|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
4.7 van de Regeling SUWI;
Besluit:
Art. 1.
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
hanteert bij de
uitvoering van de Individuele reïntegratieovereenkomst een
beoordelingskader als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tot
wijziging van het Besluit SUWI houdende
regels over de individuele reïntegratieovereenkomst in werking treedt.¹
1. Het Besluit van 2 juli
2004 tot wijziging van het Besluit SUWI
houdende regels over de individuele reïntegratieovereenkomst (Stb.
2004, 327) is in werking getreden met ingang van 14 juli 2004, red.
Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst.
Dit
besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 19 april 2004.
A.G. Dümig, voorzitter Raad van bestuur UWV.
TOELICHTING
[19 april 2004]
Voor de uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst (IRO)
dient UWV een beoordelingskader op te stellen. Met het Besluit
beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst worden de
voorwaarden vastgelegd waaronder UWV een IRO toekent aan een cliënt.
In het beoordelingskader is een aantal
voorwaarden opgenomen die getoetst moeten worden als een IRO wordt
aangevraagd. Er gelden voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf. Er
worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de liquiditeit en
solvabiliteit van het bedrijf en er geldt een aantal kwaliteitseisen.
Deze eisen komen voor een deel overeen met de eisen die gesteld worden
in het kader van de aanbestedingsprocedure. Daarnaast wordt een aantal
voorwaarden gesteld aan het plaatsingsplan. Deze voorwaarden zijn in
artikel 4.8 van de Regeling SUWI opgenomen en komen overeen met de
reguliere eisen die UWV stelt aan plaatsingsplannen.
Bij het opstellen van het beoordelingskader is
zoveel mogelijk rekening gehouden met administratieve lastenverlichting
voor zowel de klanten die een IRO aanvragen als de
reïntegratiebedrijven. De informatie die een klant moet leveren, is
beperkt en bij het opstellen van het plaatsingsplan kan de klant door
het reïntegratiebedrijf worden ondersteund. Het reïntegratiebedrijf
hoeft maar eenmaal aan te tonen dat het voldoet aan de voorwaarden.
Bij nieuwe aanvragen voor de IRO wordt niet opnieuw gevraagd of het
bedrijf voldoet aan de voorwaarden.
De inwerkingtreding van het Besluit
beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst is gekoppeld aan
de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging van het Besluit
SUWI
houdende regels over de individuele reïntegratieovereenkomst.
Amsterdam, 19 april 2004.
A.G. Dümig, voorzitter Raad van bestuur UWV.
BIJLAGE
Beoordelingskader
individuele reïntegratieovereenkomst UWV
A. Algemene voorwaarden
Voor een individuele reïntegratieovereenkomst komt in aanmerking:
1. de arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10,
eerste lid, van de Wet Rea;
2. de werknemer als bedoeld in artikel 72,
eerste lid, van de WW;
die voor de
reïntegratie op de arbeidsmarkt is aangewezen op de inzet van
reïntegratie-instrumenten en daarvoor onder de verantwoordelijkheid
valt van UWV. Als de klant deelneemt aan een door UWV ingezet
reïntegratietraject, komt de klant niet voor een IRO in aanmerking.
B. Voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf
Het
reïntegratiebedrijf moet aan een aantal voorwaarden voldoen om een IRO
te kunnen uitvoeren. Deze voorwaarden zijn vermeld in bijlage A van dit
beoordelingskader.
Door het invullen van een zogenaamde verklaring
kan het reïntegratiebedrijf aantonen dat het aan de voorwaarden
voldoet. Een dergelijke verklaring hoeft een bedrijf maar eenmaal in
te vullen. Bij nieuwe aanvragen voor een IRO hoeft het bedrijf niet
opnieuw de eigen verklaring in te vullen. De eigen verklaring blijft
gedurende één jaar geldig.
C. Het plaatsingsplan
De
klant dient, daarbij eventueel ondersteund door het
reïntegratiebedrijf, een plaatsingsplan te maken. Dit plaatsingsplan
moet aan de volgende punten voldoen:
1. Het opleidingsniveau van de klant en het sofinummer.
2. Een beschrijving van de werkzaamheden die zullen worden verricht. De
werkzaamheden moeten zijn gericht op het verkrijgen van duurzaam werk.
Als voor het opstellen van het plaatsingsplan voorafgaand een assessment
nodig is, kan deze worden uitgevoerd en dient dit in het plaatsingsplan
vermeld te worden.
3. De verwachte begin- en einddatum van de werkzaamheden. De duur van het
totale reïntegratietraject mag nooit langer zijn dan twee jaar.
4. De concrete beroepsactiviteiten die de klant kan verrichten na afloop
van het reïntegratietraject.
5. Een opgave van de kosten van de werkzaamheden.
Het
plaatsingsplan moet door zowel het reïntegratiebedrijf als de klant
worden ondertekend.
Het plaatsingsplan moet zijn ingediend binnen
35 kalenderdagen nadat de klant aan UWV heeft meegedeeld voor een
individuele reïntegratieovereenkomst in aanmerking te willen komen.
Indien de klant niet in staat is om binnen deze termijn een
plaatsingsplan in te dienen, kan de klant schriftelijk om verlenging van
de termijn verzoeken. De termijn van verlenging bedraagt maximaal 21
kalenderdagen.
D. Wijze van betaling
1. Op grond van artikel 4.1a
[artikel 4.2, red.],
derde lid, van het Besluit SUWI dient UWV
het maximale bedrag voor
uitvoering van een individuele reïntegratieovereenkomst
vast te
stellen. Dit bedrag is door UWV vastgesteld op €|5000,-.
2. Indien wordt aangetoond dat een hoger bedrag noodzakelijk is om de
klant op de arbeidsmarkt te plaatsen, kan de klant UWV verzoeken een
hoger bedrag beschikbaar te stellen voor uitvoering van de individuele
reïntegratieovereenkomst. In het plaatsingsplan dient hiertoe
gemotiveerd te worden waarom een hoger bedrag noodzakelijk is en dat
voor het goedkoopste adequate alternatief is gekozen.
3. De kosten van de werkzaamheden worden in eerste instantie voor 50%
vergoed. De vergoeding wordt op twee momenten betaald. De eerste
vergoeding van 20% wordt betaald nadat de overeenkomst met het
reïntegratiebedrijf is gesloten. De tweede vergoeding van 30% wordt
betaald na zes maanden. De resterende 50% van de kosten van de
werkzaamheden worden door UWV vergoed indien de klant, uiterlijk binnen
drie maanden nadat de overeenkomst is geëindigd, een dienstbetrekking
met een werkgever is aangegaan voor ten minste zes maanden of ten minste
zes maanden werkzaamheden heeft verricht als zelfstandige of als
uitzendkracht.
4. Indien wordt aangetoond dat een vergoeding van in eerste instantie
50% te laag is om de klant op de arbeidsmarkt te plaatsen, kan UWV
besluiten om in eerste instantie een hogere vergoeding te betalen.
E. De overeenkomst
Als
de klant voor een IRO in aanmerking komt, sluit UWV
een overeenkomst met
het reïntegratiebedrijf. De klant moet de overeenkomst voor gezien
ondertekenen. Naast het bepaalde in artikel 4.1
Besluit SUWI wordt in de
reïntegratieovereenkomst in ieder geval geregeld:
1. Dat het reïntegratiebedrijf gegevens overlegt aan UWV op grond
waarvan kan worden vastgesteld dat de dienstbetrekking is aangegaan voor
ten minste zes maanden of de klant arbeid heeft verricht en met die
arbeid gedurende ten minste zes maanden inkomsten heeft verworven.
2. Dat het reïntegratiebedrijf na drie, zes, twaalf en achttien maanden na de start
van het reïntegratietraject bij UWV een rapportage indient waarin een
beschrijving is opgenomen van de werkzaamheden die zijn verricht ten
behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces van de
arbeidsgehandicapte of de werkloze. Bij het einde van het traject zonder
dat een plaatsing is gerealiseerd, moet een eindrapportage worden
geleverd aan UWV. Voor deze eindrapportage kan het reïntegratiebedrijf €|100,- factureren.
3. In de rapportage wordt een prognose voor de resterende periode van
het traject beschreven en wordt verantwoording afgelegd over de
voortgang van het traject tot op dat moment en ten opzichte van de
planning in het plaatsingsplan.
4. De rapportages over de voortgang van het traject moeten door zowel
het reïntegratiebedrijf als de klant worden ondertekend.
5. Dat de overeenkomst door beide partijen slechts wegens gewichtige
redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd.
Toelichting op het
Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV
Algemene voorwaarden
In dit deel van het
beoordelingskader is vermeld wie voor de IRO in aanmerking komt. Dit is
de klant die:
• een ZW-, WAO-,
Wajong-, WW- of WBIA-uitkering ontvangt;
• verzekerd is voor de WAZ of een
WAZ-uitkering ontvangt;
• ingezetene is als bedoeld in
artikel 3 Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
• de gewezen overheidswerknemer die
recht heeft op een uitkering als bedoeld in de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of een wachtgeld ontvangt;
• een Wiw-dienstbetrekking heeft.
De klant moet een afstand tot de
arbeidsmarkt hebben en daardoor zijn aangewezen op ondersteuning door
inzet van reïntegratie-instrumenten.
Voorwaarden aan het
reïntegratiebedrijf
Elk
reïntegratiebedrijf dat een IRO voor een klant wil afsluiten, moet aan
een aantal voorwaarden voldoen. De voorwaarden bestaan enerzijds uit een
aantal voorwaarden die zien op de liquiditeit en solvabiliteit van het
reïntegratiebedrijf. Anderzijds worden voorwaarden gesteld aan de
kwaliteit van het bedrijf.
Door middel van het invullen en ondertekenen
van een verklaring verklaart het bedrijf dat het voldoet aan de
voorwaarden. De verklaring moet eenmaal worden ingevuld en blijft dan
één jaar geldig. Het reïntegratiebedrijf hoeft bij een nieuwe
aanvraag om een IRO niet opnieuw de verklaring in te vullen. Bij twijfel
of ter controle kan UWV alle benodigde bewijsstukken opvragen om na te
gaan of het bedrijf voldoet aan de gestelde voorwaarden.
Ook een bedrijf dat van oudsher geen
reïntegratiebedrijf is, maar zich gaat richten op de inschakeling van
mensen in het arbeidsproces, kan in aanmerking komen voor de uitvoering
van een IRO. Een voorbeeld is een scholingsinstituut dat scholing
aanbiedt als onderdeel van een reïntegratietraject.
Het plaatsingsplan
Het plaatsingsplan
moet aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat UWV
het plaatsingsplan
ook kan toetsen. Zo moet in het plaatsingsplan beschreven worden welke
werkzaamheden worden verricht om de klant duurzaam te plaatsen op de
arbeidsmarkt. Nadat het reïntegratietraject is gestart, kan de inhoud
van het plaatsingsplan gewijzigd worden. Als de wijziging niet leidt tot
een verhoging van de kosten, dient de wijziging in de kwartaalrapportage
gemeld te worden. Als de wijziging wel tot een verhoging van de kosten
leidt, dient een aanvullende aanvraag ingediend te worden. Wordt in
afwijking van het plaatsingsplan alsnog scholing ingezet, dient dit ook
gemeld te worden, omdat dit gevolgen voor de uitkering kan hebben.
Het kan gebeuren dat eerst een bepaalde vorm van
assessment nodig is alvorens de klant het plaatsingsplan kan opstellen.
Ook deze assessment kan door de IRO worden vergoed. De klant kan de
assessment ook bij een ander reïntegratiebedrijf laten uitvoeren. Dat
reïntegratiebedrijf dient dan als onderaannemer van het bedrijf dat het
traject gaat uitvoeren op te treden.
Het kan zijn dat de klant alleen aan het
traject kan deelnemen nadat bepaalde voorzieningen zijn getroffen. In
dat geval dient gelijktijdig met de aanvraag om een IRO ook een
aanvraag om de voorziening te worden ingediend.
Voor WW-klanten geldt dat een scholing nooit
langer mag duren dan één jaar. Als de scholing niet noodzakelijk is,
wordt de scholing niet vergoed.
De klant moet de aanvraag met het
plaatsingsplan binnen 35 kalenderdagen indienen. Als deze termijn te
kort is om de aanvraag in te dienen, bijvoorbeeld omdat het opstellen
van het plaatsingsplan meer tijd vergt, kan de klant een verzoek om
verlenging indienen. De aanvraagtermijn kan met maximaal 21
kalenderdagen worden verlengd. Als direct al duidelijk is dat de
aanvraagtermijn van 35 kalenderdagen te kort is, kan direct om
verlenging worden verzocht.
De wijze van betalen
De kosten van het
individuele reïntegratietraject worden tot een bedrag van maximaal €|5000,-
vergoed. Als wordt aangetoond dat dit
bedrag onvoldoende is om aan het werk
te komen, kan de klant voor een
hoger bedrag in aanmerking komen.
De betaling van de kosten
aan het reïntegratiebedrijf vindt
plaats op basis van zogenaamde resultaatfinanciering. Dit houdt in dat in eerste
instantie 50% van de kosten
wordt betaald door UWV. De andere 50% van de kosten wordt pas
betaald nadat de klant het werk
heeft hervat. Ook hierbij geldt dat als
wordt aangetoond dat de vergoeding die in
eerste instantie wordt betaald te
laag is om een duurzame plaatsing te realiseren, de klant kan verzoeken een
hogere vergoeding te
betalen. De verhouding wordt dan opnieuw door UWV vastgesteld voor de
individuele klant. Hierdoor is maatwerk
mogelijk, zodat elke klant van de individuele
reïntegratieovereenkomst gebruik kan maken.
Bijlage A
bij het Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV
De uitsluitingsgronden
luiden:
Van deelneming aan een IRO
wordt uitgesloten ieder
reïntegratiebedrijf:
1. dat in staat van
faillissement of in vereffening verkeert of aan
wie surseance van betaling is verleend,
dan wel die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of in enige andere
soortgelijke toestand verkeert;
2. dat een eigen verzoek
strekkende tot verklaring in staat van
faillissement, vereffening of tot verlening
van surseance van betaling heeft
ingediend bij de rechtbank;
3. dat bij een in kracht van
gewijsde gegane rechterlijke
beslissing is veroordeeld voor een strafbaar feit dat raakt aan de
(beroeps)moraliteit van het reïntegratiebedrijf;
4. dat in de uitoefening van het bedrijf of beroep een bij UWV
bekend geworden en door hem
aannemelijk te maken ernstige fout van andere dan strafrechtelijke
aard heeft gemaakt;
5. dat niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien
van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke
bepalingen;
6. dat niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien
van de betaling van de socialeverzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke
bepalingen.
Als bewijs dat een
reïntegratiebedrijf niet in één van de
bovenstaande omstandigheden verkeert,
wenst UWV van ieder
reïntegratiebedrijf een zogenaamde eigen
verklaring te ontvangen op grond waarvan
kan worden vastgesteld dat
(één van de) gronden voor uitsluiting
niet op de het reïntegratiebedrijf van
toepassing zijn. Met de eigen verklaring
geeft het reïntegratiebedrijf aan in
staat te zijn op verzoek bewijsstukken te overleggen.
De kwaliteitseisen zijn:
Reïntegratiebedrijven
dienen zonder voorbehoud te bevestigen dat
zij aan alle eisen voldoen. De eisen onder punt 4 en 5 worden in de
overeenkomst die met het
reïntegratiebedrijf wordt gesloten, vastgelegd.
1. Het reïntegratiebedrijf
fungeert als hoofdaannemer met alle
bijbehorende verplichtingen.
2. Het reïntegratiebedrijf
staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
3. Aanbieder beschikt over
een klachtenreglement, dan wel een transparante klachtenprocedure.
4. Het reïntegratiebedrijf
kan voldoen aan de verantwoording over
de voortgang van het individuele traject
op de vaste rapportagemomenten en
de hieruit voortkomende acties.
5. Het reïntegratiebedrijf
kan voldoen aan de in de standaardovereenkomst vastgestelde
factureringswijze.
Als bewijs dat een
reïntegratiebedrijf aan de kwaliteitseisen
voldoet, wenst UWV van ieder reïntegratiebedrijf
een zogenaamd
informatieformulier te ontvangen waarin het
bedrijf bevestigd dat het aan de gestelde
voorwaarden voldoet.
|