|
CWI 2005/004
De
Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en
inkomen;
Gelet op artikel 22 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Besluit:
Art. 1.
Werkingsgebied en
definitie
CWI waakt bij de uitvoering van haar taken tegen discriminatie,
waaronder in dit verband wordt verstaan: iedere handeling, uitlating of
bejegening die tot gevolg heeft dat mensen worden achtergesteld door:
a. het maken van direct onderscheid tussen personen op grond van
godsdienst, levensovertuiging, nationaliteit, ras, geslacht, seksuele
gerichtheid, leeftijd of handicap;
b. het maken van indirect onderscheid op grond van een ogenschijnlijk
neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze die direct onderscheid als
bedoeld in onderdeel a tot gevolg heeft.
Art. 2.
Omgangsvormen
Medewerkers van
CWI en hun klanten bejegenen elkaar respectvol en
onthouden zich van discriminatie.
Art. 3.
Verwerking van
persoonsgegevens
CWI verwerkt geen persoonsgegevens die discriminatie tot gevolg kunnen
hebben, tenzij deze noodzakelijk of functioneel zijn dan wel om
uitvoering te (kunnen) geven aan overheidsbeleid dat erop is gericht
feitelijke verschillen tussen groepen werknemers op de arbeidsmarkt op
te heffen of te verminderen.
Art. 4.
Vacatureregistratie
CWI registreert van vacatures geen functie-eisen en arbeidsvoorwaarden
die discriminatie tot gevolg kunnen hebben, tenzij deze:
a. gezien de aard van de functie noodzakelijk of functioneel zijn;
b. worden gebaseerd op overheidsbeleid dat erop is gericht feitelijke
verschillen tussen groepen werknemers op de arbeidsmarkt op te heffen of
te verminderen; of
c. objectief gerechtvaardigd worden als de betreffende eis een
leeftijdsgrens betreft.
Art. 5.
Discriminatie door
klanten
-1. Als
CWI van oordeel is dat een werkzoekende of werkgever eisen of
voorwaarden stelt die discriminatie tot gevolg (kunnen) hebben, dan
vraagt zij die eisen of voorwaarden te laten vervallen.
-2. CWI weigert een vacature te registreren als de werkgever ondanks een
verzoek als bedoeld in het eerste lid de als discriminerend aangemerkte
voorwaarden handhaaft. CWI deelt dit schriftelijk en gemotiveerd mee.
-3. CWI weigert actief te bemiddelen zolang een werkzoekende die ondanks
een verzoek als bedoeld in het eerste lid de als discriminerend
aangemerkte eisen handhaaft. CWI deelt dit schriftelijk en gemotiveerd
mee.
Art. 6.
Arbeidsbemiddeling
CWI laat zich bij arbeidsbemiddeling tussen werkgevers en werkzoekenden
leiden door functierelevante eisen. Dit laat onverlet dat CWI uitvoering
kan geven aan overheidsbeleid dat erop is gericht feitelijke verschillen
tussen groepen werknemers op de arbeidsmarkt op te heffen of te
verminderen.
Art. 7.
Klachten
-1. Degene die van mening is dat (een medewerker van)
CWI bij de
uitvoering van haar taken discrimineert, kan op grond van de
Klachtenregeling CWI een klacht indienen.
-2. Degene die van mening is dat een werkgever of werkzoekende hem
discrimineert, kan dit melden aan CWI en zijn klacht voorleggen aan de
Commissie gelijke behandeling.
Art. 8.
Inwerkingtreding
en citeertitel
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en kan worden aangehaald als:
Non-discriminatiecode CWI 2005.
Amsterdam, 22 februari 2005.
Centrale organisatie werk en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad van bestuur.
TOELICHTING
[22 februari 2005]
Hoewel de Non-discriminatiecode CWI uit 2002 hier al op anticipeerde, is
de code aangepast om beter aan te sluiten op de Wet
gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid. Daarnaast zijn de formuleringen
aangepast en vereenvoudigd zodat de code toegankelijker is voor de
klanten van
CWI.
De Non-discriminatiecode CWI 2005 richt zich
primair op de manier waarop CWI bij de uitvoering van haar (wettelijke)
taken omgaat met haar klanten, maar geldt ook voor de onderlinge
omgangsvormen. CWI maakt daarbij geen onderscheid tussen personen,
behalve als een wet dit toestaat of als dit plaatsvindt in het kader van
overheidsbeleid dat erop is gericht feitelijke verschillen tussen
groepen werknemers op de arbeidsmarkt op te heffen of te verminderen. Zo
is het bij de uitvoering van verschillende wetten noodzakelijk naar
bijvoorbeeld de leeftijd of de nationaliteit van betrokkene te vragen
(bijvoorbeeld de Wet
arbeid vreemdelingen). Een uitzondering is ook
toegestaan als met het onderscheid wordt beoogd vrouwen, gehandicapten
of personen die behoren tot een bepaalde etnische groep een bevoorrechte
positie toe te kennen om feitelijke ongelijkheden op de arbeidsmarkt op
te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke
verhouding staat tot dat doel.
De code geldt ook voor het gebruik van
voorzieningen die CWI ter beschikking stelt aan werkzoekenden en
werkgevers, zoals werk.nl. Vanwege het karakter van deze voorzieningen
- die in grote mate zelf door de
werkzoekenden en werkgevers worden beheerd - is de rol van CWI daarin echter een meer
reactieve. Zodra discriminatie
wordt geconstateerd, grijpt CWI in.
Dit komt met
name tot uitdrukking in artikel 7 (klachten). Voor klachten over
discriminatie door (medewerkers van) CWI staat uiteraard de mogelijkheid
open een klacht in te dienen op grond van de Klachtenregeling
CWI. Als
het gaat om discriminatie door werkzoekenden en werkgevers zijn de
mogelijkheden van CWI om in te grijpen beperkt(er). Dat neemt niet weg
dat CWI dergelijke klachten graag verneemt. Als er bijvoorbeeld
discriminerende eisen in een vacature staan, zal CWI daar mogelijk ook
actie op ondernemen door een nadere toelichting te vragen bij de
werkgever. Dit kan erin resulteren dat CWI de vacature verwijdert (de
procedure daartoe staat beschreven in artikel 5). Soms zal CWI de
ontvangen toelichting echter ook (moeten) accepteren. Zo kan CWI de
motivering van een werkgever om leeftijdsonderscheid te maken slechts
marginaal toetsen. Degene die vervolgens vraagtekens zet bij die
toelichting en een inhoudelijke beoordeling wil, kan zich richten tot de
Commissie gelijke behandeling.
|