|
Het
bestuur van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen;
Gelet op artikel 38 Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997;
Besluit:
Art. 1.
Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen verrekent sociale
uitkeringen tussen het Landelijk
instituut sociale verzekeringen, de gemeenten
en de Sociale Verzekeringsbank alsmede tussen de
uitvoeringsinstellingen onderling op de in de
bijlage van dit besluit omschreven wijze.
Art. 2.
Dit besluit treedt in
werking per 1 januari 2001.
Art. 3.
De Circulaire van de Sociale Verzekeringsraad van 18
april 1994, nr. 982, wordt per 1 januari
2001 ingetrokken.
Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald
als: Verrekeningsbesluit.
Amsterdam, 28 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
TOELICHTING
[28 november 2000]
Aanleiding
De Sociale Verzekeringsraad
(SVr) ¹ heeft in zijn Circulaire van
18 april 1994, nr. 982, aan de
toenmalige bedrijfsverenigingen en
Sociale Verzekeringsbank een
uiteenzetting gegeven van het
vereenvoudigde systeem bij verrekeningen van
sociale uitkeringen tussen de
bedrijfsverenigingen, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de gemeenten.
De circulaire van de SVr richtte zich op de
bedrijfsverenigingen (thans de uitvoeringsinstellingen)
en de SVB. Het Lisv kan zich gegeven
haar taak en positie alleen uitspreken
over de uitvoering op het terrein
van de werknemersverzekeringen. Het voorgaande heeft geleid tot onderhavig
besluit verrekening van sociale uitkeringen.
Verder zijn er wijzigingen
in wet- en regelgeving geweest, of
treden in werking per 1 januari 2001, die
nopen tot aanpassing van de
circulaire. Zo komt bijvoorbeeld de overhevelingstoeslag (OHT) per 1 januari 2001 te
vervallen.
Met de SVB is afgestemd dat
zij bij verrekeningen op dezelfde
voet uitvoering zal geven aan het
gestelde in deze regeling. Dit
laatste heeft het SVB het Lisv schriftelijk laten weten. Het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid heeft
aangegeven de gemeenten te zullen
opgedragen conform deze regeling over te gaan
tot verrekening.
Onderhavig besluit wijzigt
echter niet fundamenteel de
verrekeningssystematiek zoals die reeds in de
circulaire van de SVr is neergelegd.
1. De SVr is de
rechtsvoorganger van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en
afstemming (Tica), dat vervolgens is opgevolgd door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen (Lisv), dat op zijn beurt, met ingang van 1 januari 2002,
is opgevolgd door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV), red.
Artikelsgewijze
toelichting
Artikel 1
Dit artikel geeft aan hoe
bij verrekening van sociale uitkeringen
tussen het Lisv, de gemeenten en de
Sociale Verzekeringsbank alsmede
tussen de uitvoeringsinstellingen onderling gehandeld moet worden zoals
in de bijlage bij het besluit is
omschreven. Deze bijlage kunt u
schriftelijk opvragen op het postadres van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie UWV,
red.].
Artikel 2
Dit artikel spreekt voor
zich.
Artikel 3
Dit artikel vermeldt dat de
Circulaire van de Sociale
Verzekeringsraad van 18 april 1994, nr. 982, per 1
januari 2001 wordt ingetrokken. Dit
met dien verstande dat de circulaire van de SVr voor de periode vóór 1
januari 2001 van toepassing is op
verrekeningen van alle situaties waarbij
sprake is van uitbetaling van
uitkeringen van dezelfde orde en aard als
genoemd in dat besluit. Wel dient voor
alle verrekeningen gebruik gemaakt te worden van het bij dit besluit
gevoegde model declaratieformulier.
Artikel 4
Dit artikel regelt de
citeertitel van het besluit.
Amsterdam, 28 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.
|