|
Het
bestuur van de Sociale verzekeringsbank;
Gelet op artikel 10 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen van 29 november
2001;
Gehoord de Landelijke Adviesraad;
Besluit:
HOOFDSTUK
1
Algemeen
Art. 1.
In deze tijdelijke regeling
wordt verstaan onder:
a. de SVB: de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in artikel 2, eerste
lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. Raad van bestuur: het met de dagelijkse
leiding van de SVB belaste orgaan, bedoeld in artikel
3, eerste lid, van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen;
c. cliënt: de meerderjarige persoon die
als rechthebbende op grond van
door de SVB uitgevoerde regelingen
gebruik maakt van de dienstverlening
van de SVB;
d. cliëntenaangelegenheden: alle onderwerpen die de
vorming, de uitvoering, de controle en
de evaluatie van de taken en het beleid
van de SVB ten aanzien van zijn cliënten betreffen, met uitzondering
van:
1º. klachten en
bezwaarschriften die betrekking hebben op zaken
van individuele cliënten, tenzij het gaat
om het algemene karakter van de
daarbij gehanteerde procedures en
regelingen;
2º. de verplichte uitvoering
van de wettelijke taken door de SVB
waarbij ruimte voor de ontwikkeling
van een eigen beleid door de SVB
ontbreekt.
Art. 2.
-1. De Raad van bestuur
voorziet in de instelling van een
cliëntenraad met de in hoofdstuk 3 genoemde
taken en bevoegdheden. De
samenstelling van de eerste cliëntenraad en
de benoeming van zijn leden vinden plaats overeenkomstig de bepalingen
van deze tijdelijke regeling.
-2. Op de wijze waarop de
cliëntenraad zijn taken en bevoegdheden
uitoefent alsmede de wijze waarop de cliëntenraad wordt voorzien
van al hetgeen redelijkerwijs nodig
is voor de vervulling van zijn
taken, is deze tijdelijke regeling van
toepassing.
-3. Het lidmaatschap van de
cliëntenraad is van generlei invloed op
de behandeling van het lid door
de SVB.
HOOFDSTUK
2
Samenstelling en
benoeming
Art. 3.
De cliëntenraad bestaat
uit een voorzitter en ten hoogste
tien andere leden. Alle leden zijn
cliënt.
Art. 4.
-1. De Raad van bestuur
benoemt de leden van de cliëntenraad
voor een periode waarover deze
tijdelijke regeling van toepassing is.
-2. Behoudens het bepaalde in
artikel 15 benoemt de Raad van
bestuur de voorzitter op voordracht van
de cliëntenraad voor de
periode waarover deze tijdelijke regeling van toepassing is. Van deze voordracht kan
uitsluitend om zwaarwegende
redenen worden afgeweken.
-3. Ten hoogste drie leden
worden benoemd op voordracht van de werknemersorganisaties FNV,
CNV en Unie MHP.
-4. Ten hoogste één lid
wordt benoemd op voordracht van
het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties.
-5. Ten hoogste één lid
wordt benoemd op voordracht van
het Landelijk Overleg Minderheden.
-6. De Raad van bestuur
verzoekt de in de leden drie tot en met
vijf genoemde organisaties binnen
een daartoe gestelde termijn een
cliënt voor te dragen.
-7. De Raad van bestuur
benoemt de overige vijf leden van de
cliëntenraad op bindende voordracht van
een selectiecommissie. Deze
leden worden geworven via advertenties.
Art. 5.
-1. Een lid van de
cliëntenraad wordt tussentijds vervangen:
a. op eigen verzoek; of
b. als naar het oordeel van
de voorzitter de goede gang van zaken bij
de werkzaamheden van de
cliëntenraad door toedoen van het lid
wordt belemmerd; of
c. op een met redenen omkleed
verzoek van de in artikel 4 bedoelde
organisatie die het lid voor de
benoeming had voorgedragen.
-2. De voorzitter van de
cliëntenraad wordt tussentijds vervangen:
a. op eigen verzoek; of
b. op verzoek van de
meerderheid van de cliëntenraad op
grond van het oordeel dat de goede gang
van zaken bij de werkzaamheden van de
cliëntenraad door toedoen van de voorzitter wordt belemmerd.
-3. Benoeming wegens een
tussentijdse vervanging vindt plaats voor
het restant van de zittingsduur van het
vervangen lid.
HOOFDSTUK
3
Taken en
bevoegdheden
Art. 6.
-1. De cliëntenraad overlegt
met de Raad van bestuur en
adviseert gevraagd en ongevraagd over
cliëntenaangelegenheden, in het bijzonder met betrekking tot de kwaliteit van
de geboden dienstverlening
van de SVB.
-2. De cliëntenraad is
bevoegd advies uit te brengen over de op
cliëntenaangelegenheden betrekking hebbende onderdelen van het
meerjarenbeleidsplan, het jaarplan en het jaarverslag van de SVB alvorens die
worden vastgesteld.
-3. De cliëntenraad is
bevoegd advies uit te brengen over een
andere wijze van decentrale
cliëntenparticipatie dan waarop op grond van deze
tijdelijke regeling wordt voorzien.
-4. De cliëntenraad brengt vóór 1 januari 2006 advies uit
over de meest wenselijke vorm van
samenstelling en totstandkoming van de cliëntenraad. Van dit advies kan
uitsluitend om zwaarwegende redenen worden afgeweken.
Art. 7.
-1. De cliëntenraad stelt
jaarlijks een activiteitenplan op binnen
de kaders van het meerjarenbeleidsplan
en het jaarplan van de SVB.
-2. De cliëntenraad levert
een bijdrage aan het jaarverslag van de
SVB. In deze bijdrage rapporteert de
cliëntenraad over zijn functioneren en de
uitgebrachte adviezen in het verslagjaar.
-3. Eens per twee jaar
evalueren de cliëntenraad en de SVB
gezamenlijk het functioneren van de cliëntenraad.
HOOFDSTUK
4
Informatievoorziening en faciliteiten
Art. 8.
-1. De SVB verstrekt de
cliëntenraad tijdig, spontaan en op
verzoek alle informatie die de cliëntenraad nodig heeft voor de uitoefening
van zijn taken, tenzij enig wettelijk voorschrift deze verstrekking in de weg
staat.
-2. De SVB informeert de
cliëntenraad spontaan over de resultaten
van klachtenrapportages,
onderzoeken naar klanttevredenheid en
andere cliëntenaangelegenheden bij
en van zijn regionale vestigingen.
-3. De SVB nodigt zoveel
mogelijk in zijn algemene
publieksinformatie en correspondentie cliënten
uit om zich te uiten over de
dienstverlening van de SVB. De SVB legt
periodieke analyses van deze uitingen uit de
decentrale uitvoeringspraktijk,
eventueel tezamen met verbetervoorstellen, voor aan de cliëntenraad.
Art. 9.
-1. De cliëntenraad kan ter
uitvoering van zijn taken zelfstandig
onderzoeken doen of laten doen, externe
deskundigen raadplegen en activiteiten ontplooien om de betrokkenheid van cliënten te bevorderen.
-2. De SVB stelt de leden van
de cliëntenraad op verzoek in de gelegenheid door middel van
scholing en training kennis te verwerven en zich vaardigheden eigen te maken die het
functioneren van de cliëntenraad ten
goede komen.
Art. 10.
-1. De SVB voert het
secretariaat van de cliëntenraad en benoemt één van zijn medewerkers tot
secretaris. De SVB stelt
vergaderaccommodatie ter beschikking van de cliëntenraad.
-2. Alle communicatie tussen
de cliëntenraad en de SVB vindt plaats via
de secretaris.
Art. 11.
-1. De voorzitter en overige
leden van de cliëntenraad hebben
recht op een door de SVB vast te stellen
onkostenvergoeding en een vergoeding voor reiskosten. De hoogte van deze vergoedingen
stelt de Raad van bestuur vast in een nadere regeling. Behoudens de in het tweede
lid bedoelde kosten worden alle
kosten die het lidmaatschap met
zich brengt, geacht door deze
onkostenvergoeding te zijn gedekt.
-2. Voor de activiteiten van
de cliëntenraad zoals bedoeld in artikel 9 stelt de SVB de cliëntenraad een budget
ter beschikking. Deze kosten
worden zoveel mogelijk begroot in het activiteitenplan. De Raad
van bestuur stelt de hoogte van het
budget vast.
HOOFDSTUK
5
Advisering en
overleg
Art. 12.
-1. De cliëntenraad kan tot
een uit te brengen advies slechts
besluiten in een vergadering waarin ten
minste de helft van het aantal leden
aanwezig is. Als de stemmen staken,
is de stem van de voorzitter
doorslaggevend.
-2. De cliëntenraad
adviseert binnen vier weken na dagtekening
van het verzoek daartoe.
-3. De cliëntenraad kan uit
haar midden werkgroepen benoemen die een advies voorbereiden.
-4. Het advies wordt
schriftelijk, met redenen omkleed en door de
voorzitter ondertekend, aangeboden aan
de Raad van bestuur. Leden
kunnen een minderheidsstandpunt in het advies laten opnemen.
-5. De cliëntenraad kan
besluiten een verzoek om een advies niet
te honoreren. In dat geval stelt de
voorzitter met redenen omkleed de Raad
van bestuur hiervan schriftelijk
in kennis binnen vier weken na
dagtekening van het verzoek om advies.
-6. Na kennisneming van een
advies informeert de Raad van
bestuur met redenen omkleed de
cliëntenraad over de actie die is of zal
worden ondernomen naar aanleiding van het
advies.
Art. 13.
-1. Het overleg, bedoeld in
artikel 6, eerste lid, vindt ten minste
vier keer per jaar in een vergadering
plaats.
-2. De oproeping tot een
vergadering geschiedt door middel van
een schriftelijke uitnodiging namens de
voorzitter. De uitnodiging bevat plaats
en tijdstip van de vergadering
en gaat vergezeld van een
vergaderagenda en de daarop betrekking hebbende stukken. Toezending vindt plaats
ten minste één week vóór de
vergadering.
-3. De vergaderagenda wordt
door de voorzitter vastgesteld.
-4. Ieder lid van de
cliëntenraad bezit agenderingsbevoegdheid en
kan de voorzitter verzoeken een
vergadering bijeen te roepen. De
voorzitter beoordeelt het verzoek en beslist
daarover.
-5. De vergaderingen worden
geleid door de voorzitter. Bij
afwezigheid van de voorzitter kiezen de
leden uit hun midden een voorzitter.
De tweede volzin van artikel 12,
eerste lid, is van overeenkomstige
toepassing.
-6. De vergaderingen worden
bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur en zo nodig door één
of meer deskundigen van de SVB.
-7. Van de vergadering wordt
door de secretaris een schriftelijk
verslag gemaakt. Dit verslag wordt
in de eerstvolgende vergadering
besproken en ter goedkeuring voorgelegd.
HOOFDSTUK
6
Overgangs- en slotbepalingen
Art. 14.
Tot 1 januari 2003 treedt de
hoofddirectie van de SVB, genoemd in
artikel 1, onderdeel c, van het Mandateringsbesluit bestuur
SVB, in de taken en bevoegdheden van
de Raad van bestuur waarin deze
regeling voorziet.
Art. 15.
In afwijking van artikel 4,
tweede lid, benoemt de Raad van bestuur
de eerste voorzitter van de
cliëntenraad zonder voordracht voor de
periode van twee jaar.
Art. 16.
-1. Het interne Reglement
Landelijke Adviesraad ten behoeve van
de hoofddirectie van de Sociale Verzekeringsbank van 3 juni
1992 wordt ingetrokken.
-2. De Landelijke Adviesraad
wordt opgeheven.
-3. De bescheiden en de
lopende zaken van de Landelijke Adviesraad
worden overgedragen aan de
cliëntenraad voor zover noodzakelijk voor
een goede uitoefening van zijn
taak.
Art. 17.
Deze tijdelijke regeling
treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij
wordt geplaatst en vervalt met
ingang van 1 januari 2006.
Art. 18.
Deze regeling wordt
aangehaald als: Tijdelijke regeling
cliëntenparticipatie SVB.
Aldus vastgesteld door het
bestuur van de Sociale verzekeringsbank
op 23 augustus 2002.
Amstelveen, 23 augustus
2002.
G.H. Terpstra, voorzitter.
E.F. Stoové,
president-directeur.
TOELICHTING
[23 augustus 2002]
Algemeen
Op 1 januari 2002 is de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen (verder te noemen: de Wet SUWI) van 29 november 2001 (Stb. 2001, 624) in werking
getreden. Vanuit het streven naar een
uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid waarin de cliënt centraal
staat, is de vormgeving van een
klantgerichte dienstverlening en uitvoeringsstructuur één van de centrale
doelstellingen van de Wet SUWI. Eén van de instrumenten die daarvoor
worden ingezet, is het wettelijk
regelen van inspraak van cliënten over
de gang van zaken rond de
uitvoering. Daarmee moet worden bewerkstelligd dat bij de dienstverlening
vanuit de klant wordt geredeneerd en
niet langer vanuit het aanbod van de
betrokken instanties.
Hoewel cliënteninbreng bij
de SVB materieel reeds nagenoeg
volledig voldeed aan de eisen die de Wet SUWI stelt, heeft de in het
eerste lid van artikel 10 van die wet opgenomen publicatieplicht geleid tot
deze nieuwe formele regeling. Daarbij is
rekening gehouden met de uitbreiding
van de kaders in de Wet SUWI ten
opzichte van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 (Osv 1997).
Tijdelijke regeling
De regeling is bedoeld als
tijdelijke regeling en vervalt met
ingang van 1 januari 2006. De SVB vindt
het van grote waarde dat iedere
cliënt van de SVB zich gerepresenteerd
voelt en dat iedere cliënt de
mogelijkheid heeft om zich kandidaat te stellen.
Het is wenselijk dat de eerste cliëntenraad krachtens de Wet
SUWI zich
over de definitief te kiezen structuur kan uitspreken. De in 2002 te benoemen
cliëntenraad heeft een
belangrijke rol bij de keuze van het
definitieve model met betrekking tot de
samenstelling en de verdere totstandkoming
van de cliëntenraad. Na advies
omtrent het definitieve model, dat vóór
1 januari 2006 wordt uitgebracht en
waarvan alleen bij zwaarwegende
redenen kan worden afgeweken,
vervalt de tijdelijke regeling en wordt deze
vervangen door de Regeling cliëntenparticipatie
SVB.
Geschiedenis
cliëntenparticipatie bij de SVB
Zoals uit het voorgaande
reeds blijkt, betekent de inwerkingtreding
van de Wet SUWI geenszins een
introductie van volwaardige
cliëntenparticipatie binnen de SVB. Reeds in 1988
besloot het bestuur van de
SVB om gebruik te maken van de
bevoegdheid in artikel 9, tweede lid, van de
Wet op de Sociale Verzekeringsbank (Stb. 1968, 158) om (regionale) adviescolleges in te stellen. Onder
goedkeuring van de toenmalige Sociale Verzekeringsraad (SVr, Stcrt. 1988, 190) werd
daarmee gehoor gegeven aan de
politieke wens van vooral de
vakorganisaties om een - zij het beperkt - alternatief te bieden voor de opheffing van de
tripartiet samengestelde Raadscolleges
van de toenmalige autonome Raden
van Arbeid.
Deze regionale
adviescolleges hadden de taak om de directeuren
van de toenmalige districtskantoren
van de SVB te adviseren ten aanzien
van de cliëntgerichtheid. Op grond
van de eerste evaluatie
(evaluatienota B 190/91) werd vastgesteld dat
voortzetting van de regionale
adviescolleges niet zinvol was zonder
taakuitbreiding tot het gebied van de
gevalsbehandeling. Een dergelijke
taakuitbreiding zou echter de doelmatigheid, de zorgvuldigheid en de
uniformiteit van de gevalsbehandeling in
gevaar brengen. Dat leidde ertoe dat de SVB gebruik heeft gemaakt van
zijn bevoegdheid (artikel 5,
zesde lid, van het Reglement
Adviescolleges) door op 20 december 1991 de
regionale adviescolleges op te heffen
en te vervangen door een Landelijke Adviesraad (LAR). Sinds 1992
adviseert de LAR rechtstreeks de
hoofddirectie van de SVB "over aangelegenheden inzake het te voeren beleid
met betrekking tot de wijze
waarop de SVB zich in algemene zin aan
de klanten presenteert". Het
besluit om de onverminderd gewenste
cliëntenparticipatie een landelijk karakter te geven, kwam met name voort
uit het gegeven dat er geen of
nauwelijks verschillen zijn in de
dienstverlening door de SVB. Het besluit
werd door de SVr positief ontvangen,
doch aanvankelijk als een experiment gezien. Na een positieve eerste
evaluatie kreeg de LAR een wettelijke
basis ([het op, red.] artikel II, achtste lid,
onderdeel b, Organisatiewet Sociale Verzekering [artikelen 25,
26 en 27 Organisatiewet sociale verzekeringen, red.] ¹ gegronde Reglement
taak, taakuitvoering en werkwijze bestuur Sociale Verzekeringsbank, Stcrt. 1995,
93 [60, red.]).
In het kader van
kwaliteitszorg gebruikt de SVB naast de LAR
klanttevredenheidsonderzoeken waarmee de prestaties op het gebied
van dienstverlening worden
gemeten.
1. Van 1 maart 1997 tot 1
januari 2002: artikel 23, tweede lid, onderdeel b, Osv
1997.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel 1
Dit artikel bevat een aantal
begripsbepalingen. Met artikel 3 van de Wet
SUWI worden alle
uitvoeringsorganen sociale verzekeringen
voorzien van een nieuwe bestuursstructuur, bestaande uit een met de
dagelijkse leiding belaste Raad van
bestuur en een Raad van advies als
adviserend orgaan. In het Koninklijk besluit van 13
december 2001 (Stb. 2001, 682) is de
inwerkingtreding van de verschillende
onderdelen van de Wet SUWI geregeld. Op grond van
artikel 1,
onderdeel a, van dat besluit is voor de SVB de nieuwe
bestuursstructuur eerst
vanaf 1 januari 2003 van kracht. Met het oog daarop is het begrip Raad
van bestuur hier reeds
gedefinieerd en in de tijdelijke regeling
gebruikt. Artikel 14 van de tijdelijke
regeling voorziet in een overgangsregime voor
de periode tot 1 januari 2003.
Met de definitie van cliënt
wordt aangegeven dat in beginsel geen enkele (meerderjarige) rechthebbende op
grond van een door de SVB
uitgevoerde regeling is uitgesloten van benoeming in de in artikel 3
genoemde cliëntenraad. Ten slotte is
het begrip cliëntenaangelegenheden gedefinieerd om de onderwerpen waarover
de cliëntenraad bevoegd is
te overleggen of te adviseren af te
kaderen tot het terrein van de
(kwaliteit van de) dienstverlening in zijn
algemeen. Evenmin als het inhoudelijke
juridische beleid behoren daartoe de bespreking van individuele
zaken of van kwesties waarbij de SVB geen discretionaire bevoegdheden
heeft tot het maken of aanpassen van
beleid.
Artikel 2
In het derde lid is de in
artikel 10, derde lid, onderdeel f, van de Wet
SUWI neergelegde bescherming
gewaarborgd.
Artikel 3
Dit artikel geeft
het
aantal leden aan. De cliëntenraad
bestaat uit maximaal elf leden, inclusief de voorzitter. Alle leden, inclusief de
voorzitter, moeten cliënt zijn van de SVB.
Artikel 4
De voorzitter wordt
voorgedragen door de leden van de
cliëntenraad behoudens het bepaalde in
artikel 15. De voorzitter kan één van
de leden van de cliëntenraad zijn of
van buiten de raad komen. In het eerste
geval ontstaat een vacature voor
een lid van de cliëntenraad.
Vijf zetels worden ingenomen
door de in de leden drie tot en met
vijf genoemde representatieve
landelijk werkende maatschappelijke
organisaties voor werknemers, ouderen en minderheden. Indien één
van de door de SVB benaderde
organisaties geen gebruik maakt van de
mogelijkheid een lid voor benoeming in de
cliëntenraad voor te dragen, dan blijft
de zetel onbezet.
De voor individuele
cliënten beschikbare zetels worden niet bij
voorbaat toebedeeld aan een bepaalde
wet of regeling. Wel wordt
gestreefd naar een evenwichtige verdeling.
De selectiecommissie die de leden als bedoeld in het zevende lid
voordraagt, wordt in 2002 gevormd door het
dagelijkse bestuur van de SVB.
Artikel 5
Dit artikel beschrijft de
tussentijdse vervanging. Als een door een
maatschappelijke organisatie, zoals beschreven in artikel
4,
voorgedragen lid tussentijds wordt vervangen, draagt de betreffende
maatschappelijke organisatie zorg voor het voordragen van een nieuw lid. Bij
tussentijdse vervanging van één van de
vijf overige leden vindt benoeming van
een nieuw lid plaats
overeenkomstig het gestelde in het zevende lid
van artikel 4, met dien verstande dat
een na 1 januari 2003 gelegen benoeming plaatsvindt door een nog
nader samen te stellen selectiecommissie. De termijn van tussentijds
benoemde leden loopt tot 1 januari
2006, de datum waarop deze tijdelijke
regeling vervalt.
Bij tussentijdse vervanging
van de voorzitter draagt de
cliëntenraad een nieuwe voorzitter voor,
tenzij het gaat om de voorzitter die is
benoemd overeenkomstig het in artikel 15 gestelde. In dat geval heeft
de Raad van bestuur de bevoegdheid
een voorzitter zonder voordracht te
benoemen voor de resterende periode
van twee jaar.
Artikel 6
De cliëntenraad adviseert
de Raad van bestuur gevraagd en
ongevraagd over de wijze waarop de SVB zijn uitvoeringstaken
vormgeeft, met een specifiek accent op de dienstverlening aan de klant. Hieronder
vallen onderwerpen als (de opsomming is niet limitatief):
klantbejegening, kanalen van dienstverlening,
klantcontactpunten, vormgeving van
correspondentie, communicatie,
doelgroepenbeleid, klachten, kwaliteit van de
dienstverlening. Op (ontwikkelingen op) deze aandachtsterreinen kan de cliëntenraad
proactief en reactief
reageren en voorstellen tot wijziging
aanbrengen.
Redenen voor de Raad van
bestuur om advies te vragen, kunnen
onder meer zijn: het starten van
een voorlichtingstraject of doelgroepenonderzoek, ontwikkelingen in het klachtenpatroon
en commentaar en advies naar aanleiding van signalen
uit cliëntenbelangenorganisaties.
In het tweede lid wordt de
in artikel 10, derde lid, onderdeel c, van
de Wet SUWI neergelegde bevoegdheid gewaarborgd om betrokken te
worden bij de totstandkoming van de hier genoemde stukken.
Verdere concretisering vindt plaats in het tweede lid van artikel
8.
De eerste cliëntenraad van
de SVB die binnen de kaders van de Wet SUWI wordt ingericht, heeft
nog een bijzondere taak: onderzoeken
en op basis daarvan adviseren aan
de Raad van bestuur wat de meest
wenselijke vorm van samenstelling en totstandkoming van de cliëntenraad is.
Zoals al is aangegeven, vindt de
SVB het belangrijk dat iedere
cliënt zich gerepresenteerd voelt en dat iedere cliënt de mogelijkheid heeft om
zich kandidaat te stellen. Een model
waarbij verkiezingen plaatsvinden is
een mogelijkheid. Aangezien de
SVB hecht aan een spoedige
realisatie van cliëntenparticipatie als
bedoeld in artikel 10 van de Wet
SUWI,
is de samenstelling van de cliëntenraad, zoals beschreven in artikel
4 van deze tijdelijke regeling, te beschouwen als een overgangsmodel. De
cliëntenraad heeft een belangrijke rol
bij de keuze van het definitieve model
met betrekking tot de samenstelling en de
verdere totstandkoming van de cliëntenraad. Van het advies dat de cliëntenraad hierover vóór
1 januari 2006 uitbrengt, kan alleen
bij zwaarwegende redenen worden afgeweken.
Artikel 7
Een jaarlijks
activiteitenplan op basis van het meerjarenbeleidsplan
en het jaarplan van de SVB geeft de
richting aan [één, red.] van de aspecten van de
dienstverlening waarop de aandacht van de cliëntenraad zich het
komende jaar met name zal richten. Ook
wordt in een dergelijk
activiteitenplan tot uiting gebracht over welke
onderwerpen de cliëntenraad voornemens
is te adviseren, dan wel nader
geïnformeerd wenst te worden,
bijvoorbeeld metingen van de ontwikkeling
in klanttevredenheid en de
analyse en evaluatie daarvan.
Het doel van de in het
tweede lid opgenomen bijdrage is
tweeërlei. Niet alleen wordt de in het
tweede lid van artikel 6 neergelegde
wettelijk voorgeschreven betrokkenheid van de
cliëntenraad verder uitgewerkt. Bovendien wordt gewaarborgd dat de
ontwikkelingen van cliëntenparticipatie
via een openbaar kanaal gevolgd
kunnen worden. De cliëntenraad
voorziet hier zelf in door van zijn
werkzaamheden jaarlijks schriftelijk verslag te doen.
Artikel 8
De SVB
werkt landelijk met
een uniform cliëntenbeleid. Zonder
regionale, sectorale of lokale
verschillen moet dat beleid op iedere
vestiging van de SVB worden uitgevoerd. Ook
uit de hiervoor beschreven recente
geschiedenis van de cliëntenparticipatie
bij de SVB blijkt dat, en
waarom, de voormalige regionale
adviescolleges geen lang leven beschoren
waren. De SVB hecht er echter aan te
benadrukken dat het de cliëntenraad desondanks vrij staat om onderzoek te
verrichten naar de haalbaarheid om alsnog formele decentrale
cliëntenraden in het leven te roepen en
daarover adviezen uit te brengen.
In afwachting daarvan wordt
in het derde lid in ieder geval
reeds voorzien in een procedurele vorm van
cliëntenparticipatie op decentraal niveau. Door zoveel mogelijk
bekendheid te geven aan het bestaan en de
bevoegdheid van de cliëntenraad wordt onverminderd aan zoveel
mogelijk cliënten duidelijk gemaakt
dat zij ook via een regionale vestiging
suggesties, wensen, behoeften en ideeën
over het verbeteren van de
dienstverlening onder de aandacht kunnen
brengen. Een adequate werkwijze met
betrekking tot de kanalisering en
afhandeling van dergelijke signalen moet garanderen dat de
cliëntenraad de ontwikkelingen volgt en
daardoor in staat wordt gesteld om een
oordeel uit te spreken.
Artikel 9
Met het bepaalde in dit
artikel wordt de cliëntenraad in staat
gesteld om behalve reactief ook proactief de dienstverlening van de SVB te toetsen
aan de dienstverlening
elders in plaats van uitsluitend aan de eigen
normen. Professionele ondersteuning
en andere instrumenten, zoals
raadpleging, onderzoek en overleg met
netwerken en organisaties, kan voor een
goede taakvervulling onontbeerlijk
zijn. Ook wordt hier voorzien in de mogelijkheid van
deskundigheidsbevordering van de leden van de
cliëntenraad.
Artikelen 10 en
11
In deze artikelen wordt
gevolg gegeven aan het bepaalde in artikel 10, derde lid, onderdeel c, van de
Wet SUWI. In het kader van de facilitaire
ondersteuning van de cliëntenraad door de SVB is een professioneel
secretariaat onontbeerlijk. De secretaris
die de cliëntenraad bijstaat,
fungeert als communicatiekanaal tussen de
SVB en de cliëntenraad en is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken
rond de wederzijdse informatievoorziening en de vergaderingen,
inclusief verslaglegging.
Voor de onkosten- en
reiskostenvergoeding wordt de lijn gevolgd van
het ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid bij gangbare
regelingen.
Artikelen 12 en
13
Voortbordurend op het
Reglement Landelijke Adviesraad
Sociale Verzekeringsbank zijn in
deze artikelen enige punten van orde
neergelegd die geen verdere toelichting behoeven.
Artikel 14
Zoals bij
artikel 1 reeds is
toegelicht, is het voor de toepassing
van de regeling vóór 1 januari 2003
noodzakelijk dat de tot deze datum nog
met de dagelijkse leiding belaste hoofddirectie van de SVB
bevoegd is. Deze treedt daarom in de taken en bevoegdheden die in de
regeling zijn toebedacht aan de Raad van
bestuur. Op grond van het Mandateringsbesluit bestuur SVB (Stcrt. 1997,
16) zijn de president-directeur
en de hoofddirecteuren van de SVB
zowel gezamenlijk als ieder voor zich bevoegd om in naam en onder
verantwoordelijkheid van het bestuur van de SVB de in de regeling genoemde rechtshandelingen
te verrichten. De grondslag voor de bevoegdheid van het bestuur
van de SVB tot 1 januari 2003 is
gelegen in hoofdstuk 3 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Stb. 1997, 95). De desbetreffende bepalingen van
die wet blijven tot genoemde datum van
kracht ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Invoeringswet
SUWI (Stb.
2002, 625).
Artikel 15
Door de eerste voorzitter
zonder voordracht van de - nog
niet bestaande - cliëntenraad te benoemen, heeft de Raad van bestuur de
mogelijkheid om de
voorzitter van de huidige Landelijke
Adviesraad te verzoeken om diens kennis en ervaring in te zetten voor de
begeleiding en totstandkoming en de
inrichting van de nieuwe cliëntenraad. Daarmee wordt voorkomen dat de
continuïteit van de nagenoeg niet
afwijkende huidige vorm van
cliëntenparticipatie gevaar loopt.
Artikel 16
Hierin is bepaald dat er
geen lacune ontstaat in de grosso modo
gelijk gebleven invulling van
cliëntenparticipatie bij de SVB. De Landelijke Adviesraad draagt zijn taken
over aan de cliëntenraad en
houdt op te bestaan zodra deze
tijdelijke regeling in werking treedt.
Amstelveen, 23 augustus
2002.
G.H. Terpstra, voorzitter.
E.F. Stoové, president-directeur.
|