|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
4.7 van de Regeling SUWI;
Besluit:
Art. 1.
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
hanteert bij de
uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst een
beoordelingskader als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.
Art. 2.
Het Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst wordt ingetrokken.
Art.
3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2005.
Art.
4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2005.
Dit
besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 13 april 2005.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[13 april 2005]
Voor de uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst (IRO)
dient UWV een beoordelingskader op te stellen. Met het
Besluit
beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst worden de
voorwaarden vastgelegd waaronder UWV een IRO toekent aan een cliënt.
In het beoordelingskader is een aantal
voorwaarden opgenomen die getoetst moeten worden als een IRO wordt
aangevraagd. Er gelden voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf. Er
worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de liquiditeit en
solvabiliteit van het bedrijf en er geldt een aantal kwaliteitseisen.
Deze eisen komen voor een deel overeen met de eisen die gesteld worden
in het kader van de aanbestedingsprocedure. Daarnaast wordt een aantal
voorwaarden gesteld aan het plaatsingsplan. Deze voorwaarden zijn in
artikel 4.8 van de Regeling SUWI opgenomen en komen overeen met de
reguliere eisen die UWV stelt aan plaatsingsplannen.
Bij het opstellen van het beoordelingskader is
zoveel mogelijk rekening gehouden met administratieve lastenverlichting
voor zowel de cliënten die een IRO aanvragen als de
reïntegratiebedrijven. De informatie die een cliënt moet leveren, is
beperkt en bij het opstellen van het plaatsingsplan kan de cliënt door
het reïntegratiebedrijf worden ondersteund. Het reïntegratiebedrijf
hoeft maar eenmaal aan te tonen dat het voldoet aan de voorwaarden.
Bij nieuwe aanvragen voor de IRO wordt niet opnieuw gevraagd of het
bedrijf voldoet aan de voorwaarden.
Het in 2004 gepubliceerde Besluit beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst
(Stcrt. 2004, 139) wordt vervangen door dit besluit. De belangrijkste aanpassing
in het beoordelingskader is een andere vorm van resultaatfinanciering voor moeilijk
plaatsbare cliënten. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om het
beoordelingskader op bepaalde punten te verduidelijken.
Amsterdam, 13 april 2005.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
BIJLAGE
Beoordelingskader
individuele reïntegratieovereenkomst UWV 2005
A. Algemene voorwaarden
Voor een individuele reïntegratieovereenkomst komt in aanmerking:
1. de arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10,
eerste lid, van de Wet Rea;
2. de werknemer als bedoeld in artikel 72,
eerste lid, van de WW;
die voor de
reïntegratie op de arbeidsmarkt is aangewezen op de inzet van
reïntegratie-instrumenten en daarvoor onder de verantwoordelijkheid
valt van UWV. Als de cliënt deelneemt aan een door UWV
gestart reïntegratietraject, komt de cliënt niet voor een IRO in aanmerking.
B. Voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf
Het
reïntegratiebedrijf moet aan een aantal voorwaarden voldoen om een IRO
te kunnen uitvoeren. Deze voorwaarden zijn vermeld in bijlage A van dit
beoordelingskader.
Door het invullen van een zogenaamde verklaring
kan het reïntegratiebedrijf aantonen dat het aan de voorwaarden
voldoet. Een dergelijke verklaring hoeft een bedrijf maar eenmaal in
te vullen. Bij nieuwe aanvragen voor een IRO hoeft het bedrijf niet
opnieuw de eigen verklaring in te vullen. De eigen verklaring blijft
gedurende één jaar geldig.
C. Het plaatsingsplan
De cliënt dient, daarbij eventueel ondersteund
door het reïntegratiebedrijf, een plaatsingsplan te maken. Het plaatsingsplan
moet volledig zijn. In een plaatsingsplan mogen geen posten opgenomen worden die
later ingevuld worden. Het plaatsingsplan moet de volgende informatie bevatten:
1. Het opleidingsniveau van de cliënt en het sofinummer.
2. Een beschrijving van de werkzaamheden die zullen worden verricht. De
werkzaamheden moeten zijn gericht op het verkrijgen van duurzame
betaalde arbeid.
Als voor het opstellen van het plaatsingsplan voorafgaand een
diagnostisch instrument nodig is, kan dit worden uitgevoerd en dient dit in het plaatsingsplan
vermeld te worden.
3. De verwachte begin- en einddatum van de werkzaamheden. De duur van het
totale reïntegratietraject mag nooit langer zijn dan twee jaar.
4. De verwachte werkhervattingsdatum.
5. De concrete beroepsactiviteiten die de cliënt kan verrichten na afloop
van het reïntegratietraject.
6. Een opgave van de kosten van de werkzaamheden. De kosten zijn inclusief
de reiskosten van de cliënt op basis van €|0,12
per kilometer. Als er sprake is van een (medische) indicatie voor vervoer per auto, is de
vergoeding €|0,29 per
kilometer. De reiskosten worden door het reïntegratiebedrijf aan de cliënt vergoed.
Het
plaatsingsplan moet door zowel het reïntegratiebedrijf als de cliënt worden ondertekend.
Het plaatsingsplan moet zijn ingediend binnen
35 kalenderdagen nadat de cliënt aan UWV heeft meegedeeld voor een
individuele reïntegratieovereenkomst in aanmerking te willen komen.
Indien de cliënt niet in staat is om binnen deze termijn een
plaatsingsplan in te dienen, kan de cliënt om verlenging van
de termijn verzoeken. De termijn van verlenging bedraagt maximaal 21
kalenderdagen. Als het plaatsingsplan te laat wordt ingediend, wordt de aanvraag om
een IRO afgewezen.
D. Wijze van betaling
1. Op grond van artikel 4.2,
derde lid, van het Besluit SUWI dient UWV
het maximale bedrag voor
uitvoering van een individuele reïntegratieovereenkomst
vast te
stellen. Dit bedrag is door UWV vastgesteld op €|5000,-
exclusief BTW.
2. Indien wordt aangetoond dat een hoger bedrag noodzakelijk is om de
cliënt te reïntegreren, kan de cliënt UWV verzoeken om een
hoger bedrag beschikbaar te stellen voor uitvoering van de individuele
reïntegratieovereenkomst. In het plaatsingsplan dient gemotiveerd te worden waarom een hoger bedrag noodzakelijk is en dat
voor het goedkoopste adequate alternatief is gekozen.
3. Op een IRO is resultaatfinanciering van toepassing. Dat betekent dat 50%
van de kosten van een traject worden betaald op basis van inspanning en 50%
op basis van resultaat. De 50% inspanningsvergoeding wordt op twee momenten
betaald. De eerste vergoeding van 20% wordt betaald nadat de overeenkomst
met het reïntegratiebedrijf is gesloten. De tweede vergoeding van 30% wordt
betaald zes maanden na goedkeuring van het plaatsingsplan. De resterende 50% van de kosten van de
werkzaamheden worden door UWV vergoed indien de cliënt, uiterlijk binnen
drie maanden nadat de overeenkomst is geëindigd, is geplaatst.
4. In afwijking van het vorige lid wordt 80% van de kosten van een traject
betaald op basis van inspanning en 20% op basis van resultaat als de cliënt op
basis van het "protocol zeer moeilijk plaatsbaren" [Beleidsregels
Protocol zeer moeilijk plaatsbaar, red.] als zeer moeilijk plaatsbaar
is aangemerkt. De 80% inspanningsvergoeding wordt op twee momenten betaald. De eerste
vergoeding van 20% wordt betaald nadat de overeenkomst met het reïntegratiebedrijf is gesloten.
De tweede vergoeding van 60% wordt betaald zes maanden na goedkeuring van het plaatsingsplan. De resterende
20% van de kosten van de werkzaamheden worden door UWV vergoed indien de cliënt, uiterlijk binnen drie
maanden nadat de overeenkomst is geëindigd, is geplaatst.
5. Onder plaatsing wordt verstaan: iedere cliënt die is gestart met het verrichten
van betaalde arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde
tijd of voor bepaalde tijd voor ten minste zes maanden en - voor wat betreft
arbeidsgehandicapten - ten minste de helft van het aantal uren per week dat de
cliënt geacht wordt te kunnen werken en - voor wat betreft werklozen - er geen
sprake meer is van een resterend WW-recht. De plaatsing wordt niet eerder
geteld dan nadat door cliënt ten minste twee maanden betaalde arbeid is verricht.
Deze termijn wordt verlengd met periode van onderbrekingen tengevolge van ziekte.
Onder betaalde arbeid wordt verstaan iedere vorm van arbeid als gevolg waarvan de cliënt inkomsten
verwerft. In aanvulling op de plaatsingsdefinitie geldt voor de cliënt die een
zelfstandig beroep uitoefent dat er sprake is van een plaatsing indien er door
cliënt zelfstandige arbeid verricht is gedurende een aaneengesloten periode
van minimaal zes maanden. Plaatsing in uitzendwerk wordt analoog aan de plaatsing
als zelfstandige als een plaatsing beschouwd indien er gedurende een aaneengesloten
periode van minimaal zes maanden arbeid is verricht.
E. De overeenkomst
Als
de cliënt voor een IRO in aanmerking komt, sluit UWV
een overeenkomst met
het reïntegratiebedrijf. De cliënt moet de overeenkomst voor gezien
ondertekenen. Naast het bepaalde in artikel 4.1
Besluit SUWI wordt in de
reïntegratieovereenkomst in ieder geval geregeld:
1. Dat het reïntegratiebedrijf gegevens overlegt aan UWV op grond
waarvan kan worden vastgesteld dat de dienstbetrekking is aangegaan voor
ten minste zes maanden of de cliënt arbeid heeft verricht en met die
arbeid gedurende ten minste zes maanden inkomsten heeft verworven.
2. Dat het reïntegratiebedrijf na drie, zes, twaalf en achttien maanden na de start
van het reïntegratietraject bij UWV een rapportage indient waarin een
beschrijving is opgenomen van de werkzaamheden die zijn verricht ten
behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces van de
arbeidsgehandicapte of de werkloze. Bij het einde van het traject zonder
dat een plaatsing is gerealiseerd, moet een eindrapportage worden
geleverd aan UWV. Voor deze eindrapportage kan het reïntegratiebedrijf €|100,- factureren.
3. In de voortgangsrapportage wordt een prognose voor de resterende periode van
het traject beschreven en wordt verantwoording afgelegd over de
voortgang van het traject tot op dat moment en ten opzichte van de
planning in het plaatsingsplan.
4. De rapportages over de voortgang van het traject moeten door zowel
het reïntegratiebedrijf als de cliënt worden ondertekend.
5. Dat de overeenkomst door beide partijen slechts wegens gewichtige
redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd.
Toelichting op het
Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV 2005
Algemene voorwaarden
In dit deel van het
beoordelingskader is vermeld wie voor de IRO in aanmerking komt. Dit is
de cliënt die:
- een ZW-, WAO-,
Wajong-, WW- of WBIA-uitkering ontvangt;
- verzekerd is voor de WAZ of een
WAZ-uitkering ontvangt. Deze bepaling geldt tot 1 juli 2005;
- ingezetene is als bedoeld in
artikel 3 Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
- de gewezen overheidswerknemer die
recht heeft op een uitkering als bedoeld in de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen of een wachtgeld ontvangt;
De
cliënt moet een afstand tot de
arbeidsmarkt hebben en daardoor zijn aangewezen op ondersteuning door
inzet van reïntegratie-instrumenten. De cliënt moet ook onder de
reïntegratieverantwoordelijkheid vallen van UWV.
Als een cliënt door UWV bij een reïntegratiebedrijf is gemeld voor een
regulier traject, kan de cliënt niet meer in aanmerking komen voor een
IRO.
Voorwaarden aan het
reïntegratiebedrijf
Elk
reïntegratiebedrijf dat een IRO voor een cliënt wil afsluiten, moet aan
een aantal voorwaarden voldoen. De voorwaarden bestaan enerzijds uit een
aantal voorwaarden die betrekking hebben op de liquiditeit en solvabiliteit van het
reïntegratiebedrijf. Anderzijds worden voorwaarden gesteld aan de
kwaliteit van het bedrijf.
Door middel van het invullen en ondertekenen
van twee verklaringen verklaart het bedrijf dat het voldoet aan de
voorwaarden. De verklaringen moeten eenmaal worden ingevuld en blijven dan
één jaar geldig. Het reïntegratiebedrijf hoeft bij een nieuwe
aanvraag om een IRO niet opnieuw de verklaring [verklaringen, red.]
in te vullen. Bij twijfel
of ter controle kan UWV alle benodigde bewijsstukken opvragen om na te
gaan of het bedrijf voldoet aan de gestelde voorwaarden.
Ook een bedrijf dat van oudsher geen
reïntegratiebedrijf is, maar zich gaat richten op de inschakeling van
mensen in het arbeidsproces, kan in aanmerking komen voor de uitvoering
van een IRO. Een voorbeeld is een scholingsinstituut dat scholing
aanbiedt als onderdeel van een reïntegratietraject.
Het plaatsingsplan
Het plaatsingsplan
moet aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat UWV
het plaatsingsplan goed kan toetsen. Zo moet in het plaatsingsplan beschreven worden welke
werkzaamheden worden verricht om de cliënt duurzaam in betaalde arbeid
te laten hervatten.
Uitgangspunt is dat altijd een volledig plaatsingsplan wordt ingediend. Dit
moet gebeuren op basis van een gedegen diagnose, zodat de uitgangspositie
van de cliënt helder in beeld is en ook de plaatsingsrichting. De weg naar
werkhervatting moet op basis hiervan helder beschreven worden zonder dat er
producten opgevoerd worden in het plaatsingsplan waarvan gezegd wordt dat die nog nader ingevuld worden.
Wijziging plaatsingsplan
Nadat het reïntegratietraject is gestart,
kan het voorkomen dat geconstateerd wordt dat het plaatsingsplan gewijzigd
moet worden. Als de wijziging niet leidt tot een verhoging van de kosten, dient de
wijziging in de kwartaalrapportage gemeld te worden. Als de wijziging wel
tot een verhoging van de kosten leidt, dient een aanvullende aanvraag ingediend
te worden. Wordt in afwijking van het plaatsingsplan alsnog scholing
wordt ingezet, dient dit ook gemeld te worden, omdat dit gevolgen voor de uitkering
kan hebben.
Assessment
Het kan gebeuren dat eerst een bepaalde
vorm van assessment nodig is alvorens de cliënt het plaatsingsplan kan opstellen.
Ook dit assessment kan door middel van de IRO worden vergoed. De cliënt
kan het assessment ook bij een ander reïntegratiebedrijf laten uitvoeren. Dat
reïntegratiebedrijf dient dan als onderaannemer van het bedrijf dat het traject
gaat uitvoeren op te treden. Het assessment dient in het plaatsingsplan te worden
vermeld, zodat ook vergoeding van de kosten van het assessment mogelijk is. Als
alleen een assessment wordt uitgevoerd en geen plaatsingsplan wordt opgesteld, worden de kosten van het
assessment niet door UWV
vergoed. Er is geen apart budget voor assessment.
Het kan zijn dat de cliënt alleen aan het traject kan deelnemen nadat bepaalde
voorzieningen zijn getroffen. In dat geval dient gelijktijdig met de aanvraag
om een IRO ook een aanvraag om de voorziening te worden ingediend.
Voor WW-cliënten en AG-cliënten
[arbeidsgehandicapte cliënten, red.] met een WW-uitkering geldt dat een
scholing in principe niet langer mag duren dan één jaar. UWV kan in individuele
gevallen een opleiding of scholing van een langere duur toestaan, doch de
duur mag nooit langer zijn dan twee jaar.
De cliënt moet de aanvraag met het plaatsingsplan binnen 35 kalenderdagen
indienen, nadat de cliënt aan UWV heeft meegedeeld dat hij voor een IRO in
aanmerking wil komen. Als deze termijn te kort is om de aanvraag in te dienen, bijvoorbeeld omdat het opstellen
van het plaatsingsplan meer tijd vergt, kan de cliënt een verzoek om verlenging
indienen. De aanvraagtermijn kan met maximaal 21 kalenderdagen worden verlengd. Als direct al duidelijk is dat de
aanvraagtermijn van 35 kalenderdagen te kort is, kan direct om verlenging worden
verzocht.
De wijze van betalen
De kosten van het
individuele reïntegratietraject worden tot een bedrag van maximaal €|5000,-
exclusief BTW vergoed. Als wordt aangetoond dat dit
bedrag onvoldoende is om aan het werk
te komen, kan de cliënt voor een
hoger bedrag in aanmerking komen.
De betaling van de kosten aan het reïntegratiebedrijf vindt plaats op basis
van zogenaamde resultaatfinanciering. Dit houdt in dat 50% van de kosten van
het traject worden vergoed op basis van inspanning en 50% op basis van resultaat.
Als de cliënt op basis van het "protocol zeer moeilijk plaatsbaren"
[Beleidsregels Protocol zeer moeilijk
plaatsbaar, red.] als zeer moeilijk plaatsbaar wordt aangemerkt,
geldt een resultaatfinanciering in de verhouding 80/20.
Bijlage A
bij het Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV 2005
De uitsluitingsgronden
luiden:
Van deelneming aan een IRO
wordt uitgesloten ieder
reïntegratiebedrijf:
1. dat in staat van
faillissement of in vereffening verkeert of aan
wie surseance van betaling is verleend,
dan wel die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of in enige andere
soortgelijke toestand verkeert;
2. dat een eigen verzoek
strekkende tot verklaring in staat van
faillissement, vereffening of tot verlening
van surseance van betaling heeft
ingediend bij de rechtbank;
3. dat bij een in kracht van
gewijsde gegane rechterlijke
beslissing is veroordeeld voor een strafbaar feit dat raakt aan de
(beroeps)moraliteit van het reïntegratiebedrijf;
4. dat in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep een bij UWV
bekend geworden en door hem
aannemelijk te maken ernstige fout van andere dan strafrechtelijke
aard heeft gemaakt;
5. dat niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien
van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke
bepalingen;
6. dat niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien
van de betaling van de socialeverzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke
bepalingen.
Als bewijs dat een
reïntegratiebedrijf niet in één van de
bovenstaande omstandigheden verkeert,
wenst UWV van ieder
reïntegratiebedrijf een zogenaamde eigen
verklaring te ontvangen op grond waarvan
kan worden vastgesteld dat
(één van de) gronden voor uitsluiting
niet op de het reïntegratiebedrijf van
toepassing zijn. Met de eigen verklaring
geeft het reïntegratiebedrijf aan in
staat te zijn op verzoek bewijsstukken te overleggen.
De kwaliteitseisen zijn:
Reïntegratiebedrijven
dienen zonder voorbehoud te bevestigen dat
zij aan alle eisen voldoen. De eisen onder punt 4 en 5 worden in de
overeenkomst die met het
reïntegratiebedrijf wordt gesloten, vastgelegd.
1. Het reïntegratiebedrijf
fungeert als hoofdaannemer met alle
bijbehorende verplichtingen.
2. Het reïntegratiebedrijf
staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
3. Aanbieder beschikt over
een klachtenreglement, dan wel een transparante klachtenprocedure.
4. Het reïntegratiebedrijf
kan voldoen aan de verantwoording over
de voortgang van het individuele traject
op de vaste rapportagemomenten en
de hieruit voortkomende acties.
5. Het reïntegratiebedrijf
kan voldoen aan de in de standaardovereenkomst vastgestelde
factureringswijze.
Als bewijs dat een
reïntegratiebedrijf aan de kwaliteitseisen
voldoet, wenst UWV van ieder reïntegratiebedrijf
een zogenaamd
informatieformulier te ontvangen waarin het
bedrijf bevestigd dat het aan de gestelde
voorwaarden voldoet.
|