|
CWI 2002/005
De Raad van
bestuur van de
Centrale organisatie werk en inkomen;
Overwegende dat het in
verband met een goede bedrijfsvoering wenselijk is een regeling te treffen voor
de indiening en behandeling van klachten
ter zake van gedragingen van de
Centrale organisatie werk en inkomen;
Besluit:
§ 1. Definities
Art. 1.
Definities
In deze regeling wordt
verstaan onder:
1. de wet: de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
2. de CWI: de Centrale
organisatie werk en inkomen als bedoeld
in artikel 2 en hoofdstuk 4 van de wet;
3. de Raad van bestuur: de
Raad van bestuur als bedoeld in
artikel 3 van de wet;
4. een klacht: een
schriftelijke of mondelinge uiting van ongenoegen over
de dienst en/of de wijze waarop
de dienstverlening heeft
plaatsgevonden.
§ 2.
Indiening en
behandeling van klachten
Art. 2.
Indiening van
klachten
-1. Een ieder heeft het recht
om over de wijze waarop de CWI zich
jegens hem heeft gedragen,
schriftelijk of mondeling een klacht in te
dienen bij de CWI.
-2. Een schriftelijk
ingediende klacht wordt ondertekend en bevat
ten minste:
a. de naam en het adres van
de klager of diens gemachtigde;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de
gedraging waartegen de klacht zich
richt.
Art. 3.
Behandeling van
klachten
-1. De behandeling van de
klacht vindt plaats door een persoon die
niet bij de gedraging waarop de klacht
betrekking heeft, betrokken is geweest.
-2. De bevoegdheid tot
behandeling van de klacht ligt bij de
naasthogere manager onder wiens directe
verantwoordelijkheid de gedraging heeft plaatsgevonden.
-3. Klachten die betrekking
hebben op een lid van de Raad van
bestuur worden behandeld door de Raad van bestuur.
-4. Een mondeling ingediende
klacht wordt zo mogelijk direct
afgehandeld door de ontvangende
medewerker.
-5. Een mondeling ingediende
klacht wordt op verzoek van de
klager schriftelijk vastgelegd en
door de CWI als schriftelijk ingediende
klacht aangemerkt.
-6. Zodra de CWI naar
tevredenheid van de klager aan diens
klacht is tegemoet gekomen, vervalt de
verplichting tot verdere toepassing van
paragraaf 3.
Art. 4.
Geen verplichting
tot behandeling
-1. De CWI is niet verplicht
een klacht te behandelen als deze een
gedraging betreft:
a. die reeds eerder met
inachtneming van een door de
rechtsvoorganger van de CWI geldende
klachtenregeling is behandeld;
b. die langer dan één jaar
voorafgaand aan de indiening van de
klacht heeft plaatsgevonden;
c. die aan het oordeel van
een andere rechterlijke instantie dan
de administratieve rechter is onderworpen of onderworpen is geweest;
d. ter zake waarvan op bevel
van de officier van justitie een
opsporingsonderzoek is gelast of vervolging is ingesteld; of
e. die deel uitmaakt van de
opsporing of vervolging van een
strafbaar feit ter zake waarvan op bevel
van de officier van justitie een
opsporingsonderzoek is gelast of vervolging is
ingesteld.
-2. De CWI is niet verplicht
een klacht te behandelen als deze niet
voldoet aan de eisen, genoemd in
artikel 2, tweede lid, mits de klager
gedurende een redelijke termijn de
gelegenheid heeft gehad de klacht aan te
vullen.
-3. Van het niet in
behandeling nemen van de klacht wordt de
klager zo spoedig mogelijk, maar
uiterlijk binnen vier weken na ontvangst
schriftelijk in kennis gesteld.
§ 3.
Procedure
Art. 5.
Ontvangstbevestiging
-1. Binnen vijf werkdagen na
ontvangst van de klacht wordt aan de klager een ontvangstbevestiging gezonden.
-2. De ontvangstbevestiging
bevat ten minste een beschrijving van
de procedure en de te verwachten
behandelingsduur van de klacht.
-3. Degene op wiens gedraging
de klacht betrekking heeft,
ontvangt een afschrift van de klacht, van
de ontvangstbevestiging en van de daarbij behorende stukken.
Art. 6.
Horen klager en
beklaagde
-1. De CWI stelt de klager en
degene op wiens gedraging de klacht
betrekking heeft in de gelegenheid te
worden gehoord.
-2. Van het horen van de
klager kan worden afgezien als deze
heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om gehoord te
worden.
-3. Van het horen wordt een
verslag gemaakt.
Art. 7.
Termijn van
behandeling
-1. De CWI handelt een klacht
af binnen zes weken na ontvangst.
-2. De CWI kan wegens
bijzondere omstandigheden de
afhandeling voor ten hoogste vier weken
verdagen.
-3. Van de verdaging wordt
schriftelijk mededeling gedaan aan de
klager en aan degene op wiens
gedraging de klacht betrekking heeft.
-4. De mededeling van
verdaging vermeldt de reden van de verdaging en de nieuwe termijn waarbinnen
de afhandeling van de klacht
naar verwachting zal kunnen plaatsvinden.
Art. 8.
Bevindingen en
conclusies
-1. De CWI stelt de klager
schriftelijk en gemotiveerd in kennis van
de bevindingen van het
onderzoek naar de klacht en van de
eventuele conclusies die hij daaraan verbindt.
-2. De CWI wijst de klager in
deze kennisgeving op de
mogelijkheid een klacht in te dienen bij de
Nationale ombudsman.
-3. De CWI draagt zorg voor
registratie van de schriftelijk
ontvangen klachten, de bevindingen en
van de conclusies uit het
onderzoek.
§ 4.
Slotbepalingen
Art. 9.
Slotbepalingen
Deze regeling vervangt alle
op het moment van inwerkingtreding
van deze regeling geldende
klachtenregelingen van de rechtsvoorgangers van de CWI.
Art. 10.
Citeertitel
Deze regeling kan worden
aangehaald als: Klachtenregeling CWI.
Art. 11.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking op de tweede dag na ondertekening
en werkt terug tot en met 1
januari 2002.
Zoetermeer, 5 februari 2002.
De Centrale organisatie werk en
inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad
van bestuur.
|