|
CWI 2002/008
De
Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en
inkomen;
Overwegende dat de Centrale organisatie werk en
inkomen bij de uitvoering van de door de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen opgedragen taken
discriminatie wil tegengaan op grond van godsdienst, levensovertuiging,
politieke gezindheid, nationaliteit, ras, etnische of culturele afkomst,
sekse, hetero- en homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd
en handicap of chronische ziekte;
Overwegende dat het daarom wenselijk is een
code vast te stellen waaruit blijkt dat de Centrale organisatie werk en
inkomen zich zal inzetten om discriminatie bij de uitvoering van haar
taken te voorkomen en te bestrijden;
Gelet op artikel 22 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Besluit:
Art. 1.
Definities
In deze code wordt verstaan onder:
1. de wet: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
2. CWI: de Centrale
organisatie werk en inkomen, bedoeld in
artikel 2 en hoofdstuk 4 van de wet;
3. Raad van bestuur: de Raad
van bestuur als bedoeld in
artikel 3 van de wet;
4. medewerker: een ieder die
werkzaamheden verricht voor CWI, ongeacht of hij in dienst is van CWI
of ingehuurd;
5. discriminatie: het maken
van direct en indirect onderscheid
zoals nader omschreven in artikel 2.
Art. 2.
Het begrip
discriminatie
-1. Voor de toepassing van
deze code wordt onder discriminatie
verstaan het maken van direct
onderscheid tussen personen op grond van
godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, nationaliteit,
ras, etnische of culturele afkomst, sekse,
hetero- en homoseksuele gerichtheid,
burgerlijke staat, leeftijd, handicap en
chronische ziekte.
-2. Voor de toepassing van
deze code wordt onder discriminatie
mede verstaan het maken van indirect
onderscheid op grond van een
ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf
of handelwijze die direct
onderscheid als bedoeld in het eerste lid
tot gevolg heeft, tenzij dit wordt
gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken
van dat doel passend en noodzakelijk
zijn.
-3. Voor de toepassing van
deze code wordt onder discriminatie
mede verstaan gedrag dat met de gronden, genoemd in het eerste lid,
verband houdt en tot doel of als gevolg heeft dat de waardigheid van een
persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende,
vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreλerd.
Art. 3.
Werkingssfeer
CWI waakt bij de uitvoering
van haar taken tegen
discriminatie, zowel in de omgang met haar
klanten als in de omgang met medewerkers en
tussen medewerkers onderling.
Art. 4.
Omgangsvormen
-1. De medewerkers onthouden
zich zowel in de omgang met
klanten als jegens elkaar van
discriminerende gedragingen, uitlatingen en
bejegening.
-2. De medewerkers accepteren
geen discriminerende gedragingen,
uitlatingen en bejegening van/door
klanten.
-3. De medewerker die in de
omgang met klanten of in de omgang
met medewerkers en tussen
medewerkers onderling discriminerende
gedragingen, uitlatingen of bejegening
signaleert, brengt dit onder de aandacht van zijn direct
leidinggevende.
Art. 5.
Registratie van
werkzoekenden
-1.
CWI registreert van
werkzoekenden geen gegevens die
discriminatie tot gevolg hebben of kunnen
hebben, tenzij dit noodzakelijk of
functioneel is of plaatsvindt op basis
van een voorkeursbeleid dat erop is
gericht gelijke kansen te bieden aan werkzoekenden op de arbeidsmarkt.
-2. Als CWI van oordeel is
dat een werkzoekende bij het zoeken
naar een geschikte vacature eisen
stelt die discriminatie tot gevolg hebben of kunnen hebben, brengt hij dat onder
de aandacht van de werkzoekende
met het verzoek deze eisen niet
te stellen.
Art. 6.
Registratie van
vacatures
-1.
CWI registreert van
vacatures geen gegevens of functie-eisen
die discriminatie tot gevolg hebben of kunnen hebben, tenzij deze - gezien de aard van de functie
- noodzakelijk of functioneel zijn of - op
basis van een voorkeursbeleid - erop
zijn gericht om gelijke kansen te bieden
aan werkzoekenden op de
arbeidsmarkt.
-2. Als CWI van oordeel is
dat een vacature gegevens of
functie-eisen bevat die discriminatie tot
gevolg hebben of kunnen hebben,
brengt zij dat onder de aandacht van de
werkgever met het verzoek deze
gegevens of functie-eisen te
verwijderen.
Art. 7.
Weigering
registratie van vacatures
-1.
CWI weigert de
registratie van vacatures als de werkgever,
ondanks uitdrukkelijk verzoek, niet
bereid is af te zien van discriminerende
gegevens of functie-eisen.
-2. CWI weigert de
registratie van een vacature als zij vaststelt
dat de werkgever discriminatoire
arbeidsvoorwaarden hanteert of zich anderszins discriminatoir opstelt.
-3. CWI deelt het besluit tot
weigering van de registratie van een
vacature schriftelijk en gemotiveerd
mee aan de werkgever.
Art. 8.
Voordragen van
geschikte vacatures en werkzoekenden
-1.
CWI laat zich bij de
voordracht van geschikte vacatures aan
werkzoekenden en van geschikte
werkzoekenden voor vacatures leiden door
functierelevante eisen.
-2. Het bepaalde in het
eerste lid laat onverlet dat CWI bevoegd is
om uitvoering te geven aan een voorkeursbeleid dat erop is gericht
gelijke kansen te bieden aan werkzoekenden
op de arbeidsmarkt.
-3. CWI doet de voordracht
als bedoeld in het eerste lid
niet zolang van de werkgever of de
werkzoekende kan worden vastgesteld dat
deze zich aan discriminatie schuldig maakt.
-4. Na de vaststelling als
bedoeld in het derde lid zal een reeds
geregistreerde vacature worden verwijderd.
-5. CWI deelt een besluit als
bedoeld in het derde en vierde lid
schriftelijk en gemotiveerd mee.
Art. 9.
Aangifte
-1. De medewerker die op
grond van bepaalde feiten of
waarnemingen vermoedt dat sprake is van
discriminatie zoals strafbaar gesteld in
het Wetboek
van Strafrecht, meldt dit zo spoedig mogelijk aan zijn
direct leidinggevende.
-2. De direct leidinggevende
die het vermoeden van discriminatie,
bedoeld in het eerste lid, deelt,
doet daarvan aangifte bij de politie.
Art. 10.
Behandeling van
klachten
Op klachten van derden over
discriminatie is - onverminderd de
rechten die krachtens de Algemene
wet gelijke behandeling bestaan - de
Klachtenregeling CWI van toepassing.
Art. 11.
Toezicht
De Raad van bestuur is
belast met het toezicht op de naleving
van de Non-discriminatiecode CWI.
Art. 12.
Citeertitel
Deze regeling kan worden
aangehaald als: Non-discriminatiecode CWI.
Art. 13.
Inwerkingtreding
en bekendmaking
-1. Deze regeling treedt in
werking op de tweede dag na dagtekening
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot
1 januari 2002.Ή
-2.
CWI maakt de
Non-discriminatiecode CWI voorts bekend onder zijn medewerkers en klanten door
de code neer te leggen op een voor
hen zichtbare, toegankelijke en bereikbare plaats.
1. Volgens de redactie
dient "tot 1 januari 2002" te worden vervangen door: tot en
met 1 januari 2002.
Zoetermeer, 12 juli 2002.
De Centrale organisatie werk
en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad
van bestuur.
TOELICHTING
[12 juli 2002]
Uitgangspunt bij het voeren
van een antidiscriminatiebeleid
vormt artikel 1 van de Grondwet. Dit
artikel bepaalt dat allen die zich
in Nederland bevinden, in
gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dit betekent dat discriminatie
wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, nationaliteit,
ras, etnische of culturele afkomst, sekse,
seksuele geaardheid en burgerlijke staat niet is toegestaan. Het zgn.
gelijkheids-/non-discriminatiebeginsel is
onder meer uitgewerkt in de Algemene
wet gelijke behandeling en in de
antidiscriminatiebepalingen van het Wetboek
van Strafrecht,
in Richtlijn 2000/78/EG tot instelling
van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep en in de
Richtlijn 2000/43/EG,
houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen
ongeacht ras of etnisch afstamming.
De artikelen 137c tot en met 137g en artikel 429quater van het
Wetboek
van Strafrecht stellen
discriminatie in de uitoefening van een ambt,
beroep of bedrijf zelfs strafbaar als
misdrijf of overtreding tegen de
openbare orde. Met betrekking tot het verbod onderscheid te maken op grond van
handicap of chronische ziekte en
leeftijd is wetgeving in voorbereiding
conform de Richtlijn 2000/78/EG. Een
wetsvoorstel is inmiddels door de Tweede Kamer aanvaard. Een
wetsvoorstel inzake een verbod op leeftijddiscriminatie is nog in behandeling bij de
Tweede Kamer.
Naast wetgeving in formele
zin vormen ook gedragscodes een
belangrijk instrument om binnen
organisaties de beginselen van gelijkheid en
non-discriminatie tot uitdrukking te brengen en te realiseren. In een
gedragscode kunnen specifieke, op de eigen organisatie toegesneden richtlijnen met
betrekking tot het verbod
van discriminatie worden opgenomen.
De Non-discriminatiecode CWI
richt zich niet alleen op de
omgangsvormen tussen
CWI-medewerkers
onderling bij contact op de werkvloer, maar ook op de manier waarop CWI-medewerkers omgaan met
hun klanten. Evenmin hoeven CWI-medewerkers discriminerende gedragingen,
uitlatingen of bejegening
van/door klanten te accepteren. De
verantwoordelijkheid voor een juiste naleving van de Non-discriminatiecode
CWI ligt dus primair bij de
individuele CWI-medewerkers. Zo mag van hen worden verwacht dat zij
beseffen dat bepaalde handelingen,
uitlatingen of grappen, mondeling,
schriftelijk, per e-mail of op andere
wijze - hoewel mogelijk onbedoeld - kwetsend of discriminerend kunnen
zijn voor anderen.
Daarnaast spreekt het
vanzelf dat de Non-discriminatiecode CWI
ook van toepassing is op de wijze
waarop CWI haar wettelijke taken
uitvoert. In de code is dan ook aansluiting gezocht bij de taken zoals
deze in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen zijn
neergelegd. CWI mag bij de uitvoering van haar taken in beginsel slechts
onderscheid maken tussen personen als
een wet dit toestaat. Tussen
personen mag ook onderscheid worden
gemaakt als dit noodzakelijk en
functioneel is of plaatsvindt in het kader van
een voorkeursbeleid. Zo is het
bij de uitvoering van verschillende wetten noodzakelijk naar
bijvoorbeeld de leeftijd of de nationaliteit
van betrokkene te vragen (bijvoorbeeld de Wet inschakeling
werkzoekenden
of de Wet
arbeid vreemdelingen).
Een uitzondering is eveneens toegestaan als met het onderscheid wordt
beoogd vrouwen of personen die
behoren tot een bepaalde etnische of
culturele minderheidsgroep een
bevoorrechte positie toe te kennen om
feitelijke ongelijkheden op te heffen
of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat
tot dat doel. Met het toezicht op de naleving van de code is de Raad van
bestuur van CWI belast.
|