|
24 juni 2003/nr. CWI
2002/006
De Raad van
bestuur van de
Centrale organisatie werk en inkomen;
Gelet op hoofdstuk 6 van de Wet
bescherming persoonsgegevens;
Besluit:
§
1. Definities
Art.
1. Definities
In deze regeling wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet
bescherming persoonsgegevens;
b. CWI: de Centrale organisatie werk
en inkomen als bedoeld in artikel 2 en hoofdstuk 4 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. persoonsgegeven: elk gegeven
betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke
persoon;
d. verwerken van persoonsgegevens:
elke handeling of geheel van handelingen met betrekking tot
persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen,
ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken,
verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere
vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband
brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;
e. betrokkene: degene op wie een
persoonsgegeven betrekking heeft;
f. verantwoordelijke: de natuurlijke
persoon, rechtspersoon of ieder ander die of het bestuursorgaan dat
alleen of tezamen met anderen het doel van en de middelen voor de
verwerking van persoonsgegevens vaststelt;
g. verzoek om inzage: een verzoek om
aan verzoeker mede te delen of, en zo ja, welke hem betreffende
persoonsgegevens worden verwerkt, conform artikel 35 e.v. van de wet;
h. verzoek om correctie: een verzoek
van betrokkene om, conform artikel 36 e.v. van de
wet, zijn
persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te
schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of doeleinden
van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel
anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt;
i. verzoeker: degene die een verzoek
indient bij de CWI;
j. legitimatiebewijs: een document
als bedoeld in artikel 1 van de Wet
op de identificatieplicht.
§
2. Indiening en behandeling verzoeken
Art.
2. Indiening van verzoeken
-1. De betrokkene heeft het recht vrijelijk
en met redelijke tussenpozen een schriftelijk verzoek om inzage in en
correctie van zijn persoonsgegevens in te dienen.
-2. Een schriftelijk ingediend verzoek
wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de volledige naam en voorletters
en het adres van verzoeker;
b. diens geboortedatum;
c. diens sofinummer;
d. een kopie van een geldig
legitimatiebewijs;
e. een omschrijving van de
(veronderstelde) aanleiding op grond waarvan CWI zijn persoonsgegevens
verwerkt.
-3. In aanvulling op het tweede lid bevat
een verzoek om correctie de aan te brengen wijzigingen.
-4. Het verzoek moet worden ingediend bij
de vestiging binnen wiens werkgebied het woonadres van betrokkene is
gelegen.
Art.
3. Kosten van verzoeken
Aan een verzoek om inzage en een verzoek om correctie zijn geen kosten
verbonden.
Art.
4. Behandeling van verzoeken
De vestigingsmanager behandelt een verzoek om inzage dan wel correctie.
Art.
5. Geen verplichting tot behandeling
-1. CWI betrekt bij de behandeling van een
verzoek om inzage slechts die verwerkingen waarvoor zij is aan te merken
als verantwoordelijke.
-2. Een verzoek om inzage wordt geweigerd
voor zover dit in het belang is van:
a. de veiligheid van de staat;
b. de voorkoming, opsporing en
vervolging van strafbare feiten;
c. gewichtige economische en
financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d. het toezicht op de naleving van
wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen,
bedoeld onder b en c; of
e. de bescherming van de betrokkene
of de rechten en vrijheden van anderen.
-3. CWI neemt een verzoek om correctie
slechts in behandeling nadat betrokkene gebruik heeft gemaakt van zijn
recht op inzage.
Art.
6. Ontvangstbevestiging
-1. Binnen vijf werkdagen na ontvangst van
een verzoek verstuurt CWI een ontvangstbevestiging.
-2. De ontvangstbevestiging bevat ten
minste
een beschrijving van de procedure en de te verwachten behandelingsduur
van het verzoek.
§
3. Procedure verzoek om inzage
Art.
7. Procedure verzoek om inzage
-1. CWI deelt verzoeker schriftelijk binnen
vier weken mee of CWI zijn persoonsgegevens verwerkt en of het verzoek
om inzage wordt ingewilligd.
-2. Indien zodanige persoonsgegevens worden
verwerkt en het verzoek is ingewilligd, stelt CWI binnen de in het
eerste lid bedoelde termijn de volgende gegevens ter beschikking:
• een volledig overzicht van de verwerkte gegevens;
• een omschrijving van:
- het doel of de doeleinden van de verwerking;
- de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
- de ontvangers of categorieën ontvangers;
• alle beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
-3. Desgevraagd verschaft CWI tevens informatie
over de systematiek van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
-4. Als het overzicht persoonsgegevens van
een derde bevat die naar verwachting bezwaar zal hebben tegen
verstrekking ervan aan betrokkene, wordt die derde, vóór verstrekking
aan betrokkene, in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te
brengen, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige inspanning kost.
§
4. Procedure verzoek om correctie
Art.
8. Procedure verzoek om correctie
-1. CWI kan een verzoek om correctie
slechts honoreren voor zover de opgenomen gegevens feitelijk onjuist
zijn of voor het doel of doeleinden van de verwerking onvolledig of niet
ter zake dienend dan wel anderszins in strijd met een wettelijk
voorschrift zijn verwerkt.
-2. CWI deelt betrokkene schriftelijk
binnen vier weken na ontvangst van het verzoek mee of dan wel in
hoeverre aan het verzoek om correctie wordt voldaan. Een weigering is
met redenen omkleed.
-3. CWI voert een beslissing tot
verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk
uit.
-4. Indien de persoonsgegevens zijn
vastgelegd op een gegevensdrager waarin geen wijzigingen kunnen worden
aangebracht, treft CWI de voorzieningen die nodig zijn om de gebruiker(s)
van de gegevens te informeren over de onmogelijkheid van verbetering,
aanvulling, verwijdering of afscherming, ondanks het feit dat er grond
is voor aanpassing van de gegevens op grond van artikel 36 van de
wet.
-5. Indien de gegevens naar aanleiding van
het verzoek zijn verbeterd, aangevuld, verwijderd of afgeschermd, brengt
CWI derden aan wie de gegevens voorafgaand daaraan zijn verstrekt, daar
zo spoedig mogelijk van op de hoogte, tenzij dit onmogelijk blijkt of
onevenredige inspanning kost.
-6. Indien betrokkene daarom vraagt, doet
CWI hem opgave van de derden aan wie de mededeling is gedaan.
§
5. Slotbepalingen
Art.
9. Bezwaar en bemiddeling
-1. CWI wijst verzoeker in zijn beslissing
op de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen tegen besluiten die zij op
grond van deze regeling neemt.
-2. CWI wijst verzoeker in de beslissing op
bezwaar op de mogelijkheid daartegen beroep aan te tekenen dan wel een
verzoek tot bemiddeling in te dienen bij het College bescherming
persoonsgegevens.
Art.
10. Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als: Inzage- en correctieregeling CWI.
Art.
11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de datum waarop zij
is gepubliceerd in de Staatscourant en vervangt alle op dat moment nog
geldende inzage- en correctieregelingen van CWI
en diens
rechtsvoorgangers.
Amsterdam, 24 juni 2003.
Centrale organisatie werk en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad van bestuur.
TOELICHTING
[24 juni 2003]
Algemeen
De Wet
bescherming persoonsgegevens (Wbp) kent betrokkene een aantal
rechten toe waardoor hij controle kan uitoefenen op het gebruik van zijn
persoonsgegevens door een verantwoordelijke. Nu CWI
voor diverse
verwerkingen van persoonsgegevens is aan te merken als verantwoordelijke
in de zin van de Wbp (deze zijn - tenzij
zij vallen onder het Vrijstellingenbesluit - aangemeld bij het College
bescherming persoonsgegevens), zal betrokkene zijn rechten ook richting
CWI kunnen uitoefenen. Zo komt hem het recht op inzage en het recht op
correctie toe.
De inzage- en correctieregeling CWI heeft
enerzijds tot doel betrokkenen een houvast te geven bij het uitoefenen
van deze rechten. Anderzijds verschaft de regeling duidelijkheid over de
procedure die CWI hanteert bij het afhandelen van dergelijke verzoeken.
Mogelijkheid van "informele inzage". De
regeling die CWI heeft vastgesteld, sluit aan bij de regeling uit de Wbp.
Dat betekent dat zij alleen van toepassing is op schriftelijke verzoeken
om inzage of correctie.
In de praktijk kan een betrokkene op een
eenvoudigere - zij het niet volledige - manier inzage in zijn gegevens krijgen. Desgevraagd kan hij dan
- met
een adviseur werk & inkomen van het CWI [Centrum
voor werk en inkomen, red.] -
op een beeldscherm
meekijken in de gegevens die CWI over hem heeft opgenomen. Omdat een
adviseur niet geautoriseerd is voor alle systemen die binnen CWI worden
ingezet, betekent dit wel dat betrokkene op dat moment geen volledig
inzicht kan worden gegeven. Om de belangen van eventuele derden te
beschermen, krijgt hij op dat moment verder alleen inzage in die
gegevens die niet ook persoonsgegevens van derden bevatten.
Een adviseur raadpleegt bij de uitvoering van
zijn taken echter ook veelvuldig het Suwinet. Door mee te kijken, kan
betrokkene ook gegevens inzien die UWV [Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, red.] en gemeenten van hem verwerken
(uiteraard voor zover deze via Suwinet zijn te raadplegen). Omdat CWI
niet de verantwoordelijke is voor deze gegevens, zal betrokkene worden
doorverwezen naar UWV of gemeente als hij volledige inzage in of
correctie van de daar opgenomen gegevens verlangt.
Desgevraagd kan betrokkene die gebruik maakt
van het hier beschreven "informele
inzagerecht" een uitdraai van de verwerkte gegevens ontvangen. Als
hij een volledige opgave wenst van de verwerkte gegevens, ontvangers,
doeleinden van de verwerking en herkomst van de gegevens, zal hij een
schriftelijk verzoek om inzage moeten indienen.
Artikelsgewijs
Artikel
2. Indiening
van verzoeken
Dit
artikel bevat de vereisten die aan een verzoek om inzage en/of
correctie worden gesteld. Het verzoek dient in elk geval die
zoeksleutels te bevatten waarmee CWI betrokkene in zijn systemen terug
moet kunnen vinden. Voor zover hier het sofinummer wordt gevraagd,
dient dit uitsluitend voor dit doel.
Hoewel het - in artikel 2, tweede lid, onderdeel
e - opgenomen vereiste om een omschrijving te geven van de
(veronderstelde) aanleiding op grond waarvan CWI zijn persoonsgegevens
verwerkt formeel niet gesteld kan worden, heeft CWI toch aanleiding
gezien deze op te nemen. De reden hiertoe is de volgende.
Binnen CWI vinden verschillende verwerkingen
plaats die veelal niet aan elkaar zijn gekoppeld, noch geografisch,
noch naar taakuitoefening. Hierdoor is het bijvoorbeeld voor een
medewerker in één van de noordelijke provincies die zich richt op de
arbeidsbemiddelende taak van CWI niet mogelijk om na te gaan of, en zo
ja, welke andere persoonsgegevens door CWI worden verwerkt in
het midden van het land. Evenmin heeft hij - om bij dit voorbeeld te
blijven - inzage in gegevens die worden verwerkt in de
automatiseringssystemen die worden gebruikt in het kader van
tewerkstellingsvergunningen of ontslagaanvragen. Door als verzoeker enig
houvast te bieden, wordt de kans op een succesvol beroep op het
inzagerecht (en een tijdige afhandeling daarvan) aanzienlijk vergroot.
Het spreekt overigens voor zich dat een
verzoek om inzage zonder de hier gevraagde aanwijzingen, altijd in
behandeling wordt genomen en niet om deze reden niet-ontvankelijk zal
worden verklaard.
Is de betrokkene jonger dan 16 jaar of onder
curatele gesteld, dan moet het verzoek, op grond van artikel 38, tweede
lid, Wbp, door de wettelijke vertegenwoordiger worden gedaan. Het antwoord
wordt in dat geval ook gericht aan de wettelijke vertegenwoordiger. Een
wettelijk vertegenwoordiger die een verzoek indient, dient zich te
legitimeren en aan te kunnen tonen dat hij als zodanig bevoegd is het
verzoek namens betrokkene in te dienen.
Indien betrokkene zich laat vertegenwoordigen,
dient hierbij een door betrokkene ondertekende machtiging, een kopie van
zijn legitimatiebewijs, alsmede een kopie van het legitimatiebewijs van
de gemachtigde (tenzij deze advocaat is) te worden overlegd.
Artikel
3. Kosten
van verzoeken
Hoewel de wet de mogelijkheid biedt om een vergoeding te vragen, brengt CWI
geen kosten in rekening bij een verzoek om inzage. Op grond van
artikel 2 van de regeling heeft betrokkene het recht om met redelijke
tussenpozen een verzoek om inzage in en correctie van zijn
persoonsgegevens in te dienen. Wanneer hij meerdere malen binnen een
kort tijdsbestek hierom vraagt, zal CWI langs deze weg inzage of
correctie weigeren.
Artikel
5. Geen
verplichting tot behandeling
Indien betrokkene inzage en/of correctie van zijn persoonsgegevens
wenst, moet hij zich tot de verantwoordelijke van de betreffende
verwerking wenden. De verantwoordelijke is de aangewezen instantie om
zijn verzoek in behandeling te nemen.
Een bijzondere positie neemt in dit kader het
Suwinet in. Via het Suwinet worden persoonsgegevens van een drietal
organisaties met elkaar uitgewisseld: CWI, UWV en
gemeenten. Deze zijn - iedere partij voor die gegevens
die zij in het Suwinet heeft geplaatst - als verantwoordelijke in de
zin van de Wbp
aan te merken. Met andere woorden, CWI is verantwoordelijke voor de gegevens die vanuit CWI afkomstig zijn, UWV
voor de gegevens die vanuit UWV afkomstig zijn en de gemeenten voor de
informatie die van hen afkomstig is. Een beroep op inzage bij CWI heeft
- tenzij de informele variant wordt gekozen die in de inleiding is
beschreven - daarom alleen betrekking op de gegevens waarvoor CWI
verantwoordelijke is.
Artikelen 7
en 8. Procedure verzoek om inzage en correctie
Deze artikelen sluiten volledig aan bij de hierover handelende artikelen
hierover in de Wbp. Als gegevens zijn gecorrigeerd, dient de betrokkene
een belang te hebben bij het, na verbetering, aanvulling, verwijdering
of afscherming van de gegevens, inlichten van derden aan wie de gegevens
hieraan voorafgaand zijn verstrekt. Ontbreekt dit belang, dan kan
gesproken worden van een onevenredige inspanning voor CWI
om deze derden
op de hoogte te brengen van de aangebrachte wijzigingen en kan de
mededeling derhalve achterwege blijven.
|