|
De
Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank;
Gelet op de artikelen 10 en
11 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Gehoord de cliëntenraad;
Besluit:
HOOFDSTUK
1
Algemeen
Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel
2, eerste
lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
b. Raad van bestuur: het met
de dagelijkse leiding van de SVB belaste
orgaan, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. cliënt: de meerderjarige
persoon die als actueel pensioen- of
uitkeringsgerechtigde op grond van door de SVB uitgevoerde regelingen
gebruik maakt van de dienstverlening van
de SVB;
d. cliëntaangelegenheden:
alle onderwerpen die de vorming, de
uitvoering, de controle en de evaluatie
van de taken van de SVB betreffen,
daaronder begrepen een beleidsbesluit in de zin
van het vierde lid van artikel 1:3 van de Algemene
wet bestuursrecht, met
uitzondering van klachten en
bezwaarschriften die betrekking hebben op
zaken van individuele cliënten,
tenzij het gaat om het algemene karakter van de
daarbij gehanteerde procedures en
regelingen;
e. Cliëntenraad SVB: de
cliëntenraad, bedoeld in artikel 2.
Art. 2.
Instelling
cliëntenparticipatie
-1. De Raad van bestuur
voorziet in de instelling van een
cliëntenraad met de in hoofdstuk 3 genoemde taken en bevoegdheden. De
samenstelling van de cliëntenraad en de
benoeming van zijn leden vinden plaats overeenkomstig de bepalingen van deze
regeling.
-2. Op de wijze waarop de
cliëntenraad zijn taken en bevoegdheden
uitoefent alsmede de wijze waarop de cliëntenraad wordt voorzien van al
hetgeen redelijkerwijs nodig is voor
de vervulling van zijn taken, is deze regeling van toepassing.
-3. Het lidmaatschap van de
cliëntenraad is van generlei invloed op
de behandeling van het lid door de SVB.
-4. Met inachtneming van het
derde lid van artikel 6 voorziet de
Raad van bestuur in de in artikel 11
van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen bedoelde decentrale
cliëntenparticipatie. Op de wijze waarop de als cliënt bij de decentrale
uitvoering van de taken SVB betrokken
personen of hun vertegenwoordigers
invloed kunnen uitoefenen en de wijze
waarop met de resultaten daarvan rekening wordt gehouden op centraal niveau,
is deze regeling van toepassing.
HOOFDSTUK
2
Samenstelling
en benoeming
Art. 3.
Samenstelling
De Cliëntenraad SVB bestaat
uit een door de Raad van bestuur te
benoemen onafhankelijk voorzitter en
ten hoogste tien door de Raad van
bestuur te benoemen leden. Minimaal is de
meerderheid van het aantal leden cliënt, hetgeen getoetst wordt bij aanvang
van de periode waarop de benoeming of
herbenoeming van een lid betrekking
heeft.
Art. 4.
Benoeming
-1. De Raad van bestuur
benoemt de leden van de Cliëntenraad
SVB voor een periode van vier jaar.
-2. Ten hoogste drie leden
worden benoemd op voordracht van de
werknemersorganisaties Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV),
Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en de
Vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel (MHP).
-3. Ten hoogste één lid
wordt benoemd op voordracht van het
Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties.
-4. Ten hoogste één lid
wordt benoemd op voordracht van het
Landelijk Overleg Minderheden.
-5. De Raad van bestuur
verzoekt de in het tweede tot en met het
vierde lid genoemde organisaties binnen een daartoe gestelde termijn om een
voordracht te maken voor benoeming van
een vertegenwoordiger, die bij voorkeur cliënt is. Deze voordracht is bindend,
tenzij door de benoeming niet kan worden
voldaan aan het bepaalde in de
laatste volzin van artikel 3, in welk geval de
Raad van bestuur bepaalt welke van de organisaties een nieuwe voordracht dient
te maken.
-6. De Raad van bestuur kan
bij ontstentenis van één of meer in het
vorige lid bedoelde voordrachten besluiten ook andere maatschappelijke
organisaties te verzoeken een
vertegenwoordiger voor te dragen, met dien verstande dat deze organisaties tezamen door
niet meer dan vijf leden zijn
vertegenwoordigd. Het vorige lid is van
dienovereenkomstige toepassing op deze andere
organisaties.
-7. Benoeming van de
voorzitter en de overige vijf leden van de
Cliëntenraad SVB vindt plaats op bindende voordracht van de Cliëntenraad
SVB.
Alvorens een persoon als kandidaat
voor het voorzitterschap voor te dragen, wordt de kandidatuur door de
Cliëntenraad SVB of op diens verzoek door de
Raad van bestuur vastgesteld.
-8. De in het vorige lid
bedoelde leden zijn allen cliënt.
Behoudens het bepaalde in onderdeel b van het tweede lid van artikel 16 worden zij via
dagbladadvertenties en het internet geworven.
Selectie vindt plaats door een door
de Cliëntenraad SVB uit zijn
midden aangewezen selectiecommissie.
Art. 5.
Herbenoeming
-1. Behoudens het bepaalde
in het tweede lid is herbenoeming door de
Raad van bestuur van de voorzitter of een lid van de Cliëntenraad SVB eenmalig
mogelijk. Het bepaalde in het tweede tot
en met vijfde alsmede het zevende lid van
artikel 4 is van overeenkomstige
toepassing.
-2. Een lid van de Cliëntenraad SVB, bedoeld in het zevende lid van
artikel 4, komt niet voor herbenoeming in aanmerking indien hij bij aanvang van
de periode waarop de herbenoeming
betrekking heeft niet langer cliënt
is.
-3. Behoudens het bepaalde
in onderdeel a van het tweede lid van
artikel 16 geldt een herbenoeming voor een
termijn van vier jaar.
Art. 6.
Vervanging
-1. Een lid van de
Cliëntenraad SVB wordt tussentijds door de
Raad van bestuur vervangen:
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek;
c. als naar het oordeel van
de voorzitter de goede gang van zaken bij
de werkzaamheden van de Cliëntenraad SVB door toedoen van het lid
wordt belemmerd; of
d. op een met redenen omkleed
verzoek van de in artikel 4 genoemde
organisatie die het lid voor benoeming had voorgedragen.
-2. De voorzitter van de
Cliëntenraad SVB wordt tussentijds
vervangen:
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek; of
c. op verzoek van de
meerderheid van de Cliëntenraad SVB op
grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de
Cliëntenraad SVB door toedoen van de
voorzitter wordt belemmerd.
-3. Benoeming wegens een
tussentijdse vervanging vindt met
inachtneming van de bepalingen van de artikelen 3 en 4
plaats voor het restant van
de zittingsduur van het vervangen lid.
-4. Vervanging vanwege de in
de onderdelen c van het eerste en het
tweede lid genoemde reden vindt niet plaats dan na hoor en wederhoor door of
namens de Raad van bestuur. Deze reden
kan ook worden gevormd door een al
dan niet door overmacht veroorzaakt
verzuim van de helft of meer van de
vergaderingen van de Cliëntenraad SVB.
HOOFDSTUK
3
Taken en bevoegdheden
Art. 7.
Overleg en
advisering
-1. De Cliëntenraad SVB
overlegt met de Raad van bestuur en
adviseert gevraagd en ongevraagd schriftelijk over cliëntenaangelegenheden,
in het bijzonder met betrekking tot de kwaliteit
van de geboden dienstverlening van de SVB.
-2. De Cliëntenraad SVB
brengt in ieder geval binnen een door de
Raad van bestuur te stellen termijn schriftelijk advies uit over:
a. de op cliëntaangelegenheden betrekking hebbende
onderdelen van het meerjarenbeleidsplan;
b. het jaarplan; en
c. het jaarverslag van de
SVB;
alvorens die worden
vastgesteld.
-3. De Raad van bestuur
vraagt de Cliëntenraad SVB binnen een
door de Raad van bestuur te stellen
termijn advies uit te brengen over:
a. het jaarlijkse besluit
ter vaststelling van de beleidsregels;
b. tussentijdse beleidsbesluiten die gepubliceerd worden in de
Staatscourant; en
c. andere beleidsvoorstellen
die naar het oordeel van de Raad van
bestuur belangrijke maatschappelijke consequenties hebben of principieel van
aard zijn, tenzij het gaat om uitsluitend een
objectieve vertaalslag van de stand van
het recht.
Art. 8.
Overige taken
-1. De Cliëntenraad SVB
stelt jaarlijks een activiteitenplan op
binnen de kaders van het meerjarenbeleidsplan en het jaarplan van de SVB.
-2. De Cliëntenraad SVB
levert een bijdrage aan het jaarverslag van de SVB. In deze bijdrage rapporteert
de Cliëntenraad SVB over zijn functioneren
en de uitgebrachte adviezen in het
verslagjaar.
-3. Eens per jaar evalueren
de Cliëntenraad SVB en de SVB gezamenlijk
het functioneren van de Cliëntenraad SVB.
-4. De Cliëntenraad SVB
waakt tegen discriminatie wegens ras,
etnische afstamming, sekse, seksuele geaardheid, leeftijd en handicap.
-5. De Cliëntenraad SVB
benoemt uit zijn midden twee leden die
namens hem zitting nemen in de
landelijke cliëntenraad als bedoeld in artikel 12 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voor de duur
van het lidmaatschap van de
Cliëntenraad SVB met een maximum van vier
jaar.
Art. 9.
Decentrale
cliëntenparticipatie
-1. De SVB nodigt zoveel
mogelijk in haar algemene
publieksinformatie en correspondentie cliënten
uit om zich over de dienstverlening bij
de decentrale uitvoeringspraktijk van de
SVB te uiten bij hun regionale SVB-vestiging of SVB-kantoor.
-2. De vestiging of het
kantoor van de SVB analyseert de in het
vorige lid bedoelde uitingen en neemt
ze op in een kwartaalrapportage.
-3. De SVB legt de in het
vorige lid bedoelde analyses en
rapportages alsmede klachtenrapportages, tezamen met in een verbeteragenda
vastgelegde eventuele verbetervoorstellen,
jaarlijks voor aan de Cliëntenraad SVB.
-4. De Cliëntenraad SVB
brengt advies uit over de verbeteragenda.
-5. De Cliëntenraad SVB is
bevoegd schriftelijk advies uit te
brengen over een andere wijze van
decentrale cliëntenparticipatie dan
waarop op grond van deze regeling
wordt voorzien.
HOOFDSTUK
4
Informatievoorziening
en faciliteiten
Art. 10.
Informatieverstrekking
-1. De SVB verstrekt de
Cliëntenraad SVB tijdig, spontaan en op
verzoek alle informatie die de
Cliëntenraad SVB nodig heeft voor de
uitoefening van zijn taken, tenzij enig wettelijk voorschrift aan deze verstrekking in de weg
staat.
-2. De SVB informeert de
Cliëntenraad SVB spontaan over de
resultaten van klachtenrapportages, onderzoeken naar klanttevredenheid en andere
cliëntaangelegenheden zowel op landelijk niveau als bij en van haar
regionale vestigingen en kantoren.
Art. 11.
Deskundigheidsbevordering
-1. De Cliëntenraad SVB kan
ter uitvoering van zijn taken zelfstandig
onderzoeken doen of laten doen, externe deskundigen raadplegen en
activiteiten ontplooien om de
betrokkenheid van cliënten te bevorderen.
-2. De SVB stelt de leden
van de Cliëntenraad SVB op verzoek
in de gelegenheid zich door middel
van scholing en training kennis te
verwerven en vaardigheden eigen te maken
die het functioneren van de Cliëntenraad SVB ten goede komen.
Art. 12.
Secretariaat
-1. De SVB voert het
secretariaat van de Cliëntenraad SVB en benoemt één van zijn medewerkers tot ambtelijk secretaris. De SVB stelt
vergaderaccommodatie ter beschikking van de
Cliëntenraad SVB.
-2. Alle communicatie tussen
de Cliëntenraad SVB en de SVB vindt plaats
via de ambtelijk secretaris.
Art. 13.
Onkostenvergoeding
-1. De voorzitter en de
leden van de Cliëntenraad SVB hebben
recht op een door de SVB vast te stellen onkostenvergoeding en een vergoeding voor
reiskosten. De hoogte van deze
vergoedingen stelt de Raad van bestuur
vast in een nadere regeling. Behoudens
de in het tweede lid bedoelde kosten
worden alle kosten die het lidmaatschap
met zich meebrengt, geacht door deze
onkostenvergoeding te zijn gedekt.
-2. Voor de activiteiten van
de Cliëntenraad SVB, zoals bedoeld in
artikel 10, stelt de SVB de
Cliëntenraad SVB een budget ter beschikking. Deze
kosten worden zoveel mogelijk
begroot in het activiteitenplan. De Raad
van bestuur stelt de hoogte van het
budget vast.
HOOFDSTUK
5
Advisering en
overleg
Art. 14.
Advisering
-1. De Cliëntenraad SVB kan
tot een uit te brengen advies slechts
besluiten in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal leden
aanwezig is. De voorzitter heeft geen stemrecht, tenzij de stemmen staken.
-2. Behoudens het bepaalde
in het tweede lid van artikel 15 adviseert
de Cliëntenraad SVB binnen vier weken na
dagtekening van het verzoek daartoe.
-3. De Cliëntenraad SVB kan
uit zijn midden werkgroepen of
commissies benoemen die een advies voorbereiden.
-4. Het advies wordt
schriftelijk, met redenen omkleed en door de
voorzitter ondertekend, aangeboden aan de Raad van bestuur. Leden kunnen
een minderheidsstandpunt in het advies laten opnemen.
-5. De Cliëntenraad SVB kan
besluiten een verzoek om een advies
niet te honoreren. In dat geval stelt de voorzitter met redenen omkleed de Raad van
bestuur hiervan schriftelijk in
kennis binnen vier weken na dagtekening van het
verzoek om advies.
-6. Na kennisneming van een
advies informeert de Raad van
bestuur met redenen omkleed de
Cliëntenraad SVB over de actie die is of zal
worden ondernomen naar aanleiding van het
advies dan wel over een van het advies afwijkende besluitvorming.
Art. 15.
Overleg
Cliëntenraad SVB
-1. Het overleg, bedoeld in
artikel 6, eerste lid, vindt ten minste vier
keer per jaar in een vergadering
plaats. Leden zijn verplicht om de
vergadering bij te wonen.
-2. Bij spoedeisende
adviezen over belangrijke besluiten,
bedoeld in het derde lid van artikel 7, vinden
binnen een door de Raad van bestuur te
stellen termijn tussentijds overleg en
advisering plaats.
-3. De oproeping tot een
vergadering geschiedt door middel van
een schriftelijke uitnodiging namens de voorzitter. De uitnodiging bevat plaats
en tijdstip van de vergadering en gaat
vergezeld van een vergaderagenda en de
daarop betrekking hebbende stukken.
Toezending vindt plaats ten minste
één week vóór de vergadering.
-4. De vergaderagenda wordt
door de voorzitter vastgesteld.
-5. Ieder lid van de
Cliëntenraad SVB bezit agenderingsbevoegdheid
en kan de voorzitter schriftelijk verzoeken een vergadering bijeen te
roepen. De voorzitter beoordeelt het verzoek en
beslist daarover.
-6. Indien de in het derde
lid bedoelde stukken ingebracht worden
door een lid, een werkgroep of commissie dan wel door de voorzitter, dan
vindt uiterlijk twee weken vóór de
vergadering toezending daarvan plaats aan de
ambtelijk secretaris.
-7. De vergaderingen worden
geleid door de voorzitter. Bij
afwezigheid van de voorzitter kiezen de leden
uit hun midden een vervangende voorzitter.
De tweede volzin van artikel 14, eerste lid, is van overeenkomstige
toepassing.
-8. De vergaderingen worden
bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur en, tenzij de
Cliëntenraad SVB anders beslist, zo nodig door één of meer deskundigen van de
SVB. De
ter advisering aan de Cliëntenraad SVB voorgelegde besluiten, bedoeld in het
derde lid van artikel 7, worden ter
vergadering toegelicht door of namens het hoofd van
de Afdeling Recht & Beleid
van de SVB.
-9. Van de vergadering wordt
door de ambtelijk secretaris een
schriftelijk verslag gemaakt. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering
besproken en ter goedkeuring voorgelegd.
HOOFDSTUK
6
Overgangs- en
slotbepalingen
Art. 16.
-1. De Tijdelijke
regeling
cliëntenparticipatie SVB van 23 augustus 2002 wordt ingetrokken.
-2. De op grond van de in
het vorige lid bedoelde regeling ingestelde
cliëntenraad wordt opgeheven en vervangen door een Cliëntenraad SVB
waarvan de voorzitter en de leden
worden benoemd overeenkomstig artikel 4, met
dien verstande dat:
a. herbenoeming van de bij
een door de Cliëntenraad SVB verrichte
loting aangewezen helft van deze leden in
afwijking van het tweede lid van
artikel 5 plaatsvindt voor een periode
van twee jaar; en
b. voor benoeming van de in
het zevende lid van artikel 4 bedoelde
leden bij voorrang in aanmerking worden gebracht de op soortgelijke
wijze geselecteerde leden van de opgeheven cliëntenraad waarbij de in het achtste lid
van artikel 4 bedoelde wijze
van werving en selectie buiten
toepassing blijft.
-3. De bescheiden en lopende
zaken worden door de opgeheven
cliëntenraad overgedragen aan de Cliëntenraad SVB voor zover noodzakelijk voor
een goede uitoefening van zijn taak.
-4. In gevallen waarin deze
regeling niet voorziet of over geschillen
voortkomend uit de interpretatie van deze regeling beslist de Raad van bestuur
in overleg met de Cliëntenraad SVB.
Art. 17.
Deze regeling treedt in
werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin
zij wordt geplaatst en werkt
terug tot 1 januari 2005.¹
1. Volgens de redactie
dient "tot" te worden vervangen door: tot en met.
Art. 18.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Regeling cliëntenparticipatie SVB.
Aldus vastgesteld door de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank.
Amstelveen, 27 april
2005.
De voorzitter,
E.F. Stoové.
TOELICHTING
[27 april 2005]
Algemeen
Op 1 januari 2002
is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen (verder te noemen: de Wet SUWI) van 29 november 2001 (Stb. 2001,
624) in werking getreden.
Vanuit het streven naar een
uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid waarin de cliënt centraal
staat, is de vormgeving van een
klantgerichte dienstverlening en
uitvoeringsstructuur één van de centrale doelstellingen van de Wet SUWI.
Eén van de
instrumenten die daarvoor zijn ingezet,
is het wettelijk regelen van inspraak van
cliënten over de gang van zaken rond de
uitvoering. Daarmee moet worden
bewerkstelligd dat bij de dienstverlening
vanuit de klant wordt geredeneerd in
plaats vanuit het aanbod van de betrokken instanties.
De tot 2002 bestaande
cliënteninbreng bij de SVB voldeed materieel reeds nagenoeg volledig aan
de eisen en kaders zoals die door de Wet SUWI zijn uitgebreid ten opzichte van
de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
(Osv 1997). Op grond
van de artikelen 10 en 11 van de
Wet SUWI moeten de ZBO’s [zelfstandige
bestuursorganen, red.] in overleg
met de cliënten(organisaties) een
regeling opstellen voor centrale en
decentrale cliëntenparticipatie. Ter
voldoening aan de daarbij geldende publicatieplicht heeft het toenmalige bestuur
van de SVB op 23 augustus 2002 een nieuwe formele regeling
vastgesteld. Dit was de Tijdelijke
regeling
cliëntenparticipatie SVB (Stcrt. 2002, 172, pag. 19).
De tot dan functionerende Landelijke
Adviesraad (LAR) werd daarbij vervangen
door een (centrale) cliëntenraad.
Het tijdelijke karakter van
deze, tot uiterlijk 1 januari 2006
geldende, regeling waarborgt niet alleen dat binnen afzienbare tijd
misverstanden worden voorkomen over het
voortduren van de validiteit ervan nu die tijdelijke regeling is vastgesteld door het
sinds 1 januari 2003 niet meer fungerende
bestuur van de SVB. Van groter
belang was dat daarmee tevens tegemoet kon
worden gekomen aan de wens om de
eerste cliëntenraad de gelegenheid
te geven om zich te beraden en uit
te spreken over de definitief te kiezen structuur en het model met betrekking tot
cliëntenparticipatie. Deze belangrijke eigen rol
is in het vierde lid van artikel 6
van de Tijdelijke
regeling
cliëntenparticipatie SVB vormgegeven in de
taak om advies uit te brengen
over de gewenste codificatie van een
structurele regeling inclusief de
samenstelling en de verdere totstandkoming van
de cliëntenraad.
De eerste cliëntenraad
heeft besloten reeds in het jaar 2004
invulling te geven aan deze hem opgelegde taak en op 12 oktober 2004 advies
uitgebracht aan de Raad van bestuur van de SVB. Aanleiding was de wens om
de vervanging van de tijdelijke regeling
tegelijkertijd te doen ingaan met de opvolging
per 1 januari 2005 van de
voorzitter van de eerste (centrale) cliëntenraad. Tevens maakt dit de eerste
herbenoeming overeenkomstig de in deze nieuwe regeling opgenomen (overgangs)bepalingen
mogelijk. De Raad van bestuur heeft met het advies ingestemd.
Derhalve wordt met de onderhavige
regeling reeds per 1 januari 2005
voorzien in de vervanging van de Tijdelijke
regeling cliëntenparticipatie SVB.
Geschiedenis
cliëntenparticipatie bij SVB
Zoals uit het voorgaande
reeds blijkt, betekent de inwerkingtreding
van de Wet SUWI geenszins een introductie van volwaardige
cliëntenparticipatie binnen de SVB. Reeds in 1988
besloot het bestuur van de SVB om
gebruik te maken van de bevoegdheid in
artikel 9, tweede lid, van de Wet op de
Sociale Verzekeringsbank (Stb. 1968, 158) om
(regionale) adviescolleges in te
stellen. Onder goedkeuring van de
toenmalige Sociale Verzekeringsraad (SVr,
Stcrt. 1988, 190) werd daarmee gehoor
gegeven aan de politieke wens van vooral
de vakorganisaties om een - zij het beperkt
- alternatief te bieden voor
de opheffing van de tripartiet samengestelde Raadscolleges van de toenmalige autonome
Raden van Arbeid.
Deze regionale
adviescolleges hadden de taak om de directeuren
van de toenmalige districtskantoren van de SVB
te adviseren ten aanzien van de
cliëntgerichtheid. Op grond van de eerste evaluatie (Evaluatienota B 190/91)
werd vastgesteld dat voortzetting
van de regionale adviescolleges niet zinvol
was zonder taakuitbreiding tot
het gebied van de gevalsbehandeling.
Een dergelijke taakuitbreiding zou echter
de doelmatigheid, de zorgvuldigheid en de uniformiteit van de
gevalsbehandeling in gevaar brengen. Dat leidde ertoe dat de SVB gebruik heeft gemaakt
van haar bevoegdheid (artikel 5,
zesde lid, van het Reglement Adviescolleges)
door op 20 december 1991 de
regionale adviescolleges op te heffen en te vervangen door een Landelijke
Adviesraad (LAR). Sinds 1992 adviseert de LAR
rechtstreeks de hoofddirectie van de SVB "over aangelegenheden
inzake het te voeren beleid met betrekking
tot de wijze waarop de SVB zich in
algemene zin aan de klanten presenteert".
Het besluit om de onverminderd gewenste cliëntenparticipatie een landelijk karakter te
geven, kwam met name voort
uit het gegeven dat er geen of nauwelijks lokale verschillen zijn in de
dienstverlening door de SVB. Het besluit
werd door de SVr positief ontvangen, doch
aanvankelijk als een experiment gezien.
Na een positieve eerste evaluatie
kreeg de LAR een wettelijke basis op
grond van het (op artikel II, achtste lid,
onderdeel b, Organisatiewet Sociale Verzekering [artikelen 25,
26 en 27 Organisatiewet sociale verzekeringen, red.] ¹ gebaseerde)
Reglement taak, taakuitvoering en werkwijze bestuur Sociale
Verzekeringsbank, Stcrt. 1995, 93 [60, red.]).
1. Van 1 maart 1997 tot 1
januari 2002: artikel 23, tweede lid, onderdeel
b, Osv 1997.
Artikelsgewijs
Artikel 1
Dit artikel bevat een aantal
begripsbepalingen. Omdat in artikel 3 is bepaald dat de meerderheid van de leden
van de Cliëntenraad SVB cliënt
moet zijn, is in onderdeel c een definitie
daarvan opgenomen. Hiermee wordt beoogd dat in beginsel geen enkele
(meerderjarige) rechthebbende op grond van
een door de SVB uitgevoerde regeling is
uitgesloten van benoeming in de Cliëntenraad. Een extensieve uitleg van het cliëntbegrip zou ertoe leiden dat
vrijwel iedere inwoner van Nederland onder
dat begrip valt, omdat de SVB een
verzekerdenregistratie voert aan de hand van het
ingezetenschap. De meerderjarige ingezetenen die de leeftijd van 65 jaar
nog niet hebben bereikt en geen uitkering
ontvangen op grond van een door de SVB uitgevoerde regeling hebben echter
doorgaans geen (langdurige) directe
ervaring met de dienstverlening door
de SVB. Om deze reden is gekozen
voor een definiëring die waarborgt
dat de meerderheid van de
Cliëntenraad zelf
ervaring heeft met de
dienstverlening van de SVB.
Ten slotte is het begrip
cliëntenaangelegenheden gedefinieerd, overigens zonder het oogmerk om
daarmee op voorhand de onderwerpen
waarover de
Cliëntenraad bevoegd is te
overleggen of te adviseren af te kaderen.
Dat adviezen zich doorgaans in eerste
instantie zullen bewegen op het terrein van
de (kwaliteit van de) dienstverlening
betekent niet dat advisering over
onderwerpen met een algemeen beleidsmatig, uitvoerend of beheersmatig karakter
uitgesloten is. Bespreking van individuele
zaken valt echter buiten deze definitie.
Artikel 2
In het derde lid is de in
artikel 10, derde lid, onderdeel f, van de Wet
SUWI neergelegde bescherming gewaarborgd. Het vierde lid verklaart deze
regeling alsmede van toepassing op de in
artikel 11 van de Wet SUWI bedoelde
decentrale cliëntenparticipatie. Zie
hiervoor ook de toelichting op artikel 9.
Artikel 3
In dit artikel wordt de
samenstelling van de Cliëntenraad SVB
geregeld. Deze bestaat uit maximaal tien leden en een onafhankelijke voorzitter,
die geen lid is. Zij zijn bij voorkeur
allen cliënt van de SVB, doch ten minste
moeten zes van de tien leden cliënt
zijn van de SVB.
Artikel 4
De benoemingsperiode van de
voorzitter en leden van de
Cliëntenraad SVB bedraagt vier jaar.
Vijf zetels kunnen worden
ingenomen door landelijk werkende
representatieve maatschappelijke organisaties. Momenteel zijn dat de in
het tweede tot en met vierde lid genoemde
organisaties voor werknemers, ouderen en
minderheden. Indien één van de door de
SVB benaderde organisaties echter geen gebruik maakt van de mogelijkheid
een lid voor benoeming in de
Cliëntenraad voor te dragen, kan de Raad van
bestuur ook andere organisaties
benaderen om een voordracht te doen voor de
onbezette zetel. Deze voordracht is in
beginsel bindend. Slechts in het
theoretische geval waarbij geen van de
organisaties een cliënt voordragen,
dient de Raad van bestuur in verband met
de vereiste meerderheid van cliënten één of meer van organisaties te
verzoeken een cliënt voor te dragen. De benoeming
van de voorzitter en de in het zevende lid bedoelde zogenaamde
individuele leden vindt plaats op grond van
een bindende voordracht door de
Cliëntenraad SVB zélf. Deze vormt uit een
aantal van zijn leden een selectiecommissie
die geschikte kandidaten selecteert.
Deze individuele leden
dienen wel cliënt te zijn. De voor hen
beschikbare zetels worden niet bij
voorbaat toebedeeld aan een bepaalde wet of
regeling. Wel wordt gestreefd naar een
evenwichtige verdeling.
Artikel 5
In beginsel
kunnen de
voorzitter en een lid herbenoemd worden.
Artikel 3 bepaalt dat het
antwoord op de vraag of een lid cliënt
is, wordt beoordeeld op het moment dat
het lidmaatschap zal aanvangen. Indien de status van cliënt wordt
verloren na dat moment, heeft dat geen invloed op het lidmaatschap gedurende de
eerste termijn. Voor herbenoeming komt dat
lid echter niet in aanmerking
indien het een zogenoemd individueel lid
is, bedoeld in het zevende lid van artikel
4, of indien door herbenoeming niet
minstens zes van de tien leden meer
cliënt is.
Op de in het derde lid
opgenomen regel dat ook de
herbenoeming plaatsvindt voor een periode van vier jaar bestaat eenmalig een
uitzondering die betrekking heeft op de
herbenoeming ingaande 1 januari 2009. Dit
is in artikel 16 nader geregeld.
Artikel 6
Dit artikel beschrijft de
tussentijdse vervanging. Als een door een
maatschappelijke organisatie, zoals beschreven in artikel 4, voorgedragen lid
tussentijds wordt vervangen, draagt de
betreffende maatschappelijke organisatie
zorg voor een voordracht van een nieuw
lid. Bij tussentijdse vervanging van één van de vijf overige leden vindt
benoeming van een nieuw lid plaats
overeenkomstig het gestelde in het zevende en
achtste lid van artikel 4. Bij
tussentijdse vervanging van de voorzitter draagt de
Cliëntenraad een nieuwe voorzitter voor.
Artikel 7
In dit artikel en artikel 8
zijn de belangrijkste taken van de Cliëntenraad
SVB benoemd. Het spreekt voor
zich dat een adequate vervulling van die
taken met zich brengt dat de
Cliëntenraad ook actief signaleert, meedenkt
met de ontwikkelingen binnen de SVB en zo nodig haar plannen
becommentarieert.
De
Cliëntenraad adviseert
de Raad van bestuur gevraagd en
ongevraagd over de wijze waarop de SVB haar uitvoeringstaken vormgeeft, met een specifiek
accent op maar niet strikt
beperkt tot de dienstverlening aan de
cliënt. Hieronder vallen onderwerpen als (de
opsomming is niet limitatief):
klantbejegening, kanalen van dienstverlening,
klantcontactpunten, vormgeving van
correspondentie, communicatie,
doelgroepenbeleid, klachten, kwaliteit van de
dienstverlening. Op (ontwikkelingen op) deze
aandachtsterreinen kan de
Cliëntenraad proactief en reactief reageren en
voorstellen tot wijziging aanbrengen.
Redenen voor de Raad van
bestuur om advies te vragen, kunnen
onder meer zijn: het starten van een voorlichtingstraject of doelgroepenonderzoek,
ontwikkelingen in het klachtenpatroon en commentaar en advies naar
aanleiding van signalen uit cliëntenbelangenorganisaties.
In het tweede lid wordt de
in artikel 10, derde lid, onderdeel c, van
de Wet SUWI neergelegde bevoegdheid gewaarborgd
om betrokken te worden bij
de totstandkoming van de hier genoemde
stukken. Verdere concretisering vindt
plaats in het tweede lid van artikel 8.
Het derde lid betreft een
nadere uitwerking van artikel 10 van de Wet
SUWI op het gebied van beleidsparticipatie. Vanuit het streven zich te
presenteren als transparant zelfstandig bestuursorgaan ziet de SVB
ook ruimte om verantwoording aan de
burger af te leggen over beleidsbesluiten
in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van
de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Om
dat te benadrukken ten opzichte van
de tot 1 januari 2005 geldende Tijdelijke
regeling
cliëntenparticipatie SVB is het begrip cliëntaangelegenheden in
onderdeel d van artikel 1 aanvullend
geredigeerd. Het gaat daarbij om een vorm
van beleidsparticipatie ten
aanzien van besluiten waarvan de inhoud
niet door het recht wordt gedicteerd,
maar die voorzien in een invulling
van de beoordelings- of beleidsruimte van de SVB. Bij de SVB plegen dergelijke
besluiten te worden genomen door de
Raad van bestuur op voordracht van de
Werkgroep Recht en Beleid. Waar
beleidsbeslissingen worden gepubliceerd, worden ze onderdeel van "het
recht". Met name dergelijke beslissingen
lenen zich voor een adviesaanvraag bij de
Cliëntenraad SVB. De adviesaanvraag ter
zake van het in onderdeel a van het
derde lid bedoelde besluit geeft niet
alleen de gelegenheid om jaarlijks de
beleidsvorming van het afgelopen jaar te
evalueren. Ook biedt het de
Cliëntenraad SVB de ruimte om achteraf
kritiek te uiten op reeds vastgesteld beleid,
hetgeen eventueel nog kan leiden tot
bijstelling van afzonderlijke beleidsregels voordat deze worden gepubliceerd.
Hoewel de Cliëntenraad SVB
de bevoegdheid heeft om ook
spontaan te adviseren, kan de betrekking
van de Cliëntenraad SVB bij het
proces van beleidsvorming echter
maximaal het honoreren van het
adviesrecht betreffen. Het kan nooit afbreuk doen
aan de eigen bevoegdheid van de Raad van
bestuur en diens verantwoordelijkheid ten opzichte van de politieke of
ambtelijke opdrachtgever. De
voorziening in het tweede lid van artikel 15
dient te voorkomen dat de in de onderdelen b en
c van het derde lid bedoelde besluiten op gespannen voet komen te
staan met de eis van onmiddellijke
besluitvorming. Eventuele nadere heldere
werkafspraken kunnen nodig blijken
teneinde te voorkomen dat de beleidsparticipatie
het beleidsvormingsproces
dermate vertraagt dat daarmee de
slagvaardigheid en uiteindelijk zelfs de rechtmatigheid van het handelen van de SVB
negatief wordt beïnvloed.
Artikel 8
Een jaarlijks
activiteitenplan op basis van het meerjarenbeleidsplan
en het jaarplan van de SVB geeft de richting aan van de aspecten van de
dienstverlening waarop de aandacht van de
Cliëntenraad zich het komende jaar met
name zal richten. Ook wordt
in een dergelijk activiteitenplan tot uiting
gebracht over welke onderwerpen de
Cliëntenraad voornemens is te adviseren,
dan wel nader geïnformeerd wenst te worden, bijvoorbeeld metingen van de
ontwikkeling in klanttevredenheid en de
analyse en evaluatie daarvan.
Het doel van de in het
tweede lid opgenomen bijdrage is
tweeërlei. Niet alleen wordt de in het
tweede lid van artikel 7 neergelegde
wettelijk voorgeschreven betrokkenheid van de
Cliëntenraad verder uitgewerkt. Bovendien wordt gewaarborgd dat de
ontwikkelingen van cliëntenparticipatie
via een openbaar kanaal gevolgd
kunnen worden. De
Cliëntenraad voorziet
hier zelf in door van zijn
werkzaamheden jaarlijks schriftelijk verslag te
doen.
Artikel 9
Het eerste lid van
artikel
11 van de Wet SUWI schrijft voor dat de SVB
tevens een regeling voor decentrale cliëntenparticipatie dient te hebben en te
publiceren.
Waar het bij de centrale
cliëntenparticipatie gaat om een overleg (cliëntenraad), vloeit uit het derde lid van
artikel 11 van de Wet
SUWI voort dat
de decentrale cliëntenparticipatie in
principe vormvrij is. In het kader van kwaliteitszorg gebruikte de SVB naast de
LAR reeds
klanttevredenheidsonderzoeken waarmee de prestaties op het
gebied van dienstverlening worden
gemeten. Mede in het bestaan en voortduren
van deze periodieke raadpleging van
individuele cliënten is overeenkomstig
het advies van de Cliëntenraad SVB vooralsnog afgezien van de instelling
van decentrale cliëntenparticipatie in de
vorm van regionale overlegorganen. Voor deze
opvatting wordt niet alleen steun
gevonden in de eerdere ervaringen met decentrale cliëntenparticipatie zoals
beschreven in het algemene deel van deze
toelichting. Ook vloeit zulks voort uit
het gegeven dat de SVB in hoofdzaak
centrale besluitvormingsprocessen
kent. De SVB werkt immers landelijk met
een uniform cliëntenbeleid. Zonder
regionale, sectorale of lokale verschillen moet
dat beleid op iedere vestiging
van de SVB worden uitgevoerd. Hierdoor
zou er voor decentrale
cliëntenraden betrekkelijk weinig speelruimte zijn. Het
gegeven dat de uitvoering van enkele
kleine regelingen door de SVB is
geconcentreerd in één vestigingskantoor
doet daaraan niet in
doorslaggevende mate af nu ook dergelijke regelingen
worden afgedekt door de (centrale)
Cliëntenraad SVB. Met de Cliëntenraad
SVB wordt meer heil gezien in een
procedurele vorm van decentrale
cliëntenparticipatie als middel om de kwaliteit
van de dienstverlening "van
onderaf te prikkelen". Daarbij wordt gedacht aan
een model waarin cliënten
worden opgeroepen om aan de "eigen"
regionale vestigingen van de SVB suggesties te
doen voor verbetering van de dienstverlening kantoren. Ter voldoening aan
het bepaalde in artikel 11, tweede lid,
onderdeel b, van de Wet SUWI worden de
daaruit voortvloeiende lokale periodieke analyses door de Raad van bestuur
voor advies aan de (centrale)
Cliëntenraad SVB voorgelegd.
Artikel 11
Met het bepaalde in dit
artikel wordt de
Cliëntenraad in staat
gesteld om behalve reactief ook proactief de dienstverlening van de SVB
te toetsen aan de
dienstverlening elders in
plaats van uitsluitend aan de eigen normen.
Professionele ondersteuning en andere instrumenten zoals raadpleging, onderzoek
en overleg met netwerken en
organisaties kan voor een goede
taakvervulling onontbeerlijk zijn. Ook
wordt hier voorzien in de mogelijkheid van
deskundigheidsbevordering van de leden van de
Cliëntenraad.
Artikelen 12 en
13
In deze artikelen wordt
gevolg gegeven aan het bepaalde in artikel 10,
derde lid,
onderdeel c, van de Wet SUWI. In het kader van de facilitaire
ondersteuning van de
Cliëntenraad door de SVB
is een professioneel secretariaat
onontbeerlijk. De ambtelijk secretaris die
de
Cliëntenraad bijstaat, fungeert als communicatiekanaal tussen de SVB en de
Cliëntenraad en is verantwoordelijk voor
de goede gang van zaken rond de
wederzijdse informatievoorziening en de
vergaderingen, inclusief verslaglegging.
Voor de onkosten- en
reiskostenvergoeding wordt de lijn gevolgd van
het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid bij gangbare regelingen.
Artikelen 14 en
15
Voortbordurend op de
vervallen Tijdelijke regeling
cliëntenparticipatie SVB zijn in deze artikelen enige punten van orde neergelegd die geen
verdere toelichting behoeven.
Artikel 16
Overeenkomstig het advies
van de tot 1 januari 2005
functionerende cliëntenraad is besloten te voorzien in een geheel nieuwe Cliëntenraad
SVB ingaande 1 januari 2005. In
het tweede lid is voorzien in een
regeling dat de gehele cliëntenraad
tegelijkertijd aftredend is teneinde te voorkomen dat
de continuïteit van de cliëntenparticipatie gevaar loopt. De door de
Raad van bestuur tijdelijk en zonder
voordracht benoemde voorzitter is
ingaande genoemde datum vervangen
door een nieuwe voorzitter, benoemd
overeenkomstig deze nieuwe regeling. In
ieder geval de individuele leden
van de aftredende cliëntenraad, mits nog
cliënt, worden bij voorkeur en
zonder nieuwe selectieprocedure tevens
benoemd in de Cliëntenraad SVB. Voor de benoeming van de vertegenwoordigers
van de in artikel 4 genoemde
organisaties zijn deze organisaties in de
gelegenheid gesteld eventueel een nieuwe
vertegenwoordiger voor te dragen.
Raad van bestuur Sociale verzekeringsbank.
De voorzitter,
E.F. Stoové.
|