WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
Kieswet, de Gemeentewet en de Provinciewet in overeenstemming te brengen
met de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, alsmede
met het geïntegreerd vreemdelingenbeleid;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
[Wijzigt de Kieswet]
ARTIKEL II
[Wijzigt de Provinciewet]
ARTIKEL III
[Wijzigt de Gemeentewet]
ARTIKEL IV
Het vereiste van een verblijfsrecht, bedoeld in artikel B 3, tweede
lid, onderdeel b, van de Kieswet geldt niet voor het gedeelte van
het in dat onderdeel bedoelde tijdvak dat is gelegen voor de
inwerkingtreding van artikel 58, eerste lid, van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens.
ARTIKEL V
Het vereiste van een verblijfsrecht, bedoeld in artikel 10, tweede
lid, onderdeel b, van de Gemeentewet geldt niet voor het gedeelte
van het in dat onderdeel bedoelde tijdvak dat is gelegen voor de
inwerkingtreding van artikel 58, eerste lid, van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens.
ARTIKEL VI
Ten aanzien van hen die op de dag waarop deze wet in werking treedt,
reeds zijn toegelaten als lid van de gemeenteraad dan wel op de geldige
kandidatenlijsten voor de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen
voorkwamen, geldt artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet zoals het
luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, tot de dag
waarop de zittingsduur van de gemeenteraad die bij eerderbedoelde
gemeenteraadsverkiezingen is gekozen, eindigt.
ARTIKEL VII
[Wijzigt de wet van 19 juni 1997 tot gemeentelijke herindeling in de
provincie Drenthe (Stb. 283)]
ARTIKEL VIII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 6 november 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de twintigste november 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager