|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
4.7 van de Regeling SUWI;
Besluit:
Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij de uitvoering
van de individuele reïntegratieovereenkomst een beoordelingskader als
weergegeven in de bijlage bij dit
besluit.
Art. 2.
Het Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2005 wordt ingetrokken.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 januari 2006. Indien
de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30
december 2005, treedt het besluit in
werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het
wordt geplaatst en werkt terug
tot en met 1 januari 2006.
Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit beoordelingskader
individuele reïntegratieovereenkomst 2006.
Dit
besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 20 december
2005.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
TOELICHTING
[20 december 2005]
Voor de uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst (IRO)
dient UWV een beoordelingskader op
te stellen. Met het Besluit
beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2006 worden de voorwaarden
vastgelegd waaronder UWV een IRO
toekent aan een cliënt.
In het beoordelingskader is
een aantal voorwaarden opgenomen die
getoetst moeten worden als een IRO wordt aangevraagd. Er gelden voorwaarden aan
het reïntegratiebedrijf. Er
worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de liquiditeit en solvabiliteit
van het bedrijf en er geldt een aantal
kwaliteitseisen. Deze eisen komen voor een
deel overeen met de eisen die gesteld
worden in het kader van de aanbestedingsprocedure. Daarnaast wordt een aantal
voorwaarden gesteld aan het
reïntegratieplan. Deze voorwaarden zijn in
artikel 4.8 van de Regeling SUWI
opgenomen en komen overeen met de
reguliere eisen die UWV stelt aan
reïntegratieplannen.
Het in 2005 gepubliceerde Besluit
beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst 2005 (Stcrt. 2005,
79) wordt vervangen door dit
besluit. De belangrijkste wijzigingen
ten opzichte van het beoordelingskader 2005 zijn de aangescherpte eisen waar een
reïntegratiebedrijf aan moet voldoen en de wijze waarop UWV beoordeelt of een
reïntegratiebedrijf aan deze eisen voldoet.
De voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
BIJLAGE
Beoordelingskader
individuele reïntegratieovereenkomst UWV 2006
A. Algemene voorwaarden
Voor een
individuele reïntegratieovereenkomst (IRO) komt in aanmerking:
1. de persoon voor wie UWV op
grond van artikel 30, eerste lid,
onderdeel b, Wet SUWI de verantwoordelijkheid voor
de reïntegratie heeft;
2. de werknemer als bedoeld in
artikel 72, eerste lid, van de WW;
die voor de reïntegratie op
de arbeidsmarkt is aangewezen op de inzet
van reïntegratie-instrumenten
en daarvoor onder de
verantwoordelijkheid valt van UWV.
Bij de beoordeling van de
aanvraag om een IRO wordt vastgesteld
of een volledig reïntegratietraject het meest geschikte
reïntegratie-instrument is voor de cliënt. Indien blijkt
dat een ander reïntegratie-instrument meer geschikt is voor de cliënt, wordt de
aanvraag om een IRO afgewezen.
De cliënt wordt dan voor
dat andere reïntegratie-instrument in
aanmerking gebracht.
Als de cliënt deelneemt aan
een door UWV
gestart
reïntegratietraject komt de cliënt niet voor een IRO in aanmerking.
B. Beoordeling reïntegratiebedrijf
Het reïntegratiebedrijf
moet aan een aantal voorwaarden voldoen
om een IRO te mogen uitvoeren. Deze voorwaarden zijn vermeld in bijlage A
van dit beoordelingskader. De
vaststelling of een reïntegratiebedrijf voldoet aan de voorwaarden geschiedt op de
volgende wijze.
- De toetsing of een bedrijf
voldoet aan de voorwaarden geschiedt in
eerste instantie door middel van
een door UWV
gehouden onderzoek.
- Indien in dit onderzoek niet
of onvoldoende is komen vast te staan dat
het bedrijf voldoet aan de in bijlage A genoemde voorwaarden, kan
UWV om een nadere schriftelijke
onderbouwing vragen.
- UWV informeert het
reïntegratiebedrijf schriftelijk over de
uitkomst van het onderzoek. Als het reïntegratiebedrijf niet voldoet aan de
voorwaarden, mag het de IRO niet
uitvoeren.
- Bij nieuwe aanvragen voor
een IRO hoeft het
reïntegratiebedrijf niet opnieuw aan te tonen dat het
aan de voorwaarden voldoet. De
vaststelling door UWV dat het
reïntegratiebedrijf aan de voorwaarden voldoet,
blijft in principe gedurende één
jaar geldig.
- UWV behoudt zich echter het
recht voor om vaker te toetsen of
het reïntegratiebedrijf nog steeds aan de voorwaarden voldoet. Het
reïntegratiebedrijf is verplicht om mee te werken
aan het onderzoek. Weigert het reïntegratiebedrijf mee te werken aan het
onderzoek, dan mag het niet (langer) de
IRO uitvoeren.
Het reïntegratiebedrijf is
verplicht om mee te werken aan onderzoek
naar de klanttevredenheid door de Stichting Transparantie. Het
reïntegratiebedrijf is verplicht om alle informatie
te leveren die benodigd is om een
dergelijk onderzoek uit te voeren.
Deze verplichting geldt
alleen voor reïntegratiebedrijven die tien of meer IRO-trajecten uitvoeren.
Voor reïntegratiebedrijven die minder dan tien IRO-trajecten uitvoeren, geldt dat na
beëindiging van een traject een evaluatie plaatsvindt. Deze evaluatie
wordt door UWV
uitgevoerd. Onderdeel
van de evaluatie is een gesprek
tussen het reïntegratiebedrijf, de
cliënt en de reïntegratiecoach van UWV. Van dit overleg wordt verslag gemaakt voor
het dossier van de cliënt. Het
reïntegratiebedrijf is verplicht om mee te werken
aan de evaluatie.
De resultaten van genoemde
onderzoeken worden openbaar gemaakt.
C. Het reïntegratieplan
De cliënt dient, daarbij
eventueel ondersteund door het
reïntegratiebedrijf of arbeidsadviseur, een reïntegratieplan te maken. Het reïntegratieplan
moet volledig zijn. In een
reïntegratieplan mogen geen open posten opgenomen
worden die later ingevuld worden.
Het reïntegratieplan moet minimaal de volgende informatie bevatten:
1. Het opleidingsniveau van de
cliënt en het sofinummer.
2. In het reïntegratieplan
moet worden beschreven welke
instrumenten worden ingezet en op welke wijze deze op de persoon worden toegesneden.
De werkzaamheden moeten zijn gericht op het verkrijgen van duurzame
betaalde arbeid. Als voor het
opstellen van het reïntegratieplan
voorafgaand een diagnostisch instrument
nodig is, kan dit worden uitgevoerd en dient
dit in het reïntegratieplan vermeld te
worden.
3. Indien scholing wordt
ingezet, moet op basis van het
scholingsprotocol worden vastgesteld dat scholing noodzakelijk is.
4. De verwachte begin- en
einddatum van de werkzaamheden. De
duur van het totale reïntegratietraject
mag nooit langer zijn dan twee jaar.
5. De verwachte werkhervattingsdatum.
6. De concrete
beroepsactiviteiten die de cliënt kan verrichten na
afloop van het reïntegratietraject.
7. Een opgave van de kosten van
de werkzaamheden. De kosten
zijn inclusief de reiskosten van de cliënt
op basis van €|0,12 per kilometer.
Als er sprake is van een medische
indicatie voor vervoer per auto, is de vergoeding €|0,29 per kilometer. De reiskosten
worden door het
reïntegratiebedrijf aan de cliënt vergoed.
Het reïntegratieplan moet
door zowel het reïntegratiebedrijf als
de cliënt voor akkoord worden ondertekend.
Het reïntegratieplan moet
zijn ingediend binnen 35 kalenderdagen
nadat de cliënt aan UWV
heeft meegedeeld voor een individuele reïntegratieovereenkomst in aanmerking te willen
komen. Indien de cliënt niet in
staat is om binnen deze termijn een
reïntegratieplan in te dienen, kan de cliënt om
verlenging van de termijn verzoeken. De
termijn van verlenging bedraagt
maximaal 21 kalenderdagen. Als het reïntegratieplan te laat wordt ingediend,
wordt de aanvraag om een IRO afgewezen.
De cliënt dient uiterlijk vier weken voordat het recht op
uitkering verstrijkt een aanvraag om een IRO in
te dienen. Indien de aanvraag te laat
wordt ingediend, wordt deze afgewezen.
D. Wijze van betaling
1. Op grond van
artikel 4.2,
derde lid, van het Besluit SUWI dient UWV
het maximale bedrag voor uitvoering van
een IRO vast te stellen. Dit
bedrag is door UWV vastgesteld op €|5000,-
exclusief BTW.
2. Indien wordt aangetoond dat
een hoger bedrag noodzakelijk is
om de cliënt te reïntegreren,
kan de cliënt UWV verzoeken om een hoger
bedrag beschikbaar te stellen voor
uitvoering van de IRO. In het reïntegratieplan dient gemotiveerd te worden waarom
een hoger bedrag noodzakelijk is
en dat voor het goedkoopste
adequate alternatief is gekozen.
3. Op een IRO is
resultaatfinanciering van toepassing. Dat betekent
dat 50% van de kosten van een
traject worden betaald op basis van
inspanning en 50% op basis van resultaat. De
50% inspanningsvergoeding wordt op twee momenten betaald. De eerste
vergoeding van 20% wordt betaald nadat de
overeenkomst met het reïntegratiebedrijf
is gesloten. De tweede
vergoeding van 30% wordt betaald zes
maanden na goedkeuring van het
reïntegratieplan. De resterende 50% van de
kosten van de werkzaamheden worden door
UWV vergoed indien de cliënt,
uiterlijk binnen drie maanden nadat de
overeenkomst is geëindigd, is geplaatst.
4. In afwijking van het vorige
lid wordt 80% van de kosten van een
traject betaald op basis van
inspanning en 20% op basis van resultaat als
de cliënt op basis van het "protocol
zeer moeilijk plaatsbaar" [Beleidsregels
Protocol zeer moeilijk plaatsbaar, red.] als zeer moeilijk plaatsbaar is aangemerkt. De 80%
inspanningsvergoeding wordt op twee momenten betaald. De eerste
vergoeding van 20% wordt betaald nadat de
overeenkomst met het reïntegratiebedrijf
is gesloten. De tweede vergoeding van 60%
wordt betaald zes maanden na
goedkeuring van het reïntegratieplan.
De resterende 20% van de kosten van de
werkzaamheden worden door UWV vergoed
indien de cliënt, uiterlijk binnen
drie maanden nadat de overeenkomst is
geëindigd, is geplaatst.
5. Indien op basis van het
scholingsprotocol is vastgesteld dat scholing
noodzakelijk is, vindt betaling van de scholing apart van de overige
onderdelen van het traject plaats. De betaling
vindt plaats in een verhouding waarbij 80%
wordt betaald op basis van
inspanning en 20% op basis van resultaat.
Onder resultaat wordt verstaan de vooraf
vastgestelde kwalificaties die de cliënt
met de scholing kan behalen.
6. Onder plaatsing wordt
verstaan: iedere cliënt die is gestart met
het verrichten van betaalde arbeid op basis
van een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd
voor ten minste zes maanden en - voor wat
betreft arbeidsgehandicapten - ten minste de helft van het aantal uren
per week dat de cliënt geacht wordt te
kunnen werken en - voor wat betreft
werklozen - er geen sprake meer is van een
resterend WW-recht. De plaatsing wordt niet
eerder geteld dan nadat door
cliënt ten minste twee maanden betaalde arbeid
is verricht. Deze termijn wordt verlengd
met periode van onderbrekingen tengevolge van ziekte. Onder betaalde
arbeid wordt verstaan iedere vorm van
arbeid als gevolg waarvan de cliënt
inkomsten verwerft. In aanvulling op
de plaatsingsdefinitie geldt voor de cliënt die
een zelfstandig beroep uitoefent
dat er sprake is van een plaatsing indien
er door cliënt zelfstandige arbeid
verricht is gedurende een aaneengesloten
periode van minimaal zes maanden.
Plaatsing in uitzendwerk wordt als een
plaatsing beschouwd indien er
gedurende een aaneengesloten periode van minimaal zes maanden uitzendarbeid is
verricht.
E. De overeenkomst
Als de cliënt voor een IRO
in aanmerking komt, sluit UWV
een
overeenkomst met het reïntegratiebedrijf. De cliënt moet de overeenkomst
voor gezien ondertekenen. Naast
het bepaalde in artikel 4.1 Besluit
SUWI wordt in de reïntegratieovereenkomst in
ieder geval geregeld:
1. Dat het reïntegratiebedrijf
gegevens overlegt aan UWV op grond
waarvan kan worden vastgesteld dat
de dienstbetrekking is aangegaan voor ten minste zes maanden of de cliënt
arbeid heeft verricht en met die arbeid
gedurende ten minste zes maanden inkomsten
heeft verworven.
2. Dat het reïntegratiebedrijf
na drie, zes, twaalf en achttien maanden na de start
van het reïntegratietraject bij
UWV een rapportage indient waarin een
beschrijving is opgenomen van de
werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve
van de inschakeling in het arbeidsproces van de arbeidsgehandicapte of de
werkloze. Bij het einde van het traject
zonder dat een plaatsing is gerealiseerd,
moet een eindrapportage worden geleverd aan UWV. Voor deze eindrapportage kan
het reïntegratiebedrijf €|100,-
factureren.
3. In de voortgangsrapportage
wordt een prognose voor de resterende
periode van het traject beschreven en
wordt verantwoording afgelegd over de voortgang van het traject tot op dat
moment en ten opzichte van de planning in
het reïntegratieplan.
4. De rapportages over de
voortgang van het traject moeten door
zowel het reïntegratiebedrijf als de cliënt worden ondertekend.
5. Dat de overeenkomst door
beide partijen slechts wegens gewichtige
redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd.
Toelichting op het
Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV 2006
Algemene voorwaarden
In dit deel van het
beoordelingskader is vermeld wie voor de IRO in
aanmerking komt. Dit is in principe de
cliënt die een uitkering ontvangt van UWV.
De cliënt moet een afstand
tot de arbeidsmarkt hebben en
daardoor zijn aangewezen op ondersteuning door inzet van
reïntegratie-instrumenten. Beoordeeld wordt of de
cliënt aangewezen is op een volledig reïntegratietraject. Een ander
reïntegratie-instrument is mogelijk effectiever. Als
dat het geval is, wordt een aanvraag om een
IRO afgewezen en wordt de cliënt voor dat
andere reïntegratie-instrument in
aanmerking gebracht. Het is dan ook
verstandig om voordat een aanvraag voor
een IRO wordt ingediend eerst met
de reïntegratiecoach van UWV te overleggen of een IRO wel het meest voor de
hand liggende reïntegratie-instrument is,
dan wel dat er andere mogelijkheden
zijn.
De cliënt moet ook onder de
reïntegratieverantwoordelijkheid vallen van UWV. Een werknemer die nog onder de
reïntegratieverantwoordelijkheid
van de werkgever valt, komt niet
voor een IRO in aanmerking. Dit is
het geval bij ziekte gedurende de eerste
twee jaar.
Als een cliënt door UWV bij
een reïntegratiebedrijf is
gemeld voor een regulier traject, kan de
cliënt niet meer in aanmerking komen voor een IRO.
Beoordeling
reïntegratiebedrijf
Elk reïntegratiebedrijf dat
een IRO voor een cliënt wil afsluiten,
moet aan een aantal voorwaarden voldoen. De voorwaarden bestaan enerzijds uit een
aantal voorwaarden dat betrekking
heeft op de liquiditeit en solvabiliteit
van het reïntegratiebedrijf. Anderzijds worden
voorwaarden gesteld aan de kwaliteit van
het bedrijf.
Ten aanzien van de
uitsluitingsgronden zal in eerste instantie een
verklaring worden gevraagd van het reïntegratiebedrijf dat de uitsluitingsgronden
niet van toepassing zijn. UWV
kan
echter om nadere verklaring en
onderbouwing vragen.
Bij de toetsing of een
bedrijf aan de kwaliteitseisen voldoet,
streeft UWV naar zo min mogelijk administratieve lasten. De toetsing zal dan
ook in principe bestaan uit een audit waarin
met het reïntegratiebedrijf
gesproken wordt of het kan voldoen aan de
gestelde voorwaarden. Wanneer UWV gerede twijfels heeft dat het bedrijf niet
aan de voorwaarden voldoet, kan om een nadere schriftelijke onderbouwing
worden gevraagd. Bijvoorbeeld:
wanneer de financiële draagkracht van
het bedrijf wordt getoetst, kan gevraagd
worden om een jaarrekening te overleggen.
Wanneer is vastgesteld dat
een reïntegratiebedrijf voldoet aan de voorwaarden, blijft deze vaststelling
gedurende één jaar geldig. Bij
nieuwe aanvragen hoeft niet opnieuw getoetst
te worden of het bedrijf voldoet aan de
voorwaarden. UWV
kan echter tussentijds
toetsen of het bedrijf nog steeds aan
de voorwaarden voldoet.
Ten aanzien van de
kwaliteitseisen heeft UWV nog geen normen
vastgesteld in dit beoordelingskader.
Aan de hand van de individuele
situatie van het reïntegratiebedrijf toetst
UWV of het bedrijf voldoende kwaliteit heeft. Mogelijk dat in de toekomst wel
normen worden vastgesteld.
Het
reïntegratieplan/aanvraag IRO
Het reïntegratieplan moet
aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat UWV
het reïntegratieplan goed kan toetsen. Zo moet in het
reïntegratieplan beschreven worden welke werkzaamheden
worden verricht om de cliënt
duurzaam in betaalde arbeid te laten
hervatten. Het reïntegratietraject moet
altijd de kortste weg naar werk vormen. In het
reïntegratieplan moet worden vermeld welke stappen worden gezet op weg
naar werk. Uitgangspunt is dat altijd
een volledig reïntegratieplan wordt
ingediend. De weg naar werk moet op basis hiervan helder beschreven worden
zonder dat producten opgevoerd worden
in het reïntegratieplan waarvan
gezegd wordt dat die nog nader ingevuld
worden.
Wijziging reïntegratieplan
Nadat het
reïntegratietraject is gestart, kan het voorkomen dat
geconstateerd wordt dat het
reïntegratieplan gewijzigd moet worden. Als de
wijziging niet leidt tot een verhoging van de
kosten, dient de wijziging in de kwartaalrapportage gemeld te worden. Als de
wijziging wel tot een verhoging van de
kosten leidt, dient een aanvullende
aanvraag ingediend te worden. Wordt in
afwijking van het reïntegratieplan alsnog
scholing ingezet, dient dit ook
gemeld te worden, omdat dit gevolgen voor de
uitkering kan hebben.
Assessment
Het kan gebeuren dat eerst
een bepaalde vorm van assessment nodig is
alvorens de cliënt het reïntegratieplan kan opstellen. Ook dit assessment kan door
middel van de IRO worden vergoed.
De cliënt kan het assessment ook bij
een ander reïntegratiebedrijf laten
uitvoeren. Dat reïntegratiebedrijf dient
dan als onderaannemer van het bedrijf dat het
traject gaat uitvoeren op te treden.
Het assessment dient in het reïntegratieplan te worden vermeld, zodat ook
vergoeding van de kosten van het
assessment mogelijk is. Dat betekent dat de
kosten van het assessment onderdeel
moeten uitmaken van de totale kosten van het traject. Als alleen een assessment
wordt uitgevoerd en geen reïntegratieplan
wordt opgesteld, worden de kosten
van het assessment niet door UWV
vergoed. Er is geen apart budget voor assessment.
Het kan zijn dat de cliënt
alleen aan het traject kan deelnemen
nadat bepaalde voorzieningen zijn getroffen. In dat geval dient gelijktijdig met
de aanvraag om een IRO ook een aanvraag
om de voorziening te worden
ingediend.
Scholing
Als scholing wordt ingezet,
moet op basis van het
scholingsprotocol worden getoetst of de scholing ook noodzakelijk is voor cliënt om weer aan
het werk te komen. Wij verwijzen naar
het scholingsprotocol voor de voorwaarden en wijze van toetsing van de
scholing. Als scholing noodzakelijk is, dan
worden de kosten van de scholing apart
van de overige trajectonderdelen betaald.
De cliënt moet de aanvraag
met het reïntegratieplan binnen 35
kalenderdagen indienen nadat de cliënt aan UWV
heeft meegedeeld dat hij
voor een IRO in aanmerking wil komen. Als
deze termijn te kort is om de aanvraag in
te dienen, bijvoorbeeld omdat
het opstellen van het reïntegratieplan
meer tijd vergt, kan de cliënt een verzoek
om verlenging indienen. De aanvraagtermijn
kan met maximaal 21 kalenderdagen worden verlengd. Als direct al
duidelijk is dat de aanvraagtermijn van 35
kalenderdagen te kort is, kan direct om
verlenging worden verzocht.
De aanvraag moet uiterlijk vier weken voordat het recht op
uitkering eindigt, worden ingediend. Deze
bepaling dient ertoe cliënten tijdig een
aanvraag te laten indienen, zodat het
reïntegratietraject ook kan starten terwijl UWV
nog verantwoordelijk is voor de
reïntegratie.
De wijze van betalen
De kosten van het
individuele reïntegratietraject worden tot een bedrag van maximaal €|5000,- exclusief
BTW vergoed. Als wordt aangetoond dat dit bedrag onvoldoende is om het
werk te komen, kan de cliënt voor
een hoger bedrag in aanmerking komen.
Kosten van eventuele scholing maken
deel uit van het maximale bedrag van €|5000,-.
De kosten zijn inclusief de
reiskosten van de cliënt op basis van €|0,12 per kilometer. Als er sprake is
van een medische indicatie voor vervoer per
auto, is de vergoeding €|0,29 per
kilometer. De reiskosten worden door het
reïntegratiebedrijf aan de cliënt vergoed.
De betaling van de kosten
aan het reïntegratiebedrijf vindt
plaats op basis van zogenaamde resultaatfinanciering. Dit houdt in dat 50% van de
kosten van het traject worden vergoed
op basis van inspanning en 50% op basis
van resultaat. Als de cliënt op basis van
het protocol "zeer moeilijk
plaatsbaren"
[Beleidsregels Protocol zeer moeilijk
plaatsbaar, red.] als zeer moeilijk plaatsbaar wordt aangemerkt, geldt een
resultaatfinanciering in de verhouding 80/20.
Bijlage A
bij het Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV 2006
De uitsluitingsgronden
luiden:
Van deelneming aan een IRO
wordt uitgesloten ieder
reïntegratiebedrijf:
1. Dat in staat van
faillissement of in vereffening verkeert of aan
wie surseance van betaling is verleend,
dan wel die zijn werkzaamheden heeft
gestaakt of in enige andere soortgelijke
toestand verkeert.
2. Dat een eigen verzoek
strekkende tot verklaring in staat van
faillissement, vereffening of tot verlening
van surseance van betaling heeft ingediend
bij de rechtbank.
3. Dat bij een in kracht van
gewijsde gegane rechterlijke
beslissing is veroordeeld voor een strafbaar feit dat raakt aan de (beroeps)moraliteit
van het reïntegratiebedrijf.
4. Dat in de uitoefening van
zijn bedrijf of beroep een bij UWV
bekend
geworden en door hem aannemelijk te
maken ernstige fout van andere dan
strafrechtelijke aard heeft gemaakt.
5. Dat niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de
betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen.
6. Dat niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de
betaling van de socialeverzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen.
Voor de punten 1 en 2 kan
een verklaring worden gevraagd van de
griffier van de rechtbank. Voor de punten 3 en 4 kan een verklaring van een
notaris worden gevraagd waarin wordt
verklaard dat de betreffende
uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn.
Voor punt 5 kan een verklaring van de belastinginspecteur worden gevraagd en voor punt
6 een verklaring van UWV.
De kwaliteitseisen zijn:
Reïntegratiebedrijven
dienen zonder voorbehoud te bevestigen dat
zij aan alle eisen voldoen. De eisen onder punt 5 en 6 worden in de
overeenkomst die met het reïntegratiebedrijf
wordt gesloten, vastgelegd.
a. Het bedrijf dient
ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving dient te
blijken dat de werkzaamheden van het
bedrijf zich uitstrekken op het terrein
van reïntegratie. Indien inschrijving in het
register van de Kamer van Koophandel
niet mogelijk is, moet het
bedrijf staan ingeschreven in een voor de beroepsgroep algemeen erkend
beroepsregister. Het bedrijf moet een kopie van
inschrijving overleggen die niet ouder is
dan twee maanden.
b. Het reïntegratiebedrijf
fungeert als hoofdaannemer met alle
bijbehorende verplichtingen. De hoofdaannemer dient in principe de intake, de
bemiddeling en de plaatsing en nazorg zelf
uit te voeren, tenzij er zwaarwegende
argumenten zijn om daar van af te wijken.
Het reïntegratiebedrijf moet in het reïntegratieplan aangeven met welke
reïntegratiebedrijven wordt samengewerkt.
c. Het bedrijf beschikt over
een privacyreglement dat voldoet aan de door UWV
gestelde voorwaarden. Het privacyreglement omvat minimaal de volgende passages:
- dat de door UWV verstrekte
gegevens over cliënten
persoonsgegevens zijn in de zin van de Wet
bescherming persoonsgegevens en dat deze gegevens
worden behandeld met
inachtneming van hetgeen in deze wet en
de Wet SUWI is bepaald;
- dat de door UWV verstrekte
gegevens uitsluitend voor het doel
bestemd zijn waarvoor ze zijn overgedragen;
- dat het bedrijf alle
informatie over cliënten die het UWV
overdraagt ten behoeve van de uitvoering
van het afgesloten contract geheim houdt en dat
het zorg draagt dat deze
informatie niet aan derden bekend wordt;
- dat het verantwoordelijk is
voor deze geheimhoudingsplicht voor
het personeel en voor de bij de uitvoering van de werkzaamheden ingeschakelde
derden en dat deze plicht wordt
nageleefd;
- dat het bedrijf bij
beëindiging van de met UWV gesloten
overeenkomst alle tot de persoon van de
cliënt te herleiden gegevens, data en/of
resultaten bij beëindiging van de
begeleiding van de cliënt ter beschikking stelt van UWV;
- dat het bedrijf zich houdt
aan de bepalingen in zijn privacyreglement
zolang dit, met inachtneming van wat is bepaald in de Wet
bescherming persoonsgegevens, blijft gelden.
Het bedrijf kan een
exemplaar van het privacyreglement overleggen.
Komt het bedrijf - of een
door het bedrijf ingeschakelde derde - het privacyreglement niet na, dan zal
UWV
zonder enige aanmaning of
ingebrekestelling het contract geheel of
gedeeltelijk ontbinden. UWV stelt het bedrijf door middel van een aangetekend
schrijven hiervan in kennis.
d. Aanbieder beschikt over een
klachtenreglement, dan wel een transparante klachtenprocedure. UWV
stelt de volgende minimale eisen aan het klachtenreglement/-procedure:
- Een klacht kan zowel
schriftelijk als mondeling bij het bedrijf
worden ingediend.
- De cliënt ontvangt van het
bedrijf een schriftelijke bevestiging
van de ingediende klacht.
- De behandeling van de klacht
gebeurt door een persoon die niet
bij de gedraging en/of uitlating waarop de klacht betrekking heeft betrokken
is geweest.
- De cliënt wordt in de
gelegenheid gesteld om gehoord te worden.
- Binnen vier weken na datum
ontvangst handelt het bedrijf de
klacht af. Deze termijn is de termijn die
UWV hanteert in zijn eigen klachtenprocedure.
- Het bedrijf stelt de cliënt
schriftelijk en gemotiveerd in kennis van
de bevindingen van het onderzoek naar de
klacht en de eventuele genomen
maatregelen.
Het bedrijf kan een
exemplaar van het klachtenreglement of
-procedure overleggen.
e. Het reïntegratiebedrijf
beschikt over voldoende vakbekwaam
personeel om de reïntegratieopdrachten
uit te voeren. Het vereiste van vakbekwaam
personeel is een belangrijke
voorwaarde binnen de kwaliteitseisen die aan een
reïntegratiebedrijf kunnen worden gesteld. Een reïntegratiebedrijf dient
dan ook een toelichting te geven op de
bedrijfsvoering op de volgende aspecten:
- De totale omvang van het personeelsbestand.
- De omvang van het aantal
medewerkers dat direct betrokken is bij
de uitvoering van de reïntegratie.
- Het bedrijf dient aan te
tonen dat het personeel dat direct
betrokken is bij de uitvoering van de reïntegratietrajecten, op basis van opleiding en
ervaring in staat is de cliënten van UWV
op een professionele wijze te
begeleiden en ondersteunen. Het gaat hier
om de medewerkers werkzaam in de functie van arbeidsbemiddelaar,
reïntegratieconsulent of soortgelijke functies.
- De caseload van de
medewerkers die direct betrokken zijn bij de
uitvoering van de reïntegratie.
- Het opleidingsbeleid en de
methodiek die hieraan ten grondslag
ligt, inclusief het aantal dagen dat jaarlijks minimaal wordt besteed aan opleiding
en professionalisering van medewerkers.
- De borging van de kwaliteit
van het personeel.
f. Het bedrijf dient te
beschikken over voldoende economische en
financiële draagkracht, zodat de continuïteit van het bedrijf met enige
zekerheid is geborgd. Bedrijven tonen aan
over voldoende economische en financiële draagkracht te beschikken
door het overleggen van de volgende gegevens:
- Het bedrijf mag over het
boekjaar voorafgaande aan het jaar
waarin het bedrijf een IRO wil gaan
uitvoeren geen negatief eigen vermogen
hebben. Het bedrijf moet de jaarrekening
over dat boekjaar en de goedkeurende
verklaring van de accountant
overleggen. Mocht de beoordeling op een dusdanig
tijdstip plaatsvinden dat de
jaarrekening nog niet is vastgesteld, wordt
de jaarrekening over het jaar daaraan voorafgaand overlegd.
- Het bedrijf dient een opgave
te doen van door UWV verlangde financieel-economische kengetallen.
De randvoorwaarden zijn:
a. Het reïntegratiebedrijf kan
voldoen aan de verantwoording over
de voortgang van het individuele
traject op de vaste rapportagemomenten en
de hieruit voortkomende acties.
b. Het reïntegratiebedrijf kan
voldoen aan de in de standaardovereenkomst vastgestelde
factureringswijze.
c. Het bedrijf dient te
beschikken over een verzekering tegen bedrijfs- en beroepsrisico’s voor een
bedrag van ten minste €|400 000,- per
schadeveroorzakende gebeurtenis. Het bedrijf
dient een afschrift van de verzekeringspolis en de polisvoorwaarden te
overleggen.
|