|
20 augustus 2003/CWI 2003/011
De Raad van
bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen;
Gelet op de artikelen 21, onderdeel a
en b, en 25 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen;
Besluit:
1. Redactie:
Ingevolge artikel I, onderdeel H, van het Besluit van 2 december 2008, Stcrt.
2008, 1837, zijn de Registratieregels CWI voorzien van een nieuwe
citeertitel, luidende: Registratieregels UWV.
Art.
1. Registratie van werkzoekenden
-1. Een werkzoekende die dit recht op grond van artikel
30b Wet SUWI
toekomt, laat zich registreren als werkzoekende door zich in persoon te
melden bij de vestiging die binnen
het werkgebied van diens (toekomstig) woonadres is gelegen.
-2. De werkzoekende ontvangt,
nadat zijn identiteit is
vastgesteld aan de hand van een geldig document
als bedoeld in de Wet
op de identificatieplicht, een bewijs van registratie
als bedoeld in artikel
30b,
tweede lid, Wet SUWI.
-3. De ingangsdatum van registratie is:
a. de datum waarop betrokkene
tijdens het bezoek als bedoeld in het eerste lid als werkzoekende is
opgenomen in de registraties van UWV;
b. de meldingsdatum, zijnde de datum
waarop UWV een verzoek van betrokkene om geregistreerd te worden, heeft
vastgelegd.
-4. Het bewijs van
registratie als bedoeld in het tweede lid
bevat ten minste de volgende gegevens:
a. naam, adres, telefoon- en
faxnummer van de
vestiging van UWV die
het bewijs van registratie heeft
verstrekt;
b. ingangsdatum van de
registratie en datum waarop deze expireert;
c. datum melding bij UWV met
het oog op een
uitkeringsaanspraak;
d. persoonsgegevens van de
werkzoekende: naam, voorletters, adres,
postcode, woonplaats en burgerservicenummer, en bij gebreke daarvan het sofinummer;
e. beroep van inschrijving
van de werkzoekende en diens
beschikbaarheid voor werk (in uren per
week);
f. vervallen;
g. wijze van verlenging.
Art. 2.
Geldigheidsduur
van registratie
-1. De
geldigheidsduur van de registratie is afhankelijk van de dienstverlening
waarop de werkzoekende recht heeft en de partij die de regie daarbinnen
voert.
-2. De registratie voor werkzoekenden die
in het kader van de dienstverlening een vervolgafspraak hebben bij UWV
geldt tot de eerstvolgende afspraak met een maximum van drie maanden.
-3. De registratie voor werkzoekenden die
in het kader van de dienstverlening een vervolgafspraak hebben bij een gemeentelijke sociale dienst is afhankelijk van de lokale
afspraken met deze partijen.
Art. 3.
Verlenging van
registratie
-1. Een verzoek tot
verlenging wordt uiterlijk op de
expiratiedatum van de registratie ingediend.
-2. Een verzoek om verlenging
kan worden ingediend op de wijze
zoals aangegeven op het bewijs van registratie.
-3. Een schriftelijk verzoek
om verlenging dat per post wordt
verzonden, is tijdig ingediend indien het vóór de expiratiedatum ter post is
bezorgd, mits het niet later dan één
week na afloop van deze datum is
ontvangen.
Art. 4.
Beëindiging
registratie als werkzoekende
-1. De registratie van een
werkzoekende wordt beëindigd op de datum waarop de registratie zijn
geldigheid verliest, zonder dat de
werkzoekende op de wijze zoals aangegeven
op het bewijs van registratie een
verzoek tot verlenging heeft gedaan.
-2. De registratie van een
werkzoekende kan worden beëindigd op
verzoek van betrokkene tegen een
door hem aan te geven datum. Bij
gebreke van een duidelijk kenbare datum
geldt als datum beëindiging de datum waarop het verzoek door UWV
wordt
verwerkt.
-3. Een verzoek om
beëindiging als bedoeld in het tweede lid
is vormvrij.
Art. 5.
Registratie van
vacatures door UWV
-1. UWV
honoreert in beginsel
ieder verzoek van een werkgever om
een vacature te registreren.
-2. Een verzoek om een
vacature te registreren, bevat ten
minste de volgende gegevens:
a. naam en adresgegevens van
de werkgever;
b. vacaturegegevens:
functiebenaming, urenomvang, aard van het
dienstverband, plaats van werkzaamheden, ingangsdatum vacature;
c. contactpersoon en
telefoonnummer;
d. sollicitatiewijze.
Art. 6.
Verwijdering van
registratie van een vacature
-1. UWV
weigert dan wel
verwijdert een vacature indien blijkt dat
er een gerede kans is dat vervulling van
de vacature de positie van de
werkzoekende kan schaden.
-2. Van het bedoelde in het
eerste lid is in ieder geval sprake als
blijkt dat werkgever:
a. vacature-eisen stelt die als
discriminatoir zijn aan te merken;
b. handelt in strijd met
enig wettelijk voorschrift;
c. misleidende of onjuiste
informatie in of over de vacature heeft
verstrekt;
d. aanstootgevend
taalgebruik hanteert in de vacaturetekst.
Art. 7.
Beëindiging van
de registratie van een vacature
-1. De registratie van een
vacature wordt beëindigd op de datum
die met de werkgever is
overeengekomen, tenzij de werkgever een verzoek tot
verlenging heeft gedaan.
-2. De registratie van een
vacature kan worden beëindigd op verzoek
van de werkgever tegen een door hem aan te geven datum. Bij gebreke van
een duidelijk kenbare datum geldt als
datum beëindiging de datum waarop
het verzoek door UWV
wordt verwerkt.
-3. Een verzoek om
beëindiging als bedoeld in het tweede lid
is vormvrij.
Art. 8.
Bemiddeling door UWV
-1. Na registratie brengt UWV
geschikte vacatures, voor zover
aanwezig, onder de aandacht van de werkzoekende.
-2. Afhankelijk van de
klantvraag van de werkzoekende stelt UWV,
na overleg en mede op basis van de mogelijkheden en belemmeringen van de
werkzoekende, de omvang en intensiteit van
de dienstverlening vast.
-3. Bij registratie van een
vacature brengt UWV geschikte
werkzoekenden, voor zover aanwezig, onder
aandacht van de werkgever.
-4. Afhankelijk van de
klantvraag van de werkgever stelt UWV, na
overleg, vast van welke diensten de
werkgever gebruik kan maken en welke
distributiekanalen en instrumenten beschikbaar worden gesteld voor de
werving en voordracht van
werkzoekenden op de betreffende vacature.
Art. 9.
Intrekking,
citeertitel en inwerkingtreding
-1. De Regeling
registratiegegevens en termijnen van het Centraal
Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (Stcrt. 1991, 16)
wordt ingetrokken.
-2. Deze regeling wordt
aangehaald als: Registratieregels UWV.
-3. Deze regeling treedt in
werking op de tweede dag na publicatie
in de Staatscourant, met
uitzondering van artikel 1, vierde lid, dat
in werking treedt op 1 januari 2004.
Amsterdam, 20 augustus 2003.
De Centrale organisatie werk
en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad van bestuur.
Toelichting
[20 augustus 2003]
Op grond van de
Wet SUWI behoort het tot de taken van CWI
[Centrale organisatie werk en inkomen, red.]
om
werkzoekenden als zodanig te registreren, vacatures in te nemen en zo
mogelijk beide partijen met elkaar in
contact te brengen.
Met de Registratieregels CWI
heeft CWI vastgelegd welke
gegevens zij in dit kader vermeldt op het
bewijs van registratie als bedoeld in artikel 25
Wet SUWI, wat de
geldigheidsduur is van de registratie en hoe
deze verlengd kan worden. Verder is in de regeling aangegeven welke
gegevens een werkgever moet
aanleveren wanneer hij een vacature bij CWI wil laten registreren. Voor
zover nodig, volgt hierna een toelichting
per artikel.
Artikel
1, eerste lid
In het
Besluit werkgebieden
CWI (Stcrt. 2002, 53) is
bepaald welke regio gebruik kan
maken van de dienstverlening door een
vestiging van CWI. Voor de registratie
als werkzoekende wordt
aangesloten bij het Besluit werkgebieden
CWI. Dit komt erop neer dat
registratie plaatsvindt bij die vestiging die
werkzaam is in de regio van de
woonplaats van de betrokken werkzoekende.
De reden voor deze keuze is
de volgende. Vooral als de registratie samenhangt met de aanvraag
van een uitkering, is het wenselijk
dat de dienstverlening door CWI
plaatsvindt in dezelfde regio waarin de
ketenpartner is gevestigd die over de
uitkeringsaanvraag beslist. Veelal heeft een CWI [Centrum
voor werk en inkomen, red.] met zijn directe
ketenpartners (met name de gemeentelijke sociale diensten) specifieke
afspraken gemaakt over de
dienstverlening. In een dergelijke situatie is
het niet wenselijk dat de dienstverlening van
CWI plaatsvindt vanuit een
vestiging waarmee de betreffende ketenpartner
geen afspraken heeft gemaakt. Het
bovenstaande laat overigens onverlet dat
in bijzondere omstandigheden
kan worden afgeweken van de
geformuleerde hoofdregel. Wanneer
bijvoorbeeld duidelijk is dat een
werkzoekende op (korte) termijn gaat
verhuizen, zal het effectiever (kunnen) zijn
dat de dienstverlening op dat moment al plaatsvindt vanuit het toekomstige
woongebied.
Artikel
1, derde lid
Een werkzoekende kan slechts
na een deugdelijke vaststelling van
zijn identiteit worden geregistreerd. Om deze reden is in dit lid
(nogmaals) vastgelegd dat registratie slechts kan
plaatsvinden door zich in persoon te registreren bij een CWI.
Binnen CWI wordt veelvuldig
gewerkt op basis van afspraken. Een
klant die zich persoonlijk meldt, maar
geen afspraak heeft, zal dan ook
een afspraak moeten maken om
zich te laten registreren als
werkzoekende. Normaliter zal de
ingangsdatum van de registratie dan de datum
van die afspraak zijn, omdat hij op
dat moment als werkzoekende
wordt geregistreerd.
De procedure kan in bepaalde
situaties nadelig uitwerken. Voor een groot aantal socialeverzekeringswetten (zoals bijvoorbeeld de WW, Abw,
Ioaw, Wiw en AKW) is het
recht op uitkering (mede)
afhankelijk van de registratie als
werkzoekende bij CWI. In een dergelijke
situatie zou de positie van de klant tekort
worden gedaan als de ingangsdatum
van de registratie zou worden
gekoppeld aan de latere datum van zijn
afspraak. In die situatie wordt de
ingangsdatum gesteld op de datum waarop
de afspraak is vastgelegd.
Artikel 2
Op grond van
artikel 26
Wet SUWI jo.
artikel 2.1 van de
Regeling SUWI stelt CWI van iedere
werkzoekende de afstand tot de arbeidsmarkt
vast (de zogenoemde fasering). Deze
fasering bepaalt mede de intensiteit
van de dienstverlening door CWI en
daarmee ook de geldigheidsduur van
de registratie.
Zo geldt de registratie van
een klant die in fase 1 is ingedeeld
en waarvan mag worden verwacht dat deze - zelfstandig dan wel met behulp van CWI
- snel weer werk vindt,
slechts tot de volgende afspraak. Deze
klant wordt op deze manier nauwgezet
gevolgd en begeleid.
De dienstverlening van CWI
aan een klant wiens afstand tot de
arbeidsmarkt zodanig is dat deze
vooralsnog niet bemiddelbaar is omdat
hij in eerste instantie is aangewezen op
andere dienstverlening richt zich
niet op directe bemiddeling naar
werk. De registratie van deze klant
geldt daarom voor een langere periode.
Artikel 3
Verlenging van de
registratie als werkzoekende vindt plaats op de wijze zoals die is vermeld op het
bewijs van registratie. Ook dit hangt
samen met de mate waarin CWI een
bemiddelende taak kan vervullen in het
vinden naar ander werk. Zo moet - als voorbeeld - de fase-1-klant zich
persoonlijk op de vestiging melden en
kan een fase-4-klant doorgaans
volstaan met een schriftelijk of
telefonisch verzoek om zijn registratie te
verlengen.
De geldigheidsduur van de
verlenging is dan (wederom) gekoppeld
aan die van de eerste registratie.
Dit is slechts anders als er aanwijzingen
zijn dat de actuele afstand tot de
arbeidsmarkt niet meer correspondeert met
de destijds vastgestelde.
Artikel 4
CWI
herinnert zijn klanten
er niet aan dat een bewijs van
registratie binnen afzienbare termijn wordt beëindigd. Het is de eigen
verantwoordelijkheid van de werkzoekende om een
verzoek om verlenging dan ook tijdig
in te dienen. Een verzoek dat na
de beëindiging wordt ontvangen, zal dan ook tot gevolg hebben dat de betrokkene
zich opnieuw als
werkzoekende moet registreren.
In veel gevallen vinden
werkzoekenden - al dan niet na
bemiddeling door CWI - (tijdelijk) werk.
Wanneer betrokkene in een dergelijke
situatie niet uit zichzelf het initiatief
heeft genomen om zijn inschrijving te beëindigen, zal CWI hem benaderen met de
vraag of de bestaande
registratie als werkzoekende moet worden voortgezet. Doorgaans zal dit
telefonisch gebeuren. Als op deze manier
evenwel geen contact kan worden gelegd, kan de betrokkene ook
schriftelijk worden benaderd. Aan de hand van
een portvrije antwoordkaart kan hij dan
aangeven of hij zijn registratie wil
voortzetten of dat deze kan worden beëindigd. Het achterwege
laten van een verzoek om voortzetting
merkt CWI aan als een verzoek om
beëindiging als bedoeld in het tweede
lid van dit artikel.
Artikel 6
Op grond van
artikel 25 Wet SUWI heeft iedere werkgever het
recht zijn vacatures bij CWI te laten
registreren. Een verzoek om een vacature
te registreren, kan op verschillende
manieren worden gedaan. Een werkgever kan zijn vacature melden bij een
vestiging, maar hij kan zijn vacature
ook rechtstreeks en zonder directe bemoeienis van CWI plaatsen op de
website werk.nl.
In deze laatste situatie is
de mogelijkheid voor CWI om de vacature vooraf te toetsen beperkter
dan in de eerstgenoemde. In beide
situaties bestaat echter de behoefte
om in voorkomende gevallen in te
kunnen grijpen als CWI constateert
dat de positie van de werkzoekende
in geding komt. Hoewel zo goed als
mogelijk wordt geprobeerd misstanden
te voorkomen, biedt de registratie van een vacature dan ook geen
garantie dat deze niet kunnen ontstaan of
bestaan.
CWI honoreert zodoende een
verzoek om een vacature te
registreren altijd, tenzij blijkt dat er
een gerede kans is dat vervulling van
de vacature de positie van de
werkzoekende kan schaden. Dit is bewust ruim geformuleerd, omdat een limitatieve
opsomming niet is te geven.
In ieder geval zal CWI een
vacature weigeren of verwijderen als
blijkt dat de eisen die werkgever stelt
in strijd zijn met de Non-discriminatiecode
CWI. In deze code (Stcrt. 2002, 140) heeft CWI
aangegeven het maken van direct of
indirect onderscheid tussen
werkzoekenden niet te accepteren, tenzij
dit gebeurt vanuit een wettelijk
voorkeursbeleid. Verder zal een vacature
worden geweigerd of verwijderd als
strijd met wettelijke voorschriften
wordt geconstateerd. Hierbij kan worden gedacht aan een werkgever die minder
dan het wettelijk minimumloon
betaalt of zodanig in strijd met de arbonormen handelt dat de gezondheid
van zijn werknemers in gevaar
komt.
Met name piramidebedrijven gebruiken de website om
werkzoekenden te benaderen. Veelal anders
dan in de vacaturetekst
voorgespiegeld, vragen dergelijke bedrijven
een financiële investering van de
werkzoekende. Vanwege de hoeveelheid
klachten van werkzoekenden over
dergelijke vacatures is deze weigeringsgrond in het artikel opgenomen.
Artikel 7
Met de werkgever die een
vacature heeft die hij bij CWI laat
registreren, worden afspraken gemaakt
over de periode waarbinnen CWI zal
bemiddelen. Na afloop van deze periode wordt de aldus
geregistreerde vacature verwijderd, tenzij werkgever
aangeeft dat de eerder overeengekomen
termijn kan worden verlengd. Ook is
het natuurlijk mogelijk dat een
werkgever al vóór afloop van de
overeengekomen termijn zijn geregistreerde vacature wil laten verwijderen. Het
spreekt voor zich dat aan een
dergelijk verzoek gehoor wordt gegeven.
Artikel 8
Het recht op registratie als
werkzoekende staat niet gelijk met het
recht op de meest intensieve dienstverlening. Ditzelfde geldt ook voor het
recht op registratie van een
vacature. CWI bepaalt - na overleg met
de klant - de meest geëigende
dienstverlening.
Artikel 9
Dit besluit treedt in
werking op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant. Op grond van het bepaalde in
artikel 1, vierde lid, hanteert
CWI een uniforme - op alle vestigingen
identiek - bewijs van registratie.
Hiertoe zijn nog een aantal aanpassingen
in de bestaande systemen
noodzakelijk. Om deze reden is de datum van inwerkingtreding van dit artikellid gesteld
in de toekomst.
|