|
26 november 2002/CWI
2002/007
De
Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en
inkomen;
Overwegende dat:
- met de vaststelling van deze regeling invulling wordt gegeven aan
artikelen 10 en 11 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen;
- de CWI het belang van de zo direct mogelijke inbreng van
(vertegenwoordigers van) cliënten bij de uitvoering van zijn wettelijke
taken benadrukt, alsmede het belang om langs die weg inzicht in het
functioneren van zijn organisatie te krijgen om de dienstverlening waar
nodig en mogelijk aan te passen, te verbeteren en/of uit te bouwen;
- het wenselijk is om te komen tot een gestructureerde vorm van
cliëntenparticipatie middels de inrichting van cliëntenraden op
strategisch en tactisch-operationeel niveau en daarmee inspraak en
betrokkenheid van cliënten in respectievelijk bij de uitvoering van de taken van
de CWI te verzekeren;
Stelt
de navolgende regeling vast:
Art.
1. Definities
Deze regeling verstaat onder:
-1. CWI : de Centrale organisatie werk en inkomen als bedoeld in
artikel 2 Wet SUWI.
-2. Cliënt: de werkzoekende die gebruik maakt van de dienstverlening
van de CWI.
-3. Cliëntenorganisaties:
representatieve belangenorganisaties en werknemersorganisaties.
-4. Cliëntenraad: een uit
cliënten bestaand gremium met taken
en bevoegdheden zoals in deze
regeling omschreven.
Art. 2.
Doelstelling van
de regeling
De cliëntenraad heeft tot
taak de CWI gevraagd en ongevraagd
te informeren en te adviseren
over de uitvoering van de taken van
de CWI. Met de instelling van de
raad en het overleg wordt beoogd
meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van
de dienstverlening van de CWI.
Art. 3.
Samenstelling
-1. De centrale cliëntenraad
is samengesteld uit vijf deelnemers op
voordracht van werknemersorganisaties en vier deelnemers op
voordracht van belangenorganisaties.
-2. De centrale cliëntenraad
wijst uit haar midden een voorzitter
aan die aan het overleg met de Raad
van bestuur CWI leiding geeft.
-3. De deelnemers kunnen zich
doen vervangen, alsmede
ondersteunen.
-4. De centrale cliëntenraad
benoemt uit haar midden twee leden die
namens de CWI-cliëntenraad voor
een periode van drie jaar zitting nemen in
de Landelijke Cliëntenraad als bedoeld in artikel 12 Wet
SUWI.
Art. 4.
Decentrale
cliëntenparticipatie
-1. Behalve een centrale
cliëntenraad die op centraal niveau
opereert, zijn op decentraal niveau
decentrale cliëntenraden werkzaam.
-2. Er wordt een decentrale
cliëntenraad ingesteld voor elk district
van de CWI-organisatie.
-3. Een decentrale
cliëntenraad is samengesteld uit acht
deelnemers op voordracht van werknemersorganisaties
en drie deelnemers op
voordracht van belangenorganisaties.
-4. Iedere decentrale
cliëntenraad wijst uit haar midden een
voorzitter aan die leiding geeft aan het
overleg met de districtsmanager, die
namens de CWI-managers in het district
het overleg voert.
Art. 5.
Voordracht,
benoeming en zittingsduur van de
deelnemers
-1. De cliëntenorganisaties
dragen ieder voor zich deelnemers
voor om zitting te nemen in de
centrale cliëntenraad en de decentrale
cliëntenraden.
-2. De CWI benoemt de
deelnemers voor een periode van drie jaar.
De mogelijkheid bestaat deze
periode eenmalig met drie jaar te
verlengen. Om de continuïteit van de
verschillende cliëntenraden te
waarborgen, vindt de eerste benoeming van vier
deelnemers van de centrale
cliëntenraad en van vijf deelnemers van
iedere decentrale raad plaats voor een periode van anderhalf jaar.
-3. De voordragende
organisatie heeft het recht om de CWI
tussentijds gemotiveerd te vragen zijn
vertegenwoordiging te wijzigen.
-4. Desgewenst kan voor
iedere deelnemer een plaatsvervanger worden benoemd.
-5. De deelnemers verrichten
hun werkzaamheden zonder last,
maar voeren waar nodig wel
ruggespraak met hun achterban.
-6. De deelnemers kunnen als
zij niet langer lid zijn van de CWI-cliëntenraad ook niet langer lid zijn
van de Landelijke Cliëntenraad ingevolge artikel
3, vierde lid, van deze
regeling.
Art. 6.
Bijeenkomsten
centrale cliëntenraad
-1. De centrale cliëntenraad overlegt ten
minste driemaal per jaar
met de Raad van bestuur CWI.
-2. Op verzoek van een
meerderheid van het aantal leden van de
cliëntenraad (vijf leden) of op verzoek van
de CWI, in te dienen bij de
voorzitter van de decentrale cliëntenraad, worden, naast de reguliere
vergaderingen, extra vergaderingen belegd.
Art. 7.
Bijeenkomsten
decentrale cliëntenraden
-1. De decentale
cliëntenraden overleggen ten minste viermaal per jaar
met de districtsmanager, die
namens de CWI-managers in het
werkgebied van de decentrale cliëntenraad
het overleg voert.
-2. Op verzoek van een
meerderheid van het aantal leden van de
cliëntenraad (zes leden) of op verzoek van
de CWI, in te dienen bij de
voorzitter van de cliëntenraad,
worden, naast de reguliere vergaderingen,
extra vergaderingen belegd.
Art. 8.
Vergadering
-1. De voorzitter bepaalt in
overleg met de ambtelijk secretaris
de tijd en plaats van de vergaderingen.
Een vergadering op verzoek van de
leden of de CWI wordt gehouden binnen vier weken nadat het verzoek
daartoe door de voorzitter is
ontvangen.
-2. De cliëntenraden kunnen
ter voorbereiding van het overleg met de CWI dan wel in verband met
hun adviserende taak overleg
houden.
-3. De voorzitter en de
ambtelijk secretaris stellen in
overleg de agenda samen. Ieder lid heeft het
recht om via de voorzitter een
onderwerp op de agenda te plaatsen. De definitieve agenda wordt bij aanvang van
de vergadering vastgesteld.
-4. De ambtelijk secretaris
roept de vergadering bijeen door
middel van een schriftelijke kennisgeving aan de deelnemers van de
cliëntenraad en de CWI. De schriftelijke kennisgeving wordt, vergezeld van de
agenda, ten minste veertien dagen van tevoren toegezonden.
-5. De ambtelijk secretaris
maakt van de vergadering een verslag
dat binnen twee weken na de vergadering
aan de leden en de CWI wordt
toegezonden met het verzoek binnen twee
weken te reageren.
Art. 9.
Bevoegdheden van
de cliëntenraad
-1. Initiatiefrecht:
a. de cliëntenraad heeft de
bevoegdheid alle aangelegenheden die de
uitvoering en (de kwaliteit van) de dienstverlening door de CWI
raken aan de orde te stellen;
b. de cliëntenraad heeft
het recht over alle aangelegenheden
die de uitvoering en (de kwaliteit van) de dienstverlening door de CWI
betreffen verbetervoorstellen te doen;
c. de cliëntenraad stelt
jaarlijks een planning van activiteiten op
en een begroting. Planning en
begroting worden met de overlegpartner
van de CWI besproken;
d. de cliëntenraad heeft de
bevoegdheid om, voor een goede invulling van haar taken, in
voorkomende gevallen, in overleg met de
CWI, gebruik te maken van CWI-deskundigheid.
-2. Informatierecht:
a. de cliëntenraad wordt
geïnformeerd over de resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes en
klachtenrapportages;
b. de cliëntenraad krijgt
spontaan en op verzoek alle informatie
die het voor de uitoefening van zijn taken zoals in deze regeling
omschreven nodig heeft, tenzij enig wettelijk voorschrift de verstrekking daarvan in
de weg staat.
-3. Adviesrecht:
a. de cliëntenraad wordt
tijdig betrokken bij de
voorbereiding en de totstandkoming van zaken
waarmee de cliënt in de uitvoering
rechtstreeks wordt geconfronteerd, zoals formulieren, informatie- en
voorlichtingsmateriaal, privacyreglement, klachtenprocedures, enquêtes en
klanttevredenheidsonderzoeken;
b. de CWI stelt de
cliëntenraad in de gelegenheid advies uit te
brengen over de uitvoering van de taken
van de CWI. Adviezen kunnen ook op
basis van schriftelijke raadpleging tot stand komen.
-4. De bevoegdheid van het
overleg op grond van de vorige leden
heeft geen betrekking op
belangenbehartiging in individuele gevallen.
Art. 10.
Te behandelen
thematiek centrale cliëntenraad
De te behandelen thematiek
is afgestemd op zaken waarvoor door de Raad van bestuur CWI
beslissingen kunnen worden genomen en
betreft onder andere:
• signalen uit decentrale
cliëntenparticipatie;
• monitoring uitkomsten klanttevredenheidsonderzoeken;
• meerjarenbeleidskader,
jaarplannen en jaarverslagen;
•
verantwoordingsresultaten;
• dienstverlening
(toegankelijkheid, bekendheid, uitvoering);
• kwaliteit (prestaties,
normering, monitoring);
• advieszaken richting
ministerie betreffende de inrichting
van de cliëntenparticipatie en de dienstverlening aan specifieke klant- en
doelgroepen;
• monitoring en evaluatie
van algemeen functioneren van de
structuur van de cliëntenparticipatie;
• non-discriminatiecode CWI.
Art. 11.
Te behandelen
thematiek decentrale cliëntenraden
De te behandelen thematiek
is afgestemd op zaken waarvoor door de CWI-vestigingsmanagers
beslissingen kunnen worden genomen en
betreft onder andere:
• problematiek op
CWI-vestigingen in het district;
• persoonlijke
dienstverlening (omgang met de cliënt);
• signalen en
verbeterplannen uit klantenpanels;
• vorming van
bedrijfsverzamelgebouwen;
• toegankelijkheid,
bereikbaarheid, contact met CWI-functionaris;
• informatievoorziening;
• uitvoeringsprocedures;
• uitkomsten klanttevredenheidsonderzoeken;
• klachtenanalyse;
• monitoring en evaluatie
van algemeen functioneren van de
cliëntenparticipatie.
Art. 12.
Werkwijze
-1. Indien de CWI de
cliëntenraad advies vraagt, wordt het
advies binnen vier weken uitgebracht. De
cliëntenraad kan het uitbrengen van een advies voor vier weken verdagen. Van
de verdaging wordt
schriftelijk mededeling gedaan.
-2. Alle adviezen,
informatieverzoeken en verbetervoorstellen
worden door de cliëntenraad
schriftelijk verstrekt en door de CWI beoordeeld.
De CWI verzorgt binnen vier weken
een schriftelijke met redenen omklede reactie. De CWI kan deze termijn voor
vier weken verdagen. Van de
verdaging wordt schriftelijk
mededeling gedaan.
-3. Adviezen van de
decentrale cliëntenraden die uitvoeringsrichtlijnen, landelijk ontwikkelde
procedures en formulieren betreffen, worden
uitgebracht aan de centrale cliëntenraad.
Art. 13.
Instellen
commissie
-1. De centrale cliëntenraad
heeft de bevoegdheid om in overleg
met de Raad van bestuur CWI commissies in het leven te roepen die
de raad adviseren. In deze commissies kunnen ook niet-raadsleden zitting
hebben.
-2. De bepalingen in de
regeling met betrekking tot de
facilitering en vergoedingen van de (leden van de)
centrale cliëntenraad zijn eveneens
van toepassing op de (leden van een) commissie.
Art. 14.
Facilitering
-1. De CWI draagt er zorg
voor dat de raden in de vorm van een
ambtelijk secretaris adequaat worden ondersteund.
-2. De CWI zorgt voor een
vergaderaccomodatie en daarbij behorende aanvullende voorzieningen.
-3. De ambtelijk secretaris
treedt op als intermediair tussen
cliëntenraad en CWI. Verzoeken om
informatie, signalen, antwoorden op
vragen, voorstellen, adviezen e.d. lopen via de ambtelijk secretaris. De
ambtelijk secretaris bewaakt de
afhandeling ervan.
-4. Jaarlijks vóór 1 april
maakt de centrale cliëntenraad,
samen met de ambtelijk secretaris, een
verslag van de werkzaamheden over het
afgelopen jaar.
-5. De CWI draagt er zorg
voor dat de leden van de
cliëntenraad scholing ontvangen teneinde hun taken
te kunnen uitvoeren. Hiervoor wordt
jaarlijks door de CWI-organisatie een budget beschikbaar gesteld.
Art. 15.
Vergoedingen
De leden van de
cliëntenraden hebben recht op een door de CWI vast te
stellen onkostenvergoeding
en een vergoeding voor reis- en
verblijfskosten. De regeling Onkosten-
en reiskostenvergoeding cliëntenraadsleden CWI is opgenomen in
bijlage 1 bij deze regeling.
Art. 16.
Waarborg tegen
benadeling en
geheimhoudingsverplichting
De CWI draagt er zorg voor
dat klanten die deelnemen,
deelnamen of deel gaan nemen aan het
overleg, uit hoofde van hun deelname op
geen enkele wijze worden
benadeeld ten aanzien van hun aanspraken
op diensten van de CWI en de bejegening door medewerkers van CWI.
De deelnemers gaan
vertrouwelijk om met informatie waarvan is aangegeven dat deze vertrouwelijk is.
Art. 17.
Evaluatie
In het overleg tussen de
Raad van bestuur CWI en de centrale
cliëntenraad zullen de deelnemers aan het overleg jaarlijks evalueren
of de gekozen opzet van de cliëntenparticipatie (nog) voldoet. Als er op
basis van deze evaluatie reden is de regeling aan te passen, dan besluit
de Raad van bestuur CWI hiertoe na
overleg met de centrale cliëntenraad.
Art. 18.
Bekendmaking
-1. De CWI maakt deze
regeling bekend bij zijn cliënten en
de cliëntenorganisaties.
-2. De CWI publiceert de
onderhavige regeling voorts in de Staatscourant.
Art. 19.
Nadere regels,
geschillen
-1. In gevallen waarin deze
regeling niet voorziet,
respectievelijk sprake is van geschillen voortkomend
uit de interpretatie van deze
regeling, wordt één en ander besproken door respectievelijk voorgelegd aan de centrale
cliëntenraad. Indien nodig worden
geschillen geregeld in overleg tussen
de Raad van bestuur CWI en de
centrale cliëntenraad.
-2. Indien CWI voornemens is
een wijziging in de regeling
cliëntenparticipatie in het overleg met de
centrale cliëntenraad in te brengen,
zal CWI het betreffende voornemen ook aan de in de centrale
cliëntenraad vertegenwoordigde organisaties ter advisering voorleggen.
-3. Indien deze
belangenorganisaties ter zake van de regeling
cliëntenparticipatie bij wijze van advies
wijzigingsvoorstellen doen, zal CWI - indien zij niet voornemens is het betreffende
voorstel in het overleg met
de cliëntenraden in te brengen - schriftelijk gemotiveerd aangeven waarom
het advies niet gevolgd wordt.
Art. 20.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in
werking op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant.
Zoetermeer, 26 november
2002.
Centrale organisatie werk en inkomen,
R. de Groot, voorzitter Raad van bestuur.
BIJLAGE
1
Regeling
onkosten- en reiskostenvergoeding cliëntenraadsleden CWI
De CWI-cliëntenraadsleden
kiezen bij aanvang van hun lidmaatschap
voor de vergoedingensystematiek
die het best past bij hun
individuele situatie. Deze keuze heeft vervolgens
een looptijd van één jaar en kan niet
tussentijds worden gewijzigd.
Vooruit te betalen
maandelijkse forfaitair bedrag
CWI
betaalt een vast bedrag
op maandbasis ter dekking van
alle kosten die uit hoofde van het
lidmaatschap worden gemaakt. Naast dit vaste maandbedrag worden
geen kosten op declaratiebasis vergoed.
De vaste maandelijkse
vergoeding is voor leden van de cliëntenraden
vastgesteld op €|53,- per maand. Deze
vergoeding is gebaseerd op de naar
redelijkheid te verwachten kosten en
bevat zowel een vergoeding voor
reiskosten als voor overige onkosten.
Onder overige onkosten worden in
dit verband de volgende kostensoorten
verstaan: portikosten, kopieerkosten, telefoonkosten, kosten van incidentele
kinderopvang en kosten van
kleine verbruikbare
kantoorbenodigdheden. De vergoeding wordt
uitbetaald voor iedere maand dat een
raadslid officieel zitting heeft in een raad. Betaling geschiedt
voorafgaand aan de maand waarop de betaling
betrekking heeft.
Onkostenvergoeding op totale
declaratiebasis
In het geval dat een
raadslid meer kosten verwacht te maken dan
de vaste maandelijkse vergoeding kan deze persoon ervoor kiezen
de onkosten op totale declaratiebasis
door CWI te laten vergoeden. In
deze vergoedingensystematiek komen werkelijk gemaakte kosten voor
vergoeding in aanmerking wanneer
voldaan is aan het aantoonbaarheidscriterium. Dit betekent dat voor alle
kosten die bij de CWI ter vergoeding
worden aangeboden sluitend bewijs
in de vorm van facturen, kassabonnen en dergelijke moet worden
aangeleverd. Voor het indienen van
declaraties moet gebruik gemaakt worden
van de voorgeschreven
declaratieformulieren. De raadsleden zijn in deze
regeling zelf verantwoordelijk voor
de aanlevering van deze bewijsstukken. Betaling geschiedt achteraf.
In onderstaande tabel is per kostensoort gespecificeerd wat wordt
vergoed en welke bewijsstukken moeten
worden aangeleverd.
| Kostensoort |
Vergoedingenspecificatie |
Bewijsstukken |
| Reiskosten: |
Openbaar vervoer:
- Werkelijke kosten OV 2e klasse.
- €|0,40 per strip. |
Overlegging vervoersbewijzen (in combinatie met
voorgeschreven declaratieformulier). |
|
Eigen auto:
- €|0,28 per kilometer.
- Parkeren, tunnels, poorten en tolpunten. |
Declaratieformulier. Overlegging facturen, bonnetjes
(in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier). |
|
Taxikosten:
- Vergoeding van werkelijke kosten aan raadsleden voor wie het
reizen met het openbaar vervoer bezwaarlijk is (o.b.v. verklaring
behandelend arts). |
Overlegging facturen,
bonnetjes
(in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier). |
| Portikosten: |
Werkelijk
gemaakte kosten blijkend uit specificatie. |
Overlegging facturen,
bonnetjes
(in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
|
| Kopieerkosten: |
Werkelijk
gemaakte kosten blijkend uit specificatie. |
Overlegging facturen,
bonnetjes
(in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
|
| Telefoonkosten: |
Vaste
vergoeding per tijdseenheid (onderscheid in lokaal en
interlokaal). |
Overlegging gespecificeerde factuur (in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
|
| Kosten
van incidentele kinderopvang: |
Werkelijk
gemaakte kosten doch maximaal €|3,40
per uur per kind met een maximum van €|34,-
per dag per kind. |
Overlegging facturen,
bonnetjes of kwitanties (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier met vermelding van data en tijdstippen).
|
Kosten
van kleine verbruikbare kantoor-
benodigdheden: |
Vergoeding
van kosten die uitsluitend zijn toe te rekenen aan het
raadslidmaatschap (schrijfmaterialen, papier, geen verbruikbare
kantoorbenodigdheden zoals perforators e.d.). Werkelijk gemaakte
kosten blijkend uit specificatie. |
Overlegging facturen,
bonnetjes
(in combinatie met voorgeschreven declaratieformulier).
|
Achteraf alsnog vergoeding
op declaratiebasis
In het uitzonderingsgeval
dat een raadslid achteraf (na afloop
van een jaar) constateert dat
hij/zij meer kosten heeft gemaakt dan hij/zij
uit de vaste vergoedingen heeft
kunnen dekken, kan het raadslid alsnog
kiezen voor onkostenvergoeding op
totale declaratiebasis. Het
raadslid moet daartoe vóór 15 januari
van het jaar volgend op dat waarin de
onkosten zijn gemaakt niet slechts de
meerkosten, maar alle werkelijk gemaakte onkosten alsnog via de
voorgeschreven declaratieformulieren
indienen en alle bewijsstukken en
specificaties overleggen. Voor een
overzicht van de kosten die als onkosten
worden aangemerkt en de benodigde
bewijsstukken wordt verwezen naar bovenstaande tabel. Het cliëntenraadslid
is in dit verband zelf
verantwoordelijk voor het bijhouden en
aanhouden van een correcte en
sluitende boekhouding. De maandelijkse forfaitair betaalde vergoeding wordt in
dit geval als een voorschot op
de declaraties gezien en als zodanig
verwerkt.
TOELICHTING
[26 november 2002]
Regeling
cliëntenparticipatie CWI werkzoekenden
Algemeen
In de
Wet SUWI is in de
artikelen 10 en 11 voor de CWI de
verplichting opgenomen om zowel op
centraal niveau als op decentraal
niveau een regeling vast te stellen die gericht is op de realisatie en
vormgeving van adequate
cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de wettelijke
taken van de CWI.
Participatie van cliënten
bij de uitvoering van de wettelijke taken
betekent dat cliënten binnen te
stellen kaders hun stem kunnen laten horen
over en hun invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering en (de kwaliteit
van) de dienstverlening door de CWI.
CWI vindt de inbreng van
cliënten onontbeerlijk teneinde
inzicht in het functioneren van de eigen
organisatie te verkrijgen en de
dienstverlening waar nodig te verbeteren. In
de dialoog tussen CWI en
cliënten(raden) zal aldus een duidelijke
meerwaarde voor de kwaliteit van de
dienstverlening door de CWI ontstaan.
Deze regeling behelst een
werkwijze om te komen tot een
gestructureerde vorm van cliëntenparticipatie middels de inrichting van
cliëntenraden op strategisch en tactisch-operationeel niveau. Wie over de
cliëntenraad spreekt, spreekt over
inspraak en betrokkenheid van cliënten
in respectievelijk bij de uitvoering van de
taken van de CWI.
Cliëntenparticipatie heeft
tot doel door middel van het geven
van adviezen, het afgeven van signalen en
het doen van
verbetervoorstellen, middels het inbrengen van de positie en zienswijze van de cliënt, een bijdrage
te leveren aan (de kwaliteit
van) de uitvoering en dienstverlening door de CWI ten aanzien van de door
de CWI uitgevoerde taken.
De regeling strekt ertoe
afspraken tussen partijen vast te
leggen met betrekking tot de uitvoering
van de cliëntenparticipatie op
zowel centraal als decentraal niveau en
geeft het kader aan waarbinnen de
inrichting van de cliëntenraden wordt
vormgegeven
Bij de totstandkoming van
deze regeling zijn de
cliëntenorganisaties en vakorganisaties nauw
betrokken geweest.
Artikelsgewijs
Artikel
2. Doelstelling van
de regeling
Onder uitvoering van de
taken van de CWI wordt in ieder geval
medeverstaan de bejegening van cliënten,
de schriftelijke en mondelinge
informatievoorziening, het serviceniveau, de bereikbaarheid, wachttijden,
privacybescherming, (klachten)procedures en cliëntenparticipatie.
Artikel
3. Samenstelling
Afvaardigende
belangenorganisaties kunnen wijzigingsvoorstellen ten aanzien van onderstaande
zetelverdeling
indienen. Deze wijzigingsvoorstellen
moeten overigens passen binnen de representativiteit van de belangenorganisaties.
- 3 vertegenwoordigers namens
de FNV;
- 1 vertegenwoordiger namens
het CNV;
- 1 vertegenwoordiger namens
de Unie MHP;
- 1 vertegenwoordiger namens
het LOC (Landelijk Overleg
Cliëntenraden) SZ;
- 1 vertegenwoordiger namens
de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten;
- 1 vertegenwoordiger namens
de Samenwerkingsverbanden van
het Landelijk Overleg Minderheden;
- 1 vertegenwoordiger namens
de CG-raad [Chronisch zieken en Gehandicapten Raad
Nederland, red.].
Artikel
4. Decentrale
cliëntenparticipatie
De decentrale
cliëntenparticipatie wordt op het niveau van de
zes districten van de CWI vormgegeven. Voor de verdere toekomst
voorziet de CWI-organisatie dat het meer passend zal worden decentrale
cliëntenparticipatie op het niveau van bedrijfsverzamelgebouwen SUWI te
realiseren en deze
participatie te richten op de binnen die setting te
bieden geïntegreerde dienstverlening.
Artikel
8. Vergadering
Voor met name een eerste
check op de juiste weergave van
gemaakte afspraken wordt het verslag
binnen twee weken aan de deelnemers van
de raad toegezonden met het verzoek
(eveneens) binnen twee weken te reageren. Indien een reactie een
gemaakte afspraak geweld aan doet,
treedt de ambtelijk secretaris in
overleg met de voorzitter van de raad. Het
vorenstaande laat onverlet dat het
verslag eerst definitief wordt vastgesteld in de volgende vergadering.
De verslagen van de
decentrale cliëntenraden worden ter kennis gebracht van de centrale
cliëntenraad.
Artikel
12. Werkwijze
De regeling kent de
mogelijkheid dat de CWI de cliëntenraad om
advies vraagt. In dat geval is het
uitbrengen van het advies aan een
termijn gebonden. Gekozen is voor een termijn
van vier weken met een eenmalige
mogelijkheid tot verlenging van vier weken. Eenzelfde termijn
geldt voor de CWI als het gaat om van
de cliëntenraad afkomstige adviezen, informatieverzoeken en
verbetervoorstellen.
In uitzonderlijke gevallen
(bijvoorbeeld klanttevredenheidsonderzoeken) kan van de in de regeling
genoemde termijn afgeweken worden.
Artikel
13. Instellen
commissie
Een commissie kan
uitsluitend op landelijk niveau worden ingesteld. Eventueel kan hieraan een
daartoe strekkend verzoek van een
decentrale cliëntenraad ten grondslag liggen. Een commissie kan worden
ingesteld ter versterking van de
specifieke participatie van een sector of doelgroep. Ook op een specifiek gebied
of onderwerp kunnen commissies worden
ingesteld.
Thematiek die hiervoor onder
meer in aanmerking komt is:
• de kwaliteit van de
dienstverlening;
• afstemming op de
dienstverlening van UWV [Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, red.] en GSD [gemeentelijke sociale
dienst, red.] (werkproces-
en taakafstemming, dossieroverdracht, casemanagement);
• specifieke (regionale)
problematiek.
Het instellen van commissies
moet eerder uitzondering zijn dan
regel. Instelling van ad-hoccommissies heeft bovendien de voorkeur boven
instelling van permanente commissies.
Het mag niet zo zijn dat deze
commissies het werk van de raad
overnemen respectievelijk aanvullend
een rol gaan spelen waar ander
instrumentarium (bijvoorbeeld monitoring) de
benodigde informatie voor de raad kan leveren.
Met instemming van de Raad
van bestuur CWI ingestelde
commissies worden facilitair ondersteund.
Artikel
14. Facilitering
De CWI
zorgt voor een goede
facilitering van de cliëntenraad(sleden)
en de in overleg met de Raad van bestuur CWI ingestelde commissies. Voorzieningen die hiertoe
behoren zijn:
• een zodanige
vergaderruimte en werkruimte op een CWI-kantoor dat deze bereikbaar, bruikbaar
en toegankelijk zijn voor mensen met een
handicap;
• werkruimte bij de
ambtelijk secretaris, waar onder meer een archief
kan worden gehouden;
• publicatiemogelijkheden
en communicatiemogelijkheden (telefoon, kopieerapparatuur), gebruik
van de interne postdienst;
• ondersteuning via de
ambtelijk secretaris;
• materiële voorzieningen
die via de ambtelijk secretaris
beschikbaar worden gesteld, zoals het gebruik
van een pc, een archiefkast, papier,
mappen e.d.
De scholing die de CWI biedt
aan leden van de cliëntenraden
behelst onder andere:
• de hoofdlijnen van en
relevante ontwikkelingen in de sociale zekerheid;
• de CWI-organisatie;
• trainingen op het
terrein van onder andere
onderhandelingsvaardigheden, vergadertechniek en
voorzitterschap.
Artikel
16. Waarborgen tegen
benadeling
Voor een groei naar
volwaardige participatie van cliënten moeten
afgevaardigden vrijuit kunnen optreden in
de cliëntenraad. In de
richtlijnen voor medewerkers van de CWI zal de bepaling worden opgenomen
dat deelnemers van of gewezen deelnemers aan een cliëntenraad op
geen enkele wijze benadeeld worden ten
aanzien van de dienstverlening die
zij ontvangen van de CWI en de bejegening door medewerkers van de CWI. Informatie over deelnemers
van een cliëntenraad wordt zonder
toestemming van betrokkenen niet
beschikbaar gesteld aan CWI-medewerkers waarvan deelnemers voor CWI-dienstverlening
afhankelijk zijn.
Deelnemers aan een
cliëntenraad krijgen bij deelname aan een raad
een brief van de Raad van bestuur respectievelijk de districtsmanager waarin
de garantie is opgenomen dat zij door de
CWI uit hoofde van hun deelname
op geen enkele wijze worden
benadeeld ten aanzien van de
dienstverlening die zij ontvangen van de CWI en
bejegening door medewerkers van de CWI. Klachten over of knelpunten met
betrekking tot de naleving van dit beschermingsartikel worden langs de weg van de
klachtenprocedure eerst bij de verantwoordelijke overlegpartner aan de orde
gesteld. Wanneer dit voor de
deelnemer niet tot een bevredigende
oplossing leidt, wordt één en ander
doorgeleid naar de centrale
cliëntenraad en voorgelegd aan de Raad van
bestuur CWI.
Relevante artikelen uit de
Wet SUWI
Art.
10. Cliëntenparticipatie op centraal niveau [RcCw]
[RcU]
[TrcS]
-1. De Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank stellen elk een regeling vast die gericht is op de
realisatie en vormgeving van adequate cliëntenparticipatie bij de
uitvoering van hun wettelijke taken. Deze regeling wordt door elk van de
genoemde bestuursorganen in de Staatscourant gepubliceerd.
-2. In de regeling, bedoeld in het eerste
lid, wordt voorzien in overleg met personen of vertegenwoordigers van
personen die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de taken
van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen. Dit overleg vindt
periodiek plaats, doch ten minste tweemaal per jaar.
-3. In de regeling, bedoeld in het eerste
lid, wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop de in het tweede lid
bedoelde personen of vertegenwoordigers:
a. onderwerpen voor de agenda van
het overleg, bedoeld in het tweede lid, kunnen aanmelden;
b. voorzien worden van de voor een
adequate deelname aan het overleg benodigde informatie;
c. betrokken worden bij de
totstandkoming van het meerjarenbeleidsplan, het jaarplan en het
jaarverslag van het betrokken bestuursorgaan;
d. gevraagd en ongevraagd kunnen
adviseren over de uitvoering van de wettelijke taken van betrokken
bestuursorgaan;
e. in staat gesteld worden op een
adequate manier aan het overleg deel te nemen, waarbij ten minste
aandacht besteed wordt aan logistieke faciliteiten, onkostenvergoedingen
en deskundigheidsbevordering;
f. beschermd worden tegen benadeling
in verband met hun deelname aan het overleg.
-4. In de regeling, bedoeld in het eerste
lid, van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt de
betrokkenheid geregeld bij de totstandkoming van de
non-discriminatiecode, bedoeld in de artikelen 22 en
31.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die in elk geval in
de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden geregeld en kunnen nadere
regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
Art.
11. Cliëntenparticipatie op decentraal niveau
-1. De Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank stellen elk, na overleg met de personen en
vertegenwoordigers, bedoeld in artikel 10, tweede lid, een regeling vast
die gericht is op de realisatie en vormgeving van adequate cliëntenparticipatie
op decentraal niveau. Deze regeling wordt door elk van de genoemde
bestuursorganen in de Staatscourant gepubliceerd.
-2. In de regeling, bedoeld in het eerste
lid, wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop:
a. personen en vertegenwoordigers
van personen die als cliënt betrokken zijn bij de decentrale uitvoering
van de taken van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen, hierop
invloed kunnen uitoefenen;
b. door het betrokken bestuursorgaan
op centraal niveau rekening wordt gehouden met de resultaten van cliëntenparticipatie
op decentraal niveau;
c. in iedere vestiging van het
betrokken bestuursorgaan bekendheid wordt gegeven aan de wijze waarop
uitvoering wordt gegeven aan dit artikel.
-3. Indien de regeling, bedoeld in het
eerste lid, voorziet in overleg op decentraal niveau, is artikel
10,
derde lid, ten aanzien van die regeling van overeenkomstige toepassing.
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die in elk geval in
de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden geregeld en kunnen nadere
regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|