|
De
Raad voor werk en inkomen;
Gelet op artikel 17, derde lid,¹ van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
1. Volgens de redactie
dient "derde lid" te worden vervangen door: tweede lid.
Stelt
de navolgende regeling vast:
Art. 1.
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. de Raad/de RWI: de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de
wet;
c. de LCR: de Landelijke
Cliëntenraad,
genoemd in artikel 12 van de wet;
d. de cliënt: de natuurlijke of
rechtspersoon die kan worden beschouwd als eindgebruiker van een dienst,
voorziening of regeling waarover door de RWI een voorstel wordt gedaan
op grond van artikel 17, eerste lid, van de wet;
e. overleg: het in deze regeling
vastgestelde overleg tussen de RWI en LCR.
Art. 2.
Doelstelling van de regeling
Met de invulling van een overleg met de LCR beoogt de
RWI meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van zijn voorstellen. Het overleg
heeft hierin een taak door toetsing van de effectiviteit van de
voorstellen, signalering, advisering en het doen van voorstellen tot
verbetering vanuit de positie van de cliënt en diens belang of
zienswijze.
Art. 3.
Samenstelling
-1. Het overleg is samengesteld uit een
vertegenwoordiging van de LCR en minimaal drie (plaatsvervangende) leden
van de Raad, namelijk minimaal één uit elk der geledingen.
-2. Ieder overleg staat onder
voorzitterschap van de voorzitter van de RWI.
-3. De deelnemers verrichten hun
werkzaamheden zonder last, maar voeren waar nodig wel ruggespraak met
hun achterban.
Art. 4.
Bijeenkomsten
-1. Het overleg vindt in beginsel tweemaal
per jaar plaats, te weten:
- eenmaal uiterlijk vóór 1 januari van ieder kalenderjaar;
- eenmaal binnen twee weken na opstelling van het beleidskader door de Raad.
-2. Overleg zal plaatsvinden op een door de
RWI in samenspraak met de LCR nader te bepalen
plaats en tijdstip. De RWI draagt de kosten van de vergaderaccommodatie.
Art. 5.
Secretariaat
-1. De RWI verzorgt
het secretariaat van het overleg.
-2. Het secretariaat stelt, in overleg met
de voorzitter, voor iedere bijeenkomst een agenda op. Zowel de Raad als
de LCR kunnen onderwerpen voor de agenda aandragen.
-3. Het secretariaat maakt de agenda bekend
aan de deelnemers van het overleg. Behoudens in spoedeisende gevallen
verstuurt hij of zij de uitnodiging, agenda en bijbehorende stukken ten
minste zeven dagen voordat de bijeenkomst plaatsvindt.
-4. Van ieder overleg wordt een verslag
gemaakt.
Art. 6.
Bevoegdheden van het overleg
-1. Het overleg heeft een toetsende,
signalerende en adviserende taak met betrekking tot de onderwerpen,
genoemd in artikel 17, eerste lid, van de wet.
-2. Van het oordeel van de LCR
betrekking
hebbende op onderwerpen in het beleidskader wordt conform artikel
17,
tweede lid, van de wet in het beleidskader
mededeling gedaan.
Art. 7.
Geheimhoudingsverplichting
De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht van datgene dat hen
vertrouwelijk ter inzage is gegeven of meegedeeld en van hetgeen waarvan
zij het vertrouwelijke karakter kunnen of redelijkerwijs moeten
vermoeden.
Art. 8.
Evaluatie
In het overleg wordt het functioneren van het overleg en de wijze waarop
aan de regeling in het algemeen invulling is gegeven jaarlijks
geëvalueerd. Als er op basis van deze evaluatie reden is de regeling
aan te passen, dan besluit de RWI hiertoe na
overleg met de LCR.
Art. 9.
Nadere regels
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de Raad
na
kennisneming van de zienswijze van het overleg.
Art.
10. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na publicatie in de Staatscourant.
Art.
11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overleg RWI met LCR.
's-Gravenhage, 19 december
2002.
J.P.C.M. van Zijl, voorzitter RWI.
TOELICHTING
[19 december 2002]
Algemeen
In
deze regeling geeft de RWI aan hoe invulling
wordt gegeven aan de in artikel 17 van de Wet
SUWI
opgenomen verplichting om personen of vertegenwoordigers van personen
die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de volgende
onderwerpen in de gelegenheid te stellen met hem te overleggen over door
de Raad voorbereide voorstellen met betrekking tot: het beleid met
betrekking tot werk en inkomen, het arbeidsmarktbeleid, de omvang en
verdeling van gelden ten behoeve van de inschakeling van werkzoekenden
in het arbeidsproces, de besteding van gelden uit het ESF [Europees
Sociaal Fonds, red.], de bevordering van de kwaliteit en
transparantie van de arbeidsmarkt, het beleid met betrekking tot de door
het UWV [Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, red.] vast te stellen
premiepercentages voor de wachtgeldfondsen, de op grond van artikel
20,
eerst lid, [van de Wet SUWI, red.] vast
te stellen ministeriële regeling (subsidieverstrekking), de indeling
van het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren en beleidsvoornemens die
aanmerkelijke administratieve consequenties
kunnen hebben voor werkgevers.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel 1
Artikel
1 definieert de begrippen die voorkomen in de regeling.
Artikel 2
De
RWI benadrukt het belang van de inbreng van
(vertegenwoordigers) van cliënten bij de uitvoering van zijn wettelijke
taken, alsmede het belang om langs die weg inzicht te krijgen in de
effectiviteit van zijn voorstellen en informatie te krijgen die gebruikt
kan worden voor zijn voorstellen. Wel dient daarbij opgemerkt te worden
dat de RWI vanuit zijn maatschappelijke functie ook voorstellen doet
waarbij het belang van de cliënt wordt afgewogen tegen andere belangen.
Artikel 3
De
LCR vertegenwoordigt de zelforganisaties van cliënten op landelijk
niveau, maar heeft ook een verbinding naar de regionale en landelijke
cliëntenraden van CWI [Centrale organisatie werk en
inkomen, red.], UWV, SVB [Sociale
verzekeringsbank, red.] en gemeenten.
Hij is vooral bedoeld als gesprekspartner op het niveau van beleid (SZW
[ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
red.], RWI).
Namens de RWI nemen naast de voorzitter
minimaal drie (plaatsvervangende) leden uit de Raad deel, waarvan
minimaal één lid van de vertegenwoordigers van werkgevers, één lid
van de vertegenwoordiging van werknemers en
één lid van de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG).
Artikel 4
De
LCR wordt in ieder geval zowel bij de voorbereiding van het beleidskader
als bij het opgestelde beleidskader betrokken. Voorts wordt de
mogelijkheid open gehouden de LCR op andere momenten te raadplegen over
in voorbereiding zijnde voorstellen van de RWI
zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid [, van de Wet
SUWI, red.].
Artikel 5
Er
wordt naar gestreefd de uitnodiging, agenda en stukken voor het overleg
uiterlijk zeven dagen vóór de bijeenkomst te versturen. In
spoedeisende gevallen (bijvoorbeeld in het geval stukken die op het
laatste moment zijn aangevuld of ingebracht) kan hiervan worden
afgeweken.
Artikel 6
In
dit artikel wordt geregeld wat met de signalen en adviezen van het
overleg gebeurt. Van het oordeel van het overleg betrekking hebbende op
onderwerpen in het beleidskader wordt in het beleidskader mededeling
gedaan. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een bijlage waarin zowel het
commentaar van de LCR op de voorstellen van de
RWI als de reactie van de RWI op het commentaar van de LCR zijn opgenomen.
Artikel 7
De
geheimhoudingsplicht ten aanzien van vertrouwelijke stukken en
mededelingen laat uiteraard de mogelijkheid van interne voorbereiding
van het overleg onverlet.
Artikel 8
In
het overleg wordt het functioneren van het overleg geëvalueerd.
Voorgesteld wordt vooralsnog dit jaarlijks te doen. Indien hiertoe
aanleiding is, kan de RWI de regeling aanpassen.
Gedacht wordt aan de omstandigheid dat de regeling op bepaalde punten
onduidelijkheden of lacunes blijkt te bevatten, hetgeen negatieve
invloed heeft op het voeren van een goed overleg.
|