|
Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de artikel 7
van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Besluit:
Art.
1. Definities
a. Wet SUWI: Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
als bedoeld in artikel
2, tweede lid, van de Wet SUWI;
c. onderdeel Cliëntenparticipatie: het organisatieonderdeel binnen
UWV dat zich bezig houdt met de
uitvoering van de cliëntenparticipatie;
d. cliënt: de persoon die een
uitkering, een voorziening of ondersteuning bij het vinden van werk ontvangt op grond van een door
UWV
uitgevoerde wettelijke regeling;
e. cliëntenraad: een uit cliënten
bestaand gremium met taken en bevoegdheden zoals in deze regeling
omschreven;
f. belangenorganisatie:
cliëntenorganisatie of vakorganisatie.
Art.
2. Reikwijdte regeling
Deze regeling is van toepassing op de organisatie en werking van de door
UWV
ingestelde cliëntenraden.
Art.
3. Taak cliëntenraad
De cliëntenraad heeft tot taak UWV gevraagd en ongevraagd te
informeren en te adviseren over het uitvoeringsbeleid en de
uitvoeringspraktijk, alsmede ontwikkelingen te signaleren die van
invloed kunnen zijn op de dienstverlening van UWV aan cliënten.
Art.
4. Bevoegdheden
-1. Initiatiefrecht:
a. de cliëntenraad heeft de
bevoegdheid alle aangelegenheden die de uitvoering en (de kwaliteit van)
de dienstverlening door UWV
aan cliënten raken in de overlegvergadering met UWV aan de orde te
stellen;
b. de cliëntenraad heeft het recht
over alle aangelegenheden die de uitvoering en (de kwaliteit van) de
dienstverlening door UWV betreffen verbetervoorstellen te doen;
c. de cliëntenraad stelt jaarlijks
een activiteitenplan op, dat met UWV wordt besproken;
d. jaarlijks vóór 1 april maakt de
cliëntenraad een verslag van de werkzaamheden over het afgelopen jaar;
e. de cliëntenraad heeft de
bevoegdheid om voor een goede invulling van zijn taakstelling in
voorkomende gevallen, in overleg met UWV, gebruik te maken van
UWV-deskundigheid;
f. de cliëntenraad heeft de
bevoegdheid om een communicatieplan op te stellen.
-2. Informatierecht:
a. de cliëntenraad wordt
geïnformeerd over de resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken,
enquêtes en klachtenrapportages;
b. de cliëntenraad krijgt spontaan
en op verzoek alle informatie die hij voor de uitoefening van zijn taken
zoals in deze regeling omschreven nodig heeft, tenzij enig wettelijk
voorschrift de verstrekking daarvan in de weg staat;
c. de leden van de cliëntenraad
zullen geheimhouding betrachten ten aanzien van door UWV verstrekte
informatie die door UWV als vertrouwelijk is aangemerkt.
-3. Adviesrecht:
1. de cliëntenraad wordt tijdig betrokken
bij de voorbereiding en de totstandkoming van zaken waarmee de cliënt
in de uitvoering rechtstreeks wordt geconfronteerd, zoals formulieren,
brochures, klachtenrapportages, enquêtes en
klanttevredenheidsonderzoeken;
2. UWV stelt de cliëntenraad in de
gelegenheid advies uit te brengen over het uitvoeringsbeleid en de
uitvoeringspraktijk. Indien UWV de cliëntenraad advies vraagt, wordt
het advies binnen vier weken uitgebracht. De cliëntenraad kan het
uitbrengen van een advies voor vier weken verdagen. Van de verdaging
wordt schriftelijk mededeling gedaan. Ten minste de navolgende zaken
komen in het overleg tussen de cliëntenraad en UWV aan de orde:
a. klachtenprocedures;
b. de regeling cliëntenparticipatie
UWV;
c. privacyreglement;
d. informatie- en
voorlichtingsbeleid;
e. belangrijke beleidsbeslissingen
en beleidswijzigingen die van invloed zijn op de dienstverlening aan en
de positie van de cliënt van UWV;
f. inkoopbeleid re-integratie;
3. alle adviezen, informatieverzoeken en
verbetervoorstellen worden door de cliëntenraad schriftelijk verstrekt
en door UWV beoordeeld. UWV verzorgt binnen vier weken een schriftelijke
met redenen omklede reactie. UWV kan deze termijn voor vier weken
verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
Art.
5. Instellen commissie
-1. Een cliëntenraad heeft de bevoegdheid
om in overleg met UWV
commissies in het leven te roepen die de raad adviseren. Deze commissies
kunnen worden ingesteld op structurele of ad-hocbasis. In deze
commissies kunnen ook externe deskundigen zitting hebben.
-2. De cliëntenraad wijst een lid van de
commissie, tevens lid van de cliëntenraad, aan die belast is met de
voortgang van die commissie en die als contactpersoon fungeert richting
de cliëntenraad.
Art.
6. Centrale cliëntenraad
-1. Er is een centrale cliëntenraad op het
niveau van de Raad van bestuur, bestaande uit zestien leden, waarvan elf
leden een uitkering ontvangen van UWV
en vijf leden als werkzoekende zijn ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf
en geen of niet langer een uitkering van UWV ontvangen.
-2. Als gesprekspartners van deze
cliëntenraad treden op een lid van de Raad van bestuur, de directeur
Klant & Service en één of meer beslissingsbevoegden van UWV. De
werking hiervan wordt de eerste twee jaar na inwerkingtreding van deze
regeling elk kwartaal geëvalueerd, daarna eenmaal per jaar.
-3. De te behandelen thematiek is afgestemd
op zaken waarvoor door de Raad van bestuur beslissingen kunnen worden
genomen en betreft in ieder geval:
a. meerjarig beleidskader,
jaarplannen en jaarverslagen;
b. verantwoordingsresultaten;
c. besluiten ter vaststelling van
beleidsregels die op cliëntaangelegenheden betrekking hebben;
d. andere beleidsvoorstellen die
naar het oordeel van de Raad van bestuur of de centrale cliëntenraad
belangrijke maatschappelijke consequenties hebben of principieel van
aard zijn.
e. monitoring en evaluatie van
algemeen functioneren (structuur) cliëntenparticipatie;
-4. De cliëntenraad overlegt minimaal vier
keer per jaar met UWV.
Art.
7. Decentrale cliëntenparticipatie
-1. Per district is er een cliëntenraad op
niveau van het management van dat district, bestaande uit zestien leden,
waarvan elf leden een uitkering ontvangen van UWV
en vijf leden als werkzoekende zijn ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf
en geen of niet langer een uitkering van UWV ontvangen.
-2. Als gesprekspartner van deze
cliëntenraad treedt op de districtsmanager Klant & Service en één
of meer districtsmanagers van andere onderdelen van UWV. De werking
hiervan wordt de eerste twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling
elk kwartaal geëvalueerd, daarna eenmaal per jaar.
-3. De te behandelen thematiek is afgestemd
op zaken waarvoor op districtsniveau beslissingen kunnen worden genomen
en betreft in ieder geval:
a. persoonlijke dienstverlening
(omgang met de cliënt);
b. toegankelijkheid, bereikbaarheid,
contact met UWV-functionaris;
c. informatievoorziening;
d. uitvoeringsprocedures;
e. uitkomsten
klanttevredenheidsonderzoeken;
f. klachtenrapportages en -analyse;
g. dienstverlening op
werkpleinniveau.
-4. De cliëntenraad overlegt minimaal vier
keer per jaar met UWV.
-5. De cliëntenraad kan in overleg met UWV
instrumenten toepassen voor het verkrijgen van cliëntsignalen vanuit de
uitvoeringspraktijk in de lokale vestigingen (werkpleinen). Instrumenten
die met instemming van UWV worden toegepast, worden door het UWV
gefaciliteerd.
-6. De cliëntenraad is bevoegd deel te
nemen aan overlegvormen op het gebied van cliëntenparticipatie op de
lokale vestigingen (werkpleinen). Op cliëntenraadsleden die deelnemen
aan deze overlegvormen is de Regeling onkosten- en reiskostenvergoeding,
die als bijlage bij deze regeling is opgenomen,
onverkort van toepassing.
Art.
8. Voordracht, benoeming en zittingsduur van de leden
-1. Kandidaten voor het lidmaatschap van
een cliëntenraad worden voorgedragen door de belangenorganisaties in
onderling overleg, met inachtneming van de verdeling naar klantgroep,
genoemd in artikel 6, eerste lid, en artikel
7, eerste lid.
-2. De door de belangenorganisaties
voorgedragen cliënten worden als leden van de afzonderlijke raden door UWV
benoemd voor een periode van drie jaar. Benoemingen kunnen eenmalig met
eenzelfde periode (van drie jaar) verlengd worden.
-3. UWV kan bij ontstentenis van één of
meer in het eerste lid bedoelde voordrachten na zes maanden nadat bekend
is geworden dat een zetel vacant komt, besluiten dat de vacante zetel
wordt vervuld op bindende voordracht van de betrokken cliëntenraad.
-4. Werving van de in het vorige lid
bedoelde leden vindt plaats via dagbladadvertenties en het internet.
Selectie vindt plaats door een door de betrokken cliëntenraad uit zijn
midden aangewezen selectiecommissie.
-5. De leden van de cliëntenraad kiezen
uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een plaatsvervangend
voorzitter voor de duur van één jaar. Zij zijn na afloop van deze
periode herkiesbaar.
-6. De plaatsvervangend voorzitter fungeert
alleen als voorzitter bij afwezigheid van de voorzitter.
-7. De cliëntenraad kan de voorzitter,
diens plaatsvervanger of de secretaris uit zijn functie ontslaan met
dien verstande dat een besluit daartoe de instemming behoeft van twee
derde deel van de leden van de cliëntenraad. Een dergelijk besluit
heeft geen gevolgen voor het lidmaatschap van de cliëntenraad. Het
voornemen tot ontslag uit een functie dient te worden geagendeerd en
wordt ten minste veertien dagen vóór aanvang van de vergadering aan de
cliëntenraad bekendgemaakt.
-8. Tenzij de voorzitter of de
cliëntenraad anders besluit, treedt de voorzitter op als woordvoerder
van de cliëntenraad.
Art.
9. Vervanging
-1. Een lid van een cliëntenraad wordt
tussentijds door de Raad van bestuur vervangen:
a. wegens overlijden;
b. op eigen verzoek;
c. op verzoek van de meerderheid van
de leden van de betreffende cliëntenraad op grond van het oordeel dat
de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad door
toedoen van het lid wordt belemmerd;
d. wegens een al dan niet door
overmacht veroorzaakt verzuim van de helft of meer van de vergaderingen
van de cliëntenraad op jaarbasis;
e. op een met reden omkleed verzoek
van de organisatie die het lid voor benoeming had voorgedragen;
f. indien het lid de status van
cliënt verliest.
-2. Benoeming wegens een tussentijdse
vervanging vindt met inachtneming van de bepalingen van artikel
8 plaats.
-3. Vervanging vanwege de in onderdeel c
of d van het eerste lid genoemde redenen vindt niet eerder plaats
dan na overleg met de belangenorganisatie die het lid heeft voorgedragen
en dan na hoor en wederhoor door of namens de Raad van bestuur.
-4. Bij voorzien langdurig verzuim van een
cliëntenraadslid kan de belangenorganisatie die het lid heeft
voorgedragen, na overleg met UWV
voor de duur van het verzuim een vervangend lid afvaardigen. De
bepalingen in deze regeling met betrekking tot de facilitering en
vergoedingen van de (leden van een) cliëntenraad zijn eveneens van
toepassing op vervangende leden.
Art.
10. Voordracht landelijke cliëntenraad
-1. De centrale cliëntenraad benoemt uit
zijn midden drie leden die namens de centrale cliëntenraad voor een
periode van drie jaar zitting nemen in de Landelijke
Cliëntenraad als bedoeld in artikel 8
van de Wet SUWI.
-2. Indien het lid niet langer lid is van
de centrale cliëntenraad, eindigt ook zijn lidmaatschap van de
Landelijke Cliëntenraad.
Art.
11. Vergaderreglement
Voor een goed verloop van het vergaderproces van cliëntenraden wordt
een vergaderreglement opgesteld in overleg met de centrale
cliëntenraad. In het vergaderreglement wordt ten minste aandacht
besteed aan:
a. de leiding van de vergadering;
b. de totstandkoming van de agenda
en de verslaglegging
c. de verplichting tot het
bijeenroepen van een vergadering op verzoek van UWV
of een meerderheid van de leden van de cliëntenraad;
d. het besluitvormingsproces in de
vergaderingen.
Art.
12. Facilitering
-1. UWV
draagt er zorg voor dat de raden, via het onderdeel
Cliëntenparticipatie, in de vorm van een adviseur cliëntenparticipatie
adequaat worden ondersteund.
-2. UWV zorgt voor een vergaderaccommodatie
en daarbij behorende aanvullende voorzieningen.
-3. De adviseur cliëntenparticipatie
treedt op als intermediair tussen cliëntenraad en UWV. Verzoeken om
informatie, signalen, antwoorden op vragen, voorstellen, adviezen en
dergelijke lopen via de adviseur cliëntenparticipatie. De
raadssecretaris van de cliëntenraad bewaakt de afhandeling ervan.
-4. UWV draagt er zorg voor dat de leden
van de cliëntenraad scholing ontvangen teneinde hun taken te kunnen
uitvoeren. De inhoud van de scholing wordt bepaald in overleg met de
cliëntenraad en behelst in elk geval:
a. de hoofdlijnen van en relevante
ontwikkelingen in de sociale zekerheid;
b. de UWV-organisatie;
c. trainingen op het terrein van
onder andere onderhandelingsvaardigheden, vergadertechniek en
voorzitterschap.
Art.
13. Vergoedingen
De leden van de cliëntenraad hebben recht op een door UWV
vast te stellen onkostenvergoeding en een vergoeding voor reis- en
verblijfskosten. UWV stelt hiertoe een Regeling onkosten- en
reiskostenvergoeding cliëntenraadsleden UWV op.
Art.
14. Garantstelling leden
UWV
draagt er zorg voor dat cliënten die lid zijn of waren van een
cliëntenraad uit hoofde van hun lidmaatschap op geen enkele wijze
worden benadeeld ten aanzien van de uitkering, de voorziening of de
ondersteuning bij het vinden van werk die zij ontvangen van UWV en dat
zij correct worden bejegend door medewerkers van UWV.
Art.
15. Geschillen betreffende dit reglement
Geschillen voortkomend uit de interpretatie van deze regeling worden aan
de centrale cliëntenraad voorgelegd. Indien nodig worden geschillen
geregeld in overleg tussen de Raad van bestuur en de centrale
cliëntenraad.
Art.
16. Overgangs- en slotbepalingen
-1. De Regeling
cliëntenparticipatie UWV van 15 november 2002 wordt ingetrokken.
-2. De op grond van de in het vorige lid
bedoelde regeling ingestelde cliëntenraden worden opgeheven en
vervangen door cliëntenraden waarvan de leden worden benoemd
overeenkomstig artikel 8, met dien verstande dat:
a. de leden van de centrale
cliëntenraad per 1 januari 2009 door de gezamenlijke
belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden
geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de Centrale
Cliëntenraad UWV, de Centrale Cliëntenraad CWI, de Landelijke
Cliëntenraad AG en de Landelijke Cliëntenraad WW;
b. de leden van de cliëntenraden op
districtsniveau per 1 januari 2009 door de gezamenlijke
belangenorganisaties in onderling overleg zoveel mogelijk worden
geworven en geselecteerd uit de voormalige leden van de regionale
cliëntenraden AG en WW en de regionale cliëntenraden CWI;
c. voormalige raadsleden die op 31
december 2008 geen cliënt meer zijn, niet voor benoeming per 1 januari
2009 in aanmerking komen;
d. voormalige raadsleden van wie op
31 december 2008 duidelijk is dat zij binnen een halfjaar na 1 januari
2009 hun status van cliënt zullen verliezen, niet voor benoeming per 1
januari 2009 in aanmerking komen;
e. de zittingstermijn van voormalige
raadsleden die per 1 januari 2009 worden benoemd drie jaar na hun
oorspronkelijke (her)benoeming in de "oude" cliëntenraad
eindigt. Herbenoeming na die termijn is slechts mogelijk als van het
betreffende raadslid op 1 januari 2009 zijn eerste zittingstermijn nog
niet was verstreken;
f. voormalige cliëntenraadsleden
die op 31 december 2008 zes jaar of langer cliëntenraadslid zijn
geweest, dan wel die status binnen een halfjaar na 1 januari 2009
bereiken, niet voor benoeming per 1 januari 2009 in aanmerking komen.
-3. UWV
maakt het bestaan van een structuur van cliëntenparticipatie bekend bij
de cliënten van UWV en de belangenorganisaties. Daarnaast zorgt UWV
voor bekendmaking van de regeling.
-4. Elke cliëntenraad evalueert jaarlijks
tezamen met UWV het functioneren van de raad, alsmede de wijze waarop
door de raad aan cliëntenparticipatie in het algemeen invulling wordt
gegeven. Indien er op basis van deze evaluatieronde reden is de regeling
aan te passen, dan wordt hiertoe door UWV besloten na overleg met de
centrale cliëntenraad.
-5. In gevallen waarin deze regeling niet
voorziet, beslist UWV in goed overleg met de centrale cliëntenraad.
Art.
17. Inwerkingtreding van de regeling
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2009. Indien de Staatscourant
waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december
2008, treedt dit besluit in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt het terug tot en met 1 januari 2009.
Art.
18. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling cliëntenparticipatie UWV
2009.
Dit
besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Amsterdam, 23 december
2008.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
BIJLAGE
Regeling onkosten-
en reiskostenvergoeding cliëntenraadsleden UWV
Art.
1. Vergoeding kosten op declaratiebasis
-1. UWV
vergoedt de in verband met het bijwonen van een bijeenkomst van de
cliëntenraad gemaakte reis- en onkosten. Voorwaarde voor de vergoeding
van reiskosten is het daadwerkelijk bijwonen van de vergadering van de
betreffende raad. Hiertoe zal een presentielijst worden bijgehouden.
Vergoeding vindt uitsluitend plaats op declaratiebasis.
-2. Vergoeding van kosten als bedoeld in
eerste lid vindt plaats aan de hand van het formulier "Onkostendeclaratie
cliëntenraden UWV", dat verkrijgbaar is bij de adviseur
cliëntenparticipatie van UWV.
Art.
2. Bewijs van aanwezigheid
-1. De presentielijst van de betreffende
vergadering strekt tot uitsluitend bewijs dat een lid de vergadering
heeft bijgewoond.
-2. Indien daartoe naar zijn oordeel
aanleiding bestaat, kan UWV
bepaalde bijeenkomsten en overleggen met vergaderingen gelijkstellen.
Art.
3. Reis- en onkosten
Een volledig overzicht van de te vergoeden onkosten ¹ en de voorwaarden
voor vergoeding staan in het schema aan het slot van deze regeling.
1. Eventuele kosten als
gevolg van verlet komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat UWV
in dit geval een werkgevershouding in moet nemen.
Art.
4. Wijze van declareren
-1. Declaraties zonder de gevraagde
bewijsstukken of waarop de handtekening van de declarant ontbreekt,
worden niet in behandeling genomen en aan de indiener geretourneerd.
Pin-bonnen worden niet als bewijsstuk beschouwd.
-2. Alleen declaratieformulieren die door UWV
beschikbaar zijn gesteld, worden geaccepteerd.
-3. De declaraties dienen te zijn gedateerd
en persoonlijk ondertekend, anders worden ze niet in behandeling
genomen.
-4. Declaraties worden na afloop van elke
maand ingediend bij de adviseur cliëntenparticipatie.
-5. In bijzondere gevallen kan UWV
beslissen dat van de hiervoor geschetste wijze van declareren kan worden
afgeweken.
Art.
5. Uitbetaling
Declaraties die binnen vijf dagen na afloop van de maand zijn ingediend
bij de adviseur cliëntenparticipatie worden uitbetaald in dezelfde
maand waarin ze zijn ingediend.
| Kostensoort |
Vergoedingenspecificatie |
Bewijsstukken |
| Reiskosten |
Openbaar vervoer:
- Werkelijke kosten OV 2e klasse.
- Werkelijke kosten OV 1e klasse voor raadsleden voor wie het
reizen met OV 2e klasse bezwaarlijk is (op basis van verklaring
behandelend arts). |
Overlegging
originele vervoersbewijzen (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). Kopie strippenkaart alleen toegestaan als
slechts een deel van de strippenkaart wordt gedeclareerd. |
| |
Eigen auto:
- €|0,28 per kilometer.
- Parkeren, tunnels, poorten en tolpunten. |
-
Voorgeschreven declaratieformulier.
- Overlegging originele bewijsstukken (in combinatie met
voorgeschreven declaratieformulier). |
| |
Taxikosten:
- Vergoeding van werkelijke kosten aan raadsleden voor wie het
reizen met het openbaar vervoer bezwaarlijk is (op basis van verklaring
behandelend arts). |
Overlegging
originele bewijsstukken (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). |
| Kosten
van consumpties of maaltijd |
Werkelijk
gemaakte kosten blijkend uit specificatie. Maaltijden alleen voor
raadsleden die kunnen aantonen dat gelet op deelname aan
vergadering of bijeenkomst niet thuis kan worden gegeten. |
Overlegging
originele bewijsstukken (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). |
| Portikosten |
Werkelijk
gemaakte kosten blijkend uit specificatie. |
Overlegging
specificatie (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). |
| Kopieerkosten |
Werkelijk
gemaakte kosten blijkend uit specificatie. |
Overlegging
specificatie (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). |
| Telefoonkosten |
Vaste
vergoeding per tijdseenheid (onderscheid in lokaal en interlokaal) |
Overlegging
gespecificeerde factuur (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). |
| Kosten
van internetaansluiting |
50%
van de werkelijk gemaakte kosten blijkend uit specificatie. |
Overlegging
gespecificeerde factuur (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). |
| Kosten
van incidentele kinderopvang |
Werkelijk
gemaakte kosten blijkend uit specificatie. |
Overlegging
gespecificeerde factuur met vermelding van data en tijdstippen (in
combinatie met voorgeschreven declaratieformulier). |
| Kosten
van kleine verbruikbare kantoorbenodigdheden, zoals
schrijfmaterialen, papier, inkt. Hieronder worden niet verstaan
niet-verbruikbare kantoorbenodigdheden zoals perforators,
nietmachines, computers e.d.). |
Vergoeding
van kosten die uitsluitend zijn toe te rekenen aan het
raadslidmaatschap. Werkelijk gemaakte kosten blijkend uit
specificatie. |
Overlegging
originele bewijsstukken (in combinatie met voorgeschreven
declaratieformulier). |
TOELICHTING
[23 december 2008]
Algemeen
Deze regeling vervangt het Besluit regeling cliëntenparticipatie uit
2002 [lees: de Regeling cliëntenparticipatie
UWV uit 2002, red.]. De noodzaak voor aanpassing van deze
regeling vindt primair zijn oorzaak in de fusie tussen CWI [Centrale
organisatie werk en inkomen, red.] en UWV
per 1 januari 2009 en in aanpassingen in besturingsstructuur binnen UWV
volgens de principes van het programma De Vernieuwing. De wijzigingen in
de structuur UWV leiden tot een wijziging in de structuur van
cliëntenparticipatie. Deze regeling beoogt daarin te voorzien.
In de Wet SUWI
is in artikel 7 voor UWV de verplichting
opgenomen om zowel op centraal niveau als op decentraal niveau een
regeling vast te stellen die gericht is op de realisatie en vormgeving
van adequate cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de socialeverzekeringswetten
door UWV.
Participatie van cliënten bij de uitvoering
van de socialeverzekeringswetten betekent dat cliënten binnen te
stellen kaders hun stem kunnen laten horen over en hun invloed kunnen
uitoefenen op de uitvoering en (de kwaliteit van) de dienstverlening
door UWV. UWV vindt de inbreng van cliënten belangrijk om inzicht in
het functioneren van de eigen organisatie te verkrijgen en de
dienstverlening waar nodig te verbeteren. In de dialoog tussen UWV en
cliënten(raden) zal aldus een duidelijke meerwaarde voor de kwaliteit
van de dienstverlening door UWV ontstaan.
Deze regeling behelst een werkwijze om te komen
tot een gestructureerde vorm van cliëntenparticipatie door de
inrichting van cliëntenraden op centraal en districtsniveau. Wie over
de cliëntenraad spreekt, spreekt over inspraak en betrokkenheid van
cliënten in respectievelijk bij de uitvoering van de sociale zekerheid.
De cliëntenraad heeft tot doel door middel van
het geven van adviezen, het afgeven van signalen en het doen van
verbetervoorstellen, via het inbrengen van de positie en zienswijze van
de cliënt, een bijdrage te leveren aan (de kwaliteit van) de uitvoering
en dienstverlening door UWV ten aanzien van de door UWV uitgevoerde
wettelijke regelingen.
De regeling strekt ertoe afspraken tussen
partijen vast te leggen met betrekking tot de uitvoering van de
cliëntenparticipatie op zowel centraal als decentraal niveau en geeft
het kader aan waarbinnen de inrichting van de cliëntenraden wordt
vormgegeven. Deze regeling is tot stand gekomen in overleg met de
centrale cliëntenraad UWV.
Artikelsgewijs
Artikel
1. Definitie
Anders dan in de definitie van "cliëntenraad" staat
aangegeven, kan voor de doelgroep verstandelijk gehandicapten een
vertegenwoordiger zitting hebben in de raad.
Voor de volledigheid zij vermeld dat de onder
het begrip "cliënt" aangegeven persoon ook kan wonen in het
buitenland.
Artikel
3. Taak cliëntenraad
Onder uitvoeringsbeleid en uitvoeringspraktijk worden in ieder geval
verstaan de bejegening van cliënten, de schriftelijke en mondelinge
informatievoorziening, het serviceniveau, de bereikbaarheid,
wachttijden, privacybescherming, (klachten)procedures en
cliëntenparticipatie.
Artikel
4. Bevoegdheden
Adviesrecht
De
regeling kent de mogelijkheid dat UWV
de cliëntenraad om advies vraagt. In dat geval is het uitbrengen van
het advies aan een termijn gebonden. Gekozen is voor een termijn van
vier weken met een eenmalige mogelijkheid tot verlenging van vier weken.
Eenzelfde termijn geldt voor UWV als het gaat om een reactie op van de
cliëntenraad afkomstige adviezen, informatieverzoeken en
verbetervoorstellen.
In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld
klanttevredenheidsonderzoeken) kan van de in de regeling genoemde
termijn afgeweken worden.
De cliëntenraden hebben geen zelfstandig
onderzoeksrecht en ook niet de mogelijkheid om externe deskundigen in te
schakelen. Wel kunnen de cliëntenraden beargumenteerd hun
onderzoekswensen aan UWV kenbaar maken, opdat hiermee in het
onderzoeksprogramma UWV rekening kan worden gehouden. Daarnaast wordt de
cliëntenraad tijdig betrokken bij de voorbereiding van zaken als
enquêtes en klanttevredenheidsonderzoeken.
Artikel
5. Instellen commissies
Een
commissie kan zowel op centraal als districtsniveau worden ingesteld. De
inrichting van een commissie op districtsniveau wordt eerst op centraal
niveau aan de orde gesteld; dit om te voorkomen dat meerdere commissies
zich met eenzelfde onderwerp gaan bezighouden, dan wel op het
betreffende gebied reeds eerder onderzoek is gedaan en resultaten reeds
voorhanden zijn.
Het instellen van commissies moet gericht zijn
op het versterken van de adviesfunctie van de cliëntenraad of het
verlagen van de werkdruk van de raad. De ingestelde commissies
rapporteren aan de cliëntenraad die de commissie heeft ingesteld. Voor
een beperkt aantal onderdelen kan het nodig zijn structureel of ad hoc
in commissies te voorzien. Het kan overigens niet zo zijn dat deze
commissies het werk van de raden "overnemen" respectievelijk
aanvullend een rol gaan spelen waar ander instrumentarium (bijvoorbeeld
monitoring) de benodigde informatie voor een raad kan leveren.
Ingestelde commissies kunnen desgewenst met de
voor dat onderwerp of onderdeel beleidsverantwoordelijke functionarissen
overleg voeren.
Met instemming van UWV
ingestelde commissies worden facilitair ondersteund volgens de
bepalingen van artikel 12.
Artikelen
6 en 7. Inrichting, samenstelling van de
cliëntenraden
De
inrichting en samenstelling van de cliëntenraad volgt de
organisatiestructuur van UWV.
Cliëntenparticipatie wordt op twee niveaus ingericht, te weten op
(strategisch) bestuursniveau en op (tactisch en operationeel)
districtsniveau.
Het onderdeel Cliëntenparticipatie is op elk
niveau in elke raad vertegenwoordigd als ondersteuning van het overleg
en de overlegpartijen.
1. Centrale cliëntenraad
De Wet SUWI
regelt in artikel 7 de inrichting respectievelijk
het hebben van een cliëntenraad op centraal niveau voor elk
afzonderlijk bestuursorgaan. Drie leden uit deze raad worden
afgevaardigd naar de Landelijke Cliëntenraad
als bedoeld in artikel 8 van de Wet SUWI.
Ook worden drie plaatsvervangende leden aangewezen.
2. Decentrale raad op districtsniveau
Voor wat betreft de decentrale cliëntenparticipatie is ervoor gekozen
om per district een cliëntenraad in te stellen. Deze districtsraden
worden in de gelegenheid gesteld voeling te houden met de
dienstverlening en vormen van cliëntenparticipatie op de werkpleinen.
De raden kunnen - in overleg met UWV -
aangeven welke instrumenten gewenst zijn om zich op de hoogte te stellen
van signalen uit die uitvoeringspraktijk op de werkpleinen. Deze
instrumenten kunnen per werkplein verschillen. Hierbij kan bijvoorbeeld
gedacht worden aan cliëntenpanels of klankbordgroepen, onderzoek en
enquêtes.
Of en op welke wijze een raad ook zelf direct
overleg wil voeren met het management op het werkplein (hetzij
voltallig, hetzij via een linking-pinprincipe), is ter beoordeling van
de raad.
Zetelverdeling
Afvaardigende belangenorganisaties bepalen in onderling overleg voor
hoeveel zetels elke organisatie kandidaten voor de cliëntenraad
voordraagt. Daarbij geldt de voorwaarde dat van elke cliëntenraad elf
leden behoren tot de klantgroep die een uitkering ontvangt en vijf leden
als werkzoekende cliënt zijn bij het WERKbedrijf en geen of niet langer
een uitkering ontvangen van UWV
Bij de inwerkingtreding van deze regeling zijn
de volgende belangenorganisaties in de gelegenheid gesteld kandidaten
voor te dragen: FNV Vakcentrale,
CNV Vakcentrale,
Vakcentrale
voor Middengroepen en Hoger Personeel, Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten,
Chronisch zieken en Gehandicapten Raad
Nederland, Landelijk Platform GGz,
Platform VG, Samenwerkingsverbanden van het Landelijk Overleg
Minderheden en Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid. In
overleg tussen voornoemde belangenorganisaties en UWV kunnen ook andere
belangenorganisaties kandidaten voordragen.
Artikel
8. Voordracht, benoeming en zittingsduur van de leden
De
voordragende belangenorganisaties dragen zorg voor een goed contact (door
middel van bijvoorbeeld signalering via helpdesks, themabijeenkomsten,
meldweken en terugkoppeling) tussen de door hen afgevaardigde
persoon/personen en de achterban van de betreffende organisatie. De
groep ongeorganiseerden worden in dit contact betrokken. Met betrekking
tot de informatievoorziening aan de voordragende belangenorganisaties
worden met UWV
afspraken gemaakt.
Artikel
12. Facilitering
De Wet SUWI
verplicht UWV
tot overleg met cliënten over de dienstverlening. De
verantwoordelijkheid (en het initiatief) voor dit overleg ligt dus bij
UWV. UWV is de "gastheer" en nodigt de raad uit tot overleg en
faciliteert de raad in zijn werkzaamheden. Deze verantwoordelijkheid
ligt op centraal niveau bij de Raad van bestuur en op decentraal niveau
bij de districtsmanager van het bedrijfsonderdeel Klant & Service.
De verantwoordelijkheid voor de inhoud en het inregelen van het overleg
met de cliëntenraad inclusief het faciliteren en ondersteunen van dat
overleg ligt dus bij de betreffende overlegpartner.
De cliëntenraden hebben daarnaast de
mogelijkheid onderling te vergaderen ter voorbereiding van het overleg
met UWV of in verband met hun adviserende taak. De organisatie van deze
raadeigen vergaderingen (voorbereiden, verslaglegging) is een eigen
verantwoordelijkheid van de raad, i.c. de voorzitter en raadsecretaris.
UWV stelt hiervoor vergaderfaciliteiten beschikbaar.
De raad wordt in zijn werk ondersteund door een
adviseur cliëntenparticipatie van UWV. Deze adviseur heeft onder meer
de volgende taken:
- coördineren van het proces cliëntenparticipatie in zijn werkgebied;
- vervullen van een intermediairrol tussen de cliëntenraad en UWV;
- adviseren van de cliëntenraad bij het opstellen van
verbetervoorstellen en adviezen aan de overlegpartner;
- adviseren van de overlegpartner over de kwaliteit en actualiteit van
de informatieverstrekking vanuit het UWV aan de cliëntenraad;
- adviseren bij het opstellen van de agenda voor het overleg tussen
cliëntenraad en overlegpartner;
- begeleiden, coachen en stimuleren van de raadsleden bij het opstellen
en uitvoeren van activiteiten en processen in en rondom de
cliëntenraden;
- zorgen voor de informatieverstrekking aan de raden;
- onderhouden van een adequaat netwerk ten behoeve van de
cliëntenparticipatie in zijn werkgebied.
Eén adviseur cliëntenparticipatie zal één
of twee raden bedienen.
Taakverdeling
In
onderstaande schema’s is op hoofdlijnen de concrete taakverdeling
tussen de verschillende spelers aangegeven. De opsomming van
activiteiten is niet limitatief, maar bedoeld om een beeld te geven van
de verschillende functies en hun concrete taken.
Activiteiten rond vergaderingen
Activiteiten
x |
Overleg
tussen cliëntenraad en UWV
|
Cliëntenraadsvergaderingen
x |
| Opstellen
agenda |
Agendacommissie,
ten minste bestaande uit overlegpartner, voorzitter cliëntenraad,
adviseur cliëntenparticipatie, raadssecretaris |
Agendacommissie,
ten minste bestaande uit voorzitter cliëntenraad,
raadssecretaris, adviseur cliëntenparticipatie |
| Versturen
agenda |
Secretariaat
overlegpartner in samenwerking met adviseur cliëntenparticipatie |
Raadssecretaris
in samenwerking met adviseur cliëntenparticipatie |
| Voorzitten
vergadering |
Voorzitter
cliëntenraad of overlegpartner, in onderling overleg te bepalen |
Voorzitter
cliëntenraad |
| Maken
besluiten-/actielijst |
Secretariaat
overlegpartner |
Raadssecretaris |
| Bewaken
actiepunten |
Overlegpartner |
Raadssecretaris |
| Bijhouden
presentielijst |
Adviseur
cliëntenparticipatie |
Adviseur
cliëntenparticipatie |
Overige activiteiten (niet
limitatief)
- Opstellen
brieven en adviezen: raadssecretaris in samenwerking met voorzitter
cliëntenraad en adviseur cliëntenparticipatie.
- Inventariseren en verwerken
binnengekomen signalen: raadssecretaris in samenwerking met voorzitter
cliëntenraad en adviseur cliëntenparticipatie
Scholing en onkosten
UWV
zorgt tevens voor deskundigheidsbevordering en scholing van raadsleden
en vergoeding van door raadsleden gemaakte kosten.
Artikel
14. Garantstelling leden
Voor een groei naar volwaardige participatie van cliënten moeten
afgevaardigden vrijuit kunnen optreden in de cliëntenraad. In de
leidraad (of overeenkomstige richtlijnen) voor medewerkers van UWV
zal de bepaling worden opgenomen dat leden of gewezen leden van een
cliëntenraad op geen enkele wijze benadeeld worden ten aanzien van de
uitkering, de voorziening of de ondersteuning bij het vinden van werk
die zij ontvangen van UWV en dat zij correct bejegend worden door
medewerkers van UWV. Daarbij wordt expliciet de toekenning van
voorzieningen, de mate van arbeidsgeschiktheid en de frequentie van het
oproepen voor herkeuringen benoemd. Informatie over leden van een
cliëntenraad wordt zonder toestemming van betrokkenen niet beschikbaar
gesteld aan UWV-medewerkers waarvan leden voor uitkeringsverstrekking
afhankelijk zijn.
Leden van een cliëntenraad krijgen bij aanvang
lidmaatschap van een raad een brief van UWV waarin de garantie is
opgenomen dat zij door UWV uit hoofde van hun lidmaatschap op geen
enkele wijze zullen worden benadeeld ten aanzien van de uitkering, de
voorziening of de ondersteuning bij het vinden van werk die zij
ontvangen van UWV en dat zij correct zullen worden bejegend door
medewerkers van UWV. Klachten over of knelpunten met betrekking tot de
naleving van dit beschermingsartikel worden langs de weg van de
klachtenprocedure, via de adviseur cliëntenparticipatie, eerst bij de
verantwoordelijke directie aan de orde gesteld. Wanneer dit voor het lid
niet tot een bevredigende oplossing leidt, wordt de lijn zoals
aangegeven in artikel 15 ingezet.
Artikel
16. Overgangs- en slotbepalingen
Tussen de belangenorganisaties en UWV
is afgesproken na inwerkingtreding van de regeling overleg te blijven
voeren en de (gevolgen voor de) structuur van cliëntenparticipatie te
blijven volgen.
Voorzitter Raad van
bestuur UWV,
J.M. Linthorst.
|