|
CWI 2004/014
De Raad van
bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen;
Besluit:
Art.
1. Algemeen mandaat leden Raad van bestuur
De Raad van bestuur mandateert en machtigt tot het voorbereiden, nemen
en bekendmaken van alle besluiten, met uitzondering van bij of
krachtens wet te stellen regels: ieder lid van de Raad van bestuur.
Art.
2. Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945
De Raad van bestuur mandateert en machtigt tot het voorbereiden, nemen
en bekendmaken van primaire beslissingen op grond van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945: de Landelijk manager Juridische Zaken, de teamleiders Juridische Zaken,
de hoofden Juridische Zaken en lokatiehoofden Juridische Zaken.
Art.
3. Wet melding collectief ontslag
De Raad van bestuur mandateert en machtigt tot het voorbereiden, nemen
en bekendmaken van primaire beslissingen op grond van de Wet
melding collectief ontslag: de Landelijk
manager Juridische Zaken en hoofden Juridische Zaken.
Art.
4. Wet arbeid vreemdelingen, indicatiestelling en verklaringen
De Raad van bestuur mandateert en machtigt tot het voorbereiden, nemen
en bekendmaken van primaire beslissingen op grond van de Wet
arbeid vreemdelingen, de Regeling
indicatiestelling no-riskpolis en premiekorting CWI en de afgifte van verklaringen in het kader van fiscale
subsidieregelingen, behoudens verklaringen in het kader van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen: de Landelijk manager
Juridische Zaken, het Hoofd Bureau Juridische Zaken en coördinatoren TWV.
Art.
5. Mandaat Archiefwet 1995
De Raad van bestuur mandateert en machtigt tot het voorbereiden, nemen
en uitvoeren van alle beslissingen die betrekking hebben op de
vernietiging van archiefbescheiden op grond van de Archiefwet
1995: de
manager Facilitair management en de manager van de unit documentaire
informatievoorziening.
Art.
6. Wet openbaarheid van bestuur
De Raad van bestuur mandateert en machtigt tot het voorbereiden, nemen,
bekendmaken en uitvoeren van primaire beslissingen op grond van de Wet
openbaarheid van bestuur: de secretaris van de Raad van bestuur.
Art.
7. Overige primaire beslissingen
De Raad van bestuur mandateert en machtigt tot het voorbereiden, nemen
en bekendmaken van primaire beslissingen die niet op grond van één van
de voorgaande artikelen zijn gemandateerd: districtsmanagers, managers
van een Centrum voor werk en inkomen,
teamcoördinatoren van een Centrum voor werk en inkomen,
de Landelijk manager Juridische Zaken, de teamleiders Juridische Zaken,
de hoofden Juridische Zaken en lokatiehoofden Juridische Zaken.
Art.
8. Bestuursrechtelijke en civielrechtelijke bezwaar- en
beroepsprocedures
-1. De Raad van bestuur mandateert, geeft
volmacht en machtigt tot het voorbereiden, nemen en bekendmaken van de
beslissing op bezwaar, het nemen van alle beslissingen in en het voeren
van bestuursrechtelijke bezwaar- en beroepsprocedures en
civielrechtelijke procedures, zowel eisend als verwerend, met inbegrip
van het toekennen van schadeloosstellingen in het kader of ter
voorkoming daarvan: de Landelijk
manager Juridische Zaken, teamleiders Juridische Zaken, het hoofd
Bedrijfsjuridisch advies en bedrijfsjuridisch medewerkers.
-2. In aanvulling op het bepaalde in het
eerste lid mandateert, geeft volmacht en machtigt de Raad van bestuur
het voorbereiden, nemen en bekendmaken van de beslissing op bezwaar
inzake de Wet sociale werkvoorziening: de districtshoofden
Juridische Zaken en locatiehoofden Juridische Zaken.
-3. Een beslissing op bezwaar wordt niet
genomen door degene die betrokken was bij het nemen van de primaire
beslissing.
-4. In aanvulling op het bepaalde in het
eerste artikellid mandateert en machtigt de Raad van bestuur
districtsmanagers en managers van een Centrum voor
werk en inkomen tot
het starten en voeren van bezwaarprocedures voor zover de beslissing
waartegen het bezwaar zich richt betrekking heeft op de socialezekerheidswetgeving, de
Arbeidsomstandighedenwet
1998,¹ gemeentelijke
verordeningen, heffingen en belastingen.
-5. De bevoegdheid tot het toekennen van
schadeloosstellingen als bedoeld in het eerste artikellid is per
geschil beperkt tot een bedrag van ten hoogste €|50
000,00 voor de Landelijk manager Juridische Zaken en het hoofd
Bedrijfsjuridisch advies.
1. Volgens de redactie
dient "Arbeidsomstandighedenwet
1998" te worden vervangen door:
Arbeidsomstandighedenwet.
Art.
9. Ondermandaat
De manager van een Centrum voor
werk en inkomen is bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan de
teamcoördinatoren en/of medewerkers van een Centrum voor werk en inkomen
op zijn vestiging, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of burgemeester en wethouders van de gemeenten
voor zover dit in het kader van integrale dienstverlening door deze
organisaties binnen de keten werk en inkomen door hem wenselijk wordt
geacht.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en burgemeester en
wethouders van de gemeenten zijn bevoegd het in het eerste lid bedoelde
ondermandaat door te verlenen aan hun medewerkers. Ondermandaat anders
dan bedoeld in het eerste lid is slechts toegestaan met schriftelijke
toestemming van de Raad van bestuur.
Art.
10. Acceptatie mandaatverlening door derden
De Raad van bestuur accepteert mandaatverlening door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of burgemeester en wethouders van de gemeente
voor zover dit in het kader van integrale dienstverlening door deze
organisaties binnen de keten werk en inkomen aan CWI
is verstrekt.
De Raad van bestuur verleent ondermandaat aan de manager van een Centrum voor
werk en inkomen met inachtneming
van de kaders van het hem in het eerste lid verleende mandaat.
Art.
11. Inwerkingtreding en citeertitel
-1. Het Mandaatbesluit
CWI, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 18 februari 2003 (Staatscourant 18 maart 2003, nummer 54), wordt ingetrokken.
-2. Dit besluit treedt in werking op de
tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.
-3. Dit besluit wordt aangehaald als:
Mandaatbesluit 2004 CWI.
Dit besluit zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 19 oktober 2004.
De Centrale organisatie werk
en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad
van bestuur.
TOELICHTING
[19 oktober 2004]
De
Raad van bestuur heeft in 2002 het Mandaatbesluit
CWI vastgesteld. Om verschillende redenen gaat hij nu over tot
vervanging van het bestaande besluit. Allereerst zijn intussen andere
besluiten vastgesteld waarvoor nog mandaat moest worden verleend
(bijvoorbeeld de Regeling inzage- en correctierecht CWI [Inzage-
en correctieregeling CWI, red.]). In 2005 zal CWI
de indicatiestelling Wsw gaan verzorgen. Ook
hiervoor is mandaatverlening nodig. Verder bleek behoefte om op het
niveau van de vestiging de mogelijkheid te leggen om bezwaar aan te
tekenen tegen bepaalde beslissingen, zoals gemeentelijke heffingen.
Uit oogpunt van transparantie voor de
rechtzoekende is in het nieuwe besluit het onderscheid in
beslissingsbevoegdheid binnen de organisatie (een onderscheid dat het
oude mandaatbesluit wel kende) voor dezelfde (type) beslissingen komen
te vervallen. De opzet van het besluit is mede daarom gewijzigd en nu
gegroepeerd naar de activiteit en niet langer rond de bevoegde
medewerker. Hiermee komt nadrukkelijk(er) tot uitdrukking dat de
beslissingsbevoegdheid laag in de organisatie is belegd.
CWI neemt verschillende soorten beschikkingen
in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Ruwweg kan daarbij een
tweedeling worden gemaakt tussen beslissingen die zijn gericht aan een
werkgever en beslissingen die zijn gericht aan een werkzoekende.
De meeste beschikkingen uit de eerstgenoemde
categorie worden genomen op de afdelingen Juridische Zaken in het land.
Hier worden verzoeken om een ontslagvergunning (al dan niet op basis van
de Wet
melding collectief ontslag) behandeld. De afgifte van
tewerkstellingsvergunningen is binnen deze bedrijfseenheid centraal
belegd vanwege de nauwe samenhang en samenwerking met de IND [Immigratie-
en Naturalisatiedienst, red.].
Verzoeken op grond van de Wet
openbaarheid van bestuur worden - uit oogpunt van uniformiteit - centraal behandeld door de secretaris van de Raad van bestuur.
Afgezien van de beslissingen op grond
van de Wet openbaarheid bestuur en de Archiefwet
1995 worden de resterende
primaire beslissingen - die dus overwegend zijn gericht aan een
werkzoekende - genomen op de vestigingen. Anders dan in het ingetrokken
besluit is nu overigens ook de teamcoördinator bevoegd om primaire
beslissingen af te geven.
Om te voorkomen dat bij iedere wetswijziging of
nieuw beleid het mandaatbesluit opnieuw moet worden bijgesteld - bijvoorbeeld bij de inwerkingtreding van de gewijzigde Wsw op grond
waarvan CWI de indicatiestelling Wsw gaat verzorgen - is deze laatste bepaling bewust ruim geformuleerd. Ook hiermee wordt
benadrukt dat de beslissingsbevoegdheid laag in de organisatie is
belegd.
De bevoegdheden om CWI in bezwaar- en beroepsprocedures te
vertegenwoordigen, veranderen niet essentieel. CWI heeft twee juridische
afdelingen. De eerste is de centrale afdeling van de al genoemde
bedrijfseenheid Juridische Zaken, de andere - de afdeling
Bedrijfsjuridisch advies - opereert hoofdzakelijk vanuit de
werkgeversrol van CWI. Beide kunnen - om procedures af te doen of te voorkomen
- binnen aangegeven grenzen
schadevergoedingen toekennen en/of schikkingen aangaan.
Vanwege het doorgaans toch erg regionale
karakter kunnen de districtsmanagers en managers van een Centrum voor
werk en inkomen tot slot namens CWI bezwaarprocedures voeren als de
beslissing waartegen het bezwaar zich richt betrekking heeft op
gemeentelijke verordeningen, heffingen en belastingen en de Arbeidsomstandighedenwet
1998. Datzelfde geldt - uit oogpunt van
beheersbaarheid - voor de bezwaarprocedures tegen UWV.
Eventueel op de bezwaarfase volgende beroepsprocedures zal de afdeling
Bedrijfsjuridisch advies voor haar rekening nemen.
|