|
TIJDELIJKE REGELING van
de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 7 december 2005, Directie Sociale
Verzekeringen, nr. SV/V&V/05/22511, tot verstrekking van een
eenmalige financiële tegemoetkoming aan personen die een uitkering ontvangen op
grond van de Algemene Ouderdomswet (Tijdelijke
regeling eenmalige tegemoetkoming AOW-ers 2005)
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van
de Kaderwet
SZW-subsidies en artikel 34,
eerste lid, onderdeel e, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Besluit:
Art.
1. Definities
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid;
b. SVB: de Sociale
verzekeringsbank,
genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. AOW: Algemene
Ouderdomswet;
d. pensioengerechtigde: degene die recht
heeft op ouderdomspensioen in de zin van de AOW.
Art.
2. Doel verstrekking financiële middelen
Met de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 6, worden de
aanspraken op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3
bekostigd.
Art. 3.
Hoogte
tegemoetkoming
-1. De pensioengerechtigde,
bedoeld in artikel 7 van de AOW, aan
wie op grond van artikel 31 van de AOW de
vakantie-uitkering wordt uitbetaald in het jaar 2005 en die op 1 april 2005
recht op ouderdomspensioen op grond
van de AOW heeft, heeft recht op
een eenmalige brutotegemoetkoming van €|40,00.
-2. De betaling van de
tegemoetkoming geschiedt tezamen met de
betaling van de vakantie-uitkering met
toepassing van artikel 33a van de AOW.
Art. 4.
Tegemoetkoming en remigratie-uitkering
Voor de toepassing van
artikel 11 van het Besluit
voorzieningen Remigratiewet wordt in het brutobedrag
van de uitkering ingevolge de AOW niet begrepen de tegemoetkoming, bedoeld in
artikel 3.
Art. 5.
Samenhang met
Tijdelijke regeling tegemoetkoming
AOW-ers
Voor de heffing van de
loonbelasting en premies volksverzekeringen
wordt deze regeling geacht een
bestanddeel te zijn van de Tijdelijke
regeling tegemoetkoming AOW-ers.
Art. 6.
Uitvoering
Deze regeling wordt
uitgevoerd door de SVB.
Art. 7.
Financiering en
verantwoording
-1. In de middelen tot
dekking van de uitgaven verbonden aan deze
regeling wordt voorzien door een
rijksbijdrage aan de SVB.
-2. De middelen worden op
basis van een raming van de minister ter
beschikking gesteld aan de SVB via de rekening-courant bij de Minister van
Financiën, die de SVB op grond van
artikel 51, eerste lid, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen aanhoudt.
-3. De artikelen 49 en
51,
derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen zijn van
overeenkomstige toepassing bij de uitvoering
van deze regeling.
-4. De SVB zendt uiterlijk
vóór 1 juni 2006 op basis van de
jaarrekening over 2005 een overzicht van de
uitgaven op grond van deze regeling ten
laste van de rijksbijdrage.
-5. De minister stelt vóór
31 oktober 2006 de rijksbijdrage vast.
-6. Artikel 16, eerste lid, van de Algemene
Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing op verstrekking van
tegemoetkomingen krachtens deze regeling.
Art. 8.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin
zij wordt geplaatst.
Art. 9.
Citeertitel
Deze regeling wordt
aangehaald als: Tijdelijke regeling
eenmalige tegemoetkoming AOW-ers 2005.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 7 april 2005.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof.
TOELICHTING
[7 april 2005]
1. Inleiding
Deze regeling strekt ertoe
(mede) invulling te geven aan het besluit van
het kabinet om - naar aanleiding van de motie-Verburg (Kamerstukken II
2004-2005, 29 800 XV, nr. 52) - enkele maatregelen te nemen om de
koopkrachtontwikkeling van ouderen met een bescheiden inkomen te
ondersteunen.
Daartoe voorziet de
onderhavige regeling in een eenmalige
tegemoetkoming voor AOW-ers
van €|40,-. Dit
bedrag ontvangt iedere AOW-gerechtigde aan
wie in de maand mei 2005 de vakantie-uitkering wordt uitbetaald en van wie
de AOW-uitkering niet vóór 1
april is geëindigd.
De regeling zal worden
uitgevoerd door de Sociale
verzekeringsbank (SVB).
2. Grondslag regeling
Deze regeling is gebaseerd
op artikel 9 van de Kaderwet
SZW-subsidies. Het betreft een aanspraak op financiële middelen die door de
minister tijdelijk worden verstrekt vanwege het
spoedeisende karakter. Er is sprake van
verstrekking door de minister, omdat door middel van een rijksbijdrage
de tegemoetkoming wordt bekostigd. De
financiële middelen, die de minister
verstrekt en waarvoor deze regeling de
voorwaarden regelt, hebben tot doel de
tegemoetkomingen te financieren (artikel 2).
3. Inhoud van de regeling
De eenmalige tegemoetkoming
bedraagt €|40,- bruto. De
tegemoetkoming wordt uitgekeerd in de maand mei 2005 tezamen met de vakantie-uitkering.
Dit neemt niet weg dat bepaalde
personen, bijvoorbeeld in verband met
een schorsing van de uitkering, de vakantie-uitkering en daarmee de tegemoetkoming later kunnen ontvangen. Het
bedrag is voor alle AOW-gerechtigden
gelijk, ongeacht hun
leefsituatie en ongeacht of op de AOW een
korting wordt toegepast.
Om te bereiken dat de SVB
als inhoudingsplichtige loonbelasting (en premies volksverzekeringen) over de
tegemoetkoming inhoudt, is in artikel 5
bepaald dat deze regeling op dat
punt geacht wordt deel uit te maken van
de Tijdelijke regeling tegemoetkoming
AOW-ers.
In artikel 14, tweede lid,
van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
wordt geregeld over welke inkomensbestanddelen
door de voor de Ziekenfondswet
verzekerde pensioengerechtigde ziekenfondspremie is verschuldigd. Deze premie
wordt door de SVB ingehouden op die
inkomensbestanddelen. De tegemoetkoming op grond van deze regeling is
daarin niet opgenomen. Daarom wordt over
de eenmalige tegemoetkoming
geen ziekenfondspremie ingehouden.
Het via een ministeriële
regeling vormgeven van de eenmalige
tegemoetkoming voor AOW-ers garandeert
dat
in mei 2005 tot uitbetaling kan
worden overgegaan en leidt niet tot
verstoringen in de gebruikelijke vaststelling van de hoogte van het AOW-pensioen
en de vakantie-uitkering. De onderhavige regeling geldt voor het jaar 2005. In
het kader van de besluitvorming over
het inkomensbeeld 2006 komt de gewenste hoogte van de tegemoetkoming
voor 2006 aan de orde. Dan zal
ook worden bezien of voor het jaar 2006
nogmaals voor een vergelijkbare
regeling wordt gekozen of dat een meer
structurele invulling van deze
tegemoetkoming in de AOW kan worden opgenomen.
4. Samenloop met andere
regelingen
Op grond van de Remigratiewet
betaalt de SVB periodieke
uitkeringen. Op grond van die
wet wordt bepaald dat op die remigratie-uitkering
uitkeringen op grond van socialeverzekeringswetten in mindering worden gebracht.
In artikel 4 wordt geregeld dat bij de
berekening van de remigratie-uitkering
geen rekening wordt gehouden met de
eenmalige tegemoetkoming. Daarmee
blijft de remigratie-uitkering gelijk
en treedt geen nadelig effect op
vanwege de tegemoetkoming.
Gelet op artikel 31,
onderdeel p, van de Wet werk en bijstand
wordt deze tegemoetkoming niet gerekend
tot de middelen op grond van die wet.
5. Financiering
Zoals hiervoor aangegeven, is
deze regeling gebaseerd op artikel 9 van
de Kaderwet
SZW-subsidies. In
de financiering (van de aanspraken op de
eenmalige tegemoetkoming) wordt
voorzien door het Rijk. De aan de regeling verbonden uitgaven komen ten laste van
de begroting van het ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De
wijze van financieren wordt
geregeld in de onderhavige regeling. Dit
wordt vormgegeven middels een rijksbijdrage
aan de SVB (artikel 2 en artikel
7). De aanpassing van de begroting 2005 wordt
in de 1e suppletoire
begrotingswet opgenomen. Via de rekening-courant bij Financiën verzorgt de
SVB
de betaling aan de AOW-gerechtigden
(artikel 7, tweede lid). Omdat er sprake
is van een rijksbijdrage, zal de SVB de
uitgaven afzonderlijk moeten
registreren en verantwoorden. Dit wordt in dit besluit geregeld door aan te sluiten
bij de bepalingen uit de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (artikel
7, derde lid). Aan de hand van
de op de jaarrekening gebaseerde
opgave (afrekening) van de SVB van de uitkeringslasten kan de definitieve
rijksbijdrage worden vastgesteld (artikel
7, vierde en vijfde lid) en vindt eventuele definitieve betaling plaats. Omdat deze
regeling in beginsel alleen betrekking
heeft op het jaar 2005, zijn de bepalingen
over de verantwoording beperkt tot
de verantwoording over het jaar 2005.
6. Financiële effecten
Bij de berekening van het
budgettaire beslag is vooralsnog
uitgegaan van continuering van de regeling in 2006.
Hierbij is het volume van het totaal
aantal AOW-gerechtigden, dat
meerjarig een stijging vertoont, vermenigvuldigd met €|40,- per jaar.
Als gevolg van aansluiting
op de systematiek van de SVB
zijn er geen
uitvoeringskosten met betrekking tot uitbetaling van de eenmalige
tegemoetkoming AOW-ers 2005.
De financiële effecten van
de regeling zijn als volgt:
| xxxxxxxxxxxxxxxxx |
2005 |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
| Rijksbijdrage |
100,7
|
102,6
|
104,4
|
106,7
|
109,4
|
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof.
|