|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op artikel
4.7 van de Regeling SUWI;
Besluit:
Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij de uitvoering
van de individuele reïntegratieovereenkomst een beoordelingskader als
weergegeven in de bijlage bij dit
besluit.
Art. 2.
Het Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2005 ¹ wordt ingetrokken.
1. Kennelijk wordt hier het Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2006 bedoeld, aangezien het Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2005 reeds ingevolge artikel
2 van het Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2006 is vervallen. Zie ook onderaan de toelichting
op deze regeling, red.
Art. 3.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van 1 april 2008. Indien
de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na
31 maart 2008, treedt het besluit in
werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het
wordt geplaatst en werkt terug
tot en met 1 april 2008.
Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit beoordelingskader
individuele re-integratieovereenkomst 2008.
Dit
besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant
geplaatst.
Amsterdam, 21 januari
2008.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
BIJLAGE
Beoordelingskader
individuele re-integratieovereenkomst UWV 2008
1. Algemene voorwaarden
Voor een
individuele re-integratieovereenkomst (IRO) komt in aanmerking:
1. de persoon voor wie UWV op
grond van artikel 30, eerste lid,
onderdeel b, Wet SUWI de verantwoordelijkheid voor
de re-integratie heeft;
2. die gelet op de afstand tot de arbeidsmarkt is aangewezen op de inzet
van re-integratie-instrumenten;
3. die direct of indirect uitzicht heeft op reguliere betaalde arbeid.
Bij de beoordeling van de
aanvraag om een IRO wordt door UWV
vastgesteld of een IRO het meest
geschikte re-integratie-instrument is voor de cliënt. Als blijkt dat
een ander re-integratie-instrument meer geschikt is voor de cliënt,
wordt de aanvraag om een IRO afgewezen. De cliënt wordt dan voor dat
andere re-integratie-instrument in aanmerking gebracht.
Als een cliënt door UWV al
bij een bedrijf is gemeld voor ondersteuning bij re-integratie, kan de
cliënt niet meer in aanmerking komen voor een IRO.
2. Beoordeling
re-integratiebedrijf
De cliënt dient voor de
uitvoering van de IRO een re-integratiebedrijf in te schakelen. Het
bedrijf moet aan een aantal voorwaarden (uitsluitingsgronden en
kwaliteitseisen) voldoen om een IRO te mogen uitvoeren. Deze voorwaarden
worden hierna vermeld. De vaststelling of een bedrijf voldoet aan de
voorwaarden geschiedt op de volgende wijze.
De toetsing of een bedrijf
voldoet aan de voorwaarden geschiedt in eerste instantie door middel van
verklaringen van het bedrijf zelf dat geen van de uitsluitingsgronden
van toepassing zijn.
UWV
kan echter om
onderbouwing, inclusief te overleggen bewijsstukken, vragen. Mocht
blijken dat een bedrijf bewust een onjuiste verklaring heeft gegeven, dan
wordt het bedrijf voor onbepaalde tijd uitgesloten van de uitvoering van
de IRO.
Na de controle van de
uitsluitingsgronden start het auditproces waarin de kwaliteitseisen
worden onderzocht; ten tijde van dit onderzoek mag het bedrijf al
starten met de uitvoering van de IRO. Binnen uiterlijk twee maanden is het
auditproces volledig afgerond en moet aan alle voorwaarden zijn voldaan.
UWV sluit dan met het bedrijf een zogenaamde mantelovereenkomst. Bij
nieuwe aanvragen voor een IRO hoeft het bedrijf niet opnieuw aan te
tonen dat het aan de voorwaarden voldoet.
Elk jaar wordt opnieuw een
audit uitgevoerd. Een audit kan eventueel schriftelijk plaatsvinden.
UWV behoudt zich het recht
voor om vaker dan eens per jaar te toetsen of het bedrijf nog steeds aan
de voorwaarden voldoet en/of de kwaliteit van de geleverde
dienstverlening door UWV als voldoende wordt beschouwd.
Het bedrijf is verplicht om
mee te werken aan het onderzoek. Weigert het bedrijf mee te werken aan
het onderzoek, dan mag het niet (langer) de IRO uitvoeren. UWV kan het
bedrijf toestaan om de lopende trajecten af te ronden.
2.1. De uitsluitingsgronden
UWV
wil uitsluitend
contracten sluiten met re-integratiebedrijven die de beroepsethiek
naleven en die aan hun wettelijke verplichtingen voldoen. Daartoe dient
in ieder geval géén van de hieronder genoemde uitsluitingsgronden
(gebaseerd op artikel 45 van het Besluit
aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao)) op het bedrijf van toepassing te zijn.
Door aanmelding én
ondertekening van de voorgeschreven standaardverklaring verklaart het
re-integratiebedrijf dat zowel op het moment van aanmelding als op het
moment van aangaan van de mantelovereenkomst geen van de navolgende
omstandigheden van toepassing zijn:
Uitgesloten worden bedrijven/ondernemers:
1. jegens wie bij een onherroepelijk vonnis of arrest een veroordeling
is uitgesproken op grond van artikel 140, 177, 177a,178, 225, 226, 227,
227a, 227b of 323a, 328ter, tweede lid, 416, 417,
417bis, 420ter of 420quater van het Wetboek
van Strafrecht;
2. en voorts wordt elk bedrijf/iedere ondernemer uitgesloten:
a. dat/die in staat van faillissement of van liquidatie verkeert, wiens
werkzaamheden zijn gestaakt, jegens wie een surseance van betaling of
een akkoord geldt of die in een andere vergelijkbare toestand verkeert
ingevolge een soortgelijke procedure die voorkomt in de op hem van
toepassing zijnde wet- of regelgeving van een lidstaat van de Europese
Unie;
b. wiens faillissement of liquidatie is aangevraagd of tegen wie een
procedure van surseance van betaling of akkoord dan wel een andere
soortgelijke procedure voorkomt in de op hem van toepassing zijn wet- of
regelgeving van een lidstaat van de Europese Unie, aanhangig is gemaakt;
c. jegens wie een rechterlijke uitspraak met kracht van gewijsde volgens
de op hem van toepassing zijnde wet- of regelgeving van een lidstaat van
de Europese Unie is gedaan, waarbij een delict is vastgesteld dat in
strijd is met zijn beroepsgedragsregels;
d. die in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan,
vastgesteld op een grond die de aanbestedende dienst aannemelijk kan
maken;
e. die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de
betaling van de socialezekerheidsbijdragen overeenkomstig de wettelijke
bepalingen van het land waar hij is
gevestigd of van Nederland;
f. die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de
betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen
van het land waar hij is gevestigd of van Nederland;
g. die zich in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse
verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die ingevolge de
artikelen 45 tot en met 53 Bao
kunnen worden verlangd, of die
inlichtingen niet heeft verstrekt;
h. die geen adequate aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten,
tegen een verzekerd bedrag van ten minste €|1
000 000,- per jaar. Bij
een adequate aansprakelijkheidsverzekering gaat het erom dat het
bedrijf verzekerd is voor de aansprakelijkheid voor zaak- en
personenschade door een verkeerde (be)handeling, een nalaten of een
beroepsfout. Het bedrijf dient een kopie van de polis en
polisvoorwaarden te overleggen waaruit nadrukkelijk blijkt dat het
bedrijf verzekerd is tegen beroepsrisico’s bij het uitoefenen van
taken in het kader van (re-)integratie activiteiten;
i. die niet kan voldoen aan de wijze van factureren die door UWV is
voorgeschreven;
j. die niet kan voldoen aan de wijze van rapporteren die door UWV is
voorgeschreven.
Door invulling van en
ondertekening van de standaardverklaring geeft het bedrijf aan, op
eerste verzoek van UWV
binnen een daartoe te stellen redelijke termijn,
de volgende documenten te overleggen:
1. Een verklaring van de griffier van de rechtbank als bedoeld in
artikel 46, tweede lid, Bao, die op grond van artikel 2 van de Faillissementswet
bevoegd is tot het uitspreken van de
faillietverklaring van het bedrijf of tot het op het bedrijf van
toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke
personen, of voor het land van herkomst van de onderneming daarvoor
geldende documenten als bedoeld in artikel 46, vijfde lid, Bao;
2. Een verklaring omtrent het gedrag (VOG) als bedoeld in artikel 46,
tweede lid, Bao, gelezen in samenhang met artikel 30 van de Wet
justitiële en strafvorderlijke gegevens, waaruit blijkt dat het gedrag
van het bedrijf geen bezwaar oplevert voor de uitoefening van de
werkzaamheden waarvoor de verklaring is aangevraagd;
3. Een verklaring van de inspecteur der rijksbelastingen als bedoeld in
artikel 46, derde en vierde lid, Bao
onder wie het bedrijf ressorteert
voor de inning van de belastingen.
Wanneer in het land waarin
het bedrijf is gevestigd niet een bewijsstuk of verklaring als bedoeld
sub 1 tot en met 3 hiervoor wordt afgegeven, kan het bedrijf ingevolge
het bepaalde bij artikel 46, vijfde lid, Bao
volstaan met een verklaring
onder ede of een plechtige verklaring die door/namens het bedrijf ten
overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie,
een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van
oorsprong of herkomst heeft afgelegd.
Bovengenoemde verklaringen
dienen - op het moment van
verstrekken - niet ouder te zijn dan drie maanden.
Let op: Bovengenoemde verklaringen dienen - op het moment van verstrekken
- niet ouder te zijn dan drie maanden;
2.2. De kwaliteitseisen
2.2.1. Inschrijving bij de
Kamer van Koophandel of het nationale beroeps-/handelsregister
Het re-integratiebedrijf
dient, indien de wet van het land van herkomst deze verplichting oplegt,
ter bevestiging van zijn identiteit aan te tonen ingeschreven te zijn
bij de Kamer
van Koophandel of het nationale beroeps-/handelsregister.
Uit de inschrijving dient te blijken dat het re-integratiebedrijf als
activiteit het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van
(re)integratie tot doel heeft. Re-integratie is gedefinieerd als die
activiteiten die tot doel hebben de inzet en inzetbaarheid van de
klanten te bevorderen én die zijn gericht op het verkrijgen van
(duurzame) arbeid. Het gaat om klanten die vanuit een situatie van
werkloosheid (weer) naar arbeid worden begeleid. UWV
rekent tot
re-integratie ook die activiteiten die zijn gericht op het behoud van
werk van de klant al dan niet bij de eigen werkgever.
Indien het
re-integratiebedrijf deel uitmaakt van een concern, dient het een
overzicht van het (de) betreffende concern(s) te overleggen bij
aanmelding. UWV behoudt zich het recht voor om - als
toelichting - nadere gegevens te vragen over de bestuurssituatie en de
eigendomsverhoudingen.
Let op: Het bewijs van inschrijving bij de
Kamer van Koophandel of het nationale beroeps-/handelsregister mag niet
ouder dan twee maanden zijn op datum ondertekening.
2.2.2. Privacyreglement
UWV
heeft een
geheimhoudingsplicht met betrekking tot zijn klanten (artikel 74
Wet SUWI). Op de informatie over UWV-klanten is de
Wet
bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing. Het re-integratiebedrijf beschikt
- om de opdrachten te kunnen
uitvoeren - over vertrouwelijke
informatie van de klant. Dit betekent dat de geheimhoudingsplicht ook
geldt voor de medewerkers van het re-integratiebedrijf die in dienst
zijn alsook voor medewerkers die worden ingehuurd. Het re-integratiebedrijf dient daarom te beschikken over een
privacyreglement. Het re-integratiebedrijf dient zich te conformeren en
te houden aan de volgende aspecten met betrekking tot privacy:
- dat de door UWV verstrekte gegevens over klanten persoonsgegevens zijn
in de zin van de Wbp en dat deze gegevens worden behandeld met
inachtneming van wat in deze wet en de Wet
SUWI is bepaald;
- dat de door UWV verstrekte gegevens uitsluitend voor het doel bestemd
zijn waarvoor ze zijn overgedragen;
- dat het re-integratiebedrijf alle informatie over klanten die het UWV
overdraagt ten behoeve van de uitvoering van het afgesloten contract
geheim houdt en dat het zorg draagt dat deze informatie niet aan derden
bekend wordt;
- dat het verantwoordelijk is dat deze geheimhoudingsplicht door het
personeel wordt nagekomen;
- dat het re-integratiebedrijf bij beëindiging van de met UWV gesloten
overeenkomst alle tot de persoon van de klant te herleiden gegevens,
data en/of resultaten twee jaar na beëindiging van de dienstverlening aan
de klant verwijdert. De gegevens die noodzakelijk zijn voor de
wettelijke bewaarplicht dienen tien jaar bewaard te blijven;
- de wijze waarop het re-integratiebedrijf de klant ervan op de hoogte
stelt dat het beschikt over een privacyreglement en op welke wijze de
klant kennis kan nemen van de inhoud daarvan.
UWV
zal na afsluiten van de mantelovereenkomst monitoren of het re-integratiebedrijf de hiervoor
vermelde privacyaspecten naleeft. Komt het re-integratiebedrijf deze
privacyaspecten niet na, dan kan UWV zonder enige aanmaning of
ingebrekestelling de mantelovereenkomst ontbinden. UWV stelt het
re-integratiebedrijf door middel van een aangetekend schrijven hiervan
in kennis.
2.2.3.
Klachtenmanagementsysteem of -procedure
Het re-integratiebedrijf is
een belangrijke schakel in het re-integratieproces van de klant. UWV
hecht er aan dat het re-integratiebedrijf met de klanten op een correcte
manier omgaat. Het re-integratiebedrijf dient daarom te beschikken over
een klachtenmanagementsysteem of -procedure.
Het re-integratiebedrijf
dient zich te conformeren en te houden aan de volgende aspecten met
betrekking tot het klachtenmanagement:
- De indiener van de klacht krijgt binnen twee weken bericht van
ontvangst van de klacht;
- Indien een klacht niet in behandeling wordt genomen, wordt de indiener
van de klacht uiterlijk binnen vier weken na ontvangstdatum hiervan op
de hoogte gesteld.
- Een klacht dient binnen zes weken
na de ontvangstdatum te zijn afgehandeld.
- De klacht moet worden behandeld door een onafhankelijke medewerker,
die zelf niet bij de klacht betrokken is.
- Het bestaan van het klachtenmanagementsysteem wordt aantoonbaar bekendgemaakt aan de klant en aan de (eigen) medewerkers.
- De organisatie dient in staat te zijn om inzicht te geven in de
achtergronden, doorlooptijden en uitkomsten van de behandelde klachten.
- Het re-integratiebedrijf dient ten aanzien van bij hem aangemelde UWV-klanten, te allen tijde, doch minimaal eens per kwartaal, te (kunnen)
rapporteren over:
• het totale aantal ingediende klachten;
• het aantal ingediende klachten dat niet in behandeling is genomen;
• het aantal ingediende klachten dat niet in behandeling is genomen en
binnen de termijn is afgehandeld;
• het aantal ingediende klachten dat in behandeling is genomen;
• het aantal ingediende klachten dat in behandeling is genomen en
binnen de termijn is afgehandeld.
UWV
zal na afsluiten van de mantelovereenkomst monitoren of het bedrijf de hiervoor vermelde
aspecten met betrekking tot het klachtenmanagement naleeft.
2.2.4. Onderaanneming
Het
bedrijf is gerechtigd om
het traject of delen van het traject in onderaanneming te laten
uitvoeren. Het bedrijf is als hoofdaannemer te allen tijde
verantwoordelijk voor de uitvoering van het traject en het resultaat
daarvan.
De hoofdaannemer is tevens
verantwoordelijk voor het correct en rechtmatig uitvoeren van de in het
re-integratietraject opgenomen activiteiten en resultaten.
UWV
spreekt de hoofdaannemer
gedurende de gehele contractperiode aan op de status van de cliënt. UWV
rekent de hoofdaannemer af op het resultaat van het contract.
De hoofdaannemer maakt
inzichtelijk met welke rechtspersonen in onderaanneming wordt gewerkt.
Mocht de hoofdaannemer gedurende de looptijd van de afgesloten mantelovereenkomst met een nieuwe partner gaan samenwerken, dan maakt
hij hiervan melding.
De hoofdaannemer overlegt
een bewijs van inschrijving in het beroeps-/handelsregister van zijn
samenwerkingspartner(s).
2.2.5.
Klanttevredenheidsonderzoek
UWV
hecht grote waarde aan
de tevredenheid van cliënten. De in te kopen dienstverlening dient
maatwerk te bieden aan de cliënt. Om deze reden worden bedrijven
getoetst op basis van de waardering
die door cliënten aan het bedrijf wordt gegeven. UWV sluit hierbij aan
bij de resultaten van het tevredenheidsonderzoek dat de Stichting Blik
op Werk uitvoert. De klanttevredenheid meet de ervaringen met en
tevredenheid over de dienstverlening vanuit cliëntperspectief.
De uitkomst van het
onderzoek publiceert de Stichting Blik op Werk op zijn site en is via de
Keuzegids te benaderen. De Stichting Blik op Werk meet de
klanttevredenheid periodiek.
2.2.5.1. Verplichting tot
deelname aan klanttevredenheidsonderzoek Stichting Blik op Werk
Naar analogie aan de cyclus
zoals deze binnen het keurmerk gehanteerd wordt, is deelname aan het
tevredenheidsonderzoek verplicht voor alle bedrijven waarmee UWV
een mantelovereenkomst sluit. Conform de genoemde cyclus dient vervolgens
eens per twee jaar medewerking te worden verleend aan het
tevredenheidsonderzoek.
De kosten van deelname zijn
voor rekening van het deelnemende bedrijf en bedragen ongeveer €|800,-¹
per uitgevoerd tevredenheidsonderzoek. Deze verplichting geldt niet voor
een bedrijf dat door de Stichting Blik op Werk is ontheven van deelname
aan het tevredenheidsonderzoek omdat het bedrijf dit in eigen beheer
uitvoert. Dit bedrijf dient bij aanmelding een kopie van deze ontheffing
mee te zenden.
Voor bedrijven die zich in
2009 en latere jaren bij UWV nieuw aanmelden voor het uitvoeren van IRO’s
geldt dat zij in het jaar van aanmelding verplicht zijn om deel te nemen
aan het tevredenheidsonderzoek. Na dat jaar gaat ook voor deze bedrijven
de cyclus van deelname eens in de twee jaar in.
1. Dit is het kostenniveau
2007.
2.2.5.2. Bedrijven die in
2006 hebben meegewerkt aan het
tevredenheidsonderzoek van Stichting Blik op Werk
UWV sluit een
mantelovereenkomst met bedrijven die al verplicht meewerken aan het
klanttevredenheidsonderzoek van de Stichting Blik op Werk én die op
klanttevredenheid bij de laatste gepubliceerde cijfers minimaal een 6,0
hebben gescoord. Als startmoment voor de gemeten klanttevredenheid wordt
deelname aan en de behaalde resultaten met het tevredenheidsonderzoek
2007 gehanteerd.
De eis met betrekking een behaalde
score van minimaal een 6,0 geldt ook voor bedrijven die, met toestemming
van de Stichting Blik op Werk, een tevredenheidsonderzoek in eigen
beheer hebben uitgevoerd én waarvan de cijfers gepubliceerd zijn op de
website van Blik op Werk.
Deze eis geldt niet voor:
- bedrijven aan wie (eenmalig)
vrijstelling is verleend van publicatie van de tevredenheidscijfers. Een
kopie van deze vrijstelling dient te
worden bijgevoegd;
- bedrijven waarvoor geldt dat het
door omstandigheden, gelegen buiten de schuld van het bedrijf, niet
mogelijk is gebleken om tot een publicabel rapportcijfer te komen.
UWV
behoudt zich het recht
voor om indien hiertoe aanleiding is, de minimaal te behalen score op
het tevredenheidsonderzoek te verhogen. Te denken valt bijvoorbeeld aan
ontwikkelingen met betrekking tot het verhogen van de score als gevolg
van een besluit van
het bestuur van de Stichting Blik op Werk. Indien aan de orde, dan zal
UWV dit tijdig kenbaar maken op www.uwv.nl/zakelijk/reintegratiedienstverlening
[dode link, zie www.uwv.nl/zakelijk/re-integratiediensten/index.aspx,
red.].
2.2.5.3. Bedrijven die in
gebreke zijn gebleven in relatie tot hun verplichting tot deelname aan
het tevredenheidsonderzoek 2007 van Stichting Blik op Werk
UWV
sluit bedrijven van een mantelovereenkomst uit die - als gevolg van een eerder met UWV gesloten
contract - verplicht waren mee te werken aan het laatst gehouden
tevredenheidsonderzoek Blik op Werk, maar zich niet aan deze
verplichting hebben gehouden.
Deze bedrijven zijn er begin
januari 2008 schriftelijk van op de hoogte gesteld dat zij in het
kalenderjaar 2008 geen nieuwe IRO’s mogen uitvoeren. Vanaf 2009 kunnen
deze bedrijven zich weer aanmelden voor het uitvoeren van IRO’s. Door
middel van een audit zal vervolgens beoordeeld worden of deze bedrijven
voldoen aan de vereisten van het dan geldende Beoordelingskader IRO.
2.2.5.4. Bedrijven die nog
géén verplichting hebben tot deelname aan tevredenheidsonderzoek
Stichting Blik op Werk
Voor bedrijven op welke
- als gevolg van in het verleden afgesloten overeenkomsten met UWV
- nog
geen (contractuele) verplichting rust tot deelname aan het
tevredenheidsonderzoek Blik op Werk, geldt dat de onder
2.2.5.2
genoemde eis niet van toepassing is. UWV zal de resultaten tijdens de mantelovereenkomst monitoren en deze bedrijven in de toekomst hierop
afrekenen. Voldoet een bedrijf niet aan zijn verplichting tot deelname
aan het klanttevredenheidsonderzoek dan wel voldoet het niet aan het
minimaal te behalen cijfer, dan beëindigt UWV de mantelovereenkomst.
2.2.6. Aantoonbare
resultaten
2.2.6.1. Aantal geplaatste
cliënten
Doel van de IRO is om de
cliënt zo snel mogelijk aan het werk te helpen. De mantelovereenkomst
IRO wordt alleen voortgezet als het bedrijf voldoende cliënten aan het
werk helpt.
Hiervoor
heeft UWV
de volgende normen vastgesteld, waarbij aansluiting is gezocht
bij de normen die in het kader van het keurmerk van Stichting Blik op
Werk worden gehanteerd.
1. Een bedrijf voldoet aan de norm als 20% van de beëindigde trajecten
van cliënten die tot de populatie zeer moeilijk plaatsbaar behoren,
heeft geleid tot een plaatsing; en/of
2. een bedrijf voldoet aan de norm als 50% van de beëindigde trajecten
van overige cliënten heeft geleid tot een plaatsing.
Deze eis gaat in op 1 april
2009.
2.2.6.2. Beschikbaar te
stellen organisatie
Het bedrijf dient bij het
aangaan van de mantelovereenkomst bekwaam personeel beschikbaar te
stellen. Deze medewerkers zijn in staat om goede en kwalitatief
hoogwaardige dienstverlening te leveren. Het bedrijf dient om deze reden
inzicht te geven in de (vak)bekwaamheid van de medewerkers die de
dienstverlening verzorgen. Het gaat daarbij om de volgende gegevens:
- de naam van de medewerker(s);
- de gevolgde opleiding;
- de onderbouwing waarom de gevolgde opleiding relevant is voor het
uitvoeren van de dienstverlening van de opdracht waarop het zich
inschrijft;
- het aantal jaren dat de medewerker(s) in een soortgelijke functie
werkzaam is (zijn) geweest.
2.2.7.
Vacatureverwerving/kennis regionale arbeidsmarkt
UWV
verplicht het
re-integratiebedrijf om de cliënt - die naar loondienst wordt re-integreerd
- voldoende op hem/haar afgestemde vacatures aan te bieden. Het
bedrijf beschikt daartoe over een aantoonbaar en actief
werkgeversnetwerk en maakt daar onderdeel van uit. Het bedrijf moet in
staat zijn om aan te tonen hoe vacatures worden geworven en aan de
cliënt worden aangeboden. Deze bepaling is niet van toepassing als het
re-integratiebedrijf aantoonbaar gespecialiseerd is in het re-integreren
van cliënten naar zelfstandige arbeid. UWV hecht een groot belang aan
een gedegen kennis van de regionale en lokale arbeidsmarkt en aan een
ruime diversiteit aan werkplekken. De werkplek dient zo goed mogelijk
aan te sluiten op de mogelijkheden van de cliënt. Het bedrijf dient
daarom inzicht te geven op welke wijze hij kan voldoen aan het
eindresultaat, de plaatsing van de cliënt in arbeid. Om deze reden is
het bedrijf verplicht een opgave te doen van het netwerk van bedrijven
en sectoren in de regio waarbinnen het bedrijf de werkzaamheden
uitvoert. Daarbij geeft het inzicht in welke
soorten functies en binnen welke branches het (gesubsidieerde)
werkplekken aanbiedt.
Het bedrijf doet een opgave
van ten minste vijf actieve netwerkcontacten. Deze opgave bevat de
volgende informatie:
- de aard en inhoud van het contact;
- de concrete plaatsingsmogelijkheden die dit contact oplevert (aantal,
soort functies, branche);
- of hier al cliënten door het bedrijf zijn geplaatst, zo ja, om hoeveel
cliënten gaat het en om welke soorten functies;
- de te verwachte concrete plaatsingsmogelijkheden binnen één jaar
vanaf datum afsluiten van de mantelovereenkomst (aantal, soort
functies);
- de naam van een contactpersoon van het netwerkcontact inclusief en
telefoonnummer ter verificatie.
2.2.8.
Financieel-economische draagkracht
Bij de beoordeling van de
bedrijfseconomische stabiliteit gaat het om de vraag of het UWV
het
vertrouwen heeft dat het bedrijf de kwaliteit van de dienstverlening tot
en met datum einde van de mantelovereenkomst kan borgen. Om dit inzicht
in te verkrijgen, dient het bedrijf de volgende gegevens te leveren:
2.2.8.1. Het bedrijf dient
te beschikken over een adequate aansprakelijkheidsverzekering
Bij een adequate
aansprakelijkheidsverzekering gaat het erom dat het bedrijf verzekerd
is voor de aansprakelijkheid voor zaak- en personenschade door een
verkeerde (be)handeling, een nalaten of een beroepsfout.
Het bedrijf dient een kopie
van de polis en polisvoorwaarden te overleggen. Hieruit dient
nadrukkelijk te blijken dat het bedrijf verzekerd is tegen beroepsrisico’s
bij het uitoefenen van taken in het kader van (re-)integratieactiviteiten. Dit minimaal tot een bedrag van
€|1 000 000,- per
jaar. Het bedrijf dient daarbij de betreffende passages in de relevante
paragrafen in de polis te markeren.
2.2.8.2. Concernverklaring
Maakt het bedrijf onderdeel
uit van een concern, dan geeft de moedermaatschappij een
concernverklaring af. Er is sprake van een concern indien bij de Kamer
van Koophandel een ander bedrijf (bijvoorbeeld een holding) staat
aangeven als eigenaar. Indien meerdere bedrijven een aanmerkelijk belang
hebben in het bedrijf dat inschrijft, dienen al deze bedrijven een
concernverklaring af te geven.
Met de concernverklaring
geeft de moedermaatschappij aan de verplichtingen voortvloeiend uit het
opdracht waarop wordt ingeschreven te zullen overnemen indien de
dochter in gebreke blijft.
Deelnemende
partijen voor welke een concernverklaring is afgegeven moeten de
financiële gegevens van de moedermaatschappij( en) aanleveren.
2.2.8.3.Minimaleomzeteis
Als bewijs van voldoende
financieel economische draagkracht moet het bedrijf aantonen dat het
over het meest recent verstreken boekjaar gemiddeld genomen een totale
omzet van €|20 000,- heeft behaald met het uitvoeren van
re-integratietrajecten.
Dat het bedrijf aan de
hiervoor gestelde eis voldoet, dient te worden aangetoond door een
daartoe strekkende, schriftelijke en ondertekende verklaring van een
accountant. In deze verklaring moet expliciet worden vermeld dat de
gevraagde omzet is behaald. UWV
heeft het recht om van het bedrijf te
verlangen dat de verklaring met de onderliggende financiële gegevens
wordt toegelicht. Desgewenst kan het bedrijf in plaats van het
overleggen van een separate accountantsverklaring ook volstaan met het
overleggen van de door de accountant goedgekeurde jaarstukken over het
gevraagde boekjaar. In dat geval dient de omzet duidelijk uit die
jaarstukken te blijken.
2.2.8.4 Nieuwe bedrijven
Een bedrijf dat
- in
verband met het feit dat het nog kort bestaat - niet kan voldoen aan
de minimaleomzeteis, kan een bankgarantie overleggen. Met deze
bankgarantie verklaart het bedrijf te voldoen aan de minimaleomzeteis.
Indien aan de orde, dan dient het bedrijf contact op te nemen met UWV.
3. Het re-integratieplan
1. De cliënt dient, daarbij
eventueel ondersteund door het bedrijf of een arbeidsadviseur, een
re-integratieplan op te stellen. UWV
heeft een format voor dit
re-integratieplan ontwikkeld welke verplicht gebruikt moet worden. Dit
format voor het re-integratieplan is te downloaden vanaf www.uwv.nl.
Het re-integratieplan moet volledig zijn naar uit te voeren activiteiten en
daarmee gepaard gaande kosten. In het re-integratieplan mogen geen open
posten opgenomen worden die later ingevuld worden.
2. De cliënt moet ermee instemmen dat het re-integratieplan aan UWV
wordt voorgelegd. Het re-integratieplan vormt een voor bezwaar en beroep
vatbare beschikking. Deze beschikking en de melding beschikking aan het
bedrijf vormen de documenten waarin de afspraken tussen cliënt, bedrijf
en UWV zijn vastgelegd.
3. Het re-integratieplan moet samen met het aanvraagformulier IRO zijn
ingediend binnen 35 kalenderdagen nadat de cliënt aan UWV heeft
meegedeeld voor een individuele re-integratieovereenkomst in aanmerking
te willen komen.
Indien de cliënt niet in
staat is om binnen deze termijn een re-integratieplan in te dienen, kan
de cliënt om verlenging van de termijn verzoeken. De termijn van
verlenging bedraagt maximaal 21 kalenderdagen. Als het re-integratieplan
te laat wordt ingediend, wordt de aanvraag om een IRO afgewezen.
4. Wijze van betaling
1. Op grond van artikel 4.2,
derde lid, van het Besluit SUWI dient UWV
het maximale bedrag voor
uitvoering van een IRO vast te stellen. Dit bedrag is door UWV
vastgesteld op €|5 000,- exclusief BTW. De eventuele kosten van scholing
zijn van dit bedrag uitgezonderd aangezien een scholing door de
scholingsmakelaar wordt ingekocht en betaald. Dit laat onverlet dat UWV,
ook als het maximumbedrag niet wordt overschreden, steeds zal toetsen of
de voorgestelde re-integratieactiviteiten de slimste weg naar werk
vormen. Het bedrijf dient daartoe een gespecificeerde offerte in te
dienen.
2. Indien wordt aangetoond dat een hoger bedrag noodzakelijk is om de
cliënt te re-integreren, bijvoorbeeld omdat de cliënt behoort tot de
groep "zeer moeilijk plaatsbaren",
kan de cliënt UWV verzoeken om een hoger bedrag beschikbaar te stellen
voor uitvoering van de IRO. In het re-integratieplan dient gemotiveerd
te worden waarom een hoger bedrag noodzakelijk is.
5. Scholing
Scholing wordt alleen door
UWV
vergoed als de scholing noodzakelijk is voor de cliënt om weer aan
het werk te komen. Indien op basis van het scholingsprotocol [zie Beleidsregels
Protocol Scholing, red.] is
vastgesteld dat scholing noodzakelijk is, dan dient de scholing via de
scholingsmakelaar ingekocht worden. De aanmelding bij de
scholingsmakelaar wordt door UWV gedaan. Ook de betaling en facturering
van de scholing verloopt via de scholingsmakelaar en niet via het
bedrijf. Voor meer informatie over het scholingsprotocol en de
scholingsmakelaar zie www.uwv.nl.
6. De mantelovereenkomst
Als de cliënt voor een IRO
in aanmerking komt, sluit UWV
een mantelovereenkomst met het bedrijf (of
heeft deze reeds eerder gesloten). De mantelovereenkomst bevat de
juridische basis voor de afspraken tussen het bedrijf en UWV. Naast het
bepaalde in artikel 4.1 Besluit
SUWI worden in de
mantelovereenkomst in
ieder geval onderstaande aspecten geregeld.
1. Het bedrijf dient gegevens te overleggen aan UWV op grond waarvan kan
worden vastgesteld dat de dienstbetrekking is aangegaan voor ten minste
zes maanden of de cliënt arbeid heeft verricht en met die arbeid
gedurende ten minste zes maanden inkomsten heeft verworven.
2. Het bedrijf dient, gelijktijdig met het indienen van een factuur, te
rapporteren over de voortgang van het re-integratietraject. Zie voor de
factuur- en rapportagemomenten bijlage A bij het Beoordelingskader. In
de rapportage is een beschrijving opgenomen van de werkzaamheden die
zijn verricht ten behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces van
de cliënt. Bij het einde van het traject zonder dat een plaatsing is
gerealiseerd, moet een eindrapportage worden geleverd aan UWV. Deze
eindrapportage dient minimaal de navolgende elementen te bevatten:
a. de reden waarom het traject niet tot een werkhervatting heeft geleid;
b. de houding van de cliënt;
c. een advies op welke wijze verder te gaan.
1º. In de voortgangsrapportage wordt een prognose voor de resterende
periode van het traject beschreven en wordt verantwoording afgelegd over
de voortgang van het traject tot op dat moment en ten opzichte van de
planning in het re-integratieplan.
2º. De rapportages over de voortgang van het traject moeten door zowel
het re-integratiebedrijf als de cliënt worden ondertekend.
3º. Het bedrijf heeft een verantwoordings- en informatieplicht ten
aanzien van feiten en omstandigheden die mogelijk kunnen leiden tot
sanctionering. Voor de melding van dergelijke gedragingen dient het
bedrijf het formulier handhaving te gebruiken.
4º. Dat de IRO door beide partijen slechts wegens gewichtige redenen
tussentijds door opzegging kan worden beëindigd.
5º. De mantelovereenkomst wordt in principe voor onbepaalde tijd
aangegaan. Minimaal eens per jaar vindt toetsing plaats via een audit.
Mocht de uitkomst van de audit zijn dat een bedrijf niet voldoet aan de
voorwaarden zoals neergelegd in dit beoordelingskader en/of de kwaliteit
van de geleverde dienstverlening door UWV als voldoende wordt beschouwd,
behoudt UWV zich het recht voor om de overeenkomst éénzijdig te
ontbinden.
Bijlage A van het
Beoordelingskader individuele re-integratieovereenkomst 2008
| Rapportage- en
factuurmomenten |
Op te leveren informatie |
Soort moment |
| Oplevering
re-integratieplan = factuurmoment |
Zie inhoud van het
standaardre-integratieplan. |
Vast |
| Voortgangsrapportage op
zes maanden na
akkoord re-integratieplan = factuurmoment |
Een door de cliënt
ondertekende voortgangsrapportage waarin de prognose voor de resterende periode
van het traject aan de orde wordt gesteld,
alsmede verantwoording wordt afgelegd over de voortgang van het traject
tot op dat moment ten opzichte van de planning in
het re-integratieplan. |
Vast |
| Vermoedelijke datum werkhervatting |
Heeft de cliënt op de
vermoedelijke datum van werkhervatting het
werk niet hervat zoals aangegeven in
het re-integratieplan, dan dient het bedrijf met een door de cliënt
ondertekende rapportage inzicht te geven in de reden hiervan en welke
perspectieven en vervolgstappen er worden gezet om het werk te hervatten. |
Incidenteel |
| Einde traject zonder
plaatsing = factuurmoment |
Wordt het traject zonder dat
de cliënt het werk hervat
(tussentijds) beëindigd, dan dient het bedrijf -
direct bij tussentijdse beëindiging en uiterlijk op
einddatum van de maximale trajectduur - een gemotiveerde eindrapportage
op te leveren die door de cliënt
ondertekend is. In de rapportage dient
onder meer naar voren te komen:
- de reden waarom het
traject niet tot werkhervatting heeft geleid;
- de houding van de
cliënt;
- een advies op welke
wijze verder te gaan. |
Incidenteel |
| Twee maanden na datum werkhervatting in een
dienstverband van ten minste zes maanden = factuurmoment |
De plaatsing wordt geteld.
Het bedrijf dient op dit moment de
volgende documenten te overleggen:
- een door werkgever en
werknemer (cliënt) getekende
arbeidsovereenkomst voor ten minste zes maanden of
langer of een hiermee gelijkgestelde
verklaring zoals is opgenomen onder Bewijslast plaatsingen;
- een door werkgever en
cliënt getekende verklaring dat de cliënt na
ommekomst van de overeengekomen
proeftijd nog bij werkgever in dienst
is en dat feitelijk twee maanden is
gewerkt. |
Vast |
| Na ommekomst van
zes maanden indien gewerkt
is overeenkomstig de plaatsingsdefinitie in uitzendwerk, kortdurende arbeid/zelfstandige =
factuurmoment |
De plaatsing wordt geteld.
Het bedrijf dient op dit moment de
volgende documenten te overleggen:
- door opdrachtgever(s) en
cliënt getekende verklaring waaruit blijkt
dat de cliënt voor ten minste zes
maanden arbeid heeft verricht die in omvang
voldoet aan het gestelde onder Bewijslast plaatsingen. |
Vast |
| Cliënt werkt tijdens het
re-integratietraject niet (voldoende) mee |
Het bedrijf overlegt een
schriftelijke rapportage conform het UWV-meldingsformulier. |
Incidenteel |
Toelichting op het
Beoordelingskader individuele re-integratieovereenkomst UWV 2008
Algemene voorwaarden
In
dit deel van het beoordelingskader is vermeld wie voor de IRO in
aanmerking komt. Dit is in principe de cliënt die een uitkering
ontvangt van UWV.
De cliënt moet een afstand tot de arbeidsmarkt
hebben en daardoor zijn aangewezen op ondersteuning door inzet van
re-integratie-instrumenten. Cliënten die geen of een geringe afstand tot
de arbeidsmarkt hebben, komen in principe niet voor een IRO in
aanmerking.
De cliënt moet uitzicht
hebben op reguliere betaalde arbeid. Indien geen uitzicht bestaat op
reguliere betaalde arbeid, moet gekeken worden of andere instrumenten
ingezet kunnen worden. De cliënt moet ook onder de re-integratieverantwoordelijkheid vallen van UWV. Een werknemer die onder
de re-integratieverantwoordelijkheid van de werkgever valt, komt niet
voor een IRO in aanmerking. Dit is het geval bij ziekte gedurende de
eerste twee jaar en als de werkgever eigenrisicodrager is. Als een
cliënt door UWV al bij een bedrijf is gemeld voor ondersteuning bij
re-integratie, kan de cliënt niet meer in aanmerking komen voor een IRO.
Beoordeling bedrijf
Elk bedrijf dat een IRO voor
een cliënt wil afsluiten, moet aan een aantal voorwaarden voldoen. De
voorwaarden bestaan enerzijds uit een aantal uitsluitingsgronden.
Anderzijds wordt een aantal entree-eisen gesteld.
Ten aanzien van de
uitsluitingsgronden zal in eerste instantie een verklaring worden
gevraagd van het bedrijf dat de uitsluitingsgronden niet van toepassing
zijn. UWV
kan echter om nadere verklaring en onderbouwing vragen. Mocht
blijken dat een bedrijf bewust een onjuiste verklaring heeft gegeven, dan
wordt het bedrijf uitgesloten van uitvoering van de IRO.
De verklaring is opgenomen
op de achterzijde van het aanvraagformulier IRO. Het aanvraagformulier
IRO moet door de cliënt en het bedrijf worden ingevuld. Het bedrijf moet
aangeven of al eerder getoetst is of het bedrijf de IRO mag uitvoeren.
Als dat niet het geval is, moet het bedrijf de verklaring op de
achterzijde van formulier invullen. Na ontvangst van de aanvraag wordt
het re-integratieplan beoordeeld en als dit akkoord is, mag het bedrijf
starten met de uitvoering van de IRO. Ondertussen start UWV met de
uitvoering van een audit om vast te stellen of het bedrijf ook voldoet
aan de gestelde kwaliteitseisen. Het bedrijf wordt hiervoor benaderd
door UWV.
Als blijkt dat het bedrijf
ook voldoet aan alle entree-eisen, krijgt het bedrijf hiervan
schriftelijk bericht. Daarnaast wordt met het bedrijf een mantelovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst is de juridische basis
voor de samenwerking tussen het bedrijf en UWV. De overeenkomst heeft in
principe een onbeperkte duur, maar elk jaar wordt getoetst of het
bedrijf nog steeds aan alle voorwaarden voldoet.
De aanvraag IRO/het
re-integratieplan
Indienen aanvraag
De cliënt moet de aanvraag
met het re-integratieplan binnen 35 kalenderdagen indienen, nadat de
cliënt aan UWV
heeft meegedeeld dat hij voor een IRO in aanmerking wil
komen. Als deze termijn te kort is om de aanvraag in te dienen,
bijvoorbeeld omdat het opstellen van het re-integratieplan meer tijd
vergt, kan de cliënt een verzoek om verlenging indienen. De
aanvraagtermijn kan met maximaal 21 kalenderdagen worden verlengd. Als
direct al duidelijk is dat de aanvraagtermijn van 35 kalenderdagen te
kort is, kan direct om verlenging worden verzocht.
Het re-integratieplan
Het re-integratieplan moet
aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat UWV
het re-integratieplan goed
kan toetsen. Het UWV heeft hiervoor een format ontwikkeld welke
verplicht gebruikt moet worden om het plan bij UWV in te dienen. Het
format re-integratieplan is te vinden op de website van UWV www.uwv.nl.
Op basis van het
re-integratieplan beoordeeld UWV de aanvraag voor een IRO. Beoordeeld
wordt welke vorm van re-integratiedienstverlening aangewezen is en
daarnaast of de in het re-integratieplan voorgestelde dienstverlening ook
noodzakelijk is.
Voordat een aanvraag voor
een IRO wordt ingediend, is het verstandig dat de cliënt eerst met de
re-integratiecoach van UWV overlegt of een IRO wel het voor de hand
liggende re-integratie-instrument is, dan wel dat er andere mogelijkheden
zijn.
Assessment
Het kan gebeuren dat eerst
een bepaalde vorm van assessment nodig is alvorens de cliënt het
re-integratieplan kan opstellen. Ook dit assessment kan door middel van
de IRO worden vergoed. De cliënt kan het assessment ook bij een ander
bedrijf laten uitvoeren. Dat re-integratiebedrijf dient dan als
onderaannemer van het bedrijf dat het traject gaat uitvoeren op te
treden. Het assessment dient in het re-integratieplan te worden vermeld,
zodat ook vergoeding van de kosten van het assessment mogelijk is. Dat
betekent dat de kosten van het assessment onderdeel moeten uitmaken van
de totale kosten van het traject. Als alleen een assessment wordt
uitgevoerd en geen re-integratieplan wordt opgesteld, worden de kosten
van het assessment niet door UWV
vergoed.
Het kan zijn dat de cliënt
alleen aan het traject kan deelnemen nadat bepaalde voorzieningen zijn
getroffen. In dat geval dient gelijktijdig met de aanvraag om een IRO
ook een aanvraag voor de voorziening te worden ingediend.
Scholing
Voordat scholing ingezet kan
worden, dient eerst op basis van het scholingsprotocol [zie Beleidsregels
Protocol Scholing, red.] te worden
getoetst of de scholing ook noodzakelijk is voor cliënt om weer aan het
werk te komen. Voor meer informatie over het scholingsprotocol zie www.uwv.nl.
Als scholing noodzakelijk is, kan dit door de scholingsmakelaar worden
ingekocht; ook de betaling van de scholing verloopt via de
scholingsmakelaar.
Duur van de IRO
De inzet van
re-integratie-instrumenten is erop gericht om cliënten zo snel mogelijk
aan het werk te helpen. De duur van een IRO moet dan ook zo kort
mogelijk zijn. Bij de beoordeling van het re-integratieplan wordt dit
ook getoetst. De maximale duur van een traject is twee jaar, maar dit is
voorbehouden voor cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Wijziging re-integratieplan
Nadat het
re-integratietraject is gestart, kan het voorkomen dat geconstateerd
wordt dat het re-integratieplan gewijzigd moet worden. Als de wijziging
niet leidt tot een verhoging van de kosten, dient de wijziging in de
voortgangsrapportage gemeld te worden. Als de wijziging wel tot een
verhoging van de kosten leidt, dient een aanvullende aanvraag ingediend
te worden. Wordt in afwijking van het re-integratieplan bijvoorbeeld
alsnog scholing ingezet, dan dient dit ook gemeld te worden omdat dit
gevolgen voor de uitkering kan hebben.
De wijze van betalen
De kosten van het
individuele re-integratietraject worden tot een bedrag van maximaal €|5
000,- exclusief BTW vergoed. Als wordt aangetoond dat dit bedrag
onvoldoende is om aan het werk te komen, kan de cliënt voor een hoger
bedrag in aanmerking komen. Inkoop en facturering van scholing verloopt
via de scholingsmakelaar en vallen dus buiten het maximumbedrag van €|5
000,-. Kosten van eventuele (vaardigheids)trainingen die niet als
scholing zijn aan te merken, maken deel uit van het re-integratietraject
en dienen uit het maximale bedrag van €|5
000,- vergoed te worden.
Bedrijven dienen, ook als
zij binnen het maximum van €|5
000,- blijven, een gespecificeerde
factuur in te dienen. De kosten van de IRO moeten per dienst/product
worden gespecificeerd.
De kosten zijn inclusief de
reiskosten van de cliënt. Het bedrijf vergoedt de volledige reiskosten
aan de cliënt op basis van kosten openbaar vervoer (2e klas).
De reiskosten worden door
het bedrijf rechtstreeks aan de cliënt vergoed. Uitsluitend in het
geval er sprake is van een medische indicatie voor vervoer per (rolstoel)taxi, dan dient het bedrijf contact op te nemen met de
re-integratiecoach van UWV. Deze kosten worden
- indien aangewezen - niet uit de trajectkosten betaald.
De betaling van de kosten
aan het bedrijf vindt plaats op basis van zogenaamde
resultaatfinanciering. Dit houdt in dat 50% van de kosten van het
traject worden vergoed op basis van inspanning en 50% op basis van
resultaat. Als de cliënt op basis van het protocol "zeer moeilijk
plaatsbaren" [zie Beleidsregels
Protocol zeer moeilijk plaatsbaar, red.] als zeer moeilijk plaatsbaar wordt aangemerkt, geldt een
resultaatfinanciering in de verhouding 80/20.
Bewijslast plaatsingen
Als bewijs dat voldaan is
aan een plaatsing overlegd het bedrijf op het moment waarop de plaatsing
geteld kan worden:
- Voor plaatsing op een arbeidsovereenkomst voor ten minste zes maanden:
• een door werkgever en werknemer (cliënt) getekende verklaring
waaruit zowel de omvang als de duur van het dienstverband is af te
leiden; én
• dat de cliënt na ommekomst van de overeengekomen proeftijd nog bij
werkgever in dienst is; én
• dat door de cliënt feitelijk twee maanden is gewerkt.
- Voor plaatsingen als zelfstandige, uitzendwerk of kortdurende arbeid:
• eén of meerdere getekende verklaringen door opdrachtgever(s) én
cliënt waaruit blijkt dat de cliënt voor ten minste zes maanden arbeid
heeft verricht die in omvang voldoet aan het aantal uren zoals opgenomen
in de plaatsingsdefinitie voor de werkzoekende met een arbeidshandicap
of de ontslagwerkloze.
In het geval het bedrijf
niet in staat blijkt aan de bewijslast te voldoen, dan is het mogelijk
om in overleg met UWV
andere documenten te overleggen waaruit de
plaatsing valt af te leiden. Hiertoe behoort het overleggen van:
- minimaal twee loonstroken indien het om een plaatsing op een
arbeidsovereenkomst voor ten minste zes maanden gaat;
- loonstroken over de periode waarin is gewerkt voor plaatsingen als
zelfstandige, uitzendwerk of kortdurende arbeid; óf
- indien voorgaande bewijsstukken evenmin zijn te overleggen, dan dient
uit de plaatsingrapportage de plaatsing te blijken door het opnemen van
relevante gegevens over de werkhervatting (zoals de vermelding van de
naam van de werkgever, de ingangsdatum van het dienstverband, het aantal
uren dat gewerkt wordt evenals de duur dienstverband).
Het bedrijf kan de plaatsing
als resultaat (in zijn systeem) registreren als UWV
een plaatsingsbrief
heeft verstuurd. UWV stuurt de plaatsingsbrief veelal binnen
vijf kalenderdagen na ontvangst van de gegevens van het bedrijf. In deze
brief bevestigt UWV de plaatsing.
Wordt
de plaatsing (nog) niet geaccepteerd, dan ontvangt het bedrijf binnen
tien kalenderdagen hierover een brief. UWV neemt, voorafgaand aan verzending
van deze brief, contact op met het bedrijf.
TOELICHTING
[21 januari 2008]
Voor de uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst (IRO)
dient UWV een beoordelingskader op te
stellen. Met het Besluit beoordelingskader individuele
reïntegratieovereenkomst 2008 worden de voorwaarden vastgelegd
waaronder UWV een IRO toekent aan een cliënt.
In het beoordelingskader is een aantal
voorwaarden opgenomen die getoetst moeten worden als een IRO wordt
aangevraagd. Er gelden voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf. Er
worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de liquiditeit en
solvabiliteit van het bedrijf en er geldt een aantal kwaliteitseisen.
Deze eisen komen voor een deel overeen met de eisen die gesteld worden
in het kader van het keurmerk Blik op Werk. Daarnaast wordt een aantal
voorwaarden gesteld aan het reïntegratieplan. Deze voorwaarden zijn in
artikel 4.8 van de Regeling SUWI
opgenomen en komen overeen met de reguliere eisen die UWV stelt aan
reïntegratieplannen.
Het in 2006 gepubliceerde Besluit
beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst 2006 (Stcrt.
2006, 5) wordt vervangen door dit besluit. De belangrijkste wijzigingen
ten opzichte van het beoordelingskader 2006 zijn de aangescherpte eisen
waar een reïntegratiebedrijf aan moet voldoen.
De voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|