|
MEMORIE VAN TOELICHTING
Relevante
overige regelgeving:
- Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
- Ziektewet
Inhoudsopgave
Wet TAV
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1990-1991, 1991-1992, 22 228.
Handelingen II 1991-1992, blz. 1967-2004, 2102-2147, 2184-2187.
Kamerstukken I 1991-1992, 22 228 (130, 130a, 130b, 130c, 130d, 130e,
130e).
Handelingen I 1991-1992, blz. 601-617, 634-648, 652, zie vergadering
d.d. 25 februari 1992.
Geschiedenis:
Staatsblad
1992, 82; Staatsblad 1993, 750; Staatsblad 1995, 560.
WET van 26 februari 1992, Stb.
1992, 82, houdende wijziging van de Ziektewet,
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk
Wetboek
en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter
vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige
arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van
arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet,
alsmede enkele technische aanpassingen.¹ Inwerkingtreding: 1 maart 1992 (Stb.
1992, 83).
1. Volgens de redactie dient na
"aanpassingen" te worden ingevoegd: (terugdringing
arbeidsongeschiktheidsvolume).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is maatregelen te treffen gericht op vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en
bevordering van de inschakeling van arbeidsongeschikte werknemers in het
arbeidsproces teneinde het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
te beperken, te komen tot een herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet,
alsmede enkele technische aanpassingen aan te brengen en daartoe de
Ziektewet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten
te wijzigen, alsmede een regeling te treffen voor het
overheidspersoneel;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [Wijziging
ZW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Ziektewet
(Stb. 1987,
88) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 15 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste en
tweede lid vervalt telkens de laatste
volzin.
2. In het vijfde lid
vervalt de zinsnede "en worden in de
Nederlandse Staatscourant openbaar
gemaakt".
3. Onder vernummering
van het zesde en zevende lid tot zevende
en achtste lid wordt na het
vijfde lid een nieuw lid ingevoegd,
luidende:
-6. De in het eerste en
tweede lid bedoelde regelen en de in het
vijfde lid bedoelde besluiten
kunnen bepalingen bevatten op grond
waarvan het dagloon tijdens de
uitkering kan worden herzien.
4. In het
vierde lid wordt "Het bestuur van
een bedrijfsvereniging" vervangen
door: Een bedrijfsvereniging.
B. [MvT]
In artikel
26a wordt "Onze
Minister" vervangen door: De
Sociale Verzekeringsraad.
C. [MvT]
In artikel 28 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het tweede lid
vervalt "en
b".
2. In het vierde lid
wordt "Onze
Minister" vervangen door:
de Sociale Verzekeringsraad.
D. [MvT]
In artikel 29 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid
wordt vervangen door:
-1. Het ziekengeld
bedraagt 70% van het dagloon van de
verzekerde.
2. Het zesde lid wordt
vervangen door:
-6. Voor de toepassing
van het bepaalde in het tweede en vijfde
lid worden met perioden
waarover ziekengeld wordt uitgekeerd,
gelijkgesteld perioden waarover
in verband met het bepaalde in het derde
lid, alsmede in verband met
het bepaalde bij of krachtens de
artikelen 30, 31,
32, 42 of
44, geen
ziekengeld wordt uitbetaald.
3. In het achtste lid
wordt de zinsnede "van de vierde week
voorafgaand aan de
vermoedelijke datum van bevalling"
vervangen door: waarop de bevalling
binnen vier weken is te verwachten.
4. Het negende lid
wordt vervangen door:
-9. Het ziekengeld,
bedoeld in het zevende lid, wordt
uitgekeerd tot en met zestien weken na de
dag waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met het
aantal dagen waarover ziekengeld is
uitgekeerd of door toepassing van
artikel 31, tweede lid, geen ziekengeld
is ontvangen, in de periode vanaf de
eerste dag waarop de bevalling binnen
zes weken was te verwachten tot en
met de vermoedelijke datum van de
bevalling of, indien eerder
gelegen, tot en met de werkelijke datum
van de bevalling.
5. Het twaalfde en
dertiende lid vervallen, waarna het
veertiende lid wordt vernummerd tot twaalfde lid.
E. [MvT]
Na artikel 29 wordt een
nieuw artikel
29a ingevoegd, luidende:
Art. 29a.
Ten aanzien van degene
die een dienstbetrekking aangaat en
onmiddellijk voorafgaande aan
die dienstbetrekking recht had op een
uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb.
1990, 127) of de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb.
1987, 89) wordt over perioden van
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte gelegen in de drie jaren
na aanvang van de dienstbetrekking het ziekengeld, bedoeld in
artikel 29, eerste lid, op verzoek van
de werkgever verhoogd tot 100% van
het dagloon van de verzekerde, met dien verstande dat de
verhoging niet meer kan bedragen dan de
door de werkgever verschuldigde
aanvulling op het in artikel
29, eerste
lid, bedoelde ziekengeld. Verhoging van het ziekengeld vindt niet
plaats indien de werkgever ter
zake van de dienstbetrekking geen
aanvulling op het in artikel
29,
eerste lid, bedoelde ziekengeld
verschuldigd is.
F. [MvT]
In artikel 30 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid
wordt vervangen door:
-1. Indien de zieke
werknemer in staat is hem passende
arbeid te verrichten en hij door
zijn werkgever of een andere werkgever
daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te
verrichten. Indien sprake is van het gaan verrichten van passende
arbeid bij een andere werkgever wordt vooraf schriftelijk vastgelegd
welke afspraken er zijn gemaakt tussen de werkgever, werknemer en andere
werkgever over de voorwaarden waaronder de passende arbeid verricht zal worden.
2. In het tweede lid
wordt tussen "werknemer" en
"de"
ingevoegd "zonder deugdelijke
grond" en wordt de zinsnede
"dan kan
het bestuur van de
bedrijfsvereniging onderscheidenlijk van
de afdelingskas het ziekengeld stellen"
vervangen door "dan stelt de
bedrijfsvereniging het ziekengeld".
3. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Weigert de werkgever
voor wie de werknemer vóór intreden van
de ziekte arbeid verrichtte
dan wel zou hebben verricht indien hij
niet arbeidsongeschikt was geworden, zonder deugdelijke grond de
werknemer in de
gelegenheid te stellen hem passende
arbeid te verrichten, dan is deze
werkgever aan de bedrijfsvereniging een
bedrag verschuldigd gelijk aan
het loon dat de werknemer zou hebben
ontvangen, vermeerderd
met de daarover door de werkgever
verschuldigde premies,
indien
hij die arbeid wel had verricht.
4. Het vierde en
zevende lid vervallen, waarna het
vijfde, zesde en achtste lid worden
vernummerd tot vierde, vijfde en zesde
lid.
5. In het tot vierde
lid vernummerde vijfde lid wordt
"het bestuur van de
bedrijfsvereniging onderscheidenlijk van
de afdelingskas" vervangen door
"de bedrijfsvereniging",
"vraagt het" vervangen door
"vraagt zij" en "(Stb.
1952, 344)" vervangen door:
(Stb,
1989, 119).
6. Het tot vijfde lid
vernummerde zesde lid wordt vervangen
door:
-5. De Sociale
Verzekeringsraad kan regels stellen
ingevolge welke in bij die regels aan te
wijzen categorieën van gevallen het
vierde lid buiten toepassing blijft.
7. Het tot zesde lid
vernummerde achtste lid wordt vervangen
door:
-6. De bedrijfsvereniging
kan de in het eerste lid bedoelde
werknemer verplichten zich te doen
inschrijven bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de
Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402).
G. [MvT]
In artikel 31 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het vierde lid wordt vervangen
door:
-4. Indien de verzekerde
gedurende de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte tevens
recht heeft op ouderdomspensioen, wordt,
volgens door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels en
behoudens in door hem aan te geven
gevallen, het ziekengeld slechts
uitbetaald voor zover dit het
ouderdomspensioen overtreft.
2. Het vijfde vervalt.
3. Het zesde lid wordt
vernummerd tot vijfde lid en wordt
vervangen door:
-5. De Sociale
Verzekeringsraad kan met betrekking tot
het bepaalde in dit artikel nadere
regels stellen.
H.
In artikel 35, zevende
lid, wordt de zinsnede "het bestuur van
de bedrijfsvereniging of
van de afdelingskas" telkens vervangen door: de
bedrijfsvereniging.
I.
[MvT]
In artikel 37, tweede
lid, wordt "Onze
Minister" vervangen
door: de Sociale
Verzekeringsraad.
J. [MvT]
Artikel 40 wordt
vervangen door:
Art. 40.
-1. De Sociale
Verzekeringsraad stelt regels op grond
waarvan in bijzondere gevallen de
bedrijfsvereniging bevoegd is het
ziekengeld geheel of gedeeltelijk
in plaats van aan degene aan wie het
ziekengeld is toegekend, zonder diens
machtiging uit te betalen aan door haar
¹ aan te wijzen natuurlijke
personen of rechtspersonen.
-2. Indien overeenkomstig
het eerste lid het ziekengeld werd uitbetaald, is de
bedrijfsvereniging bevoegd het
ziekengeld na het overlijden van degene aan wie het
ziekengeld is toegekend, tot en met de
laatste dag van de maand waarin
het overlijden plaatsvond aan de in het
eerste lid bedoelde natuurlijke
personen of rechtspersonen uit te
betalen indien voor die uitbetaling
naar het oordeel van de
bedrijfsvereniging geen persoon of personen als
bedoeld in artikel
35, in aanmerking komt
onderscheidenlijk komen.
K.
[MvT]
Artikel 41 vervalt.
L. [MvT]
In artikel 44 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste
lid
worden de onderdelen a en b vervangen
door:
a. indien de
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte,
anders dan zwangerschap en bevalling:
1º. bestond op het tijdstip dat de verzekering een aanvang
nam;
2º. binnen een halfjaar na het
tijdstip waarop de verzekering een aanvang nam, is
ingetreden, terwijl de
gezondheidstoestand van de betrokkene ten tijde van
de aanvang van zijn verzekering het
intreden van ongeschiktheid tot
werken binnen een halfjaar kennelijk
moest doen verwachten;
b. indien de verzekerde
niet voldoet aan de verplichting,
bedoeld in artikel
49;.
2. In het eerste lid
wordt in onderdeel g "artikel
30,
achtste lid" vervangen door:
artikel 30, zesde lid.
3. In het derde lid
wordt "Onze
Minister" vervangen door:
De Sociale Verzekeringsraad.
4. In het eerste lid wordt in de aanhef
"Het bestuur
van de bedrijfsvereniging of van de afdelingskas" vervangen door: De
bedrijfsvereniging.
5. In het eerste lid, onderdeel e, wordt
"het bestuur
van de bedrijfsvereniging of van de afdelingskas" telkens vervangen
door: de bedrijfsvereniging.
M.
Het derde lid van
artikel 53 vervalt.
N.
[MvT
+ bis]
Artikel 54 wordt
vervangen door:
Art. 54.
-1. De bedrijfsvereniging
stelt een ziekengeldreglement vast, dat evenals een latere
wijziging daarvan de goedkeuring behoeft
van de Sociale
Verzekeringsraad.
-2. Het
ziekengeldreglement mag geen bepalingen
bevatten welke strijdig zijn met deze
wet en de daarop berustende bepalingen
of met de statuten van de bedrijfsvereniging.
O.
[MvT]
In artikel 55, tweede
lid, wordt "Onze
Minister" vervangen
door: de Sociale
Verzekeringsraad.
P. [MvT]
In artikel 60 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Onder
vernummering
van het eerste tot en met derde lid tot
vierde tot en met zesde lid
worden drie nieuwe leden ingevoegd,
luidende:
-1. De bedrijfsvereniging
stelt voor de groep of groepen van bij
haar aangesloten werkgevers
een ziekteverzuimcijfer vast.
-2. De bedrijfsvereniging
stelt voor de in het eerste lid bedoelde
groep of groepen van bij haar
aangesloten werkgevers een premie voor
de ziekengeldverzekering
vast.
-3. Voor werkgevers die
met inachtneming van door de bedrijfsvereniging te bepalen
marges ten opzichte van het voor hen op
basis van het eerste lid
vastgestelde ziekteverzuimcijfer een
hoger dan wel lager ziekteverzuimcijfer
realiseren, stelt de bedrijfsvereniging
een hogere respectievelijk lagere
premie vast dan de op grond van het
tweede lid vastgestelde premie. De
bedrijfsvereniging kan voor een groep
van werkgevers die elk over
een kalenderjaar aan de werknemers die
zij in dienst hadden tezamen
ten hoogste vijfmaal de gemiddelde
loonsom per werknemer aan loon
hebben betaald, bepalen dat het voor die
groep vast te stellen ziekteverzuimcijfer voor de toepassing
van dit lid geldt als het door elke tot die
groep behorende individuele werkgever
gerealiseerde
ziekteverzuimcijfer. De bedrijfsvereniging stelt de werkgever
schriftelijk in kennis
van een beslissing op grond van dit lid.
2. In het tot vierde
lid vernummerde eerste lid wordt tussen
"premie" en
"wordt" ingevoegd:
, bedoeld in het tweede en derde lid,.
3. Na het tot zesde lid vernummerde
derde lid wordt een nieuw zevende lid ingevoegd,
luidende:
-7. De bedrijfsvereniging
kan, zo nodig in afwijking van het vijfde
lid en onverminderd het
bepaalde in het zesde lid, bepalen dat
het deel van de premie dat door de werknemer is verschuldigd, wordt
verhoogd of verlaagd met ten hoogste
de helft van het verschil tussen de voor
de werkgever met toepassing
van het tweede lid vastgestelde premie
en de voor de werkgever met
toepassing van het derde lid
vastgestelde hogere of lagere premie.
4. Het vierde lid
wordt vernummerd tot achtste lid, waarna
drie nieuwe leden worden
toegevoegd, luidende:
-9. Bij de vaststelling
van de ziekteverzuimcijfers, bedoeld in
het eerste en derde lid, blijft in
elk geval het ziekteverzuim buiten
beschouwing gedurende de dagen waarover op grond van artikel 29,
zevende, tiende of elfde lid, ziekengeld is uitgekeerd ter hoogte van het dagloon.
-10. Bij toepassing van
het derde lid, tweede volzin, stelt de
bedrijfsvereniging voor de in
het eerste lid bedoelde groep of groepen
van bij haar aangesloten werkgevers de gemiddelde loonsom per
werknemer in een kalenderjaar vast.
-11. Met betrekking tot
de vaststelling van de
ziekteverzuimcijfers, bedoeld in het eerste en
derde lid, alsmede met betrekking tot het bepaalde in het
tiende lid kan de Sociale Verzekeringsraad nadere regels stellen.
5. In het tot zesde lid vernummerde derde lid van
artikel 60 wordt "tweede lid" vervangen door: vijfde lid.
Q.
[MvT]
In artikel 63, eerste
lid, wordt na "afdelingskas"
ingevoegd: als bedoeld in paragraaf 2 van
hoofdstuk II van de Organisatiewet
Sociale Verzekering.
R.
In artikel 69, tweede
lid, wordt de zinsnede "artikel
29,
zevende tot en met elfde en veertiende
lid" vervangen door:
artikel 29,
zevende tot en met twaalfde lid.
S.
[MvT]
Artikel 70 vervalt.
T. [MvT]
In artikel 73
worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1. In het eerste lid wordt in onderdeel d de zinsnede
"het verhaal, bedoeld in artikel 30,
derde lid" vervangen door: de toepassing van artikel 30, derde lid.
2. In het derde lid vervalt de zinsnede
"of ingevolge
artikel 40,
tweede lid,".
U.
[MvT]
In artikel
73a vervalt de zinsnede
"of
ingevolge
artikel 40, tweede lid,".
V.
[MvT]
In artikel 80, eerste
lid, wordt na "afdelingskas"
ingevoegd: als bedoeld in paragraaf 2 van
hoofdstuk II van de Organisatiewet
Sociale Verzekering.
W.
[MvT]
Artikel 86 wordt
vervangen door:
Art. 86.
Ministeriële regels en
door de Sociale Verzekeringsraad en de
bedrijfsverenigingen gestelde
regels op grond van deze wet worden in
de Nederlandse
Staatscourant
openbaar gemaakt.
X.
In
artikel 57, eerste lid, vervalt de tweede
volzin.
Y.
Na artikel 61
wordt een nieuw artikel 62 ingevoegd,
luidende:
Art. 62.
De bedrijfsvereniging verstrekt, volgens nadere bij ministeriële
regeling vast te stellen regels, uit de door of namens haar gevoerde
administratie aan de Directeur-Generaal van de Arbeid gegevens omtrent
het ziekteverzuim van bij haar aangesloten werkgevers.
Z.
In artikel 73, derde lid, wordt de zinsnede
"Een kennisgeving, als in de vorige leden bedoeld," vervangen
door: Een kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid en in artikel
60, derde lid, derde volzin,.
AA.
In artikel 73a
wordt "het bepaalde in het vorige artikel" vervangen door: het
bepaalde in artikel 60, derde lid, derde
volzin, of artikel 73.
1.
Volgens de redactie dient
"haar" te worden vervangen
door: de Sociale
Verzekeringsraad.
Art.
II. [Wijziging
WAO]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb.
1987, 89) wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
In artikel 19 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Recht op toekenning
van arbeidsongeschiktheidsuitkering
heeft eveneens de verzekerde,
bedoeld in het eerste lid, die na afloop
van de in het eerste en tweede lid bedoelde periode van 52 weken niet
arbeidsongeschikt is, doch ten
aanzien van wie dit wel het geval is
binnen één maand na afloop van die
periode. [MvT]
2. In het zesde lid
wordt na "de
artikelen 29, derde
lid,"
ingevoegd: 30,.
[MvT]
B. [MvT]
Artikel 20 vervalt.
C. [MvT]
In artikel 26 wordt
"Onze
Minister" vervangen door: de
Sociale Verzekeringsraad.
D. [MvT]
Artikel 28, onderdeel d,
wordt vervangen door:
d. indien de
belanghebbende zich niet houdt aan de
controlevoorschriften, bedoeld in
artikel 27, of aan de verplichting,
bedoeld in artikel
80;.
E. [MvT]
In artikel 37 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
vervalt de zinsnede ", echter niet
zolang de belanghebbende aanspraak
heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet".
2. In het tweede lid
wordt de zinsnede "het tweede en het
zesde lid" vervangen door: het tweede lid.
F. [MvT]
In artikel
39, derde
lid, vervalt de zinsnede "of na
toepassing van artikel
44a".
G. [MvT]
Artikel 40, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Indien ter zake van
toeneming van de arbeidsongeschiktheid herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering alsmede
toekenning van ziekengeld krachtens
de Ziektewet
heeft plaatsgevonden, wordt
met ingang van de dag na
beëindiging van het ziekengeld op grond
van het bepaalde in artikel
29,
tweede en vijfde lid, van die wet het
dagloon opnieuw vastgesteld
overeenkomstig het bepaalde bij of
krachtens artikel
14, mits dat leidt tot
een hoger dagloon dan hetwelk
laatstelijk aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering
ten grondslag werd gelegd
H. [MvT]
Aan artikel 42 wordt een
nieuw vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien herziening van
de arbeidsongeschiktheidsuitkering
verband houdt met een voltooide
scholing of opleiding, gaat deze
herziening niet eerder in dan één jaar
na voltooiing van die scholing of
opleiding. Indien de belanghebbende eerder
inkomsten uit arbeid verwerft, is artikel
44, eerste lid, tot
uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige
toepassing.
I. [MvT]
Aan artikel 43 wordt een
nieuw derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Indien intrekking van
de arbeidsongeschiktheidsuitkering
verband houdt met een voltooide
opleiding of scholing, is artikel
42,
vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
J. [MvT]
Artikel 44, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. De toepassing van het
bepaalde in het vorige lid kan ten
hoogste plaatsvinden over een
aaneengesloten termijn van drie jaar,
aanvangende op de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid als
bedoeld in dat lid worden genoten.
K. [MvT]
Artikel 44a vervalt.
L. [MvT]
In artikel
45, derde
lid, wordt "de
artikelen 44 en
44a"
vervangen door: artikel
44.
M.
[MvT]
Na artikel 45 wordt een
nieuw artikel 46 ingevoegd, luidende:
Art. 46.
-1. Indien degene die
recht heeft op
arbeidsongeschiktheidsuitkering door zijn werkgever zonder
deugdelijke grond niet in de gelegenheid
wordt gesteld hem passende
arbeid te verrichten, is deze werkgever
aan de bedrijfsvereniging een
bedrag verschuldigd gelijk aan het loon dat
betrokkene zou hebben ontvangen, vermeerderd met de
daarover door de
werkgever verschuldigde premies, indien
hij die arbeid wel had verricht.
-2. Het eerste lid blijft
buiten toepassing voor zover op de
werkgever ten aanzien van dezelfde
werknemer tevens artikel 35 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet van toepassing is.
N.
[MvT]
In artikel
66, tweede
lid, wordt "Onze
Minister" vervangen
door: de Sociale
Verzekeringsraad.
O. [MvT]
In artikel
71, eerste
lid, vervalt "44a" en wordt na
"45"
ingevoegd: , 46.
P.
[MvT]
Artikel 71a wordt
vervangen door:
Art. 71a.
-1. De bedrijfsvereniging doet zo
spoedig mogelijk aan de
Gemeenschappelijke Medische Dienst
melding van gevallen waarin zodanige
melding redelijkerwijs van belang moet
worden geacht met het oog op de
werkzaamheden van die Dienst omschreven
in artikel 22a, eerste lid, van
de Organisatiewet Sociale Verzekering.
-2. In gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt,
verplicht de bedrijfsvereniging de
werkgever om, zodra een termijn van
dertien weken is verstreken, in overleg
met de werknemer een reïntegratieplan
op te stellen ten behoeve van de
herintreding van de werknemer in het
arbeidsproces, tenzij de
bedrijfsvereniging voor het opstellen
van het terugkeerplan geen noodzaak
aanwezig acht. Van het opstellen van een
reïntegratieplan wordt melding gedaan
aan de Gemeenschappelijke Medische
Dienst.
-3. Gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden
uiterlijk in de zesde maand na aanvang
van de arbeidsongeschiktheid door de
bedrijfsvereniging bij de
Gemeenschappelijke Medische Dienst
gemeld.
-4. Weigert de werkgever zonder
deugdelijke grond mee te werken aan het
opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan,
dan is de bedrijfsvereniging bevoegd de
ziekengelduitkering van de betrokken
werknemer te verhalen op de werkgever.
-5. De Sociale Verzekeringsraad kan
nadere regels stellen omtrent de
toepassing van het derde lid.
Q. [MvT]
In artikel
73a wordt "Onze
Minister" vervangen door: de
Sociale Verzekeringsraad.
R. [MvT
+ bis]
In artikel 87 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Aan de werkgever
wordt schriftelijk kennis gegeven van
een beslissing ingevolge
deze wet welke:
a. betrekking heeft op
de toepassing van artikel
46;
b. betrekking heeft op
de hoofdelijke aansprakelijkstelling
voor de premie als bedoeld in
artikel 16a, artikel
16b en artikel
16d
van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering. [MvT]
2. In het vierde lid
vervalt de zinsnede "ingevolge
artikel 54, tweede
lid,". [MvT]
S. [MvT]
In artikel
88, eerste
lid, vervalt de zinsnede "ingevolge
artikel 54, tweede lid,".
Art.
III. [Wijziging
AAW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990,
127) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 6 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het vijfde lid
wordt vervangen door:
Recht ¹ op toekenning van
arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de verzekerde,
bedoeld in het eerste lid, die na afloop
van de in het eerste en vierde lid bedoelde periode van 52 weken niet
arbeidsongeschikt is, doch ten
aanzien van wie dit wel het geval is
binnen één maand na afloop van die
periode.
2. In het achtste lid
wordt na "de
artikelen 29, derde
lid,"
ingevoegd: 30,.
B.
[MvT]
Artikel 7 vervalt.
C.
[MvT
+ bis]
In artikel 8 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het derde lid
worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a. Na de eerste volzin
wordt een nieuwe volzin ingevoegd,
luidende: Bij die regels kan
worden aangegeven in welke gevallen de
in de eerste volzin bedoelde lichamen bevoegd zijn doorbetaling van de
uitkering aan de werkgever van de in
het eerste lid bedoelde verzekerde met betrekking tot een door
de werkgever gedane aanmelding voor de
declaratie bij het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds geheel of
gedeeltelijk, tijdelijk of
blijvend te weigeren.
b. In de laatste volzin
wordt de zinsnede "Het bepaalde in de
vorige volzin" vervangen
door: Het bepaalde in de eerste volzin.
2. Na het derde lid
worden twee nieuwe leden toegevoegd,
luidende:
-4. De op grond van het
derde lid aangewezen lichamen zijn
bevoegd de in het eerste lid
bedoelde verzekerde op te roepen, te
doen oproepen, te ondervragen, te doen ondervragen en door
één of meer door hen
daartoe aangewezen
deskundigen te doen onderzoeken. De
verzekerde is verplicht aan een
oproep, ondervraging of onderzoek
volledige medewerking te verlenen.
Een weigering de volledige medewerking
te verlenen, wordt voor de
toepassing van de voor de verzekerde
geldende rechtspositieregeling
gelijkgesteld met een weigering de
medewerking te verlenen als bedoeld in
artikel P 8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, P 7 van de
Spoorwegpensioenwet of F 6, twaalfde
lid, van de Algemene militaire
pensioenwet.
-5. De werkgever van de
in het eerste lid bedoelde verzekerde is
verplicht gevallen
waarin de arbeidsongeschiktheid
voortduurt uiterlijk in de zesde maand na
aanvang van de arbeidsongeschiktheid bij
de op grond van het derde lid
aangewezen lichamen te melden met het
oog op de declaratie bij het
Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds. De
op grond van het derde lid
aangewezen lichamen kunnen omtrent de uitvoering van dit lid voorschriften
geven.
D. [MvT]
In artikel 17 wordt de
zinsnede "bij ministeriële
regeling"
vervangen door: door de Sociale
Verzekeringsraad.
E.
[MvT]
Artikel 19, onderdeel d,
wordt vervangen door:
d. indien de
belanghebbende zich niet houdt aan de
controlevoorschriften, bedoeld in
artikel 18, of aan de verplichting,
bedoeld in artikel 78;.
F.
[MvT]
In artikel 27 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
vervalt de zinsnede ", echter niet
zolang de belanghebbende aanspraak
heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet".
2. In het tweede lid
wordt de zinsnede "het vierde lid,
aanhef en onder a, en het achtste
lid van artikel 6" vervangen door: het
vierde lid, aanhef en onder a,
van artikel 6.
G. [MvT]
In artikel 29, derde
lid, vervalt de zinsnede "of na
toepassing van artikel 33a".
H. [MvT]
In artikel 29a, eerste
lid, vervalt de zinsnede "tot 80% of
meer".
I. [MvT]
Aan artikel 31 wordt een
nieuw vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien de herziening
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een
voltooide scholing of opleiding, gaat
deze herziening niet eerder
in dan één jaar na voltooiing van die
scholing of opleiding. Indien de
belanghebbende eerder inkomsten uit
arbeid verwerft, is artikel 33,
eerste lid, tot uiterlijk het einde van
dat jaar van overeenkomstige
toepassing.
J. [MvT]
Aan artikel 32 wordt een
nieuw derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Indien intrekking van
de arbeidsongeschiktheidsuitkering
verband houdt met een voltooide
opleiding of scholing, is artikel 31,
vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
K. [MvT]
Artikel 33, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. De toepassing van het
bepaalde in het eerste lid kan ten
hoogste plaatsvinden over een
aaneengesloten termijn van drie jaar,
aanvangende op de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid als
bedoeld in dat lid worden genoten.
L. [MvT]
Artikel 33a vervalt.
M.
In artikel 34, derde
lid, wordt "de artikelen 33 en
33a"
vervangen door: artikel 33.
N.
[MvT]
Na artikel 34 wordt een
nieuw artikel 35 ingevoegd, luidende:
Art. 35.
Indien degene die recht
heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering
door
zijn werkgever zonder
deugdelijke grond niet in de gelegenheid
wordt gesteld hem passende arbeid
te verrichten, is deze werkgever aan de
bedrijfsvereniging een bedrag
verschuldigd gelijk aan het loon dat
betrokkene zou hebben
ontvangen, vermeerderd met de daarover
door de werkgever verschuldigde
premies, indien hij die arbeid wel had
verricht.
O. [MvT
+ bis]
Na artikel 59a wordt een
nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IIIB. Toekennen van bonusuitkeringen en
opleggen van geldelijke bijdragen aan
werkgevers en de loonkostensubsidie
§ 1. De bonusuitkering
Art. 59b.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk
wordt onder werkgever verstaan de
natuurlijke persoon tot wie of de
rechtspersoon tot welke één of meer
natuurlijke personen in
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
dienstbetrekking staan.
Art. 59c.
-1. De werkgever heeft recht op een
bonusuitkering indien hij een privaat-
of publiekrechtelijke dienstbetrekking
in de zin van artikel 3
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering voor
onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd,
doch voor de duur van ten minste één
jaar, aangaat met een persoon die
onmiddellijk voorafgaande aan die
dienstbetrekking:
a. recht had op een uitkering op
grond van deze wet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen (Stb. 1970, 313);
b. recht zou hebben op toekenning
van een uitkering op grond van deze wet
indien artikel 8, eerste lid, niet op
hem van toepassing zou zijn; of
c. recht had op een
invaliditeitspensioen, een pensioen ter
zake van arbeidsongeschiktheid of een
herplaatsingswachtgeld op grond van de
Algemene burgerlijke pensioenwet, de
Spoorwegpensioenwet of de Algemene
militaire pensioenwet en wiens mate van
arbeidsongeschiktheid ten minste 15%
bedraagt.
-2. Geen recht op een bonusuitkering
bestaat indien aan de werkgever ter zake
van dezelfde dienstbetrekking een
subsidie op grond van artikel 59n of een
vrijstelling van werkgeverspremies op
grond van de Wet ter bevordering van de
werkgelegenheid van werkzoekenden die
zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1989,
346) is toegekend. Geen aanspraak
bestaat op premievrijstelling of
subsidie op grond van laatstgenoemde wet
indien ter zake van dezelfde
dienstbetrekking een bonusuitkering op
grond van dit artikel is toegekend.
-3. Ten aanzien van dezelfde persoon
heeft een werkgever slechts eenmaal
recht op een bonusuitkering.
Art. 59d.
-1. De hoogte van de bonusuitkering
bedraagt de helft van het loon in de zin
van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering (Stb. 1987,
552) dat de in
dienst genomen persoon van de werkgever
heeft ontvangen over het eerste jaar van
de dienstbetrekking.
-2. De hoogte van de bonusuitkering voor
het aangaan van een dienstbetrekking als
bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering bedraagt de helft van de
bezoldiging
welke de in dienst genomen persoon van
de werkgever heeft ontvangen over het
eerste jaar van de dienstbetrekking.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen
nadere regels gesteld worden omtrent de
bepaling van het loon of de bezoldiging
waarnaar de bonusuitkering wordt
berekend.
Art. 59e.
-1. De bonusuitkering wordt op een
daartoe strekkende schriftelijke
aanvraag van de werkgever toegekend.
-2. De aanvraag wordt ingediend bij en
de beslissing omtrent toekenning van de
bonusuitkering wordt genomen door de
bedrijfsvereniging waarbij de werkgever
voor de uitvoering van de socialeverzekeringswetten op grond van het
bepaalde bij of krachtens de artikelen 3
en 7 tot en met 9 van de Organisatiewet
Sociale Verzekering (Stb. 1989, 119) is
aangesloten
-3. Indien de werkgever bij meer dan
één
bedrijfsvereniging is aangesloten, moet
de aanvraag worden ingediend bij en
wordt omtrent toekenning van de
bonusuitkering beslist door de
bedrijfsvereniging welke haar werking
uitstrekt over het onderdeel van het
bedrijfs- en beroepsleven waartoe de
werkzaamheden die worden verricht door
de in dienst genomen persoon uitsluitend
of in hoofdzaak behoren.
-4. De aanvraag voor een bonusuitkering
voor het aangaan van een
dienstbetrekking als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel a, van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt
ingediend bij en de beslissing omtrent
toekenning van de bonusuitkering ter
zake
wordt genomen door het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds.
Art. 59f.
-1. De bedrijfsvereniging, het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds of het
Spoorwegpensioenfonds beslist binnen
acht weken op een aanvraag om een
bonusuitkering.
-2. Een aanvraag wordt niet in
behandeling genomen:
a. zolang de door de
bedrijfsvereniging, het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds of het
Spoorwegpensioenfonds voor een juiste
uitvoering verlangde gegevens of stukken
niet zijn overgelegd;
b. indien deze is ingediend na
afloop van twee maanden na aanvang van
de dienstbetrekking.
Art. 59g.
-1. De bonusuitkering wordt bij wijze
van voorschot betaald:
a. binnen één maand na
dagtekening van de toekenningsbeslissing;
of
b. binnen één maand na het
tijdstip van de feitelijke
indiensttreding indien dit tijdstip is
gelegen na de dagtekening van de
toekenningsbeslissing.
-2. Het voorschot wordt naar
redelijkheid vastgesteld aan de hand van
het ter zake van de dienstbetrekking
overeengekomen loon of de overeengekomen
bezoldiging.
-3. Uiterlijk veertien maanden na
aanvang van de dienstbetrekking wordt
aan de hand van een door de werkgever
schriftelijk te verstrekken opgave van
het betaalde loon of de betaalde
bezoldiging het bedrag van de
bonusuitkering vastgesteld.
-4. Indien de bonusuitkering op een
hoger bedrag wordt vastgesteld dan het
bedrag van het betaalde voorschot, wordt
het verschil binnen één maand aan de
werkgever betaald.
-5. Hetgeen bij wijze van voorschot te
veel is betaald, wordt door de
werkgever op eerste vordering van de
bedrijfsvereniging, het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds of het
Spoorwegpensioenfonds terugbetaald of
door de bedrijfsvereniging, het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds of het
Spoorwegpensioenfonds verrekend met
later te betalen bonusuitkeringen.
Art. 59h.
-1. Hetgeen aan bonusuitkeringen
onverschuldigd is betaald, kan geheel of
gedeeltelijk teruggevorderd of verrekend
worden met later te betalen
bonusuitkeringen:
a. gedurende vijf jaar na de dag
van betaalbaarstelling indien door
toedoen van de werkgever onverschuldigd
is betaald; of
b. gedurende twee jaar na de dag
van betaalbaarstelling indien het de
werkgever redelijkerwijs duidelijk kon
zijn dat onverschuldigd is betaald.
-2. Bevoegd tot terugvordering of
verrekening van de bonusuitkering is het
orgaan dat de bonusuitkering heeft
toegekend.
§ 2. De geldelijke bijdrage
Art. 59i.
-1. De werkgever is een geldelijke
bijdrage verschuldigd voor elke persoon
die op de eerste dag van ongeschiktheid
tot werken wegens ziekte tot hem in
privaat- of publiekrechtelijke
dienstbetrekking in de zin van artikel 3
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
staat
en:
a. die recht krijgt op toekenning
of verhoging in verband met toeneming
van de arbeidsongeschiktheid van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
van de in artikel 59c, eerste lid, onderdeel
a, genoemde wettelijke regelingen;
b. die recht zou krijgen op
toekenning of verhoging in verband met
toeneming van de arbeidsongeschiktheid
van een uitkering op grond van deze wet
indien artikel 8, eerste lid, niet op
hem van toepassing zou zijn; of
c. recht krijgt op toekenning of
verhoging in verband met toeneming van
de arbeidsongeschiktheid van een
invaliditeitspensioen, een pensioen ter
zake van arbeidsongeschiktheid of een
herplaatsingswachtgeld op grond van de
in artikel 59c, eerste lid, onderdeel
c,
bedoelde wettelijke regelingen en wiens
mate van arbeidsongeschiktheid ten
minste
15% bedraagt.
-2. Een geldelijke bijdrage is
verschuldigd één jaar nadat een in het
eerste lid bedoeld recht is verkregen of
zou zijn verkregen, tenzij de persoon,
bedoeld in dat lid, wiens mate van
arbeidsongeschiktheid is bepaald op
minder dan 80 tot 100%, voor zijn
resterende verdiencapaciteit door de
werkgever in de gelegenheid wordt
gesteld in zijn dienst passende arbeid
te blijven verrichten
-3. Een reeds door de werkgever betaalde
geldelijke bijdrage kan, zolang de
dienstbetrekking voortduurt, op verzoek
van de werkgever geheel of gedeeltelijk
worden gerestitueerd indien de persoon,
bedoeld in het tweede lid, door de
werkgever na betaling van de geldelijke
bijdrage alsnog in de gelegenheid wordt
gesteld voor zijn resterende
verdiencapaciteit passende arbeid te
gaan verrichten.
-4. Een werkgever is in een kalenderjaar
aan geldelijke bijdragen niet meer
verschuldigd dan een bedrag van 5% van
het totaal aan loon in de zin van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering of
bezoldiging dat hij aan tot hem in
dienstbetrekking staande personen over
het kalenderjaar voorafgaande aan het
jaar waarin de geldelijke bijdrage
verschuldigd is geworden, heeft betaald.
Art. 59j.
-1. De geldelijke bijdrage wordt gesteld
op het jaarloon van de persoon voor wie
de geldelijke bijdrage is verschuldigd.
Bij de berekening van het jaarloon wordt
uitgegaan van het ter zake van de
dienstbetrekking overeengekomen vaste,
naar tijdsruimte vastgestelde loon in de
zin van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering of de overeengekomen vaste
bezoldiging zoals dat loon of die
bezoldiging golden op de dag voorafgaande
aan de eerste dag van ongeschiktheid tot
werken wegens ziekte.
-2. Bij ministeriële regeling kan voor
verschillende groepen van werkgevers,
afhankelijk van het voor die groepen van
werkgevers te bepalen
arbeidsongeschiktheidsrisico, de hoogte
van de geldelijke bijdrage lager worden
vastgesteld en kunnen tevens nadere
regels worden gesteld omtrent de
bepaling van het loon of de bezoldiging
waarnaar de geldelijke bijdrage wordt
berekend.
-3. Onder arbeidsongeschiktheidsrisico
wordt verstaan het totale aantal
toegekende uitkeringen op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering gedeeld door het aantal voor
die wet
verzekerde werknemers, uitgedrukt in een
percentage.
-4. De bedrijfsvereniging stelt voor het
onderdeel of de onderdelen van het
bedrijfs- en beroepsleven, bedoeld in
artikel 3 van de Organisatiewet Sociale
Verzekering, waarover zij haar werking
uitstrekt elk jaar uiterlijk in
september het
arbeidsongeschiktheidsrisico over het
afgelopen kalenderjaar vast. Indien bij
de bedrijfsvereniging werkgevers zijn
aangesloten die voldoen aan het bepaalde
in artikel 2, tweede lid, onderdeel a of
b,
van de Wet
arbeidsvoorwaardenontwikkeling
gepremieerde en gesubsidieerde sector (Stb. 1985, 695), stelt de
bedrijfsvereniging een afzonderlijk
arbeidsongeschiktheidsrisico vast voor
bij ministeriële regeling nader te
bepalen groepen van werkgevers, genoemd
in de bijlage bij het op grond van
artikel 5, eerste en tweede lid, van
genoemde wet getroffen besluit.
-5. Het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds stelt voor de werkgevers
van de verzekerden, bedoeld in artikel
8, eerste lid, die aanspraak of uitzicht
hebben op pensioen ter zake van
arbeidsongeschiktheid krachtens de
Algemene burgerlijke pensioenwet, elk
jaar uiterlijk in september het
arbeidsongeschiktheidsrisico over het
afgelopen kalenderjaar vast.
-6. Voor de toepassing van het vijfde
lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsrisico
verstaan het totale aantal aan de in het
vijfde lid genoemde verzekerden
toegekende uitkeringen op grond van deze
wet, gedeeld door het totale aantal
genoemde verzekerden, uitgedrukt in een
percentage.
-7. Het Spoorwegpensioenfonds stelt voor
de werkgever van de verzekerden, bedoeld
in artikel 8, eerste lid, die aanspraak
of uitzicht hebben op
invaliditeitspensioen krachtens het
Spoorwegpensioenfonds, elk jaar
uiterlijk in september het
arbeidsongeschiktheidsrisico over het
afgelopen kalenderjaar vast.
-8. Voor de toepassing van het zevende
lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsrisico
verstaan het totale aantal aan de in het
zevende lid bedoelde verzekerden
toegekende uitkeringen op grond van deze
wet, gedeeld door het totale aantal
genoemde verzekerden, uitgedrukt in een
percentage.
-9. Voor de toepassing van het vijfde
tot en met achtste lid wordt onder
toegekende uitkeringen op grond van deze
wet tevens verstaan uitkeringen die aan
de in die leden bedoelde verzekerden
zouden zijn toegekend indien artikel 8,
eerste lid, niet op hen van toepassing
zou zijn geweest.
Art. 59k.
-1. Bij de vaststelling en invordering
van de geldelijke bijdrage wordt op
verzoek van de werkgever van de in
artikel 6, eerste lid, onderdeel a, bedoelde
en met toepassing van artikel K 2 van de
Algemene burgerlijke pensioenwet of
artikel K 2 van de Spoorwegpensioenwet
herplaatsbaar verklaarde verzekerde
reeds door hem op grond van artikel K 4
van beide genoemde wetten betaald
herplaatsingswachtgeld in mindering
gebracht.
-2. Indien de werkgever van de in
artikel 6, eerste lid, onderdeel a, bedoelde
verzekerde na betaling van de geldelijke
bijdrage ten aanzien van die verzekerde
herplaatsingswachtgeld verschuldigd
wordt, wordt op zijn verzoek de
geldelijke bijdrage:
a. geheel gerestitueerd indien
het door hem betaalde herplaatsingswachtgeld
het bedrag van de geldelijke bijdrage
overtreft; of
b. gedeeltelijk gerestitueerd tot
aan het bedrag van het door hem betaalde
herplaatsingswachtgeld indien dit minder
bedraagt dan het bedrag van de
geldelijke bijdrage.
Art. 59l.
-1. Bevoegd tot vaststelling,
invordering of restitutie van de
geldelijke bijdrage is:
a. in de gevallen, bedoeld in
artikel 59i, eerste lid, onderdeel
a, de
bedrijfsvereniging waarbij de in dat lid
bedoelde werkgever is aangesloten;
b. in de gevallen, bedoeld in
artikel 59i, eerste lid, onderdeel
b en c,
het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of
het Spoorwegpensioenfonds.
-2. Op de vaststelling en invordering
van de geldelijke bijdrage zijn de
artikelen 11, vierde en vijfde lid, en
13 tot en met 16 van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering van overeenkomstige
toepassing.
Art. 59m.
Het bepaalde in de vorige en deze
paragraaf is niet van toepassing ten
aanzien van:
a. de werkgever van degene die
een arbeidsverhouding heeft of aangaat
als bedoeld in artikel
6, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. instellingen als bedoeld in
artikel I-A1, onder d1 tot en met d5, d8
tot en met d10 en d12, van het
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
(Stb. 985, 110);
c. degene die arbeidskrachten ter
beschikking stelt, zoals bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder i van de
Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402),
ten aanzien van die arbeidskrachten;
d. de
Jeugdwerkgarantieorganisaties, bedoeld
in artikel 3 van de Jeugdwerkgarantiewet
(Stb. 1991, 250);
e. de banenpools, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de
Rijksbijdrageregeling banenpools (Stcrt.
1990, 169);
f. de Minister van Defensie als
werkgever van degene die krachtens de
Algemene militaire pensioenwet aanspraak
of uitzicht heeft op pensioen ter zake
van arbeidsongeschiktheid of die zijn
militaire dienstplicht of in plaats
daarvan vervangende dienst vervuld.
§ 3. De loonkostensubsidie
Art. 59n.
-1. De Gemeenschappelijke Medische
Dienst, het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds of het
Spoorwegpensioenfonds kan een subsidie
toekennen aan een werkgever die een
privaat- of publiekrechtelijke
dienstbetrekking in de zin van artikel 3
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of een op grond van de
artikelen 4 of
5
van die wet daarmee gelijkgestelde
arbeidsverhouding aangaat met een
persoon die door Gemeenschappelijke
Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds of het
Spoorwegpensioenfonds is bemiddeld.
-2. De subsidie bedraagt per jaar ten
hoogste 20% van het overeengekomen brutoloon uit de dienstbetrekking, gedurende
maximaal vier jaar.
-3. De Gemeenschappelijke Medische
Dienst, het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds of het
Spoorwegpensioenfonds kan aan een
werkgever aan wie op grond van het
eerste lid subsidie is toegekend, ter
tegemoetkoming in de kosten van training
en begeleiding van de arbeidsongeschikte
een eenmalige subsidie van ten hoogste ƒ4000,00 toekennen.
-4. Een subsidie op grond van dit
artikel wordt niet toegekend indien aan
de werkgever ter zake van dezelfde
dienstbetrekking een bonusuitkering als
bedoeld in artikel 59c, eerste lid, dan
wel een subsidie op grond van de Wet
loonkostenreductie op minimumloonniveau
(Stb. 1990, 330) is
toegekend. Indien op grond van dit
artikel aan de werkgever subsidie is
toegekend, bestaat ter zake van dezelfde
dienstbetrekking geen aanspraak op
premievrijstelling op grond van de Wet
ter bevordering van de werkgelegenheid
van werkzoekenden die zeer langdurig
werkloos zijn (Stb. 1989, 346).
-5. De in het eerste lid bedoelde
subsidie kan geheel of gedeeltelijk
worden teruggevorderd indien de
dienstbetrekking eindigt binnen de
periode waarvoor de subsidie is
toegekend, behoudens in bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur aan te
geven gevallen en overigens in de
gevallen, bedoeld in artikel 59h, eerste
lid, onderdeel a en b.
-6. De in het derde lid bedoelde
subsidie kan geheel of gedeeltelijk
worden teruggevorderd indien de
dienstbetrekking eindigt binnen de
periode waarvoor deze is aangegaan,
behoudens in bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur aan te geven
gevallen en overigens in de gevallen,
bedoeld in artikel 59h, eerste lid,
onderdeel a en b.
-7. Ter financiering van in dit artikel
bedoelde subsidies wordt aan de
Gemeenschappelijke Medische Dienst, het
Algemeen burgerlijk pensioenfonds
alsmede aan het Spoorwegpensioenfonds
ten laste van het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds een budget
toegekend. Het budget wordt per
kalenderjaar door het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds, onder
goedkeuring van de Sociale
Verzekeringsraad, vastgesteld.
-8. Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld omtrent:
a. de nadere voorwaarden voor
toekenning van de in het eerste en derde
lid bedoelde subsidies;
b. de toekenning, uitbetaling en
terugvordering van de subsidies;
c. hetgeen overigens voor de
uitvoering van dit artikel noodzakelijk
is.
-9. Bij algemene maatregel van bestuur
kan worden bepaald dat dit artikel voor
groepen werkgevers dan wel voor
categorieën dienstbetrekkingen of
daarmee gelijkgestelde
arbeidsverhoudingen buiten toepassing
blijft.
-10. De voordracht voor de in het
vijfde, zesde, achtste en negende lid
bedoelde algemene maatregel van bestuur
wordt gedaan door Onze
Minister
in
overeenstemming met de ministers wie het
mede aangaat.
P. [MvT]
In artikel 64, eerste
lid, vervalt "33a" en wordt na
"34" ingevoegd "35",
en wordt "57a of 58,
eerste en tweede lid" vervangen door
"57a, 58, eerste en tweede lid, of
59i, tweede
en derde lid".
Q.
[MvT]
Artikel 65 wordt
vervangen door:
Art. 65.
-1. De bedrijfsvereniging
doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische
Dienst mededeling van gevallen waarin
zodanige mededeling
redelijkerwijs van belang moet worden
geacht met het oog op de werkzaamheden van
die Dienst, omschreven in artikel 22a,
eerste lid, van de
Organisatiewet Sociale Verzekering.
-2. Gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden
uiterlijk in de zesde
maand na aanvang van de
arbeidsongeschiktheid door de
bedrijfsvereniging bij de
Gemeenschappelijk Medische Dienst gemeld.
-3. In gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt, stelt
de Gemeenschappelijke
Medische Dienst in overleg met de
werkgever en de werknemer, zodra een
termijn van dertien weken na aanvang van
de arbeidsongeschiktheid is
verstreken, een reïntegratieplan op ten
behoeve van de herintreding van
de werknemer in het arbeidsproces.
-4. De Sociale
Verzekeringsraad stelt nadere regels
omtrent de toepassing van het
tweede lid.
-5. De Sociale
Verzekeringsraad kan, onder goedkeuring
van Onze
Minister, regels stellen met
betrekking tot het bepaalde in het derde
lid.
R.
[MvT
+ bis]
In artikel 68, onderdeel a, wordt na
"artikel
57a" ingevoegd:
dan wel het toekennen van de
bonusuitkering, bedoeld in artikel 59c,
eerste lid.
S. [MvT]
In artikel 69 wordt "Onze
Minister" vervangen door: de
Sociale Verzekeringsraad.
T. [MvT
+ bis]
In artikel 79 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
worden de onderdelen b tot en met
e
vervangen door: [MvT
+ bis]
b. betrekking heeft op
de toepassing van het bepaalde bij of
krachtens artikel 8, derde en
vierde lid;
c. betrekking heeft op
de toepassing van artikel 35;
d. een gehele of
gedeeltelijke afwijzing inhoudt van een
verzoek tot het in aanmerking
brengen van voorzieningen als bedoeld in
artikel 57, eerste en tweede lid,
dan wel een vergoeding als bedoeld in
artikel 57a, eerste lid;
e. betrekking heeft op
het verhaal, bedoeld in artikel 57,
zesde lid;
f. betrekking heeft op
de toekenning, uitbetaling of
terugvordering van de bonusuitkering,
bedoeld in artikel 59c, eerste lid;
g. betrekking heeft op
de vaststelling, invordering en
restitutie van de
geldelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 59i, eerste lid;
h. betrekking heeft op
toekenning, uitbetaling of
terugvordering van de subsidies, bedoeld in
artikel 59n, eerste tot en met derde
lid;
i. betrekking heeft op
het recht op en de uitbetaling van een
toelage als bedoeld in artikel
58, eerste lid;
j. betrekking heeft op
de toepassing van het bepaalde bij of
krachtens artikel 59a.
2. In het tweede lid vervalt de
zinsnede "artikel 45, tweede
lid".
U. [MvT
+ bis]
In artikel 80 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a. De zinsnede "artikel
45, tweede lid" vervalt.
b. Aan het lid wordt een
nieuwe volzin toegevoegd, luidende: Op het beroep tegen een
door het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds of de Minister van
Defensie genomen beslissing als bedoeld
in artikel 79, eerste lid, onderdeel b,
is titel II van de Ambtenarenwet
1929 van overeenkomstige
toepassing.
2. Aan het tweede lid
wordt een nieuwe volzin toegevoegd,
luidende: In afwijking van het
bepaalde in de vorige volzin wordt over
het beroep tegen een door het
Algemeen burgerlijk pensioenfonds of de
Minister van Defensie genomen beslissing als bedoeld in artikel 79,
eerste lid, onderdeel b, in eerste
aanleg geoordeeld door het
Ambtenarengerecht te 's-Gravenhage.
1.
Volgens de redactie dient voor
"Recht" de aanduiding
"-5." te worden geplaatst.
Art.
IV. [Wijziging
WW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Werkloosheidswet (Stb.
1987, 93) wordt als volgt gewijzigd:
De punt aan het slot van
artikel 89 wordt vervangen door een puntkomma, waarna een
nieuw onderdeel d wordt toegevoegd,
luidende:
d. het door de werkgever
verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel
35 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en artikel 46
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
V. [Wijziging
TW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Toeslagenwet (Stb.
1987, 91) wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 4 wordt, onder
vernummering van het tweede lid tot
derde lid, een nieuw tweede lid
ingevoegd, luidende:
-2. Voor de toepassing
van het eerste lid worden perioden
waarover de ongeschiktheid tot
werken bestaat, samengeteld indien zij
elkaar met een onderbreking van minder dan
één maand opvolgen.
Art.
VI. [Wijziging
Wagw]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Wet arbeid
gehandicapte werknemers (Stb. 1986, 300)
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1 vervalt
onderdeel d, waarna de
onderdelen e tot en met g
worden verletterd tot onderdelen d tot en met f.
B. [MvT]
In artikel 3 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
wordt de zinsnede "verplicht is ervoor
zorg te dragen dat het aantal
bij hem in dienst zijnde gehandicapte
werknemers per onderneming ten minste
één bij die maatregel te
bepalen deel uitmaakt van het totaal
van de bij hem in dienst zijnde, in die
onderneming werkzame werknemers" vervangen door: verplicht
is ervoor zorg te dragen dat het aantal
bij hem in dienst zijnde gehandicapte werknemers
ten minste een
bij die maatregel te bepalen deel
uitmaakt van het totaal van de
bij hem in dienst zijnde werknemers.
2. In het tweede lid
wordt "ondernemingen
waarin"
vervangen door: werkgevers waarbij.
3. In het vierde lid wordt
"ten
aanzien van een onderneming" vervangen door
"door
een werkgever" en wordt
"in de
onderneming" vervangen door: bij die
werkgever.
4. In het zesde lid
vervalt de zinsnede "ten aanzien van
een onderneming".
C. [MvT]
In artikel 4, eerste
lid, vervalt de zinsnede "ten aanzien
van een bepaalde onderneming".
D. [MvT]
In artikel 8, eerste
lid, vervalt de zinsnede "dan wel
indien artikel 33a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, artikel
44a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of
beide artikelen worden toegepast, dan wel
indien beide situaties zich voordoen".
E. [MvT]
Na artikel 9 wordt de
aanduiding van paragraaf 5 gewijzigd in:
§ 5. Registratie en
informatieverstrekking.
F. [MvT]
Artikel 10 wordt
vervangen door:
Art. 10.
Een werkgever is
verplicht, volgens bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur te
stellen regelen:
a. een administratie te
voeren waaruit kan worden afgeleid welke
dienstbetrekkingen met
gehandicapte werknemers bestaan;
b. aan de
bedrijfsvereniging waarbij hij is
aangesloten, het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds, dan wel de directie van
het Spoorwegpensioenfonds, periodiek
die opgaven en inlichtingen te
verstrekken die noodzakelijk zijn om te
beoordelen in hoeverre aan de in artikel
2 neergelegde taakstelling is
voldaan.
G. [MvT]
Na artikel 10 wordt een
nieuwe paragraafaanduiding ingevoegd, luidende: § 5a.
Uitvoering bijdrage- en
tegemoetkomingsregeling.
H.
In artikel 11, zesde lid,
wordt "(Stb. 1955, 7)" vervangen door:
(Stb.
1955, 47).
I.
In de titel van
paragraaf 6 wordt "en" vervangen door:
van.
J. [MvT]
In artikel 16 wordt,
onder vernummering van het tweede lid
tot derde lid, een nieuw tweede lid
ingevoegd, luidende:
-2. De organen welke met
de uitvoering van deze wet zijn belast,
de Gemeenschappelijke
Medische Dienst, de Sociale
Verzekeringsraad en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, zijn
volgens bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur te stellen regelen verplicht Onze
Minister
kosteloos de
opgaven en inlichtingen te verstrekken
die hij in verband de uitvoering van deze wet
nodig heeft.
K. [MvT]
In artikel 29 vervalt de
zinsnede "en onder
d".
Art.
VII. [Wijziging
OSV]
[Geschiedenis:
VvW]
In artikel 10a, derde
lid, van de Organisatiewet Sociale
Verzekering (Stb. 1989, 119) wordt
de zinsnede " artikel 60, tweede
lid"
vervangen door: artikel 60, vijfde
lid.
Art.
VIII. [Wijziging
Wfv]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Wet
financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129)
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 35 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
wordt de aanduiding van onderdeel d
gewijzigd in e,¹ waarna een nieuw
onderdeel wordt ingevoegd, luidende:
d. de teruggevorderde
bonusuitkering, alsmede de geldelijke
bijdrage, bedoeld in respectievelijk artikel
59c,
eerste lid, en artikel 59i,
eerste lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
2. Aan het tweede lid
worden, onder vervanging van de punt aan
het slot van onderdeel e
door een puntkomma, twee nieuwe
onderdelen toegevoegd, luidende:
f. de bonusuitkering,
bedoeld in artikel 59c, eerste lid, van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
g. het op grond van
artikel 59n, zevende lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds en het
Spoorwegpensioenfonds toe te kennen
budget.
B. [MvT]
In artikel 37 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel
a
wordt de zinsnede "en de
Gemeenschappelijke Medische Dienst"
vervangen door: , het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds, het
Spoorwegpensioenfonds en de
Gemeenschappelijke Medische Dienst.
2. In onderdeel
b
wordt na "bedrijfsverenigingen"
ingevoegd: , het Algemeen burgerlijk
pensioenfonds en het
Spoorwegpensioenfonds.
1. Volgens de redactie
dient "wordt de aanduiding van onderdeel d gewijzigd in e"
te worden vervangen door: wordt onderdeel d verletterd tot
onderdeel e.
Art.
IX. [Wijziging
Wauoo]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Wet aanpassing
uitkeringsregelingen overheveling
opslagpremies (Stb. 1989, 127) wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 19 vervalt ", 33a".
B. [MvT]
Na artikel 19 wordt een nieuw artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 19a.
Voor de toepassing van
artikel 35 van de AAW
wordt onder het
door de werkgever
verschuldigde bedrag mede verstaan de
overhevelingstoeslag die op grond van
artikel 1 van de Wet
overhevelingstoeslag opslagpremies op het in
dat artikel bedoelde loon zou zijn
toegekend indien dat loon tot
uitbetaling was gekomen.
C. [MvT]
Artikel 31 vervalt.
D. [MvT]
In artikel 41 vervalt ",
44a".
E. [MvT]
Na artikel 41 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 41a.
Voor de toepassing van
artikel 46 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt onder het door de werkgever
verschuldigde bedrag mede verstaan de overhevelingstoeslag die op grond van
artikel 1 van de Wet
overhevelingstoeslag opslagpremies op
het in dat artikel bedoelde loon zou zijn
toegekend indien dat loon tot
uitbetaling was gekomen.
Art.
X. [Wijziging
Boek 7a BW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
Het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1638c worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het zevende lid
wordt vervangen door:
Van ¹ dit artikel mag
alleen bij schriftelijke overeenkomst of
bij reglement worden
afgeweken. Ten aanzien van de in het
eerste lid bedoelde aanspraak op
het voor de arbeider geldende wettelijk minimumloon mag ten
nadele van de arbeider slechts in
zoverre worden afgeweken dat bedongen
kan worden dat de arbeider voor de eerste
twee dagen van de daar
bedoelde periode van zes weken geen aanspraak op loon heeft.
2. Na het zevende lid
wordt een nieuw lid toegevoegd,
luidende:
Voor ² de toepassing van
het eerste en zevende lid worden
perioden waarin de arbeider ten
gevolge van ziekte verhinderd is geweest
zijn arbeid te verrichten, samengeteld indien zij elkaar met een
onderbreking van minder dan één maand
opvolgen.
B. [MvT]
In artikel 1638d worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het tweede lid
wordt ", zesde en zevende lid"
vervangen door: en zesde lid.
2. Na het tweede lid
wordt een nieuw lid toegevoegd,
luidende:
Van ³ de bepalingen van
dit artikel mag alleen bij schriftelijke
overeenkomst of bij reglement worden
afgeweken.
C.
In artikel 1638ee wordt
het tweede lid vervangen door:
-2. In afwijking van het
eerste lid kan bij schriftelijke
overeenkomst of bij reglement overeengekomen
worden dat dagen of gedeelten van dagen waarop de arbeider de
bedongen arbeid niet verricht wegens de
reden, bedoeld in artikel 1638dd, vijfde lid, als vakantiedagen
worden aangemerkt, met dien
verstande dat hij ten minste recht houdt
op de vakantie, bedoeld in artikel 1638bb.
1. Volgens de redactie dient voor
"Van" de aanduiding "-7."
te worden geplaatst.
2. Volgens de redactie dient voor
"Voor" de aanduiding "-8."
te worden geplaatst.
3. Volgens de redactie dient voor
"Van" de aanduiding "-3."
te worden geplaatst.
Art.
XI. [Wijziging
AOW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Algemene Ouderdomswet
(Stb. 1990, 129) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel
52, tweede
lid, vervalt de zinsnede "of ingevolge
artikel 20, tweede lid,".
B. [MvT]
In artikel
53, eerste
lid, vervalt de zinsnede "of ingevolge
artikel 20, tweede lid".
Art.
XII. [Wijziging
AWW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Algemene Weduwen-
en Wezenwet (Stb. 1990, 130) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 52, tweede
lid, vervalt de zinsnede "of ingevolge
artikel 32, tweede lid".
B. [MvT]
In artikel 53, eerste
lid, vervalt de zinsnede "of ingevolge
artikel 32, tweede lid,".
Art.
XIII. [Wijziging
Abp-wet]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540) wordt als
volgt gewijzigd:
Aan artikel F 10 wordt
een nieuw vijfde lid toegevoegd,
luidende:
-5. Indien de wijziging
van de invaliditeitsgraad verband houdt
met een voltooide scholing of
opleiding, gaat deze wijziging niet
eerder in dan één jaar na voltooiing van
die scholing of opleiding. Indien de
belanghebbende eerder inkomsten
uit of in verband met arbeid geniet, is
artikel J 20, eerste lid, tot
uiterlijk het einde van dat jaar van
overeenkomstige toepassing.
Art.
XIV. [Wijziging
Spw]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De Spoorwegpensioenwet (Stb.
1986, 541) wordt als volgt gewijzigd:
Aan artikel F 8 wordt een
nieuw vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien de wijziging
van de invaliditeitsgraad verband houdt
met een voltooide scholing of
opleiding, gaat deze wijziging niet
eerder in dan één jaar na voltooiing
van die scholing of opleiding. Indien de
belanghebbende eerder inkomsten
uit of in verband met arbeid geniet is
artikel J 20, eerste lid, tot
uiterlijk het einde van dat jaar van
overeenkomstige toepassing.
Art.
XV. Regeling voor het
overheidspersoneel [Geschiedenis]
Voor personen in dienst van staat, provincie,
gemeente,
waterschap of enig ander
publiekrechtelijk lichaam dan wel van de
NV Nederlandse Spoorwegen geldt dat bij
algemeen verbindend voorschrift kan
worden bepaald dat dagen of gedeelten
van dagen waarop betrokkene zijn dienst
wegens ziekte niet verricht als
vakantiedagen worden aangemerkt, met
dien verstande dat betrokkene ten minste
recht houdt op vakantie van 20 dagen of
160 uur per kalenderjaar, dan wel -
indien betrokkene in deeltijd werkzaam
is of de arbeidsverhouding niet het hele
kalenderjaar duurt - op een evenredig
gedeelte daarvan.
Art.
XVI. Vervallen. [Geschiedenis]
Art.
XVII.
[Vervallen artikel
29a ZW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
Artikel 29a van de Ziektewet
vervalt drie jaar na de dag
van inwerkingtreding daarvan, tenzij vóór die dag bij algemene maatregel van
bestuur anders wordt bepaald.
Art.
XVIII.
[Overgangsrecht 1
maart 1992 "opstapje"]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
Ten aanzien van degene
die op de dag voorafgaande aan die
waarop artikel II, onderdeel
K [II,K],
en artikel III, onderdeel
L [III,L], in werking
treden recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet en wiens mate
van arbeidsongeschiktheid waarnaar die uitkering is berekend, is
vastgesteld met toepassing van artikel
44a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel
33a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, blijven deze
artikelen van toepassing zolang de
periode van twee jaar, bedoeld in het
tweede lid van deze artikelen, niet
is verstreken.
Art.
XIX.
[Overgangsrecht
verplichte zesdemaandsmelding AAW]
[Geschiedenis:
VvW;
MvT]
De werkgever van de in
artikel 8, eerste lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet bedoelde verzekerde is verplicht
gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid
op de dag waarop het ingevolge artikel
III, onderdeel C [III,C], van deze
wet aan artikel 8 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet toegevoegde vijfde
lid in werking treedt, reeds langer dan zes maanden voortduurt,
binnen twee maanden na die dag te melden bij de op grond van het
derde lid van laatstgenoemd artikel
aangewezen lichamen.
Art.
XX.
[Inwerkingtreding]
[Geschiedenis:
VvW]
Deze wet treedt in
werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden
gesteld.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries,
colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 26
februari 1992
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
E. ter Veld
Uitgegeven de achtentwintigste
februari 1992
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
MEMORIE
VAN TOELICHTING
|
|