Nadere
regelgeving:
- Besluit actuele waarde
- Besluit jaarrekening banken
- Besluit minimumkapitaal
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
- Garantstellingsregeling curatoren 2005
Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.De Staat, de provincies, de
gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen waaraan
krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend,
bezitten rechtspersoonlijkheid.
2.Andere lichamen, waaraan een deel
van de overheidstaak is opgedragen, bezitten slechts
rechtspersoonlijkheid, indien dit uit het bij of krachtens de wet
bepaalde volgt.
3.De volgende artikelen van deze
titel, behalve artikel 5, gelden niet voor de in de voorgaande
leden bedoelde rechtspersonen.
Artikel 2
1.Kerkgenootschappen alsmede hun
zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd,
bezitten rechtspersoonlijkheid.
2.Zij worden geregeerd door hun
eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met
uitzondering van artikel 5 gelden de volgende artikelen van deze
titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is
geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met hun statuut en met
de aard der onderlinge verhoudingen.
Artikel 3
Verenigingen, coöperaties,
onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen,
besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en
stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4
1.Een rechtspersoon ontstaat niet
bij het ontbreken van een door een notaris ondertekende akte of
een verklaring van geen bezwaar, voor zover door de wet voor de
totstandkoming vereist. Het ontbreken van kracht van
authenticiteit aan een door een notaris ondertekende akte
verhindert het ontstaan van de rechtspersoon slechts, indien die
rechtspersoon in een bij die akte gemaakte uiterste
wilsbeschikking in het leven zou zijn geroepen.
2.Vernietiging van de
rechtshandeling waardoor een rechtspersoon is ontstaan, tast diens
bestaan niet aan. Het vervallen van de deelneming van een of meer
oprichters van een rechtspersoon heeft op zichzelf geen invloed op
de rechtsgeldigheid van de deelneming der overblijvende
oprichters.
3.Is ten name van een niet
bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd, dan benoemt de
rechter op verzoek van een belanghebbende of het openbaar
ministerie een of meer vereffenaars. Artikel 22 is van
overeenkomstige toepassing.
4.Het vermogen wordt vereffend als
dat van een ontbonden rechtspersoon in de voorgewende rechtsvorm.
Degenen die zijn opgetreden als bestuurders, zijn hoofdelijk
verbonden voor de tot dit vermogen behorende schulden die
opeisbaar zijn geworden in het tijdvak waarin zij dit deden. Zij
zijn eveneens verbonden voor de schulden die voortspruiten uit in
die tijd ten behoeve van dit vermogen verrichte rechtshandelingen,
voor zover daarvoor niemand ingevolge de vorige zin verbonden is.
Ontbreken personen die ingevolge de vorige twee zinnen verbonden
zijn, dan zijn degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
5.Indien alsnog een rechtspersoon
wordt opgericht ter opvolging in het vermogen, kan de rechter
desverzocht toestaan dat dit niet wordt vereffend, doch dat het in
die rechtspersoon wordt ingebracht.
Artikel 5
Een rechtspersoon staat wat het
vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij
uit de wet het tegendeel voortvloeit.
Artikel 6
1.Op wijzigingen in statuten en
reglementen en op ontbinding van de rechtspersoon, die krachtens
dit boek moeten worden openbaar gemaakt, kan voordat deze
openbaarmakingen en, in geval van statutenwijziging, de
voorgeschreven openbaarmaking van de gewijzigde statuten zijn
geschied, geen beroep worden gedaan tegen een wederpartij en
derden die daarvan onkundig waren.
2.Een door de wet toegelaten beroep
op statutaire onbevoegdheid van het bestuur of van een bestuurder
tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon bij een
rechtshandeling kan tegen een wederpartij die daarvan onkundig
was, niet worden gedaan, indien de beperking of uitsluiting van de
bevoegdheid niet ten tijde van het verrichten van die
rechtshandeling op de door de wet voorgeschreven wijzen was
openbaar gemaakt. Hetzelfde geldt voor een beroep op een beperking
van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van anderen dan bestuurders,
aan wie die bevoegdheid bij de statuten is toegekend.
3.De rechtspersoon kan tegen een
wederpartij die daarvan onkundig was, niet de onjuistheid of
onvolledigheid van de in het register opgenomen gegevens inroepen.
Juiste en volledige inschrijving elders of openbaarmaking van de
statuten is op zichzelf niet voldoende bewijs dat de wederpartij
van de onjuistheid of onvolledigheid niet onkundig was.
4.Voor zover de wet niet anders
bepaalt, kan de wederpartij van een rechtspersoon zich niet
beroepen op onbekendheid met een feit dat op een door de wet
aangegeven wijze is openbaar gemaakt, tenzij die openbaarmaking
niet is geschied op elke wijze die de wet vereist of daarvan niet
de voorgeschreven mededeling is gedaan.
5.De beide vorige leden gelden niet
voor rechterlijke uitspraken die in het faillissementsregister of
het surséanceregister zijn ingeschreven.
Artikel 7
Een door een rechtspersoon verrichte
rechtshandeling is vernietigbaar, indien daardoor het doel werd
overschreden en de wederpartij dit wist of zonder eigen onderzoek
moest weten; slechts de rechtspersoon kan een beroep op deze grond
tot vernietiging doen.
Artikel 8
1.Een rechtspersoon en degenen die
krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn
betrokken, moeten zich als zodanig jegens elkander gedragen naar
hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
2.Een tussen hen krachtens wet,
gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel is niet
van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar
maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou
zijn.
Artikel 9
Elke bestuurder is tegenover de
rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem
opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de
werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen
voor het geheel aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij
deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het
treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
Artikel 10
1.Het bestuur is verplicht van de
vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles betreffende de
werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen die voortvloeien
uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te
voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde
de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden
gekend.
2.Onverminderd het bepaalde in de
volgende titels is het bestuur verplicht jaarlijks binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten
en lasten van de rechtspersoon te maken en op papier te stellen.
3.Het bestuur is verplicht de in de
leden 1 en 2 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers
gedurende zeven jaren te bewaren.
4.De op een gegevensdrager
aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans
en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager
worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met
juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens
gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen
redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Artikel 10a
Het boekjaar van een rechtspersoon is
het kalenderjaar, indien in de statuten geen ander boekjaar is
aangewezen.
Artikel 11
De aansprakelijkheid van een
rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust
tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de
aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.
Artikel 12
Het stemrecht over besluiten waarbij
de rechtspersoon aan bepaalde personen, anders dan in hun
hoedanigheid van lid, aandeelhouder of lid van een orgaan, rechten
toekent of verplichtingen kwijtscheldt, kan door de statuten aan die
personen en aan hun echtgenoot, geregistreerde partner, en
bloedverwanten in de rechte lijn worden ontzegd.
Artikel 13
1.Een stem is nietig in de gevallen
waarin een eenzijdige rechtshandeling nietig is; een stem kan niet
worden vernietigd.
2.Een onbekwame die lid is van een
vereniging, kan zijn stemrecht daarin zelf uitoefenen, voor zover
de statuten zich daartegen niet verzetten; in andere gevallen komt
de uitoefening van het stemrecht toe aan zijn wettelijke
vertegenwoordiger.
3.Tenzij de statuten anders
bepalen, is het in de vergadering van een orgaan van een
rechtspersoon uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de
uitslag van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt voor de
inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een
niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
4.Wordt onmiddellijk na het
uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan
betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de
meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming
niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde
aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de
rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 14
1.Een besluit van een orgaan van
een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, is
nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.
2.Is een besluit nietig, omdat het
is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de
statuten voorgeschreven voorafgaande handeling van of mededeling
aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan
kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende
handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de
bekrachtiging.
3.Bekrachtiging is niet meer
mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander is
gesteld door het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de
wederpartij tot wie het was gericht.
Artikel 15
1.Een besluit van een orgaan van
een rechtspersoon is, onverminderd het elders in de wet omtrent de
mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar:
a. wegens strijd met wettelijke
of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten
regelen;
b. wegens strijd met de
redelijkheid en billijkheid die door artikel 8 worden geëist;
c. wegens strijd met een
reglement.
2.Tot de bepalingen als bedoeld in
het vorige lid onder a, behoren niet die welke de voorschriften
bevatten waarop in artikel 14 lid 2 wordt gedoeld.
3.Vernietiging geschiedt door een
uitspraak van de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon:
a. op een vordering tegen de
rechtspersoon van iemand die een redelijk belang heeft bij de
naleving van de verplichting die niet is nagekomen, of
b. op vordering van de
rechtspersoon zelf, ingesteld krachtens bestuursbesluit tegen
degene die door de voorzieningenrechter van de rechtbank is
aangewezen op een daartoe gedaan verzoek van de rechtspersoon;
in dat geval worden de kosten van het geding door de
rechtspersoon gedragen.
4.Indien een bestuurder in eigen
naam de vordering instelt, verzoekt de rechtspersoon de
voorzieningenrechter van de rechtbank iemand aan te wijzen, die
terzake van het geding in de plaats van het bestuur treedt.
5.De bevoegdheid om vernietiging
van het besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de
dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is
gegeven, hetzij de belanghebbende van het besluit kennis heeft
genomen of daarvan is verwittigd.
6.Een besluit dat vernietigbaar is
op grond van lid 1 onder a, kan door een daartoe strekkend besluit
worden bevestigd; voor dit besluit gelden de zelfde vereisten als
voor het te bevestigen besluit. De bevestiging werkt niet zolang
een tevoren ingestelde vordering tot vernietiging aanhangig is.
Indien de vordering wordt toegewezen, geldt het vernietigde
besluit als opnieuw genomen door het latere besluit, tenzij uit de
strekking van dit besluit het tegendeel voortvloeit.
Artikel 16
1.De onherroepelijke uitspraak die
de nietigheid van een besluit van een rechtspersoon vaststelt of
die zulk een besluit vernietigt, is voor een ieder, behoudens
herroeping of derdenverzet, bindend, indien de rechtspersoon
partij in het geding is geweest. Herroeping komt ieder lid of
aandeelhouder toe.
2.Is het besluit een
rechtshandeling van de rechtspersoon, die tot een wederpartij is
gericht, of is het een vereiste voor de geldigheid van zulk een
rechtshandeling, dan kan de nietigheid of vernietiging van het
besluit niet aan die wederpartij worden tegengeworpen, indien deze
het gebrek dat aan het besluit kleefde, kende noch behoefde te
kennen. Niettemin kan de nietigheid of vernietiging van een
besluit tot benoeming van een bestuurder of een commissaris aan de
benoemde worden tegengeworpen; de rechtspersoon vergoedt echter
diens schade, indien hij het gebrek in het besluit kende noch
behoefde te kennen.
Artikel 17
Een rechtspersoon wordt opgericht
voor onbepaalde tijd.
Artikel 18
1.Een rechtspersoon kan zich met
inachtneming van de volgende leden omzetten in een andere
rechtsvorm.
2.Voor omzetting zijn vereist:
a. een besluit tot omzetting,
genomen met inachtneming van de vereisten voor een besluit tot
statutenwijziging en, tenzij een stichting zich omzet, genomen
met de stemmen van ten minste negen tienden van de
uitgebrachte stemmen;
b. een besluit tot wijziging
van de statuten;
c. een notariële akte van
omzetting die de nieuwe statuten bevat.
3.De in het vorige lid onder a
genoemde meerderheid is niet vereist voor een omzetting van een
naamloze vennootschap in een besloten vennootschap of omgekeerd.
4.Voor de omzetting van of in een
stichting en van een naamloze of besloten vennootschap in een
vereniging is bovendien rechterlijke machtiging vereist.
5.Slechts de rechtspersoon kan
machtiging tot omzetting verzoeken aan de rechtbank, onder
overlegging van een notarieel ontwerp van de akte. Zij wordt in
elk geval geweigerd, indien een vereist besluit nietig is of
indien een rechtsvordering tot vernietiging daarvan aanhangig is.
Zij wordt geweigerd, indien de belangen van stemgerechtdigden die
niet hebben ingestemd of van anderen van wie ten minste iemand
zich tot de rechter heeft gewend, onvoldoende zijn ontzien. Indien
voor de omzetting machtiging van de rechter is vereist, verklaart
de notaris in de akte van omzetting dat de machtiging op het
ontwerp van de akte is verleend.
6.Na omzetting van een stichting
moet uit de statuten blijken dat het vermogen dat zij bij de
omzetting heeft en de vruchten daarvan slechts met toestemming van
de rechter anders mogen worden besteed dan voor de omzetting was
voorgeschreven. Hetzelfde geldt voor de statuten van een
rechtspersoon voor zover dit vermogen en deze vruchten daarop
krachtens fusie of splitsing zijn overgegaan.
7.De rechtspersoon doet opgave van
de omzetting ter inschrijving in de registers waarin hij moet zijn
en moet worden ingeschreven dan wel als vereniging vrijwillig is
ingeschreven.
8.Omzetting beëindigt het bestaan
van de rechtspersoon niet.
Artikel 19
1.Een rechtspersoon wordt
ontbonden:
a. door een besluit van de
algemene vergadering of, indien de rechtspersoon een stichting
is, door een besluit van het bestuur tenzij in de statuten
anders is voorzien;
b. bij het intreden van een
gebeurtenis die volgens de statuten de ontbinding tot gevolg
heeft, en die niet een besluit of een op ontbinding gerichte
handeling is;
c. na faillietverklaring door
hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand van
de boedel, hetzij door insolventie;
d. door het geheel ontbreken
van leden, indien de rechtspersoon een vereniging, een
coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is;
e. door een beschikking van de
Kamer van Koophandel en Fabrieken als bedoeld in artikel 19a;
f. door de rechter in de
gevallen die de wet bepaalt.
2.De rechtbank verklaart op verzoek
van het bestuur, een belanghebbende of het openbaar ministerie, of
en op welk tijdstip de rechtspersoon is ontbonden in een geval als
bedoeld in lid 1 onder b of d. De beschikking is voor een ieder
bindend. Is de rechtspersoon in een register ingeschreven, dan
wordt de in kracht van gewijsde gegane uitspraak, inhoudende de
verklaring, door de zorg van de griffier aldaar ingeschreven.
3.Aan de registers waar de
rechtspersoon is ingeschreven wordt van de ontbinding opgaaf
gedaan: in de gevallen als bedoeld in lid 1, onder a, b en d door
de vereffenaar, indien deze er is en anders door het bestuur, in
het geval als bedoeld in lid 1, onder c door de
faillissementscurator, in het geval als bedoeld in lid 1, onder e
door de Kamer van Koophandel en Fabrieken en in het geval als
bedoeld in lid 1 onder f door de griffier van het betrokken
gerecht.
4.Indien de rechtspersoon op het
tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij
alsdan op te bestaan. In dat geval doet het bestuur of, bij
toepassing van artikel 19a, de Kamer van Koophandel en Fabrieken,
daarvan opgaaf aan de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven.
5.De rechtspersoon blijft na
ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn
vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van hem
uitgaan, moet aan zijn naam worden toegevoegd: in liquidatie.
6.De rechtspersoon houdt in geval
van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de
vereffening eindigt. De vereffenaar of de faillissementscurator
doet aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven,
daarvan opgaaf.
7.De gegevens die omtrent de
rechtspersoon in de registers zijn opgenomen op het tijdstip
waarop hij ophoudt te bestaan, blijven daar gedurende tien jaren
na dat tijdstip bewaard.
Artikel 19a
1.Een in het handelsregister
ingeschreven naamloze vennootschap, besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid, coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij wordt door een beschikking van de Kamer van
Koophandel en Fabrieken, waar die rechtspersoon is ingeschreven,
ontbonden, indien de Kamer is gebleken dat ten minste twee van de
hiernavolgende omstandigheden zich voordoen:
a. de rechtspersoon heeft het
voor zijn inschrijving in het handelsregister of voor de
inschrijving van een aan hem toebehorende onderneming
verschuldigde bedrag niet voldaan gedurende ten minste een
jaar na de datum waarvoor hij dat bedrag had moeten voldoen;
b. er staan gedurende ten
minste een jaar geen bestuurders van de rechtspersoon in het
register ingeschreven, terwijl ook geen opgaaf tot
inschrijving is gedaan, dan wel er doet zich, indien er wel
bestuurders staan ingeschreven, met betrekking tot alle
ingeschreven bestuurders een van de navolgende omstandigheden
voor:
1°. bestuurder is
overleden,
2°. de bestuurder is ten
minste een jaar niet bereikbaar gebleken op het in het
register vermelde adres, en evenmin op het in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
ingeschreven adres, dan wel in die administratie staat ten
minste een jaar geen adres van de bestuurder vermeld;
c. de rechtspersoon is ten
minste een jaar in gebreke met de nakoming van de verplichting
tot openbaarmaking van de jaarrekening of de balans en de
toelichting overeenkomstig de artikelen 394, 396 of 397;
d. de rechtspersoon heeft ten
minste een jaar geen gevolg gegeven aan een aanmaning als
bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen tot het doen van aangifte voor de
vennootschapsbelasting.
2.Een in het handelsregister
ingeschreven vereniging of stichting, die niet een onderneming
drijft die in het handelsregister staat ingeschreven, wordt door
een beschikking van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waar de
rechtspersoon is ingeschreven, ontbonden, indien de Kamer is
gebleken dat de omstandigheid, genoemd in het lid 1 onder b, zich
voordoet en zij ten minste een jaar in gebreke is het voor
inschrijving in het handelsregister verschuldigde bedrag te
voldoen.
3.Indien de Kamer op grond van haar
bekende gegevens gebleken is dat een rechtspersoon als bedoeld in
de leden 1 en 2 voor ontbinding in aanmerking komt, deelt zij de
rechtspersoon en de ingeschreven bestuurders bij aangetekende
brief aan hun laatst bekende adres mee, dat zij voornemens is tot
ontbinding van de rechtspersoon over te gaan, met vermelding van
de omstandigheden waarop het voornemen is gegrond. De Kamer
schrijft deze mededeling in het register. Als de omstandigheid,
bedoeld in lid 1, onder b zich voordoet, doet de Kamer van het
voornemen tot ontbinding tevens een mededeling opnemen in de
Nederlandse Staatscourant. Voor zover de kosten van deze
publikatie niet uit het vermogen van de rechtspersoon kunnen
worden voldaan, komen deze ten laste van Onze Minister van
Justitie.
4.Na verloop van acht weken na de
dagtekening van de aangetekende brief ontbindt de Kamer de
rechtspersoon bij beschikking, tenzij voordien is gebleken dat de
omstandigheden die ingevolge het derde lid zijn vermeld, zich niet
of niet meer voordoen.
5.De beschikking wordt bekend
gemaakt aan de rechtspersoon en de ingeschreven bestuurders.
6.De Kamer doet van de ontbinding
een mededeling opnemen in de Nederlandse Staatscourant. Lid 3,
vierde zin, is van overeenkomstige toepassing.
7.Als op grond van artikel 23, lid
1 geen vereffenaars kunnen worden aangewezen, treedt de Kamer op
als vereffenaar van het vermogen van de ontbonden rechtspersoon,
behoudens het bepaalde in artikel 19, lid 4. Op verzoek van de
Kamer benoemt de rechtbank in haar plaats een of meer andere
vereffenaars.
8.Indien tegen een beschikking als
bedoeld in lid 4, beroep wordt ingesteld bij het College van
Beroep voor het bedrijfsleven schrijft de Kamer dat in het
register in. De beslissing op het beroep wordt tevens
ingeschreven. Indien de beslissing strekt tot vernietiging van de
beschikking doet de Kamer een mededeling daarvan opnemen in de
Nederlandse Staatscourant. Gedurende het tijdvak waarin de
rechtspersoon na de beschikking tot ontbinding had opgehouden te
bestaan, is er een verlengingsgrond als bedoeld in artikel 320 van
Boek 3 ten aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen van of
tegen de rechtspersoon.
Artikel 20
1.Een rechtspersoon waarvan de
werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, wordt door de
rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie verboden
verklaard en ontbonden.
2.Een rechtspersoon waarvan het
doel in strijd is met de openbare orde, wordt door de rechtbank op
verzoek van het openbaar ministerie ontbonden. Alvorens de
ontbinding uit te spreken kan de rechtbank de rechtspersoon in de
gelegenheid stellen binnen een door haar te bepalen termijn zijn
doel zodanig te wijzigen dat het niet meer in strijd is met de
openbare orde.
3.Een rechtspersoon vermeld in de
lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van Verordening (EG) nr.
2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 (PbEG L 344), in
Bijlage I van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei
2002 (PbEG L 139) of is vermeld en met een ster aangemerkt in de
Bijlage bij het Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2001/931 van de
Raad van 27 december 2001 (PbEG L 344) is van rechtswege verboden
en niet bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen.
Artikel 21
1.De rechtbank ontbindt een
rechtspersoon, indien:
a. aan zijn totstandkoming
gebreken kleven;
b. zijn statuten niet aan de
eisen der wet voldoen;
c. hij niet onder de wettelijke
omschrijving van zijn rechtsvorm valt.
2.De rechtbank ontbindt de
rechtspersoon niet, indien zij hem een termijn vergund heeft en
hij na afloop daarvan een rechtspersoon is die aan de eisen van de
wet voldoet.
3.De rechtbank kan een
rechtspersoon ontbinden, indien deze de in dit boek voor zijn
rechtsvorm gestelde verboden overtreedt of in ernstige mate in
strijd met zijn statuten handelt.
4.De ontbinding wordt uitgesproken
op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie.
Artikel 22
1.De rechter voor wie een verzoek
tot ontbinding van de rechtspersoon aanhangig is, kan de goederen
van die rechtspersoon desverlangd onder bewind stellen; de
beschikking vermeldt het tijdstip waarop zij in werking treedt.
2.De rechter benoemt bij zijn
beschikking een of meer bewindvoerders, en regelt hun bevoegdheden
en hun beloning.
3.Voor zover de rechter niet anders
bepaalt, kunnen de organen van de rechtspersoon zonder
voorafgaande goedkeuring van de bewindvoerder geen besluiten nemen
en kunnen vertegenwoordigers van de rechtspersoon zonder diens
medewerking geen rechtshandelingen verrichten.
4.De beschikking kan te allen tijde
door de rechter worden gewijzigd of ingetrokken; het bewind
eindigt in ieder geval, zodra de uitspraak op het verzoek tot
ontbinding in kracht van gewijsde gaat.
5.De bewindvoerder doet aan de
registers waar de rechtspersoon is ingeschreven, opgaaf van de
beschikking en van de gegevens over zichzelf die omtrent een
bestuurder worden verlangd.
6.Een rechtshandeling die de
rechtspersoon ondanks zijn uit het bewind voortvloeiende
onbevoegdheid vóór de inschrijving heeft verricht, is niettemin
geldig, indien de wederpartij het bewind kende noch behoorde te
kennen.
Artikel 22a
1.Voor of bij het doen van een
verzoek door het openbaar ministerie tot ontbinding van een
naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, kan het openbaar ministerie de rechter bij
verzoekschrift vragen te bevelen dat, tot de uitspraak op genoemd
verzoek in kracht van gewijsde gaat, aan de aandeelhouders de
bevoegdheid tot het vervreemden, verpanden of met vruchtgebruik
belasten van aandelen wordt ontzegd.
2.De rechter beslist na summier
onderzoek. Het bevel wordt gegeven onder voorwaarde dat het
instellen van het verzoek tot ontbinding geschiedt binnen een door
de rechter daartoe te bepalen termijn. Tegen deze beschikking is
geen hogere voorziening toegelaten.
3.De beschikking wordt onverwijld,
zo mogelijk op dezelfde dag, betekend aan de aandeelhouders en de
vennootschap. De griffier draagt zorg voor de inschrijving van de
beschikking in het register waarin de rechtspersoon is
ingeschreven.
4.Binnen acht dagen na de
betekening in het vorige lid vermeld kunnen de aandeelhouders
tegen de beschikking in verzet komen. Het verzet schorst het bevel
niet, behoudens de bevoegdheid van de aandeelhouders om daarop in
kort geding door de voorzieningenrechter van de rechtbank te doen
beslissen. Verzet tegen de beschikking kan niet gegrond zijn op de
bewering dat de aandeelhouder zijn aandelen wil overdragen.
5.Het verzoek tot ontbinding moet
binnen acht dagen nadat deze is ingesteld aan de aandeelhouder
worden betekend.
Artikel 23
1.Voor zover de rechter geen andere
vereffenaars heeft benoemd en de statuten geen andere vereffenaars
aanwijzen, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van
een ontbonden rechtspersoon. Op vereffenaars die niet door de
rechter worden benoemd, zijn de bepalingen omtrent de benoeming,
de schorsing, het ontslag en het toezicht op bestuurders van
toepassing, voor zover de statuten niet anders bepalen. Het
vermogen van een door de rechter ontbonden rechtspersoon wordt
vereffend door een of meer door hem te benoemen vereffenaars.
2.Ontslaat de rechter een
vereffenaar, dan kan hij een of meer andere benoemen. Ontbreken
vereffenaars, dan benoemt de rechtbank een of meer vereffenaars op
verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie. De
vereffenaar die door de rechter is benoemd, heeft recht op de
beloning welke deze hem toekent.
3.Een benoeming tot vereffenaar
door de rechter gaat in daags nadat de griffier de benoeming aan
de vereffenaar heeft meegedeeld; de griffier doet de mededeling
terstond, indien de beslissing die de benoeming inhoudt, bij
voorraad uitvoerbaar is en anders, zodra zij in kracht van
gewijsde is gegaan.
4.Iedere vereffenaar doet aan de
registers waar de rechtspersoon is ingeschreven, opgaaf van zijn
optreden als zodanig en van de gegevens over zichzelf die van een
bestuurder worden verlangd.
5.De rechtbank kan een vereffenaar
met ingang van een door haar bepaalde dag ontslaan, het zij op
diens verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen op verzoek van een
medevereffenaar, het openbaar ministerie of ambtshalve.
6.De ontslagen vereffenaar legt
rekening en verantwoording af aan degenen die de vereffening
voortzetten. Is de opvolger door de rechter benoemd, dan geschiedt
de rekening en verantwoording ten overstaan van de rechter.
Artikel 23a
1.Een vereffenaar heeft, tenzij de
statuten anders bepalen, dezelfde bevoegdheden, plichten en
aansprakelijkheid als een bestuurder, voor zover deze verenigbaar
zijn met zijn taak als vereffenaar.
2.Zijn er twee of meer
vereffenaars, dan kan ieder van hen alle werkzaamheden verrichten,
tenzij anders is bepaald. Bij verschil van mening tussen de
vereffenaars beslist op verzoek van een hunner de rechter die bij
de vereffening is betrokken, en anders de kantonrechter. De
rechter bedoeld in de vorige zin, kan ook een verdeling van het
loon vaststellen.
3.Zowel de rechtbank als een door
haar in de vereffening benoemde rechter-commissaris kan voor de
vereffening nodige bevelen geven, al dan niet in de vorm van een
bevelschrift in executoriale vorm. De vereffenaar is verplicht hun
aanwijzingen op te volgen. Tegen de bevelen en aanwijzingen staan
geen rechtsmiddelen open.
4.Blijkt de vereffenaar dat de
schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen, dan doet hij
aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende schuldeisers
desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten
faillissement.
5.De voorgaande bepalingen van dit
artikel en de artikelen 23b-23c zijn niet van toepassing op
vereffening in faillissement.
Artikel 23b
1.De vereffenaar draagt hetgeen na
de voldoening der schuldeisers van het vermogen van de ontbonden
rechtspersoon is overgebleven, in verhouding tot ieders recht over
aan hen die krachtens de statuten daartoe zijn gerechtigd, of
anders aan de leden of aandeelhouders. Heeft geen ander recht op
het overschot, dan keert hij het uit aan de Staat, die het zoveel
mogelijk overeenkomstig het doel van de rechtspersoon besteedt.
2.De vereffenaar stelt een rekening
en verantwoording op van de vereffening, waaruit de omvang en
samenstelling van het overschot blijken. Zijn er twee of meer
gerechtigden tot het overschot, dan stelt de vereffenaar een plan
van verdeling op dat de grondslagen der verdeling bevat.
3.Voor zover tot het overschot iets
anders dan geld behoort en de statuten of een rechterlijke
beschikking geen nadere aanwijzing behelzen, komen als wijzen van
verdeling in aanmerking:
a. toedeling van een gedeelte
van het overschot aan ieder der gerechtigden;
b. overbedeling aan een of meer
gerechtigden tegen vergoeding van de overwaarde;
c. verdeling van de
netto-opbrengst na verkoop.
4.De vereffenaar legt de rekening
en verantwoording en het plan van verdeling neer ten kantore van
de registers waarin de rechtspersoon is ingeschreven, en in elk
geval ten kantore van de rechtspersoon, als dat er is, of op een
andere plaats in het arrondissement waar de rechtspersoon
woonplaats heeft. De stukken liggen daar twee maanden voor ieder
ter inzage. De vereffenaar maakt in een nieuwsblad bekend waar en
tot wanneer zij ter inzage liggen. De rechter kan aankondiging in
de Staatscourant bevelen.
5.Binnen twee maanden nadat de
rekening en verantwoording en het plan zijn neergelegd en de
nederlegging overeenkomstig lid 4 is bekendgemaakt en
aangekondigd, kan iedere schuldeiser of gerechtigde daartegen door
een verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen. De
vereffenaar doet van gedaan verzet mededeling op de zelfde wijze
als waarop de nederlegging van de rekening en verantwoording en
het plan van verdeling zijn medegedeeld.
6.Telkens wanneer de stand van het
vermogen daartoe aanleiding geeft, kan de vereffenaar een
uitkering bij voorbaat aan de gerechtigden doen. Na de aanvang van
de verzettermijn doet hij dit niet zonder machtiging van de
rechter.
7.Zodra de intrekking van of
beslissing op elk verzet onherroepelijk is, deelt de vereffenaar
dit mede op de wijze waarop het verzet is medegedeeld. Brengt de
beslissing wijziging in het plan van verdeling, dan wordt ook het
gewijzigde plan van verdeling op deze wijze meegedeeld.
8.De vereffenaar consigneert
geldbedragen waarover niet binnen zes maanden na de laatste
betaalbaarstelling is beschikt.
9.De vereffening eindigt op het
tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer
aanwezig zijn.
10.Na verloop van een maand nadat
de vereffening is geëindigd, doet de vereffenaar rekening en
verantwoording van zijn beheer aan de rechter, indien deze bij de
vereffening is betrokken.
Artikel 23c
1.Indien na het tijdstip waarop de
rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of
gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate
blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de
vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. In dat
geval herleeft de rechtspersoon, doch uitsluitend ter afwikkeling
van de heropende vereffening. De vereffenaar is bevoegd van elk
der gerechtigden terug te vorderen hetgeen deze te veel uit het
overschot heeft ontvangen.
2.Gedurende het tijdvak waarin de
rechtspersoon had opgehouden te bestaan, is er een
verlengingsgrond als bedoeld in artikel 320 van Boek 3 ten aanzien
van de verjaring van rechtsvorderingen van of tegen de
rechtspersoon.
Artikel 24
1.De boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van een ontbonden rechtspersoon moeten worden
bewaard gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon heeft
opgehouden te bestaan. Bewaarder is degene die bij of krachtens de
statuten, dan wel door de algemene vergadering of, als de
rechtspersoon een stichting was, door het bestuur als zodanig is
aangewezen.
2.Ontbreekt een bewaarder en is de
laatste vereffenaar niet bereid te bewaren, dan wordt een
bewaarder, zo mogelijk uit de kring dergenen die bij de
rechtspersoon waren betrokken, op verzoek van een belanghebbende
benoemd door de kantonrechter van de rechtbank van het
arrondissement waarin de rechtspersoon woonplaats had.
Rechtsmiddelen staan niet open.
3.Binnen acht dagen na het ingaan
van zijn bewaarplicht moet de bewaarder zijn naam en adres opgeven
aan de registers waarin de ontbonden rechtspersoon was
ingeschreven.
4.De in lid 2 genoemde
kantonrechter kan desverzocht machtiging tot raadpleging van de
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers geven aan iedere
belanghebbende, indien de rechtspersoon een stichting was, en
overigens aan ieder die aantoont bij inzage een redelijk belang te
hebben in zijn hoedanigheid van voormalig lid of aandeelhouder van
de rechtspersoon of houder van certificaten van diens aandelen,
dan wel als rechtverkrijgende van een zodanige persoon.
Artikel 24a
1.Dochtermaatschappij van een
rechtspersoon is:
a. een rechtspersoon waarin de
rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen,
al dan niet krachtens overeenkomst met andere
stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de
stemrechten in de algemene vergadering kunnen uitoefenen;
b. een rechtspersoon waarvan de
rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen
lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet krachtens
overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer
dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen
kunnen benoemen of ontslaan, ook indien alle stemgerechtigden
stemmen.
2.Met een dochtermaatschappij wordt
gelijk gesteld een onder eigen naam optredende vennootschap waarin
de rechtspersoon of een of meer dochtermaatschappijen als vennoot
volledig jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de schulden.
3.Voor de toepassing van lid 1
worden aan aandelen verbonden rechten niet toegerekend aan degene
die de aandelen voor rekening van anderen houdt. Aan aandelen
verbonden rechten worden toegerekend aan degene voor wiens
rekening de aandelen worden gehouden, indien deze bevoegd is te
bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend dan wel zich de aandelen
te verschaffen.
4.Voor de toepassing van lid 1
worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend
aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden
uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening die
de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van zijn
bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend, indien
hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.
Artikel 24b
Een groep is een economische eenheid
waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn
verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en
vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.
Artikel 24c
1.Een rechtspersoon of vennootschap
heeft een deelneming in een rechtspersoon, indien hij of een of
meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of samen voor eigen
rekening aan die rechtspersoon kapitaal verschaffen of doen
verschaffen teneinde met die rechtspersoon duurzaam verbonden te
zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid. Indien een vijfde of
meer van het geplaatste kapitaal wordt verschaft, wordt het
bestaan van een deelneming vermoed.
2.Een rechtspersoon heeft een
deelneming in een vennootschap, indien hij of een
dochtermaatschappij:
a. daarin als vennoot jegens
schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden; of
b. daarin anderszins vennoot is
teneinde met die vennootschap duurzaam verbonden te zijn ten
dienste van de eigen werkzaamheid.
Artikel 24d
Bij de vaststelling in hoeverre de
leden of aandeelhouders stemmen, aanwezig of vertegenwoordigd zijn,
of in hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt of
vertegenwoordigd is, wordt geen rekening gehouden met
lidmaatschappen of aandelen waarvan de wet bepaalt dat daarvoor geen
stem kan worden uitgebracht.
Artikel 25
Van de bepalingen van dit boek kan
slechts worden afgeweken, voor zover dat uit de wet blijkt.
Titel 2. Verenigingen
Artikel 26
1.De vereniging is een
rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel, anders
dan een dat is omschreven in artikel 53 lid 1 of lid 2.
2.Een vereniging wordt bij
meerzijdige rechtshandeling opgericht.
3.Een vereniging mag geen winst
onder haar leden verdelen.
Artikel 27
1.Wordt een vereniging opgericht
bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in acht
worden genomen.
2.De akte wordt verleden in de
Nederlandse taal. Indien de vereniging haar zetel heeft in de
provincie Fryslân kan de akte in de Friese taal worden verleden.
Een volmacht tot medewerking aan de akte moet schriftelijk zijn
verleend.
3.De akte bevat de statuten van de
vereniging.
4.De statuten houden in:
a. de naam van de vereniging en
de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft;
b. het doel van de vereniging;
c. de verplichtingen die de
leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop
zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd;
d. de wijze van bijeenroeping
van de algemene vergadering;
e. de wijze van benoeming en
ontslag van de bestuurders;
f. de bestemming van het batig
saldo van de vereniging in geval van ontbinding, of de wijze
waarop de bestemming zal worden vastgesteld.
5.De notaris, ten overstaan van wie
de akte wordt verleden, draagt zorg dat de akte voldoet aan het in
de leden 2-4 bepaalde. Bij verzuim is hij persoonlijk jegens hen
die daardoor schade hebben geleden, aansprakelijk.
Artikel 28
1.Is een vereniging niet
overeenkomstig het eerste lid van het vorige artikel opgericht,
dan kan de algemene vergadering besluiten de statuten te doen
opnemen in een notariële akte.
2.De leden 2-5 van het vorige
artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29
1.De bestuurders van een vereniging
waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële akte, zijn
verplicht haar te doen inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift van de akte, dan wel een authentiek
uittreksel van de akte bevattende de statuten, ten kantore van dat
register neer te leggen.
2.Zolang de opgave ter eerste
inschrijving en nederlegging niet zijn geschied, is iedere
bestuurder voor een rechtshandeling waardoor hij de vereniging
verbindt, naast de vereniging hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 30
1.Een vereniging waarvan de
statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte, kan geen
registergoederen verkrijgen en kan geen erfgenaam zijn.
2.De bestuurders zijn hoofdelijk
naast de vereniging verbonden voor schulden uit een
rechtshandeling die tijdens hun bestuur opeisbaar worden. Na hun
aftreden zijn zij voorts hoofdelijk verbonden voor schulden,
voortspruitend uit een tijdens hun bestuur verrichte
rechtshandeling, voor zover daarvoor niemand ingevolge de vorige
zin naast de vereniging is verbonden. Aansprakelijkheid ingevolge
een der voorgaande zinnen rust niet op degene die niet tevoren
over de rechtshandeling is geraadpleegd en die heeft geweigerd
haar, toen zij hem bekend werd, als bestuurder voor zijn
verantwoording te nemen. Ontbreken personen die ingevolge de
eerste of tweede zin naast de vereniging zijn verbonden, dan zijn
degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
3.De bestuurders van een zodanige
vereniging kunnen haar doen inschrijven in het handelsregister.
Indien de statuten op schrift zijn gesteld, leggen zij alsdan een
afschrift daarvan ten kantore van dat register neer.
4.Heeft de inschrijving, bedoeld in
het vorige lid, plaatsgevonden, dan is degene die uit hoofde van
lid 2 wordt verbonden slechts aansprakelijk, voor zover de
wederpartij aannemelijk maakt dat de vereniging niet aan de
verbintenis zal voldoen.
Artikel 31 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 32 [Vervallen per 01-09-1994]
Artikel 33
Tenzij de statuten anders bepalen,
beslist het bestuur over de toelating van een lid en kan bij
niet-toelating de algemene vergadering alsnog tot toelating
besluiten.
Artikel 34
1.Het lidmaatschap van de
vereniging is persoonlijk, tenzij de statuten anders bepalen.
2.Tenzij de statuten van de
vereniging anders bepalen, gaat het lidmaatschap van een
rechtspersoon die door fusie of splitsing ophoudt te bestaan, over
op de verkrijgende rechtspersoon onderscheidenlijk overeenkomstig
de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving op een van de
verkrijgende rechtspersonen.
Artikel 34a
Verbintenissen kunnen slechts bij of
krachtens de statuten aan het lidmaatschap worden verbonden.
Artikel 35
1.Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid,
tenzij de statuten overgang krachtens erfrecht toelaten;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de
vereniging;
d. door ontzetting.
2.De vereniging kan het
lidmaatschap opzeggen in de gevallen in de statuten genoemd,
voorts wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten door de
statuten voor het lidmaatschap gesteld, te voldoen, alsook wanneer
redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren. Tenzij de statuten dit aan een
ander orgaan opdragen, geschiedt de opzegging door het bestuur.
3.Ontzetting kan alleen worden
uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten,
reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging
op onredelijke wijze benadeelt.
4.Tenzij de statuten dit aan een
ander orgaan opdragen, geschiedt de ontzetting door het bestuur.
Het lid wordt ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met
opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem staat, behalve wanneer
krachtens de statuten het besluit door de algemene vergadering is
genomen, binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van
het besluit, beroep op de algemene vergadering of een daartoe bij
de statuten aangewezen orgaan of derde open. De statuten kunnen
een andere regeling van het beroep bevatten, doch de termijn kan
niet korter dan op één maand worden gesteld. Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
5.Wanneer het lidmaatschap in de
loop van een boekjaar eindigt, blijft, tenzij de statuten anders
bepalen, desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel
verschuldigd.
Artikel 36
1.Tenzij de statuten anders
bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap slechts geschieden
tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een
opzeggingstermijn van vier weken; op deze termijn is de Algemene
termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het
lidmaatschap worden beëindigd door opzegging tegen het eind van
het boekjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd, of
onmiddellijk, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren.
2.Een opzegging in strijd met het
in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen op het
vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was
opgezegd.
3.Een lid kan voorts zijn
lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand
nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn
verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of
medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing.
Deze bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij de statuten worden
ontzegd voor het geval van wijziging van de daar nauwkeurig
omschreven rechten en verplichtingen en voorts in het algemeen
voor het geval van wijziging van geldelijke rechten en
verplichtingen.
4.Een lid kan zijn lidmaatschap ook
met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een
besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging is een
andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
Artikel 37
1.Het bestuur wordt uit de leden
benoemd, De statuten kunnen echter bepalen dat bestuurders ook
buiten de leden kunnen worden benoemd.
2.De benoeming geschiedt door de
algemene vergadering. De statuten kunnen de wijze van benoeming
echter ook anders regelen, mits elk lid middellijk of onmiddellijk
aan de stemming over de benoeming der bestuurders kan deelnemen.
3.De statuten kunnen bepalen, dat
een of meer der bestuursleden, mits minder dan de helft, door
andere personen dan de leden worden benoemd.
4.Is in de statuten bepaald dat een
bestuurder in een vergadering uit een bindende voordracht moet
worden benoemd, dan kan aan die voordracht het bindend karakter
worden ontnomen door een met ten minste twee derden van de
uitgebrachte stemmen genomen besluit van die vergadering. In de
statuten kan worden bepaald dat op deze vergadering ten minste een
bepaald aantal stemmen moet kunnen worden uitgebracht; dit aantal
mag niet hoger worden gesteld dan twee derden van het aantal
stemmen dat door de stemgerechtigden gezamenlijk kan worden
uitgebracht.
5.Indien ingevolge de statuten een
bestuurslid door leden of afdelingen buiten een vergadering wordt
benoemd, dan moet aan de leden gelegenheid worden geboden
kandidaten te stellen. De statuten kunnen bepalen dat dit recht
slechts aan een aantal leden gezamenlijk toekomt, mits hun aantal
niet hoger wordt gesteld dan een vijfde van het aantal leden dat
aan de verkiezing kan deelnemen. De statuten kunnen voorts bepalen
dat aldus gestelde kandidaten slechts zijn benoemd, indien zij ten
minste een bepaald aantal stemmen op zich hebben verenigd, mits
dit aantal niet groter is dan twee derden van het aantal der
uitgebrachte stemmen.
6.Een bestuurslid kan, ook al is
hij voor een bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door het orgaan
dat hem heeft benoemd, worden ontslagen of geschorst. Een
veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de
vereniging en bestuurder kan door de rechter niet worden
uitgesproken.
7.Tenzij de statuten anders
bepalen, wijst het bestuur uit zijn midden een voorzitter, een
secretaris en een penningmeester aan.
Artikel 38
1.Behoudens het in het volgende
artikel bepaalde, hebben alle leden die niet geschorst zijn,
toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één
stem; een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin
het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd daarover
het woord te voeren. De statuten kunnen aan bepaalde leden meer
dan één stem toekennen.
2.Tenzij de statuten anders
bepalen, treden de voorzitter en de secretaris van het bestuur of
hun vervangers, als zodanig ook op bij de algemene vergadering.
3.De statuten kunnen bepalen dat
personen die deel uitmaken van andere organen der vereniging en
die geen lid zijn, in de algemene vergadering stemrecht kunnen
uitoefenen. Het aantal der door hen gezamenlijk uitgebrachte
stemmen zal echter niet meer mogen zijn dan de helft van het
aantal der door de leden uitgebrachte stemmen.
4.Tenzij de statuten anders
bepalen, kan iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd
is, aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht verlenen
tot het uitbrengen van zijn stem.
5.Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
6.De statuten kunnen bepalen dat
iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd is het
stemrecht kan uitoefenen door middel van een elektronisch
communicatiemiddel.
7.Voor de toepassing van lid 6 is
vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch
communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht
kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch
communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
8.De statuten kunnen bepalen dat
stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een
elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, doch niet
eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, gelijk
worden gesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering worden
uitgebracht.
9.Bij of krachtens de statuten
kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het
elektronisch communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden krachtens
de statuten worden gesteld, worden deze bij de oproeping bekend
gemaakt.
Artikel 39
1.De statuten kunnen bepalen dat de
algemene vergadering zal bestaan uit afgevaardigden die door en
uit de leden worden gekozen. De wijze van verkiezing en het aantal
van de afgevaardigden worden door de statuten geregeld; elk lid
moet middellijk of onmiddellijk aan de verkiezing kunnen
deelnemen. De leden 4 en 5 van artikel 37 zijn bij de verkiezing
van overeenkomstige toepassing. Artikel 38 lid 3 is van
overeenkomstige toepassing op personen die deel uitmaken van
andere organen der vereniging en die geen afgevaardigde zijn.
2.De statuten kunnen bepalen dat
bepaalde besluiten van de algemene vergadering aan een referendum
zullen worden onderworpen. De statuten regelen de gevallen waarin,
de tijd waarbinnen, en de wijze waarop het referendum zal worden
gehouden. Hangende de uitslag van het referendum wordt de
uitvoering van het besluit geschorst.
Artikel 40
1.Aan de algemene vergadering komen
in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de
statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2.Een eenstemmig besluit van alle
leden of afgevaardigden, ook al zijn deze niet in een vergadering
bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen,
dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
Artikel 41
1.Het bestuur roept de algemene
vergadering bijeen, zo dikwijls het dit wenselijk oordeelt, of
wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is. De
statuten kunnen deze bevoegdheid ook aan anderen dan het bestuur
verlenen.
2.Op schriftelijk verzoek van ten
minste een zodanig aantal leden of afgevaardigden als bevoegd is
tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der stemmen in de
algemene vergadering of van een zoveel geringer aantal als bij de
statuten is bepaald, is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen
van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan
vier weken na indiening van het verzoek.
3.Indien aan het verzoek binnen
veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen, tenzij in de
statuten de wijze van bijeenroeping der algemene vergadering voor
dit geval anders is geregeld, de verzoekers zelf tot die
bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur de algemene
vergadering bijeenroept of bij advertentie in ten minste één ter
plaatse waar de vereniging gevestigd is, veelgelezen dagblad. De
verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de
leiding der vergadering en het opstellen der notulen.
4.Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek
bedoeld in lid 2 voldaan indien het verzoek elektronisch is
vastgelegd.
5.Tenzij de statuten anders bepalen
kan, indien een lid of afgevaardigde hiermee instemt, de
bijeenroeping geschieden door een langs elektronische weg
toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat
door hem voor dit doel is bekend gemaakt.
Artikel 41a
De artikelen 37-41 zijn van
overeenkomstige toepassing op de afdelingen van een vereniging die
geen rechtspersonen zijn en die een algemene vergadering en een
bestuur hebben; hetgeen in die artikelen omtrent de statuten is
bepaald, kan in een afdelingsreglement worden neergelegd.
Artikel 42
1.In de statuten van de vereniging
kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een
algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat
aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De
termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten
minste zeven dagen.
2.Zij die de oproeping tot de
algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot
statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen
vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de
voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe
geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van
de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Aan de afdelingen
waaruit de vereniging bestaat en aan afgevaardigden moet het
voorstel ten minste veertien dagen vóór de vergadering ter
kennis zijn gebracht; de vorige zin is alsdan niet van toepassing.
3.Het bepaalde in de eerste twee
leden is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering
alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en
het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt
genomen.
4.Het in dit artikel en de eerste
twee leden van het volgende artikel bepaalde is van
overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding.
Artikel 43
1.Tenzij de statuten anders
bepalen, behoeft een besluit tot statutenwijziging ten minste twee
derden van de uitgebrachte stemmen.
2.Voor zover de bevoegdheid tot
wijziging bij de statuten mocht zijn uitgesloten, is wijziging
niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering, waarin
alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
3.Een bepaling in de statuten,
welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen beperkt, kan slechts worden gewijzigd met inachtneming
van gelijke beperking.
4.Een bepaling in de statuten,
welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering, waarin alle leden of afgevaardigden
aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
5.Heeft de vereniging volledige
rechtsbevoegdheid, dan treedt de wijziging niet in werking dan
nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. De bestuurders
zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de
gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van het
handelsregister.
6.De bestuurders van een vereniging
met beperkte rechtsbevoegdheid, waarvan de statuten overeenkomstig
artikel 30 lid 3 van dit Boek in afschrift ten kantore van het
handelsregister zijn nedergelegd, zijn verplicht aldaar tevens een
afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neder te
leggen.
Artikel 44
1.Behoudens beperkingen volgens de
statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2.Slechts indien dit uit de
statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd te besluiten tot het
aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en
bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van
overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich
tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De
statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden
binden. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede
voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de vereniging ter
zake van deze handelingen, tenzij de statuten anders bepalen.
Artikel 45
1.Het bestuur vertegenwoordigt de
vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2.De statuten kunnen de bevoegdheid
tot vertegenwoordiging bovendien toekennen aan een of meer
bestuurders. Zij kunnen bepalen dat een bestuurder de vereniging
slechts met medewerking van een of meer anderen mag
vertegenwoordigen.
3.Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de vereniging worden
ingeroepen.
4.De statuten kunnen ook aan andere
personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 46
De vereniging kan, voor zover uit de
statuten niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden
rechten bedingen en, voor zover dit in de statuten uitdrukkelijk is
bepaald, te hunnen laste verplichtingen aangaan. Zij kan nakoming
van bedongen rechten jegens en schadevergoeding aan een lid
vorderen, tenzij dit zich daartegen verzet.
Artikel 47
In alle gevallen waarin de vereniging
een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders of
commissarissen kan de algemene vergadering een of meer personen
aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.
Artikel 48
1.Het bestuur brengt op een
algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het
boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene
vergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken in de
vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de
staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan
de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de
bestuurders en commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een
of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding
gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de
gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze
verplichtingen nakomen.
2.Ontbreekt een raad van
commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken aan
de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring afkomstig
van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, dan benoemt
de algemene vergadering jaarlijks een commissie van ten minste
twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De
commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van lid
1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar
bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve
van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te
verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging
voor raadpleging beschikbaar te stellen.
3.Een vereniging die een of meer
ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het
handelsregister moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de staat
van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen.
Artikel 49
1.Jaarlijks binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar van een vereniging als bedoeld in artikel
360 lid 3, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste
vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het
deze voor de leden ter inzage ten kantore van de vereniging.
Binnen deze termijn legt het bestuur ook het jaarverslag ter
inzage voor de leden, tenzij de artikelen 396 lid 7 of 403 voor de
vereniging gelden.
2.De jaarrekening wordt ondertekend
door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de
ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt.
3.De jaarrekening wordt vastgesteld
door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk een maand
na afloop van de termijn doet houden. Vaststelling van de
jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
4.Artikel 48 lid 1 is niet van
toepassing op de vereniging bedoeld in artikel 360 lid 3. Artikel
48 lid 2 is hierop van toepassing met dien verstande dat onder
stukken wordt verstaan de stukken die ingevolge lid 1 worden
overgelegd.
5.Een vereniging als bedoeld in
artikel 360 lid 3 mag ten laste van de door de wet voorgeschreven
reserves een tekort slechts delgen voor zover de wet dat toestaat.
6.Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening.
Artikel 50
De vereniging, bedoeld in artikel 360
lid 3, zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de
krachtens artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep
voor de algemene vergadering, bestemd tot behandeling van de
jaarrekening, te haren kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de
stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
Artikel 50a
De artikelen 131, 138, 139, 149 en
150 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement
van een vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een
notariële akte en die aan de heffing van vennootschapsbelasting is
onderworpen.
Artikel 51
In geval van faillissement of
surséance van betaling van een vereniging die is ingeschreven in
het handelsregister, worden de aankondigingen welke krachtens de
Faillissementswet in de Nederlandse Staatscourant worden opgenomen,
door hem die met die openbaarmaking is belast, mede ter inschrijving
in dat register opgegeven.
Artikel 52
Voorzover van de bepalingen van deze
titel in de statuten kan worden afgeweken, kan deze afwijking alleen
geschieden bij op schrift gestelde statuten.
Titel 3. Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 53
1.De coöperatie is een bij
notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet
zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde stoffelijke
behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten,
anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat
zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen.
2.De onderlinge
waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als onderlinge
waarborgmaatschappij opgerichte vereniging. Zij moet zich blijkens
de statuten ten doel stellen met haar leden
verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar
leden uitoefent.
3.De statuten van een coöperatie
kunnen haar veroorloven overeenkomsten als die welke zij met haar
leden sluit, ook met anderen aan te gaan; hetzelfde geldt voor de
statuten van een onderlinge waarborgmaatschappij waarbij iedere
verplichting van leden of oud-leden om in de tekorten bij te
dragen is uitgesloten.
4.Indien een coöperatie of een
onderlinge waarborgmaatschappij de in het vorige lid bedoelde
bevoegdheid uitoefent, mag zij dat niet in een zodanige mate doen,
dat de overeenkomsten met de leden slechts van ondergeschikte
betekenis zijn.
Artikel 53a
De bepalingen van de vorige titel
zijn, met uitzondering van de artikelen 26 lid 3 en 44 lid 2, op de
coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij van toepassing,
voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.
Artikel 54
1.Een coöperatie en een onderlinge
waarborgmaatschappij worden opgericht door een meerzijdige
rechtshandeling bij notariële akte.
2.De naam van een coöperatie moet
het woord "coöperatief" bevatten, die van een
onderlinge waarborgmaatschappij het woord "onderling" of
"wederkerig". De naam van de rechtspersoon moet aan het
slot de letters W.A., B.A. of U.A. overeenkomstig artikel 56
dragen.
Artikel 54a [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 55
1.Zij die bij de ontbinding leden
waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te
zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten
aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar
insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan
wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar
van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een
langere termijn dan een jaar vaststellen.
2.Bevatten de statuten niet een
maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor
gelijke delen aansprakelijk.
3.Kan op een of meer van de leden
of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet worden
verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden en
oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel,
aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de
vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of oud-leden,
op grond dat door de uitoefening van het verhaalsrecht een bate
voor de boedel niet zou worden verkregen. Indien de vereffening
geschiedt onder toezicht van personen, door de wet met dat
toezicht belast, kunnen de vereffenaars van dat verhaal slechts
afzien met machtiging van deze personen.
4.De aansprakelijke leden en
oud-leden zijn gehouden tot onmiddellijke betaling van hun aandeel
in een geraamd tekort, vermeerderd met 50 ten honderd, of zoveel
minder als de vereffenaars voldoende achten, tot voorlopige
dekking van een nadere omslag voor de kosten van invordering en
van het aandeel van hen, die in gebreke mochten blijven aan hun
verplichting te voldoen.
5.Een lid of oud-lid is niet
bevoegd tot verrekening van zijn schuld uit hoofde van dit
artikel.
Artikel 56
1.Een coöperatie of een onderlinge
waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het vorige
artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van haar
leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen, uitsluiten of
tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop slechts een
beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot van zijn naam in
het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting van
aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A.
(beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon
waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A.
(wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.
2.De genoemde rechtspersonen zijn,
behoudens in telegrammen en reclames, verplicht haar naam volledig
te voeren.
Artikel 57
1.Bij de statuten kan worden
bepaald dat er een raad van commissarissen zal zijn. De raad
bestaat uit een of meer natuurlijke personen.
2.De raad van commissarissen heeft
tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de
algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daarmee
verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad ter zijde.
Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar
het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden
onderneming.
3.Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere door de
algemene vergadering benoemde bestuurder te allen tijde te
schorsen. Deze schorsing kan te allen tijde door de algemene
vergadering worden opgeheven.
4.Behoudens het bepaalde in artikel
47 vertegenwoordigt de raad van commissarissen de rechtspersoon in
andere gevallen van strijdig belang met een of meer bestuurders
dan het sluiten of wijzigen van overeenkomsten zoals deze met alle
leden in gelijke omstandigheden worden gesloten. De statuten
kunnen van deze bepaling afwijken.
5.De statuten kunnen aanvullende
bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van
zijn leden bevatten.
6.Tenzij de statuten anders
bepalen, kan de algemene vergadering aan de commissarissen als
zodanig een bezoldiging toekennen.
7.Tenzij de statuten de
commissarissen stemrecht toekennen, hebben zij als zodanig in de
algemene vergadering slechts raadgevende stem.
8.Het bestuur verschaft de raad van
commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak
noodzakelijke gegevens.
Artikel 57a
1.Op de benoeming van
commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn
aangewezen, is artikel 37 van overeenkomstige toepassing, tenzij
zij overeenkomstig artikel 63f geschiedt.
2.Bij een aanbeveling of voordracht
tot benoeming van een commissaris worden van de kandidaat
medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de betrekkingen die hij
bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn
in verband met de vervulling van de taak van een commissaris.
Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij reeds als
commissaris is verbonden; indien zich daaronder rechtspersonen
bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met de aanduiding
van de groep worden volstaan. De aanbeveling en de voordracht
worden met redenen omkleed.
Artikel 58
1.Jaarlijks binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met
ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van
bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op
en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van de
rechtspersoon. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het
jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de artikelen 396 lid
7, of 403 voor de rechtspersoon gelden. De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur uiterlijk
een maand na afloop van de termijn doet houden. Artikel 48 lid 2
is van overeenkomstige toepassing. Vaststelling van de
jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
2.De opgemaakte jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3.De rechtspersoon zorgt dat de
opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens artikel
392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de algemene
vergadering, bestemd tot behandeling van de jaarrekening, te
zijnen kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de stukken aldaar
inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
4.Ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor
zover de wet dat toestaat.
5.Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening.
Artikel 59
1.Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen zijn niet bevoegd door een besluit
wijzigingen in de met haar leden in de uitoefening van haar
bedrijf aangegane overeenkomsten aan te brengen, tenzij zij zich
deze bevoegdheid in de overeenkomst op duidelijke wijze hebben
voorbehouden. Een verwijzing naar statuten, reglementen, algemene
voorwaarden of dergelijke, is daartoe niet voldoende.
2.Op een wijziging als in het
vorige lid bedoeld kan de rechtspersoon zich tegenover een lid
slechts beroepen indien de wijziging schriftelijk aan het lid was
medegedeeld.
Artikel 60
Voor de coöperatie geldt voorts dat,
met behoud der vrijheid van uittreding uit de coöperatie, daaraan
bij de statuten voorwaarden, in overeenstemming met haar doel en
strekking, kunnen worden verbonden. Een voorwaarde welke verder gaat
dan geoorloofd is, wordt in zoverre voor niet geschreven gehouden.
Artikel 61
Voor een coöperatie, die in haar
statuten niet iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in
een tekort bij te dragen heeft uitgesloten, gelden bovendien de
volgende bepalingen:
a. Het lidmaatschap wordt
schriftelijk aangevraagd. Aan de aanvrager wordt eveneens
schriftelijk bericht, dat hij als lid is toegelaten of
geweigerd. Wanneer hij is toegelaten, wordt hem tevens
medegedeeld onder welk nummer hij als lid in de administratie
der coöperatie is ingeschreven. Niettemin behoeft, ten bewijze
van de verkrijging van het lidmaatschap, van een schriftelijke
aanvrage en een schriftelijk bericht als hiervoor bedoeld, niet
te blijken.
b. De geschriften, waarbij het
lidmaatschap wordt aangevraagd, worden gedurende ten minste tien
jaren door het bestuur bewaard. Echter behoeven de hierbedoelde
geschriften niet te worden bewaard voor zover het betreft
diegenen, van wie het lidmaatschap kan blijken uit een door hen
ondertekende, gedagtekende verklaring in de administratie van de
coöperatie.
c. De opzegging van het
lidmaatschap kan slechts geschieden, hetzij bij een afzonderlijk
geschrift, hetzij door een door het lid ondertekende,
gedagtekende verklaring in de administratie van de coöperatie.
Het lid dat de opzegging doet, ontvangt daarvan een
schriftelijke erkenning van het bestuur. Wordt de schriftelijke
erkenning niet binnen veertien dagen gegeven, dan is het lid
bevoegd de opzegging op kosten van de coöperatie bij
deurwaardersexploot te herhalen.
d. Een door het bestuur
gewaarmerkt afschrift van de ledenlijst wordt ten kantore van
het handelsregister neergelegd bij de inschrijving van de
coöperatie. Binnen een maand na het einde van ieder boekjaar
wordt door het bestuur een schriftelijke opgave van de
wijzigingen die de ledenlijst in de loop van het boekjaar heeft
ondergaan, aan de ten kantore van het handelsregister
neergelegde lijst toegevoegd of wordt, indien de Kamer van
Koophandel en Fabrieken dit nodig oordeelt, een nieuwe lijst
neergelegd.
Artikel 62
Voor een onderlinge
waarborgmaatschappij gelden voorts de volgende bepalingen:
a. Zij die als verzekeringnemer
bij een onderlinge waarborgmaatschappij een overeenkomst van
verzekering lopende hebben, zijn van rechtswege lid van de
waarborgmaatschappij. Bij de onderlinge waarborgmaatschappij die
krachtens haar statuten ook verzekeringnemers die geen lid zijn
mag verzekeren, kan van deze bepaling worden afgeweken.
b. Tenzij de statuten anders
bepalen, duurt het lidmaatschap dat uit een
verzekeringsovereenkomst ontstaat, voort totdat alle door het
lid met de waarborgmaatschappij gesloten
verzekeringsovereenkomsten zijn geëindigd. Bij overdracht of
overgang van de rechten en verplichtingen uit zodanige
overeenkomst gaat het lidmaatschap, voor zover uit die
overeenkomst voortvloeiende, op de nieuwe verkrijger of de
nieuwe verkrijgers over, een en ander behoudens afwijkende
bepalingen in de statuten.
c. Indien het waarborgkapitaal
van een onderlinge waarborgmaatschappij in aandelen is verdeeld,
zijn de artikelen 79-89, 90-92, 95, 96 lid 1, 98 leden 1 en 6,
en 98c leden 1 en 2 van dit boek van overeenkomstige toepassing.
Artikel 63
1.Het is aan een persoon die geen
coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is, verboden
zaken te doen met gebruik van de aanduiding
"coöperatief", "onderling" of
"wederkerig".
2.Ingeval van overtreding van dit
verbod kan iedere coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij
vorderen, dat de overtreder zich op straffe van een door de
rechter te bepalen dwangsom onthoudt het gewraakte woord bij het
doen van zaken te gebruiken.
Afdeling 2. De raad van
commissarissen bij de grote coöperatie en bij de grote onderlinge
waarborgmaatschappij
Artikel 63a
In deze afdeling wordt onder een
afhankelijke maatschappij verstaan:
a. een rechtspersoon waaraan de
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij of een of meer
afhankelijke maatschappijen alleen of samen voor eigen rekening
ten minste de helft van het geplaatste kapitaal verschaffen.
b. een vennootschap waarvan een
onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor
de coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij als vennote
jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle schulden.
Artikel 63b
1. Een coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij moet, indien lid 2 op haar van toepassing is,
binnen twee maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door
de algemene vergadering, aan het handelsregister opgeven dat zij
voldoet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden. Totdat artikel 63c
lid 3 toepassing heeft gevonden, vermeldt het bestuur in elk
volgend jaarverslag wanneer de opgave is gedaan; wordt de opgaaf
doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het eerste
jaarverslag dat na de doorhaling wordt uitgebracht.
2. De verplichting tot opgave
geldt, indien:
a. het eigen vermogen volgens
de balans met toelichting ten minste een bij koninklijk
besluit vastgesteld grensbedrag beloopt,
b. de rechtspersoon of een
afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting
een ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de rechtspersoon en haar
afhankelijke maatschappijen te zamen in de regel ten minste
honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.
3. Het in onderdeel a van lid 2
genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer
sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij
afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag
minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
4. Onder het eigen vermogen wordt
in onderdeel a van lid 2 begrepen de gezamenlijke verrichte en nog
te verrichten inbreng van vennoten bij wijze van geldschieting in
afhankelijke maatschappijen die commanditaire vennootschap zijn,
voor zover dit niet tot dubbeltelling leidt.
Artikel 63c
1.De artikelen 63f tot en met 63j
zijn van toepassing op een rechtspersoon waaromtrent een in
artikel 63b bedoelde opgaaf gedurende drie jaren onafgebroken is
ingeschreven. Deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken,
indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten
onrechte heeft plaatsgevonden, ongedaan is gemaakt.
2.De doorhaling van de inschrijving
op de grond dat de rechtspersoon niet meer voldoet aan de
voorwaarden van artikel 63b lid 2 doet de toepasselijkheid van de
artikelen 63f tot en met 63j slechts eindigen, indien na de
doorhaling drie jaren zijn verstreken waarin de rechtspersoon niet
opnieuw tot de opgaaf verplicht is geweest.
3.De coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij brengt haar statuten in overeenstemming met
de artikelen 63f tot en met 63j welke voor haar gelden, uiterlijk
met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar
van toepassing worden.
Artikel 63d
1.De artikelen 63f tot en met 63j
gelden niet voor een rechtspersoon wier werkzaamheid zich
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de
financiering van afhankelijke maatschappijen en van haar en hun
deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers van de
Nederlandse afhankelijke maatschappijen vertegenwoordigd zijn in
een ondernemingsraad die de bevoegdheden heeft, bedoeld in de
artikelen 158 en 268.
2.Onze Minister van Justitie kan,
gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij op haar verzoek ontheffing
verlenen van een of meer der artikelen 63f tot en met 63j. De
ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen
voorschriften worden verbonden. Zij kan worden gewijzigd en
ingetrokken.
Artikel 63e
Een coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij waarvoor artikel 63c niet geldt, kan bij haar
statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de
taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen
overeenkomstig de artikelen 63f tot en met 63j, indien zij of een
afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld
waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn. Deze regeling in de statuten verliest haar gelding
zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op die raad niet
langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn.
Artikel 63f
1.De grote coöperatie en de grote
onderlinge waarborgmaatschappij hebben een raad van
commissarissen.
2.De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 8, op voordracht van de raad van
commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voorzover de
benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of
voordat dit artikel op de rechtspersoon van toepassing is
geworden.
3.De raad van commissarissen
bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen
minder dan drie, dan bevordert de raad onverwijld maatregelen tot
aanvulling van zijn ledental.
4.De algemene vergadering, de
ondernemingsraad en het bestuur kunnen aan de raad van
commissarissen personen aanbevelen om als commissaris voor te
dragen. De raad van commissarissen deelt hun daartoe tijdig mede,
wanneer en ten gevolge waarvan in zijn midden een plaats moet
worden vervuld.
5.De raad van commissarissen geeft
aan de algemene vergadering en de ondernemingsraad kennis van de
naam van degene die hij voordraagt, met inachtneming van artikel
57a lid 2.
6.De algemene vergadering benoemt
de voorgedragen persoon, tenzij de ondernemingsraad binnen twee
maanden na de kennisgeving of de algemene vergadering zelf
uiterlijk in de eerste vergadering na die twee maanden tegen de
voordracht bezwaar maakt:
a. op grond dat de
voorschriften van lid 4, tweede volzin, of lid 5 niet
behoorlijk zijn nageleefd;
b. op grond van de verwachting
dat de voorgedragen persoon ongeschikt zal zijn voor de
vervulling van de taak van de commissaris; of
c. op grond van de verwachting
dat de raad van commissarissen bij benoeming overeenkomstig
het voornemen niet naar behoren zal zijn samengesteld.
7.Het bezwaar wordt aan de raad van
commissarissen onder opgave van redenen medegedeeld.
8.Niettegenstaande het bezwaar van
de ondernemingsraad kan de voorgedragen candidaat worden benoemd,
indien de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam het
bezwaar ongegrond verklaart op verzoek van een daartoe door de
raad van commissarissen aangewezen vertegenwoordiger. Op diens
verzoek benoemt de ondernemingskamer de voorgedragen candidaat,
indien de algemene vergadering bezwaar heeft gemaakt of hem niet
in haar daartoe bijeengeroepen vergadering heeft benoemd, tenzij
de ondernemingskamer een bezwaar van de algemene vergadering
gegrond acht.
9.Verweer kan worden gevoerd door
een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de ledenvergadering
of door de ondernemingsraad die het in lid 6 bedoelde bezwaar
heeft gemaakt.
10.Tegen de beslissing van de
ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
11.Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van de rechtspersoon of van
een afhankelijke maatschappij. Zijn er twee of meer
ondernemingsraden, dan zijn deze gelijkelijk bevoegd. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de
ondernemingsraad volgens dit artikel toe aan de centrale
ondernemingsraad. De ondernemingsraad neemt geen besluit als
bedoeld in dit artikel dan na er ten minste eenmaal over te hebben
overlegd met de rechtspersoon.
Artikel 63g
1.Ontbreken alle commissarissen,
dan kunnen de ondernemingsraad en het bestuur personen voor
benoeming tot commissaris aanbevelen aan de ledenvergadering.
Degene die de algemene vergadering bijeenroept, deelt de
ondernemingsraad en het bestuur tijdig mede dat de benoeming van
commissarissen onderwerp van behandeling zal zijn.
2.De benoeming is van kracht,
tenzij de ondernemingsraad binnen twee maanden na overeenkomstig
artikel 63f lid 5 in kennis te zijn gesteld van de naam van de
benoemde persoon, overeenkomstig artikel 63f lid 6 bij de
rechtspersoon bezwaar maakt. Niettegenstaande dit bezwaar wordt de
benoeming van kracht, indien de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam op verzoek van een daartoe door de
algemene vergadering aangewezen vertegenwoordiger het bezwaar
ongegrond verklaart.
3.De leden van 10 en 11 van artikel
63f zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 63h
1.Commissaris kunnen niet zijn:
a. personen in dienst van de
rechtspersoon;
b. personen in dienst van een
afhankelijke maatschappij;
c. bestuurders en personen in
dienst van een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken te
zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de
onder a en b bedoelde personen.
2.De statuten mogen voor ten
hoogste twee derden van het aantal commissarissen bepalen dat zij
worden benoemd uit een kring waartoe ten minste de leden van de
rechtspersoon behoren.
Artikel 63i
1.Een commissaris treedt uiterlijk
af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is
geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag
van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier
jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is
gaan gelden.
2.De ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam kan op verzoek een commissaris ontslaan
wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige
redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op
grond waarvan handhaving van de commissaris redelijkerwijs niet
van de rechtspersoon kan worden verlangd. Het verzoek kan worden
ingediend door een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de
raad van commissarissen, door de algemene vergadering of door de
ondernemingsraad. Artikel 63f lid 11 is van overeenkomstige
toepassing.
3.Een commissaris kan slechts
worden geschorst door de raad van commissarissen. De schorsing
vervalt van rechtswege, indien niet binnen een maand na de aanvang
der schorsing een verzoek als bedoeld in lid 2 is ingediend bij de
ondernemingskamer.
Artikel 63j
1.Aan de goedkeuring van de raad
van commissarissen zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent:
a. uitgifte van schuldbrieven
ten laste van de rechtspersoon;
b. uitgifte van schuldbrieven
ten laste van een commanditaire vennootschap of vennootschap
onder firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke
vennoot is;
c. het aanvragen van toelating
van de onder a en b bedoelde schuldbrieven tot de handel op
een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt
of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is dan wel het aanvragen van een
intrekking van zodanige toelating;
d. het aangaan of verbreken van
duurzame samenwerking van de rechtspersoon of een afhankelijke
maatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan
wel als volledig aansprakelijk vennoot in een commanditaire
vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor
de rechtspersoon;
e. het nemen van een deelneming
ter waarde van ten minste een vierde van het bedrag van het
eigen vermogen volgens de balans met toelichting van de
rechtspersoon, door deze of een afhankelijke maatschappij in
het kapitaal van een vennootschap, alsmede het ingrijpend
vergroten of verminderen van zulk een deelneming;
f. investeringen welke een
bedrag vereisen, gelijk aan een vierde van het eigen vermogen
volgens de balans met toelichting van de rechtspersoon;
g. een voorstel tot wijziging
der statuten;
h. een voorstel tot ontbinding
van de rechtspersoon;
i. aangifte van faillissement
en aanvrage van surséance van betaling;
j. beëindiging van de
arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van
de rechtspersoon of een afhankelijke maatschappij
tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende wijziging in de
arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de rechtspersoon of van een afhankelijke maatschappij.
2.Het ontbreken van de goedkeuring
van de raad van commissarissen op een besluit als bedoeld in lid 1
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of
bestuurders niet aan.
3.Voor besluiten van de
rechtspersoon als bedoeld in de onderdelen d, e, f, j en k van lid
1 is enig besluit vereist van het bestuur.
Titel 4. Naamloze vennootschappen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 64
1.De naamloze vennootschap is een
rechtspersoon met een in overdraagbare aandelen verdeeld
maatschappelijk kapitaal. Een aandeelhouder is niet persoonlijk
aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn aandeel
behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij
te dragen. Ten minste één aandeel wordt gehouden door een ander
dan en anders dan voor rekening van de vennootschap of een van
haar dochtermaatschappijen.
2.De vennootschap wordt door een of
meer personen opgericht bij notariële akte. Voor oprichting is
vereist een verklaring van Onze Minister van Justitie dat hem van
geen bezwaren is gebleken. De akte wordt getekend door iedere
oprichter en door ieder die blijkens deze akte een of meer
aandelen neemt.
3.De akte van oprichting moet
binnen drie maanden na de dagtekening van de verklaring van geen
bezwaar zijn verleden, op straffe van verval van de verklaring.
Onze Minister kan op verzoek van belanghebbenden op grond van
gewichtige redenen deze termijn met ten hoogste drie maanden
verlengen.
Artikel 65
De akte van oprichting van een
naamloze vennootschap wordt verleden in de Nederlandse taal. Een
volmacht tot medewerking aan die akte moet schriftelijk zijn
verleend.
Artikel 66
1.De akte van oprichting moet de
statuten van de naamloze vennootschap bevatten. De statuten
bevatten de naam, de zetel en het doel van de vennootschap.
2.De naam vangt aan of eindigt met
de woorden Naamloze Vennootschap, hetzij voluit geschreven, hetzij
afgekort tot "N.V.".
3.De zetel moet zijn gelegen in
Nederland.
Artikel 67
1.De statuten vermelden het bedrag
van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het bedrag van
de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Zijn er verschillende soorten aandelen, dan vermelden de statuten
het aantal en het bedrag van elke soort. De akte van oprichting
vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en van het
gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende soorten aandelen dan
worden de bedragen van het geplaatste en van het gestorte kapitaal
uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij
de oprichting aandelen neemt de in artikel 86 lid 2 onder b en c
bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem
genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.
2.Het maatschappelijke en het
geplaatste kapitaal moeten ten minste het minimumkapitaal
bedragen. Het minimumkapitaal bedraagt vijfenveertigduizend euro.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt dit bedrag verhoogd,
indien het recht van de Europese Gemeenschappen verplicht tot
verhoging van het geplaatste kapitaal. Voor naamloze
vennootschappen die bestaan op de dag voordat deze verhoging in
werking treedt, wordt zij eerst achttien maanden na die dag van
kracht.
3.Het gestorte deel van het
geplaatste kapitaal moet ten minste vijfenveertigduizend euro
bedragen.
4.Van het maatschappelijke kapitaal
moet ten minste een vijfde gedeelte zijn geplaatst.
5.Een naamloze vennootschap die is
ontstaan voor 1 januari 2002 kan het bedrag van het
maatschappelijke kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Artikel 67a
1.Indien een naamloze vennootschap
in de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het
bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag
van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro
berekend volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het
Verdrag betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde
omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de
komma. Het afgeronde bedrag van elk aandeel in euro mag ten
hoogste 15% hoger of lager liggen dan het oorspronkelijke bedrag
van het aandeel in gulden. Het totaal van de bedragen van de
aandelen in euro bedoeld in artikel 67 is het maatschappelijk
kapitaal in euro. De som van de bedragen van de geplaatste
aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is het bedrag van
het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro. De
akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het
gestorte deel daarvan in euro.
2.Is na omrekening volgens lid 1 de
som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het verdrag
betreffende de Europese unie definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan wordt het
verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de
reserves bedoeld in artikel 389 of 390. Zijn deze reserves niet
toereikend, dan vormt de vennootschap een negatieve
bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten
laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht.
Totdat het verschil uit ingehouden winst of te vormen reserves is
voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in artikel
105 doen. Door het voldoen aan het bepaalde in dit lid worden de
aandelen geacht te zijn volgestort.
3.Is na omrekening volgens lid 1 de
som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan houdt de
vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het
verschil. Artikel 99 is niet van toepassing.
Artikel 67b
Indien de vennootschap in afwijking
van artikel 67a het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze
wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier
rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging
recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het totale bedrag
daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de
aandelen niet te boven gaan.
Artikel 67c
1.Een naamloze vennootschap waarvan
de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de
aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk verkeer
de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee cijfers
achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit artikel. Dit
gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen rechtsgevolg.
2.Indien een naamloze vennootschap
waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en
het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002
een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen
in gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen
omgezet in euro. De artikelen 67a en 67b zijn van toepassing.
Artikel 68
1.Ter verkrijging van een
verklaring van Onze Minister van Justitie dat hem van geen
bezwaren is gebleken, moeten aan hem alle inlichtingen verstrekt
worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag.
Tevens moet aan Onze Minister ten bate van 's Rijks kas een bedrag
van € 90,76 worden voldaan. Wij kunnen bij algemene maatregel
van bestuur dit bedrag verhogen in verband met de stijging van het
loon- en prijspeil.
2.De verklaring mag alleen worden
geweigerd op grond dat er, gelet op de voornemens of de
antecedenten van de personen die het beleid van de vennootschap
zullen bepalen of mede bepalen, gevaar bestaat dat de vennootschap
zal worden gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat haar
werkzaamheid zal leiden tot benadeling van haar schuldeisers.
3.Ten behoeve van de uitoefening
van het toezicht, bedoeld in lid 2, verstrekken het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de
rijksbelastingdienst op zijn verzoek aan Onze Minister de
inlichtingen die deze behoeft. Het instituut en de
rijksbelastingdienst verlenen Onze Minister op verzoek kosteloos
inzage van gegevens waarover zij beschikken of verstrekken
kosteloos uittreksels daaruit.
Artikel 69
1.De bestuurders zijn verplicht de
vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan
ingevolge de artikelen 93a, 94 en 94a gehechte stukken, alsmede
een afschrift van stukken die zijn opgesteld overeenkomstig
artikel 94a lid 4, laatste zin, neer te leggen ten kantore van het
handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij opgave doen van het
totaal van de vastgestelde en geraamde kosten die met de
oprichting verband houden en ten laste van de vennootschap komen.
2.De bestuurders zijn naast de
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun
bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt
verbonden in het tijdvak voordat:
a. de opgave ter eerste
inschrijving in het handelsregister, vergezeld van de neer te
leggen afschriften, is geschied,
b. het gestorte deel van het
kapitaal ten minste het bij de oprichting voorgeschreven
minimumkapitaal bedraagt, en
c. op het bij de oprichting
geplaatste kapitaal ten minste een vierde van het nominale
bedrag is gestort.
3.De aansprakelijkheid als bedoeld
in lid 2, onderdelen b en c, geldt niet, indien toepassing is
gegeven aan artikel 94a lid 4, laatste zin, en onverwijld na het
afleggen van de accountantsverklaring namens de vennootschap de
stortingen zijn opgevraagd die noodzakelijk zijn om te voldoen aan
artikel 67 lid 3 en artikel 80 lid 1.
Artikel 70 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 71
1.Wanneer de naamloze vennootschap
zich krachtens artikel 18 omzet in een vereniging, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid,
tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld in lid 2.
2.Op het besluit tot omzetting is
artikel 100 van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet in
een besloten vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere
aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de
vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn
aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan
de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de
aandeelhouder heeft meegedeeld, dat hij deze schadeloosstelling
kan vragen. De mededeling geschiedt op de zelfde wijze als de
oproeping tot een algemene vergadering.
3.Bij gebreke van overeenstemming
wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer
onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede
partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot
omzetting of door de voorzieningenrechter van de rechtbank. De
artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
Artikel 72
1.Wanneer een besloten vennootschap
zich krachtens artikel 18 omzet in een naamloze vennootschap,
worden aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring van Onze
Minister van Justitie, waarop artikel 235 van toepassing is,
dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging
niet is gebleken;
b. een verklaring van een
accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, waaruit blijkt
dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag binnen
vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het
gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal.
2.Wanneer een andere rechtspersoon
zich krachtens artikel 18 omzet in een naamloze vennootschap,
worden aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring van Onze
Minister van Justitie, waarop artikel 68 van toepassing is,
dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging
niet is gebleken;
b. een verklaring van een
accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, waaruit blijkt
dat het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen
vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt
van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de
akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde
worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na
de omzetting op aandelen zal worden gestort;
c. indien de rechtspersoon
leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens
aandelen niet worden volgestort door omzetting van de reserves
van de rechtspersoon;
d. indien een stichting wordt
omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
3.Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens
artikel 18 omzet in een naamloze vennootschap, wordt ieder lid
aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid
nog kan opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
Artikel 73 [Vervallen per 01-09-1994]
Artikel 74
1.Op verzoek van het openbaar
ministerie ontbindt de rechtbank de naamloze vennootschap wanneer
deze haar doel, door een gebrek aan baten, niet kan bereiken, en
kan de rechtbank de vennootschap ontbinden, wanneer deze haar
werkzaamheid tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt. Het
openbaar ministerie deelt de Kamer van Koophandel en Fabrieken, in
wier handelsregister de vennootschap is ingeschreven, mee dat het
voornemens is een verzoek tot ontbinding in te stellen.
2.De rechtbank ontbindt de
vennootschap op verzoek van het openbaar ministerie wanneer het
geplaatste kapitaal of het gestorte deel daarvan geringer is dan
het minimumkapitaal.
3.Alvorens de ontbinding uit te
spreken kan de rechter de vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het verzuim te herstellen
of zich om te zetten in een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid.
Artikel 75
1.Uit alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de naamloze vennootschap partij
is of die van haar uitgaan, met uitzondering van telegrammen en
reclames, moeten de volledige naam van de vennootschap en haar
woonplaats duidelijk blijken.
2.Indien melding wordt gemaakt van
het kapitaal van de vennootschap, moet in elk geval worden vermeld
welk bedrag is geplaatst, en hoeveel van het geplaatste bedrag is
gestort.
Artikel 76 [Vervallen per 25-11-1988]
Artikel 76a
1.Onder beleggingsmaatschappij met
veranderlijk kapitaal wordt verstaan een naamloze vennootschap,
a. die uitsluitend ten doel
heeft haar vermogen zodanig te beleggen dat de risico’s
daarvan worden gespreid, ten einde haar aandeelhouders in de
opbrengst te doen delen,
b. waarvan het bestuur
krachtens de statuten bevoegd is aandelen in haar kapitaal uit
te geven, te verwerven en te vervreemden,
c. waarvoor aan een beheerder
een vergunning is verleend als bedoeld in de Wet op het
financieel toezicht voor plaatsing van haar aandelen, en
d. waarvan de statuten bepalen
dat de vennootschap beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal is.
2.De vennootschap doet aan het
handelsregister en aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten
opgave dat zij een beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal is. Deze woorden moeten ook in alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de beleggingsmaatschappij met
veranderlijk kapitaal partij is of die van haar uitgaan, met
uitzondering van telegrammen en reclames, duidelijk bij haar naam
worden vermeld.
Artikel 77
Wanneer in deze titel het kantoor van
het handelsregister wordt vermeld, wordt onder het handelsregister
verstaan het register dat wordt gehouden door de Kamer van
Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig artikel 18, zesde en
zevende lid, van de Handelsregisterwet 2007 bevoegd is tot
inschrijving.
Artikel 78
Wanneer in de statuten wordt
gesproken van de houders van zoveel aandelen als tezamen een zeker
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal der vennootschap uitmaken,
wordt, tenzij het tegendeel uit de statuten blijkt, onder kapitaal
verstaan het geplaatste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.
Artikel 78a
Voor de toepassing van de artikelen
87, 96, 96a, 101 lid 6 en 129 wordt onder orgaan van de vennootschap
verstaan de algemene vergadering, de vergadering van houders van
aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van
commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur
en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 79
1.Aandelen zijn de gedeelten,
waarin het maatschappelijk kapitaal bij de statuten is verdeeld.
2.Onderaandelen zijn de onderdelen,
waarin de aandelen krachtens de statuten zijn of kunnen worden
gesplitst.
3.De bepalingen van deze titel over
aandelen en aandeelhouders vinden overeenkomstige toepassing op
onderaandelen en houders van onderaandelen voor zover uit die
bepalingen niet anders blijkt.
Artikel 80
1.Bij het nemen van het aandeel
moet daarop het nominale bedrag worden gestort alsmede, indien het
aandeel voor een hoger bedrag wordt genomen, het verschil tussen
die bedragen. Bedongen kan worden dat een deel, ten hoogste drie
vierden, van het nominale bedrag eerst behoeft te worden gestort
nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd.
2.Het is geoorloofd aan hen die
zich in hun beroep belasten met het voor eigen rekening plaatsen
van aandelen, bij overeenkomst toe te staan op de door hen genomen
aandelen minder te storten dan het nominale bedrag, mits ten
minste vier en negentig ten honderd van dit bedrag uiterlijk bij
het nemen van de aandelen in geld wordt gestort.
3.Een aandeelhouder kan niet geheel
of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot storting,
behoudens het bepaalde in artikel 99.
4.De aandeelhouder en, in het geval
van artikel 90, de voormalige aandeelhouder zijn niet bevoegd tot
verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
Artikel 80a
1.Storting op een aandeel moet in
geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is
overeengekomen.
2.Voor of bij de oprichting kan
storting in vreemd geld slechts geschieden indien de akte van
oprichting vermeldt dat storting in vreemd geld is toegestaan; na
de oprichting kan dit slechts geschieden met toestemming van de
naamloze vennootschap. Storting in een valuta die een eenheid is
van de euro krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie wordt niet beschouwd als storting in
vreemd geld.
3.Met storting in vreemd geld wordt
aan de stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen het
gestorte bedrag vrijelijk in Nederlands geld kan worden gewisseld.
Bepalend is de wisselkoers op de dag van de storting dan wel,
indien vroeger dan een maand voor de oprichting is gestort, op de
dag van de oprichting of, na toepassing van de volgende zin, op de
daar bedoelde dag. De vennootschap kan storting verlangen tegen de
wisselkoers op een bepaalde dag binnen twee maanden voor de
laatste dag waarop moet worden gestort, mits de aandelen of
certificaten onverwijld na de uitgifte zullen worden toegelaten
tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht waarvoor een vergunning is verleend in een
andere lidstaat of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is.
Artikel 80b
1.Indien inbreng anders dan in geld
is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar economische
maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het verrichten
van werk of diensten kan niet worden ingebracht.
2.Inbreng anders dan in geld moet
onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel of na de dag
waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is
overeengekomen.
Artikel 81
Aan een aandeelhouder kan niet, zelfs
niet door wijziging van de statuten, tegen zijn wil enige
verplichting boven de storting tot het nominale bedrag van het
aandeel worden opgelegd.
Artikel 82
1.De statuten bepalen of aandelen
op naam of aan toonder luiden.
2.Indien aandelen zowel op naam als
aan toonder kunnen luiden, moet de naamloze vennootschap op
verzoek van een aandeelhouder een op naam luidend volgestort
aandeel aan toonder stellen of omgekeerd, voor zover de statuten
niet anders bepalen, en wel ten hoogste tegen de kostprijs.
3.Bewijzen van aandeel aan toonder
mogen niet aan de aandeelhouders worden afgegeven dan tegen
storting van ten minste het volle bedrag van die aandelen,
behoudens de bepaling van het tweede lid van artikel 80 van dit
Boek.
4.Indien aandelen aan toonder door
een statutenwijziging op naam worden gesteld kan de aandeelhouder
de aan een aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, tot na
inlevering van het aandeelbewijs aan de vennootschap. Deze
regeling is van overeenkomstige toepassing indien houders van
aandelen aan toonder door fusie of splitsing houders worden van
aandelen op naam, met dien verstande dat overlegging van het
aandeelbewijs volstaat.
Artikel 83
Tegenover de latere verkrijger te
goeder trouw staat aan de naamloze vennootschap niet het bewijs
open, dat een aandeel aan toonder niet is volgestort, of dat op een
aandeel op naam niet is gestort hetgeen een vanwege de vennootschap
op het aandeelbewijs gestelde verklaring als storting op het
nominale bedrag vermeldt.
Artikel 84
De vereffenaar van een naamloze
vennootschap en, in geval van faillissement, de curator zijn bevoegd
tot uitschrijving en inning van alle nog niet gedane stortingen op
de aandelen, onverschillig hetgeen bij de statuten daaromtrent is
bepaald.
Artikel 85
1.Het bestuur van de vennootschap
houdt een register waarin de namen en de adressen van alle houders
van aandelen op naam zijn opgenomen, met vermelding van de datum
waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning
of betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag.
Daarin worden tevens opgenomen de namen en adressen van hen die
een recht van vruchtgebruik of pandrecht op die aandelen hebben,
met vermelding van de datum waarop zij het recht hebben verkregen,
de datum van erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke
aan de aandelen verbonden rechten hun overeenkomstig de leden 2 en
4 van de artikelen 88 en 89 van dit boek toekomen.
2.Het register wordt regelmatig
bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag
van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3.Het bestuur verstrekt desgevraagd
aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder om
niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht
op een aandeel. Rust op het aandeel een recht van vruchtgebruik of
een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan wie de in de leden
2 en 4 van de artikelen 88 en 89 van dit Boek bedoelde rechten
toekomen.
4.Het bestuur legt het register ten
kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders,
alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in lid 4
van de artikelen 88 en 89 van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
De vorige zin is niet van toepassing op het gedeelte van het
register dat buiten Nederland ter voldoening aan de aldaar
geldende wetgeving of ingevolge beursvoorschriften wordt gehouden.
De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte aandelen
zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel van deze
gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 86
1.Voor de uitgifte en levering van
aandeel op naam, niet zijnde een aandeel als bedoeld in artikel
86c, of de levering van een beperkt recht daarop, is vereist een
daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland standplaats
hebbende notaris verleden akte waarbij de betrokkenen partij zijn.
Geen afzonderlijke akte is vereist voor de uitgifte van aandelen
die bij de oprichting worden geplaatst.
2.Akten van uitgifte of levering
moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het aandeel of het beperkt
recht daarop is verkregen;
b. naam, voornamen,
geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats en adres van de
natuurlijke personen die bij de rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm, naam, woonplaats
en adres van de rechtspersonen die bij de rechtshandeling
partij zijn;
d. het aantal en de soort
aandelen waarop de rechtshandeling betrekking heeft, alsmede
e. naam, woonplaats en adres
van de vennootschap op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 86a
1.De levering van een aandeel op
naam of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig
artikel 86 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de
vennootschap.
Behoudens in het geval dat de
vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan
het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij
de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend
overeenkomstig de bepalingen van artikel 86b, dan wel deze heeft
erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld
in lid 2.
2.De vennootschap die kennis draagt
van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang
haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de
akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging
erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of
het beperkte recht daarop in het aandeelhoudersregister. Zij doet
daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de
rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een
afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 86b lid 1 aan haar
over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van
de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in
artikel 86b voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van
erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3.Indien een rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register
van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan
anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister
ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt
recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.
Artikel 86b
1.Behoudens het bepaalde in artikel
86a lid 2 geschiedt de erkenning in de akte dan wel op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
2.Bij erkenning op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een
gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
3.De betekening geschiedt van een
notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
Artikel 86c
1.Voor de levering van een aandeel
op naam of de levering van een beperkt recht daarop in een
vennootschap, waarvan aandelen of certificaten van aandelen zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is, of waarvan aandelen of
certificaten van aandelen, naar ten tijde van de rechtshandeling
op goede gronden kan worden verwacht, daartoe spoedig zullen
worden toegelaten, gelden de volgende bepalingen.
2.Voor de levering van een aandeel
op naam of de levering van een beperkt recht daarop zijn vereist
een daartoe bestemde akte alsmede, behoudens in het geval dat de
vennootschap zelf bij die rechtshandeling partij is, schriftelijke
erkenning door de vennootschap van de levering. De erkenning
geschiedt in de akte, of door een gedagtekende verklaring houdende
de erkenning op de akte of op een notarieel of door de vervreemder
gewaarmerkt afschrift of uittreksel daarvan, of op de wijze als
bedoeld in lid 3. Met de erkenning staat gelijk de betekening van
die akte of dat afschrift of uittreksel aan de vennootschap.
Betreft het de levering van niet volgestorte aandelen, dan kan de
erkenning slechts geschieden wanneer de akte een vaste dagtekening
draagt.
3.Indien voor een aandeel een
aandeelbewijs is afgegeven, kunnen de statuten bepalen dat voor de
levering bovendien afgifte van dat aandeelbewijs aan de
vennootschap is vereist. Dit vereiste geldt niet indien het
aandeelbewijs is verloren, ontvreemd of vernietigd en niet volgens
de statuten kan worden vervangen. Indien het aandeelbewijs aan de
vennootschap wordt afgegeven, kan de vennootschap de levering
erkennen door op dat aandeelbewijs een aantekening te plaatsen
waaruit van de erkenning blijkt of door het afgegeven bewijs te
vervangen door een nieuw aandeelbewijs luidende ten name van de
verkrijger.
4.Een pandrecht kan ook worden
gevestigd zonder erkenning door of betekening aan de vennootschap.
Alsdan is artikel 239 van Boek 3 van overeenkomstige toepassing,
waarbij erkenning door of betekening aan de vennootschap in de
plaats treedt van de in lid 3 van dat artikel bedoelde mededeling.
Artikel 86d
1.De houder van een bewijs van
aandeel aan toonder kan de vennootschap verzoeken hem een
duplicaat te verstrekken van het verloren gegane aandeelbewijs.
2.De houder dient aannemelijk te
maken dat het aandeelbewijs is verloren gegaan, onder vermelding
van de identiteit van het betrokken aandeelbewijs.
3.De vennootschap publiceert de
aanvraag om een duplicaat in de prijscourant van een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of
een met een gereglementeerde markt of multilaterale
handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen
lidstaat is of, indien de aandelen daarin niet zijn opgenomen, in
een landelijk verspreid dagblad.
4.Iedere belanghebbende kan binnen
zes weken vanaf de dag na de publicatie van de aanvraag door een
verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen tegen de
verstrekking van het duplicaat.
5.Indien niet tijdig verzet is
ingesteld of indien een verzet bij onherroepelijk geworden
uitspraak ongegrond is verklaard, wordt het duplicaat tegen
vergoeding van de kosten verstrekt. Het duplicaat treedt in de
plaats van het verloren gegane aandeelbewijs. Na het verstrekken
van een duplicaat kunnen aan het vervangen bewijs van aandeel geen
rechten worden ontleend.
6.Dit artikel is niet van
toepassing voorzover de statuten van de vennootschap voorzien in
een regeling ter vervanging van verloren gegane aandeelbewijzen.
Artikel 87
1.Bij de statuten kan de
overdraagbaarheid van aandelen op naam worden beperkt. Deze
beperking kan niet zodanig zijn dat zij de overdracht onmogelijk
of uiterst bezwaarlijk maakt. Hetzelfde geldt voor de toedeling
van aandelen uit een gemeenschap. Een overdracht in strijd met een
beperking is ongeldig.
2.Indien de statuten de overdracht
van aandelen onderwerpen aan de goedkeuring van een orgaan van de
vennootschap of van derden, wordt de goedkeuring geacht te zijn
verleend indien niet binnen een in de statuten gestelde termijn
van ten hoogste drie maanden op het verzoek is beslist of indien
de aandeelhouder niet gelijktijdig met de weigering van de
goedkeuring opgave ontvangt van een of meer gegadigden die bereid
zijn de aandelen waarop het verzoek om goedkeuring betrekking
heeft te kopen. De regeling dient zodanig te zijn dat de
aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt gelijk aan de
waarde van zijn over te dragen aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
3.Indien de statuten bepalen dat
een aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden deze
eerst moet aanbieden aan mede-aandeelhouders of aan een door een
orgaan van de vennootschap aan te wijzen derde, dient de regeling
zodanig te zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs
ontvangt gelijk aan de waarde van zijn over te dragen aandeel of
aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen.
De aandeelhouder blijft bevoegd zijn aanbod in te trekken mits dit
geschiedt binnen een maand nadat hem bekend is aan welke
gegadigden hij al de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft
kan verkopen en tegen welke prijs. Indien is vastgesteld dat niet
al de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft worden gekocht,
zal de aanbieder de aandelen binnen een in de statuten te stellen
termijn van ten minste drie maanden na die vaststelling vrijelijk
mogen overdragen.
4.De vennootschap zelf kan slechts
met instemming van de aandeelhouder, bedoeld in het tweede of
derde lid, gegadigde zijn.
5.Bepalingen in de statuten omtrent
de overdraagbaarheid van aandelen gelden niet, indien de houder
krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een eerdere
houder verplicht is.
Artikel 87a
1.De statuten kunnen bepalen dat in
gevallen, in de statuten omschreven, de aandeelhouder gehouden is
zijn aandelen aan te bieden en over te dragen. De statuten kunnen
daarbij bepalen dat zolang de aandeelhouder zijn verplichtingen
tot aanbieding of overdracht niet nakomt, zijn stemrecht, zijn
recht op deelname aan de algemene vergadering en zijn recht op
uitkeringen is opgeschort.
2.De statuten kunnen bepalen dat
indien een aandeelhouder niet binnen een in de statuten te bepalen
redelijke termijn zijn statutaire verplichtingen tot aanbieding en
overdracht van zijn aandelen is nagekomen, de vennootschap
onherroepelijk gevolmachtigd is de aandelen aan te bieden en over
te dragen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan wie de
aandeelhouder al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een
regeling in de statuten, ontbreekt de volmacht en is de
aandeelhouder onherroepelijk van het bepaalde in lid 1 ontheven.
3.De regeling dient zodanig te zijn
dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt, gelijk
aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld door een
of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 87b
1.De statuten kunnen bepalen dat
van de aandeelhouder die niet of niet langer aan in de statuten
gestelde eisen voldoet het stemrecht, het recht op deelname aan de
algemene vergadering en het recht op uitkeringen is opgeschort.
2.Indien de aandeelhouder een of
meer van de in lid 1 genoemde rechten niet kan uitoefenen en de
aandeelhouder niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over
te dragen, is hij onherroepelijk van de in de statuten gestelde
eisen ontheven wanneer de vennootschap niet binnen drie maanden na
een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden heeft
aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen
volgens een regeling in de statuten.
3.De regeling dient zodanig te zijn
dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt, gelijk
aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld door een
of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 88
1.De bevoegdheid tot het vestigen
van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten niet worden
beperkt of uitgesloten.
2.De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3.In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien zulks
bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de
vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk
kunnen worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker een persoon
is aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen,
komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de
vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en zowel deze bepaling
als - bij overdracht van het vruchtgebruik - de overgang van het
stemrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de
statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een
voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van
zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering. Van het
bepaalde in de vorige zin kan in de statuten worden afgeweken. Bij
een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4
komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij
de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de
kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders
wordt bepaald.
4.De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft, hebben
de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overdracht van het
vruchtgebruik of bij de statuten der vennootschap worden
onthouden.
5.Indien de statuten der
vennootschap niet anders bepalen, komen ook aan de aandeelhouder
toe de uit het aandeel voortspruitende rechten, strekkende tot het
verkrijgen van aandelen, met dien verstande dat hij de waarde van
deze rechten moet vergoeden aan de vruchtgebruiker, voor zover
deze krachtens zijn recht van vruchtgebruik daarop aanspraak
heeft.
Artikel 89
1.De bevoegdheid tot verpanding van
een aandeel aan toonder kan bij de statuten niet worden beperkt of
uitgesloten. Op aandelen op naam kan pandrecht worden gevestigd,
voor zover de statuten niet anders bepalen.
2.De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de verpande aandelen.
3.In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien zulks bij de
vestiging van het pandrecht is bepaald en de pandhouder een
persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de pandhouder een persoon is aan wie de
aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem het
stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van het
pandrecht is bepaald, en de bepaling is goedgekeurd door het
vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om
goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van
aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door
de algemene vergadering. Treedt een ander in de rechten van de
pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe, indien het in
de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke daarvan, de
algemene vergadering de overgang van het stemrecht goedkeurt. Van
het bepaalde in de voorgaande drie zinnen kan in de statuten
worden afgeweken.
4.De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de
rechten die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overgang van het
pandrecht of bij de statuten der vennootschap worden onthouden.
5.De bepalingen van de statuten ten
aanzien van de vervreemding en overdracht van aandelen zijn van
toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen door
de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de pandhouder,
met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van de
vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten
uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
6.Is het pandrecht overeenkomstig
artikel 86c lid 4 gevestigd, dan komen de rechten volgens dit
artikel de pandhouder eerst toe nadat het pandrecht door de
vennootschap is erkend of aan haar is betekend.
Artikel 89a
1.De naamloze vennootschap kan
eigen aandelen of certificaten daarvan slechts in pand nemen,
indien:
a. de in pand te nemen aandelen
volgestort zijn,
b. het nominale bedrag van de
in pand te nemen en de reeds gehouden of in pand gehouden
eigen aandelen en certificaten daarvan tezamen niet meer dan
een tiende van het geplaatste kapitaal bedraagt, en
c. de algemene vergadering de
pandovereenkomst heeft goedgekeurd.
2.Dit artikel is niet van
toepassing op aandelen en certificaten daarvan die een financiële
onderneming die in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen
ingevolge de Wet op het financieel toezicht, in de gewone
uitoefening van haar bedrijf in pand neemt. Deze aandelen en
certificaten blijven buiten beschouwing bij de toepassing van de
artikelen 98 lid 2 onder b en 98a lid 3.
Artikel 90
1.Na overdracht of toedeling van
een niet volgestort aandeel blijft ieder van de vorige
aandeelhouders voor het daarop nog te storten bedrag hoofdelijk
jegens de naamloze vennootschap aansprakelijk. Het bestuur kan
tezamen met de raad van commissarissen de vorige aandeelhouder bij
authentieke of geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval blijft de
aansprakelijkheid niettemin bestaan voor stortingen, uitgeschreven
binnen een jaar na de dag waarop de authentieke akte is verleden
of de onderhandse is geregistreerd.
2.Indien een vorig aandeelhouder
betaalt, treedt hij in de rechten die de vennootschap tegen latere
houders heeft.
Artikel 91 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 91a
1.De houder van aandelen aan
toonder die alle aandelen in het kapitaal van de vennootschap
heeft verkregen, geeft hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen acht dagen na de laatste verkrijging.
2.De houder van aandelen aan
toonder die ophoudt houder te zijn van alle aandelen in het
kapitaal van de vennootschap doordat een derde een of meer van
zijn aandelen verkrijgt, geeft hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen acht dagen nadien. Indien de houder van alle
aandelen overlijdt of door fusie of splitsing ophoudt te bestaan,
geven de verkrijgers hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen een maand na het overlijden onderscheidenlijk
de fusie of de splitsing.
3.Indien alle aandelen in het
kapitaal van de vennootschap behoren tot een huwelijksgemeenschap
of in een gemeenschap van een geregistreerd partnerschap, wordt de
vennootschap geacht een enkele aandeelhouder te hebben in de zin
van dit artikel en rust op ieder van de deelgenoten de
verplichting tot kennisgeving overeenkomstig dit artikel.
4.Voor de toepassing van dit
artikel worden aandelen gehouden door de vennootschap of haar
dochtermaatschappijen niet meegeteld.
Artikel 92
1.Voor zover bij de statuten niet
anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot hun
bedrag gelijke rechten en verplichtingen verbonden.
2.De naamloze vennootschap moet de
aandeelhouders onderscheidenlijk certificaathouders die zich in
gelijke omstandigheden bevinden, op dezelfde wijze behandelen.
3.De statuten kunnen bepalen dat
aan aandelen van een bepaalde soort bijzondere rechten als in de
statuten omschreven inzake de zeggenschap in de vennootschap zijn
verbonden.
Artikel 92a
1.Hij die als aandeelhouder voor
eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van de
naamloze vennootschap verschaft, kan tegen de gezamenlijke andere
aandeelhouders een vordering instellen tot overdracht van hun
aandelen aan de eiser. Hetzelfde geldt, indien twee of meer
groepsmaatschappijen dit deel van het geplaatste kapitaal samen
verschaffen en samen de vordering instellen tot overdracht aan een
hunner.
2.Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam. Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie
open.
3.Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de eiser of eisers de vereisten van lid 1
vervullen.
4.De rechter wijst de vordering
tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de vergoeding
ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht, een
gedaagde houder is van een aandeel waaraan de statuten een
bijzonder recht inzake de zeggenschap in de vennootschap verbinden
of een eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn
bevoegdheid de vordering in te stellen.
5.Indien de rechter oordeelt dat de
leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan hij
bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de
waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van
artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op
een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs
niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de
wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op
de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken
op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de
prijs.
6.De rechter die de vordering
toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de aandelen
toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs met rente te
betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen.
De rechter geeft omtrent de kosten van het geding zodanige
uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die geen verweer
heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7.Staat het bevel tot overdracht
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk mee aan de
houders van de over te nemen aandelen van wie hij het adres kent.
Hij kondigt deze ook aan in een landelijk verspreid dagblad,
tenzij hij van allen het adres kent.
8.De overnemer kan zich altijd van
zijn verplichtingen ingevolge de leden 6 en 7 bevrijden door de
vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen
aandelen te consigneren, onder mededeling van hem bekende rechten
van pand en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen. Door deze
mededeling gaat beslag over van de aandelen op het recht op
uitkering. Door het consigneren gaat het recht op de aandelen
onbezwaard op hem over en gaan rechten van pand of vruchtgebruik
over op het recht op uitkering. Aan aandeel- en dividendbewijzen
waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar zijn gesteld, kan
nadien geen recht jegens de vennootschap meer worden ontleend. De
overnemer maakt het consigneren en de prijs per aandeel op dat
tijdstip bekend op de wijze van lid 7.
Afdeling 3. Het vermogen van de
naamloze vennootschap
Artikel 93
1.Uit rechtshandelingen, verricht
namens een op te richten naamloze vennootschap, ontstaan slechts
rechten en verplichtingen voor de vennootschap wanneer zij die
rechtshandelingen na haar oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend
bekrachtigt of ingevolge lid 4 wordt verbonden.
2.Degenen die een rechtshandeling
verrichten namens een op te richten naamloze vennootschap zijn,
tenzij met betrekking tot die rechtshandeling uitdrukkelijk anders
is bedongen, daardoor hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap
na haar oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd.
3.Indien de vennootschap haar
verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt,
zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde
dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden
weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen
nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de
bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de
vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt
vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar
na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.
4.De oprichters kunnen de
vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het
uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het
aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen en het
verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 94 lid 1.
Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft
betracht, zijn de artikelen 9 en 138 van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 93a
1.Indien voor of bij de oprichting
op aandelen wordt gestort in geld, moeten aan de akte van
oprichting een of meer verklaringen worden gehecht, inhoudende dat
de bedragen die op de bij de oprichting te plaatsen aandelen
moeten worden gestort:
a. hetzij terstond na de
oprichting ter beschikking zullen staan van de naamloze
vennootschap,
b. hetzij alle op een zelfde
tijdstip, ten vroegste vijf maanden voor de oprichting, op een
afzonderlijke rekening stonden welke na de oprichting
uitsluitend ter beschikking van de vennootschap zal staan,
mits de vennootschap de stortingen in de akte aanvaardt.
2.Indien vreemd geld is gestort,
moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk
kon worden gewisseld op een dag waarop krachtens artikel 80a lid 3
de koers bepalend is voor de stortingsplicht.
3.Een verklaring als bedoeld in lid
1 kan slechts worden afgelegd door een financiële onderneming als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die
in de Europese Unie of in een staat die partij is bij de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte het
bedrijf van bank mag uitoefenen. De verklaring kan slechts worden
afgegeven aan een notaris.
4.Worden voor de oprichting aan de
rekening, bedoeld in onderdeel b van lid 1, bedragen onttrokken,
dan zijn de oprichters hoofdelijk jegens de vennootschap verbonden
tot vergoeding van die bedragen, totdat de vennootschap de
onttrekkingen uitdrukkelijk heeft bekrachtigd.
5.De notaris moet de bank wier
verklaring hij heeft ontvangen terstond verwittigen van de
oprichting. Indien de oprichting niet doorgaat, moet hij de bank
de verklaring terugzenden.
6.Indien na de oprichting in vreemd
geld is gestort, legt de vennootschap binnen twee weken na de
storting een verklaring, als bedoeld in lid 2, van een in het
derde lid bedoelde bank neer ten kantore van het handelsregister.
Artikel 94
1.Rechtshandelingen:
a. in verband met het nemen van
aandelen waarbij bijzondere verplichtingen op de naamloze
vennootschap worden gelegd,
b. rakende het verkrijgen van
aandelen op andere voet dan waarop de deelneming in de
naamloze vennootschap voor het publiek wordt opengesteld,
c. strekkende om enigerlei
voordeel te verzekeren aan een oprichter der naamloze
vennootschap of aan een bij de oprichting betrokken derde,
d. betreffende inbreng op
aandelen anders dan in geld,
moeten in haar geheel worden
opgenomen in de akte van oprichting of in een geschrift dat
daaraan in origineel of in authentiek afschrift wordt gehecht en
waarnaar de akte van oprichting verwijst. Indien de vorige zin
niet in acht is genomen, kunnen voor de vennootschap uit deze
rechtshandelingen geen rechten of verplichtingen ontstaan.
2.Na de oprichting kunnen de in het
vorige lid bedoelde rechtshandelingen zonder voorafgaande
goedkeuring van de algemene vergadering slechts worden verricht,
indien en voor zover aan het bestuur de bevoegdheid daartoe
uitdrukkelijk bij de statuten is verleend.
3.Van het bepaalde in dit artikel
zijn uitgezonderd de in artikel 80 lid 2 bedoelde overeenkomsten.
Artikel 94a
1.Indien bij de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maken de
oprichters een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht, met
vermelding van de daaraan toegekende waarde en van de toegepaste
waarderingsmethoden. Deze methoden moeten voldoen aan normen die
in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
De beschrijving heeft betrekking op de toestand van hetgeen wordt
ingebracht op een dag die niet eerder dan zes maanden voor de
oprichting ligt. De beschrijving wordt door alle oprichters
ondertekend en aan de akte van oprichting gehecht.
2.Over de beschrijving van hetgeen
wordt ingebracht moet een accountant als bedoeld in artikel 393,
eerste lid een verklaring afleggen, die aan de akte van oprichting
moet worden gehecht. Hierin verklaart hij dat de waarde van
hetgeen wordt ingebracht, bij toepassing van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden, ten minste beloopt het bedrag van de
stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet
worden voldaan. Indien bekend is dat de waarde na de beschrijving
aanzienlijk is gedaald, is een tweede verklaring vereist.
3.De beschrijving en de
accountantsverklaring zijn niet vereist, indien zulks in de akte
van oprichting is bepaald ten aanzien van:
a. inbreng van effecten of
geldmarktinstrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, mits die effecten of
geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd tegen de gewogen
gemiddelde koers waartegen zij gedurende drie maanden
voorafgaande aan de dag van de inbreng op een gereglementeerde
markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht zijn verhandeld;
b. inbreng anders dan in geld,
niet zijnde effecten of instrumenten als bedoeld in onderdeel
a, die is gewaardeerd door een onafhankelijke persoon die
blijkens zijn opleiding en werkzaamheid deskundig is in het
uitvoeren van waarderingen, mits de deskundigenwaardering
geschiedt met toepassing van in het maatschappelijk verkeer
als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden en de waarde
van hetgeen wordt ingebracht wordt bepaald op een dag die niet
eerder dan zes maanden voor de dag van de inbreng ligt;
c. inbreng anders dan in geld,
niet zijnde effecten of geldmarktinstrumenten als bedoeld in
onderdeel a, waarvan de waarde wordt afgeleid uit een
jaarrekening die is vastgesteld over het laatste boekjaar dat
aan de inbreng voorafgaat en overeenkomstig Richtlijn
2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei
2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en
geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de
Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende
intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEG L 157)
aan een accountantscontrole is onderworpen.
4.Indien voor de oprichting bekend
is dat de koers is beïnvloed door uitzonderlijke omstandigheden
die ertoe leiden dat de waarde van effecten of instrumenten als
bedoeld in lid 3, onderdeel a, op de dag van de inbreng
aanzienlijk zal zijn gewijzigd of indien voor de oprichting bekend
is dat de waarde van inbreng als bedoeld in lid 3, onderdeel b of
c, op de dag van de inbreng als gevolg van nieuwe bijzondere
omstandigheden aanzienlijk zal zijn gewijzigd, zijn de oprichters
verplicht om alsnog een beschrijving op te maken die door alle
oprichters wordt ondertekend en waarover een accountantsverklaring
als bedoeld in lid 2 wordt afgelegd. De beschrijving en de
accountantsverklaring worden aan de akte van oprichting gehecht.
Geschiedt de inbreng na de oprichting en is in de periode tussen
de oprichting en de inbreng bekend geworden dat zich
omstandigheden als bedoeld in de eerste zin hebben voorgedaan, dan
is het bestuur verplicht om alsnog een beschrijving op te maken
waarover een accountantsverklaring als bedoeld in lid 2 wordt
afgelegd.
5.Indien bij de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen onder
toepassing van lid 3, legt de vennootschap binnen een maand na de
dag van de inbreng ten kantore van het handelsregister een
verklaring van de oprichters neer waarin de inbreng wordt
beschreven, met vermelding van de daaraan toegekende waarde en de
toegepaste waarderingsmethoden. In de verklaring wordt tevens
vermeld of de toegekende waarde ten minste beloopt het bedrag van
de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng
moet worden voldaan en wordt voorts vermeld dat zich in de periode
tussen de waardering en de inbreng geen nieuwe bijzondere
omstandigheden hebben voorgedaan. De oprichters ondertekenen de
verklaring; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan
wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
6.De beschrijving en
accountantsverklaring zijn niet vereist, indien aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
a. alle oprichters hebben
besloten af te zien van de opstelling van de
deskundigenverklaring;
b. een of meer rechtspersonen
op wier jaarrekening titel 9 van toepassing is, of die
krachtens de toepasselijke wet voldoen aan de eisen van de
vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen
inzake het vennootschapsrecht, nemen alle uit te geven
aandelen tegen inbreng anders dan in geld;
c. elke inbrengende
rechtspersoon beschikt ten tijde van de inbreng over niet
uitkeerbare reserves, voor zover nodig door het bestuur
hiertoe afgezonderd uit de uitkeerbare reserves, ter grootte
van het nominale bedrag der door de rechtspersoon genomen
aandelen;
d. elke inbrengende
rechtspersoon verklaart dat hij een bedrag van ten minste de
nominale waarde der door hem genomen aandelen ter beschikking
zal stellen voor de voldoening van schulden van de
vennootschap aan derden, die ontstaan in het tijdvak tussen de
plaatsing van de aandelen en een jaar nadat de vastgestelde
jaarrekening van de vennootschap over het boekjaar van de
inbreng is neergelegd ten kantore van het handelsregister,
voor zover de vennootschap deze niet kan voldoen en de
schuldeisers hun vordering binnen twee jaren na deze
nederlegging schriftelijk aan een van de inbrengende
rechtspersonen hebben opgegeven;
e. elke inbrengende
rechtspersoon heeft zijn laatste vastgestelde balans met
toelichting, met de accountantsverklaring daarbij, neergelegd
ten kantore van het handelsregister en sedert de balansdatum
zijn nog geen achttien maanden verstreken;
f. elke inbrengende
rechtspersoon zondert een reserve af ter grootte van het
nominale bedrag der door hem genomen aandelen en kan dit doen
uit reserves waarvan de aard dit niet belet;
g. de vennootschap doet ten
kantore van het handelsregister opgave van het onder a
bedoelde besluit en elke inbrengende rechtspersoon doet aan
hetzelfde kantoor opgave van zijn onder d vermelde verklaring.
7.Indien het vorige lid is
toegepast, mag een inbrengende rechtspersoon zijn tegen de inbreng
genomen aandelen niet vervreemden in het tijdvak, genoemd in dat
lid onder d, en moet hij de reserve, genoemd in dat lid onder f
aanhouden tot twee jaar na dat tijdvak. Nadien moet de reserve
worden aangehouden tot het bedrag van de nog openstaande opgegeven
vorderingen als bedoeld in het vorige lid onder d. De
oorspronkelijke reserve wordt verminderd met betalingen op de
opgegeven vorderingen.
8.De inbrengende rechtspersoon en
alle in lid 6 onder d bedoelde schuldeisers kunnen de
kantonrechter van de woonplaats van de vennootschap verzoeken, een
bewind over de vorderingen in te stellen, strekkende tot hun
voldoening daarvan uit de krachtens lid 6 onder d ter beschikking
gestelde bedragen. Voor zover nodig, zijn de bepalingen van de
Faillissementswet omtrent de verificatie van vorderingen en de
vereffening van overeenkomstige toepassing. Een schuldeiser kan
zijn vordering niet met een schuld aan een inbrengende
rechtspersoon verrekenen. Over de vorderingen kan slechts onder de
last van het bewind worden beschikt en zij kunnen slechts onder
die last worden uitgewonnen, behalve voor schulden die
voortspruiten uit handelingen welke door de bewindvoerder in zijn
hoedanigheid zijn verricht. De kantonrechter regelt de
bevoegdheden en de beloning van de bewindvoerder; hij kan zijn
beschikking te allen tijde wijzigen.
Artikel 94b
1.Indien na de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de
vennootschap overeenkomstig artikel 94a lid 1 een beschrijving op
van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op
de toestand op een dag die niet eerder dan zes maanden ligt voor
de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een
bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De
bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt.
2.Artikel 94a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3.In de in artikel 94a lid 3,
onderdeel a, b en c, bedoelde gevallen kan het bestuur besluiten
dat wordt afgezien van de opstelling van de beschrijving en de
accountantsverklaring. Is voor de inbreng bekend dat zich
omstandigheden als bedoeld in artikel 94a lid 4, eerste zin,
hebben voorgedaan, dan is het bestuur verplicht om alsnog een
beschrijving op te maken waarover een accountantsverklaring als
bedoeld in artikel 94a lid 2 wordt afgelegd.
4.Indien na de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen onder
toepassing van lid 3, legt de vennootschap niet later dan op de
achtste dag voor de dag van de inbreng ten kantore van het
handelsregister een aankondiging neer waarin hetgeen wordt
ingebracht wordt beschreven, met vermelding van de daaraan
toegekende waarde, de toegepaste waarderingsmethoden, de namen van
de inbrengers, het bedrag van het aldus gestorte deel van het
geplaatste kapitaal en de datum van het in artikel 96 lid 1
bedoelde besluit tot uitgifte. In de aankondiging wordt tevens
vermeld of de toegekende waarde ten minste beloopt het bedrag van
de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng
moet worden voldaan en wordt voorts vermeld dat zich ten opzichte
van de waardering van de inbreng geen nieuwe bijzondere
omstandigheden hebben voorgedaan. De bestuurders ondertekenen de
aankondiging; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. Binnen
een maand na de dag van de inbreng legt de vennootschap ten
kantore van het handelsregister een verklaring neer waarin wordt
vermeld dat zich in de periode tussen de in de eerste zin bedoelde
aankondiging en de inbreng geen nieuwe bijzondere omstandigheden
ten aanzien van de waardering hebben voorgedaan. De bestuurders
ondertekenen de verklaring; ontbreekt de handtekening van een of
meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt.
5.Blijven een beschrijving en
accountantsverklaring als bedoeld in lid 3, tweede zin, achterwege
en vindt de inbreng plaats overeenkomstig artikel 94a lid 3,
onderdeel b of c, dan kunnen een of meer houders van aandelen die
op de dag van het in artikel 96 lid 1 bedoelde besluit tot
uitgifte alleen of gezamenlijk ten minste vijf procent van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, van het bestuur verlangen
dat het alsnog een beschrijving opmaakt waarover een
accountantsverklaring als bedoeld in artikel 94a lid 2 wordt
afgelegd. Het bestuur geeft hieraan uitvoering, mits de
aandeelhouders hun verlangen uiterlijk op de dag die voorafgaat
aan de dag van de inbreng aan het bestuur kenbaar hebben gemaakt
en zij ten tijde van de indiening van het verzoek nog steeds ten
minste vijf procent van het geplaatste kapitaal, zoals dat voor
het besluit tot uitgifte luidde, vertegenwoordigen.
6.Indien alle aandeelhouders hebben
besloten af te zien van de opstelling van de beschrijving en
accountantsverklaring en overeenkomstig artikel 94a lid 6, onder
b-g, is gehandeld, is geen beschrijving of accountantsverklaring
vereist en is artikel 94a leden 7 en 8 van overeenkomstige
toepassing.
7.De vennootschap legt, binnen acht
dagen na de dag waarop de aandelen zijn genomen dan wel waarop de
bijstorting opeisbaar werd, de accountantsverklaring bij de
inbreng of een afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister met opgave van de namen van de inbrengers en van
het bedrag van het aldus gestorte deel van het geplaatste
kapitaal.
8.Dit artikel is niet van
toepassing voor zover de inbreng bestaat uit aandelen of
certificaten van aandelen, daarin converteerbare rechten of
winstbewijzen van een andere rechtspersoon, waarop de vennootschap
een openbaar bod heeft uitgebracht, mits deze effecten of een deel
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in
artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel 94c
1.Een rechtshandeling die de
naamloze vennootschap heeft verricht zonder goedkeuring van de
algemene vergadering of zonder de verklaring, bedoeld in lid 3,
kan ten behoeve van de vennootschap worden vernietigd, indien de
rechtshandeling:
a. strekt tot het verkrijgen
van goederen, met inbegrip van vorderingen die worden
verrekend, die een jaar voor de oprichting of nadien
toebehoorden aan een oprichter, en
b. is verricht voordat twee
jaren zijn verstreken na de inschrijving van de vennootschap
in het handelsregister.
2.Indien de goedkeuring wordt
gevraagd, maakt de vennootschap een beschrijving op van de te
verkrijgen goederen en van de tegenprestatie. De beschrijving
heeft betrekking op de toestand van het beschrevene op een dag die
niet voor de oprichting ligt. In de beschrijving worden de waarden
vermeld die aan de goederen en tegenprestatie worden toegekend
alsmede de toegepaste waarderingsmethoden. Deze methoden moeten
voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar worden beschouwd. De bestuurders ondertekenen de
beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3.Artikel 94a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring
moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij
toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de
waarde van de tegenprestatie.
4.Artikel 94b lid 3 is van
overeenkomstige toepassing. Vindt een rechtshandeling plaats met
toepassing van de vorige zin, dan kan deze niet op grond van lid 1
worden vernietigd wegens het ontbreken van de in lid 3 bedoelde
verklaring. Artikel 94b lid 4 is van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat de datum van de in lid 1 bedoelde
rechtshandeling in de beschrijving wordt vermeld.
5.Op het ter inzage leggen en in
afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden
bedoelde stukken is artikel 102 van overeenkomstige toepassing.
6.De vennootschap legt binnen acht
dagen na de rechtshandeling of na de goedkeuring, indien achteraf
verleend, de in het derde lid bedoelde verklaring of een afschrift
daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
7.Voor de toepassing van dit
artikel blijven buiten beschouwing:
a. verkrijgingen op een
openbare veiling of ter beurze,
b. verkrijgingen die onder de
bedongen voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening van de
vennootschap behoren,
c. verkrijgingen waarvoor een
verklaring als bedoeld in artikel 94a lid 2 is afgelegd,
d. verkrijgingen ten gevolge
van fusie of splitsing.
Artikel 94d [Vervallen per
20-01-1986]
Artikel 95
1.De naamloze vennootschap mag geen
eigen aandelen nemen.
2.Aandelen die de vennootschap in
strijd met het vorige lid heeft genomen, gaan op het tijdstip van
het nemen over op de gezamenlijke bestuurders. Iedere bestuurder
is hoofdelijk aansprakelijk voor de volstorting van deze aandelen
met de wettelijke rente van dat tijdstip af. Zijn de aandelen bij
de oprichting geplaatst, dan is dit lid van overeenkomstige
toepassing op de gezamenlijke oprichters.
3.Neemt een ander een aandeel in
eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, dan wordt hij
geacht het voor eigen rekening te nemen.
Artikel 96
1.De naamloze vennootschap kan na
de oprichting slechts aandelen uitgeven ingevolge een besluit van
de algemene vergadering of van een ander vennootschapsorgaan dat
daartoe bij besluit van de algemene vergadering of bij de statuten
voor een bepaalde duur van ten hoogste vijf jaren is aangewezen.
Bij de aanwijzing moet zijn bepaald hoeveel aandelen mogen worden
uitgegeven. De aanwijzing kan telkens voor niet langer dan vijf
jaren worden verlengd. Tenzij bij de aanwijzing anders is bepaald,
kan zij niet worden ingetrokken.
2.Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan is voor de geldigheid van het besluit van de
algemene vergadering tot uitgifte of tot aanwijzing vereist een
voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit van elke groep
houders van aandelen van een zelfde soort aan wier rechten de
uitgifte afbreuk doet.
3.De vennootschap legt binnen acht
dagen na een besluit van de algemene vergadering tot uitgifte of
tot aanwijzing een volledige tekst daarvan neer ten kantore van
het handelsregister.
4.De vennootschap doet binnen acht
dagen na afloop van elk kalenderkwartaal ten kantore van het
handelsregister opgave van elke uitgifte van aandelen in het
afgelopen kalenderkwartaal, met vermelding van aantal en soort.
5.Dit artikel is van
overeenkomstige toepassing op het verlenen van rechten tot het
nemen van aandelen, maar is niet van toepassing op het uitgeven
van aandelen aan iemand die een voordien reeds verkregen recht tot
het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 96a
1.Behoudens de beide volgende leden
heeft iedere aandeelhouder bij uitgifte van aandelen een
voorkeursrecht naar evenredigheid van het gezamenlijke bedrag van
zijn aandelen. Tenzij de statuten anders bepalen, heeft hij
evenwel geen voorkeursrecht op aandelen die worden uitgegeven
tegen inbreng anders dan in geld. Hij heeft geen voorkeursrecht op
aandelen die worden uitgegeven aan werknemers van de naamloze
vennootschap of van een groepsmaatschappij.
2.Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben houders van aandelen die
a. niet boven een bepaald
percentage van het nominale bedrag of slechts in beperkte mate
daarboven delen in de winst, of
b. niet boven het nominale
bedrag of slechts in beperkte mate daarboven delen in een
overschot na vereffening,
geen voorkeursrecht op uit te geven
aandelen.
3.Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben de aandeelhouders geen voorkeursrecht op
uit te geven aandelen in een van de in het vorige lid onder a en b
omschreven soorten.
4.De vennootschap kondigt de
uitgifte met voorkeursrecht en het tijdvak waarin dat kan worden
uitgeoefend, aan in de Staatscourant en in een landelijk verspreid
dagblad, tenzij alle aandelen op naam luiden en de aankondiging
aan alle aandeelhouders schriftelijk geschiedt aan het door hen
opgegeven adres.
5.Het voorkeursrecht kan worden
uitgeoefend gedurende ten minste twee weken na de dag van
aankondiging in de Staatscourant of na de verzending van de
aankondiging aan de aandeelhouders.
6.Het voorkeursrecht kan worden
beperkt of uitgesloten bij besluit van de algemene vergadering. In
het voorstel hiertoe moeten de redenen voor het voorstel en de
keuze van de voorgenomen koers van uitgifte schriftelijk worden
toegelicht. Het voorkeursrecht kan ook worden beperkt of
uitgesloten door het ingevolge artikel 96 lid 1 aangewezen
vennootschapsorgaan, indien dit bij besluit van de algemene
vergadering of bij de statuten voor een bepaalde duur van ten
hoogste vijf jaren is aangewezen als bevoegd tot het beperken of
uitsluiten van het voorkeursrecht. De aanwijzing kan telkens voor
niet langer dan vijf jaren worden verlengd. Tenzij bij de
aanwijzing anders is bepaald, kan zij niet worden ingetrokken.
7.Voor een besluit van de algemene
vergadering tot beperking of uitsluiting van het voorkeursrecht of
tot aanwijzing is een meerderheid van ten minste twee derden der
uitgebrachte stemmen vereist, indien minder dan de helft van het
geplaatste kapitaal in de vergadering is vertegenwoordigd. De
vennootschap legt binnen acht dagen na het besluit een volledige
tekst daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
8.Bij het verlenen van rechten tot
het nemen van aandelen hebben de aandeelhouders een
voorkeursrecht; de vorige leden zijn van overeenkomstige
toepassing. Aandeelhouders hebben geen voorkeursrecht op aandelen
die worden uitgegeven aan iemand die een voordien reeds verkregen
recht tot het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 96b
De artikelen 96 en 96a gelden niet
voor een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal.
Artikel 97
Indien, in het geval van uitgifte van
aandelen na de oprichting, bekend is gemaakt welk bedrag zal worden
uitgegeven en slechts een lager bedrag kan worden geplaatst, wordt
dit laatste bedrag slechts geplaatst indien de voorwaarden van
uitgifte dat uitdrukkelijk bepalen.
Artikel 98
1.Verkrijging door de naamloze
vennootschap van niet volgestorte aandelen in haar kapitaal is
nietig.
2.Volgestorte eigen aandelen mag de
vennootschap slechts verkrijgen om niet of indien het eigen
vermogen, verminderd met de verkrijgingsprijs, niet kleiner is dan
het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, vermeerderd met
de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden
aangehouden. Onverminderd het bepaalde in de vorige zin beloopt,
indien de aandelen van de vennootschap zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt of op een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is, het nominale bedrag van de aandelen in
haar kapitaal die de vennootschap verkrijgt, houdt of in pand
houdt of die worden gehouden door een dochtermaatschappij, niet
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal.
3.Voor het vereiste in lid 2 is
bepalend de grootte van het eigen vermogen volgens de laatst
vastgestelde balans, verminderd met de verkrijgingsprijs voor
aandelen in het kapitaal van de vennootschap, het bedrag van
leningen als bedoeld in artikel 98c lid 2 en uitkeringen uit winst
of reserves aan anderen die zij en haar dochtermaatschappijen na
de balansdatum verschuldigd werden. Is een boekjaar meer dan zes
maanden verstreken zonder dat de jaarrekening is vastgesteld, dan
is verkrijging overeenkomstig lid 2 niet toegestaan.
4.Verkrijging anders dan om niet
kan slechts plaatsvinden indien en voor zover de algemene
vergadering het bestuur daartoe heeft gemachtigd. Deze machtiging
geldt voor ten hoogste vijf jaar. In afwijking van de vorige
volzin geldt in het geval de aandelen van een vennootschap zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of op een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is deze machtiging voor ten hoogste
achttien maanden.
De algemene vergadering bepaalt in
de machtiging hoeveel aandelen mogen worden verkregen, hoe zij
mogen worden verkregen en tussen welke grenzen de prijs moet
liggen. De statuten kunnen de verkrijging door de vennootschap van
eigen aandelen uitsluiten of beperken.
5.De machtiging is niet vereist,
voor zover de statuten toestaan dat de vennootschap eigen aandelen
verkrijgt om, krachtens een voor hen geldende regeling, over te
dragen aan werknemers in dienst van de vennootschap of van een
groepsmaatschappij. Deze aandelen moeten zijn opgenomen in de
prijscourant van een beurs.
6.De leden 1-4 gelden niet voor
aandelen die de vennootschap onder algemene titel verkrijgt.
7.De leden 2–4 gelden niet voor
aandelen die een financiële onderneming die ingevolge de Wet op
het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen, in opdracht en voor rekening van een ander verkrijgt.
8.De leden 2-4 gelden niet voor een
beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal. Het geplaatste
kapitaal van zulk een beleggingsmaatschappij, verminderd met het
bedrag van de aandelen die zij zelf houdt, moet ten minste een
tiende van het maatschappelijke kapitaal bedragen.
9.Onder het begrip aandelen in dit
artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 98a
1.Verkrijging van aandelen op naam
in strijd met de leden 2-4 van het vorige artikel is nietig. De
bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de vervreemder te
goeder trouw die door de nietigheid schade lijdt.
2.Aandelen aan toonder en
certificaten van aandelen die de naamloze vennootschap in strijd
met de leden 2-4 van het vorige artikel heeft verkregen, gaan op
het tijdstip van de verkrijging over op de gezamenlijke
bestuurders. Iedere bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor de
vergoeding aan de vennootschap van de verkrijgingsprijs met de
wettelijke rente daarover van dat tijdstip af.
3.De vennootschap kan niet langer
dan gedurende drie jaren na omzetting in een naamloze vennootschap
of nadat zij eigen aandelen om niet of onder algemene titel heeft
verkregen, samen met haar dochtermaatschappijen meer aandelen in
haar kapitaal houden dan een tiende van het geplaatste kapitaal;
eigen aandelen die zij zelf in pand heeft, worden meegeteld. De
aandelen die de vennootschap te veel houdt, gaan op het einde van
de laatste dag van die drie jaren over op de gezamenlijke
bestuurders. Dezen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling
aan de vennootschap van de waarde van de aandelen op dat tijdstip
met de wettelijke rente van dat tijdstip af. Onder het begrip
aandelen in dit lid zijn certificaten daarvan begrepen.
4.Het vorige lid is van
overeenkomstige toepassing op elk niet volgestort eigen aandeel
dat de vennootschap onder algemene titel heeft verkregen en niet
binnen drie jaren daarna heeft vervreemd of ingetrokken.
5.Het derde lid is van
overeenkomstige toepassing op elk eigen aandeel of certificaat
daarvan dat de vennootschap ingevolge het vijfde lid van het
vorige artikel heeft verkregen zonder machtiging van de algemene
vergadering en dat zij gedurende een jaar houdt.
Artikel 98b
Indien een ander in eigen naam voor
rekening van de naamloze vennootschap aandelen in haar kapitaal of
certificaten daarvan verkrijgt, moet hij deze onverwijld tegen
betaling aan de vennootschap overdragen. Indien deze aandelen op
naam luiden, is het tweede lid van het vorige artikel van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 98c
1.De vennootschap mag niet, met het
oog op het nemen of verkrijgen door anderen van aandelen in haar
kapitaal of van certificaten daarvan, zekerheid stellen, een
koersgarantie geven, zich op andere wijze sterk maken of zich
hoofdelijk of anderszins naast of voor anderen verbinden. Dit
verbod geldt ook voor haar dochtermaatschappijen.
2.De vennootschap en haar
dochtermaatschappijen mogen niet, met het oog op het nemen of
verkrijgen door anderen van aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of van certificaten daarvan, leningen verstrekken,
tenzij het bestuur daartoe besluit en er is voldaan aan de
volgende voorwaarden:
a. het verstrekken van de
lening, met inbegrip van de rente die de vennootschap ontvangt
en de zekerheden die aan de vennootschap worden verstrekt,
geschiedt tegen billijke marktvoorwaarden;
b. het eigen vermogen,
verminderd met het bedrag van de lening, is niet kleiner dan
het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, vermeerderd
met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten
worden aangehouden;
c. de kredietwaardigheid van de
derde of, wanneer het meerpartijentransacties betreft, van
iedere erbij betrokken tegenpartij is nauwgezet onderzocht;
d. indien de lening wordt
verstrekt met het oog op het nemen van aandelen in het kader
van een verhoging van het geplaatste kapitaal van de
vennootschap of met het oog op het verkrijgen van aandelen die
de vennootschap in haar kapitaal houdt, is de prijs waarvoor
de aandelen worden genomen of verkregen billijk.
3.Voor het vereiste in lid 2,
onderdeel b, is bepalend de grootte van het eigen vermogen volgens
de laatst vastgestelde balans, verminderd met de verkrijgingsprijs
voor aandelen in het kapitaal van de vennootschap en uitkeringen
uit winst of reserves aan anderen die zij en haar
dochtermaatschappijen na de balansdatum verschuldigd werden. Is
een boekjaar meer dan zes maanden verstreken zonder dat de
jaarrekening is vastgesteld, dan is een transactie als bedoeld in
lid 2 niet toegestaan.
4.De vennootschap houdt een
niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het bedrag van de in
lid 2 bedoelde leningen.
5.Een besluit van het bestuur tot
het verstrekken van een lening als bedoeld in lid 2 is onderworpen
aan de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering. Het
besluit tot goedkeuring wordt genomen met een meerderheid van ten
minste twee derden van de uitgebrachte stemmen, indien minder dan
de helft van het geplaatste kapitaal ter vergadering is
vertegenwoordigd. In afwijking van de vorige volzin wordt in het
geval aandelen of certificaten van aandelen van de vennootschap
zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht dan
wel op een multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in artikel
1:1 van de Wet op het financieel toezicht het besluit tot
goedkeuring genomen met ten minste 95 procent van de uitgebrachte
stemmen.
6.Wanneer aan de algemene
vergadering de in lid 5 bedoelde goedkeuring wordt gevraagd, wordt
zulks bij de oproeping tot de algemene vergadering vermeld.
Gelijktijdig met de oproeping wordt ten kantore van de
vennootschap een rapport ter inzage van de aandeelhouders en de
houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van haar aandelen gelegd waarin melding wordt gemaakt
van de redenen voor het verstrekken van de lening, het voor de
vennootschap daaraan verbonden belang, de voorwaarden waartegen de
lening zal worden verstrekt, de koers waartegen de aandelen door
de derde zullen worden genomen of verkregen en de aan de lening
verbonden risico’s voor de liquiditeit en de solvabiliteit van
de vennootschap.
7.De vennootschap legt binnen acht
dagen na de in lid 5 bedoelde goedkeuring het in lid 6 bedoelde
rapport of een afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister.
8.De leden 1 tot en met 7 gelden
niet, indien aandelen of certificaten van aandelen worden genomen
of verkregen door of voor werknemers in dienst van de vennootschap
of van een groepsmaatschappij.
9.De leden 1 tot en met 7 gelden
niet voor een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het
financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen, voor zover zij handelt in de gewone uitoefening van
haar bedrijf.
Artikel 98d
1.Een dochtermaatschappij mag voor
eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het kapitaal
van de naamloze vennootschap. Zulke aandelen mogen
dochtermaatschappijen voor eigen rekening slechts verkrijgen of
doen verkrijgen, voor zover de naamloze vennootschap zelf
ingevolge de leden 1-6 van artikel 98 eigen aandelen mag
verkrijgen.
2.Indien is gehandeld in strijd met
het vorige lid, zijn de bestuurders van de naamloze vennootschap
hoofdelijk aansprakelijk tot vergoeding aan de dochtermaatschappij
van de verkrijgingsprijs met de wettelijke rente daarover van het
tijdstip af waarop de aandelen zijn genomen of verkregen. Betaling
van de vergoeding geschiedt tegen overdracht van deze aandelen.
Een bestuurder behoeft de verkrijgingsprijs niet te vergoeden,
indien hij bewijst dat het nemen of verkrijgen niet aan de
naamloze vennootschap is te wijten.
3.Een dochtermaatschappij mag,
a. nadat zij
dochtermaatschappij is geworden,
b. nadat de vennootschap
waarvan zij dochtermaatschappij is, is omgezet in een naamloze
vennootschap, of
c. nadat zij als
dochtermaatschappij aandelen in het kapitaal van de naamloze
vennootschap om niet of onder algemene titel heeft verkregen,
niet langer dan gedurende drie
jaren samen met de naamloze vennootschap en haar andere
dochtermaatschappijen meer van deze aandelen voor eigen rekening
houden of doen houden dan een tiende van het geplaatste kapitaal.
De bestuurders van de naamloze vennootschap zijn hoofdelijk
aansprakelijk voor de vergoeding aan de dochtermaatschappij van de
waarde van de aandelen die zij te veel houdt of doet houden op het
einde van de laatste dag van die drie jaren, met de wettelijke
rente van dat tijdstip af. Betaling van de vergoeding geschiedt
tegen overdracht van de aandelen. Een bestuurder behoeft de
vergoeding niet te betalen, indien hij bewijst dat het niet aan de
naamloze vennootschap is te wijten dat de aandelen nog worden
gehouden.
4.Onder het begrip aandelen in dit
artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 99
1.De algemene vergadering kan
besluiten tot vermindering van het geplaatste kapitaal door
intrekking van aandelen of door het bedrag van aandelen bij
statutenwijziging te verminderen. In dit besluit moeten de
aandelen waarop het besluit betrekking heeft, worden aangewezen en
moet de uitvoering van het besluit zijn geregeld.
2.Een besluit tot intrekking kan
slechts betreffen aandelen die de vennootschap zelf houdt of
waarvan zij de certificaten houdt, dan wel alle aandelen van een
soort waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij
kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, of wel de uitgelote
aandelen van een soort waarvan voor de uitgifte in de statuten is
bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met terugbetaling.
3.Vermindering van het bedrag van
aandelen zonder terugbetaling en zonder ontheffing van de
verplichting tot storting moet naar evenredigheid op alle aandelen
van een zelfde soort geschieden. Van het vereiste van
evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle
betrokken aandeelhouders.
4.Gedeeltelijke terugbetaling op
aandelen of ontheffing van de verplichting tot storting is slechts
mogelijk ter uitvoering van een besluit tot vermindering van het
bedrag van de aandelen. Zulk een terugbetaling of ontheffing moet
naar evenredigheid op alle aandelen geschieden, tenzij voor de
uitgifte van een bepaalde soort aandelen in de statuten is bepaald
dat terugbetaling of ontheffing kan geschieden uitsluitend op die
aandelen; voor die aandelen geldt de eis van evenredigheid. Van
het vereiste van evenredigheid mag worden afgeweken met instemming
van alle betrokken aandeelhouders.
5.Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan is voor een besluit tot kapitaalvermindering een
voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit vereist van elke
groep houders van aandelen van een zelfde soort aan wier rechten
afbreuk wordt gedaan.
6.Voor een besluit tot
kapitaalvermindering is een meerderheid van ten minste twee derden
der uitgebrachte stemmen vereist, indien minder dan de helft van
het geplaatste kapitaal in de vergadering is vertegenwoordigd.
Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op een besluit als
bedoeld in het vijfde lid.
7.De oproeping tot een vergadering
waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt genomen, vermeldt
het doel van de kapitaalvermindering en de wijze van uitvoering.
Het tweede, derde en vierde lid van artikel 123 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 100
1.De naamloze vennootschap legt de
in artikel 99 lid 1 bedoelde besluiten neer ten kantore van het
handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een landelijk
verspreid dagblad.
2.De vennootschap moet, op straffe
van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in het volgende
lid, voor iedere schuldeiser die dit verlangt zekerheid stellen of
hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn
vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende
waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de vennootschap
voldoende zekerheid biedt dat de vordering zal worden voldaan.
3.Binnen twee maanden na de in het
eerste lid vermelde aankondiging kan iedere schuldeiser door een
verzoekschrift aan de rechtbank tegen het besluit tot
kapitaalvermindering in verzet komen met vermelding van de
waarborg die wordt verlangd. De rechter wijst het verzoek af,
indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat als gevolg
van de kapitaalvermindering twijfel omtrent de voldoening van zijn
vordering gewettigd is en dat de vennootschap onvoldoende
waarborgen heeft gegeven voor de voldoening van zijn vordering.
4.Voordat de rechter beslist, kan
hij de vennootschap in de gelegenheid stellen binnen een door hem
bepaalde termijn een door hem omschreven waarborg te geven. Op een
ingesteld rechtsmiddel kan hij, indien het kapitaal al is
verminderd, het stellen van een waarborg bevelen en daaraan een
dwangsom verbinden.
5.Een besluit tot vermindering van
het geplaatste kapitaal wordt niet van kracht zolang verzet kan
worden gedaan. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt het besluit
eerst van kracht, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing
van het verzet uitvoerbaar is. Een voor de vermindering van het
kapitaal vereiste akte van statutenwijziging kan niet eerder
worden verleden.
6.Indien de vennootschap haar
kapitaal wegens geleden verliezen vermindert tot een bedrag dat
niet lager is dan dat van haar eigen vermogen, behoeft zij geen
waarborg te geven en wordt het besluit onmiddellijk van kracht.
7.Dit artikel is niet van
toepassing, indien een beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal wettig verkregen eigen aandelen intrekt.
Artikel 101
1.Jaarlijks binnen vijf maanden na
afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van
deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het
bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de
aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Indien
van de vennootschap effecten zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht, bedraagt de termijn vier maanden. Deze termijn kan niet
worden verlengd. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het
jaarverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de artikelen
396 lid 7, of 403 voor de vennootschap gelden. Het bestuur van de
vennootschap waarop de artikelen 158 tot en met 161 en 164 van
toepassing zijn, zendt de jaarrekening ook toe aan de in artikel
158 lid 11 bedoelde ondernemingsraad.
2.De jaarrekening wordt ondertekend
door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de
ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt.
3.De jaarrekening wordt vastgesteld
door de algemene vergadering. Vaststelling van de jaarrekening
strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk
commissaris.
4.Besluiten waarbij de jaarrekening
wordt vastgesteld, worden in de statuten niet onderworpen aan de
goedkeuring van een orgaan van de vennootschap of van derden.
5.De statuten bevatten geen
bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende voorstellen
voor de jaarrekening of enige post daarvan worden gegeven.
6.De statuten kunnen bepalen dat
een ander orgaan van de vennootschap dan de algemene vergadering
de bevoegdheid heeft te bepalen welk deel van het resultaat van
het boekjaar wordt gereserveerd of hoe het verlies zal worden
verwerkt.
7.Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Geen ontheffing kan worden
verleend ten aanzien van het opmaken van de jaarrekening van een
vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht.
Artikel 102
1.De naamloze vennootschap zorgt
dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens
artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de
algemene vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren
kantore aanwezig zijn. De houders van haar aandelen of van met
haar medewerking uitgegeven certificaten daarvan kunnen de stukken
aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
2.Luiden deze aandelen of
certificaten aan toonder of heeft de vennootschap schuldbrieven
aan toonder uitstaan, dan kan tevens ieder de stukken, voor zover
zij na vaststelling openbaar gemaakt moeten worden, inzien en
daarvan tegen ten hoogste de kostprijs een afschrift verkrijgen.
Deze bevoegdheid vervalt zodra deze stukken zijn neergelegd ten
kantore van het handelsregister.
Artikel 103 [Vervallen per
31-12-2006]
Artikel 104
Ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor
zover de wet dat toestaat.
Artikel 105
1.Voor zover bij de statuten niet
anders is bepaald, komt de winst de aandeelhouders ten goede.
2.De naamloze vennootschap kan aan
de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor uitkering
vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover haar eigen
vermogen groter is dan het bedrag van het gestorte en opgevraagde
deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de
wet of de statuten moeten worden aangehouden.
3.Uitkering van winst geschiedt na
de vaststelling van de jaarrekening waaruit blijkt dat zij
geoorloofd is.
4.De vennootschap mag tussentijds
slechts uitkeringen doen, indien de statuten dit toelaten en aan
het vereiste van het tweede lid is voldaan blijkens een
tussentijdse vermogensopstelling. Deze heeft betrekking op de
stand van het vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde
maand voor de maand waarin het besluit tot uitkering bekend wordt
gemaakt. Zij wordt opgemaakt met inachtneming van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden. In de vermogensopstelling worden de krachtens
de wet of de statuten te reserveren bedragen opgenomen. Zij wordt
ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de handtekening van een
of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt. De vennootschap legt de vermogensopstelling ten kantore
van het handelsregister neer binnen acht dagen na de dag waarop
het besluit tot uitkering wordt bekend gemaakt.
5.Bij de berekening van de
winstverdeling tellen de aandelen die de vennootschap in haar
kapitaal houdt, mede, tenzij bij de statuten anders is bepaald.
6.Bij de berekening van het
winstbedrag, dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd, komt
slechts het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale
bedrag van de aandelen in aanmerking, tenzij bij de statuten
anders is bepaald.
7.De statuten kunnen bepalen dat de
vordering van een aandeelhouder niet door verloop van vijf jaren
verjaart, doch eerst na een langere termijn vervalt. Een zodanige
bepaling is alsdan van overeenkomstige toepassing op de vordering
van een houder van een certificaat van een aandeel op de
aandeelhouder.
8.Een uitkering in strijd met het
tweede of vierde lid moet worden terugbetaald door de
aandeelhouder of andere winstgerechtigde die wist of behoorde te
weten dat de uitkering niet geoorloofd was.
9.Geen van de aandeelhouders kan
geheel worden uitgesloten van het delen in de winst.
10.De statuten kunnen bepalen dat
de winst waartoe houders van aandelen van een bepaalde soort
gerechtigd zijn, geheel of gedeeltelijk te hunnen behoeve wordt
gereserveerd.
Artikel 106 [Vervallen per
01-09-1981]
Afdeling 4. De algemene vergadering
Artikel 107
1.Aan de algemene vergadering
behoort, binnen de door de wet en de statuten gestelde grenzen,
alle bevoegdheid, die niet aan het bestuur of aan anderen is
toegekend.
2.Het bestuur en de raad van
commissarissen verschaffen haar alle verlangde inlichtingen,
tenzij een zwaarwichtig belang der vennootschap zich daartegen
verzet.
Artikel 107a
1. Aan de goedkeuring van de
algemene vergadering zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het
karakter van de vennootschap of de onderneming, waaronder in ieder
geval:
a. overdracht van de
onderneming of vrijwel de gehele onderneming aan een derde;
b. het aangaan of verbreken van
duurzame samenwerking van de vennootschap of een
dochtermaatschappij met een andere rechtspersoon of
vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennote in
een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma,
indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende
betekenis is voor de vennootschap;
c. het nemen of afstoten van
een deelneming in het kapitaal van een vennootschap ter waarde
van ten minste een derde van het bedrag van de activa volgens
de balans met toelichting of, indien de vennootschap een
geconsolideerde balans opstelt, volgens de geconsolideerde
balans met toelichting volgens de laatst vastgestelde
jaarrekening van de vennootschap, door haar of een
dochtermaatschappij.
2. Het ontbreken van de goedkeuring
van de algemene vergadering op een besluit als bedoeld in lid 1
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders
niet aan.
3. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het verzoek om goedkeuring niet aan de algemene vergadering
aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor de datum van
oproeping als bedoeld in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld
hierover een standpunt te bepalen. Het standpunt van de
ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het verzoek om goedkeuring
aan de algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door
hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van
de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het
verzoek om goedkeuring niet aan.
4. Voor de toepassing van lid 3
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
Artikel 108
1.Jaarlijks wordt ten minste één
algemene vergadering gehouden.
2.Wanneer bij de statuten niet een
kortere termijn is gesteld, wordt de jaarvergadering gehouden
binnen zes maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap.
Artikel 108a
Binnen drie maanden nadat het voor
het bestuur aannemelijk is dat het eigen vermogen van de naamloze
vennootschap is gedaald tot een bedrag gelijk aan of lager dan de
helft van het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, wordt
een algemene vergadering gehouden ter bespreking van zo nodig te
nemen maatregelen.
Artikel 109
Het bestuur en de raad van
commissarissen zijn bevoegd tot het bijeenroepen van een algemene
vergadering; bij de statuten kan deze bevoegdheid ook aan anderen
worden verleend.
Artikel 110
1.Een of meer houders van aandelen
die gezamenlijk ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag als bij
de statuten is bepaald, kunnen door de voorzieningenrechter van de
rechtbank op hun verzoek worden gemachtigd tot de bijeenroeping
van een algemene vergadering. De voorzieningenrechter wijst dit
verzoek af, indien hem niet is gebleken, dat verzoekers voordien
aan het bestuur en aan de raad van commissarissen schriftelijk en
onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen het
verzoek hebben gericht een algemene vergadering bijeen te roepen,
en dat noch het bestuur noch de raad van commissarissen - daartoe
in dit geval gelijkelijk bevoegd - de nodige maatregelen hebben
getroffen, opdat de algemene vergadering binnen zes weken na het
verzoek kon worden gehouden.
2.Voor de toepassing van dit
artikel worden met houders van aandelen gelijkgesteld de houders
van de certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
3.Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek als
bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 111
1.De voorzieningenrechter van de
rechtbank verleent, na verhoor of oproeping van de naamloze
vennootschap, de verzochte machtiging, indien de verzoekers
summierlijk hebben doen blijken, dat de in het vorige artikel
gestelde voorwaarden zijn vervuld, en dat zij een redelijk belang
hebben bij het houden van de vergadering. De voorzieningenrechter
van de rechtbank stelt de vorm en de termijnen voor de oproeping
tot de algemene vergadering vast. Hij kan tevens iemand aanwijzen,
die met de leiding van de algemene vergadering zal zijn belast.
2.Bij de oproeping ingevolge het
eerste lid wordt vermeld dat zij krachtens rechterlijke machtiging
geschiedt. De op deze wijze gedane oproeping is rechtsgeldig, ook
indien mocht blijken dat de machtiging ten onrechte was verleend.
3.Tegen de beschikking van de
voorzieningenrechter is generlei voorziening toegelaten, behoudens
cassatie in het belang der wet.
Artikel 112
Indien zij, die krachtens artikel 109
van dit Boek of de statuten tot de bijeenroeping bevoegd zijn, in
gebreke zijn gebleven een bij artikel 108 of artikel 108a van dit
Boek of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te doen
houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter van de
rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan. Artikel 110
lid 2 en artikel 111 van dit Boek zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 113
1. Tot de algemene vergadering
worden opgeroepen de aandeelhouders alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
2. De oproeping geschiedt door
aankondiging in een landelijk verspreid dagblad.
3. De statuten kunnen bepalen dat
de houders van aandelen op naam worden opgeroepen door middel van
oproepingsbrieven gericht aan de adressen van die aandeelhouders
zoals deze zijn vermeld in het register van aandeelhouders.
4. Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien de houder van aandelen op naam alsmede de
houder van de certificaten van aandelen, welke met medewerking van
de vennootschap zijn uitgegeven, hiermee instemt, de oproeping
geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar
en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit
doel aan de vennootschap is bekend gemaakt.
5. De statuten kunnen bepalen dat
de houders van aandelen aan toonder alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven, worden opgeroepen door een langs
elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, welke tot aan de
algemene vergadering rechtstreeks en permanent toegankelijk is.
6. In afwijking van lid 2 en
onverminderd de leden 3 en 4 geschiedt de oproeping door een langs
elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, welke tot aan de
algemene vergadering rechtstreeks en permanent toegankelijk is
indien aandelen van de vennootschap of met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 114
1. Bij de oproeping worden vermeld:
a. de te behandelen
onderwerpen;
b. de plaats en het tijdstip
van de algemene vergadering;
c. de procedure voor deelname
aan de algemene vergadering bij schriftelijk gevolmachtigde;
d. indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet
op het financieel toezicht, de procedure voor deelname aan de
algemene vergadering en het uitoefenen van het stemrecht door
middel van een elektronisch communicatiemiddel, indien dit
recht overeenkomstig artikel 117a kan worden uitgeoefend,
alsmede het adres van de website van de vennootschap, als
bedoeld in artikel 5:25ka van de Wet op het financieel
toezicht.
2. Omtrent onderwerpen waarvan de
behandeling niet bij de oproeping of op de zelfde wijze is
aangekondigd met inachtneming van de voor de oproeping gestelde
termijn, kan niet wettig worden besloten, tenzij het besluit met
algemene stemmen wordt genomen in een vergadering, waarin het
gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
3. Mededelingen welke krachtens de
wet of de statuten aan de algemene vergadering moeten worden
gericht, kunnen geschieden door opneming hetzij in de oproeping
hetzij in het stuk dat ter kennisneming ten kantore der
vennootschap is neergelegd, mits daarvan in de oproeping melding
wordt gemaakt.
4. In afwijking van lid 1 kan bij
de oproeping worden medegedeeld dat de houders van aandelen en de
houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van aandelen ten kantore van de vennootschap kennis
kunnen nemen van de gegevens bedoeld in lid 1 onderdelen a en c,
tenzij de betreffende aandelen of certificaten zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 114a
1. Een onderwerp, waarvan de
behandeling schriftelijk is verzocht door een of meer houders van
aandelen die daartoe krachtens het volgende lid gerechtigd zijn,
wordt opgenomen in de oproeping of op dezelfde wijze aangekondigd
indien de vennootschap het met redenen omklede verzoek of een
voorstel voor een besluit niet later dan op de zestigste dag voor
die van de vergadering heeft ontvangen.
2. Om behandeling kan worden
verzocht door een of meer houders van aandelen die alleen of
gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen of, indien de aandelen zijn toegelaten
tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is ten minste een waarde vertegenwoordigen
van € 50 miljoen. Bij algemene maatregel van bestuur kan dit
bedrag worden verhoogd of verlaagd in verband met de ontwikkeling
van het loon- en prijspeil.
3. In de statuten kan het vereiste
gedeelte van het kapitaal of de waarde van de aandelen lager
worden gesteld en de termijn voor indiening van het verzoek worden
verkort.
4. Voor de toepassing van dit
artikel worden met de houders van aandelen gelijkgesteld de
houders van de certificaten van aandelen die met medewerking van
de vennootschap zijn uitgegeven.
5. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek als
bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 115
1. Behoudens het bepaalde bij de
tweede zin van het eerste lid van artikel 111 van dit Boek,
geschiedt de oproeping niet later dan op de vijftiende dag vóór
die der vergadering. Was die termijn korter of heeft de oproeping
niet plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden
genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin
het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
2. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, geschiedt de oproeping niet later dan op
de tweeënveertigste dag vóór die der vergadering.
Artikel 116
De algemene vergaderingen worden
gehouden in Nederland ter plaatse bij de statuten vermeld, of anders
in de gemeente waar de naamloze vennootschap haar woonplaats heeft.
In een algemene vergadering, gehouden elders dan behoort, kunnen
wettige besluiten slechts worden genomen, indien het gehele
geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
Artikel 117
1. Iedere aandeelhouder is bevoegd,
in persoon of bij een schriftelijk gevolmachtigde, de algemene
vergaderingen bij te wonen, daarin het woord te voeren en het
stemrecht uit te oefenen. Houders van onderaandelen, tezamen
uitmakende het bedrag van een aandeel, oefenen deze rechten
gezamenlijk uit, hetzij door één van hen, hetzij door een
schriftelijk gevolmachtigde. Bij de statuten kan de bevoegdheid
van aandeelhouders zich te doen vertegenwoordigen, worden beperkt.
De bevoegdheid van aandeelhouders zich te doen vertegenwoordigen
door een advocaat, notaris, kandidaat-notaris, registeraccountant
of accountant-administratieconsulent kan niet worden uitgesloten.
2. Iedere houder van een met
medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaat van een
aandeel is bevoegd, in persoon of bij een schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergadering bij te wonen en daarin het
woord te voeren. De voorlaatste en de laatste zin van lid 1 zijn
van overeenkomstige toepassing.
3. De statuten kunnen bepalen dat
een aandeelhouder niet gerechtigd is tot deelname aan de algemene
vergadering zolang hij in gebreke is te voldoen aan een wettelijke
of statutaire verplichting. Wanneer bij de statuten is bepaald dat
de houders van aandelen de bewijsstukken van hun recht vóór de
algemene vergadering in bewaring moeten geven, worden bij de
oproeping voor die vergadering vermeld de plaats waar en de dag
waarop zulks uiterlijk moet geschieden. Die dag kan niet vroeger
worden gesteld dan op de zevende dag voor die der vergadering.
Indien de statuten voorschriften overeenkomstig de voorgaande
bepalingen van dit lid bevatten, gelden deze mede voor de houders
van de certificaten van aandelen die met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven. Inbewaringgeving van bewijsstukken
kan niet worden voorgeschreven indien aandelen van de vennootschap
of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht.
4. De bestuurders en de
commissarissen hebben als zodanig in de algemene vergaderingen een
raadgevende stem.
5. De accountant aan wie de
opdracht tot het onderzoek van de jaarrekening is verleend,
bedoeld in artikel 393 lid 1, is bevoegd de algemene vergadering
die besluit over de vaststelling van de jaarrekening bij te wonen
en daarin het woord te voeren.
6. Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd. Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking
van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld
in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, biedt de
vennootschap aan de aandeelhouder de mogelijkheid om haar langs
elektronische weg van de volmacht in kennis te stellen.
7. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht, kan bij de statuten de bevoegdheid van aandeelhouders of
certificaathouders zich te doen vertegenwoordigen niet worden
uitgesloten of beperkt.
Artikel 117a
1. De statuten kunnen bepalen dat
iedere aandeelhouder bevoegd is om, in persoon of bij een
schriftelijk gevolmachtigde, door middel van een elektronisch
communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen,
daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen.
2. Voor de toepassing van lid 1 is
vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht
kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
3. Bij of krachtens de statuten
kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het
elektronisch communicatiemiddel, mits deze voorwaarden redelijk en
noodzakelijk zijn voor de identificatie van de aandeelhouder en de
betrouwbaarheid en veiligheid van de communicatie. Indien de
voorwaarden krachtens de statuten worden gesteld, of artikel 114
lid 1 onderdeel d van toepassing is, worden deze voorwaarden bij
de oproeping bekend gemaakt.
4. Lid 1 tot en met 3 zijn van
overeenkomstige toepassing op de rechten van iedere houder van een
met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaat van een
aandeel.
5. Aan de eis van schriftelijkheid
van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd. Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking
van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld
in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, biedt de
vennootschap aan de aandeelhouder de mogelijkheid om haar langs
elektronische weg van de volmacht in kennis te stellen.
Artikel 117b
1. De statuten kunnen bepalen dat
stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een
elektronisch communicatiemiddel of bij brief worden uitgebracht
gelijk worden gesteld met stemmen die ten tijde van de vergadering
worden uitgebracht. Deze stemmen worden niet eerder uitgebracht
dan op de in het derde lid bedoelde dag van registratie.
2. Voor de toepassing van lid 1
hebben als stem- of vergadergerechtigde te gelden zij die op een
bij de bijeenroeping van een algemene vergadering te bepalen
tijdstip die rechten hebben en als zodanig zijn ingeschreven in
een door het bestuur aangewezen register, ongeacht wie ten tijde
van de algemene vergadering de rechthebbenden op de aandelen zijn.
3. De dag van registratie is de
achtentwintigste dag voor die van de vergadering.
4. Bij de oproeping wordt de dag
van de registratie vermeld, alsmede de wijze waarop de stem- of
vergadergerechtigden zich kunnen laten registreren en de wijze
waarop zij hun rechten kunnen uitoefenen.
Artikel 118
1.Slechts aandeelhouders hebben
stemrecht. Iedere aandeelhouder heeft ten minste één stem. De
statuten kunnen bepalen dat een aandeelhouder niet gerechtigd is
tot uitoefening van het stemrecht zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire verplichting.
2.Indien het maatschappelijk
kapitaal in aandelen van een zelfde bedrag is verdeeld, brengt
iedere aandeelhouder zoveel stemmen uit als hij aandelen heeft.
3.Indien het maatschappelijk
kapitaal in aandelen van verschillend bedrag is verdeeld, is het
aantal stemmen van iedere aandeelhouder gelijk aan het aantal
malen, dat het bedrag van het kleinste aandeel is begrepen in het
gezamenlijk bedrag van zijn aandelen; gedeelten van stemmen worden
verwaarloosd.
4.Echter kan het door een zelfde
aandeelhouder uit te brengen aantal stemmen bij de statuten worden
beperkt, mits aandeelhouders wier bedrag aan aandelen gelijk is,
hetzelfde aantal stemmen uitbrengen en de beperking voor de
houders van een groter bedrag aan aandelen niet gunstiger is
geregeld dan voor de houders van een kleiner bedrag aan aandelen.
5.Van het bepaalde bij het tweede
en het derde lid kan bij de statuten ook op andere wijze worden
afgeweken, mits aan eenzelfde aandeelhouder niet meer dan zes
stemmen worden toegekend indien het maatschappelijk kapitaal is
verdeeld in honderd of meer aandelen, en niet meer dan drie
stemmen indien het kapitaal in minder dan honderd aandelen is
verdeeld.
6.Onderaandelen die tezamen het
bedrag van een aandeel uitmaken worden met een zodanig aandeel
gelijkgesteld.
7.Voor een aandeel dat toebehoort
aan de vennootschap of aan een dochtermaatschappij daarvan kan in
de algemene vergadering geen stem worden uitgebracht; evenmin voor
een aandeel waarvan een hunner de certificaten houdt.
Vruchtgebruikers en pandhouders van aandelen die aan de
vennootschap en haar dochtermaatschappijen toebehoren, zijn
evenwel niet van hun stemrecht uitgesloten, indien het
vruchtgebruik of pandrecht was gevestigd voordat het aandeel aan
de vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan toebehoorde. De
vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan kan geen stem
uitbrengen voor een aandeel waarop zij een recht van vruchtgebruik
of een pandrecht heeft.
Artikel 118a
1.Indien met medewerking van de
vennootschap certificaten van aandelen zijn uitgegeven die zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de
Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit
een staat die geen lidstaat is wordt de houder van de certificaten
op zijn verzoek gevolmachtigd om met uitsluiting van de
volmachtgever het stemrecht verbonden aan het betreffende aandeel
of de betreffende aandelen uit te oefenen in een in de volmacht
aangegeven algemene vergadering. Een aldus gevolmachtigde
certificaathouder kan het stemrecht naar eigen inzicht uitoefenen.
De artikelen 88 lid 4 en 89 lid 4 zijn niet van toepassing.
2.De stemgerechtigde kan de
volmacht slechts beperken, uitsluiten of een gegeven volmacht
herroepen indien:
a. een openbaar bod is
aangekondigd of uitgebracht op aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of op certificaten of de gerechtvaardigde
verwachting bestaat dat daartoe zal worden overgegaan, zonder
dat over het bod overeenstemming is bereikt met de
vennootschap;
b. een houder van certificaten
of meerdere houders van certificaten en aandelen volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking al dan niet samen met
dochtermaatschappijen ten minste 25% van het geplaatst
kapitaal van de vennootschap verschaffen of doen verschaffen;
of
c. naar het oordeel van de
stemgerechtigde uitoefening van het stemrecht door een houder
van certificaten wezenlijk in strijd is met het belang van de
vennootschap en de daarmee verbonden onderneming.
De stemgerechtigde brengt het
besluit tot beperking, intrekking of herroeping gemotiveerd ter
kennis van de certificaathouders en de overige aandeelhouders.
3.De bevoegdheid tot beperking,
uitsluiting of herroeping bestaat niet indien de stemgerechtigde
rechtspersoonlijkheid heeft en de meerderheid van stemmen in het
bestuur van de rechtspersoon kan worden uitgebracht door
a. bestuurders of gewezen
bestuurders alsmede commissarissen of gewezen commissarissen
van de vennootschap of haar groepsmaatschappijen;
b. natuurlijke personen in
dienst van de vennootschap of haar groepsmaatschappijen;
c. vaste adviseurs van de
vennootschap of haar groepsmaatschappijen.
4.Bij het besluit tot het beperken,
uitsluiten of herroepen van de volmacht en het besluit over de
wijze waarop het stemrecht wordt uitgeoefend, kunnen de in het lid
3 bedoelde personen geen stem uitbrengen.
Artikel 119
1. De algemene vergadering kan het
bestuur voor een periode van ten hoogste vijf jaren machtigen bij
de bijeenroeping van een algemene vergadering te bepalen dat voor
de toepassing van artikel 117 leden 1 en 2 en artikel 117a leden 1
en 4 als stem- of vergadergerechtigde hebben te gelden zij die op
de in lid 2 bedoelde dag van registratie die rechten hebben en als
zodanig zijn ingeschreven in een door het bestuur aangewezen
register, ongeacht wie ten tijde van de algemene vergadering de
rechthebbenden op de aandelen of certificaten zijn. De machtiging
kan ook voor onbepaalde tijd worden verleend bij de statuten.
Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht, hebben voor de toepassing
van artikel 117 leden 1 en 2 en artikel 117a leden 1 en 4 als
stem- of vergadergerechtigde te gelden zij die op de in lid 2
bedoelde dag van registratie die rechten hebben en als zodanig
zijn ingeschreven in een door het bestuur aangewezen register,
ongeacht wie ten tijde van de algemene vergadering de
rechthebbenden op de aandelen of certificaten zijn.
2. De dag van registratie is de
achtentwintigste dag voor die van de vergadering.
3. Bij de oproeping voor de
vergadering wordt de dag van registratie vermeld alsmede de wijze
waarop de stem- of vergadergerechtigden zich kunnen laten
registreren en de wijze waarop zij hun rechten kunnen uitoefenen.
Artikel 120
1. Alle besluiten waaromtrent bij
de wet of de statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven,
worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte
stemmen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan
beslist het lot, staken de stemmen bij een andere stemming, dan is
het voorstel verworpen; een en ander voor zover in de wet of de
statuten niet een andere oplossing is aangegeven. Deze oplossing
kan bestaan in het opdragen van de beslissing aan een derde.
2. Tenzij bij de wet of de statuten
anders is bepaald, is de geldigheid van besluiten niet afhankelijk
van het ter vergadering vertegenwoordigd gedeelte van het
kapitaal.
3. Indien in de statuten is bepaald
dat de geldigheid van een besluit afhankelijk is van het ter
vergadering vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal en dit
gedeelte ter vergadering niet vertegenwoordigd was, kan, tenzij de
statuten anders bepalen, een nieuwe vergadering worden
bijeengeroepen waarin het besluit kan worden genomen,
onafhankelijk van het op deze vergadering vertegenwoordigd
gedeelte van het kapitaal. Bij de oproeping tot de nieuwe
vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan
worden genomen, onafhankelijk van het ter vergadering
vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal.
4. Het bestuur van de vennootschap
houdt van de genomen besluiten aantekening. De aantekeningen
liggen ten kantore van de vennootschap ter inzage van de
aandeelhouders en de houders van de met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen. Aan ieder
van dezen wordt desgevraagd afschrift of uittreksel van deze
aantekeningen verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs.
5. Onverminderd het bepaalde in lid
4 stelt de vennootschap waarvan aandelen of met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot
de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht voor elk genomen besluit
vast:
a. het aantal aandelen waarvoor
geldige stemmen zijn uitgebracht;
b. het percentage dat het
aantal onder a bedoelde aandelen vertegenwoordigt in het
geplaatste kapitaal;
c. het totale aantal geldig
uitgebrachte stemmen;
d. het aantal stemmen dat voor
en tegen het besluit is uitgebracht, alsmede het aantal
onthoudingen.
Artikel 121
1.De algemene vergadering is
bevoegd de statuten te wijzigen; voor zover bij de statuten de
bevoegdheid tot wijziging mocht zijn uitgesloten, is wijziging
niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering waarin
het gehele geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
2.Een bepaling in de statuten, die
de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen der
statuten beperkt, kan slechts worden gewijzigd met inachtneming
van gelijke beperking.
3.Een bepaling in de statuten, die
de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere bepalingen
uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene stemmen in een
vergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal is
vertegenwoordigd.
Artikel 121a
1.Het besluit tot verhoging van het
bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal volgens
artikel 67a wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen.
Het besluit tot vermindering van het bedrag van de aandelen en van
het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met een meerderheid van
ten minste twee-derde van de uitgebrachte stemmen indien minder
dan de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd. Zijn
er verschillende soorten aandelen, dan is naast het besluit tot
verhoging of verlaging een voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend
besluit nodig van elke groep van houders van aandelen waaraan de
omzetting afbreuk doet.
2.Voor de toepassing van deze
bepaling wordt onder aandelen van een bepaalde soort tevens
begrepen aandelen met een onderscheiden nominale waarde.
Artikel 122
Wijziging van een bepaling der
statuten, waarbij aan een ander dan aan aandeelhouders der
vennootschap als zodanig enig recht is toegekend, kan indien de
gerechtigde in de wijziging niet toestemt, aan diens recht geen
nadeel toebrengen; tenzij ten tijde van de toekenning van het recht
de bevoegdheid tot wijziging bij die bepaling uitdrukkelijk was
voorbehouden.
Artikel 123
1.Wanneer aan de algemene
vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal worden
gedaan, moet zulks steeds bij de oproeping tot de algemene
vergadering worden vermeld.
2.Degenen die zodanige oproeping
hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat
voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen,
ten kantore van de vennootschap nederleggen ter inzage voor iedere
aandeelhouder tot de afloop der vergadering. Artikel 114 lid 2 is
van overeenkomstige toepassing.
3.De aandeelhouders moeten in de
gelegenheid worden gesteld van de dag der nederlegging tot die der
algemene vergadering een afschrift van het voorstel, gelijk bij
het vorige lid bedoeld, te verkrijgen. Deze afschriften worden
kosteloos verstrekt.
4.Hetgeen in dit artikel met
betrekking tot aandeelhouders is bepaald, is van overeenkomstige
toepassing op houders van met medewerking der vennootschap
uitgegeven certificaten van aandelen.
Artikel 124
1.Van een wijziging in de statuten
wordt, op straffe van nietigheid, een notariële akte opgemaakt.
De akte wordt verleden in de Nederlandse taal.
2.Die akte kan bestaan in een
notarieel proces-verbaal van de algemene vergadering, waarin de
wijziging aangenomen is, of in een later verleden notariële akte.
Het bestuur is bevoegd de akte te doen verlijden, ook zonder
daartoe door de algemene vergadering te zijn gemachtigd. De
algemene vergadering kan het bestuur of een of meer andere
personen machtigen de veranderingen aan te brengen, die nodig
mochten blijken om de bij het volgende artikel bedoelde verklaring
te verkrijgen.
3.Wordt het maatschappelijke
kapitaal gewijzigd, dan vermeldt de akte welk deel daarvan is
geplaatst.
Artikel 125
1.De wijziging in de statuten wordt
niet van kracht, dan nadat door Onze Minister van Justitie is
verklaard, dat hem van bezwaren niet is gebleken.
2.De in lid één bedoelde
verklaring mag alleen worden geweigerd op grond dat door de
wijziging de vennootschap een verboden karakter zou verkrijgen of
dat er gevaar bestaat dat door de wijziging de vennootschap
gebruikt zal worden voor ongeoorloofde doeleinden.
3.Ter verkrijging van deze
verklaring moeten aan Onze Minister van Justitie alle inlichtingen
verstrekt worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de
aanvraag. Tevens moet aan Onze Minister ten bate van 's Rijks kas
een bedrag van € 90,76 worden voldaan. Wij kunnen bij algemene
maatregel van bestuur dit bedrag verhogen in verband met de
stijging van het loon- en prijspeil.
4.De verklaring is niet vereist bij
een omzetting van de bedragen van de aandelen of van het
maatschappelijk of het geplaatste kapitaal in euro volgens artikel
67a.
Artikel 126
De bestuurders zijn verplicht een
authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten
neder te leggen ten kantore van het handelsregister.
Artikel 127
Gedurende het faillissement der
naamloze vennootschap kan in haar statuten geen wijziging worden
aangebracht dan met toestemming van de curator.
Artikel 128
1.De statuten kunnen bepalen dat
besluitvorming van aandeelhouders op andere wijze dan in een
vergadering kan geschieden, tenzij aandelen aan toonder of, met
medewerking van de vennootschap, certificaten van aandelen zijn
uitgegeven. Indien de statuten een zodanige regeling bevatten, is
zulk een besluitvorming slechts mogelijk met algemene stemmen van
de stemgerechtigde aandeelhouders. De stemmen worden schriftelijk
uitgebracht.
2.Tenzij de statuten anders bepalen
kunnen de stemmen ook langs elektronische weg worden uitgebracht.
Afdeling 5. Het bestuur van de
naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur
Artikel 129
1.Behoudens beperkingen volgens de
statuten is het bestuur belast met het besturen van de
vennootschap.
2.De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één
stem wordt toegekend. Een bestuurder kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen.
3.Besluiten van het bestuur kunnen
bij of krachtens de statuten slechts worden onderworpen aan de
goedkeuring van een orgaan van de vennootschap.
4.De statuten kunnen bepalen dat
het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een
orgaan van de vennootschap die de algemene lijnen van het te
voeren beleid op nader in de statuten aangegeven terreinen
betreffen.
Artikel 130
1.Het bestuur vertegenwoordigt de
vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2.De bevoegdheid tot
vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De
statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur
slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts
bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met medewerking
van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3.Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden
ingeroepen.
4.De statuten kunnen ook aan andere
personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 131
De rechtbank, binnen welker
rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis van
alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de
naamloze vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de
vordering bedoeld bij artikel 138 van dit Boek, waarvan het bedrag
onbepaald is of € 5000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt
kennis van verzoeken als bedoeld in artikel 685 van Boek 7
betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst.
Artikel 132
1.De benoeming van bestuurders
geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en later
door de algemene vergadering, tenzij zij overeenkomstig artikel
162 van dit Boek door de raad van commissarissen geschiedt.
2.De statuten kunnen de kring van
benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de
bestuurders moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden
gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met
twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van
het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
Artikel 133
1.Bij de statuten kan worden
bepaald, dat de benoeming door de algemene vergadering zal
geschieden uit een voordracht, die ten minste twee personen voor
iedere te vervullen plaats bevat.
2.De algemene vergadering kan
echter aan zodanige voordracht steeds het bindend karakter
ontnemen bij een besluit genomen met twee derden van de
uitgebrachte stemmen, die meer dan de helft van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen.
3.De vorige leden zijn niet van
toepassing, indien de benoeming geschiedt door de raad van
commissarissen.
Artikel 134
1.Iedere bestuurder kan te allen
tijde worden geschorst en ontslagen door degene die bevoegd is tot
benoeming.
2.Indien in de statuten is bepaald
dat het besluit tot schorsing of ontslag slechts mag worden
genomen met een versterkte meerderheid in een algemene
vergadering, waarin een bepaald gedeelte van het kapitaal is
vertegenwoordigd, mag deze versterkte meerderheid twee derden der
uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende meer dan de helft van
het kapitaal, niet te boven gaan.
3.Een veroordeling tot herstel van
de arbeidsovereenkomst tussen naamloze vennootschap en bestuurder
kan door de rechter niet worden uitgesproken.
4.De statuten moeten voorschriften
bevatten omtrent de wijze, waarop in het bestuur van de
vennootschap voorlopig wordt voorzien ingeval van ontstentenis of
belet van bestuurders.
Artikel 134a
1. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag van een
bestuurder niet aan de algemene vergadering aangeboden, dan nadat
de ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld
in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt
te bepalen. Het standpunt van de ondernemingsraad wordt
gelijktijdig met het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag
aan de algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door
hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van
de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het
voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag niet aan.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
Artikel 135
1. De vennootschap heeft een beleid
op het terrein van bezoldiging van het bestuur. Het beleid wordt
vastgesteld door de algemene vergadering. In het
bezoldigingsbeleid komen ten minste de in artikel 383c tot en met
e omschreven onderwerpen aan de orde, voor zover deze het bestuur
betreffen.
2. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid niet aan
de algemene vergadering aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad
tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld in artikel 114 in
de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. Het
standpunt van de ondernemingsraad wordt, gelijktijdig met het
voorstel tot vaststelling van het bezoldigingsbeleid, aan de
algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door hem
aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van de
ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming inzake het
bezoldigingsbeleid niet aan.
3. Voor de toepassing van lid 2
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
4. De bezoldiging van bestuurders
wordt met inachtneming van het beleid, bedoeld in lid 1,
vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij bij de statuten
een ander orgaan is aangewezen.
5. Indien in de statuten is bepaald
dat een ander orgaan dan de algemene vergadering de bezoldiging
vaststelt, legt dat orgaan ten aanzien van regelingen in de vorm
van aandelen of rechten tot het nemen van aandelen een voorstel
ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering. In het voorstel
moet ten minste zijn bepaald hoeveel aandelen of rechten tot het
nemen van aandelen aan het bestuur mogen worden toegekend en welke
criteria gelden voor toekenning of wijziging. Het ontbreken van de
goedkeuring van de algemene vergadering tast de
vertegenwoordigingbevoegdheid van het orgaan niet aan.
Artikel 136
Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is het bestuur zonder opdracht der algemene vergadering
niet bevoegd aangifte te doen tot faillietverklaring van de naamloze
vennootschap.
Artikel 137
1.Rechtshandelingen van de
vennootschap jegens de houder van alle aandelen in het kapitaal
van de vennootschap of jegens een deelgenoot in een
huwelijksgemeenschap of in een gemeenschap van een geregistreerd
partnerschap waartoe alle aandelen in het kapitaal van de
vennootschap behoren, waarbij de vennootschap wordt
vertegenwoordigd door deze aandeelhouder of door een van de
deelgenoten, worden schriftelijk vastgelegd. Voor de toepassing
van de vorige zin worden aandelen gehouden door de vennootschap of
haar dochtermaatschappijen niet meegeteld. Indien de eerste zin
niet in acht is genomen, kan de rechtshandeling ten behoeve van de
vennootschap worden vernietigd.
2.Lid 1 is niet van toepassing op
rechtshandelingen die onder de bedongen voorwaarden tot de gewone
bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren.
Artikel 138
1.In geval van faillissement van de
naamloze vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel
hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor
zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen
worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk
onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een
belangrijke oorzaak is van het faillissement.
2.Indien het bestuur niet heeft
voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft
het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat
onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het
faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig
aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of
commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de
verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk
verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
3.Niet aansprakelijk is de
bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door
het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is
geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af
te wenden.
4.De rechter kan het bedrag
waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien hem
dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de
onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere oorzaken
van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is afgewikkeld.
De rechter kan voorts het bedrag van de aansprakelijkheid van een
afzonderlijke bestuurder verminderen indien hem dit bovenmatig
voorkomt, gelet op de tijd gedurende welke die bestuurder als
zodanig in functie is geweest in de periode waarin de
onbehoorlijke taakvervulling plaats vond.
5.Is de omvang van het tekort nog
niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van
het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling waarvan
hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt opgemaakt
overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van het tweede
boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
6.De vordering kan slechts worden
ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode
van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een aan de
bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van de
vordering niet in de weg.
7.Met een bestuurder wordt voor de
toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het beleid van
de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij
bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door
de rechter benoemde bewindvoerder.
8.Dit artikel laat onverlet de
bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering op
grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van
artikel 9.
9.Indien een bestuurder ingevolge
dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot betaling van
zijn schuld terzake, kan de curator de door die bestuurder
onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid
tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van de boedel door
een buitengerechtelijke verklaring vernietigen, indien aannemelijk
is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het oogmerk van
vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel 45 leden 4 en
5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing.
10.Indien de boedel ontoereikend is
voor het instellen van een rechtsvordering op grond van dit
artikel of artikel 9 of voor het instellen van een voorafgaand
onderzoek naar de mogelijkheid daartoe, kan de curator Onze
Minister van Justitie verzoeken hem bij wijze van voorschot de
benodigde middelen te verschaffen. Onze Minister kan regels
stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek en
de grenzen waarbinnen het verzoek kan worden toegewezen. Het
verzoek moet de gronden bevatten waarop het berust, alsmede een
beredeneerde schatting van de kosten en de omvang van het
onderzoek. Het verzoek, voor zover het betreft het instellen van
een voorafgaand onderzoek, behoeft de goedkeuring van de
rechter-commissaris.
Artikel 139
Indien door de jaarrekening, door
tussentijdse cijfers die de vennootschap bekend heeft gemaakt of
door het jaarverslag een misleidende voorstelling wordt gegeven van
de toestand der vennootschap, zijn de bestuurders tegenover derden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen dientengevolge
geleden. De bestuurder die bewijst dat dit aan hem niet te wijten
is, is niet aansprakelijk.
Artikel 140
1.Bij de statuten kan worden
bepaald dat er een raad van commissarissen zal zijn. De raad
bestaat uit een of meer natuurlijke personen.
2.De raad van commissarissen heeft
tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de
algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad ter zijde.
Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar
het belang van de vennootschap en de met haar verbonden
onderneming.
3.De statuten kunnen aanvullende
bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van
zijn leden bevatten.
4.De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide commissaris meer dan één
stem wordt toegekend. Een commissaris kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere commissarissen tezamen.
Artikel 141
1.Het bestuur verschaft de raad van
commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak
noodzakelijke gegevens.
2.Het bestuur stelt ten minste een
keer per jaar de raad van commissarissen schriftelijk op de hoogte
van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en
financiële risico's en het beheers- en controlesysteem van de
vennootschap.
Artikel 142
1.De commissarissen die niet reeds
bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd door de
algemene vergadering. De statuten kunnen de kring van benoembare
personen beperken door eisen te stellen waaraan de commissarissen
moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden gesteld door een
besluit van de algemene vergadering genomen met twee derden van de
uitgebrachte stemmen die meer dan de helft van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen.
2.De eerste twee leden van artikel
133 van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de
benoeming door de algemene vergadering geschiedt.
3.Bij een aanbeveling of voordracht
tot benoeming van een commissaris worden van de kandidaat
medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan door hem
gehouden aandelen in het kapitaal der vennootschap en de
betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover
die van belang zijn in verband met de vervulling van de taak van
een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke rechtspersonen hij
reeds als commissaris is verbonden; indien zich daaronder
rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep behoren, kan met
de aanduiding van de groep worden volstaan. De aanbeveling en de
voordracht tot benoeming of herbenoeming worden gemotiveerd. Bij
herbenoeming wordt rekening gehouden met de wijze waarop de
kandidaat zijn taak als commissaris heeft vervuld.
Artikel 143
Bij de statuten kan worden bepaald
dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het
gehele aantal, zullen worden benoemd door anderen dan de algemene
vergadering. Is de benoeming van commissarissen geregeld
overeenkomstig de artikelen 158 en 159 van dit Boek, dan vindt de
vorige zin geen toepassing.
Artikel 144
1.Een commissaris kan worden
geschorst en ontslagen door degene, die bevoegd is tot benoeming,
tenzij artikel 161 leden 2 en 3 of artikel 161a van dit Boek van
toepassing is.
2.Het tweede en het derde lid van
artikel 134 van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 144a
1. Indien de vennootschap krachtens
wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft ingesteld, wordt
het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag van een
commissaris niet aan de algemene vergadering aangeboden, dan nadat
de ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld
in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover een standpunt
te bepalen. Het standpunt van de ondernemingsraad wordt
gelijktijdig met het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag
aan de algemene vergadering aangeboden. De voorzitter of een door
hem aangewezen lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van
de ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het
voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag niet aan.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de ondernemingsraad
van de onderneming van een dochtermaatschappij, mits de werknemers
in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in
meerderheid binnen Nederland werkzaam zijn. Is er meer dan één
ondernemingsraad, dan wordt de bevoegdheid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of
ondernemingen een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komt de
bevoegdheid toe aan de centrale ondernemingsraad.
Artikel 145
De algemene vergadering kan aan de
commissarissen een bezoldiging toekennen.
Artikel 146
Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, wordt de naamloze vennootschap in alle gevallen waarin zij
een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders,
vertegenwoordigd door commissarissen. De algemene vergadering is
steeds bevoegd een of meer andere personen daartoe aan te wijzen.
Artikel 147
1.Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere bestuurder
te allen tijde te schorsen.
2.De schorsing kan te allen tijde
door de algemene vergadering worden opgeheven, tenzij de
bevoegdheid tot benoeming van de bestuurders bij de raad van
commissarissen berust.
Artikel 148 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 149
Het bepaalde bij de artikelen 9, 131
en 138 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
taakvervulling door de raad van commissarissen.
Artikel 150
Indien door de jaarrekening een
misleidende voorstelling wordt gegeven van de toestand der
vennootschap, zijn de commissarissen naast de bestuurders tegenover
derden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen
dientengevolge geleden. De commissaris die bewijst dat zulks niet
aan een tekortkoming zijnerzijds in het toezicht is te wijten, is
niet aansprakelijk.
Artikel 151
1.Allen, commissarissen of anderen,
die, zonder deel uit te maken van het bestuur der naamloze
vennootschap, krachtens enige bepaling der statuten of krachtens
besluit der algemene vergadering, voor zekere tijd of onder zekere
omstandigheden daden van bestuur verrichten, worden te dien
aanzien, wat hun rechten en verplichtingen ten opzichte van de
vennootschap en van derden betreft, als bestuurders aangemerkt.
2.Het goedkeuren van bepaalde
bestuurshandelingen of het daartoe machtigen geldt niet als het
verrichten van daden van bestuur.
Afdeling 6. De raad van
commissarissen bij de grote naamloze vennootschap
Artikel 152
In deze afdeling wordt onder een
afhankelijke maatschappij verstaan:
a. een rechtspersoon waaraan de
naamloze vennootschap of een of meer afhankelijke maatschappijen
alleen of samen voor eigen rekening ten minste de helft van het
geplaatste kapitaal verschaffen,
b. een vennootschap waarvan een
onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor
de naamloze vennootschap of een afhankelijke maatschappij als
vennote jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle
schulden.
Artikel 153
1.Een naamloze vennootschap moet,
indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee
maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door de algemene
vergadering ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat
zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat artikel
154 lid 3 van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het
bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan;
wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in
het eerste jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt
uitgebracht.
2.De verplichting tot het doen van
een opgaaf geldt, indien:
a. het geplaatste kapitaal der
vennootschap tezamen met de reserves volgens de balans met
toelichting ten minste een bij koninklijk besluit vastgesteld
grensbedrag beloopt,
b. de vennootschap of een
afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting
een ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de vennootschap en haar
afhankelijke maatschappijen, tezamen in de regel ten minste
honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.
3.De verplichting tot het doen van
een opgaaf geldt niet voor:
a. een vennootschap die
afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de
artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met 161
en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn, een vennootschap die afhankelijke
maatschappij is van een Europese naamloze vennootschap in de
zin van Verordening (EG) Nr. 2157/2001 (Pb L 294) waarvan in
de statuten is bepaald dat de artikelen 158 leden 1 tot en met
12, 159, 161, 161a en 164 van overeenkomstige toepassing zijn,
danwel een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van
een Europese coöperatieve vennootschap in de zin van
Verordening (EG) Nr. 1435/2003 (PbEU L 207) waarvan in de
statuten is bepaald dat de artikelen 158 leden 1 tot en met
12, 159, 161a en 164 van overeenkomstige toepassing zijn en
dat het ontslag van leden van het toezichthoudend orgaan
geschiedt door de algemene vergadering, bedoeld in artikel 52
van de Verordening, bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen vertegenwoordigend ten minste een derde
van het totale aantal stemrechten op grond van de statuten,
b. een vennootschap wier
werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt
tot het beheer en de financiering van groepsmaatschappijen, en
van haar en hun deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de
werknemers in dienst van de vennootschap en de
groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn,
c. een vennootschap die
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als
bedoeld onder b of in artikel 263 lid 3 onder b, en aan de in
die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en rechtspersonen
diensten ten behoeve van het beheer en de financiering
verleent, en
d. een vennootschap waarin voor
ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen door
twee of meer rechtspersonen waarop de artikelen 63f tot en met
63j, de artikelen 158 tot en met 161 en 164 of de artikelen
268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn of die
afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.
4.Het in onderdeel a van lid 2
genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer
sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij
afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde bedrag
minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
5.Onder het geplaatste kapitaal met
de reserves wordt in lid 2 onder a begrepen de gezamenlijke
verrichte en nog te verrichten inbreng van vennoten bij wijze van
geldschieting in afhankelijke maatschappijen die commanditaire
vennootschap zijn, voor zover dit niet tot dubbeltelling leidt.
Artikel 154
1.De artikelen 158-164 van dit Boek
zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een opgaaf als
bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren onafgebroken is
ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken,
indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens die termijn ten
onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan gemaakt.
2.De doorhaling van de inschrijving
op grond van de omstandigheid dat de vennootschap niet meer
voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid van het
vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de artikelen 158-164
van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na de doorhaling
zijn verstreken en de vennootschap gedurende die termijn niet
opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht geweest.
3.De vennootschap brengt haar
statuten in overeenstemming met de artikelen 158-164 welke voor
haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen
krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
4.In de eerstvolgende vergadering
nadat de vennootschap waarop de artikelen 158 tot en met 164 of
158 tot en met 161 en 164 van toepassing zijn gaat voldoen aan de
voorwaarden bedoeld in de artikelen 153 lid 3, 154 lid 2, 155 of
155a, doet het bestuur aan de algemene vergadering het voorstel in
de statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen
en de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen te
regelen zonder toepassing van de artikelen 158 tot en met 164
respectievelijk de artikelen 158 tot en met 161 en 164, dan wel
het voorstel deze artikelen geheel of met uitzondering van artikel
162 te blijven toepassen. Het besluit wordt genomen met volstrekte
meerderheid van stemmen. De bevoegdheid van de algemene
vergadering tot het nemen van een besluit ter uitvoering van dit
artikel kan niet worden beperkt.
5.Uiterlijk twaalf maanden nadat
het besluit bedoeld in lid 4 is genomen, legt het bestuur aan de
algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten
voor. Indien de algemene vergadering geen besluit tot
statutenwijziging neemt, stelt de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam op verzoek van degene die daartoe
krachtens het volgende lid bevoegd is, de statuten vast. De
laatste twee zinnen van lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.
6.Een verzoek tot vaststelling van
de statuten kan worden ingediend door een daartoe aangewezen
vertegenwoordiger van het bestuur of van de raad van
commissarissen en door degene die gerechtigd is tot agendering
ingevolge artikel 114a.
7.De ondernemingskamer regelt zo
nodig de gevolgen van de door haar genomen beslissing. De griffier
van de ondernemingskamer doet ten kantore van het handelsregister
waar de vennootschap is ingeschreven een afschrift van de
beschikking van de ondernemingskamer neerleggen.
Artikel 155
1.In afwijking van artikel 154
geldt artikel 162 niet voor een vennootschap waarin een deelneming
voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal wordt
gehouden:
a. door een rechtspersoon
waarvan de werknemers in meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn, of door afhankelijke maatschappijen daarvan
b. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een aantal van zulke
rechtspersonen of maatschappijen, of
c. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een of meer van zulke
rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor artikel
153 lid 3 onder a of artikel 263 lid 3 onder a geldt of waarop
de artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met
161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn.
2.De uitzondering volgens het
vorige lid geldt echter niet, indien de werknemers in dienst van
de vennootschap, tezamen met die in dienst van de rechtspersoon of
rechtspersonen, in meerderheid in Nederland werkzaam zijn.
3.Voor de toepassing van dit
artikel worden onder werknemers, in dienst van een rechtspersoon,
begrepen de werknemers in dienst van groepsmaatschappijen.
Artikel 155a
1.In afwijking van artikel 154
geldt artikel 162 niet voor een vennootschap waarin:
a. een natuurlijk persoon het
gehele geplaatste kapitaal verschaft of doet verschaffen, of
twee of meer natuurlijke personen volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking het gehele geplaatste kapitaal
verschaffen of doen verschaffen;
b. een stichting, een
vereniging of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 het
gehele geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaft of
doet verschaffen, of twee of meer van zulke rechtspersonen
volgens een onderlinge regeling tot samenwerking het gehele
geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaffen of doen
verschaffen.
2.Met de natuurlijke persoon
bedoeld in lid 1 worden gelijkgesteld de echtgenoot of echtgenote
en de geregistreerde partner. Eveneens worden gelijkgesteld de
bloedverwanten in rechte lijn, mits dezen binnen zes maanden na
het overlijden van de natuurlijke persoon een onderlinge regeling
tot samenwerking zijn aangegaan.
Artikel 156
Onze Minister van Justitie kan,
gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar
verzoek ontheffing verlenen van een of meer der artikelen 158-164
van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en
daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden
gewijzigd en ingetrokken.
Artikel 157
1.Een vennootschap waarvoor artikel
154 van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de wijze van
benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden
van de raad van commissarissen regelen overeenkomstig de artikelen
158-164 van dit Boek indien zij of een afhankelijke maatschappij
een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de
Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn. Zij mag daarbij
artikel 162 buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde
regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de
ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet
langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn.
2.Een vennootschap waarvoor artikel
155 of 155a geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van
bestuurders regelen overeenkomstig artikel 162.
Artikel 158
1. De vennootschap heeft een raad
van commissarissen.
2. De raad van commissarissen
bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen
minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld maatregelen tot
aanvulling van zijn ledental.
3. De raad van commissarissen stelt
een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening
houdend met de aard van de onderneming, haar activiteiten en de
gewenste deskundigheid en achtergrond van de commissarissen. De
raad bespreekt de profielschets voor het eerst bij vaststelling en
vervolgens bij iedere wijziging in de algemene vergadering en met
de ondernemingsraad.
4. De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 9, op voordracht van de raad van
commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voor zover de
benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting of
voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is geworden.
De raad van commissarissen maakt de voordracht gelijktijdig bekend
aan de algemene vergadering en aan de ondernemingsraad. De
voordracht is met redenen omkleed. Onverminderd het bepaalde in
artikel 160 kunnen de statuten de kring van benoembare personen
niet beperken. De voordracht wordt niet aan de algemene
vergadering aangeboden dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor
de datum van oproeping als bedoeld in artikel 114 in de
gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. De
voorzitter of een door hem aangewezen lid van de ondernemingsraad
kan het standpunt van de ondernemingsraad in de algemene
vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt tast de
besluitvorming over het voorstel tot benoeming niet aan.
5. De algemene vergadering en de
ondernemingsraad kunnen aan de raad van commissarissen personen
aanbevelen om als commissaris te worden voorgedragen. De raad
deelt hun daartoe tijdig mede wanneer, ten gevolge waarvan en
overeenkomstig welk profiel in zijn midden een plaats moet worden
vervuld. Indien voor de plaats het in lid 6 bedoelde versterkte
recht van aanbeveling geldt, doet de raad van commissarissen
daarvan eveneens mededeling.
6. Voor een derde van het aantal
leden van de raad van commissarissen geldt dat de raad van
commissarissen een door de ondernemingsraad aanbevolen persoon op
de voordracht plaatst, tenzij de raad van commissarissen bezwaar
maakt tegen de aanbeveling op grond van de verwachting dat de
aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling van de
taak van commissaris of dat de raad van commissarissen bij
benoeming overeenkomstig de aanbeveling niet naar behoren zal zijn
samengesteld. Indien het getal der leden van de raad van
commissarissen niet door drie deelbaar is, wordt het naastgelegen
lagere getal dat wel door drie deelbaar is in aanmerking genomen
voor de vaststelling van het aantal leden waarvoor dit versterkte
recht van aanbeveling geldt.
7. Indien de raad van
commissarissen bezwaar maakt, deelt hij de ondernemingsraad het
bezwaar onder opgave van redenen mede. De raad treedt onverwijld
in overleg met de ondernemingsraad met het oog op het bereiken van
overeenstemming over de voordracht. Indien de raad van
commissarissen constateert dat geen overeenstemming kan worden
bereikt, verzoekt een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de
raad aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam het
bezwaar gegrond te verklaren. Het verzoek wordt niet eerder
ingediend dan nadat vier weken zijn verstreken na aanvang van het
overleg met de ondernemingsraad. De raad van commissarissen
plaatst de aanbevolen persoon op de voordracht indien de
ondernemingskamer het bezwaar ongegrond verklaart. Verklaart de
ondernemingskamer het bezwaar gegrond, dan kan de ondernemingsraad
een nieuwe aanbeveling doen overeenkomstig het bepaalde in lid 6.
8. De ondernemingskamer doet de
ondernemingsraad oproepen. Tegen de beslissing van de
ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
9. De algemene vergadering kan bij
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, de voordracht afwijzen. Indien de aandeelhouders bij
volstrekte meerderheid van stemmen hun steun aan de kandidaat
onthouden, maar deze meerderheid niet ten minste een derde van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigde, kan een nieuwe vergadering
worden bijeengeroepen waarin de voordracht kan worden afgewezen
met volstrekte meerderheid van stemmen. Alsdan maakt de raad van
commissarissen een nieuwe voordracht op. De leden 5 tot en met 8
zijn van toepassing. Indien de algemene vergadering de
voorgedragen persoon niet benoemt en niet besluit tot afwijzing
van de voordracht, benoemt de raad van commissarissen de
voorgedragen persoon.
10. De algemene vergadering kan de
bevoegdheid die haar volgens lid 5 toekomt voor een door haar te
bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren,
overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan zij de
leden aanwijst; in dat geval doet de raad van commissarissen aan
de commissie de mededeling bedoeld in lid 5. De algemene
vergadering kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken.
11. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van de vennootschap of van de
onderneming van een afhankelijke maatschappij. Indien er meer dan
één ondernemingsraad is, worden de bevoegdheden van dit artikel
door deze raden afzonderlijk uitgeoefend; als er sprake is van een
voordracht als bedoeld in lid 6 worden de bevoegdheden van dit lid
door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de betrokken
onderneming of ondernemingen een centrale ondernemingsraad
ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de ondernemingsraad
volgens dit artikel toe aan de centrale ondernemingsraad.
12. In de statuten kan worden
afgeweken van de leden 2, 4 tot en met 7 en 9, met dien verstande
dat niet kan worden afgeweken van de eerste twee zinnen van lid 9.
Voor het besluit tot wijziging van de statuten is de voorafgaande
goedkeuring van de raad van commissarissen en de toestemming van
de ondernemingsraad vereist.
Artikel 159
1.Ontbreken alle commissarissen,
anders dan ingevolge het bepaalde in artikel 161a, dan geschiedt
de benoeming door de algemene vergadering.
2.De ondernemingsraad kan personen
voor benoeming tot commissaris aanbevelen. Degene die de algemene
vergadering bijeenroept, deelt de ondernemingsraad daartoe tijdig
mede dat de benoeming van commissarissen onderwerp van behandeling
in de algemene vergadering zal zijn, met vermelding of benoeming
van een commissaris plaatsvindt overeenkomstig het
aanbevelingsrecht van de ondernemingsraad op grond van artikel 158
lid 6.
3.De leden 6, 7, 8, 10 en 11 van
het vorig artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 160
Commissaris kunnen niet zijn:
a. personen die in dienst zijn
van de vennootschap;
b. personen die in dienst zijn
van een afhankelijke maatschappij;
c. bestuurders en personen in
dienst van een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken te
zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de onder
a en b bedoelde personen.
Artikel 161
1.Een commissaris treedt uiterlijk
af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is
geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag
van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier
jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is
gaan gelden.
2.De ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een
commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens
andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der
omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris
redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd. Het
verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze
vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door een
daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering
of van de ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van artikel 158. De
leden 10 en 11 van artikel 158 zijn van overeenkomstige
toepassing.
3.Een commissaris kan worden
geschorst door de raad van commissarissen; de schorsing vervalt
van rechtswege, indien de vennootschap niet binnen een maand na de
aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in het vorige lid
bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
Artikel 161a
1.De algemene vergadering kan bij
volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, het vertrouwen in de raad van commissarissen opzeggen.
Het besluit is met redenen omkleed. Het besluit kan niet worden
genomen ten aanzien van commissarissen die zijn aangesteld door de
ondernemingskamer overeenkomstig lid 3.
2.Een besluit als bedoeld in lid 1
wordt niet genomen dan nadat het bestuur de ondernemingsraad van
het voorstel voor het besluit en de gronden daartoe in kennis
heeft gesteld. De kennisgeving geschiedt ten minste 30 dagen voor
de algemene vergadering waarin het voorstel wordt behandeld.
Indien de ondernemingsraad een standpunt over het voorstel
bepaalt, stelt het bestuur de raad van commissarissen en de
algemene vergadering van dit standpunt op de hoogte. De
ondernemingsraad kan zijn standpunt in de algemene vergadering
doen toelichten.
3.Het besluit bedoeld in lid 1
heeft het onmiddellijk ontslag van de leden van de raad van
commissarissen tot gevolg. Alsdan verzoekt het bestuur onverwijld
aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam
tijdelijk een of meer commissarissen aan te stellen. De
ondernemingskamer regelt de gevolgen van de aanstelling.
4.De raad van commissarissen
bevordert dat binnen een door de ondernemingskamer vastgestelde
termijn een nieuwe raad wordt samengesteld met inachtneming van
artikel 158.
Artikel 162
De raad van commissarissen benoemt de
bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door enige
bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene
vergadering kennis van een voorgenomen benoeming van een bestuurder
der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan nadat de
algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is gehoord. Het
elfde lid van artikel 158 van dit Boek is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 163 [Vervallen per
01-10-2004]
Artikel 164
1.Aan de goedkeuring van de raad
van commissarissen zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent:
a. uitgifte en verkrijging van
aandelen in en schuldbrieven ten laste van de vennootschap of
van schuldbrieven ten laste van een commanditaire vennootschap
of vennootschap onder firma waarvan de vennootschap volledig
aansprakelijke vennote is;
b. medewerking aan de uitgifte
van certificaten van aandelen;
c. het aanvragen van toelating
van de onder a en b bedoelde stukken tot de handel op een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit,
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is dan wel het aanvragen van een
intrekking van zodanige toelating;
d. het aangaan of verbreken van
duurzame samenwerking van de vennootschap of een afhankelijke
maatschappij met een andere rechtspersoon of vennootschap dan
wel als volledig aansprakelijke vennote in een commanditaire
vennootschap of vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor
de vennootschap;
e. het nemen van een deelneming
ter waarde van ten minste een vierde van het bedrag van het
geplaatste kapitaal met de reserves volgens de balans met
toelichting van de vennootschap, door haar of een afhankelijke
maatschappij in het kapitaal van een andere vennootschap,
alsmede het ingrijpend vergroten of verminderen van zulk een
deelneming;
f. investeringen welke een
bedrag gelijk aan ten minste een vierde gedeelte van het
geplaatste kapitaal met de reserves der vennootschap volgens
haar balans met toelichting vereisen;
g. een voorstel tot wijziging
van de statuten;
h. een voorstel tot ontbinding
van de vennootschap;
i. aangifte van faillissement
en aanvraag van surséance van betaling;
j. beëindiging van de
arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers van
de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij
tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende wijziging in de
arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij;
l. een voorstel tot
vermindering van het geplaatste kapitaal.
2.Het ontbreken van de goedkeuring
van de raad van commissarissen op een besluit als bedoeld in lid 1
tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders
niet aan.
Artikel 165 [Vervallen per
01-04-1987]
Afdeling 7. De ontbinding van de
naamloze vennootschap
Artikel 166 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 167 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 168 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 169 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 170 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 171 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 172 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 173 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 174 [Vervallen per
01-01-1992]
Afdeling 8. Het beroep
Artikel 174a
De aanvrager kan beroep instellen bij
het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen:
a. de weigering van een verzoek
als bedoeld in artikel 64, lid 3, tweede zin;
b. de weigering van een
verklaring als bedoeld in artikel 68, lid 2;
c. de weigering van een
verklaring als bedoeld in artikel 125, lid 2 en
d. een beschikking tot weigering,
wijziging of intrekking van de ontheffing, alsmede een
beschikking tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan
voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij beperkingen zijn
opgelegd als bedoeld in artikel 156.
Titel 5. Besloten vennootschappen met
beperkte aansprakelijkheid
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 175
1.De besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid is een rechtspersoon met een in
aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal. Aandeelbewijzen worden
niet uitgegeven; de aandelen zijn niet vrij overdraagbaar. Een
aandeelhouder is niet persoonlijk aansprakelijk voor hetgeen in
naam van de vennootschap wordt verricht en is niet gehouden boven
het bedrag dat op zijn aandelen behoort te worden gestort in de
verliezen van de vennootschap bij te dragen.
2.De vennootschap wordt door een of
meer personen opgericht bij notariële akte. Voor oprichting is
vereist een verklaring van Onze Minister van Justitie dat hem van
geen bezwaren is gebleken. De akte wordt getekend door iedere
oprichter en door ieder die blijkens deze akte een of meer
aandelen neemt.
3.De akte van oprichting moet
binnen drie maanden na de dagtekening van de verklaring van geen
bezwaar zijn verleden, op straffe van verval van de verklaring.
Onze Minister kan op verzoek van belanghebbenden op grond van
gewichtige redenen deze termijn met ten hoogste drie maanden
verlengen.
Artikel 176
De akte van oprichting van de
vennootschap wordt verleden in de Nederlandse taal. Een volmacht tot
medewerking aan die akte moet schriftelijk zijn verleend.
Artikel 177
1.De akte van oprichting moet de
statuten van de vennootschap bevatten. De statuten bevatten de
naam, de zetel en het doel van de vennootschap.
2.De naam vangt aan of eindigt met
de woorden Besloten Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
hetzij voluit geschreven, hetzij afgekort tot "B.V.".
3.De zetel moet zijn gelegen in
Nederland.
Artikel 178
1.De statuten vermelden het bedrag
van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het bedrag van
de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Zijn er verschillende soorten aandelen, dan vermelden de statuten
het aantal en het bedrag van elke soort. De akte van oprichting
vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en van het
gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende soorten aandelen dan
worden de bedragen van het geplaatste en van het gestorte kapitaal
uitgesplitst per soort. De akte vermeldt voorts van ieder die bij
de oprichting aandelen neemt de in artikel 196 lid 2 onder b en c
bedoelde gegevens met het aantal en de soort van de door hem
genomen aandelen en het daarop gestorte bedrag.
2.Het maatschappelijke en het
geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan moeten bij de
oprichting ten minste het minimumkapitaal bedragen[Red: Bij Stb.
2000/322 is dit bedrag m.i.v. 1 september 2000 vastgesteld op 18
000 euro.] dat bij koninklijk besluit is vastgesteld. Het
minimumkapitaal wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling sedert 1
januari 1985 van een bij algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen prijsindexcijfer; het wordt daarbij afgerond op het naaste
veelvoud van tweeduizendvijfhonderd euro. Het minimumkapitaal
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het minder dan
tweeduizend euro afwijkt van het onafgeronde bedrag.
3.Is de som van het gestorte en
opgevraagde deel van het kapitaal en de reserves die krachtens een
andere wetsbepaling of de statuten moeten worden aangehouden,
geringer dan het laatst vastgestelde minimumkapitaal, dan moet de
vennootschap een reserve aanhouden ter grootte van het verschil.
4.Van het maatschappelijke kapitaal
moet ten minste een vijfde gedeelte zijn geplaatst.
5.Een besloten vennootschap die is
ontstaan voor 1 januari 2002 kan het bedrag van het
maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Artikel 178a
1.Indien een besloten vennootschap
in de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het
bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro, wordt het bedrag
van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro
berekend volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het
Verdrag betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde
omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee cijfers achter de
komma. Het afgeronde bedrag van elk aandeel in euro mag ten
hoogste 15% hoger of lager liggen dan het oorspronkelijke bedrag
van het aandeel in gulden. Het totaal van de bedragen van de
aandelen in euro bedoeld in artikel 178 is het maatschappelijk
kapitaal in euro. De som van de bedragen van de geplaatste
aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is het bedrag van
het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro. De
akte vermeldt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het
gestorte deel daarvan in euro.
2.Is na omrekening volgens lid 1 de
som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het verdrag
betreffende de Europese unie definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan wordt het
verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare reserves of de
reserves bedoeld in artikel 389 of 390. Zijn deze reserves niet
toereikend, dan vormt de vennootschap een negatieve
bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat niet ten
laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is gebracht.
Totdat het verschil uit ingehouden winst of te vormen reserves is
voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in artikel
216 doen. Door het voldoen aan het bepaalde in dit lid worden de
aandelen geacht te zijn volgestort.
3.Is na omrekening volgens lid 1 de
som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dat het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan houdt de
vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het
verschil. Artikel 208 is niet van toepassing.
Artikel 178b
Indien de vennootschap in afwijking
van artikel 178a het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze
wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan wier
rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging
recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het gezamenlijk bedrag
daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van de
aandelen niet te boven gaan.
Artikel 178c
1.Een besloten vennootschap waarvan
de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de
aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk verkeer
de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee cijfers
achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit artikel. Dit
gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen rechtsgevolg.
2.Indien een besloten vennootschap
waarvan de statuten het bedrag van het maatschappelijk kapitaal en
het bedrag van de aandelen in gulden vermelden, na 1 januari 2002
een wijziging aanbrengt in een of meer bepalingen waarin bedragen
in gulden worden uitgedrukt, worden in de statuten alle bedragen
omgezet in euro. De artikelen 178a en 178b zijn van toepassing.
Artikel 179
1.Ter verkrijging van een
verklaring van Onze Minister van Justitie dat hem van geen
bezwaren is gebleken, moeten aan hem alle inlichtingen verstrekt
worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag.
Tevens moet aan Onze Minister ten bate van 's Rijks kas een bedrag
van € 90,76 worden voldaan. Wij kunnen bij algemene maatregel
van bestuur dit bedrag verhogen in verband met de stijging van het
loon- en prijspeil.
2.De verklaring mag alleen worden
geweigerd op grond dat er, gelet op de voornemens of de
antecedenten van de personen die het beleid van de vennootschap
zullen bepalen of mede bepalen, gevaar bestaat dat de vennootschap
zal worden gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat haar
werkzaamheid zal leiden tot benadeling van haar schuldeisers.
3.Ten behoeve van de uitoefening
van het toezicht, bedoeld in lid 2, verstrekken het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de
rijksbelastingdienst op zijn verzoek aan Onze Minister de
inlichtingen die deze behoeft. Het instituut en de
rijksbelastingdienst verlenen Onze Minister op verzoek kosteloos
inzage van gegevens waarover zij beschikken of verstrekken
kosteloos uittreksels daaruit.
Artikel 180
1.De bestuurders zijn verplicht de
vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de daaraan
ingevolge de artikelen 203a, 204 en 204a gehechte stukken neer te
leggen ten kantore van het handelsregister. Tegelijkertijd moeten
zij opgave doen van het totaal van de vastgestelde en geraamde
kosten die met de oprichting verband houden en ten laste van de
vennootschap komen.
2.De bestuurders zijn naast de
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun
bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt
verbonden in het tijdvak voordat:
a. de opgave ter eerste
inschrijving in het handelsregister, vergezeld van de neer te
leggen afschriften, is geschied,
b. het gestorte deel van het
kapitaal ten minste het bij de oprichting voorgeschreven
minimumkapitaal bedraagt, en
c. op het bij de oprichting
geplaatste kapitaal ten minste een vierde van het nominale
bedrag is gestort.
Artikel 181
1.Wanneer de besloten vennootschap
zich krachtens artikel 18 omzet in een vereniging, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere aandeelhouder lid,
tenzij hij de schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld in lid 2.
2.Op het besluit tot omzetting is
artikel 209 van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet in
een naamloze vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere
aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de
vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn
aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk aan
de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij aan de
aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze schadeloosstelling kan
vragen. De mededeling geschiedt op de zelfde wijze als de
oproeping tot een algemene vergadering.
3.Bij gebreke van overeenstemming
wordt de schadeloosstelling bepaald door een of meer
onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest gerede
partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging tot
omzetting of door de voorzieningenrechter van de rechtbank. De
artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
Artikel 182 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 183
1.Wanneer een naamloze vennootschap
zich krachtens artikel 18 omzet in een besloten vennootschap,
worden aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring van Onze
Minister van Justitie, waarop artikel 125 van toepassing is,
dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging
niet is gebleken;
b. een verklaring van een
deskundige als bedoeld in artikel 393, waaruit blijkt dat het
eigen vermogen van de vennootschap op een dag binnen vijf
maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het
gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal volgens de akte
van omzetting.
2.Wanneer een andere rechtspersoon
zich krachtens artikel 18 omzet in een besloten vennootschap,
worden aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring van Onze
Minister van Justitie waarop artikel 179 van toepassing is,
dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging
niet is gebleken;
b. een verklaring van een
deskundige als bedoeld in artikel 393, waaruit blijkt dat het
eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen vijf
maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt van
het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de akte
van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde worden
geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na de
omzetting op aandelen zal worden gestort;
c. indien de rechtspersoon
leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens
aandelen niet worden volgestort door omzetting van de reserves
van de rechtspersoon;
d. indien een stichting wordt
omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
3.Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens
artikel 18 omzet in een besloten vennootschap, wordt ieder lid
aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid
nog kan opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
4.Na de omzetting kunnen een
aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder de aan een
aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, zolang zij niet in het
in artikel 194 bedoelde register zijn ingeschreven. Voor zover
aandeelbewijzen zijn uitgegeven, vindt geen inschrijving plaats
dan tegen afgifte van de aandeelbewijzen aan de vennootschap.
Artikel 184 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 185
1.Op verzoek van het openbaar
ministerie ontbindt de rechtbank de vennootschap, wanneer deze
haar doel, door een gebrek aan baten, niet kan bereiken, en kan de
rechtbank de vennootschap ontbinden, wanneer deze haar
werkzaamheden tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt.
Het openbaar ministerie deelt de Kamer van Koophandel en
Fabrieken, in wier handelsregister de vennootschap is
ingeschreven, mee dat het voornemens is een verzoek tot ontbinding
in te stellen.
2.Op verzoek van het openbaar
ministerie wordt een vennootschap waarvan het eigen vermogen
geringer is dan het laatst vastgestelde minimumkapitaal door de
rechtbank ontbonden, indien:
a. zij in strijd met de wet
winst of reserves heeft uitgekeerd,
b. zij in strijd met de wet
haar kapitaal heeft verminderd,
c. zij of een
dochtermaatschappij aandelen in haar kapitaal of certificaten
daarvan in strijd met de wet heeft verkregen, of
d. het eigen vermogen nooit ten
minste het bij de oprichting vereiste minimumkapitaal heeft
geëvenaard.
3.Alvorens de ontbinding uit te
spreken kan de rechter de vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het verzuim te herstellen.
Artikel 186
1.Uit alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de vennootschap partij is of die
van haar uitgaan, met uitzondering van telegrammen en reclames,
moeten de volledige naam van de vennootschap en haar woonplaats
duidelijk blijken.
2.Indien melding wordt gemaakt van
het kapitaal van de vennootschap, moet daarbij in elk geval worden
vermeld welk bedrag is geplaatst, en hoeveel van het geplaatste
bedrag is gestort.
Artikel 187 [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 188
Wanneer in deze titel het kantoor van
het handelsregister wordt vermeld, wordt onder het handelsregister
verstaan het register dat wordt gehouden door de Kamer van
Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig artikel 18, zesde en
zevende lid, van de Handelsregisterwet 2007 bevoegd is tot
inschrijving.
Artikel 189
Wanneer in de statuten wordt
gesproken van de houders van zoveel aandelen als tezamen een zeker
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal der vennootschap uitmaken,
wordt, tenzij het tegendeel uit de statuten blijkt, onder kapitaal
verstaan het geplaatste gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.
Artikel 189a
Voor de toepassing van de artikelen
195, 206, 210 lid 6 en 239 wordt onder orgaan van de vennootschap
verstaan de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering
van houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de
raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het
bestuur en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 190
Aandelen zijn de gedeelten, waarin
het maatschappelijk kapitaal bij de statuten is verdeeld.
Artikel 191
1.Bij het nemen van het aandeel
moet daarop het nominale bedrag worden gestort. Bedongen kan
worden dat een deel, ten hoogste drie vierden, van het nominale
bedrag eerst behoeft te worden gestort nadat de vennootschap het
zal hebben opgevraagd.
2.Een aandeelhouder kan niet geheel
of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot storting,
behoudens het bepaalde in artikel 208.
3.De aandeelhouder en, in het geval
van artikel 199, de voormalige aandeelhouder zijn niet bevoegd tot
verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
Artikel 191a
1.Storting op een aandeel moet in
geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is
overeengekomen.
2.Voor of bij de oprichting kan
storting in vreemd geld slechts geschieden, indien de akte van
oprichting vermeldt dat storting in vreemd geld is toegestaan; na
de oprichting kan dit slechts geschieden met toestemming van de
vennootschap. Storting in een valuta die een eenheid is van de
euro krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie wordt niet beschouwd als storting in
vreemd geld.
3.Met storting in vreemd geld wordt
aan de stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen het
gestorte bedrag vrijelijk in Nederlands geld kan worden gewisseld.
Bepalend is de wisselkoers op de dag van de storting dan wel,
indien vroeger dan een maand voor de oprichting is gestort, op de
dag van de oprichting.
Artikel 191b
1.Indien inbreng anders dan in geld
is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar economische
maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het verrichten
van werk of diensten kan niet worden ingebracht.
2.Inbreng anders dan in geld moet
onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel of na de dag
waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is
overeengekomen.
Artikel 192
Aan een aandeelhouder kan niet, zelfs
niet door wijziging van de statuten, tegen zijn wil enige
verplichting boven de storting tot het nominale bedrag van het
aandeel worden opgelegd.
Artikel 193
De vereffenaar van een vennootschap
en, in geval van faillissement, de curator, zijn bevoegd tot
uitschrijving en inning van alle nog niet gedane stortingen op de
aandelen, onverschillig hetgeen bij de statuten daaromtrent is
bepaald.
Artikel 194
1.Het bestuur van de vennootschap
houdt een register waarin de namen en de adressen van alle
aandeelhouders zijn opgenomen, met vermelding van de datum waarop
zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning of
betekening, alsmede van het op ieder aandeel gestorte bedrag.
Daarin worden tevens opgenomen de namen en adressen van hen die
een recht van vruchtgebruik of pandrecht op aandelen hebben, met
vermelding van de datum waarop zij het recht hebben verkregen, de
datum van erkenning of betekening, alsmede met vermelding welke
aan de aandelen verbonden rechten hun overeenkomstig de leden 2 en
4 van de artikelen 197 en 198 van dit boek toekomen.
2.Het register wordt regelmatig
bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag
van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3.Het bestuur verstrekt desgevraagd
aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder om
niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht
op een aandeel. Rust op het aandeel een recht van vruchtgebruik of
een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan wie de in de leden
2 en 4 van de artikelen 197 en 198 van dit Boek bedoelde rechten
toekomen.
4.Het bestuur legt het register ten
kantore van de vennootschap ter inzage van de aandeelhouders,
alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de in lid 4
van de artikelen 197 en 198 van dit Boek bedoelde rechten
toekomen. De gegevens van het register omtrent niet-volgestorte
aandelen zijn ter inzage van een ieder; afschrift of uittreksel
van deze gegevens wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 195
1.Een aandeelhouder kan, voor zover
de statuten deze bevoegdheid niet beperken of uitsluiten, een of
meer van zijn aandelen vrijelijk overdragen aan zijn echtgenoot of
geregistreerde partner, aan zijn bloed- en aanverwanten, in de
rechte lijn onbeperkt en in de zijlijn in de tweede graad, aan een
mede-aandeelhouder en aan de vennootschap. De kring van personen
aan wie de aandeelhouder een of meer van zijn aandelen vrijelijk
kan overdragen, kan bij de statuten worden uitgebreid tot zijn
bloed- en aanverwanten in de zijlijn, of sommigen van hen, in de
derde en vierde graad.
2.Voor iedere andere overdracht dan
die welke ingevolge het vorige lid vrijelijk kan geschieden,
dienen de statuten een blokkeringsregeling te bevatten.
3.De overdracht krachtens legaat
geldt voor de toepassing van de blokkeringsregeling als een
overdracht door de erflater.
4.Deze blokkeringsregeling dient
zodanig te zijn dat de aandeelhouder voor de overdracht, wil zij
geldig zijn, de goedkeuring behoeft van een bij de statuten
daartoe aangewezen orgaan der vennootschap. De overdracht moet
plaatsvinden binnen drie maanden nadat de goedkeuring is verleend.
De goedkeuring wordt geacht te zijn verleend indien het orgaan der
vennootschap dat met de beslissing is belast niet gelijktijdig met
de weigering van de goedkeuring aan de verzoeker opgave doet van
een of meer gegadigden die bereid zijn al de aandelen waarop het
verzoek om goedkeuring betrekking heeft tegen contante betaling te
kopen.
5.Het vierde lid vindt geen
toepassing, voor zover de statuten een blokkeringsregeling
bevatten, volgens welke de aandeelhouder die een of meer aandelen
wil vervreemden, deze eerst moet aanbieden aan zijn
mede-aandeelhouders. Deze regeling kan voorts inhouden dat, zo de
mede-aandeelhouders het aanbod niet aanvaarden, het aanbod moet
geschieden aan andere gegadigden, aangewezen door een bij de
statuten daarmede belast orgaan der vennootschap. De aanbieder
blijft bevoegd zijn aanbod in te trekken, mits dit geschiedt
binnen een maand nadat hem bekend is aan welke gegadigden hij al
de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft kan verkopen en
tegen welke prijs. Indien vaststaat dat niet al de aandelen waarop
het aanbod betrekking heeft tegen contante betaling worden
gekocht, zal de aanbieder de aandelen binnen drie maanden na die
vaststelling vrijelijk mogen overdragen.
6.De blokkeringsregeling dient
zodanig te zijn dat de aandeelhouder, indien hij dit verlangt, van
degenen die als gegadigden in de zin van het vierde lid worden
opgegeven of aan wie ingevolge de blokkeringsregeling als bedoeld
in het vijfde lid moet worden aangeboden een prijs ontvangt,
gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
7.De vennootschap zelf kan slechts
met de instemming van de aandeelhouder ingevolge het vierde of het
vijfde lid gegadigde zijn.
8.Beperking van de
overdraagbaarheid van de aandelen kan niet zodanig geschieden, dat
die overdracht onmogelijk of uiterst bezwaarlijk wordt gemaakt.
Hetzelfde geldt voor toedeling van aandelen uit een gemeenschap.
9.Bepalingen in de statuten omtrent
overdraagbaarheid van aandelen gelden niet, indien de houder
krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een eerdere
houder verplicht is.
Artikel 195a
1.De statuten kunnen bepalen dat in
gevallen, in de statuten omschreven, de aandeelhouder gehouden is
zijn aandelen aan te bieden en over te dragen. De statuten kunnen
daarbij bepalen dat zolang de aandeelhouder zijn verplichtingen
tot aanbieding of overdracht niet nakomt, zijn stemrecht, zijn
recht op deelname aan de algemene vergadering en zijn recht op
uitkeringen is opgeschort.
2.De statuten kunnen bepalen dat
indien een aandeelhouder niet binnen een bepaalde redelijke
termijn zijn statutaire verplichtingen tot aanbieding en
overdracht van zijn aandelen is nagekomen, de vennootschap
onherroepelijk gevolmachtigd is de aandelen aan te bieden en over
te dragen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan wie de
aandeelhouder al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een
regeling in de statuten, ontbreekt de volmacht en is de
aandeelhouder onherroepelijk van het bepaalde in lid 1 ontheven.
3.De regeling dient zodanig te zijn
dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt, gelijk
aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld door een
of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 195b
1.De statuten kunnen bepalen dat
van de aandeelhouder die niet of niet langer aan in de statuten
gestelde eisen voldoet het stemrecht, het recht op deelname aan de
algemene vergadering en het recht op uitkeringen is opgeschort.
2.Indien de aandeelhouder een of
meer van de in lid 1 genoemde rechten niet kan uitoefenen en de
aandeelhouder niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over
te dragen, is hij onherroepelijk van de in de statuten gestelde
eisen ontheven wanneer de vennootschap niet binnen drie maanden na
een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden heeft
aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen
volgens een regeling in de statuten.
3.De regeling dient zodanig te zijn
dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt, gelijk
aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld door een
of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 196
1.Voor de uitgifte en levering van
een aandeel of de levering van een beperkt recht daarop is vereist
een daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland
standplaats hebbende notaris verleden akte waarbij de betrokkenen
partij zijn. Geen afzonderlijke akte is vereist voor de uitgifte
van aandelen die bij de oprichting worden geplaatst.
2.Akten van uitgifte of levering
moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het aandeel of het beperkt
recht daarop is verkregen;
b. naam, voornamen,
geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats en adres van de
natuurlijke personen die bij de rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm, naam, woonplaats
en adres van de rechtspersonen die bij de rechtshandeling
partij zijn;
d. het aantal en de soort
aandelen waarop de rechtshandeling betrekking heeft, alsmede
e. naam, woonplaats en adres
van de vennootschap op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 196a
1.De levering van een aandeel of de
levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig artikel 196
lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap.
Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de
rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden
rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling
heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de
bepalingen van artikel 196b, dan wel deze heeft erkend door
inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2.De vennootschap die kennis draagt
van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang
haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de
akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging
erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of
het beperkte recht in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan
aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de
rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een
afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 196b lid 1 aan haar
over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van
de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in
artikel 196b voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van
erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3.Indien een rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register
van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan
anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister
ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt
recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.
Artikel 196b
1.Behoudens het bepaalde in artikel
196a lid 2 geschiedt de erkenning in de akte dan wel op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
2.Bij erkenning op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een
gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
3.De betekening geschiedt van een
notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
Artikel 197
1.De bevoegdheid tot het vestigen
van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten niet worden
beperkt of uitgesloten.
2.De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3.In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien zulks
bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de
vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen overeenkomstig
artikel 195 lid 1 van dit Boek vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de vruchtgebruiker niet zulk een persoon is,
komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de
vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de statuten dit niet
verbieden, mits zowel deze bepaling als - bij overdracht van het
vruchtgebruik - de overgang van het stemrecht is goedgekeurd door
het vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om
goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van
aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door
de algemene vergadering van aandeelhouders. Bij een vruchtgebruik
als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 komt het stemrecht
eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van
het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de
voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders wordt bepaald.
4.De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft, hebben
de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten, indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of
overdracht van het vruchtgebruik niet anders is bepaald.
5.Uit het aandeel voortspruitende
rechten, strekkende tot het verkrijgen van aandelen, komen aan de
aandeelhouder toe met dien verstande dat hij de waarde daarvan
moet vergoeden aan de vruchtgebruiker, voor zover deze krachtens
zijn recht van vruchtgebruik daarop aanspraak heeft.
Artikel 198
1.Op aandelen kan pandrecht worden
gevestigd, indien de statuten niet anders bepalen.
2.De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de verpande aandelen.
3.In afwijking van het voorgaande
lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien zulks bij de
vestiging van het pandrecht is bepaald en de pandhouder een
persoon is, aan wie de aandelen overeenkomstig artikel 195 lid 1
van dit Boek vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de
pandhouder niet zulk een persoon is, komt hem het stemrecht
uitsluitend toe indien dit bij de vestiging van het pandrecht is
bepaald en de vestiging van het pandrecht is goedgekeurd door het
vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om
goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van
aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door
de algemene vergadering van aandeelhouders. Treedt een ander in de
rechten van de pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe,
indien het in de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke
daarvan, de algemene vergadering de overgang van het stemrecht
goedkeurt. De bevoegdheid tot toekenning van het stemrecht aan de
pandhouder kan in de statuten worden uitgesloten.
4.De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de
rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of
overgang van het pandrecht niet anders is bepaald.
5.Artikel 195 van dit Boek en de
statutaire bepalingen ten aanzien van de vervreemding en
overdracht van aandelen zijn van toepassing op de vervreemding en
overdracht van de aandelen door de pandhouder of de verblijving
van de aandelen aan de pandhouder, met dien verstande dat de
pandhouder alle ten aanzien van de vervreemding en overdracht aan
de aandeelhouder toekomende rechten uitoefent en diens
verplichtingen ter zake nakomt.
Artikel 199
1.Na overdracht of toedeling van
een niet volgestort aandeel blijft ieder van de vorige
aandeelhouders voor het daarop nog te storten bedrag hoofdelijk
jegens de vennootschap aansprakelijk. Het bestuur kan te zamen met
de raad van commissarissen de vorige aandeelhouders bij
authentieke of geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval blijft de
aansprakelijkheid niettemin bestaan voor stortingen, uitgeschreven
binnen een jaar na de dag waarop de authentieke akte is verleden
of de onderhandse is geregistreerd.
2.Indien een vorige aandeelhouder
betaalt, treedt hij in de rechten die de vennootschap tegen latere
houders heeft.
Artikel 200 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 201
1.Voor zover bij de statuten niet
anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot hun
bedrag gelijke rechten en verplichtingen verbonden.
2.De vennootschap moet de
aandeelhouders onderscheidenlijk certificaathouders die zich in
gelijke omstandigheden bevinden, op de zelfde wijze behandelen.
3.De statuten kunnen bepalen dat
aan aandelen van een bepaalde soort bijzondere rechten als in de
statuten omschreven inzake de zeggenschap in de vennootschap zijn
verbonden.
Artikel 201a
1.Hij die als aandeelhouder voor
eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van de
vennootschap verschaft, kan tegen de gezamenlijke andere
aandeelhouders een vordering instellen tot overdracht van hun
aandelen aan de eiser. Hetzelfde geldt, indien twee of meer
groepsmaatschappijen dit deel van het geplaatste kapitaal samen
verschaffen en samen de vordering instellen tot overdracht aan een
hunner.
2.Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam. Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie
open.
3.Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de eiser of eisers de vereisten van lid 1
vervullen.
4.De rechter wijst de vordering
tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de vergoeding
ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht, een
gedaagde houder is van een aandeel waaraan de statuten een
bijzonder recht inzake de zeggenschap in de vennootschap verbinden
of een eiser jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn
bevoegdheid de vordering in te stellen.
5.Indien de rechter oordeelt dat de
leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten, kan hij
bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten over de
waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie zinnen van
artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen aandelen op
een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor zover de prijs
niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de
wettelijke rente, van die dag af tot de overdracht; uitkeringen op
de aandelen die in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld, strekken
op de dag van betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de
prijs.
6.De rechter die de vordering
toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de aandelen
toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs met rente te
betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen.
De rechter geeft omtrent de kosten van het geding zodanige
uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die geen verweer
heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7.Staat het bevel tot overdracht
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk mee aan de
houders van de over te nemen aandelen van wie hij het adres kent.
Hij kondigt deze ook aan in een landelijk verspreid dagblad,
tenzij hij van allen het adres kent.
8.De overnemer kan zich altijd van
zijn verplichtingen ingevolge de leden 6 en 7 bevrijden door de
vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen
aandelen te consigneren, onder mededeling van hem bekende rechten
van pand en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen. Door deze
mededeling gaat beslag over van de aandelen op het recht op
uitkering. Door het consigneren gaat het recht op de aandelen
onbezwaard op hem over en gaan rechten van pand of vruchtgebruik
over op het recht op uitkering. Aan aandeel- en dividendbewijzen
waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar zijn gesteld, kan
nadien geen recht jegens de vennootschap meer worden ontleend. De
overnemer maakt het consigneren en de prijs per aandeel op dat
tijdstip bekend op de wijze van lid 7.
Artikel 202
Certificaten aan toonder van aandelen
mogen niet worden uitgegeven. Indien in strijd hiermede is
gehandeld, kunnen, zolang certificaten aan toonder uitstaan, de aan
het aandeel verbonden rechten niet worden uitgeoefend.
Afdeling 3. Het vermogen van de
vennootschap
Artikel 203
1.Uit rechtshandelingen, verricht
namens een op te richten besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, ontstaan slechts rechten en verplichtingen voor
de vennootschap wanneer zij die rechtshandelingen na haar
oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt of ingevolge
lid 4 wordt verbonden.
2.Degenen die een rechtshandeling
verrichten namens een op te richten besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid zijn, tenzij met betrekking tot die
rechtshandeling uitdrukkelijk anders is bedongen, daardoor
hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap na haar oprichting de
rechtshandeling heeft bekrachtigd.
3.Indien de vennootschap haar
verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt,
zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde
dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden
weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen
nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de
bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de
vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt
vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar
na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.
4.De oprichters kunnen de
vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het
uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het
aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen en het
verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 204 lid 1.
Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft
betracht, zijn de artikelen 9 en 248 van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 203a
1.Indien voor of bij de oprichting
op aandelen wordt gestort in geld, moeten aan de akte van
oprichting een of meer verklaringen worden gehecht, inhoudende dat
de bedragen die op de bij de oprichting te plaatsen aandelen
moeten worden gestort:
a. hetzij terstond na de
oprichting ter beschikking zullen staan van de vennootschap;
b. hetzij alle op een zelfde
tijdstip, ten vroegste vijf maanden voor de oprichting, op een
afzonderlijke rekening stonden welke na de oprichting
uitsluitend ter beschikking van de vennootschap zal staan,
mits de vennootschap de stortingen in de akte aanvaardt.
2.Indien vreemd geld is gestort,
moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk
kon worden gewisseld op een dag waarop daarmee krachtens artikel
191a lid 3 kon worden voldaan aan de stortingsplicht.
3.Een verklaring als bedoeld in het
eerste lid kan slechts worden afgelegd door een financiële
onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht die in de Europese Unie of een staat die
partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte het bedrijf van bank mag uitoefenen. De verklaring kan
slechts worden afgegeven aan een notaris.
4.Worden voor de oprichting aan de
rekening, bedoeld in onderdeel b van lid 1, bedragen onttrokken,
dan zijn de oprichters hoofdelijk jegens de vennootschap verbonden
tot vergoeding van die bedragen, totdat de vennootschap de
onttrekkingen uitdrukkelijk heeft bekrachtigd.
5.De notaris moet de bank wier
verklaring hij heeft ontvangen terstond verwittigen van de
oprichting. Indien de oprichting niet doorgaat, moet hij de bank
de verklaring terugzenden.
6.Indien na de oprichting in vreemd
geld is gestort, legt de vennootschap binnen twee weken na de
storting een verklaring, als bedoeld in lid 2, van een in het
derde lid bedoelde bank neer ten kantore van het handelsregister.
Artikel 204
1.Rechtshandelingen:
a. in verband met het nemen van
aandelen waarbij bijzondere verplichtingen op de vennootschap
worden gelegd,
b. strekkende om enigerlei
voordeel te verzekeren aan een oprichter der vennootschap of
aan een bij de oprichting betrokken derde,
c. betreffende inbreng op
aandelen anders dan in geld,
moeten in haar geheel worden
opgenomen in de akte van oprichting of in een geschrift dat
daaraan in origineel of in authentiek afschrift wordt gehecht en
waarnaar de akte van oprichting verwijst. Indien de vorige zin
niet in acht is genomen, kunnen voor de vennootschap uit deze
rechtshandelingen geen rechten of verplichtingen ontstaan.
2.Na de oprichting kunnen de in het
vorige lid bedoelde rechtshandelingen zonder voorafgaande
goedkeuring van de algemene vergadering slechts worden verricht,
indien en voor zover aan het bestuur de bevoegdheid daartoe
uitdrukkelijk bij de statuten is verleend.
Artikel 204a
1.Indien bij de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maken de
oprichters een beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht, met
vermelding van de daaraan toegekende waarde en van de toegepaste
waarderingsmethoden. Deze methoden moeten voldoen aan normen die
in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
De beschrijving heeft betrekking op de toestand van hetgeen wordt
ingebracht op een dag die niet eerder ligt dan hetzij vijf maanden
voor de oprichting hetzij een maand voordat de ministeriële
verklaring van geen bezwaar is aangevraagd voor een oprichting die
uiterlijk een maand na de verklaring van geen bezwaar geschiedt.
De beschrijving wordt door alle oprichters ondertekend. De
vennootschap legt deze te haren kantore ter inzage van de houders
van haar aandelen of van certificaten daarvan die met haar
medewerking zijn uitgegeven.
2.Over de beschrijving van hetgeen
wordt ingebracht moet een registeraccountant, of een
accountant-administratieconsulent een verklaring afleggen. Indien
wordt ingebracht in een vennootschap waarvan de jaarrekening moet
worden onderzocht, mag slechts hij die bevoegd is tot het
verplichte onderzoek van de jaarrekening, de verklaring over de
beschrijving afleggen. Hetzelfde geldt, indien de waarde van alle
in te brengen activa, zonder aftrek van passiva, ten minste € 3
600 000 bedraagt. De verklaring houdt in dat de waarde van hetgeen
wordt ingebracht, bij toepassing van in het maatschappelijke
verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, ten
minste beloopt het in de verklaring genoemde bedrag van de
stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet
worden voldaan. De verklaring moet aan de akte van oprichting
worden gehecht. Indien bekend is dat de waarde na de beschrijving
aanzienlijk is gedaald, is een tweede verklaring vereist.
3.De beschrijving en
accountantsverklaring zijn niet vereist, indien alle oprichters
hiervan hebben afgezien en een rechtspersoon die aandelen heeft
genomen of waarvan een groepsmaatschappij aandelen heeft genomen,
de volgende vereisten vervult:
a. de rechtspersoon heeft bij
het handelsregister waar de vennootschap is ingeschreven een
verklaring neergelegd dat hij zich hoofdelijk aansprakelijk
stelt voor de uit rechtshandelingen van de vennootschap
voortvloeiende schulden;
b. zijn laatste vastgestelde
balans met toelichting is krachtens de toepasselijke wet
vastgesteld en onderzocht in overeenstemming met de vierde
richtlijn van de Europese Gemeenschappen inzake het
vennootschapsrecht; een in het Nederlands, Frans, Duits of
Engels gesteld exemplaar daarvan en van de
accountantsverklaring daarover overeenkomstig die wet is
neergelegd ten kantore van het handelsregister en sedert de
balansdatum zijn nog geen achttien maanden verlopen;
c. blijkens de onder b bedoelde
balans overtreft het eigen vermogen van de rechtspersoon het
nominaal gestorte bedrag van de aandelen waarop na de
balansdatum wordt ingebracht met toepassing van dit lid in
vennootschappen waarvoor de rechtspersoon een verklaring heeft
afgelegd als bedoeld onder a.
4.Artikel 404 is van
overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de verklaring
niet kan worden ingetrokken binnen twee jaren na de inbreng.
Artikel 204b
1.Indien na de oprichting inbreng
op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen, maakt de
vennootschap overeenkomstig artikel 204a lid 1 een beschrijving op
van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving heeft betrekking op
de toestand op een dag die niet eerder dan vijf maanden ligt voor
de dag waarop de aandelen worden genomen dan wel waartegen een
bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen. De
bestuurders ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt.
2.Artikel 204a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3.De leden 3 en 4 van artikel 204a
zijn van toepassing, met dien verstande dat niet de oprichters
maar alle aandeelhouders moeten hebben afgezien van het opstellen
van de beschrijving en de accountantsverklaring.
4.De vennootschap legt, binnen acht
dagen na de dag waarop de aandelen zijn genomen dan wel waarop de
bijstorting opeisbaar werd, de accountantsverklaring bij de
inbreng of een afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister met opgave van de namen van de inbrengers en van
het bedrag van het aldus gestorte deel van het geplaatste
kapitaal.
5.Dit artikel is niet van
toepassing voor zover de inbreng bestaat uit aandelen,
certificaten van aandelen, daarin converteerbare rechten of
winstbewijzen van een andere rechtspersoon, waarop de vennootschap
een openbaar bod heeft uitgebracht, mits deze effecten of een deel
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde
markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in
artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel 204c
1.Een rechtshandeling die de
vennootschap heeft verricht zonder goedkeuring van de algemene
vergadering van aandeelhouders of zonder de verklaring, bedoeld in
lid 3, kan ten behoeve van de vennootschap worden vernietigd,
indien de rechtshandeling:
a. strekt tot het verkrijgen
van goederen, met inbegrip van vorderingen die worden
verrekend, die een jaar voor de oprichting of nadien
toebehoorden aan een oprichter of aandeelhouder, en
b. is verricht voordat twee
jaren zijn verstreken na de inschrijving van de vennootschap
in het handelsregister.
2.Indien de goedkeuring wordt
gevraagd, maakt de vennootschap een beschrijving op van de te
verkrijgen goederen en van de tegenprestatie. De beschrijving
heeft betrekking op de toestand van het beschrevene op een dag die
niet voor de oprichting ligt. In de beschrijving worden de waarden
vermeld die aan de goederen en tegenprestatie worden toegekend
alsmede de toegepaste waarderingsmethoden. Deze methoden moeten
voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar worden beschouwd. De bestuurders ondertekenen de
beschrijving; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3.Artikel 204a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring
moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij
toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de
waarde van de tegenprestatie.
4.Op het ter inzage leggen en in
afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden
bedoelde stukken is artikel 212 van overeenkomstige toepassing.
5.De vennootschap legt binnen acht
dagen na de rechtshandeling of na de goedkeuring, indien achteraf
verleend, de in het derde lid bedoelde verklaring of een afschrift
daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
6.Voor de toepassing van dit
artikel blijven buiten beschouwing:
a. verkrijgingen op een
openbare veiling of ter beurze,
b. verkrijgingen die onder de
bedongen voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening van de
vennootschap behoren,
c. verkrijgingen waarvoor een
accountantsverklaring als bedoeld in artikel 204a is afgelegd,
en
d. verkrijgingen ten gevolge
van fusie of splitsing.
7.De leden 3 en 4 van artikel 204a
zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat niet
de oprichters maar alle aandeelhouders moeten hebben afgezien van
het opstellen van de beschrijving en de accountantsverklaring en
dat de waarde van alle tegenprestaties waarbij dat is geschied,
wordt overtroffen door het eigen vermogen van de
medeaansprakelijke rechtspersoon.
Artikel 205
De vennootschap kan geen eigen
aandelen nemen.
|