|
Besluit van de Raad
van bestuur van de
Sociale verzekeringsbank van 10 juni 2009,
houdende de
bekendmaking van de beleidsregels 2009 (Besluit beleidsregels SVB 2009)
De
Raad van bestuur van de
Sociale verzekeringsbank;
Gelet op artikel 34, eerste
lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, artikel 8a
van de Remigratiewet, de artikelen
6 tot en met 9 van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte
kinderen 2000, artikel 13 van
de Regeling
tegemoetkoming asbestslachtoffers en artikel 9, eerste lid, van de
Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van
mesothelioom, alsmede gelet
op het Boetebesluit
socialezekerheidswetten en het Maatregelenbesluit
socialezekerheidswetten;
Besluit:
Art. 1.
-1. Bij de uitvoering van de
in artikel 34
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen genoemde wetten, de Remigratiewet, de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte
kinderen 2000, de Regeling
tegemoetkoming asbestslachtoffers en de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers
van mesothelioom past de
Sociale verzekeringsbank het beleid toe dat is neergelegd
in de bijlage bij dit besluit.
-2.
In afwijking van het eerste lid past de Sociale verzekeringsbank het
beleid opgenomen in de hierna te noemen onderdelen van de bijlage eerst
toe met ingang van de datum waarop het bij koninklijke boodschap van 22
juli 2004 ingediende voorstel van wet tot de aanvulling van de Algemene
wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet
bestuursrecht) (Kamerstukken 29 702) en het bij koninklijke boodschap
van 24 augustus 2007 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van
bijzondere wetten aan de vierde tranche
van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet
vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) tot wet zijn verheven en
in werking treden:
- SB1083 (Tijdstip
van betaling);
- SB1084 (Overmakingskosten);
- SB1106 (De hoogte van de bestuurlijke boete);
- SB1108 (Mate van verwijtbaarheid);
- SB1243 (Omstandigheden waarin betrokkene verkeert);
- SB1109 (De betaling van de boete);
- SB1111 (Afzien van een sanctie wegens dringende redenen);
- SB1248 (Terugvordering basisvoorziening Remigratiewet);
- SB1250 (Wijze van terugbetaling);
- SB1251 (Termijnen van verrekening en uitstel van betaling);
- SB1252 (Wijziging of intrekking van het uitstel van betaling);
- SB1119 (Afzien van verdere terugvordering);
- SB1253 (Schuldregeling en schuldsanering);
- SB3218 (Vergoeding van wettelijke rente).
-3.
In afwijking van het eerste lid blijven de hierna te noemen onderdelen
van de bijlage bij het Besluit beleidsregels
SVB 2008 van
toepassing tot het moment waarop het bij koninklijke
boodschap van 22 juli 2004 ingediende voorstel van wet houdende de
aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht
(Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht) (Kamerstukken
29 702) en het bij koninklijke boodschap van 24 augustus 2007 ingediende
voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten
aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet
vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) tot wet zijn verheven en
in werking treden:
- SB1083 (Tijdstip van betaling);
- SB1084 (Overmakingskosten);
- SB1106 (De hoogte van de boete);
- SB1108 (Mate van verwijtbaarheid);
- SB1243 (Omstandigheden waarin betrokkene verkeert);
- SB1109 (De betaling van de boete);
- SB1111 (Afzien van een sanctie wegens dringende redenen);
- SB1117 (De wijze van terugbetaling);
- SB1119 (Afzien van terugvordering);
- SB3218 (Vergoeding van schade wegens betalingsverzuim);
- SB3220 (Wettelijke rente).
Art. 2.
Het Besluit beleidsregels
SVB 2008 (Stcrt. 2008, 112) wordt ingetrokken.
Art.
3.
Dit besluit treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Art.
4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Besluit beleidsregels SVB 2009.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De
bijlage wordt ter inzage gelegd bij de vestigingskantoren
en het hoofdkantoor van de Sociale verzekeringsbank.
Amstelveen, 10 juni 2009.
De voorzitter Raad van bestuur SVB,
E.F. Stoové.
TOELICHTING
[10 juni 2009]
De Sociale verzekeringsbank
(SVB) publiceert sinds 1997
jaarlijks het beleid dat zij hanteert bij
de uitvoering van de aan haar opgedragen
wetten en regelingen. Publicatie vindt plaats
door bekendmaking van een
besluit als het voorgaande, inhoudende
dat door de Raad van bestuur van de
SVB opnieuw de SVB-beleidsregels voor
het desbetreffende jaar zijn vastgesteld. De
bijlage waarnaar in het besluit
wordt verwezen, betreft de gebundelde verzameling SVB-beleidsregels die
voor een ieder ter inzage ligt
bij de vestigingskantoren
en het hoofdkantoor van de SVB. De inhoud van de
publicatie kan tevens worden
ingezien via het internet op www.svb.nl.
Ook
voor het jaar 2009 zijn de SVB Beleidsregels geactualiseerd.
In Deel I (AOW,
Anw, Remigratiewet,
TOG 2000, Rta [Regeling
tegemoetkoming asbestslachtoffers, red.] en Rtnsm [Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers
van mesothelioom, red.])
zijn ten opzichte van de vorige herziening de volgende onderwerpen
gewijzigd.
SB1006 (Onweerlegbaar rechtsvermoeden) is
aangepast naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB [Centrale
Raad van Beroep, red.] van 24 april 2008 (LJN BD0478). Uit
deze uitspraak volgt dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden gebaseerd op
het feit dat uit een relatie een kind is geboren, niet van toepassing is
als het jongste kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
In SB1014 (Tot het huishouden behoren) is
aangegeven vanaf welk moment het verblijf van een ouder bij een kind dat
voorafgaand aan dit verblijf niet tot zijn huishouden behoorde, ertoe
leidt dat een huishouden van ouder en kind aanwezig wordt geacht.
In SB1017 (Werkloos/inschrijving
arbeidsbureau/redelijke termijn) is beleid geformuleerd in verband met
de intrekking van de Regeling van 20
december 1991 van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, nr. SZ/SV/T/91/4045, houdende een regeling ex artikel 7
van de Algemene Kinderbijslagwet (Stcrt. 1991, 252). Uit de
toelichting bij de SZW-intrekkingsregeling
2008 (Stcrt. 2008, 184) blijkt dat er geen materiële
wijziging is beoogd. Daarom continueert de SVB
de handelwijze die voorheen was gebaseerd op de Regeling
ex artikel 7 Algemene Kinderbijslagwet. Dit is tot uitdrukking
gebracht in SB1017.
SB1030 (Verzekering op grond van werken) is
aangepast teneinde het beleid ten aanzien van de verzekeringspositie van
arbeidsmigranten te verduidelijken. Deze aanpassing ziet op de
bewijsrechtelijke aspecten van in het verleden verrichte arbeid.
SB1035 (Wonen in Nederland, werken buiten
Nederland) is gewijzigd in verband met het feit dat het beleid naar
aanleiding van het arrest-Aldewereld is samengebracht in deel II, SB2135
(Territoriale werkingssfeer).
In SB1039 (Onbillijkheden van overwegende aard:
artikel 24) is opgenomen op welke wijze de SVB tegemoetkomt aan de
situatie waarin sprake is van dubbele verzekering door de toepassing van
het beleid ten aanzien van het arrest-Aldewereld.
In SB1047 (Betaling van de premie) is in
verband met de vierde tranche van de Algemene wet
bestuursrecht toegevoegd dat de mededeling over de verschuldigde
premie voor de vrijwillige verzekering geen beschikking is waaruit een
betalingsverplichting volgt.
In SB1049 (Inkomenstoets, herleiding naar
maandinkomen) is een uitzondering geformuleerd op de regel dat
nabetalingen van uitkeringen worden toegerekend aan de
uitkeringstermijnen waarover recht bestaat. De uitzondering betreft de
eenmalige betaling van aanvullend pensioen die voortvloeit uit een
indexering door een pensioenfonds.
SB1057 (Voldoen aan de onderhoudsvoorwaarden)
is aangepast zonder dat een materiële wijziging is beoogd. Duidelijker
is aangegeven welke handelwijze is gebaseerd op artikel
7a van het Besluit
onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag en welke handelwijze op beleid
van de SVB.
SB1061 (Blijvend of voorlopig blijvend
gehandicapt) is uitgebreid met uitleg over het Beoordelingsinstrument TOG.
Daarnaast is in SB1061 verduidelijkt wat moet worden verstaan onder
communicatiegebreken.
SB1063 (Werknemers) is in overeenstemming
gebracht met het protocol dat door het Instituut Asbestslachtoffers
wordt gebruikt om het oorzakelijk verband te bepalen tussen de ziekte
maligne mesothelioom en blootstelling aan asbest tijdens het verrichten
van arbeid als werknemer.
In SB1068 (Toekenning van voorschotten) vervalt
het beleid om in bijzondere gevallen tot voorschotverlening over te gaan
indien over de bij wijze van voorschot te verlenen uitkering nog geen
redelijke mate van zekerheid bestaat. Aanleiding voor deze wijziging
vormt de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht.
In SB1097 (Mededelingsverplichting) is de Wet
eenmalige gegevensuitvraag [lees: Wet eenmalige
gegevensuitvraag werk en inkomen, red.] verwerkt. Tevens is
de Mededelingsverplichting AOW (SB1245) gewijzigd. De
pensioengerechtigde hoeft niet langer te melden dat de kinderbijslag
voor het kind is beëindigd.
De Mededelingsverplichting Anw (SB1246) is
eveneens gewijzigd. De gerechtigde die een inkomensonafhankelijke
nabestaandenuitkering ontvangt, hoeft niet langer in alle gevallen
melding te maken van een wijziging in de aard van het inkomen en de
hoogte van een uitkering die niet in ontvangst wordt genomen.
Ook de mededelingsverplichting AKW (SB1247) is
gewijzigd. Als een kind niet tot het huishouden van de aanvrager of
diens partner behoort en de aanvrager of diens partner langer dan 45
dagen bij het kind verblijven, dient dit te worden gemeld.
De mededelingsverplichting AKW is daarnaast op
één punt verbeterd. In de mededelingsverplichting AKW stond dat de
aanvrager of diens partner het sluiten of eindigen van een notarieel
samenlevingscontract moet melden. De verplichting betreft echter het
gaan voeren of eindigen van een gezamenlijke huishouding in de zin van
de AOW en de Anw.
Vanwege de vierde tranche van de Algemene wet
bestuursrecht, de daarmee gepaard gaande wijzigingen in de AOW, de Anw
en de AKW en nieuwe lagere regelgeving is het gehele onderwerp
invordering opnieuw beschreven onder de kop Invordering van
bestuursrechtelijke geldschulden (SB1250 t/m SB1253).
De beleidsregels over schuldsanering zijn
uitgebreid met beleidsregels over schuldregeling en samengevoegd in
SB1253 (Schuldregeling en schuldsanering). In SB1253 vermeldt de SVB van
welke personen zij een verzoek om een schuldregeling in behandeling
neemt.
In deel II (Internationaal) zijn de volgende wijzigingen aangebracht.
In verband met het arrest-Chuck van het Hof van
Justitie EG van 3 april 2008 is een item opgenomen betreffende de
territoriale werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (SB2135).
De beleidsregels over de extraterritoriale werking van de conflictregels
die voorheen in SB2135 werden beschreven, zijn hier in enigszins
gewijzigde vorm in ondergebracht.
Belangrijke wijzigingen met betrekking tot de
territoriale werkingssfeer van bilaterale verdragen zijn aangebracht in
SB2169 (Territoriale werkingssfeer).
In deel III (Awb) zijn de volgende
wijzigingen opgenomen.
SB3208 (Indiening van stukken) is gewijzigd. De
SVB stuurt op verzoek van de indiener van een
bezwaarschrift een kopie van het dossier of de ontbrekende stukken toe.
SB3218 (Vergoeding van wettelijke rente) is
gewijzigd in verband met de vierde tranche van de
Algemene wet bestuursrecht.
SB3221 (Vergoeding van schade wegens
overschrijding van de redelijke termijn) is gewijzigd naar aanleiding
van de uitspraken van de Centrale Raad van
Beroep van 26 januari 2009 en 29 april 2009.
Deel IV (Overige onderwerpen) is ongewijzigd.
Een groot aantal wijzigingen houdt verband met de Vierde
tranche Algemene wet bestuursrecht, de Aanpassingswet
vierde tranche Awb en de hierop gebaseerde lagere regelgeving. Deze
wetgeving zal vermoedelijk op 1 juli 2009 in werking treden, maar deze
datum staat nog niet vast op het moment dat het onderhavige besluit
wordt genomen. De wijzigingen in de beleidsregels die hiermee verband
houden, behoren effect te krijgen op het moment waarop deze wetgeving in
werking treedt. Daarom is in artikel 1, tweede lid, van
dit besluit bepaald dat bepaalde onderdelen van de SVB beleidsregels
2009 van toepassing worden vanaf het moment waarop de Vierde tranche
Algemene wet bestuursrecht in werking treedt. In artikel 1,
derde lid, van dit besluit is bepaald dat bepaalde onderdelen van de SVB
beleidsregels 2008 van toepassing blijven tot het bedoelde tijdstip.
De
voorzitter van de Raad van bestuur SVB,
E.F. Stoové.
|