WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
belastingbepalingen in de Provinciewet, in het bijzonder de bepalingen
over de heffing en de invordering van provinciale belastingen, in
overeenstemming te brengen met de overeenkomstige bepalingen in de
Gemeentewet en de Waterschapswet en in dat kader enige bepalingen in de
Gemeentewet en de Waterschapswet te herzien;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
[Wijzigt de Provinciewet.]
ARTIKEL II
[Wijzigt de Gemeentewet.]
ARTIKEL III
[Wijzigt de Waterschapswet.]
ARTIKEL IV
[Wijzigt de Wet milieubeheer.]
ARTIKEL V
[Wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen.]
ARTIKEL VI
[Wijzigt de Mediawet.]
ARTIKEL VII
[Wijzigt de Kaderwet bestuur in verandering.]
ARTIKEL VIII
De besluiten inzake belastingverordeningen van provincies, gemeenten
en waterschappen als bedoeld in de artikelen 220 van de Provinciewet,
216 van de Gemeentewet en 110 van de Waterschapswet, die algemeen
verbindende voorschriften bevatten waarvan de inhoud in strijd is met
deze wet, moeten uiterlijk per 1 januari van het tweede jaar na de datum
van inwerkingtreding van deze wet daarmee in overeenstemming zijn
gebracht of ingetrokken. In afwijking van de eerste volzin moeten
besluiten als bedoeld in de artikelen 232e van de Provinciewet,
255 van de Gemeentewet en 144 van de Waterschapswet, waarin regels zijn
opgenomen die afwijken van de door Onze Minister van Financiën
krachtens artikel 26 van de Invorderingswet 1990 gestelde regels,
uiterlijk per 1 januari van het eerste jaar na de datum van
inwerkingtreding van deze wet daarmee in overeenstemming zijn gebracht
of ingetrokken. De besluiten, of onderdelen daarvan, die op de in de
eerste en tweede volzin genoemde tijdstippen niet met deze wet in
overeenstemming zijn gebracht of zijn ingetrokken, zijn van rechtswege
vervallen.
ARTIKEL IX
Ten aanzien van belastingen van provincies, gemeenten en
waterschappen die betrekking hebben op belastingtijdvakken die zijn
aangevangen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, en op
belastbare feiten die zich voor dat tijdstip hebben voorgedaan, blijven
hoofdstuk XV van de Provinciewet, onderscheidenlijk de bepalingen in
hoofdstuk XV van de Gemeentewet en in de hoofdstukken XVII en XVIII van
de Waterschapswet van toepassing zoals die luidden voor de
inwerkingtreding van deze wet.
ARTIKEL X
De tekst van de Provinciewet wordt in het Staatsblad
geplaatst.
ARTIKEL XI
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 10 april 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
A.G.M. van de Vondervoort
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de dertiende mei 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager