |
|
•Code basis arbeidsverleden
• Jaar SV-dagen arbeidsverleden
• Aantal SV-dagen arbeidsverleden
• Aantal SV-dagen periode
arbeidsverleden
• Indicatie zorgforfait
•Indicatie mantelzorgforfait
• Werkgever/handelsnaam
organisatie |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende
uitkeringsstatus. |
|
|
|
X |
|
•Code beslissing op aanvraag
• Datum aanvraag uitkering |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende re-integratie. |
|
|
|
X |
|
•Code soort instrument
• Datum aanvang inzet instrument
• Datum einde inzet instrument
• Code resultaat inzet instrument
• Datum aanvang trajectplan
•Datum einde trajectplan |
|
|
|
|
|
SVB |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende kinderbijslag. |
X |
|
|
|
|
•Indicatie thuis-/uitwonend
• Indicatie recht kinderbijslag
• Landencode ISO |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende de Algemene
nabestaandenwet. |
X |
|
|
|
|
•Ingangsdatum Anw
• Brutobedrag Anw |
|
|
|
|
|
Gegevens over de Algemene
ouderdomswet. |
X |
|
|
|
|
•Ingangsdatum Aow
• Einddatum Aow
•Indicatie toeslag Aow
• Percentage Aow
•Netto bedrag Aow
• Bruto bedrag Aow |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende WWB 65+. |
|
|
|
X |
|
•Begindatum uitkering
• Einddatum uitkering.
• Datum aanvang maatregel
•Datum einde maatregel
• Reden maatregel
•Huisvesting.
• Leefvorm.
• Soort normbedrag
• Normbedrag.
• Reden beëindiging bijstand.
• Datum besluit vordering |
|
|
|
|
|
•Reden vordering
• Bedrag aanvang vordering
• Bedrag saldo vordering
•Status vordering
• Code aanleiding uitkering.
• Code soort overige inkomsten
• Code beslissing op aanvraag
•Datum aanvraag uitkering
• Datum beslissing op aanvraag |
|
|
|
|
|
Gemeenten |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende WWB. |
X |
|
|
|
|
•Begindatum uitkering
• Einddatum uitkering
• Datum aanvang maatregel
•Datum einde maatregel
• Reden maatregel
•Huisvesting
• Leefvorm
• Soort normbedrag
• Normbedrag |
|
|
|
|
|
•Reden beëindiging bijstand
• Datum betaalbaarstelling
bijzondere bijstand
• Soort kosten bijzondere
bijstand
• Datum besluit vordering
• Reden vordering
• Bedrag aanvang vordering
• Bedrag saldo vordering
• Status vordering |
|
|
|
|
|
•Code aanleiding uitkering. |
|
|
|
X |
|
•Code soort overige inkomsten |
|
|
|
X |
|
•Code classificatie BBZ |
|
|
|
X |
|
•Code munteenheid |
|
|
|
X |
|
Gegevens betreffende IOAW. |
|
|
|
|
|
•Datum ingang uitkering
• Datum beëindiging uitkering |
X |
|
|
|
|
•Reden beëindiging
• Bedrag grondslag
• Datum besluit vordering
•Reden vordering
• Bedrag aanvang vordering
• Bedrag saldo vordering
•Status vordering |
|
|
|
X |
|
Gegevens betreffende IOAZ. |
|
|
|
|
|
•Datum ingang uitkering
• Datum beëindiging uitkering. |
X |
|
|
|
|
•Reden beëindiging
• Bedrag grondslag
• Datum besluit vordering
•Reden vordering
• Bedrag aanvang vordering
• Bedrag saldo vordering
•Status vordering |
|
|
|
X |
|
Gegevens betreffende re-integratie
gemeenten. |
|
|
|
X |
|
•Code doelgroep re-integratie
• Datum aanbod trajectplan
• Datum aanvang trajectplan
•Datum einde trajectplan
• Code reden einde trajectplan
• Loonkostensubsidie/financiering
trajectplan
• Datum aanvang lks
• Datum einde lks
• Indicatie vrijstelling
arbeidsplicht
• Participatieplaats
•Datum aanvang pp
• Datum einde pp
•Re-integratiepositie begin
traject
•Re-integratiepositie einde
traject |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende
Uitkeringsstatus. |
|
|
|
X |
|
•Datum aanvraag uitkering
• Code beslissing op aanvraag
• Datum beslissing op aanvraag
uitkering |
|
|
|
|
|
RDW |
|
X |
|
|
|
Gegevens betreffende de
aansprakelijkheid. |
|
|
|
|
|
•Datum registratie
aansprakelijkheid
• Datum einde aansprakelijkheid |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende de status van
het voertuig. |
|
|
|
|
|
•Code status voertuig
• Datum aanvang status voertuig
• Datum einde status voertuig |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens betreffende het voertuig. |
|
|
|
|
|
•Code soort voertuig
• Code classificatie voertuig
• Kenteken voertuig
• Type voertuig
• Hoofdkleur voertuig
•Nevenkleur voertuig
• Datum eerste inschrijving
voertuig nationaal
• Datum eerste inschrijving
voertuig internationaal |
|
|
|
|
|
•Merk voertuig |
|
|
|
X |
|
DUO |
|
|
|
X |
|
Gegevens betreffende opleiding en
diploma.
•Onderwijsdeelname
– datum in- en uitschrijving
– leerjaar
–inschrijvingsvorm
• Opleidingaanbod
–alternatieve naam opleiding
–onderwijsvorm
• Opleiding (met oa)
– naam opleiding (kort en lang)
–studiecontractvorm
– opleidingcode
•Opleidingsniveau
• Studie gebied (omschrijving)
• Studie inhoud (omschrijving)
• Studie uitstroom (omschrijving)
•Beroepspraktijkovereenkomst
– datum afsluiting overeenkomst
– datum begin en einde vorming
– omvang beroepspraktijkvorming
•Vak (omschrijving)
• Vakresultaat
– datum uitslag
– indicatie certificaat
•Uitstroomniveau (omschrijving)
•Opleidingresultaat
• Examenuitslag
– code uitslag
– datum uitslag
–examenjaar |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Gegevens met betrekking tot het
recht op studiefinanciering. ¹ |
|
|
|
|
1. Gegevenssoort moet nog nader worden
gespecificeerd.
Bijlage III, bedoeld in artikel 6.5 van
de Regeling SUWI
Aansluitprotocol GeVS
Aansluitvoorwaarden en aansluitprocedures
niet-suwipartijen op de gezamenlijke elektronische voorzieningen suwi en
ontsluiten nieuwe bronnen
1. Inleiding
Middels de wet eenmalige gegevensuitvraag
werk en inkomen (Stb. 2007, 555) wordt in artikel 62, tweede lid, van de
Wet SUWI de basis gelegd voor het gebruik van de Gezamenlijke
elektronische Voorzieningen SUWI (GevS) door niet-Suwipartijen voor de
verwerking van gegevens. Het gebruik van de elektronische voorzieningen
voor gegevensuitwisseling met derden, niet SUWI-partijen is nader
uitgewerkt in het nieuwe artikel 5.23 van het Besluit SUWI. Artikel 6.5
van de regeling bepaalt dat in bijlage III
bij deze regeling regels kunnen zijn
opgenomen over de overeenkomst, als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid,
van het Besluit SUWI.
Uitgangspunt bij aansluiting
niet-Suwipartijen is dat het gesloten verstrekkingregime SUWI
gehandhaafd blijft. Kernvoorwaarde voor het gebruik van de gezamenlijke
voorzieningen voor gegevensuitwisselingen met niet-Suwipartijen is dat
het verstrekken en verkrijgen van de gegevens wettelijk is toegestaan.
In beginsel heeft het aansluiten van niet-Suwipartijen betrekking op
bestuursorganen. De voorwaarden kunnen echter ook betrekking hebben op
andere organen met een wettelijke taak en gelden voor het ontsluiten van
nieuwe bronnen via de GeVS. Voor het gebruik van de GeVS door
niet-Suwipartijen kunnen extra inspanningen worden verricht en kosten
gemaakt door de beheerder. Deze kosten kunnen in rekening worden
gebracht bij de niet-Suwipartij (de aanvrager)..
Gemeenten vallen onder het
Aansluitprotocol en worden als niet-Suwipartij beschouwd indien:
– het beoogde gegevensverkeer via
de GeVS zal verlopen én
– het de uitvoering van taken
betreft anders dan voortvloeiend uit de SUWI wet- en regelgeving.
Het protocol is niet van toepassing op
gegevensuitwisselingen tussen gemeenten, UWV en SVB en andere
organisaties wanneer deze niet via de GeVS verlopen. Verder is geregeld
dat een rechtspersoon gemeenten kan vertegenwoordigen bij het sluiten
van een overeenkomst, zoals bedoeld in het Aansluitprotocol.
Aansluiting op de GeVS vindt plaats in
een aantal stappen. Zo wordt vastgesteld welke gegevens, door wie en
voor welke taken mogen worden verwerkt en aan welke technische
voorwaarden dat gebruik gekoppeld is. Deze bijlage beschrijft de
volgende stappen:
Paragraaf 2. Voorwaarden van aansluiting;
Paragraaf 3. De aansluitstappen;
Paragraaf 4. Standaardovereenkomst.
2. De Voorwaarden
Aansluiting op de GeVS, moet aan de
volgende voorwaarden voldoen.
– Er dient een wettelijke grondslag
aanwezig te zijn, waaruit volgt voor welk doel partijen welke
gegevens mogen uitwisselen;
– De aanvragende niet-Suwipartijen
conformeren zich aan de Suwi-beleidskaders, vastgelegd in bijlage I,
genaamd ‘Stelselontwerp en beveiliging GeVS’ bij de Regeling
SUWI;
– De aansluiting van
niet-Suwipartijen en de ontsluiting van nieuwe bronnen wordt
bevestigd in een overeenkomst.
3. De aansluitstappen
De eerste stap is een overleg tussen
aanvrager en leverancier over een beoogde gegevensuitwisseling. Als door
de aanvrager en de leverancier besloten wordt voor de betreffende
gegevensuitwisseling van de GeVS gebruik te maken worden de volgende
stappen gevolgd.
De tweede stap omvat het formele verzoek
van de aanvrager om van de GeVS gebruik te mogen maken. Een dergelijk
verzoek kan ook afkomstig zijn van een of meerdere Suwipartijen, die
wensen dat een derde partij aansluit als afnemer of leverancier.
Dit verzoek is gericht aan de beheerder
van GeVS. De beheerder informeert de beoogde gegevens leverende
partij(en) en – voorzover dit niet de verantwoordelijke in de zin van
de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) voor die gegevensverwerking
zijn – de verantwoordelijke over de aanvraag. Deze stap wordt afgerond
met een toets op de wettelijke grondslag, uitgevoerd door de gegevens
leverende partij(en). Daarbij wordt niet getoetst of dat orgaan aan de
vereisten voldoet om de betreffende wettelijke taak uit te voeren. Dat
is al getoetst door het bestuursorgaan dat de wettelijke taak aan het
orgaan heeft toebedeeld. Wordt geconstateerd dat er een wettelijke basis
voor de gegevenslevering aanwezig is, dan wordt de volgende stap gezet.
De aanvraag wordt afgewezen indien de wettelijke basis ontbreekt.
De derde stap is het beleggen van een
bijeenkomst door de beheerder met alle betrokken partijen, uitmondend in
een helder beschreven informatieanalyse, waarin is opgenomen welke
gegevens, voor welke taak en welke processen worden gevraagd en op grond
van welke wet- en regelgeving dit mogelijk is. Hierop wordt de
technische invulling en de gegevensvulling van de beoogde aansluiting
c.q. ontsluiting gebaseerd. Op basis hiervan wordt de inhoud van de te
sluiten overeenkomst bepaald. Hierin wordt ten minste aangegeven welke
rollen en autorisaties benodigd zijn en hoe aan de voorwaarden, genoemd
in hoofdstuk 2 van dit protocol, zal worden voldaan.
De vierde stap is de beoordeling of de
beoogde ontsluiting van nieuwe bronnen c.q. de aanvraag tot gebruik van
de GeVS tot overeenstemming leidt. Indien overeenstemming is bereikt
wordt de overeenkomst gesloten. Het SUWI Gegevensregister wordt
geactualiseerd op basis van de gesloten overeenkomst. Elk besluit wordt
gemeld aan de Minister van SZW.
Stap vijf betreft de daadwerkelijke
aansluiting c.q. ontsluiting en het gebruik middels de GeVS.
4. Standaardovereenkomst
Op grond van het nieuwe artikel 5.23 van
het Besluit SUWI dient er een overeenkomst te worden gesloten tussen de
aanvrager en de leverancier van gegevens. Onderstaand wordt het bepaalde
in artikel 5.23 Besluit SUWI uitgewerkt.
Er wordt een overeenkomst gesloten tussen
de contractpartijen, zijnde de betrokken verantwoordelijken en de
aanvrager, alsook de beheerder van de GeVS.
SUWI-partijen kunnen zowel leverancier
als afnemer zijn.
In deze overeenkomst spreken de
contractpartijen de volgende zaken af:
a. hoe aan de eisen van hoofdstuk 2
van dit Aansluitprotocol wordt voldaan;
b. op welke wijze het
dienstverleningniveau als responsetijden, hersteltijden, mate van
beschikbaarheid en integriteit van de techniek, (KetenSLA) wordt
geregeld;
c. welke rollen en autorisaties
benodigd zijn;
d. op welke wijze de eisen
voortvloeiend uit de Wet bescherming persoonsgegevens worden
nageleefd;
e. hoe wordt omgegaan met
wijzigingen. Het betreft wijzigingen ten gevolge van politieke
besluitvorming, wijzigingen in gehanteerde standaarden en/of
wijzigingen in verband met releasebeleid van de beheerder;
f. op welke wijze de verantwoording
wordt geregeld. Uitgangspunt is het vigerende verantwoordingsregime
van de aanvrager. Afspraken over verantwoording aan de
registerhouder(s), van wiens gegevens gebruik wordt gemaakt, alsook
met de beheerder kunnen in de overeenkomst worden opgenomen;
g. dat doorlevering van gegevens is
niet toegestaan;
h. dat het beoogde gegevensverkeer in
het SUWI Gegevensregister wordt beschreven;
i. hoe met nieuwe deze eisen en
wensen wordt omgegaan. Uitgangspunt is dat deze in de overeenkomst
worden opgenomen; Indien gegevensleveranciers al (algemene)
leveringsvoorwaarden hanteren, kunnen deze onderdeel uitmaken van de
overeenkomst.
Bijlage IV, bedoeld in de artikelen 5.3,
5.4, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI
Planning & control producten van CWI
In deze bijlage zijn de diverse producten
uit de P&C-cyclus tussen CWI en SZW gespecificeerd, die CWI
periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.10a en
5.12 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:
|
I |
meerjarenbeleidsplan |
|
II |
jaarplan met begroting |
|
III |
tussentijds verslag |
|
IV |
jaarverslag incl. jaarrekening |
|
V |
fondsennota ( niet van toepassing
op CWI ) |
|
VI |
VBTB-informatie t.b.v. het
SZW-jaarverslag |
CWI levert één planningsdocument op, te
weten het jaarplan met begroting. CWI dient zich op verschillende
momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze
verantwoording vindt plaats in de tussentijdse verslagen en het
jaarverslag. De tussentijdse verslagen worden uiterlijk zes weken na
afloop van de verslagperiode aan de minister verstrekt.
De VBTB-informatie t.b.v. het
SZW-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op
het jaarverslag. Deze informatie wordt uiterlijk 15 februari aan SZW
geleverd t.b.v. het begrotingsproces en de voorbereiding van de
jaarverantwoording van SZW. Tegelijkertijd met de VBTB-informatie worden
tevens de prognoses ten aanzien van de prestatie-indicatoren in het
kader van de verantwoordingsinformatie, met bijbehorende toelichting,
alsmede de prognoses ten aanzien van de budgetuitputting geleverd.
De planning voor de oplevering van deze
producten kan als volgt worden weergegeven.
|
Opleverdatum |
Product |
|
15/2 |
VBTB-informatie t.b.v. jaarverslag
SZW |
|
15/3 |
Jaarverslag incl. jaarrekening |
|
11/6 |
Tussentijds verslag t/m april |
|
Vóór 1/7 |
Ontwerp jaarplan met begroting |
|
Vóór 1/10 |
Definitief jaarplan met begroting |
|
10/10 |
Tussentijds verslag t/m augustus |
In de hierna volgende tabel worden de
onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C cyclus
aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere
toelichting.
Tabel: Inhoudsvoorschriften voor de
producten van de P&C-cyclus
|
|
I |
II |
III |
IV |
V |
VI |
|
1. Volumeontwikkeling en
fondsbelasting |
|
|
|
|
|
|
|
a. voorlopige opgave voorgaand jaar |
|
|
|
|
|
|
|
b. realisatie lopend jaar t/m
verslagperiode |
|
|
|
|
|
|
|
c. raming lopend jaar |
|
|
|
|
|
|
|
d. raming volgend jaar |
|
|
|
|
|
|
|
e. voorstel herziening
premiepercentages |
|
|
|
|
|
|
|
f. kerncijfers per wet |
|
|
|
|
|
|
|
2. Ontwikkelingen wetsuitvoering +
andere taken |
x |
|
|
|
|
|
|
a. doelstellingen, activiteiten op
hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten |
|
x |
x |
x |
|
|
|
b. prestatie-indicatoren /
kengetallen |
|
x |
x |
x |
|
x |
|
c. speerpunten Klantgerichtheid |
|
x |
M |
x |
|
|
|
d. speerpunten Handhaving |
|
|
|
|
|
|
|
3. Ontwikkelingen grote projecten
en W&R-projecten |
x |
x |
x |
x |
|
|
|
4. Ketensamenwerking |
|
x |
x |
x |
|
|
|
5. Bedrijfsvoering |
|
|
|
|
|
|
|
a. rechtmatigheid (incl. M&O) |
|
M |
x |
x |
|
|
|
b. doelmatigheid |
|
M |
M |
x |
|
|
|
c. totstandkoming niet-financiële
informatie |
|
M |
M |
x |
|
|
|
d. financieel beheer
(tekortkomingen) |
|
M |
M |
M |
|
|
|
e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM,
ICT, huisvesting |
M |
M |
M |
M |
|
|
|
6. Governance |
|
|
|
|
|
|
|
a. Raad van Bestuur |
|
|
|
x |
|
|
|
b. Raad van Advies (gegeven
adviezen en afgegeven signalen) |
|
|
|
x |
|
|
|
c. risicomanagement |
|
|
|
x |
|
|
|
7. Uitvoeringskosten |
x |
x |
x |
x |
|
x |
|
a. opbouw per product c.q. per
groot project |
|
x |
x |
x |
|
|
|
b. opbouw per kostensoort |
|
x |
x |
x |
|
|
|
c. opbouw per wet / andere taken |
|
|
|
|
|
|
|
d. prognose lopend jaar |
|
|
x |
|
|
|
|
e. vergelijking met vorig jaar |
|
x |
x |
x |
|
|
|
f. vergelijking met begroting |
|
|
x |
x |
|
|
|
g. vergelijking met laatst
goedgekeurde jaarrekening |
|
x |
|
x |
|
|
|
h. bestuurskosten (gesplitst naar
RvB en RvA) |
|
|
|
x |
|
|
|
8. Investeringen per categorie |
|
x |
x |
x |
|
|
|
9. Kasstroomoverzicht |
|
x |
|
x |
|
|
|
10. Jaarrekening |
|
|
|
x |
|
|
|
11. n.v.t. |
|
|
|
x |
|
|
|
12. VBTB-informatie |
|
|
|
x |
|
x |
|
13. Kwantitatieve informatie1 |
|
|
x |
x |
|
|
|
14. Toezichtbevindingen |
|
|
|
x |
|
|
1 De afspraken over de levering van de
kwantitatieve informatie per wet wordt bilateraal per brief tussen SZW
en de CWI geregeld.
Legenda
|
I |
meerjarenbeleidsplan |
|
II |
jaarplan met begroting |
|
III |
tussentijdse verslagen |
|
IV |
jaarverslag incl. jaarrekening |
|
V |
fondsennota’s ( niet van
toepassing op CWI ) |
|
VI |
VBTB-informatie |
|
x |
Opnemen |
|
M |
Opnemen indien sprake er is van
majeure ontwikkelingen |
1. Ontwikkelingen wetsuitvoering en
andere taken
Het jaarplan gaat – volgens de
VBTB-systematiek – in op de volgende vragen:
– Wat willen we bereiken
(doelstellingen en prestatie-indicatoren)?
– Wat gaan we daarvoor doen
(activiteiten)?
– Wat mag het kosten (begroting)?
In het jaarplan wordt ook aandacht
besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie.
Gedacht kan worden aan:
– Nieuwe wet- en regelgeving,
waarbij aandacht wordt besteed aan de activiteiten om de nieuwe
maatregelen in te voeren;
– Wijzigingen in de andere taken.
In de tussentijdse verslagen en het
jaarverslag doet CWI verslag van de uitvoering van het beleid en de
geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen
prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten van
de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met
de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing
beschrijft CWI zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van
de doelstellingen, en geeft een verklaring als doelstellingen niet
worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen.
Bij onderdeel c. Klantgerichtheid wordt
specifiek ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en
klanttevredenheid.
Daarnaast rapporteert CWI in haar
jaarverslag over de wijze waarop aan cliëntenparticipatie is
vormgegeven. CWI verantwoordt zich over de activiteiten die zijn
ondernomen om de dienstverlening aan de klant te handhaven en
verbeteren.
2. Ontwikkelingen grote projecten en
W&R-projecten
CWI doet verslag van de uitvoering van
het investeringsprogramma en de invoering van nieuwe wet- en
regelgeving. Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de
daarmee gepaard gaande kosten. CWI legt hierbij een relatie met de
planning en licht eventuele wijzigingen kort toe.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties wenst de consequenties van de financiële
taakstellingen op de personeelsformaties van het Rijk te kunnen volgen.
Hieronder zijn ook de SUWI-organisaties begrepen. CWI dient daarom zowel
in budgettaire termen als in termen van fte’s verslag te doen van de
effecten van de generieke taakstelling uit het coalitieakkoord, de
Vernieuwingsagenda en de taakstelling die aan de samenwerking UWV, CWI
en gemeenten is verbonden. Als basisformatie (nulpunt) geldt de
ontwikkeling van het aantal fte vanaf het aantal fte per 31 december
2006.
Uitbreiding van de formatie als gevolg
van intensiveringen dienen separaat zichtbaar te worden gemaakt.
3. Ketensamenwerking
CWI doet verslag van de samenwerking met
zijn ketenpartners, de ontwikkelingen in de keten werk en inkomen en de
voortgang van de uitvoering van het ketenprogramma.
Het jaarplan vormt hierbij het
uitgangspunt. Per speerpunt wordt aangegeven in welke mate de
doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de onderliggende analyse is bij
afwijkingen in de realisatie. In dat geval wordt verder aangegeven welke
aanvullende maatregelen CWI heeft genomen om de doelstellingen alsnog te
realiseren.
4. Bedrijfsvoering
In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het
jaarverslag gaat CWI in op de sturing en beheersing van de
bedrijfsprocessen binnen CWI. Het doel is aan te geven in welke mate het
management van CWI haar bedrijfsprocessen beheerst. In de
bedrijfsvoeringsparagraaf legt CWI, mede gebaseerd op risicoanalyse,
verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf
bestaat tenminste uit de onderstaande onderwerpen.
a) Rechtmatigheid
Het onderdeel over rechtmatigheid dient
afzonderlijk identificeerbaar te zijn in de bedrijfsvoeringsparagraaf.
Dit is noodzakelijk voor de accountant, zodat in de
accountantsverklaring duidelijk en ondubbelzinnig kan worden aangegeven
over welke onderdelen van het jaarverslag welke soort c.q. mate van
zekerheid wordt gegeven.
Onder rechtmatigheid wordt verstaan de
financiële rechtmatigheid. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een
financiële transactie in overeenstemming is met de Europese
regelgeving, Nederlandse wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur,
ministeriële regelingen en beleidsregels opgenomen bepalingen die de
uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden. Voor het onderdeel
over rechtmatigheid gelden kwantitatieve rapportagegrenzen. De wijze
waarop CWI verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in
het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de
accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader
uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met
name in de daarbijbehorende toelichting.
b) Doelmatigheid
In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel
c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat CWI inzicht biedt in
doelmatigheid van het beheer en de organisatie. CWI brengt verslag uit
ter zake van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen
door te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de
(kwaliteit van de) geleverde prestatie. De Raad van Bestuur wordt geacht
de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te
expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c,
van de Regeling SUWI, wordt gegeven in Bijlage XXIII bij de Regeling
SUWI.
c) Totstandkoming niet-financiële
informatie (kwaliteit)
CWI rapporteert in het jaarverslag over
het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de
daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de
SUWI-regeling) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel
5.16 tweede lid Regeling SUWI). In zowel de tussentijdse verslagen als
het jaarverslag wordt ingegaan op de voortgang van verbetermaatregelen.
d) Financieel Beheer
In dit onderdeel rapporteert de
SUWI-organisatie over de belangrijkste tekortkomingen in het financieel
beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van
beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en
beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële
transacties en de saldi waarvoor het management
(mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve
van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het
financieel beheer gerekend. Administraties zijn immers onlosmakelijk met
een goed beheer verbonden.
Het financieel beheer dient te voldoen
aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid.
Onder ordelijk wordt verstaan dat het
financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in
de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met
controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer
duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan
worden uitgevoerd.
De SUWI-organisatie rapporteert in het
algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen
leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, en/of betrekking
hebben op kritieke processen, en/of wijd verbreid zijn, en/of kunnen
leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.
e) Overige onderwerpen bedrijfsvoering
CWI rapporteert over ontwikkelingen ten
aanzien van de volgende onderwerpen:
– Sociaal beleid en HRM
CWI rapporteert op dit punt over
belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de
personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de
daarmee gemoeide kosten.
– ICT Algemeen
CWI rapporteert over de voortgang,
verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van
zowel haar primaire- als ondersteunende processen. Ook de voortgang
van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en
privacybescherming vallen hier onder.
– Gegevensverwerking en beveiliging
Suwinet
CWI rapporteert over de voortgang,
verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van
zowel haar primaire- als ondersteunende processen. Ook de voortgang
van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en
privacybescherming vallen hieronder.
CWI rapporteert in het jaarverslag
over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en
procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere,
beschikbare en controleerbare gegevensverwerking, en over het
beveiligingsniveau van Suwinet (conform artikel 5.22 en 6.4 Regeling
SUWI)..
– Huisvesting
CWI doet in de tussentijdse
rapportages en in het jaarverslag verslag van de voortgang van het
huisvestingsplan. In het bijzonder rapporteert de CWI specifiek over
de volgende onderwerpen:
Leegstand
– Fysiek leegstaande en verhuurbare
oppervlakten in vierkante meters VVO (conform de definitie van de
Rijksgebouwendienst)
De voortgang van de activiteiten om de
huisvesting in lijn te brengen met de behoefte:
– ontwikkeling in flexibele
leegstand;
– ontwikkeling in volledige
leegstand;
– ontwikkeling in bouwleegstand.
Huisvestingskosten
– Huisvestingskosten
5. Governance
De onderwerpen die onder het onderdeel
governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van
CWI de wijze waarop zij haar taken uitvoert. CWI rapporteert in haar
jaarverslag over de volgende onderwerpen. Indien CWI van mening dat over
onderstaande onderwerpen op andere plek in het jaarverslag moet worden
gerapporteerd, dan is CWI hier vrij in.
Risicomanagement
CWI rapporteert over de wijze waarop
invulling is gegeven aan risicomanagement. CWI gaat in op welke wijze
risico’s binnen de organisatie zijn geanalyseerd, hoe wordt omgegaan
met risico’s en hoe risico’s worden gemanaged.
Raad van Bestuur en Raad van Advies
In het jaarverslag doet CWI op
hoofdlijnen verslag van de door de Raad van Advies gegeven adviezen en
afgegeven signalen.
6. Uitvoeringskosten
Alle uitvoeringskosten worden in de
budgetverantwoording opgenomen, ongeacht of er budget voor is toegekend.
Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet toegestaan, tenzij
wetgeving anders voorschrijft.
In de toelichting wordt onder andere
ingegaan op:
– uitleg belangrijke posten
– verklaring van verschillen
(voorgaand jaar en begroting)
– opvallende ontwikkelingen
– de wijze van toerekening van
uitvoeringskosten naar de verschillende wetten
– omvang en samenstelling van
buitengewone baten en lasten
– omvang alsmede dotatie,
onttrekking en vrijval van de voorzieningen voor het risico van
oninbaarheid van premiedebiteuren respectievelijk
uitkeringsdebiteuren
– de financiering van vaste activa
Bestuurskosten
CWI doet jaarlijks verslag van de
bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en Raad van Advies
(artikel 5 vierde lid Wet SUWI) en van de topinkomens op basis van de
Wet openbaarmaking uit financiële middelen gefinancierde topinkomens (WOPT).
7. Investeringen per categorie
De indeling in categorieën volgt Titel 9
Boek 2 BW.
8. Jaarrekening
De jaarrekening van de CWI geeft inzicht
in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het eind van het
boekjaar en de cash flow.
De jaarrekening heeft betrekking op de
balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het
jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De
jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9, Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording wordt
afgeweken.
De in de jaarrekening opgenomen
informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de
werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle
uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen, ongeacht
of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en
lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.
De jaarrekening CWI bestaat uit de
volgende onderdelen:
– Grondslagen waardering en
resultaatbepaling
– Balans met toelichting
– Resultatenrekening met
toelichting
– Kasstroomoverzicht
In de toelichting wordt onder andere
ingegaan op:
– uitleg belangrijke posten
– verklaring van verschillen
(voorgaand jaar en begroting)
– opvallende ontwikkelingen
– risico’s
– de wijze waarop het bestuur
invulling heeft gegeven aan de sturing en beheersing van
bedrijfsprocessen ter waarborging van het financieel beheer en de
rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering.
– de wijze van toerekening van
uitvoeringskosten
– omvang en samenstelling van
buitengewone baten en lasten
10.1 Grondslagen waardering en
resultaatbepaling
In verband met de versnelling van de
verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te
koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf
mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar
waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden
aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de
vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.
10.2 Balans CWI per 31 december jaar T
(met vergelijkende cijfers over jaar T-1)
Activa
– immateriële vaste activa
– materiële vaste activa
– financiële vaste activa
Totaal vaste activa
– vorderingen
– liquide middelen
– overige vlottende activa
Totaal vlottende activa
Totaal activa
Passiva
– eigen vermogen
– voorzieningen
– langlopende schulden
– kortlopende schulden
Totaal passiva
10.3 Resultatenrekening CWI over jaar T
(met vergelijkende cijfers over jaar T-1)
Baten
Rijksbijdrage (Basisbudget)
Incidenteel budget (Bestedingsplan)
Overige Baten
Totaal baten
Lasten
Loonkosten eigen personeel
Kosten extern personeel
Overige personeelskosten
Totaal personeelskosten
Afschrijvingskosten
Huisvestingskosten
Automatiseringskosten
Kantoorkosten
Vervoerskosten
Overige beheerskosten
Totaal overig beheer
Beleidsbudgetten
Totaal overige kosten
Totaal lasten
Saldo van baten en lasten
10.4 Toelichting balans CWI
– Verloopstaat immateriële vaste
activa
– Verloopstaat materiële vaste
activa
– Verloopstaat financiële vaste
activa
– Verloopstaat eigen vermogen
– Verloopstaat voorzieningen
10.5 Toelichting op de resultatenrekening
CWI
10.5.1 Baten
Rijksbijdrage (Basisbudget)
Incidenteel budget (Bestedingsplan)
Overige baten
10.5.2 Lasten
Loonkosten eigen personeel
Kosten extern personeel
Overige personeelskosten
Afschrijvingskosten
Huisvestingskosten
Automatiseringskosten
Kantoorkosten
Vervoerskosten
Overige beheerskosten
Beleidsbudgetten
10.6 Kasstroomoverzicht
Gehanteerd wordt het kasstroomoverzicht
met onderscheid naar operationele, investerings- en
financieringskasstromen.
11. Accountantsverklaring en verslag van
bevindingen
De accountant onderzoekt de
verantwoording die de Raad van Bestuur van de CWI op grond van de
Regeling SUWI heeft uitgebracht. De accountantsverklaring en het verslag
van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage
XXI van de Regeling SUWI
12. VBTB-informatie
Ten behoeve van het SZW-jaarverslag
verstrekt CWI jaarlijks VBTB-informatie.
De VBTB-informatie wordt uiterlijk 15
februari opgeleverd.
De informatie die op 15 februari dient te
worden aangeleverd, omvat:
1e De voorlopige scores van de
prestatie-indicatoren plus korte toelichting;
2e Prognoses m.b.t. budgetuitputting;
3e De VBTB informatie zoals
vastgelegd in onderstaande tabel.
De definitieve cijfers worden vervolgens
grotendeels opgenomen in het jaarverslag.
Tabel VBTB-informatie
1. Preventiequote WW (route A en B)
2. Uitstroomquote WW (alleen route A)
3. Aantal ontslagaanvragen CWI (waarvan
procentueel het aantal collectieve aanvragen)
4. Ketenpreventiequote WW
5. Ketenuitstroomquote WW
13. Kwantitatieve informatie
Naast het jaarverslag en de tussentijdse
verslagen dient CWI periodiek kwantitatieve informatie te verstrekken
ten behoeve van verschillende functies binnen SZW, te weten aansturing,
beleid, toezicht en financiering. Over de levering van de periodieke
kwantitatieve informatie per wet, de maandelijkse kerncijfers en de
statistische jaarrapportages worden jaarlijks aparte bilaterale
afspraken gemaakt.
14. Toezichtbevindingen
CWI gaat in het jaarverslag op
hoofdlijnen in op de bevindingen van de Inspectie Werk en Inkomen en de
Algemene Rekenkamer, en op de naar aanleiding van deze bevindingen
genomen maatregelen.
Bijlage V [vervallen per 28-02-2008]
Bijlage VI, bedoeld in de artikelen 5.3,
5.4, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI
[Zie de Regeling
van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]
Bijlage VII [vervallen per 28-02-2008]
Bijlage VIII, bedoeld in de artikelen
5.3, 5.4, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI
[Zie de Regeling
van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]
Bijlage IX
[Ligt ter inzage bij het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid]
Bijlage X
Planning & control producten van de
RWI
In deze bijlage zijn de diverse
producten gespecificeerd die de RWI periodiek aan SZW dient te
verstrekken op grond van artikel 5.3 en 5.10 van de Regeling SUWI. Het
betreft de volgende producten:
I meerjarenbeleidsplan (niet van
toepassing op RWI)
II jaarplan met begroting
III tussentijds verslag
IV jaarverslag incl. jaarrekening
V fondsennota (niet van toepassing
op RWI)
VI VBTB-verslag (niet van
toepassing op RWI)
De RWI levert één planningsdocument
op, te weten hetjaarplan met begroting (ontwerp jaarplan met begroting
vòòr 1 juli, definitief jaarplan met begroting vòòr 1 oktober). De
RWI dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de
uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in
hethalfjaarverslag en hetjaarverslag. Het halfjaarverslag wordt
uiterlijk zes weken na 1 juli aan de minister verstrekt. Het
jaarverslag wordt vòòr 15 maart aan de minister aangeboden.
In de hierna volgende tabel worden de
onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C cyclus
aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een
nadere toelichting.
Tabel: Inhoudsvoorschriften voor de
producten van de P&C-cyclus
|
|
|
I |
II |
III |
IV |
V |
VI |
|
1. |
Volumeontwikkeling en
fondsbelasting |
|
|
|
|
|
|
|
2. |
Uitvoering (wettelijke) taken |
|
|
|
|
|
|
| |
a. doelstellingen, activiteiten
op hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten |
|
x |
x |
x |
|
|
| |
b.
prestatie-indicatoren/kengetallen |
|
|
|
|
|
|
| |
c. speerpunten klantgerichtheid |
|
|
|
|
|
|
| |
d. speerpunten handhaving |
|
|
|
|
|
|
|
3. |
Ontwikkelingen grote projecten en
W&R-projecten |
|
|
|
|
|
|
|
4. |
Ketensamenwerking |
|
|
|
|
|
|
|
5. |
Bedrijfsvoering |
|
|
|
|
|
|
| |
a. rechtmatigheid (incl. M&O) |
|
|
|
x |
|
|
| |
b. doelmatigheid |
|
|
|
x |
|
|
| |
c. totstandkoming
niet-financiële informatie |
|
|
|
|
|
|
| |
d. financieel beheer
(tekortkomingen) |
|
x |
x |
x |
|
|
| |
e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM,
ICT, huisvesting |
|
x |
x |
x |
|
|
|
6. |
Governance |
|
|
|
|
|
|
| |
a. Raad van Bestuur |
|
|
|
|
|
|
| |
b. Risicomanagement |
|
|
|
|
|
|
|
7. |
Uitvoeringskosten |
|
|
|
|
|
|
| |
a. opbouw per product c.q. per
groot project |
|
|
|
|
|
|
| |
b. opbouw per kostensoort |
|
x |
x |
x |
|
|
| |
c. opbouw per wet/andere taken |
|
|
|
|
|
|
| |
d. prognose lopend jaar |
|
|
x |
|
|
|
| |
e. vergelijking met begroting
jaar t-1 |
|
x |
|
|
|
|
| |
f. vergelijking met begroting
jaar t |
|
|
x |
x |
|
|
| |
g. vergelijking met laatst
goedgekeurde jaarrekening |
|
|
|
x |
|
|
| |
h. bestuurskosten |
|
|
|
|
|
|
|
8. |
Investeringen per categorie |
|
x |
|
x |
|
|
|
9. |
Overzicht bevoorschotting |
|
x |
|
x |
|
|
|
10. |
Jaarrekening |
|
|
|
x |
|
|
|
11. |
Aansluitingstabel |
|
|
|
|
|
|
|
12. |
VBTB-informatie |
|
|
|
|
|
|
|
13. |
Kwantitatieve informatie per wet |
|
|
|
|
|
|
|
14. |
Toezichtbevindingen |
|
|
x |
x |
|
|
LEGENDA
I meerjarenbeleidsplan (niet van
toepassing op RWI)
II jaarplan met begroting
III tussentijdse verslag
IV jaarverslag incl. jaarrekening
V fondsennota (niet van toepassing op
RWI)
VI VBTB-verslag (niet van toepassing
op RWI)
x Opnemen
1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting
Niet van toepassing.
2. Uitvoering (wettelijke) taken
Het jaarplan van de RWI bevat in elk
geval een omschrijving van de taak, bedoeld in artikel 1, onderdeel b,
van de Wet SUWI. Het jaarplan gaat daarnaast (volgens de
VBTB-systematiek) in op de volgende vragen:
• Wat willen we bereiken
(doelstellingen)?
• Wat gaan we daarvoor doen
(activiteiten)?
• Wat mag het kosten (begroting)?
In het tussentijdse verslag en het
jaarverslag doet de RWI verslag van de uitvoering van de voornemens en
de resultaten daarvan. Het tussentijdse verslag bevat daarnaast een
vooruitblik op plannen voor de komende periode die niet in het
jaarplan zijn opgenomen.
3. Ontwikkelingen grote projecten en
W&R-projecten
Niet van toepassing.
4. Ketensamenwerking
Niet van toepassing.
5. Bedrijfsvoering
In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het
jaarverslag gaat de RWI in op de sturing en beheersing van de
bedrijfsprocessen binnen de RWI voor zover van belang voor de
uitvoering van de taken op grond van de Wet SUWI. Het doel is aan te
geven in welke mate het management van de RWI zijn bedrijfsprocessen
beheerst. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat tenminste uit de
volgende onderdelen:
5a). Rechtmatigheid
De wijze waarop de RWI verantwoording
dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de
jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn
controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de
artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de
daarbij behorende toelichting.
5b). Doelmatigheid
Inartikel 5.10e, eerste lid, onderdeel
c, van de Regeling SUWIis aangegeven dat de RWI inzicht moet bieden in
de doelmatigheid van het beheer en de organisatie. De RWI en SZW
zullen ten behoeve van het jaarverslag 2011 in overleg bezien op welke
wijze de RWI invulling kan geven aan Bijlage XXIII bij de Regeling
SUWI.
5c). Financieel Beheer
In dit onderdeel rapporteert de RWI
over eventuele tekortkomingen in het financieel beheer. Onder
financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen,
handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing
van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de
saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De
administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden
bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.
Het financieel beheer dient te voldoen
aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt
verstaan dat het financieel beheer en de administraties in
overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie
vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de
uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd,
opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd. De RWI
rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel
beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel
beheer en/of betrekking hebben op kritieke processen en/of wijd
verbreid zijn en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke
risico’s.
5d). Overige onderwerpen
bedrijfsvoering
De RWI rapporteert over belangrijke
ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
• Huisvesting
De RWI doet verslag van de voortgang
van huisvestingskosten.
• Sociaal beleid en HRM
De RWI rapporteert op dit punt over
belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in iedergeval de
personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale plannen en de
daarmee gemoeide kosten.
6. Uitvoeringskosten
In de toelichting wordt onder andere
ingegaan op:
• uitleg belangrijke posten
• verklaring van verschillen
(voorgaand jaar en begroting)
• opvallende ontwikkelingen
• omvang en samenstelling van
buitengewone baten en lasten
• omvang alsmede dotatie,
onttrekking en vrijval van de voorzieningen
• risico’s
7. Investeringen per categorie
De indeling in categorieën volgt Titel
9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek.
8. Overzicht bevoorschotting
De RWI wordt jaarlijks in drie
termijnen bevoorschot.
9. Jaarrekening
De jaarrekening van de RWI geeft
inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan het
eind van het boekjaar en de cash flow. De jaarrekening heeft
betrekking op de balans en de resultatenrekening met de toelichting en
op de in het jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële
onderwerpen. De jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel
9, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze
modelverantwoording wordt afgeweken.
De in de jaarrekening opgenomen
informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de
werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle
uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen,
ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere
baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders
voorschrijft.
De jaarrekening van de RWI bestaat uit
de volgende onderdelen:
• Grondslagen waardering en
resultaatbepaling
• Balans met toelichting
• Resultatenrekening met
toelichting
Grondslagen waardering en
resultaatbepaling
In verband met de versnelling van de
verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te
koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf
mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar
waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven
worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld
evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.
Accountantsverklaring en verslag van
bevindingen
De accountant onderzoekt de
verantwoording die het management van de RWI op grond van de Regeling
SUWI heeft uitgebracht. De accountantsverklaring en het verslag van
bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII
van de Regeling SUWI.
Balans RWI per 31 december
|
|
jaar t |
jaar t-1 |
|
•immateriële vaste activa |
|
|
|
•materiële vaste activa |
|
|
|
•financiële vaste activa |
|
|
|
Totaal vaste activa |
|
|
| |
|
|
|
•vorderingen |
|
|
|
•liquide middelen |
|
|
|
•overige vlottende activa |
|
|
|
Totaal vlottende activa |
|
|
| |
|
|
|
Totaal activa |
|
|
| |
|
|
|
•eigen vermogen |
|
|
|
•voorzieningen |
|
|
|
•langlopende schulden |
|
|
|
•kortlopende schulden |
|
|
|
Totaal passiva |
|
|
Resultatenrekening RWI
|
|
jaar t |
jaar t-1 |
|
Rijksbijdrage |
|
|
|
Incidenteel budget |
|
|
|
Overig baten |
|
|
|
Totaal baten |
|
|
| |
|
|
|
Loonkosten eigen personeel |
|
|
|
Kosten extern personeel |
|
|
|
Overige personeelskosten |
|
|
|
Totaal personeelskosten |
|
|
| |
|
|
|
Afschrijvingskosten |
|
|
|
Huisvestingskosten |
|
|
|
Automatiseringskosten |
|
|
|
Kantoorkosten |
|
|
|
Vervoerskosten |
|
|
|
Overige beheerskosten |
|
|
|
Totaal overig beheer |
|
|
| |
|
|
|
Beleidsbudgetten |
|
|
|
Totaal overige kosten |
|
|
| |
|
|
|
Totaal lasten |
|
|
| |
|
|
|
Saldo van baten en lasten |
|
|
10. Aansluitingstabel
Niet van toepassing.
11. VBTB-informatie
Niet van toepassing
12. Kwantitatieve informatie met wet
Niet van toepassing.
13. Toezichtbevindingen
De RWI gaat op hoofdlijnen in op de
bevindingen van de Inspectie Werk en Inkomen en de Algemene Rekenkamer
en op de naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen.
Bijlage XI, bedoeld in de artikelen 5.3,
5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI
[Zie de Regeling
van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]
Bijlage XII
[Is met ingang van 1 juli 2011 bekendgemaakt
op www.bkwi.nl]
Bijlage XIII [vervallen per 15-09-2008]
Bijlage XIV [vervallen per 15-09-2008]
Bijlage XV
[Ligt ter inzage bij het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid]
Bijlage XVI [vervallen per 01-01-2009]
Bijlage XVII
[Ligt ter inzage bij het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid]
Bijlage XVIII
[Is met ingang van 1 juli 2011
bekendgemaakt op www.inlichtingenbureau.nl]
Bijlage XIX [vervallen per 01-01-2006]
Bijlage XX, bedoeld in de artikelen 5.10a
en 5.12 van de Regeling SUWI
Planning & control producten van
BKWI
Deze bijlage bevat de diverse producten
uit de P&C-cyclus tussen UWV en SZW die betrekking hebben op het
organisatieonderdeel BKWI die UWV periodiek aan SZW dient te
verstrekken op grond van artikel 5.3, 5.10a en 5.12 van de Regeling
SUWI. Het betreft de volgende producten:
I meerjarenbeleidsplan (niet van
toepassing op BKWI)
II jaarplan met begroting
III tussentijds verslag
IV jaarverslag incl. jaarrekening
V fondsennota (niet van toepassing
op BKWI)
VI VBTB-informatie t.b.v. het
SZW-jaarverslag
Ten aanzien van BKWI wordt één
planningsdocument opgeleverd, te weten het jaarplan met begroting. Het
jaarplan van BKWI bevat in elk geval een omschrijving van de taak,
bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, van het Besluit SUWI en de andere
taken die het BKWI ten behoeve van gemeenten verricht. Ten aanzien van
BKWI dient het UWV op verschillende momenten te verantwoorden over de
uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in de
tussentijdse verslagen en het jaarverslag. De tussentijdse verslagen
worden uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode aan de
minister verstrekt.
De planning voor de oplevering van deze
producten kan als volgt worden weergegeven.
|
Opleverdatum |
Product |
|
15/2 |
VBTB-informatie t.b.v.
jaarverslag SZW (niet van toepassing op BWKI) |
|
13/3 |
Jaarverslag incl. jaarrekening |
|
Vóór 1/7 |
Ontwerp jaarplan met begroting |
|
12/8 |
Tussentijds verslag t/m juni
(halfjaarverslag) |
|
Vóór 1/10 |
Definitief jaarplan met begroting |
In die hierna volgende tabel worden de
onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C cyclus
aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een
nadere toelichting.
Tabel: Inhoudsvoorschriften voor de
producten van de P&C-cyclus
|
|
I |
II |
III |
IV |
V |
VI |
|
1. Volumeontwikkeling en
fondsbelasting |
|
|
|
|
|
|
|
a. voorlopige opgave voorgaand
jaar |
|
|
|
|
|
|
|
b. realisatie lopend jaar t/m
verslagperiode |
|
|
|
|
|
|
|
c. raming lopend jaar |
|
|
|
|
|
|
|
d. raming volgend jaar |
|
|
|
|
|
|
|
e. voorstel herziening
premiepercentages |
|
|
|
|
|
|
|
f. kerncijfers per wet |
|
|
|
|
|
|
|
2. Ontwikkelingen wetsuitvoering
+ andere taken |
|
|
|
|
|
|
|
a. doelstellingen, activiteiten
op hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten |
|
x |
x |
x |
|
|
|
b.
prestatie-indicatoren/kengetallen |
|
x |
x |
x |
|
x |
|
c. speerpunten Klantgerichtheid |
|
x |
M |
x |
|
|
|
d. speerpunten Handhaving |
|
|
|
|
|
|
|
3. Ontwikkelingen grote projecten
en W&R-projecten |
|
x |
x |
x |
|
|
|
4. Ketensamenwerking |
|
x |
x |
x |
|
|
|
5. Bedrijfsvoering |
|
|
|
|
|
|
|
a. rechtmatigheid (incl. M&O) |
|
M |
x |
x |
|
|
|
b. doelmatigheid |
|
M |
M |
x |
|
|
|
c. totstandkoming
niet-financiële informatie |
|
M |
M |
x |
|
|
|
d. financieel beheer
(tekortkomingen) |
|
M |
M |
M |
|
|
|
e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM,
ICT, huisvesting |
|
M |
M |
M |
|
|
|
6. Governance |
|
|
|
|
|
|
|
a. Raad van Bestuur |
|
|
|
x |
|
|
|
b. Raad van Advies (gegeven
adviezen en afgegeven signalen) |
|
|
|
x |
|
|
|
c. risicomanagement |
|
|
|
x |
|
|
|
7. Uitvoeringskosten |
|
x |
x |
x |
|
x |
|
a. opbouw per product c.q. per
groot project |
|
x |
x |
x |
|
|
|
b. opbouw per kostensoort |
|
x |
x |
x |
|
|
|
c. opbouw per wet/andere taken |
|
|
|
|
|
|
|
d. prognose lopend jaar |
|
|
x |
|
|
|
|
e. vergelijking met vorig jaar |
|
x |
x |
x |
|
|
|
f. vergelijking met begroting |
|
|
x |
x |
|
|
|
g. vergelijking met laatst
goedgekeurde jaarrekening |
|
x |
|
x |
|
|
|
h. bestuurskosten (gesplitst naar
RvB en RvA) |
|
|
|
x |
|
|
|
8. Investeringen per categorie |
|
x |
x |
x |
|
|
|
9. Kasstroomoverzicht |
|
x |
|
x |
|
|
|
10. Jaarrekening |
|
|
|
x |
|
|
|
11. n.v.t. |
|
|
|
x |
|
|
|
12. VBTB-informatie |
|
|
|
|
|
|
|
13. Kwantitatieve informatie1 |
|
|
x |
x |
|
|
|
14. Toezichtbevindingen |
|
|
|
x |
|
|
1 De afspraken over de levering van de
kwantitatieve informatie per wet wordt bilateraal per brief tussen SZW
en BKWI geregeld.
LEGENDA
I meerjarenbeleidsplan (niet van
toepassing op BWKI)
II jaarplan met begroting
III tussentijdse verslag
IV jaarverslag incl. jaarrekening
V fondsennota’s (niet van
toepassing op BKWI)
VI VBTB-informatie (niet van
toepassing op BKWI)
x Opnemen
M Opnemen indien sprake er is van
majeure ontwikkelingen
1. Ontwikkelingen wetsuitvoering en
andere taken
Het jaarplan gaat - volgens de
VBTB-systematiek - in op de volgende vragen:
• Wat willen we bereiken
(doelstellingen en prestatie-indicatoren)?
• Wat gaan we daarvoor doen
(activiteiten)?
• Wat mag het kosten (begroting)?
In het jaarplan wordt ook aandacht
besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie.
Gedacht kan worden aan:
• Nieuwe wet- en regelgeving,
waarbij aandacht wordt besteed aan de activiteiten om de nieuwe
maatregelen in te voeren;
• Wijzigingen in de andere taken.
In de het halfjaarsverslag en het
jaarverslag doet BKWI verslag van de uitvoering van het beleid en de
geleverde prestaties. Het jaarplan en de daarin opgenomen
prestatie-indicatoren vormen hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten
van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting,
samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van
toepassing beschrijft BKWI zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan
het behalen van de doelstellingen, en geeft een verklaring als
doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die
zijn/worden genomen.
Bij onderdeel c. Klantgerichtheid wordt
specifiek ingegaan op o.a. klachtenafhandeling, bereikbaarheid en
klanttevredenheid.
2. Ontwikkelingen grote projecten en
W&R-projecten
UWV doet ten aanzien van BKWI verslag
van de uitvoering van het investeringsprogramma en de invoering van
nieuwe wet- en regelgeving. Hierbij wordt ingegaan op de bereikte
resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. Hierbij wordt een
relatie met de planning en eventuele wijzigingen kort toegelicht.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties wenst de consequenties van de financiële
taakstellingen op de personeelsformaties van het Rijk te kunnen
volgen. Hieronder zijn ook de SUWI-organisaties begrepen. Ook voor de
BKWI taken dient verslag te worden gedaanvan de fte-bezetting
(vast/tijdelijk) per einddatum van de verslagperiode.
3. Ketensamenwerking
Voor de elektronische voorzieningen
wordt verslag gedaan van de samenwerking tussen ketenpartners, de
ontwikkelingen in de keten werk en inkomen en de voortgang van de
uitvoering van het ketenprogramma.
Het jaarplan vormt hierbij het
uitgangspunt. Per speerpunt wordt aangegeven in welke mate de
doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de onderliggende analyse is
bij afwijkingen in de realisatie. In dat geval wordt verder aangegeven
welke aanvullende maatregelen voor BKWI zijn genomen om de
doelstellingen alsnog te realiseren.
4. Bedrijfsvoering
In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het
jaarverslag gaat UWV in op de sturing en beheersing van de
bedrijfsprocessen binnen BKWI. Het doel is aan te geven in welke mate
het management van BKWI haar bedrijfsprocessen beheerst. In de
bedrijfsvoeringsparagraaf legt UWV, mede gebaseerd op risicoanalyse,
verantwoording af over de bedrijfsvoering van BKWI. De
bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat tenminste uit de onderstaande
genoemde onderwerpen.
a). Rechtmatigheid
Het onderdeel over rechtmatigheid dient
afzonderlijk identificeerbaar te zijn in de bedrijfsvoeringsparagraaf.
Dit is noodzakelijk voor de accountant, zodat in de
accountantsverklaring duidelijk en ondubbelzinnig kan worden
aangegeven over welke onderdelen van het jaarverslag welke soort c.q.
mate van zekerheid wordt gegeven.
Onder rechtmatigheid wordt verstaan de
financiële rechtmatigheid. Financiële rechtmatigheid houdt in dat
een financiële transactie in overeenstemming is met de Europese
regelgeving, Nederlandse wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur,
ministeriële regelingen en beleidsregels opgenomen bepalingen die de
uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden. Voor het
onderdeel over rechtmatigheid gelden kwantitatieve rapportagegrenzen.
De wijze waarop ten aanzien van BKWI verantwoording dient af te leggen
over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede
de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te
verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van
de Regeling SUWI en met name in de daarbijbehorende toelichting.
b). Doelmatigheid
In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel
c, van de Regeling SUWIis aangegeven dat UWV inzicht biedt in
doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Dit geldt ook voor het
onderdeel BKWI, Ten aanzien van BKWI wordt verslag uitgebracht ter
zake van activiteiten die zijn ondernomen om de bedrijfsprocessen door
te lichten, waarbij het kostenniveau wordt gerelateerd aan de
(kwaliteit van de) geleverde prestatie. De Raad van Bestuur van UWV
wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot
doelmatigheid te expliciteren. Een toelichting op artikel 5.10e,
eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI, wordt gegeven in
Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI.
c). Totstandkoming niet-financiële
informatie (kwaliteit)
UWV rapporteert in het jaarverslag over
het onderdeel BKWI over het totstandkomingsproces van de
informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals
vastgelegd in bijlage XVII van de SUWI-regeling) en de wijze waarop
deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16 tweede lid Regeling SUWI).
In zowel de tussentijdse verslagen als het jaarverslag wordt ingegaan
op de voortgang van verbetermaatregelen.
d). Financieel Beheer
In dit onderdeel rapporteert UWV over
de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer. Onder
financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen,
handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing
van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de
saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De
administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden
bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.
Administraties zijn immers onlosmakelijk met een goed beheer
verbonden.
Het financieel beheer dient te voldoen
aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid.
Onder ordelijk wordt verstaan dat het
financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de
in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met
controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel
beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt
kan worden uitgevoerd.
Het UWV rapporteert in het algemeen bij
onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot
disfunctioneren van het financieel beheer, en/of betrekking hebben op
kritieke processen, en/of wijd verbreid zijn, en/of kunnen leiden of
hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.
e). Overige onderwerpen bedrijfsvoering
UWV rapporteert voor het onderdeel BKWI
over ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
•. Sociaal beleid en HRM
UWV rapporteert op dit punt over
belangrijke personeelsaangelegenheden bij BKWI, waaronder in
iedergeval de personeelsomvang, het personeelsverloop, de sociale
plannen en de daarmee gemoeide kosten.
•. ICT Algemeen
UWV rapporteert over de voortgang,
verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van
zowel haar primaire- als ondersteunende processen bij BKWI. Ook de
voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en
privacybescherming vallen hier onder.
•. Gegevensverwerking en beveiliging
Suwinet
In het jaarverslag wordt ingegaan op
het oordeel van de EDP-auditor. Deze geeft conform artikel 5.22 en 6.4
Regeling SUWI een oordeel over het stelsel van maatregelen en
procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere,
beschikbare en controleerbare gegevensverwerking en over het
beveiligingsniveau van Suwinet. Indien van toepassing geeft UWV voor
de bijdrage van BKWI inzicht in de verrichte inspanningen om de
kwaliteit te verbeteren c.q. te consolideren .
•. Huisvesting
UWV doet in het halfjaarverslag en in
het jaarverslag verslag van de voortgang van het huisvestingsplan voor
BKWI. In het bijzonder rapporteert het UWV specifiek over de volgende
onderwerpen:
Leegstand
• Fysiek leegstaande en verhuurbare
oppervlakten in vierkante meters VVO (conform de definitie van de
Rijksgebouwendienst)
De voortgang van de activiteiten om de
huisvesting in lijn te brengen met de behoefte:
• ontwikkeling in flexibele
leegstand;
• ontwikkeling in volledige
leegstand;
• ontwikkeling in bouwleegstand.
Huisvestingskosten
• Huisvestingskosten
5. Governance
De onderwerpen die onder het onderdeel
governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting door
UWV van het organisatie-onderdeel BKWI en de wijze waarop zij haar
taken uitvoert. UWV rapporteert in haar jaarverslag voor BKWI over de
volgende onderwerpen. Indien UWV van mening dat over onderstaande
onderwerpen op andere plek in het jaarverslag moet worden
gerapporteerd, dan is UWV hier vrij in.
Risicomanagement
UWV rapporteert over de wijze waarop
invulling is gegeven aan risicomanagement ten aanzien van BKWI. UWV
gaat in op welke wijze risico’s binnen het organisatieonderdeel BKWI
zijn geanalyseerd, hoe wordt omgegaan met risico’s en hoe risico’s
worden gemanaged.
6. Uitvoeringskosten
Alle uitvoeringskosten voor BKWI worden
in de budgetverantwoording van UWV opgenomen, ongeacht of er budget
voor is toegekend. Het salderen van bijzondere baten en lasten is niet
toegestaan, tenzij wetgeving anders voorschrijft.
In de toelichting wordt onder andere
ingegaan op:
• uitleg belangrijke posten
• verklaring van verschillen
(voorgaand jaar en begroting)
• opvallende ontwikkelingen
• de wijze van toerekening van
uitvoeringskosten naar de verschillende wetten
• omvang en samenstelling van
buitengewone baten en lasten
• omvang alsmede dotatie,
onttrekking en vrijval van de voorzieningen voor het risico van
oninbaarheid van premiedebiteuren respectievelijk
uitkeringsdebiteuren
• de financiering van vaste
activa
7. Investeringen per categorie
De indeling in categorieën volgt Titel
9 Boek 2 BW.
8. Jaarrekening
De jaarrekening voor het onderdeel BKWI
geeft inzicht in de baten en lasten over het boekjaar, de balans aan
het eind van het boekjaar en de cash flow.
De jaarrekening heeft betrekking op de
balans en de resultatenrekening met de toelichting en op de in het
jaarplan en modelverantwoording opgenomen financiële onderwerpen. De
jaarrekening is zoveel als mogelijk gebaseerd op titel 9, Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek, tenzij hiervan in deze modelverantwoording
wordt afgeweken.
De in de jaarrekening opgenomen
informatie dient een zodanig betrouwbaar beeld te geven van de
werkelijkheid als in de gegeven omstandigheden is vereist. Alle
uitvoeringskosten worden in de budgetverantwoording opgenomen,
ongeacht of er budget voor is toegekend. Het salderen van bijzondere
baten en lasten is niet toegestaan, tenzij wetgeving anders
voorschrijft.
De jaarrekening voor het onderdeel BKWI
bestaat uit de volgende onderdelen:
• Grondslagen waardering en
resultaatbepaling
• Balans met toelichting
• Resultatenrekening met
toelichting
• Kasstroomoverzicht
In de toelichting wordt onder andere
ingegaan op:
• uitleg belangrijke posten
• verklaring van verschillen
(voorgaand jaar en begroting)
• opvallende ontwikkelingen
• risico’s
• de wijze waarop het bestuur
invulling heeft gegeven aan de sturing en beheersing van
bedrijfsprocessen ter waarborging van het financieel beheer en de
rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering.
• de wijze van toerekening van
uitvoeringskosten
• omvang en samenstelling van
buitengewone baten en lasten
9. Kasstroomoverzicht
Gehanteerd wordt het kasstroomoverzicht
met onderscheid naar operationele, investerings- en
financieringskasstromen. De kasbeweging dient aan te sluiten op de
rekeningen-courant met het ministerie van Financiën (geïntegreerd
middelenbeheer).
10.1. Grondslagen waardering en
resultaatbepaling
In verband met de versnelling van de
verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te
koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf
mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar
waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven
worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld
evenals de vergelijkbare cijfers van het voorgaande jaar.
11. Accountantsverklaring en verslag
van bevindingen
De accountant onderzoekt de
verantwoording die het management van het BKWI op grond van de
Regeling SUWI heeft uitgebracht. De accountantsverklaring en het
verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en
bijlage XXII van de Regeling SUWI.
11.1. Balans BKWI per 31 december
|
Activa |
jaar t |
jaar t-1 |
|
• immateriële vaste activa |
|
|
|
• materiële vaste activa |
|
|
|
• financiële vaste activa |
|
|
|
Totaal vaste activa |
|
|
| |
|
|
|
• vorderingen |
|
|
|
• liquide middelen |
|
|
|
• overige vlottende activa |
|
|
|
Totaal vlottende activa |
|
|
| |
|
|
|
Totaal activa |
|
|
| |
|
|
|
Passiva |
|
|
|
• eigen vermogen |
|
|
|
• voorzieningen |
|
|
|
• langlopende schulden |
|
|
|
• kortlopende schulden |
|
|
| |
|
|
|
Totaal passiva |
|
|
11.2. Resultatenrekening BKWI
|
Baten |
jaar t |
jaar t-1 |
|
Rijksbijdrage |
|
|
|
Incidenteel budget |
|
|
|
Overig baten |
|
|
|
Totaal baten |
|
|
| |
|
|
|
Lasten |
|
|
|
Loonkosten eigen personeel |
|
|
|
Kosten extern personeel |
|
|
|
Overige personeelskosten |
|
|
|
Totaal personeelskosten |
|
|
| |
|
|
|
Afschrijvingskosten |
|
|
|
Huisvestingskosten |
|
|
|
Automatiseringskosten |
|
|
|
Kantoorkosten |
|
|
|
Vervoerskosten |
|
|
|
Overige beheerskosten |
|
|
|
Totaal overig beheer |
|
|
| |
|
|
|
Beleidsbudgetten |
|
|
|
Totaal overige kosten |
|
|
| |
|
|
|
Totaal lasten |
|
|
| |
|
|
|
Saldo van baten en lasten |
|
|
11.3. Toelichting balans BKWI
• Verloopstaat immateriële vaste
activa
• Verloopstaat materiële vaste
activa
• Verloopstaat financiële vaste
activa
• Verloopstaat eigen vermogen
• Verloopstaat voorzieningen
11.4. Toelichting op de
resultatenrekening BKWI
11.4.1. Saldo van baten en lasten
regulier
|
Baten |
Jaar t
Regulier |
Jaar t
Projecten |
Jaar t
Totaal |
Jaar t-1
Regulier |
Jaar t-1
Projecten |
Jaar t-1
Totaal |
|
Rijksbijdrage |
|
|
|
|
|
|
|
Incidenteel budget |
|
|
|
|
|
|
|
Overig baten |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal baten |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
Lasten |
|
|
|
|
|
|
|
Loonkosten eigen personeel |
|
|
|
|
|
|
|
Kosten extern personeel |
|
|
|
|
|
|
|
Overige personeelskosten |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal personeelskosten |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
Afschrijvingskosten |
|
|
|
|
|
|
|
Huisvestingskosten |
|
|
|
|
|
|
|
Automatiseringskosten |
|
|
|
|
|
|
|
Kantoorkosten |
|
|
|
|
|
|
|
Vervoerskosten |
|
|
|
|
|
|
|
Overige beheerskosten |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal overig beheer |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
Beleidsbudgetten |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal overige kosten |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal lasten |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
Saldo van baten en lasten |
|
|
|
|
|
|
11.4.2. Saldo van baten en lasten
regulier en projecten
| |
Regulier |
Projecten
Jaarbudget t |
Totaal |
|
Baten |
|
|
|
|
Lasten |
|
|
|
|
Saldo |
|
|
|
11.4.3. Meerjarenoverzicht baten
projecten
| |
Projecten
jaarbudget t-1 |
Projecten
Jaarbudget t |
Totaal |
|
Jaarbudget |
|
|
|
|
Afrekening boekjaar |
|
|
|
|
Saldo |
|
|
|
11.5. Kasstroomoverzicht
Gehanteerd wordt het kasstroomoverzicht
met onderscheid naar operationele, investerings- en
financieringskasstromen. De kasbeweging dient aan te sluiten op de
rekeningencourant.
12. Accountantsverklaring en verslag
van bevindingen
De accountant onderzoekt de
verantwoording die het management van het UWV voor het
organisatieonderdeel BKWI op grond van de Regeling SUWI heeft
uitgebracht. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de
Regeling SUWI.
13. Kwantitatieve informatie
Naast het jaarverslag en de
tussentijdse verslagen dient UWV voor het onderdeel BKWI periodiek
kwantitatieve informatie te verstrekken ten behoeve van verschillende
functies binnen SZW, te weten aansturing, beleid, toezicht en
financiering. Over de levering van de periodieke kwantitatieve
informatie over de uitvoering van de taak op grond van de Wet SUWI, de
maandelijkse kerncijfers en de statistische jaarrapportages worden
jaarlijks aparte bilaterale afspraken gemaakt.
14. Toezichtbevindingen
Het UWV gaat in het jaarverslag op
hoofdlijnen in op de bevindingen van de Inspectie Werk en Inkomen en
de Algemene Rekenkamer over het organisatieonderdeel BKWI, en op de
naar aanleiding van deze bevindingen genomen maatregelen.
Bijlage XXI [vervallen per 01-01-2009]
Bijlage XXII als bedoeld in artikel
5.10d, vijfde lid, van de Regeling SUWI
[Zie de Regeling
van 24 juni 2011, Stcrt. 2011, 11682]
Bijlage XXIII, betreffende een nadere
toelichting op artikel 5.10c, achtste lid, en artikel 5.10e, eerste lid,
onderdeel c, van de Regeling
Inleiding
Doelmatigheid is een begrip dat op
verschillende manieren kan worden gedefinieerd.
Een gangbaar onderscheid is die tussen
‘doelmatigheid van bedrijfsvoering’ en ‘doelmatigheid van beleid’.
Bij ‘doelmatigheid van bedrijfsvoering’ staat de samenhang tussen de
geleverde prestaties (producten of diensten) – uitgedrukt in
kwantiteit én kwaliteit – en de ingezette middelen centraal. De ‘doelmatigheid
van beleid’ benadert doelmatigheid op een hoger abstractieniveau,
waarbij de relatie tussen beoogde effecten en ingezette middelen
centraal staat.
In de context van de Wet SUWI gaat het om
de doelmatigheid van de uitvoering van de sociale verzekeringen en
wetten in het verstreken boekjaar en de vraag of het beheer en de
organisatie van de rechtspersoon voldoen aan eisen van doelmatigheid. De
uitwerking van het doelmatigheidsbegrip die in het kader van de Regeling
SUWI wordt gegeven heeft betrekking op de doelmatigheid van
bedrijfsvoering.
Definitie doelmatigheid
Een organisatie is doelmatig als er een
goed evenwicht is tussen de geleverde prestaties (primair in kwantiteit
en secundair in kwaliteit) en de door haar ingezette middelen.
In aansluiting op de definitie van
doelmatigheid werken UWV, SVB, IB en BKWI hun eigen toetsingskader uit.
Minimumeisen toetsingskader
Het toetsingskader dient aan de volgende
minimumeisen te voldoen:
1. het kader gaat in op de
maatregelen die de organisatie heeft genomen om de doelmatigheid
inzichtelijk te maken;
2. het kader gaat in op de wijze
waarop de organisatie verantwoording aflegt over de mate waarin
prestaties (producten of diensten) conform de afspraken met de
Minister zijn gerealiseerd. Hierbij moet de organisatie aspecten
meenemen die een uitspraak doen over het aantal producten, diensten
of klanten alsmede over de kwaliteit van de producten of diensten.
Kwaliteitsaspecten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op
klanttevredenheid, het aantal klachten en rechtmatigheid;
3. het kader gaat in op de wijze
waarop de organisatie duidelijkheid verschaft over de middelen die
nodig zijn geweest voor het realiseren van de onderscheiden
producten of diensten;
4. het kader gaat in op de wijze
waarop de organisatie duidelijkheid verschaft over de relatie tussen
de gerealiseerde prestaties en de daarbij verbruikte middelen.
Hierbij dient de gerealiseerde doelmatigheid te worden afgezet tegen
de eventueel bij de begroting van jaar t bepaalde doelstelling
m.b.t. te realiseren doelmatigheid ten opzichte van jaar t-1;
5. indien de organisatie niet aan de
bovenstaande minimumeisen kan voldoen dient een uitleg te worden
gegeven over de reden hiervoor en dient de organisatie aan te geven
hoe en wanneer de gedefinieerde eindsituatie zal worden bereikt.
Rol van de accountant
De accountant gaat in de context van de
Wet SUWI in zijn verslag van bevindingen in op de vraag of het beheer en
de organisatie van de rechtspersoon voldoet aan de eisen van
doelmatigheid.
De accountant heeft als taak in zijn
verslag van bevindingen te rapporteren over de ordelijke en
controleerbare totstandkoming van de verantwoording over de
doelmatigheid.
De accountant stelt in dit verband ook
vast of de organisatie een toetsingskader hanteert dat voldoende
rekening houdt met de in deze toelichting benoemde minimumeisen.
|