Nadere
regelgeving:
- Besluit actuele waarde
- Besluit jaarrekening banken
- Besluit minimumkapitaal
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
- Garantstellingsregeling curatoren 2005
Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen
Boek 2. Rechtspersonen
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. De Staat, de provincies, de
gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen waaraan
krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend,
bezitten rechtspersoonlijkheid.
2. Andere lichamen, waaraan een
deel van de overheidstaak is opgedragen, bezitten slechts
rechtspersoonlijkheid, indien dit uit het bij of krachtens de wet
bepaalde volgt.
3. De volgende artikelen van deze
titel, behalve artikel 5, gelden niet voor de in de voorgaande
leden bedoelde rechtspersonen.
Artikel 2
1. Kerkgenootschappen alsmede hun
zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd,
bezitten rechtspersoonlijkheid.
2. Zij worden geregeerd door hun
eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met
uitzondering van artikel 5 gelden de volgende artikelen van deze
titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is
geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met hun statuut en
met de aard der onderlinge verhoudingen.
Artikel 3
Verenigingen, coöperaties,
onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen,
besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en
stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4
1. Een rechtspersoon ontstaat
niet bij het ontbreken van een door een notaris ondertekende
akte voor zover door de wet voor de totstandkoming vereist. Het
ontbreken van kracht van authenticiteit aan een door een notaris
ondertekende akte verhindert het ontstaan van de rechtspersoon
slechts, indien die rechtspersoon in een bij die akte gemaakte
uiterste wilsbeschikking in het leven zou zijn geroepen.
2. Vernietiging van de
rechtshandeling waardoor een rechtspersoon is ontstaan, tast
diens bestaan niet aan. Het vervallen van de deelneming van een
of meer oprichters van een rechtspersoon heeft op zichzelf geen
invloed op de rechtsgeldigheid van de deelneming der
overblijvende oprichters.
3. Is ten name van een niet
bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd, dan benoemt de
rechter op verzoek van een belanghebbende of het openbaar
ministerie een of meer vereffenaars. Artikel 22 is van
overeenkomstige toepassing.
4. Het vermogen wordt vereffend
als dat van een ontbonden rechtspersoon in de voorgewende
rechtsvorm. Degenen die zijn opgetreden als bestuurders, zijn
hoofdelijk verbonden voor de tot dit vermogen behorende schulden
die opeisbaar zijn geworden in het tijdvak waarin zij dit deden.
Zij zijn eveneens verbonden voor de schulden die voortspruiten
uit in die tijd ten behoeve van dit vermogen verrichte
rechtshandelingen, voor zover daarvoor niemand ingevolge de
vorige zin verbonden is. Ontbreken personen die ingevolge de
vorige twee zinnen verbonden zijn, dan zijn degenen die
handelden, hoofdelijk verbonden.
5. Indien alsnog een
rechtspersoon wordt opgericht ter opvolging in het vermogen, kan
de rechter desverzocht toestaan dat dit niet wordt vereffend,
doch dat het in die rechtspersoon wordt ingebracht.
Artikel 5
Een rechtspersoon staat wat het
vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij
uit de wet het tegendeel voortvloeit.
Artikel 6
1. Op wijzigingen in statuten en
reglementen en op ontbinding van de rechtspersoon, die krachtens
dit boek moeten worden openbaar gemaakt, kan voordat deze
openbaarmakingen en, in geval van statutenwijziging, de
voorgeschreven openbaarmaking van de gewijzigde statuten zijn
geschied, geen beroep worden gedaan tegen een wederpartij en
derden die daarvan onkundig waren.
2. Een door de wet toegelaten
beroep op statutaire onbevoegdheid van het bestuur of van een
bestuurder tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon bij een
rechtshandeling kan tegen een wederpartij die daarvan onkundig
was, niet worden gedaan, indien de beperking of uitsluiting van
de bevoegdheid niet ten tijde van het verrichten van die
rechtshandeling op de door de wet voorgeschreven wijzen was
openbaar gemaakt. Hetzelfde geldt voor een beroep op een
beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van anderen dan
bestuurders, aan wie die bevoegdheid bij de statuten is
toegekend.
3. De rechtspersoon kan tegen een
wederpartij die daarvan onkundig was, niet de onjuistheid of
onvolledigheid van de in het register opgenomen gegevens
inroepen. Juiste en volledige inschrijving elders of
openbaarmaking van de statuten is op zichzelf niet voldoende
bewijs dat de wederpartij van de onjuistheid of onvolledigheid
niet onkundig was.
4. Voor zover de wet niet anders
bepaalt, kan de wederpartij van een rechtspersoon zich niet
beroepen op onbekendheid met een feit dat op een door de wet
aangegeven wijze is openbaar gemaakt, tenzij die openbaarmaking
niet is geschied op elke wijze die de wet vereist of daarvan
niet de voorgeschreven mededeling is gedaan.
5. De beide vorige leden gelden
niet voor rechterlijke uitspraken die in het
faillissementsregister of het surséanceregister zijn
ingeschreven.
Artikel 7
Een door een rechtspersoon
verrichte rechtshandeling is vernietigbaar, indien daardoor het
doel werd overschreden en de wederpartij dit wist of zonder eigen
onderzoek moest weten; slechts de rechtspersoon kan een beroep op
deze grond tot vernietiging doen.
Artikel 8
1. Een rechtspersoon en degenen
die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn
betrokken, moeten zich als zodanig jegens elkander gedragen naar
hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
2. Een tussen hen krachtens wet,
gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel is
niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden
naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
zou zijn.
Artikel 9
Elke bestuurder is tegenover de
rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem
opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de
werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen
voor het geheel aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij
deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in
het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
Artikel 10
1. Het bestuur is verplicht van
de vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles
betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen
die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een
administratie te voeren en de daartoe behorende boeken,
bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te
bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de
rechtspersoon kunnen worden gekend.
2. Onverminderd het bepaalde in
de volgende titels is het bestuur verplicht jaarlijks binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van
baten en lasten van de rechtspersoon te maken en op papier te
stellen.
3. Het bestuur is verplicht de in
de leden 1 en 2 bedoelde boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
4. De op een gegevensdrager
aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans
en staat van baten en lasten, kunnen op een andere
gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de
overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der
gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd
beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden
gemaakt.
Artikel 10a
Het boekjaar van een rechtspersoon
is het kalenderjaar, indien in de statuten geen ander boekjaar is
aangewezen.
Artikel 11
De aansprakelijkheid van een
rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust
tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de
aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.
Artikel 12
Het stemrecht over besluiten
waarbij de rechtspersoon aan bepaalde personen, anders dan in hun
hoedanigheid van lid, aandeelhouder of lid van een orgaan, rechten
toekent of verplichtingen kwijtscheldt, kan door de statuten aan
die personen en aan hun echtgenoot, geregistreerde partner, en
bloedverwanten in de rechte lijn worden ontzegd.
Artikel 13
1. Een stem is nietig in de
gevallen waarin een eenzijdige rechtshandeling nietig is; een
stem kan niet worden vernietigd.
2. Een onbekwame die lid is van
een vereniging, kan zijn stemrecht daarin zelf uitoefenen, voor
zover de statuten zich daartegen niet verzetten; in andere
gevallen komt de uitoefening van het stemrecht toe aan zijn
wettelijke vertegenwoordiger.
3. Tenzij de statuten anders
bepalen, is het in de vergadering van een orgaan van een
rechtspersoon uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de
uitslag van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt voor de
inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een
niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
4. Wordt onmiddellijk na het
uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid
daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de
meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke
stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een
stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe
stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke
stemming.
Artikel 14
1. Een besluit van een orgaan van
een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten,
is nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.
2. Is een besluit nietig, omdat
het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de
statuten voorgeschreven voorafgaande handeling van of mededeling
aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan
kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de
ontbrekende handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook
voor de bekrachtiging.
3. Bekrachtiging is niet meer
mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander
is gesteld door het orgaan dat het besluit heeft genomen of door
de wederpartij tot wie het was gericht.
Artikel 15
1. Een besluit van een orgaan van
een rechtspersoon is, onverminderd het elders in de wet omtrent
de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar:
a. wegens strijd met
wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen
van besluiten regelen;
b. wegens strijd met de
redelijkheid en billijkheid die door artikel 8 worden
geëist;
c. wegens strijd met een
reglement.
2. Tot de bepalingen als bedoeld
in het vorige lid onder a, behoren niet die welke de
voorschriften bevatten waarop in artikel 14 lid 2 wordt gedoeld.
3. Vernietiging geschiedt door
een uitspraak van de rechtbank van de woonplaats van de
rechtspersoon:
a. op een vordering tegen de
rechtspersoon van iemand die een redelijk belang heeft bij
de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, of
b. op vordering van de
rechtspersoon zelf, ingesteld krachtens bestuursbesluit
tegen degene die door de voorzieningenrechter van de
rechtbank is aangewezen op een daartoe gedaan verzoek van de
rechtspersoon; in dat geval worden de kosten van het geding
door de rechtspersoon gedragen.
4. Indien een bestuurder in eigen
naam de vordering instelt, verzoekt de rechtspersoon de
voorzieningenrechter van de rechtbank iemand aan te wijzen, die
terzake van het geding in de plaats van het bestuur treedt.
5. De bevoegdheid om vernietiging
van het besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van
de dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is
gegeven, hetzij de belanghebbende van het besluit kennis heeft
genomen of daarvan is verwittigd.
6. Een besluit dat vernietigbaar
is op grond van lid 1 onder a, kan door een daartoe strekkend
besluit worden bevestigd; voor dit besluit gelden de zelfde
vereisten als voor het te bevestigen besluit. De bevestiging
werkt niet zolang een tevoren ingestelde vordering tot
vernietiging aanhangig is. Indien de vordering wordt toegewezen,
geldt het vernietigde besluit als opnieuw genomen door het
latere besluit, tenzij uit de strekking van dit besluit het
tegendeel voortvloeit.
Artikel 16
1. De onherroepelijke uitspraak
die de nietigheid van een besluit van een rechtspersoon
vaststelt of die zulk een besluit vernietigt, is voor een ieder,
behoudens herroeping of derdenverzet, bindend, indien de
rechtspersoon partij in het geding is geweest. Herroeping komt
ieder lid of aandeelhouder toe.
2. Is het besluit een
rechtshandeling van de rechtspersoon, die tot een wederpartij is
gericht, of is het een vereiste voor de geldigheid van zulk een
rechtshandeling, dan kan de nietigheid of vernietiging van het
besluit niet aan die wederpartij worden tegengeworpen, indien
deze het gebrek dat aan het besluit kleefde, kende noch behoefde
te kennen. Niettemin kan de nietigheid of vernietiging van een
besluit tot benoeming van een bestuurder of een commissaris aan
de benoemde worden tegengeworpen; de rechtspersoon vergoedt
echter diens schade, indien hij het gebrek in het besluit kende
noch behoefde te kennen.
Artikel 17
Een rechtspersoon wordt opgericht
voor onbepaalde tijd.
Artikel 18
1. Een rechtspersoon kan zich met
inachtneming van de volgende leden omzetten in een andere
rechtsvorm.
2. Voor omzetting zijn vereist:
a. een besluit tot omzetting,
genomen met inachtneming van de vereisten voor een besluit
tot statutenwijziging en, tenzij een stichting zich omzet,
genomen met de stemmen van ten minste negen tienden van de
uitgebrachte stemmen;
b. een besluit tot wijziging
van de statuten;
c. een notariële akte van
omzetting die de nieuwe statuten bevat.
3. De in het vorige lid onder a
genoemde meerderheid is niet vereist voor een omzetting van een
naamloze vennootschap in een besloten vennootschap of omgekeerd.
4. Voor de omzetting van of in
een stichting en van een naamloze of besloten vennootschap in
een vereniging is bovendien rechterlijke machtiging vereist.
5. Slechts de rechtspersoon kan
machtiging tot omzetting verzoeken aan de rechtbank, onder
overlegging van een notarieel ontwerp van de akte. Zij wordt in
elk geval geweigerd, indien een vereist besluit nietig is of
indien een rechtsvordering tot vernietiging daarvan aanhangig
is. Zij wordt geweigerd, indien de belangen van
stemgerechtdigden die niet hebben ingestemd of van anderen van
wie ten minste iemand zich tot de rechter heeft gewend,
onvoldoende zijn ontzien. Indien voor de omzetting machtiging
van de rechter is vereist, verklaart de notaris in de akte van
omzetting dat de machtiging op het ontwerp van de akte is
verleend.
6. Na omzetting van een stichting
moet uit de statuten blijken dat het vermogen dat zij bij de
omzetting heeft en de vruchten daarvan slechts met toestemming
van de rechter anders mogen worden besteed dan voor de omzetting
was voorgeschreven. Hetzelfde geldt voor de statuten van een
rechtspersoon voor zover dit vermogen en deze vruchten daarop
krachtens fusie of splitsing zijn overgegaan.
7. De rechtspersoon doet opgave
van de omzetting ter inschrijving in de registers waarin hij
moet zijn en moet worden ingeschreven dan wel als vereniging
vrijwillig is ingeschreven.
8. Omzetting beëindigt het
bestaan van de rechtspersoon niet.
Artikel 19
1. Een rechtspersoon wordt
ontbonden:
a. door een besluit van de
algemene vergadering of, indien de rechtspersoon een
stichting is, door een besluit van het bestuur tenzij in de
statuten anders is voorzien;
b. bij het intreden van een
gebeurtenis die volgens de statuten de ontbinding tot gevolg
heeft, en die niet een besluit of een op ontbinding gerichte
handeling is;
c. na faillietverklaring door
hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand
van de boedel, hetzij door insolventie;
d. door het geheel ontbreken
van leden, indien de rechtspersoon een vereniging, een
coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is;
e. door een beschikking van
de Kamer van Koophandel en Fabrieken als bedoeld in artikel
19a;
f. door de rechter in de
gevallen die de wet bepaalt.
2. De rechtbank verklaart op
verzoek van het bestuur, een belanghebbende of het openbaar
ministerie, of en op welk tijdstip de rechtspersoon is ontbonden
in een geval als bedoeld in lid 1 onder b of d. De beschikking
is voor een ieder bindend. Is de rechtspersoon in een register
ingeschreven, dan wordt de in kracht van gewijsde gegane
uitspraak, inhoudende de verklaring, door de zorg van de
griffier aldaar ingeschreven.
3. Aan de registers waar de
rechtspersoon is ingeschreven wordt van de ontbinding opgaaf
gedaan: in de gevallen als bedoeld in lid 1, onder a, b en d
door de vereffenaar, indien deze er is en anders door het
bestuur, in het geval als bedoeld in lid 1, onder c door de
faillissementscurator, in het geval als bedoeld in lid 1, onder
e door de Kamer van Koophandel en Fabrieken en in het geval als
bedoeld in lid 1 onder f door de griffier van het betrokken
gerecht.
4. Indien de rechtspersoon op het
tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij
alsdan op te bestaan. In dat geval doet het bestuur of, bij
toepassing van artikel 19a, de Kamer van Koophandel en
Fabrieken, daarvan opgaaf aan de registers waar de rechtspersoon
is ingeschreven.
5. De rechtspersoon blijft na
ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn
vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van hem
uitgaan, moet aan zijn naam worden toegevoegd: in liquidatie.
6. De rechtspersoon houdt in
geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de
vereffening eindigt. De vereffenaar of de faillissementscurator
doet aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven,
daarvan opgaaf.
7. De gegevens die omtrent de
rechtspersoon in de registers zijn opgenomen op het tijdstip
waarop hij ophoudt te bestaan, blijven daar gedurende tien jaren
na dat tijdstip bewaard.
Artikel 19a
1. Een in het handelsregister
ingeschreven naamloze vennootschap, besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid, coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij wordt door een beschikking van de Kamer van
Koophandel en Fabrieken, waar die rechtspersoon is ingeschreven,
ontbonden, indien de Kamer is gebleken dat ten minste twee van
de hiernavolgende omstandigheden zich voordoen:
a. de rechtspersoon heeft het
voor zijn inschrijving in het handelsregister of voor de
inschrijving van een aan hem toebehorende onderneming
verschuldigde bedrag niet voldaan gedurende ten minste een
jaar na de datum waarvoor hij dat bedrag had moeten voldoen;
b. er staan gedurende ten
minste een jaar geen bestuurders van de rechtspersoon in het
register ingeschreven, terwijl ook geen opgaaf tot
inschrijving is gedaan, dan wel er doet zich, indien er wel
bestuurders staan ingeschreven, met betrekking tot alle
ingeschreven bestuurders een van de navolgende
omstandigheden voor:
1°. bestuurder is
overleden,
2°. de bestuurder is ten
minste een jaar niet bereikbaar gebleken op het in het
register vermelde adres, en evenmin op het in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
ingeschreven adres, dan wel in die administratie staat
ten minste een jaar geen adres van de bestuurder
vermeld;
c. de rechtspersoon is ten
minste een jaar in gebreke met de nakoming van de
verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening of de
balans en de toelichting overeenkomstig de artikelen 394,
396 of 397;
d. de rechtspersoon heeft ten
minste een jaar geen gevolg gegeven aan een aanmaning als
bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen tot het doen van aangifte voor de
vennootschapsbelasting.
2. Een in het handelsregister
ingeschreven vereniging of stichting, die niet een onderneming
drijft die in het handelsregister staat ingeschreven, wordt door
een beschikking van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waar
de rechtspersoon is ingeschreven, ontbonden, indien de Kamer is
gebleken dat de omstandigheid, genoemd in het lid 1 onder b,
zich voordoet en zij ten minste een jaar in gebreke is het voor
inschrijving in het handelsregister verschuldigde bedrag te
voldoen.
3. Indien de Kamer op grond van
haar bekende gegevens gebleken is dat een rechtspersoon als
bedoeld in de leden 1 en 2 voor ontbinding in aanmerking komt,
deelt zij de rechtspersoon en de ingeschreven bestuurders bij
aangetekende brief aan hun laatst bekende adres mee, dat zij
voornemens is tot ontbinding van de rechtspersoon over te gaan,
met vermelding van de omstandigheden waarop het voornemen is
gegrond. De Kamer schrijft deze mededeling in het register. Als
de omstandigheid, bedoeld in lid 1, onder b zich voordoet, doet
de Kamer van het voornemen tot ontbinding tevens een mededeling
opnemen in de Nederlandse Staatscourant. Voor zover de kosten
van deze publikatie niet uit het vermogen van de rechtspersoon
kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van Onze Minister
van Justitie.
4. Na verloop van acht weken na
de dagtekening van de aangetekende brief ontbindt de Kamer de
rechtspersoon bij beschikking, tenzij voordien is gebleken dat
de omstandigheden die ingevolge het derde lid zijn vermeld, zich
niet of niet meer voordoen.
5. De beschikking wordt bekend
gemaakt aan de rechtspersoon en de ingeschreven bestuurders.
6. De Kamer doet van de
ontbinding een mededeling opnemen in de Nederlandse
Staatscourant. Lid 3, vierde zin, is van overeenkomstige
toepassing.
7. Als op grond van artikel 23,
lid 1 geen vereffenaars kunnen worden aangewezen, treedt de
Kamer op als vereffenaar van het vermogen van de ontbonden
rechtspersoon, behoudens het bepaalde in artikel 19, lid 4. Op
verzoek van de Kamer benoemt de rechtbank in haar plaats een of
meer andere vereffenaars.
8. Indien tegen een beschikking
als bedoeld in lid 4, beroep wordt ingesteld bij het College van
Beroep voor het bedrijfsleven schrijft de Kamer dat in het
register in. De beslissing op het beroep wordt tevens
ingeschreven. Indien de beslissing strekt tot vernietiging van
de beschikking doet de Kamer een mededeling daarvan opnemen in
de Nederlandse Staatscourant. Gedurende het tijdvak waarin de
rechtspersoon na de beschikking tot ontbinding had opgehouden te
bestaan, is er een verlengingsgrond als bedoeld in artikel 320
van Boek 3 ten aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen
van of tegen de rechtspersoon.
Artikel 20
1. Een rechtspersoon waarvan de
werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, wordt door de
rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie verboden
verklaard en ontbonden.
2. Een rechtspersoon waarvan het
doel in strijd is met de openbare orde, wordt door de rechtbank
op verzoek van het openbaar ministerie ontbonden. Alvorens de
ontbinding uit te spreken kan de rechtbank de rechtspersoon in
de gelegenheid stellen binnen een door haar te bepalen termijn
zijn doel zodanig te wijzigen dat het niet meer in strijd is met
de openbare orde.
3. Een rechtspersoon vermeld in
de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, vanVerordening (EG)
nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 (PbEG L 344), in
Bijlage I van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27
mei 2002 (PbEG L 139) of is vermeld en met een ster aangemerkt
in de Bijlage bij het Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2001/931
van de Raad van 27 december 2001 (PbEG L 344) is van rechtswege
verboden en niet bevoegd tot het verrichten van
rechtshandelingen.
Artikel 21
1. De rechtbank ontbindt een
rechtspersoon, indien:
a. aan zijn totstandkoming
gebreken kleven;
b. zijn statuten niet aan de
eisen der wet voldoen;
c. hij niet onder de
wettelijke omschrijving van zijn rechtsvorm valt.
2. De rechtbank ontbindt de
rechtspersoon niet, indien zij hem een termijn vergund heeft en
hij na afloop daarvan een rechtspersoon is die aan de eisen van
de wet voldoet.
3. De rechtbank kan een
rechtspersoon ontbinden, indien deze de in dit boek voor zijn
rechtsvorm gestelde verboden overtreedt of in ernstige mate in
strijd met zijn statuten handelt.
4. De ontbinding wordt
uitgesproken op verzoek van een belanghebbende of het openbaar
ministerie.
Artikel 22
1. De rechter voor wie een
verzoek tot ontbinding van de rechtspersoon aanhangig is, kan de
goederen van die rechtspersoon desverlangd onder bewind stellen;
de beschikking vermeldt het tijdstip waarop zij in werking
treedt.
2. De rechter benoemt bij zijn
beschikking een of meer bewindvoerders, en regelt hun
bevoegdheden en hun beloning.
3. Voor zover de rechter niet
anders bepaalt, kunnen de organen van de rechtspersoon zonder
voorafgaande goedkeuring van de bewindvoerder geen besluiten
nemen en kunnen vertegenwoordigers van de rechtspersoon zonder
diens medewerking geen rechtshandelingen verrichten.
4. De beschikking kan te allen
tijde door de rechter worden gewijzigd of ingetrokken; het
bewind eindigt in ieder geval, zodra de uitspraak op het verzoek
tot ontbinding in kracht van gewijsde gaat.
5. De bewindvoerder doet aan de
registers waar de rechtspersoon is ingeschreven, opgaaf van de
beschikking en van de gegevens over zichzelf die omtrent een
bestuurder worden verlangd.
6. Een rechtshandeling die de
rechtspersoon ondanks zijn uit het bewind voortvloeiende
onbevoegdheid vóór de inschrijving heeft verricht, is
niettemin geldig, indien de wederpartij het bewind kende noch
behoorde te kennen.
Artikel 22a
1. Voor of bij het doen van een
verzoek door het openbaar ministerie tot ontbinding van een
naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, kan het openbaar ministerie de rechter bij
verzoekschrift vragen te bevelen dat, tot de uitspraak op
genoemd verzoek in kracht van gewijsde gaat, aan de
aandeelhouders de bevoegdheid tot het vervreemden, verpanden of
met vruchtgebruik belasten van aandelen wordt ontzegd.
2. De rechter beslist na summier
onderzoek. Het bevel wordt gegeven onder voorwaarde dat het
instellen van het verzoek tot ontbinding geschiedt binnen een
door de rechter daartoe te bepalen termijn. Tegen deze
beschikking is geen hogere voorziening toegelaten.
3. De beschikking wordt
onverwijld, zo mogelijk op dezelfde dag, betekend aan de
aandeelhouders en de vennootschap. De griffier draagt zorg voor
de inschrijving van de beschikking in het register waarin de
rechtspersoon is ingeschreven.
4. Binnen acht dagen na de
betekening in het vorige lid vermeld kunnen de aandeelhouders
tegen de beschikking in verzet komen. Het verzet schorst het
bevel niet, behoudens de bevoegdheid van de aandeelhouders om
daarop in kort geding door de voorzieningenrechter van de
rechtbank te doen beslissen. Verzet tegen de beschikking kan
niet gegrond zijn op de bewering dat de aandeelhouder zijn
aandelen wil overdragen.
5. Het verzoek tot ontbinding
moet binnen acht dagen nadat deze is ingesteld aan de
aandeelhouder worden betekend.
Artikel 23
1. Voor zover de rechter geen
andere vereffenaars heeft benoemd en de statuten geen andere
vereffenaars aanwijzen, worden de bestuurders vereffenaars van
het vermogen van een ontbonden rechtspersoon. Op vereffenaars
die niet door de rechter worden benoemd, zijn de bepalingen
omtrent de benoeming, de schorsing, het ontslag en het toezicht
op bestuurders van toepassing, voor zover de statuten niet
anders bepalen. Het vermogen van een door de rechter ontbonden
rechtspersoon wordt vereffend door een of meer door hem te
benoemen vereffenaars.
2. Ontslaat de rechter een
vereffenaar, dan kan hij een of meer andere benoemen. Ontbreken
vereffenaars, dan benoemt de rechtbank een of meer vereffenaars
op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie. De
vereffenaar die door de rechter is benoemd, heeft recht op de
beloning welke deze hem toekent.
3. Een benoeming tot vereffenaar
door de rechter gaat in daags nadat de griffier de benoeming aan
de vereffenaar heeft meegedeeld; de griffier doet de mededeling
terstond, indien de beslissing die de benoeming inhoudt, bij
voorraad uitvoerbaar is en anders, zodra zij in kracht van
gewijsde is gegaan.
4. Iedere vereffenaar doet aan de
registers waar de rechtspersoon is ingeschreven, opgaaf van zijn
optreden als zodanig en van de gegevens over zichzelf die van
een bestuurder worden verlangd.
5. De rechtbank kan een
vereffenaar met ingang van een door haar bepaalde dag ontslaan,
het zij op diens verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen op
verzoek van een medevereffenaar, het openbaar ministerie of
ambtshalve.
6. De ontslagen vereffenaar legt
rekening en verantwoording af aan degenen die de vereffening
voortzetten. Is de opvolger door de rechter benoemd, dan
geschiedt de rekening en verantwoording ten overstaan van de
rechter.
Artikel 23a
1. Een vereffenaar heeft, tenzij
de statuten anders bepalen, dezelfde bevoegdheden, plichten en
aansprakelijkheid als een bestuurder, voor zover deze
verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar.
2. Zijn er twee of meer
vereffenaars, dan kan ieder van hen alle werkzaamheden
verrichten, tenzij anders is bepaald. Bij verschil van mening
tussen de vereffenaars beslist op verzoek van een hunner de
rechter die bij de vereffening is betrokken, en anders de
kantonrechter. De rechter bedoeld in de vorige zin, kan ook een
verdeling van het loon vaststellen.
3. Zowel de rechtbank als een
door haar in de vereffening benoemde rechter-commissaris kan
voor de vereffening nodige bevelen geven, al dan niet in de vorm
van een bevelschrift in executoriale vorm. De vereffenaar is
verplicht hun aanwijzingen op te volgen. Tegen de bevelen en
aanwijzingen staan geen rechtsmiddelen open.
4. Blijkt de vereffenaar dat de
schulden de baten vermoedelijk zullen overtreffen, dan doet hij
aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende
schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de
vereffening buiten faillissement.
5. De voorgaande bepalingen van
dit artikel en de artikelen 23b-23c zijn niet van toepassing op
vereffening in faillissement.
Artikel 23b
1. De vereffenaar draagt hetgeen
na de voldoening der schuldeisers van het vermogen van de
ontbonden rechtspersoon is overgebleven, in verhouding tot
ieders recht over aan hen die krachtens de statuten daartoe zijn
gerechtigd, of anders aan de leden of aandeelhouders. Heeft geen
ander recht op het overschot, dan keert hij het uit aan de
Staat, die het zoveel mogelijk overeenkomstig het doel van de
rechtspersoon besteedt.
2. De vereffenaar stelt een
rekening en verantwoording op van de vereffening, waaruit de
omvang en samenstelling van het overschot blijken. Zijn er twee
of meer gerechtigden tot het overschot, dan stelt de vereffenaar
een plan van verdeling op dat de grondslagen der verdeling
bevat.
3. Voor zover tot het overschot
iets anders dan geld behoort en de statuten of een rechterlijke
beschikking geen nadere aanwijzing behelzen, komen als wijzen
van verdeling in aanmerking:
a. toedeling van een gedeelte
van het overschot aan ieder der gerechtigden;
b. overbedeling aan een of
meer gerechtigden tegen vergoeding van de overwaarde;
c. verdeling van de
netto-opbrengst na verkoop.
4. De vereffenaar legt de
rekening en verantwoording en het plan van verdeling neer ten
kantore van de registers waarin de rechtspersoon is
ingeschreven, en in elk geval ten kantore van de rechtspersoon,
als dat er is, of op een andere plaats in het arrondissement
waar de rechtspersoon woonplaats heeft. De stukken liggen daar
twee maanden voor ieder ter inzage. De vereffenaar maakt in een
nieuwsblad bekend waar en tot wanneer zij ter inzage liggen. De
rechter kan aankondiging in de Staatscourant bevelen.
5. Binnen twee maanden nadat de
rekening en verantwoording en het plan zijn neergelegd en de
nederlegging overeenkomstig lid 4 is bekendgemaakt en
aangekondigd, kan iedere schuldeiser of gerechtigde daartegen
door een verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen. De
vereffenaar doet van gedaan verzet mededeling op de zelfde wijze
als waarop de nederlegging van de rekening en verantwoording en
het plan van verdeling zijn medegedeeld.
6. Telkens wanneer de stand van
het vermogen daartoe aanleiding geeft, kan de vereffenaar een
uitkering bij voorbaat aan de gerechtigden doen. Na de aanvang
van de verzettermijn doet hij dit niet zonder machtiging van de
rechter.
7. Zodra de intrekking van of
beslissing op elk verzet onherroepelijk is, deelt de vereffenaar
dit mede op de wijze waarop het verzet is medegedeeld. Brengt de
beslissing wijziging in het plan van verdeling, dan wordt ook
het gewijzigde plan van verdeling op deze wijze meegedeeld.
8. De vereffenaar consigneert
geldbedragen waarover niet binnen zes maanden na de laatste
betaalbaarstelling is beschikt.
9. De vereffening eindigt op het
tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer
aanwezig zijn.
10. Na verloop van een maand
nadat de vereffening is geëindigd, doet de vereffenaar rekening
en verantwoording van zijn beheer aan de rechter, indien deze
bij de vereffening is betrokken.
Artikel 23c
1. Indien na het tijdstip waarop
de rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of
gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate
blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de
vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. In
dat geval herleeft de rechtspersoon, doch uitsluitend ter
afwikkeling van de heropende vereffening. De vereffenaar is
bevoegd van elk der gerechtigden terug te vorderen hetgeen deze
te veel uit het overschot heeft ontvangen.
2. Gedurende het tijdvak waarin
de rechtspersoon had opgehouden te bestaan, is er een
verlengingsgrond als bedoeld in artikel 320 van Boek 3 ten
aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen van of tegen de
rechtspersoon.
Artikel 24
1. De boeken, bescheiden en
andere gegevensdragers van een ontbonden rechtspersoon moeten
worden bewaard gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon
heeft opgehouden te bestaan. Bewaarder is degene die bij of
krachtens de statuten, dan wel door de algemene vergadering of,
als de rechtspersoon een stichting was, door het bestuur als
zodanig is aangewezen.
2. Ontbreekt een bewaarder en is
de laatste vereffenaar niet bereid te bewaren, dan wordt een
bewaarder, zo mogelijk uit de kring dergenen die bij de
rechtspersoon waren betrokken, op verzoek van een belanghebbende
benoemd door de kantonrechter van de rechtbank van het
arrondissement waarin de rechtspersoon woonplaats had.
Rechtsmiddelen staan niet open.
3. Binnen acht dagen na het
ingaan van zijn bewaarplicht moet de bewaarder zijn naam en
adres opgeven aan de registers waarin de ontbonden rechtspersoon
was ingeschreven.
4. De in lid 2 genoemde
kantonrechter kan desverzocht machtiging tot raadpleging van de
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers geven aan iedere
belanghebbende, indien de rechtspersoon een stichting was, en
overigens aan ieder die aantoont bij inzage een redelijk belang
te hebben in zijn hoedanigheid van voormalig lid of
aandeelhouder van de rechtspersoon of houder van certificaten
van diens aandelen, dan wel als rechtverkrijgende van een
zodanige persoon.
Artikel 24a
1. Dochtermaatschappij van een
rechtspersoon is:
a. een rechtspersoon waarin
de rechtspersoon of een of meer van zijn
dochtermaatschappijen, al dan niet krachtens overeenkomst
met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de
helft van de stemrechten in de algemene vergadering kunnen
uitoefenen;
b. een rechtspersoon waarvan
de rechtspersoon of een of meer van zijn
dochtermaatschappijen lid of aandeelhouder zijn en, al dan
niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden,
alleen of samen meer dan de helft van de bestuurders of van
de commissarissen kunnen benoemen of ontslaan, ook indien
alle stemgerechtigden stemmen.
2. Met een dochtermaatschappij
wordt gelijk gesteld een onder eigen naam optredende
vennootschap waarin de rechtspersoon of een of meer
dochtermaatschappijen als vennoot volledig jegens schuldeisers
aansprakelijk is voor de schulden.
3. Voor de toepassing van lid 1
worden aan aandelen verbonden rechten niet toegerekend aan
degene die de aandelen voor rekening van anderen houdt. Aan
aandelen verbonden rechten worden toegerekend aan degene voor
wiens rekening de aandelen worden gehouden, indien deze bevoegd
is te bepalen hoe de rechten worden uitgeoefend dan wel zich de
aandelen te verschaffen.
4. Voor de toepassing van lid 1
worden stemrechten, verbonden aan verpande aandelen, toegerekend
aan de pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de rechten worden
uitgeoefend. Zijn de aandelen evenwel verpand voor een lening
die de pandhouder heeft verstrekt in de gewone uitoefening van
zijn bedrijf, dan worden de stemrechten hem slechts toegerekend,
indien hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.
Artikel 24b
Een groep is een economische
eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch
zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en
vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.
Artikel 24c
1. Een rechtspersoon of
vennootschap heeft een deelneming in een rechtspersoon, indien
hij of een of meer van zijn dochtermaatschappijen alleen of
samen voor eigen rekening aan die rechtspersoon kapitaal
verschaffen of doen verschaffen teneinde met die rechtspersoon
duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen
werkzaamheid. Indien een vijfde of meer van het geplaatste
kapitaal wordt verschaft, wordt het bestaan van een deelneming
vermoed.
2. Een rechtspersoon heeft een
deelneming in een vennootschap, indien hij of een
dochtermaatschappij:
a. daarin als vennoot jegens
schuldeisers volledig aansprakelijk is voor de schulden; of
b. daarin anderszins vennoot
is teneinde met die vennootschap duurzaam verbonden te zijn
ten dienste van de eigen werkzaamheid.
Artikel 24d
Bij de vaststelling in hoeverre de
leden of aandeelhouders stemmen, aanwezig of vertegenwoordigd
zijn, of in hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt of
vertegenwoordigd is, wordt geen rekening gehouden met
lidmaatschappen of aandelen waarvan de wet bepaalt dat daarvoor
geen stem kan worden uitgebracht.
Artikel 25
Van de bepalingen van dit boek kan
slechts worden afgeweken, voor zover dat uit de wet blijkt.
Titel 2. Verenigingen
Artikel 26
1. De vereniging is een
rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel,
anders dan een dat is omschreven in artikel 53 lid 1 of lid 2.
2. Een vereniging wordt bij
meerzijdige rechtshandeling opgericht.
3. Een vereniging mag geen winst
onder haar leden verdelen.
Artikel 27
1. Wordt een vereniging opgericht
bij een notariële akte, dan moeten de volgende bepalingen in
acht worden genomen.
2. De akte wordt verleden in de
Nederlandse taal. Indien de vereniging haar zetel heeft in de
provincie Fryslân kan de akte in de Friese taal worden
verleden. Een volmacht tot medewerking aan de akte moet
schriftelijk zijn verleend.
3. De akte bevat de statuten van
de vereniging.
4. De statuten houden in:
a. de naam van de vereniging
en de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft;
b. het doel van de
vereniging;
c. de verplichtingen die de
leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop
zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd;
d. de wijze van bijeenroeping
van de algemene vergadering;
e. de wijze van benoeming en
ontslag van de bestuurders;
f. de bestemming van het
batig saldo van de vereniging in geval van ontbinding, of de
wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.
5. De notaris, ten overstaan van
wie de akte wordt verleden, draagt zorg dat de akte voldoet aan
het in de leden 2-4 bepaalde. Bij verzuim is hij persoonlijk
jegens hen die daardoor schade hebben geleden, aansprakelijk.
Artikel 28
1. Is een vereniging niet
overeenkomstig het eerste lid van het vorige artikel opgericht,
dan kan de algemene vergadering besluiten de statuten te doen
opnemen in een notariële akte.
2. De leden 2-5 van het vorige
artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 29
1. De bestuurders van een
vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële
akte, zijn verplicht haar te doen inschrijven in het
handelsregister en een authentiek afschrift van de akte, dan wel
een authentiek uittreksel van de akte bevattende de statuten,
ten kantore van dat register neer te leggen.
2. Zolang de opgave ter eerste
inschrijving en nederlegging niet zijn geschied, is iedere
bestuurder voor een rechtshandeling waardoor hij de vereniging
verbindt, naast de vereniging hoofdelijk aansprakelijk.
Artikel 30
1. Een vereniging waarvan de
statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte, kan geen
registergoederen verkrijgen en kan geen erfgenaam zijn.
2. De bestuurders zijn hoofdelijk
naast de vereniging verbonden voor schulden uit een
rechtshandeling die tijdens hun bestuur opeisbaar worden. Na hun
aftreden zijn zij voorts hoofdelijk verbonden voor schulden,
voortspruitend uit een tijdens hun bestuur verrichte
rechtshandeling, voor zover daarvoor niemand ingevolge de vorige
zin naast de vereniging is verbonden. Aansprakelijkheid
ingevolge een der voorgaande zinnen rust niet op degene die niet
tevoren over de rechtshandeling is geraadpleegd en die heeft
geweigerd haar, toen zij hem bekend werd, als bestuurder voor
zijn verantwoording te nemen. Ontbreken personen die ingevolge
de eerste of tweede zin naast de vereniging zijn verbonden, dan
zijn degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
3. De bestuurders van een
zodanige vereniging kunnen haar doen inschrijven in het
handelsregister. Indien de statuten op schrift zijn gesteld,
leggen zij alsdan een afschrift daarvan ten kantore van dat
register neer.
4. Heeft de inschrijving, bedoeld
in het vorige lid, plaatsgevonden, dan is degene die uit hoofde
van lid 2 wordt verbonden slechts aansprakelijk, voor zover de
wederpartij aannemelijk maakt dat de vereniging niet aan de
verbintenis zal voldoen.
Artikel 31 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 32 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 33
Tenzij de statuten anders bepalen,
beslist het bestuur over de toelating van een lid en kan bij
niet-toelating de algemene vergadering alsnog tot toelating
besluiten.
Artikel 34
1. Het lidmaatschap van de
vereniging is persoonlijk, tenzij de statuten anders bepalen.
2. Tenzij de statuten van de
vereniging anders bepalen, gaat het lidmaatschap van een
rechtspersoon die door fusie of splitsing ophoudt te bestaan,
over op de verkrijgende rechtspersoon onderscheidenlijk
overeenkomstig de aan de akte van splitsing gehechte
beschrijving op een van de verkrijgende rechtspersonen.
Artikel 34a
Verbintenissen kunnen slechts bij
of krachtens de statuten aan het lidmaatschap worden verbonden.
Artikel 35
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid,
tenzij de statuten overgang krachtens erfrecht toelaten;
b. door opzegging door het
lid;
c. door opzegging door de
vereniging;
d. door ontzetting.
2. De vereniging kan het
lidmaatschap opzeggen in de gevallen in de statuten genoemd,
voorts wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten door de
statuten voor het lidmaatschap gesteld, te voldoen, alsook
wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden
het lidmaatschap te laten voortduren. Tenzij de statuten dit aan
een ander orgaan opdragen, geschiedt de opzegging door het
bestuur.
3. Ontzetting kan alleen worden
uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten,
reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de
vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
4. Tenzij de statuten dit aan een
ander orgaan opdragen, geschiedt de ontzetting door het bestuur.
Het lid wordt ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met
opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem staat, behalve
wanneer krachtens de statuten het besluit door de algemene
vergadering is genomen, binnen één maand na ontvangst van de
kennisgeving van het besluit, beroep op de algemene vergadering
of een daartoe bij de statuten aangewezen orgaan of derde open.
De statuten kunnen een andere regeling van het beroep bevatten,
doch de termijn kan niet korter dan op één maand worden
gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is
het lid geschorst.
5. Wanneer het lidmaatschap in de
loop van een boekjaar eindigt, blijft, tenzij de statuten anders
bepalen, desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel
verschuldigd.
6. De vereniging draagt er zorg
voor dat leden de voor opzegging van het lidmaatschap
noodzakelijke informatie eenvoudig kunnen raadplegen. De
informatie wordt in ieder geval opvallend vermeld op de
hoofdpagina van de website en op bladzijde 1, 2 of 3 van het
ledenblad, indien een vereniging gebruik maakt van deze
communicatiemiddelen.
Artikel 36
1. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap slechts geschieden
tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een
opzeggingstermijn van vier weken; op deze termijn is de Algemene
termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het
lidmaatschap worden beëindigd tegen het eind van het boekjaar,
volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, indien
redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten
voortduren.
2. Een opzegging in strijd met
het in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen
op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum
waartegen was opgezegd.
3. Een lid kan voorts zijn
lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand
nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn
verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of
medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing.
Deze bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij de statuten
worden ontzegd voor het geval van wijziging van de daar
nauwkeurig omschreven rechten en verplichtingen en voorts in het
algemeen voor het geval van wijziging van geldelijke rechten en
verplichtingen.
4. Een lid kan zijn lidmaatschap
ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem
een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging is een
andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
Artikel 37
1. Het bestuur wordt uit de leden
benoemd, De statuten kunnen echter bepalen dat bestuurders ook
buiten de leden kunnen worden benoemd.
2. De benoeming geschiedt door de
algemene vergadering. De statuten kunnen de wijze van benoeming
echter ook anders regelen, mits elk lid middellijk of
onmiddellijk aan de stemming over de benoeming der bestuurders
kan deelnemen.
3. De statuten kunnen bepalen,
dat een of meer der bestuursleden, mits minder dan de helft,
door andere personen dan de leden worden benoemd.
4. Is in de statuten bepaald dat
een bestuurder in een vergadering uit een bindende voordracht
moet worden benoemd, dan kan aan die voordracht het bindend
karakter worden ontnomen door een met ten minste twee derden van
de uitgebrachte stemmen genomen besluit van die vergadering. In
de statuten kan worden bepaald dat op deze vergadering ten
minste een bepaald aantal stemmen moet kunnen worden
uitgebracht; dit aantal mag niet hoger worden gesteld dan twee
derden van het aantal stemmen dat door de stemgerechtigden
gezamenlijk kan worden uitgebracht.
5. Indien ingevolge de statuten
een bestuurslid door leden of afdelingen buiten een vergadering
wordt benoemd, dan moet aan de leden gelegenheid worden geboden
kandidaten te stellen. De statuten kunnen bepalen dat dit recht
slechts aan een aantal leden gezamenlijk toekomt, mits hun
aantal niet hoger wordt gesteld dan een vijfde van het aantal
leden dat aan de verkiezing kan deelnemen. De statuten kunnen
voorts bepalen dat aldus gestelde kandidaten slechts zijn
benoemd, indien zij ten minste een bepaald aantal stemmen op
zich hebben verenigd, mits dit aantal niet groter is dan twee
derden van het aantal der uitgebrachte stemmen.
6. Een bestuurslid kan, ook al is
hij voor een bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door het
orgaan dat hem heeft benoemd, worden ontslagen of geschorst. Een
veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de
vereniging en bestuurder kan door de rechter niet worden
uitgesproken.
7. Tenzij de statuten anders
bepalen, wijst het bestuur uit zijn midden een voorzitter, een
secretaris en een penningmeester aan.
Artikel 38
1. Behoudens het in het volgende
artikel bepaalde, hebben alle leden die niet geschorst zijn,
toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één
stem; een geschorst lid heeft toegang tot de vergadering waarin
het besluit tot schorsing wordt behandeld, en is bevoegd
daarover het woord te voeren. De statuten kunnen aan bepaalde
leden meer dan één stem toekennen.
2. Tenzij de statuten anders
bepalen, treden de voorzitter en de secretaris van het bestuur
of hun vervangers, als zodanig ook op bij de algemene
vergadering.
3. De statuten kunnen bepalen dat
personen die deel uitmaken van andere organen der vereniging en
die geen lid zijn, in de algemene vergadering stemrecht kunnen
uitoefenen. Het aantal der door hen gezamenlijk uitgebrachte
stemmen zal echter niet meer mogen zijn dan de helft van het
aantal der door de leden uitgebrachte stemmen.
4. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd
is, aan een andere stemgerechtigde schriftelijk volmacht
verlenen tot het uitbrengen van zijn stem.
5. Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de
volmacht elektronisch is vastgelegd.
6. De statuten kunnen bepalen dat
iemand die krachtens lid 1 of lid 3 stemgerechtigd is het
stemrecht kan uitoefenen door middel van een elektronisch
communicatiemiddel.
7. Voor de toepassing van lid 6
is vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch
communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het
stemrecht kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat
bovendien is vereist dat de stemgerechtigde via het elektronisch
communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
8. De statuten kunnen bepalen dat
stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een
elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, doch niet
eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering,
gelijk worden gesteld met stemmen die ten tijde van de
vergadering worden uitgebracht.
9. Bij of krachtens de statuten
kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het
elektronisch communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden
krachtens de statuten worden gesteld, worden deze bij de
oproeping bekend gemaakt.
Artikel 39
1. De statuten kunnen bepalen dat
de algemene vergadering zal bestaan uit afgevaardigden die door
en uit de leden worden gekozen. De wijze van verkiezing en het
aantal van de afgevaardigden worden door de statuten geregeld;
elk lid moet middellijk of onmiddellijk aan de verkiezing kunnen
deelnemen. De leden 4 en 5 van artikel 37 zijn bij de verkiezing
van overeenkomstige toepassing. Artikel 38 lid 3 is van
overeenkomstige toepassing op personen die deel uitmaken van
andere organen der vereniging en die geen afgevaardigde zijn.
2. De statuten kunnen bepalen dat
bepaalde besluiten van de algemene vergadering aan een
referendum zullen worden onderworpen. De statuten regelen de
gevallen waarin, de tijd waarbinnen, en de wijze waarop het
referendum zal worden gehouden. Hangende de uitslag van het
referendum wordt de uitvoering van het besluit geschorst.
Artikel 40
1. Aan de algemene vergadering
komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de
wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2. Een eenstemmig besluit van
alle leden of afgevaardigden, ook al zijn deze niet in een
vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur
genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene
vergadering.
Artikel 41
1. Het bestuur roept de algemene
vergadering bijeen, zo dikwijls het dit wenselijk oordeelt, of
wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is.
De statuten kunnen deze bevoegdheid ook aan anderen dan het
bestuur verlenen.
2. Op schriftelijk verzoek van
ten minste een zodanig aantal leden of afgevaardigden als
bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende gedeelte der
stemmen in de algemene vergadering of van een zoveel geringer
aantal als bij de statuten is bepaald, is het bestuur verplicht
tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn
van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.
3. Indien aan het verzoek binnen
veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen, tenzij in de
statuten de wijze van bijeenroeping der algemene vergadering
voor dit geval anders is geregeld, de verzoekers zelf tot die
bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur de
algemene vergadering bijeenroept of bij advertentie in ten
minste één ter plaatse waar de vereniging gevestigd is,
veelgelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan
bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het
opstellen der notulen.
4. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek
bedoeld in lid 2 voldaan indien het verzoek elektronisch is
vastgelegd.
5. Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien een lid of afgevaardigde hiermee instemt, de
bijeenroeping geschieden door een langs elektronische weg
toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres
dat door hem voor dit doel is bekend gemaakt.
Artikel 41a
De artikelen 37-41 zijn van
overeenkomstige toepassing op de afdelingen van een vereniging die
geen rechtspersonen zijn en die een algemene vergadering en een
bestuur hebben; hetgeen in die artikelen omtrent de statuten is
bepaald, kan in een afdelingsreglement worden neergelegd.
Artikel 42
1. In de statuten van de
vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een
besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met
de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden
voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige
vergadering bedraagt ten minste zeven dagen.
2. Zij die de oproeping tot de
algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot
statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen
vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de
voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe
geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop
van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Aan de
afdelingen waaruit de vereniging bestaat en aan afgevaardigden
moet het voorstel ten minste veertien dagen vóór de
vergadering ter kennis zijn gebracht; de vorige zin is alsdan
niet van toepassing.
3. Het bepaalde in de eerste twee
leden is niet van toepassing, indien in de algemene vergadering
alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn
en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt
genomen.
4. Het in dit artikel en de
eerste twee leden van het volgende artikel bepaalde is van
overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding.
Artikel 43
1. Tenzij de statuten anders
bepalen, behoeft een besluit tot statutenwijziging ten minste
twee derden van de uitgebrachte stemmen.
2. Voor zover de bevoegdheid tot
wijziging bij de statuten mocht zijn uitgesloten, is wijziging
niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering,
waarin alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd
zijn.
3. Een bepaling in de statuten,
welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen beperkt, kan slechts worden gewijzigd met
inachtneming van gelijke beperking.
4. Een bepaling in de statuten,
welke de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering, waarin alle leden of afgevaardigden
aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
5. Heeft de vereniging volledige
rechtsbevoegdheid, dan treedt de wijziging niet in werking dan
nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. De bestuurders
zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de
gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van het
handelsregister.
6. De bestuurders van een
vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, waarvan de statuten
overeenkomstig artikel 30 lid 3 van dit Boek in afschrift ten
kantore van het handelsregister zijn nedergelegd, zijn verplicht
aldaar tevens een afschrift van de wijziging en van de
gewijzigde statuten neder te leggen.
Artikel 44
1. Behoudens beperkingen volgens
de statuten is het bestuur belast met het besturen van de
vereniging.
2. Slechts indien dit uit de
statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd te besluiten tot
het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en
bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van
overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of
zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander
verbindt. De statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en
voorwaarden binden. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden
gelden mede voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de
vereniging ter zake van deze handelingen, tenzij de statuten
anders bepalen.
Artikel 45
1. Het bestuur vertegenwoordigt
de vereniging, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De statuten kunnen de
bevoegdheid tot vertegenwoordiging bovendien toekennen aan een
of meer bestuurders. Zij kunnen bepalen dat een bestuurder de
vereniging slechts met medewerking van een of meer anderen mag
vertegenwoordigen.
3. Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid
tot vertegenwoordiging kan slechts door de vereniging worden
ingeroepen.
4. De statuten kunnen ook aan
andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot
vertegenwoordiging toekennen.
Artikel 46
De vereniging kan, voor zover uit
de statuten niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de
leden rechten bedingen en, voor zover dit in de statuten
uitdrukkelijk is bepaald, te hunnen laste verplichtingen aangaan.
Zij kan nakoming van bedongen rechten jegens en schadevergoeding
aan een lid vorderen, tenzij dit zich daartegen verzet.
Artikel 47
In alle gevallen waarin de
vereniging een tegenstrijdig belang heeft met een of meer
bestuurders of commissarissen kan de algemene vergadering een of
meer personen aanwijzen om de vereniging te vertegenwoordigen.
Artikel 48
1. Het bestuur brengt op een
algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het
boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene
vergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken in de
vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de
staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring
aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de
bestuurders en commissarissen; ontbreekt de ondertekening van
een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen
melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de
gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze
verplichtingen nakomen.
2. Ontbreekt een raad van
commissarissen en wordt omtrent de getrouwheid van de stukken
aan de algemene vergadering niet overgelegd een verklaring
afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1,
dan benoemt de algemene vergadering jaarlijks een commissie van
ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen
uitmaken. De commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de
tweede zin van lid 1, en brengt aan de algemene vergadering
verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is verplicht de
commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar
gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en
de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging beschikbaar
te stellen.
3. Een vereniging die een of meer
ondernemingen in stand houdt welke ingevolge de wet in het
handelsregister moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de
staat van baten en lasten de netto-omzet van deze ondernemingen.
Artikel 49
1. Jaarlijks binnen zes maanden
na afloop van het boekjaar van een vereniging als bedoeld in
artikel 360 lid 3, behoudens verlenging van deze termijn met ten
hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van
bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op
en legt het deze voor de leden ter inzage ten kantore van de
vereniging. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het
jaarverslag ter inzage voor de leden, tenzij de artikelen 396
lid 7 of 403 voor de vereniging gelden.
2. De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering die het bestuur
uiterlijk een maand na afloop van de termijn doet houden.
Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan
een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
4. Artikel 48 lid 1 is niet van
toepassing op de vereniging bedoeld in artikel 360 lid 3.
Artikel 48 lid 2 is hierop van toepassing met dien verstande dat
onder stukken wordt verstaan de stukken die ingevolge lid 1
worden overgelegd.
5. Een vereniging als bedoeld in
artikel 360 lid 3 mag ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor zover de
wet dat toestaat.
6. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Afdeling 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op deze verzoeken
tot ontheffing.
Artikel 50
De vereniging, bedoeld in artikel
360 lid 3, zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag
en de krachtens artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de
oproep voor de algemene vergadering, bestemd tot behandeling van
de jaarrekening, te haren kantore aanwezig zijn. De leden kunnen
de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van
verkrijgen.
Artikel 50a
De artikelen 131, 138, 139, 149 en
150 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van faillissement
van een vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een
notariële akte en die aan de heffing van vennootschapsbelasting
is onderworpen.
Artikel 51
In geval van faillissement of
surséance van betaling van een vereniging die is ingeschreven in
het handelsregister, worden de aankondigingen welke krachtens de
Faillissementswet in de Nederlandse Staatscourant worden
opgenomen, door hem die met die openbaarmaking is belast, mede ter
inschrijving in dat register opgegeven.
Artikel 52
Voorzover van de bepalingen van
deze titel in de statuten kan worden afgeweken, kan deze afwijking
alleen geschieden bij op schrift gestelde statuten.
Titel 3. Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 53
1. De coöperatie is een bij
notariële akte als coöperatie opgerichte vereniging. Zij moet
zich blijkens de statuten ten doel stellen in bepaalde
stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens
overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in
het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of
doet uitoefenen.
2. De onderlinge
waarborgmaatschappij is een bij notariële akte als onderlinge
waarborgmaatschappij opgerichte vereniging. Zij moet zich
blijkens de statuten ten doel stellen met haar leden
verzekeringsovereenkomsten te sluiten, een en ander in het
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar
leden uitoefent.
3. De statuten van een
coöperatie kunnen haar veroorloven overeenkomsten als die welke
zij met haar leden sluit, ook met anderen aan te gaan; hetzelfde
geldt voor de statuten van een onderlinge waarborgmaatschappij
waarbij iedere verplichting van leden of oud-leden om in de
tekorten bij te dragen is uitgesloten.
4. Indien een coöperatie of een
onderlinge waarborgmaatschappij de in het vorige lid bedoelde
bevoegdheid uitoefent, mag zij dat niet in een zodanige mate
doen, dat de overeenkomsten met de leden slechts van
ondergeschikte betekenis zijn.
Artikel 53a
De bepalingen van de vorige titel
zijn, met uitzondering van de artikelen 26 lid 3 en 44 lid 2, op
de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij van
toepassing, voor zover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken.
Artikel 54
1. Een coöperatie en een
onderlinge waarborgmaatschappij worden opgericht door een
meerzijdige rechtshandeling bij notariële akte.
2. De naam van een coöperatie
moet het woord "coöperatief" bevatten, die van een
onderlinge waarborgmaatschappij het woord "onderling"
of "wederkerig". De naam van de rechtspersoon moet aan
het slot de letters W.A., B.A. of U.A. overeenkomstig artikel 56
dragen.
Artikel 54a [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 55
1. Zij die bij de ontbinding
leden waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden
leden te zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de
statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk;
wordt een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij
ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van
faillissement is verklaard, dan wordt de termijn van een jaar
niet van de dag der ontbinding, maar van de dag der
faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een langere
termijn dan een jaar vaststellen.
2. Bevatten de statuten niet een
maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor
gelijke delen aansprakelijk.
3. Kan op een of meer van de
leden of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort
niet worden verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige
leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel,
aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de
vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of
oud-leden, op grond dat door de uitoefening van het
verhaalsrecht een bate voor de boedel niet zou worden verkregen.
Indien de vereffening geschiedt onder toezicht van personen,
door de wet met dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars van
dat verhaal slechts afzien met machtiging van deze personen.
4. De aansprakelijke leden en
oud-leden zijn gehouden tot onmiddellijke betaling van hun
aandeel in een geraamd tekort, vermeerderd met 50 ten honderd,
of zoveel minder als de vereffenaars voldoende achten, tot
voorlopige dekking van een nadere omslag voor de kosten van
invordering en van het aandeel van hen, die in gebreke mochten
blijven aan hun verplichting te voldoen.
5. Een lid of oud-lid is niet
bevoegd tot verrekening van zijn schuld uit hoofde van dit
artikel.
Artikel 56
1. Een coöperatie of een
onderlinge waarborgmaatschappij kan in afwijking van het in het
vorige artikel bepaalde in haar statuten iedere verplichting van
haar leden of oud-leden om in een tekort bij te dragen,
uitsluiten of tot een maximum beperken. De leden kunnen hierop
slechts een beroep doen, indien de rechtspersoon aan het slot
van zijn naam in het eerste geval de letters U.A. (uitsluiting
van aansprakelijkheid), en in het tweede geval de letters B.A.
(beperkte aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een rechtspersoon
waarop de eerste zin niet is toegepast, plaatst de letters W.A.
(wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot van zijn naam.
2. De genoemde rechtspersonen
zijn, behoudens in telegrammen en reclames, verplicht haar naam
volledig te voeren.
Artikel 57
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat er een raad van commissarissen zal zijn. De raad
bestaat uit een of meer natuurlijke personen.
2. De raad van commissarissen
heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur
en op de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de
daarmee verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad
ter zijde. Bij de vervulling van hun taak richten de
commissarissen zich naar het belang van de rechtspersoon en de
daarmee verbonden onderneming.
3. Tenzij bij de statuten anders
is bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere door de
algemene vergadering benoemde bestuurder te allen tijde te
schorsen. Deze schorsing kan te allen tijde door de algemene
vergadering worden opgeheven.
4. Behoudens het bepaalde in
artikel 47 vertegenwoordigt de raad van commissarissen de
rechtspersoon in andere gevallen van strijdig belang met een of
meer bestuurders dan het sluiten of wijzigen van overeenkomsten
zoals deze met alle leden in gelijke omstandigheden worden
gesloten. De statuten kunnen van deze bepaling afwijken.
5. De statuten kunnen aanvullende
bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van
zijn leden bevatten.
6. Tenzij de statuten anders
bepalen, kan de algemene vergadering aan de commissarissen als
zodanig een bezoldiging toekennen.
7. Tenzij de statuten de
commissarissen stemrecht toekennen, hebben zij als zodanig in de
algemene vergadering slechts raadgevende stem.
8. Het bestuur verschaft de raad
van commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak
noodzakelijke gegevens.
Artikel 57a
1. Op de benoeming van
commissarissen die niet reeds bij de akte van oprichting zijn
aangewezen, is artikel 37 van overeenkomstige toepassing, tenzij
zij overeenkomstig artikel 63f geschiedt.
2. Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de
kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de
betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor
zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de
taak van een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke
rechtspersonen hij reeds als commissaris is verbonden; indien
zich daaronder rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep
behoren, kan met de aanduiding van de groep worden volstaan. De
aanbeveling en de voordracht worden met redenen omkleed.
Artikel 58
1. Jaarlijks binnen zes maanden
na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze
termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het
bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de leden ter
inzage ten kantore van de rechtspersoon. Binnen deze termijn
legt het bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de leden,
tenzij de artikelen 396 lid 7, of 403 voor de rechtspersoon
gelden. De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene
vergadering die het bestuur uiterlijk een maand na afloop van de
termijn doet houden. Artikel 48 lid 2 is van overeenkomstige
toepassing. Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot
kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
2. De opgemaakte jaarrekening
wordt ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De rechtspersoon zorgt dat de
opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens artikel
392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de
algemene vergadering, bestemd tot behandeling van de
jaarrekening, te zijnen kantore aanwezig zijn. De leden kunnen
de stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van
verkrijgen.
4. Ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd
voor zover de wet dat toestaat.
5. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Afdeling 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op deze verzoeken
tot ontheffing.
Artikel 59
1. Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen zijn niet bevoegd door een besluit
wijzigingen in de met haar leden in de uitoefening van haar
bedrijf aangegane overeenkomsten aan te brengen, tenzij zij zich
deze bevoegdheid in de overeenkomst op duidelijke wijze hebben
voorbehouden. Een verwijzing naar statuten, reglementen,
algemene voorwaarden of dergelijke, is daartoe niet voldoende.
2. Op een wijziging als in het
vorige lid bedoeld kan de rechtspersoon zich tegenover een lid
slechts beroepen indien de wijziging schriftelijk aan het lid
was medegedeeld.
Artikel 60
Voor de coöperatie geldt voorts
dat, met behoud der vrijheid van uittreding uit de coöperatie,
daaraan bij de statuten voorwaarden, in overeenstemming met haar
doel en strekking, kunnen worden verbonden. Een voorwaarde welke
verder gaat dan geoorloofd is, wordt in zoverre voor niet
geschreven gehouden.
Artikel 61
Voor een coöperatie, die in haar
statuten niet iedere verplichting van haar leden of oud-leden om
in een tekort bij te dragen heeft uitgesloten, gelden bovendien de
volgende bepalingen:
a. Het lidmaatschap wordt
schriftelijk aangevraagd. Aan de aanvrager wordt eveneens
schriftelijk bericht, dat hij als lid is toegelaten of
geweigerd. Wanneer hij is toegelaten, wordt hem tevens
medegedeeld onder welk nummer hij als lid in de administratie
der coöperatie is ingeschreven. Niettemin behoeft, ten
bewijze van de verkrijging van het lidmaatschap, van een
schriftelijke aanvrage en een schriftelijk bericht als
hiervoor bedoeld, niet te blijken.
b. De geschriften, waarbij het
lidmaatschap wordt aangevraagd, worden gedurende ten minste
tien jaren door het bestuur bewaard. Echter behoeven de
hierbedoelde geschriften niet te worden bewaard voor zover het
betreft diegenen, van wie het lidmaatschap kan blijken uit een
door hen ondertekende, gedagtekende verklaring in de
administratie van de coöperatie.
c. De opzegging van het
lidmaatschap kan slechts geschieden, hetzij bij een
afzonderlijk geschrift, hetzij door een door het lid
ondertekende, gedagtekende verklaring in de administratie van
de coöperatie. Het lid dat de opzegging doet, ontvangt
daarvan een schriftelijke erkenning van het bestuur. Wordt de
schriftelijke erkenning niet binnen veertien dagen gegeven,
dan is het lid bevoegd de opzegging op kosten van de
coöperatie bij deurwaardersexploot te herhalen.
d. Een door het bestuur
gewaarmerkt afschrift van de ledenlijst wordt ten kantore van
het handelsregister neergelegd bij de inschrijving van de
coöperatie. Binnen een maand na het einde van ieder boekjaar
wordt door het bestuur een schriftelijke opgave van de
wijzigingen die de ledenlijst in de loop van het boekjaar
heeft ondergaan, aan de ten kantore van het handelsregister
neergelegde lijst toegevoegd of wordt, indien de Kamer van
Koophandel en Fabrieken dit nodig oordeelt, een nieuwe lijst
neergelegd.
Artikel 62
Voor een onderlinge
waarborgmaatschappij gelden voorts de volgende bepalingen:
a. Zij die als verzekeringnemer
bij een onderlinge waarborgmaatschappij een overeenkomst van
verzekering lopende hebben, zijn van rechtswege lid van de
waarborgmaatschappij. Bij de onderlinge waarborgmaatschappij
die krachtens haar statuten ook verzekeringnemers die geen lid
zijn mag verzekeren, kan van deze bepaling worden afgeweken.
b. Tenzij de statuten anders
bepalen, duurt het lidmaatschap dat uit een
verzekeringsovereenkomst ontstaat, voort totdat alle door het
lid met de waarborgmaatschappij gesloten
verzekeringsovereenkomsten zijn geëindigd. Bij overdracht of
overgang van de rechten en verplichtingen uit zodanige
overeenkomst gaat het lidmaatschap, voor zover uit die
overeenkomst voortvloeiende, op de nieuwe verkrijger of de
nieuwe verkrijgers over, een en ander behoudens afwijkende
bepalingen in de statuten.
c. Indien het waarborgkapitaal
van een onderlinge waarborgmaatschappij in aandelen is
verdeeld, zijn de artikelen 79-89, 90-92, 95, 96 lid 1, 98
leden 1 en 6, en 98c leden 1 en 2 van dit boek van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 63
1. Het is aan een persoon die
geen coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij is,
verboden zaken te doen met gebruik van de aanduiding
"coöperatief", "onderling" of
"wederkerig".
2. Ingeval van overtreding van
dit verbod kan iedere coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij vorderen, dat de overtreder zich op straffe
van een door de rechter te bepalen dwangsom onthoudt het
gewraakte woord bij het doen van zaken te gebruiken.
Afdeling 2. De raad van
commissarissen bij de grote coöperatie en bij de grote onderlinge
waarborgmaatschappij
Artikel 63a
In deze afdeling wordt onder een
afhankelijke maatschappij verstaan:
a. een rechtspersoon waaraan de
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij of een of meer
afhankelijke maatschappijen alleen of samen voor eigen
rekening ten minste de helft van het geplaatste kapitaal
verschaffen.
b. een vennootschap waarvan een
onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor
de coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij als vennote
jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle schulden.
Artikel 63b
1. Een coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij moet, indien lid 2 op haar van toepassing
is, binnen twee maanden na de vaststelling van haar jaarrekening
door de algemene vergadering, aan het handelsregister opgeven
dat zij voldoet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden. Totdat
artikel 63c lid 3 toepassing heeft gevonden, vermeldt het
bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgave is gedaan;
wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt
in het eerste jaarverslag dat na de doorhaling wordt
uitgebracht.
2. De verplichting tot opgave
geldt, indien:
a. het eigen vermogen volgens
de balans met toelichting ten minste een bij koninklijk
besluit vastgesteld grensbedrag beloopt,
b. de rechtspersoon of een
afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting
een ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de rechtspersoon en
haar afhankelijke maatschappijen te zamen in de regel ten
minste honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.
3. Het in onderdeel a van lid 2
genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer
sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij
afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde
bedrag minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst
vastgestelde bedrag.
4. Onder het eigen vermogen wordt
in onderdeel a van lid 2 begrepen de gezamenlijke verrichte en
nog te verrichten inbreng van vennoten bij wijze van
geldschieting in afhankelijke maatschappijen die commanditaire
vennootschap zijn, voor zover dit niet tot dubbeltelling leidt.
Artikel 63c
1. De artikelen 63f tot en met
63j zijn van toepassing op een rechtspersoon waaromtrent een in
artikel 63b bedoelde opgaaf gedurende drie jaren onafgebroken is
ingeschreven. Deze termijn wordt geacht niet te zijn
onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke tijdens
die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, ongedaan is
gemaakt.
2. De doorhaling van de
inschrijving op de grond dat de rechtspersoon niet meer voldoet
aan de voorwaarden van artikel 63b lid 2 doet de
toepasselijkheid van de artikelen 63f tot en met 63j slechts
eindigen, indien na de doorhaling drie jaren zijn verstreken
waarin de rechtspersoon niet opnieuw tot de opgaaf verplicht is
geweest.
3. De coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij brengt haar statuten in overeenstemming met
de artikelen 63f tot en met 63j welke voor haar gelden,
uiterlijk met ingang van de dag waarop die artikelen krachtens
lid 1 op haar van toepassing worden.
Artikel 63d
1. De artikelen 63f tot en met
63j gelden niet voor een rechtspersoon wier werkzaamheid zich
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt tot het beheer en de
financiering van afhankelijke maatschappijen en van haar en hun
deelnemingen in andere rechtspersonen, mits de werknemers van de
Nederlandse afhankelijke maatschappijen vertegenwoordigd zijn in
een ondernemingsraad die de bevoegdheden heeft, bedoeld in de
artikelen 158 en 268.
2. Onze Minister van Justitie
kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij op haar verzoek ontheffing
verlenen van een of meer der artikelen 63f tot en met 63j. De
ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan
kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan worden gewijzigd
en ingetrokken.
Artikel 63e
Een coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij waarvoor artikel 63c niet geldt, kan bij haar
statuten de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en
de taak en bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen
overeenkomstig de artikelen 63f tot en met 63j, indien zij of een
afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft ingesteld
waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van
toepassing zijn. Deze regeling in de statuten verliest haar
gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op die
raad niet langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden
van toepassing zijn.
Artikel 63f
1. De grote coöperatie en de
grote onderlinge waarborgmaatschappij hebben een raad van
commissarissen.
2. De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 8, op voordracht van de raad van
commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voorzover
de benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting
of voordat dit artikel op de rechtspersoon van toepassing is
geworden.
3. De raad van commissarissen
bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen
minder dan drie, dan bevordert de raad onverwijld maatregelen
tot aanvulling van zijn ledental.
4. De algemene vergadering, de
ondernemingsraad en het bestuur kunnen aan de raad van
commissarissen personen aanbevelen om als commissaris voor te
dragen. De raad van commissarissen deelt hun daartoe tijdig
mede, wanneer en ten gevolge waarvan in zijn midden een plaats
moet worden vervuld.
5. De raad van commissarissen
geeft aan de algemene vergadering en de ondernemingsraad kennis
van de naam van degene die hij voordraagt, met inachtneming van
artikel 57a lid 2.
6. De algemene vergadering
benoemt de voorgedragen persoon, tenzij de ondernemingsraad
binnen twee maanden na de kennisgeving of de algemene
vergadering zelf uiterlijk in de eerste vergadering na die twee
maanden tegen de voordracht bezwaar maakt:
a. op grond dat de
voorschriften van lid 4, tweede volzin, of lid 5 niet
behoorlijk zijn nageleefd;
b. op grond van de
verwachting dat de voorgedragen persoon ongeschikt zal zijn
voor de vervulling van de taak van de commissaris; of
c. op grond van de
verwachting dat de raad van commissarissen bij benoeming
overeenkomstig het voornemen niet naar behoren zal zijn
samengesteld.
7. Het bezwaar wordt aan de raad
van commissarissen onder opgave van redenen medegedeeld.
8. Niettegenstaande het bezwaar
van de ondernemingsraad kan de voorgedragen candidaat worden
benoemd, indien de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam het bezwaar ongegrond verklaart op verzoek van een
daartoe door de raad van commissarissen aangewezen
vertegenwoordiger. Op diens verzoek benoemt de ondernemingskamer
de voorgedragen candidaat, indien de algemene vergadering
bezwaar heeft gemaakt of hem niet in haar daartoe bijeengeroepen
vergadering heeft benoemd, tenzij de ondernemingskamer een
bezwaar van de algemene vergadering gegrond acht.
9. Verweer kan worden gevoerd
door een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de
ledenvergadering of door de ondernemingsraad die het in lid 6
bedoelde bezwaar heeft gemaakt.
10. Tegen de beslissing van de
ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
11. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van de rechtspersoon of van
een afhankelijke maatschappij. Zijn er twee of meer
ondernemingsraden, dan zijn deze gelijkelijk bevoegd. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de
ondernemingsraad volgens dit artikel toe aan de centrale
ondernemingsraad. De ondernemingsraad neemt geen besluit als
bedoeld in dit artikel dan na er ten minste eenmaal over te
hebben overlegd met de rechtspersoon.
Artikel 63g
1. Ontbreken alle commissarissen,
dan kunnen de ondernemingsraad en het bestuur personen voor
benoeming tot commissaris aanbevelen aan de ledenvergadering.
Degene die de algemene vergadering bijeenroept, deelt de
ondernemingsraad en het bestuur tijdig mede dat de benoeming van
commissarissen onderwerp van behandeling zal zijn.
2. De benoeming is van kracht,
tenzij de ondernemingsraad binnen twee maanden na overeenkomstig
artikel 63f lid 5 in kennis te zijn gesteld van de naam van de
benoemde persoon, overeenkomstig artikel 63f lid 6 bij de
rechtspersoon bezwaar maakt. Niettegenstaande dit bezwaar wordt
de benoeming van kracht, indien de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam op verzoek van een daartoe door de
algemene vergadering aangewezen vertegenwoordiger het bezwaar
ongegrond verklaart.
3. De leden van 10 en 11 van
artikel 63f zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 63h
1. Commissaris kunnen niet zijn:
a. personen in dienst van de
rechtspersoon;
b. personen in dienst van een
afhankelijke maatschappij;
c. bestuurders en personen in
dienst van een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken
te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de
onder a en b bedoelde personen.
2. De statuten mogen voor ten
hoogste twee derden van het aantal commissarissen bepalen dat
zij worden benoemd uit een kring waartoe ten minste de leden van
de rechtspersoon behoren.
Artikel 63i
1. Een commissaris treedt
uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren
commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden
verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering na
afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de
rechtspersoon is gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam kan op verzoek een commissaris ontslaan
wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige
redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op
grond waarvan handhaving van de commissaris redelijkerwijs niet
van de rechtspersoon kan worden verlangd. Het verzoek kan worden
ingediend door een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de
raad van commissarissen, door de algemene vergadering of door de
ondernemingsraad. Artikel 63f lid 11 is van overeenkomstige
toepassing.
3. Een commissaris kan slechts
worden geschorst door de raad van commissarissen. De schorsing
vervalt van rechtswege, indien niet binnen een maand na de
aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in lid 2 is
ingediend bij de ondernemingskamer.
Artikel 63j
1. Aan de goedkeuring van de raad
van commissarissen zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent:
a. uitgifte van schuldbrieven
ten laste van de rechtspersoon;
b. uitgifte van schuldbrieven
ten laste van een commanditaire vennootschap of vennootschap
onder firma waarvan de rechtspersoon volledig aansprakelijke
vennoot is;
c. het aanvragen van
toelating van de onder a en b bedoelde schuldbrieven tot de
handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar
systeem uit een staat die geen lidstaat is dan wel het
aanvragen van een intrekking van zodanige toelating;
d. het aangaan of verbreken
van duurzame samenwerking van de rechtspersoon of een
afhankelijke maatschappij met een andere rechtspersoon of
vennootschap dan wel als volledig aansprakelijk vennoot in
een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma,
indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende
betekenis is voor de rechtspersoon;
e. het nemen van een
deelneming ter waarde van ten minste een vierde van het
bedrag van het eigen vermogen volgens de balans met
toelichting van de rechtspersoon, door deze of een
afhankelijke maatschappij in het kapitaal van een
vennootschap, alsmede het ingrijpend vergroten of
verminderen van zulk een deelneming;
f. investeringen welke een
bedrag vereisen, gelijk aan een vierde van het eigen
vermogen volgens de balans met toelichting van de
rechtspersoon;
g. een voorstel tot wijziging
der statuten;
h. een voorstel tot
ontbinding van de rechtspersoon;
i. aangifte van faillissement
en aanvrage van surséance van betaling;
j. beëindiging van de
arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de rechtspersoon of een afhankelijke maatschappij
tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende wijziging in
de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal
werknemers van de rechtspersoon of van een afhankelijke
maatschappij.
2. Het ontbreken van de
goedkeuring van de raad van commissarissen op een besluit als
bedoeld in lid 1 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het
bestuur of bestuurders niet aan.
3. Voor besluiten van de
rechtspersoon als bedoeld in de onderdelen d, e, f, j en k van
lid 1 is enig besluit vereist van het bestuur.
Afdeling 3. Het beroep
Artikel 63k
In afwijking van artikel 8:7 van de
Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen beschikkingen
tot weigering, wijziging of intrekking van de ontheffing, alsmede
een beschikking tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan
voorschriften zijn verbonden danwel daarbij beperkingen zijn
opgelegd als bedoeld inartikel 63d de rechtbank te Rotterdam
bevoegd.
Titel 4. Naamloze vennootschappen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 64
1. De naamloze vennootschap is
een rechtspersoon met een in overdraagbare aandelen verdeeld
maatschappelijk kapitaal. Een aandeelhouder is niet persoonlijk
aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn
aandeel behoort te worden gestort in de verliezen van de
vennootschap bij te dragen. Ten minste één aandeel wordt
gehouden door een ander dan en anders dan voor rekening van de
vennootschap of een van haar dochtermaatschappijen.
2. De vennootschap wordt door een
of meer personen opgericht bij notariële akte. De akte wordt
getekend door iedere oprichter en door ieder die blijkens deze
akte een of meer aandelen neemt.
Artikel 65
De akte van oprichting van een
naamloze vennootschap wordt verleden in de Nederlandse taal. Een
volmacht tot medewerking aan die akte moet schriftelijk zijn
verleend.
Artikel 66
1. De akte van oprichting moet de
statuten van de naamloze vennootschap bevatten. De statuten
bevatten de naam, de zetel en het doel van de vennootschap.
2. De naam vangt aan of eindigt
met de woorden Naamloze Vennootschap, hetzij voluit geschreven,
hetzij afgekort tot "N.V.".
3. De zetel moet zijn gelegen in
Nederland.
Artikel 67
1. De statuten vermelden het
bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het
bedrag van de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers
achter de komma. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan
vermelden de statuten het aantal en het bedrag van elke soort.
De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste
kapitaal en van het gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende
soorten aandelen dan worden de bedragen van het geplaatste en
van het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte
vermeldt voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt
de in artikel 86 lid 2 onder b en c bedoelde gegevens met het
aantal en de soort van de door hem genomen aandelen en het
daarop gestorte bedrag.
2. Het maatschappelijke en het
geplaatste kapitaal moeten ten minste het minimumkapitaal
bedragen. Het minimumkapitaal bedraagt vijfenveertigduizend
euro. Bij algemene maatregel van bestuur wordt dit bedrag
verhoogd, indien het recht van de Europese Gemeenschappen
verplicht tot verhoging van het geplaatste kapitaal. Voor
naamloze vennootschappen die bestaan op de dag voordat deze
verhoging in werking treedt, wordt zij eerst achttien maanden na
die dag van kracht.
3. Het gestorte deel van het
geplaatste kapitaal moet ten minste vijfenveertigduizend euro
bedragen.
4. Van het maatschappelijke
kapitaal moet ten minste een vijfde gedeelte zijn geplaatst.
5. Een naamloze vennootschap die
is ontstaan voor 1 januari 2002 kan het bedrag van het
maatschappelijke kapitaal en het bedrag van de aandelen in
gulden vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Artikel 67a
1. Indien een naamloze
vennootschap in de statuten het bedrag van het maatschappelijk
kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro,
wordt het bedrag van de geplaatste aandelen en het gestorte deel
daarvan in euro berekend volgens de krachtens artikel 109L,
vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie
definitief vastgestelde omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste
twee cijfers achter de komma. Het afgeronde bedrag van elk
aandeel in euro mag ten hoogste 15% hoger of lager liggen dan
het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden. Het totaal
van de bedragen van de aandelen in euro bedoeld in artikel 67 is
het maatschappelijk kapitaal in euro. De som van de bedragen van
de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro is
het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel
daarvan in euro. De akte vermeldt het bedrag van het geplaatste
kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro.
2. Is na omrekening volgens lid 1
de som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het verdrag
betreffende de Europese unie definitief vastgestelde
omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan
wordt het verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare
reserves of de reserves bedoeld in artikel 389 of 390. Zijn deze
reserves niet toereikend, dan vormt de vennootschap een
negatieve bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat
niet ten laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves
is gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden winst of te
vormen reserves is voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen
bedoeld in artikel 105 doen. Door het voldoen aan het bepaalde
in dit lid worden de aandelen geacht te zijn volgestort.
3. Is na omrekening volgens lid 1
de som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde
omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan
houdt de vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter
grootte van het verschil. Artikel 99 is niet van toepassing.
Artikel 67b
Indien de vennootschap in afwijking
van artikel 67a het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze
wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan
wier rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de
wijziging recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het totale
bedrag daarvan een tiende van het gewijzigde nominale bedrag van
de aandelen niet te boven gaan.
Artikel 67c
1. Een naamloze vennootschap
waarvan de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag
van de aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk
verkeer de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee
cijfers achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit
artikel. Dit gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen
rechtsgevolg.
2. Indien een naamloze
vennootschap waarvan de statuten het bedrag van het
maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden, na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in een of
meer bepalingen waarin bedragen in gulden worden uitgedrukt,
worden in de statuten alle bedragen omgezet in euro. De
artikelen 67a en 67b zijn van toepassing.
Artikel 68 [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 69
1. De bestuurders zijn verplicht
de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en
een authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de
daaraan ingevolge de artikelen 93a, 94 en94a gehechte stukken,
alsmede een afschrift van stukken die zijn opgesteld
overeenkomstig artikel 94a lid 4, laatste zin, neer te leggen
ten kantore van het handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij
opgave doen van het totaal van de vastgestelde en geraamde
kosten die met de oprichting verband houden en ten laste van de
vennootschap komen.
2. De bestuurders zijn naast de
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun
bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt
verbonden in het tijdvak voordat:
a. de opgave ter eerste
inschrijving in het handelsregister, vergezeld van de neer
te leggen afschriften, is geschied,
b. het gestorte deel van het
kapitaal ten minste het bij de oprichting voorgeschreven
minimumkapitaal bedraagt, en
c. op het bij de oprichting
geplaatste kapitaal ten minste een vierde van het nominale
bedrag is gestort.
3. De aansprakelijkheid als
bedoeld in lid 2, onderdelen b en c, geldt niet, indien
toepassing is gegeven aan artikel 94a lid 4, laatste zin, en
onverwijld na het afleggen van de accountantsverklaring namens
de vennootschap de stortingen zijn opgevraagd die noodzakelijk
zijn om te voldoen aan artikel 67 lid 3 en artikel 80 lid 1.
Artikel 70 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 71
1. Wanneer de naamloze
vennootschap zich krachtens artikel 18 omzet in een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere
aandeelhouder lid, tenzij hij de schadeloosstelling heeft
gevraagd, bedoeld in lid 2.
2. Op het besluit tot omzetting
is artikel 100 van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet
in een besloten vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere
aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de
vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn
aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk
aan de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij
aan de aandeelhouder heeft meegedeeld, dat hij deze
schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op de
zelfde wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
3. Bij gebreke van
overeenstemming wordt de schadeloosstelling bepaald door een of
meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest
gerede partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging
tot omzetting of door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
De artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
Artikel 72
1. Wanneer een besloten
vennootschap zich krachtens artikel 18 omzet in een naamloze
vennootschap, wordt aan de akte van omzetting een verklaring van
een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 gehecht waaruit
blijkt dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag
binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met
het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal.
2. Wanneer een andere
rechtspersoon zich krachtens artikel 18 omzet in een naamloze
vennootschap, worden aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring van een
accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1, waaruit blijkt
dat het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag
binnen vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag
beloopt van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal
volgens de akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de
waarde worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk
onverwijld na de omzetting op aandelen zal worden gestort;
b. indien de rechtspersoon
leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid
wiens aandelen niet worden volgestort door omzetting van de
reserves van de rechtspersoon;
c. indien een stichting wordt
omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
3. Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens
artikel 18 omzet in een naamloze vennootschap, wordt ieder lid
aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid
nog kan opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
Artikel 73 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 74
1. Op verzoek van het openbaar
ministerie ontbindt de rechtbank de naamloze vennootschap
wanneer deze haar doel, door een gebrek aan baten, niet kan
bereiken, en kan de rechtbank de vennootschap ontbinden, wanneer
deze haar werkzaamheid tot verwezenlijking van haar doel heeft
gestaakt. Het openbaar ministerie deelt de Kamer van Koophandel
en Fabrieken, in wier handelsregister de vennootschap is
ingeschreven, mee dat het voornemens is een verzoek tot
ontbinding in te stellen.
2. De rechtbank ontbindt de
vennootschap op verzoek van het openbaar ministerie wanneer het
geplaatste kapitaal of het gestorte deel daarvan geringer is dan
het minimumkapitaal.
3. Alvorens de ontbinding uit te
spreken kan de rechter de vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het verzuim te herstellen
of zich om te zetten in een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid.
Artikel 75
1. Uit alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de naamloze vennootschap
partij is of die van haar uitgaan, met uitzondering van
telegrammen en reclames, moeten de volledige naam van de
vennootschap en haar woonplaats duidelijk blijken.
2. Indien melding wordt gemaakt
van het kapitaal van de vennootschap, moet in elk geval worden
vermeld welk bedrag is geplaatst, en hoeveel van het geplaatste
bedrag is gestort.
Artikel 76 [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 76a
1. Onder beleggingsmaatschappij
met veranderlijk kapitaal wordt verstaan een naamloze
vennootschap,
a. die uitsluitend ten doel
heeft haar vermogen zodanig te beleggen dat de risico’s
daarvan worden gespreid, ten einde haar aandeelhouders in de
opbrengst te doen delen,
b. waarvan het bestuur
krachtens de statuten bevoegd is aandelen in haar kapitaal
uit te geven, te verwerven en te vervreemden,
c. waarvoor aan een beheerder
een vergunning of verklaring van ondertoezichtstelling is
verleend als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht
voor plaatsing van haar aandelen, en
d. waarvan de statuten
bepalen dat de vennootschap beleggingsmaatschappij met
veranderlijk kapitaal is.
2. De vennootschap doet aan het
handelsregister en aan de Stichting Autoriteit Financiële
Markten opgave dat zij een beleggingsmaatschappij met
veranderlijk kapitaal is. Deze woorden moeten ook in alle
geschriften, gedrukte stukken en aankondigingen, waarin de
beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal partij is of
die van haar uitgaan, met uitzondering van telegrammen en
reclames, duidelijk bij haar naam worden vermeld.
Artikel 77
Wanneer in deze titel het kantoor
van het handelsregister wordt vermeld, wordt onder het
handelsregister verstaan het register dat wordt gehouden door de
Kamer van Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig artikel 18,
zesde en zevende lid, van de Handelsregisterwet 2007 bevoegd is
tot inschrijving.
Artikel 78
Wanneer in de statuten wordt
gesproken van de houders van zoveel aandelen als tezamen een zeker
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal der vennootschap
uitmaken, wordt, tenzij het tegendeel uit de statuten blijkt,
onder kapitaal verstaan het geplaatste gedeelte van het
maatschappelijk kapitaal.
Artikel 78a
Voor de toepassing van de artikelen
87, 96, 96a, 101 lid 6 en 129 wordt onder orgaan van de
vennootschap verstaan de algemene vergadering, de vergadering van
houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad
van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het
bestuur en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 79
1. Aandelen zijn de gedeelten,
waarin het maatschappelijk kapitaal bij de statuten is verdeeld.
2. Onderaandelen zijn de
onderdelen, waarin de aandelen krachtens de statuten zijn of
kunnen worden gesplitst.
3. De bepalingen van deze titel
over aandelen en aandeelhouders vinden overeenkomstige
toepassing op onderaandelen en houders van onderaandelen voor
zover uit die bepalingen niet anders blijkt.
Artikel 80
1. Bij het nemen van het aandeel
moet daarop het nominale bedrag worden gestort alsmede, indien
het aandeel voor een hoger bedrag wordt genomen, het verschil
tussen die bedragen. Bedongen kan worden dat een deel, ten
hoogste drie vierden, van het nominale bedrag eerst behoeft te
worden gestort nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd.
2. Het is geoorloofd aan hen die
zich in hun beroep belasten met het voor eigen rekening plaatsen
van aandelen, bij overeenkomst toe te staan op de door hen
genomen aandelen minder te storten dan het nominale bedrag, mits
ten minste vier en negentig ten honderd van dit bedrag uiterlijk
bij het nemen van de aandelen in geld wordt gestort.
3. Een aandeelhouder kan niet
geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot
storting, behoudens het bepaalde in artikel 99.
4. De aandeelhouder en, in het
geval van artikel 90, de voormalige aandeelhouder zijn niet
bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit
artikel.
Artikel 80a
1. Storting op een aandeel moet
in geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is
overeengekomen.
2. Voor of bij de oprichting kan
storting in vreemd geld slechts geschieden indien de akte van
oprichting vermeldt dat storting in vreemd geld is toegestaan;
na de oprichting kan dit slechts geschieden met toestemming van
de naamloze vennootschap. Storting in een valuta die een eenheid
is van de euro krachtens artikel 109L, vierde lid van het
Verdrag betreffende de Europese Unie wordt niet beschouwd als
storting in vreemd geld.
3. Met storting in vreemd geld
wordt aan de stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen
het gestorte bedrag vrijelijk in Nederlands geld kan worden
gewisseld. Bepalend is de wisselkoers op de dag van de storting
dan wel, indien vroeger dan een maand voor de oprichting is
gestort, op de dag van de oprichting of, na toepassing van de
volgende zin, op de daar bedoelde dag. De vennootschap kan
storting verlangen tegen de wisselkoers op een bepaalde dag
binnen twee maanden voor de laatste dag waarop moet worden
gestort, mits de aandelen of certificaten onverwijld na de
uitgifte zullen worden toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit,
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht
waarvoor een vergunning is verleend in een andere lidstaat of
een met een gereglementeerde markt of multilaterale
handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen
lidstaat is.
Artikel 80b
1. Indien inbreng anders dan in
geld is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar
economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Een recht op
het verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht.
2. Inbreng anders dan in geld
moet onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel of na de
dag waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is
overeengekomen.
Artikel 81
Aan een aandeelhouder kan niet,
zelfs niet door wijziging van de statuten, tegen zijn wil enige
verplichting boven de storting tot het nominale bedrag van het
aandeel worden opgelegd.
Artikel 82
1. De statuten bepalen of
aandelen op naam of aan toonder luiden.
2. Indien aandelen zowel op naam
als aan toonder kunnen luiden, moet de naamloze vennootschap op
verzoek van een aandeelhouder een op naam luidend volgestort
aandeel aan toonder stellen of omgekeerd, voor zover de statuten
niet anders bepalen, en wel ten hoogste tegen de kostprijs.
3. Bewijzen van aandeel aan
toonder mogen niet aan de aandeelhouders worden afgegeven dan
tegen storting van ten minste het volle bedrag van die aandelen,
behoudens de bepaling van het tweede lid van artikel 80 van dit
Boek.
4. Indien aandelen aan toonder
door een statutenwijziging op naam worden gesteld kan de
aandeelhouder de aan een aandeel verbonden rechten niet
uitoefenen, tot na inlevering van het aandeelbewijs aan de
vennootschap. Deze regeling is van overeenkomstige toepassing
indien houders van aandelen aan toonder door fusie of splitsing
houders worden van aandelen op naam, met dien verstande dat
overlegging van het aandeelbewijs volstaat.
Artikel 83
Tegenover de latere verkrijger te
goeder trouw staat aan de naamloze vennootschap niet het bewijs
open, dat een aandeel aan toonder niet is volgestort, of dat op
een aandeel op naam niet is gestort hetgeen een vanwege de
vennootschap op het aandeelbewijs gestelde verklaring als storting
op het nominale bedrag vermeldt.
Artikel 84
De vereffenaar van een naamloze
vennootschap en, in geval van faillissement, de curator zijn
bevoegd tot uitschrijving en inning van alle nog niet gedane
stortingen op de aandelen, onverschillig hetgeen bij de statuten
daaromtrent is bepaald.
Artikel 85
1. Het bestuur van de
vennootschap houdt een register waarin de namen en de adressen
van alle houders van aandelen op naam zijn opgenomen, met
vermelding van de datum waarop zij de aandelen hebben verkregen,
de datum van de erkenning of betekening, alsmede van het op
ieder aandeel gestorte bedrag. Daarin worden tevens opgenomen de
namen en adressen van hen die een recht van vruchtgebruik of
pandrecht op die aandelen hebben, met vermelding van de datum
waarop zij het recht hebben verkregen, de datum van erkenning of
betekening, alsmede met vermelding welke aan de aandelen
verbonden rechten hun overeenkomstig de leden 2 en 4 van de
artikelen 88 en 89 van dit boek toekomen.
2. Het register wordt regelmatig
bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag
van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3. Het bestuur verstrekt
desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een
pandhouder om niet een uittreksel uit het register met
betrekking tot zijn recht op een aandeel. Rust op het aandeel
een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het
uittreksel aan wie de in de leden 2 en 4 van de artikelen 88 en
89 van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
4. Het bestuur legt het register
ten kantore van de vennootschap ter inzage van de
aandeelhouders, alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders
aan wie de in lid 4 van de artikelen 88 en 89 van dit Boek
bedoelde rechten toekomen. De vorige zin is niet van toepassing
op het gedeelte van het register dat buiten Nederland ter
voldoening aan de aldaar geldende wetgeving of ingevolge
beursvoorschriften wordt gehouden. De gegevens van het register
omtrent niet-volgestorte aandelen zijn ter inzage van een ieder;
afschrift of uittreksel van deze gegevens wordt ten hoogste
tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 86
1. Voor de uitgifte en levering
van aandeel op naam, niet zijnde een aandeel als bedoeld in
artikel 86c, of de levering van een beperkt recht daarop, is
vereist een daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland
standplaats hebbende notaris verleden akte waarbij de
betrokkenen partij zijn. Geen afzonderlijke akte is vereist voor
de uitgifte van aandelen die bij de oprichting worden geplaatst.
2. Akten van uitgifte of levering
moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het aandeel of het beperkt
recht daarop is verkregen;
b. naam, voornamen,
geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats en adres van de
natuurlijke personen die bij de rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm, naam,
woonplaats en adres van de rechtspersonen die bij de
rechtshandeling partij zijn;
d. het aantal en de soort
aandelen waarop de rechtshandeling betrekking heeft, alsmede
e. naam, woonplaats en adres
van de vennootschap op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 86a
1. De levering van een aandeel op
naam of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig
artikel 86 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de
vennootschap.
Behoudens in het geval dat de
vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de
aan het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat
zij de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is
betekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 86b, dan wel
deze heeft erkend door inschrijving in het
aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2. De vennootschap die kennis
draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan,
zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening
van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener
beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het
aandeel of het beperkte recht daarop in het
aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan aanstonds bij
aangetekende brief mededeling aan de bij de rechtshandeling
betrokken partijen met het verzoek alsnog een afschrift of
uittreksel als bedoeld in artikel 86b lid 1 aan haar over te
leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van de
erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in
artikel 86b voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum
van erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3. Indien een rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het
register van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap
noch aan anderen die te goeder trouw de in het
aandeelhoudersregister ingeschreven persoon als aandeelhouder of
eigenaar van een beperkt recht op een aandeel hebben beschouwd,
worden tegengeworpen.
Artikel 86b
1. Behoudens het bepaalde in
artikel 86a lid 2 geschiedt de erkenning in de akte dan wel op
grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel
van de akte.
2. Bij erkenning op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een
gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
3. De betekening geschiedt van
een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
Artikel 86c
1. Voor de levering van een
aandeel op naam of de levering van een beperkt recht daarop in
een vennootschap, waarvan aandelen of certificaten van aandelen
zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of
een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, of
waarvan aandelen of certificaten van aandelen, naar ten tijde
van de rechtshandeling op goede gronden kan worden verwacht,
daartoe spoedig zullen worden toegelaten, gelden de volgende
bepalingen.
2. Voor de levering van een
aandeel op naam of de levering van een beperkt recht daarop zijn
vereist een daartoe bestemde akte alsmede, behoudens in het
geval dat de vennootschap zelf bij die rechtshandeling partij
is, schriftelijke erkenning door de vennootschap van de
levering. De erkenning geschiedt in de akte, of door een
gedagtekende verklaring houdende de erkenning op de akte of op
een notarieel of door de vervreemder gewaarmerkt afschrift of
uittreksel daarvan, of op de wijze als bedoeld in lid 3. Met de
erkenning staat gelijk de betekening van die akte of dat
afschrift of uittreksel aan de vennootschap. Betreft het de
levering van niet volgestorte aandelen, dan kan de erkenning
slechts geschieden wanneer de akte een vaste dagtekening draagt.
3. Indien voor een aandeel een
aandeelbewijs is afgegeven, kunnen de statuten bepalen dat voor
de levering bovendien afgifte van dat aandeelbewijs aan de
vennootschap is vereist. Dit vereiste geldt niet indien het
aandeelbewijs is verloren, ontvreemd of vernietigd en niet
volgens de statuten kan worden vervangen. Indien het
aandeelbewijs aan de vennootschap wordt afgegeven, kan de
vennootschap de levering erkennen door op dat aandeelbewijs een
aantekening te plaatsen waaruit van de erkenning blijkt of door
het afgegeven bewijs te vervangen door een nieuw aandeelbewijs
luidende ten name van de verkrijger.
4. Een pandrecht kan ook worden
gevestigd zonder erkenning door of betekening aan de
vennootschap. Alsdan is artikel 239 van Boek 3 van
overeenkomstige toepassing, waarbij erkenning door of betekening
aan de vennootschap in de plaats treedt van de in lid 3 van dat
artikel bedoelde mededeling.
Artikel 86d
1. De houder van een bewijs van
aandeel aan toonder kan de vennootschap verzoeken hem een
duplicaat te verstrekken van het verloren gegane aandeelbewijs.
2. De houder dient aannemelijk te
maken dat het aandeelbewijs is verloren gegaan, onder vermelding
van de identiteit van het betrokken aandeelbewijs.
3. De vennootschap publiceert de
aanvraag om een duplicaat in de prijscourant van een
gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit,
als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht
of een met een gereglementeerde markt of multilaterale
handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen
lidstaat is of, indien de aandelen daarin niet zijn opgenomen,
in een landelijk verspreid dagblad.
4. Iedere belanghebbende kan
binnen zes weken vanaf de dag na de publicatie van de aanvraag
door een verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen tegen
de verstrekking van het duplicaat.
5. Indien niet tijdig verzet is
ingesteld of indien een verzet bij onherroepelijk geworden
uitspraak ongegrond is verklaard, wordt het duplicaat tegen
vergoeding van de kosten verstrekt. Het duplicaat treedt in de
plaats van het verloren gegane aandeelbewijs. Na het verstrekken
van een duplicaat kunnen aan het vervangen bewijs van aandeel
geen rechten worden ontleend.
6. Dit artikel is niet van
toepassing voorzover de statuten van de vennootschap voorzien in
een regeling ter vervanging van verloren gegane aandeelbewijzen.
Artikel 87
1. Bij de statuten kan de
overdraagbaarheid van aandelen op naam worden beperkt. Deze
beperking kan niet zodanig zijn dat zij de overdracht onmogelijk
of uiterst bezwaarlijk maakt. Hetzelfde geldt voor de toedeling
van aandelen uit een gemeenschap. Een overdracht in strijd met
een beperking is ongeldig.
2. Indien de statuten de
overdracht van aandelen onderwerpen aan de goedkeuring van een
orgaan van de vennootschap of van derden, wordt de goedkeuring
geacht te zijn verleend indien niet binnen een in de statuten
gestelde termijn van ten hoogste drie maanden op het verzoek is
beslist of indien de aandeelhouder niet gelijktijdig met de
weigering van de goedkeuring opgave ontvangt van een of meer
gegadigden die bereid zijn de aandelen waarop het verzoek om
goedkeuring betrekking heeft te kopen. De regeling dient zodanig
te zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt
gelijk aan de waarde van zijn over te dragen aandeel of
aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen.
3. Indien de statuten bepalen dat
een aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden deze
eerst moet aanbieden aan mede-aandeelhouders of aan een door een
orgaan van de vennootschap aan te wijzen derde, dient de
regeling zodanig te zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt
een prijs ontvangt gelijk aan de waarde van zijn over te dragen
aandeel of aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen. De aandeelhouder blijft bevoegd zijn aanbod in te
trekken mits dit geschiedt binnen een maand nadat hem bekend is
aan welke gegadigden hij al de aandelen waarop het aanbod
betrekking heeft kan verkopen en tegen welke prijs. Indien is
vastgesteld dat niet al de aandelen waarop het aanbod betrekking
heeft worden gekocht, zal de aanbieder de aandelen binnen een in
de statuten te stellen termijn van ten minste drie maanden na
die vaststelling vrijelijk mogen overdragen.
4. De vennootschap zelf kan
slechts met instemming van de aandeelhouder, bedoeld in het
tweede of derde lid, gegadigde zijn.
5. Bepalingen in de statuten
omtrent de overdraagbaarheid van aandelen gelden niet, indien de
houder krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een
eerdere houder verplicht is.
Artikel 87a
1. De statuten kunnen bepalen dat
in gevallen, in de statuten omschreven, de aandeelhouder
gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over te dragen. De
statuten kunnen daarbij bepalen dat zolang de aandeelhouder zijn
verplichtingen tot aanbieding of overdracht niet nakomt, zijn
stemrecht, zijn recht op deelname aan de algemene vergadering en
zijn recht op uitkeringen is opgeschort.
2. De statuten kunnen bepalen dat
indien een aandeelhouder niet binnen een in de statuten te
bepalen redelijke termijn zijn statutaire verplichtingen tot
aanbieding en overdracht van zijn aandelen is nagekomen, de
vennootschap onherroepelijk gevolmachtigd is de aandelen aan te
bieden en over te dragen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan
wie de aandeelhouder al zijn aandelen zal kunnen overdragen
volgens een regeling in de statuten, ontbreekt de volmacht en is
de aandeelhouder onherroepelijk van het bepaalde in lid 1
ontheven.
3. De regeling dient zodanig te
zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt,
gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 87b
1. De statuten kunnen bepalen dat
van de aandeelhouder die niet of niet langer aan in de statuten
gestelde eisen voldoet het stemrecht, het recht op deelname aan
de algemene vergadering en het recht op uitkeringen is
opgeschort.
2. Indien de aandeelhouder een of
meer van de in lid 1 genoemde rechten niet kan uitoefenen en de
aandeelhouder niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en
over te dragen, is hij onherroepelijk van de in de statuten
gestelde eisen ontheven wanneer de vennootschap niet binnen drie
maanden na een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden
heeft aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen
overdragen volgens een regeling in de statuten.
3. De regeling dient zodanig te
zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt,
gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 88
1. De bevoegdheid tot het
vestigen van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten
niet worden beperkt of uitgesloten.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3. In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker,
indien zulks bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald
en de vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen
vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker
een persoon is aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden
overgedragen, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit
bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en zowel deze
bepaling als - bij overdracht van het vruchtgebruik - de
overgang van het stemrecht is goedgekeurd door het
vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om
goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van
aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door
de algemene vergadering. Van het bepaalde in de vorige zin kan
in de statuten worden afgeweken. Bij een vruchtgebruik als
bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 komt het stemrecht
eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van
het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de
voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders wordt bepaald.
4. De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft,
hebben de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders
van met medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten
van aandelen. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft
deze rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overdracht
van het vruchtgebruik of bij de statuten der vennootschap worden
onthouden.
5. Indien de statuten der
vennootschap niet anders bepalen, komen ook aan de aandeelhouder
toe de uit het aandeel voortspruitende rechten, strekkende tot
het verkrijgen van aandelen, met dien verstande dat hij de
waarde van deze rechten moet vergoeden aan de vruchtgebruiker,
voor zover deze krachtens zijn recht van vruchtgebruik daarop
aanspraak heeft.
Artikel 89
1. De bevoegdheid tot verpanding
van een aandeel aan toonder kan bij de statuten niet worden
beperkt of uitgesloten. Op aandelen op naam kan pandrecht worden
gevestigd, voor zover de statuten niet anders bepalen.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de verpande aandelen.
3. In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien
zulks bij de vestiging van het pandrecht is bepaald en de
pandhouder een persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk kunnen
worden overgedragen. Indien de pandhouder een persoon is aan wie
de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem
het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van
het pandrecht is bepaald, en de bepaling is goedgekeurd door het
vennootschapsorgaan dat bij de statuten is aangewezen om
goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen overdracht van
aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing - door
de algemene vergadering. Treedt een ander in de rechten van de
pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe, indien het
in de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke daarvan,
de algemene vergadering de overgang van het stemrecht goedkeurt.
Van het bepaalde in de voorgaande drie zinnen kan in de statuten
worden afgeweken.
4. De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de
rechten die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten, tenzij deze hem bij de vestiging of de overgang van het
pandrecht of bij de statuten der vennootschap worden onthouden.
5. De bepalingen van de statuten
ten aanzien van de vervreemding en overdracht van aandelen zijn
van toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen
door de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de
pandhouder, met dien verstande dat de pandhouder alle ten
aanzien van de vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder
toekomende rechten uitoefent en diens verplichtingen ter zake
nakomt.
6. Is het pandrecht
overeenkomstig artikel 86c lid 4 gevestigd, dan komen de rechten
volgens dit artikel de pandhouder eerst toe nadat het pandrecht
door de vennootschap is erkend of aan haar is betekend.
Artikel 89a
1. De naamloze vennootschap kan
eigen aandelen of certificaten daarvan slechts in pand nemen,
indien:
a. de in pand te nemen
aandelen volgestort zijn,
b. het nominale bedrag van de
in pand te nemen en de reeds gehouden of in pand gehouden
eigen aandelen en certificaten daarvan tezamen niet meer dan
een tiende van het geplaatste kapitaal bedraagt, en
c. de algemene vergadering de
pandovereenkomst heeft goedgekeurd.
2. Dit artikel is niet van
toepassing op aandelen en certificaten daarvan die een
financiële onderneming die in Nederland het bedrijf van bank
mag uitoefenen ingevolge de Wet op het financieel toezicht, in
de gewone uitoefening van haar bedrijf in pand neemt. Deze
aandelen en certificaten blijven buiten beschouwing bij de
toepassing van de artikelen 98 lid 2 onder b en 98a lid 3.
Artikel 90
1. Na overdracht of toedeling van
een niet volgestort aandeel blijft ieder van de vorige
aandeelhouders voor het daarop nog te storten bedrag hoofdelijk
jegens de naamloze vennootschap aansprakelijk. Het bestuur kan
tezamen met de raad van commissarissen de vorige aandeelhouder
bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval blijft de
aansprakelijkheid niettemin bestaan voor stortingen,
uitgeschreven binnen een jaar na de dag waarop de authentieke
akte is verleden of de onderhandse is geregistreerd.
2. Indien een vorig aandeelhouder
betaalt, treedt hij in de rechten die de vennootschap tegen
latere houders heeft.
Artikel 91 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 91a
1. De houder van aandelen aan
toonder die alle aandelen in het kapitaal van de vennootschap
heeft verkregen, geeft hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen acht dagen na de laatste verkrijging.
2. De houder van aandelen aan
toonder die ophoudt houder te zijn van alle aandelen in het
kapitaal van de vennootschap doordat een derde een of meer van
zijn aandelen verkrijgt, geeft hiervan schriftelijk kennis aan
de vennootschap binnen acht dagen nadien. Indien de houder van
alle aandelen overlijdt of door fusie of splitsing ophoudt te
bestaan, geven de verkrijgers hiervan schriftelijk kennis aan de
vennootschap binnen een maand na het overlijden
onderscheidenlijk de fusie of de splitsing.
3. Indien alle aandelen in het
kapitaal van de vennootschap behoren tot een
huwelijksgemeenschap of in een gemeenschap van een geregistreerd
partnerschap, wordt de vennootschap geacht een enkele
aandeelhouder te hebben in de zin van dit artikel en rust op
ieder van de deelgenoten de verplichting tot kennisgeving
overeenkomstig dit artikel.
4. Voor de toepassing van dit
artikel worden aandelen gehouden door de vennootschap of haar
dochtermaatschappijen niet meegeteld.
Artikel 92
1. Voor zover bij de statuten
niet anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot
hun bedrag gelijke rechten en verplichtingen verbonden.
2. De naamloze vennootschap moet
de aandeelhouders onderscheidenlijk certificaathouders die zich
in gelijke omstandigheden bevinden, op dezelfde wijze
behandelen.
3. De statuten kunnen bepalen dat
aan aandelen van een bepaalde soort bijzondere rechten als in de
statuten omschreven inzake de zeggenschap in de vennootschap
zijn verbonden.
Artikel 92a
1. Hij die als aandeelhouder voor
eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van de
naamloze vennootschap verschaft, kan tegen de gezamenlijke
andere aandeelhouders een vordering instellen tot overdracht van
hun aandelen aan de eiser. Hetzelfde geldt, indien twee of meer
groepsmaatschappijen dit deel van het geplaatste kapitaal samen
verschaffen en samen de vordering instellen tot overdracht aan
een hunner.
2. Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam. Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie
open.
3. Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de eiser of eisers de vereisten van lid 1
vervullen.
4. De rechter wijst de vordering
tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de
vergoeding ernstige stoffelijke schade zou lijden door de
overdracht, een gedaagde houder is van een aandeel waaraan de
statuten een bijzonder recht inzake de zeggenschap in de
vennootschap verbinden of een eiser jegens een gedaagde afstand
heeft gedaan van zijn bevoegdheid de vordering in te stellen.
5. Indien de rechter oordeelt dat
de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten,
kan hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten
over de waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie
zinnen van artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352 zijn van
toepassing. De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen
aandelen op een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor
zover de prijs niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente,
gelijk aan de wettelijke rente, van die dag af tot de
overdracht; uitkeringen op de aandelen die in dit tijdvak
betaalbaar worden gesteld, strekken op de dag van
betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
6. De rechter die de vordering
toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de
aandelen toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs
met rente te betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op
de aandelen. De rechter geeft omtrent de kosten van het geding
zodanige uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die
geen verweer heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7. Staat het bevel tot overdracht
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk mee aan
de houders van de over te nemen aandelen van wie hij het adres
kent. Hij kondigt deze ook aan in een landelijk verspreid
dagblad, tenzij hij van allen het adres kent.
8. De overnemer kan zich altijd
van zijn verplichtingen ingevolge de leden 6 en 7 bevrijden door
de vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen
aandelen te consigneren, onder mededeling van hem bekende
rechten van pand en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen.
Door deze mededeling gaat beslag over van de aandelen op het
recht op uitkering. Door het consigneren gaat het recht op de
aandelen onbezwaard op hem over en gaan rechten van pand of
vruchtgebruik over op het recht op uitkering. Aan aandeel- en
dividendbewijzen waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar
zijn gesteld, kan nadien geen recht jegens de vennootschap meer
worden ontleend. De overnemer maakt het consigneren en de prijs
per aandeel op dat tijdstip bekend op de wijze van lid 7.
Afdeling 3. Het vermogen van de
naamloze vennootschap
Artikel 93
1. Uit rechtshandelingen,
verricht namens een op te richten naamloze vennootschap,
ontstaan slechts rechten en verplichtingen voor de vennootschap
wanneer zij die rechtshandelingen na haar oprichting
uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt of ingevolge lid 4
wordt verbonden.
2. Degenen die een
rechtshandeling verrichten namens een op te richten naamloze
vennootschap zijn, tenzij met betrekking tot die rechtshandeling
uitdrukkelijk anders is bedongen, daardoor hoofdelijk verbonden,
totdat de vennootschap na haar oprichting de rechtshandeling
heeft bekrachtigd.
3. Indien de vennootschap haar
verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt,
zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden
hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde
dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden
weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen
nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de
bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de
vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt
vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een
jaar na de oprichting in staat van faillissement wordt
verklaard.
4. De oprichters kunnen de
vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door
het uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop,
het aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen
en het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel
94 lid 1. Indien een oprichter hierbij onvoldoende
zorgvuldigheid heeft betracht, zijn de artikelen 9 en 138 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 93a
1. Indien voor of bij de
oprichting op aandelen wordt gestort in geld, moeten aan de akte
van oprichting een of meer verklaringen worden gehecht,
inhoudende dat de bedragen die op de bij de oprichting te
plaatsen aandelen moeten worden gestort:
a. hetzij terstond na de
oprichting ter beschikking zullen staan van de naamloze
vennootschap,
b. hetzij alle op een zelfde
tijdstip, ten vroegste vijf maanden voor de oprichting, op
een afzonderlijke rekening stonden welke na de oprichting
uitsluitend ter beschikking van de vennootschap zal staan,
mits de vennootschap de stortingen in de akte aanvaardt.
2. Indien vreemd geld is gestort,
moet uit de verklaring blijken tegen hoeveel geld het vrijelijk
kon worden gewisseld op een dag waarop krachtens artikel 80a lid
3 de koers bepalend is voor de stortingsplicht.
3. Een verklaring als bedoeld in
lid 1 kan slechts worden afgelegd door een financiële
onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht die in de Europese Unie of in een staat die
partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte het bedrijf van bank mag uitoefenen. De
verklaring kan slechts worden afgegeven aan een notaris.
4. Worden voor de oprichting aan
de rekening, bedoeld in onderdeel b van lid 1, bedragen
onttrokken, dan zijn de oprichters hoofdelijk jegens de
vennootschap verbonden tot vergoeding van die bedragen, totdat
de vennootschap de onttrekkingen uitdrukkelijk heeft
bekrachtigd.
5. De notaris moet de bank wier
verklaring hij heeft ontvangen terstond verwittigen van de
oprichting. Indien de oprichting niet doorgaat, moet hij de bank
de verklaring terugzenden.
6. Indien na de oprichting in
vreemd geld is gestort, legt de vennootschap binnen twee weken
na de storting een verklaring, als bedoeld in lid 2, van een in
het derde lid bedoelde bank neer ten kantore van het
handelsregister.
Artikel 94
1. Rechtshandelingen:
a. in verband met het nemen
van aandelen waarbij bijzondere verplichtingen op de
naamloze vennootschap worden gelegd,
b. rakende het verkrijgen van
aandelen op andere voet dan waarop de deelneming in de
naamloze vennootschap voor het publiek wordt opengesteld,
c. strekkende om enigerlei
voordeel te verzekeren aan een oprichter der naamloze
vennootschap of aan een bij de oprichting betrokken derde,
d. betreffende inbreng op
aandelen anders dan in geld,
moeten in haar geheel worden
opgenomen in de akte van oprichting of in een geschrift dat
daaraan in origineel of in authentiek afschrift wordt gehecht en
waarnaar de akte van oprichting verwijst. Indien de vorige zin
niet in acht is genomen, kunnen voor de vennootschap uit deze
rechtshandelingen geen rechten of verplichtingen ontstaan.
2. Na de oprichting kunnen de in
het vorige lid bedoelde rechtshandelingen zonder voorafgaande
goedkeuring van de algemene vergadering slechts worden verricht,
indien en voor zover aan het bestuur de bevoegdheid daartoe
uitdrukkelijk bij de statuten is verleend.
3. Van het bepaalde in dit
artikel zijn uitgezonderd de in artikel 80 lid 2 bedoelde
overeenkomsten.
Artikel 94a
1. Indien bij de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen,
maken de oprichters een beschrijving op van hetgeen wordt
ingebracht, met vermelding van de daaraan toegekende waarde en
van de toegepaste waarderingsmethoden. Deze methoden moeten
voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar worden beschouwd. De beschrijving heeft betrekking
op de toestand van hetgeen wordt ingebracht op een dag die niet
eerder dan zes maanden voor de oprichting ligt. De beschrijving
wordt door alle oprichters ondertekend en aan de akte van
oprichting gehecht.
2. Over de beschrijving van
hetgeen wordt ingebracht moet een accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid een verklaring afleggen, die aan de akte
van oprichting moet worden gehecht. Hierin verklaart hij dat de
waarde van hetgeen wordt ingebracht, bij toepassing van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden, ten minste beloopt het bedrag van de
stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet
worden voldaan. Indien bekend is dat de waarde na de
beschrijving aanzienlijk is gedaald, is een tweede verklaring
vereist.
3. De beschrijving en de
accountantsverklaring zijn niet vereist, indien zulks in de akte
van oprichting is bepaald ten aanzien van:
a. inbreng van effecten of
geldmarktinstrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet
op het financieel toezicht, mits die effecten of
geldmarktinstrumenten worden gewaardeerd tegen de gewogen
gemiddelde koers waartegen zij gedurende drie maanden
voorafgaande aan de dag van de inbreng op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet
op het financieel toezicht zijn verhandeld;
b. inbreng anders dan in
geld, niet zijnde effecten of instrumenten als bedoeld in
onderdeel a, die is gewaardeerd door een onafhankelijke
persoon die blijkens zijn opleiding en werkzaamheid
deskundig is in het uitvoeren van waarderingen, mits de
deskundigenwaardering geschiedt met toepassing van in het
maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden en de waarde van hetgeen wordt
ingebracht wordt bepaald op een dag die niet eerder dan zes
maanden voor de dag van de inbreng ligt;
c. inbreng anders dan in
geld, niet zijnde effecten of geldmarktinstrumenten als
bedoeld in onderdeel a, waarvan de waarde wordt afgeleid uit
een jaarrekening die is vastgesteld over het laatste
boekjaar dat aan de inbreng voorafgaat en overeenkomstig
Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van
jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot
wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de
Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de
Raad (PbEG L 157) aan een accountantscontrole is
onderworpen.
4. Indien voor de oprichting
bekend is dat de koers is beïnvloed door uitzonderlijke
omstandigheden die ertoe leiden dat de waarde van effecten of
instrumenten als bedoeld in lid 3, onderdeel a, op de dag van de
inbreng aanzienlijk zal zijn gewijzigd of indien voor de
oprichting bekend is dat de waarde van inbreng als bedoeld in
lid 3, onderdeel b of c, op de dag van de inbreng als gevolg van
nieuwe bijzondere omstandigheden aanzienlijk zal zijn gewijzigd,
zijn de oprichters verplicht om alsnog een beschrijving op te
maken die door alle oprichters wordt ondertekend en waarover een
accountantsverklaring als bedoeld in lid 2 wordt afgelegd. De
beschrijving en de accountantsverklaring worden aan de akte van
oprichting gehecht. Geschiedt de inbreng na de oprichting en is
in de periode tussen de oprichting en de inbreng bekend geworden
dat zich omstandigheden als bedoeld in de eerste zin hebben
voorgedaan, dan is het bestuur verplicht om alsnog een
beschrijving op te maken waarover een accountantsverklaring als
bedoeld in lid 2 wordt afgelegd.
5. Indien bij de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen
onder toepassing van lid 3, legt de vennootschap binnen een
maand na de dag van de inbreng ten kantore van het
handelsregister een verklaring van de oprichters neer waarin de
inbreng wordt beschreven, met vermelding van de daaraan
toegekende waarde en de toegepaste waarderingsmethoden. In de
verklaring wordt tevens vermeld of de toegekende waarde ten
minste beloopt het bedrag van de stortingsplicht, in geld
uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet worden voldaan en wordt
voorts vermeld dat zich in de periode tussen de waardering en de
inbreng geen nieuwe bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan.
De oprichters ondertekenen de verklaring; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt.
6. De beschrijving en
accountantsverklaring zijn niet vereist, indien aan de volgende
voorwaarden is voldaan:
a. alle oprichters hebben
besloten af te zien van de opstelling van de
deskundigenverklaring;
b. een of meer rechtspersonen
op wier jaarrekening titel 9 van toepassing is, of die
krachtens de toepasselijke wet voldoen aan de eisen van de
vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen
inzake het vennootschapsrecht, nemen alle uit te geven
aandelen tegen inbreng anders dan in geld;
c. elke inbrengende
rechtspersoon beschikt ten tijde van de inbreng over niet
uitkeerbare reserves, voor zover nodig door het bestuur
hiertoe afgezonderd uit de uitkeerbare reserves, ter grootte
van het nominale bedrag der door de rechtspersoon genomen
aandelen;
d. elke inbrengende
rechtspersoon verklaart dat hij een bedrag van ten minste de
nominale waarde der door hem genomen aandelen ter
beschikking zal stellen voor de voldoening van schulden van
de vennootschap aan derden, die ontstaan in het tijdvak
tussen de plaatsing van de aandelen en een jaar nadat de
vastgestelde jaarrekening van de vennootschap over het
boekjaar van de inbreng is neergelegd ten kantore van het
handelsregister, voor zover de vennootschap deze niet kan
voldoen en de schuldeisers hun vordering binnen twee jaren
na deze nederlegging schriftelijk aan een van de inbrengende
rechtspersonen hebben opgegeven;
e. elke inbrengende
rechtspersoon heeft zijn laatste vastgestelde balans met
toelichting, met de accountantsverklaring daarbij,
neergelegd ten kantore van het handelsregister en sedert de
balansdatum zijn nog geen achttien maanden verstreken;
f. elke inbrengende
rechtspersoon zondert een reserve af ter grootte van het
nominale bedrag der door hem genomen aandelen en kan dit
doen uit reserves waarvan de aard dit niet belet;
g. de vennootschap doet ten
kantore van het handelsregister opgave van het onder a
bedoelde besluit en elke inbrengende rechtspersoon doet aan
hetzelfde kantoor opgave van zijn onder d vermelde
verklaring.
7. Indien het vorige lid is
toegepast, mag een inbrengende rechtspersoon zijn tegen de
inbreng genomen aandelen niet vervreemden in het tijdvak,
genoemd in dat lid onder d, en moet hij de reserve, genoemd in
dat lid onder f aanhouden tot twee jaar na dat tijdvak. Nadien
moet de reserve worden aangehouden tot het bedrag van de nog
openstaande opgegeven vorderingen als bedoeld in het vorige lid
onder d. De oorspronkelijke reserve wordt verminderd met
betalingen op de opgegeven vorderingen.
8. De inbrengende rechtspersoon
en alle in lid 6 onder d bedoelde schuldeisers kunnen de
kantonrechter van de woonplaats van de vennootschap verzoeken,
een bewind over de vorderingen in te stellen, strekkende tot hun
voldoening daarvan uit de krachtens lid 6 onder d ter
beschikking gestelde bedragen. Voor zover nodig, zijn de
bepalingen van de Faillissementswet omtrent de verificatie van
vorderingen en de vereffening van overeenkomstige toepassing.
Een schuldeiser kan zijn vordering niet met een schuld aan een
inbrengende rechtspersoon verrekenen. Over de vorderingen kan
slechts onder de last van het bewind worden beschikt en zij
kunnen slechts onder die last worden uitgewonnen, behalve voor
schulden die voortspruiten uit handelingen welke door de
bewindvoerder in zijn hoedanigheid zijn verricht. De
kantonrechter regelt de bevoegdheden en de beloning van de
bewindvoerder; hij kan zijn beschikking te allen tijde wijzigen.
Artikel 94b
1. Indien na de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen,
maakt de vennootschap overeenkomstig artikel 94a lid 1 een
beschrijving op van hetgeen wordt ingebracht. De beschrijving
heeft betrekking op de toestand op een dag die niet eerder dan
zes maanden ligt voor de dag waarop de aandelen worden genomen
dan wel waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij
is overeengekomen. De bestuurders ondertekenen de beschrijving;
ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
2. Artikel 94a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3. In de in artikel 94a lid 3,
onderdeel a, b en c, bedoelde gevallen kan het bestuur besluiten
dat wordt afgezien van de opstelling van de beschrijving en de
accountantsverklaring. Is voor de inbreng bekend dat zich
omstandigheden als bedoeld in artikel 94a lid 4, eerste zin,
hebben voorgedaan, dan is het bestuur verplicht om alsnog een
beschrijving op te maken waarover een accountantsverklaring als
bedoeld in artikel 94a lid 2 wordt afgelegd.
4. Indien na de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt overeengekomen
onder toepassing van lid 3, legt de vennootschap niet later dan
op de achtste dag voor de dag van de inbreng ten kantore van het
handelsregister een aankondiging neer waarin hetgeen wordt
ingebracht wordt beschreven, met vermelding van de daaraan
toegekende waarde, de toegepaste waarderingsmethoden, de namen
van de inbrengers, het bedrag van het aldus gestorte deel van
het geplaatste kapitaal en de datum van het in artikel 96 lid 1
bedoelde besluit tot uitgifte. In de aankondiging wordt tevens
vermeld of de toegekende waarde ten minste beloopt het bedrag
van de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de
inbreng moet worden voldaan en wordt voorts vermeld dat zich ten
opzichte van de waardering van de inbreng geen nieuwe bijzondere
omstandigheden hebben voorgedaan. De bestuurders ondertekenen de
aankondiging; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. Binnen
een maand na de dag van de inbreng legt de vennootschap ten
kantore van het handelsregister een verklaring neer waarin wordt
vermeld dat zich in de periode tussen de in de eerste zin
bedoelde aankondiging en de inbreng geen nieuwe bijzondere
omstandigheden ten aanzien van de waardering hebben voorgedaan.
De bestuurders ondertekenen de verklaring; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt.
5. Blijven een beschrijving en
accountantsverklaring als bedoeld in lid 3, tweede zin,
achterwege en vindt de inbreng plaats overeenkomstig artikel 94a
lid 3, onderdeel b of c, dan kunnen een of meer houders van
aandelen die op de dag van het in artikel 96 lid 1 bedoelde
besluit tot uitgifte alleen of gezamenlijk ten minste vijf
procent van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, van het
bestuur verlangen dat het alsnog een beschrijving opmaakt
waarover een accountantsverklaring als bedoeld inartikel 94a lid
2 wordt afgelegd. Het bestuur geeft hieraan uitvoering, mits de
aandeelhouders hun verlangen uiterlijk op de dag die voorafgaat
aan de dag van de inbreng aan het bestuur kenbaar hebben gemaakt
en zij ten tijde van de indiening van het verzoek nog steeds ten
minste vijf procent van het geplaatste kapitaal, zoals dat voor
het besluit tot uitgifte luidde, vertegenwoordigen.
6. Indien alle aandeelhouders
hebben besloten af te zien van de opstelling van de beschrijving
en accountantsverklaring en overeenkomstig artikel 94a lid 6,
onder b-g, is gehandeld, is geen beschrijving of
accountantsverklaring vereist en is artikel 94a leden 7 en 8 van
overeenkomstige toepassing.
7. De vennootschap legt, binnen
acht dagen na de dag waarop de aandelen zijn genomen dan wel
waarop de bijstorting opeisbaar werd, de accountantsverklaring
bij de inbreng of een afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister met opgave van de namen van de inbrengers en van
het bedrag van het aldus gestorte deel van het geplaatste
kapitaal.
8. Dit artikel is niet van
toepassing voor zover de inbreng bestaat uit aandelen of
certificaten van aandelen, daarin converteerbare rechten of
winstbewijzen van een andere rechtspersoon, waarop de
vennootschap een openbaar bod heeft uitgebracht, mits deze
effecten of een deel daarvan zijn toegelaten tot de handel op
een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is.
Artikel 94c
1. Een rechtshandeling die de
naamloze vennootschap heeft verricht zonder goedkeuring van de
algemene vergadering of zonder de verklaring, bedoeld in lid 3,
kan ten behoeve van de vennootschap worden vernietigd, indien de
rechtshandeling:
a. strekt tot het verkrijgen
van goederen, met inbegrip van vorderingen die worden
verrekend, die een jaar voor de oprichting of nadien
toebehoorden aan een oprichter, en
b. is verricht voordat twee
jaren zijn verstreken na de inschrijving van de vennootschap
in het handelsregister.
2. Indien de goedkeuring wordt
gevraagd, maakt de vennootschap een beschrijving op van de te
verkrijgen goederen en van de tegenprestatie. De beschrijving
heeft betrekking op de toestand van het beschrevene op een dag
die niet voor de oprichting ligt. In de beschrijving worden de
waarden vermeld die aan de goederen en tegenprestatie worden
toegekend alsmede de toegepaste waarderingsmethoden. Deze
methoden moeten voldoen aan normen die in het maatschappelijke
verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. De bestuurders
ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de handtekening van een
of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt.
3. Artikel 94a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verklaring
moet inhouden dat de waarde van de te verkrijgen goederen, bij
toepassing van in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
beschouwde waarderingsmethoden, overeenkomt met ten minste de
waarde van de tegenprestatie.
4. Artikel 94b lid 3 is van
overeenkomstige toepassing. Vindt een rechtshandeling plaats met
toepassing van de vorige zin, dan kan deze niet op grond van lid
1 worden vernietigd wegens het ontbreken van de in lid 3
bedoelde verklaring. Artikel 94b lid 4 is van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat de datum van de in lid 1
bedoelde rechtshandeling in de beschrijving wordt vermeld.
5. Op het ter inzage leggen en in
afschrift ter beschikking stellen van de in de vorige leden
bedoelde stukken is artikel 102 van overeenkomstige toepassing.
6. De vennootschap legt binnen
acht dagen na de rechtshandeling of na de goedkeuring, indien
achteraf verleend, de in het derde lid bedoelde verklaring of
een afschrift daarvan neer ten kantore van het handelsregister.
7. Voor de toepassing van dit
artikel blijven buiten beschouwing:
a. verkrijgingen op een
openbare veiling of ter beurze,
b. verkrijgingen die onder de
bedongen voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening van
de vennootschap behoren,
c. verkrijgingen waarvoor een
verklaring als bedoeld in artikel 94a lid 2 is afgelegd,
d. verkrijgingen ten gevolge
van fusie of splitsing.
Artikel 94d [Vervallen per
20-01-1986]
Artikel 95
1. De naamloze vennootschap mag
geen eigen aandelen nemen.
2. Aandelen die de vennootschap
in strijd met het vorige lid heeft genomen, gaan op het tijdstip
van het nemen over op de gezamenlijke bestuurders. Iedere
bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor de volstorting van
deze aandelen met de wettelijke rente van dat tijdstip af. Zijn
de aandelen bij de oprichting geplaatst, dan is dit lid van
overeenkomstige toepassing op de gezamenlijke oprichters.
3. Neemt een ander een aandeel in
eigen naam maar voor rekening van de vennootschap, dan wordt hij
geacht het voor eigen rekening te nemen.
Artikel 96
1. De naamloze vennootschap kan
na de oprichting slechts aandelen uitgeven ingevolge een besluit
van de algemene vergadering of van een ander vennootschapsorgaan
dat daartoe bij besluit van de algemene vergadering of bij de
statuten voor een bepaalde duur van ten hoogste vijf jaren is
aangewezen. Bij de aanwijzing moet zijn bepaald hoeveel aandelen
mogen worden uitgegeven. De aanwijzing kan telkens voor niet
langer dan vijf jaren worden verlengd. Tenzij bij de aanwijzing
anders is bepaald, kan zij niet worden ingetrokken.
2. Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan is voor de geldigheid van het besluit van de
algemene vergadering tot uitgifte of tot aanwijzing vereist een
voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit van elke groep
houders van aandelen van een zelfde soort aan wier rechten de
uitgifte afbreuk doet.
3. De vennootschap legt binnen
acht dagen na een besluit van de algemene vergadering tot
uitgifte of tot aanwijzing een volledige tekst daarvan neer ten
kantore van het handelsregister.
4. De vennootschap doet binnen
acht dagen na afloop van elk kalenderkwartaal ten kantore van
het handelsregister opgave van elke uitgifte van aandelen in het
afgelopen kalenderkwartaal, met vermelding van aantal en soort.
5. Dit artikel is van
overeenkomstige toepassing op het verlenen van rechten tot het
nemen van aandelen, maar is niet van toepassing op het uitgeven
van aandelen aan iemand die een voordien reeds verkregen recht
tot het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 96a
1. Behoudens de beide volgende
leden heeft iedere aandeelhouder bij uitgifte van aandelen een
voorkeursrecht naar evenredigheid van het gezamenlijke bedrag
van zijn aandelen. Tenzij de statuten anders bepalen, heeft hij
evenwel geen voorkeursrecht op aandelen die worden uitgegeven
tegen inbreng anders dan in geld. Hij heeft geen voorkeursrecht
op aandelen die worden uitgegeven aan werknemers van de naamloze
vennootschap of van een groepsmaatschappij.
2. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben houders van aandelen die
a. niet boven een bepaald
percentage van het nominale bedrag of slechts in beperkte
mate daarboven delen in de winst, of
b. niet boven het nominale
bedrag of slechts in beperkte mate daarboven delen in een
overschot na vereffening,
geen voorkeursrecht op uit te
geven aandelen.
3. Voor zover de statuten niet
anders bepalen, hebben de aandeelhouders geen voorkeursrecht op
uit te geven aandelen in een van de in het vorige lid onder a en
b omschreven soorten.
4. De vennootschap kondigt de
uitgifte met voorkeursrecht en het tijdvak waarin dat kan worden
uitgeoefend, aan in de Staatscourant en in een landelijk
verspreid dagblad, tenzij alle aandelen op naam luiden en de
aankondiging aan alle aandeelhouders schriftelijk geschiedt aan
het door hen opgegeven adres.
5. Het voorkeursrecht kan worden
uitgeoefend gedurende ten minste twee weken na de dag van
aankondiging in de Staatscourant of na de verzending van de
aankondiging aan de aandeelhouders.
6. Het voorkeursrecht kan worden
beperkt of uitgesloten bij besluit van de algemene vergadering.
In het voorstel hiertoe moeten de redenen voor het voorstel en
de keuze van de voorgenomen koers van uitgifte schriftelijk
worden toegelicht. Het voorkeursrecht kan ook worden beperkt of
uitgesloten door het ingevolge artikel 96 lid 1 aangewezen
vennootschapsorgaan, indien dit bij besluit van de algemene
vergadering of bij de statuten voor een bepaalde duur van ten
hoogste vijf jaren is aangewezen als bevoegd tot het beperken of
uitsluiten van het voorkeursrecht. De aanwijzing kan telkens
voor niet langer dan vijf jaren worden verlengd. Tenzij bij de
aanwijzing anders is bepaald, kan zij niet worden ingetrokken.
7. Voor een besluit van de
algemene vergadering tot beperking of uitsluiting van het
voorkeursrecht of tot aanwijzing is een meerderheid van ten
minste twee derden der uitgebrachte stemmen vereist, indien
minder dan de helft van het geplaatste kapitaal in de
vergadering is vertegenwoordigd. De vennootschap legt binnen
acht dagen na het besluit een volledige tekst daarvan neer ten
kantore van het handelsregister.
8. Bij het verlenen van rechten
tot het nemen van aandelen hebben de aandeelhouders een
voorkeursrecht; de vorige leden zijn van overeenkomstige
toepassing. Aandeelhouders hebben geen voorkeursrecht op
aandelen die worden uitgegeven aan iemand die een voordien reeds
verkregen recht tot het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 96b
De artikelen 96 en 96a gelden niet
voor een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal.
Artikel 97
Indien, in het geval van uitgifte
van aandelen na de oprichting, bekend is gemaakt welk bedrag zal
worden uitgegeven en slechts een lager bedrag kan worden
geplaatst, wordt dit laatste bedrag slechts geplaatst indien de
voorwaarden van uitgifte dat uitdrukkelijk bepalen.
Artikel 98
1. Verkrijging door de naamloze
vennootschap van niet volgestorte aandelen in haar kapitaal is
nietig.
2. Volgestorte eigen aandelen mag
de vennootschap slechts verkrijgen om niet of indien het eigen
vermogen, verminderd met de verkrijgingsprijs, niet kleiner is
dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal,
vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten
moeten worden aangehouden. Onverminderd het bepaalde in de
vorige zin beloopt, indien de aandelen van de vennootschap zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of op een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, het
nominale bedrag van de aandelen in haar kapitaal die de
vennootschap verkrijgt, houdt of in pand houdt of die worden
gehouden door een dochtermaatschappij, niet meer dan de helft
van het geplaatste kapitaal.
3. Voor het vereiste in lid 2 is
bepalend de grootte van het eigen vermogen volgens de laatst
vastgestelde balans, verminderd met de verkrijgingsprijs voor
aandelen in het kapitaal van de vennootschap, het bedrag van
leningen als bedoeld in artikel 98c lid 2 en uitkeringen uit
winst of reserves aan anderen die zij en haar
dochtermaatschappijen na de balansdatum verschuldigd werden. Is
een boekjaar meer dan zes maanden verstreken zonder dat de
jaarrekening is vastgesteld, dan is verkrijging overeenkomstig
lid 2 niet toegestaan.
4. Verkrijging anders dan om niet
kan slechts plaatsvinden indien en voor zover de algemene
vergadering het bestuur daartoe heeft gemachtigd. Deze
machtiging geldt voor ten hoogste vijf jaar. In afwijking van de
vorige volzin geldt in het geval de aandelen van een
vennootschap zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt of op een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt of
multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een
staat die geen lidstaat is deze machtiging voor ten hoogste
achttien maanden.
De algemene vergadering bepaalt
in de machtiging hoeveel aandelen mogen worden verkregen, hoe
zij mogen worden verkregen en tussen welke grenzen de prijs moet
liggen. De statuten kunnen de verkrijging door de vennootschap
van eigen aandelen uitsluiten of beperken.
5. De machtiging is niet vereist,
voor zover de statuten toestaan dat de vennootschap eigen
aandelen verkrijgt om, krachtens een voor hen geldende regeling,
over te dragen aan werknemers in dienst van de vennootschap of
van een groepsmaatschappij. Deze aandelen moeten zijn opgenomen
in de prijscourant van een beurs.
6. De leden 1-4 gelden niet voor
aandelen die de vennootschap onder algemene titel verkrijgt.
7. De leden 2–4 gelden niet
voor aandelen die een financiële onderneming die ingevolge de
Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank
mag uitoefenen, in opdracht en voor rekening van een ander
verkrijgt.
8. De leden 2-4 gelden niet voor
een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal. Het
geplaatste kapitaal van zulk een beleggingsmaatschappij,
verminderd met het bedrag van de aandelen die zij zelf houdt,
moet ten minste een tiende van het maatschappelijke kapitaal
bedragen.
9. Onder het begrip aandelen in
dit artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 98a
1. Verkrijging van aandelen op
naam in strijd met de leden 2-4 van het vorige artikel is
nietig. De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de
vervreemder te goeder trouw die door de nietigheid schade lijdt.
2. Aandelen aan toonder en
certificaten van aandelen die de naamloze vennootschap in strijd
met de leden 2-4 van het vorige artikel heeft verkregen, gaan op
het tijdstip van de verkrijging over op de gezamenlijke
bestuurders. Iedere bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor
de vergoeding aan de vennootschap van de verkrijgingsprijs met
de wettelijke rente daarover van dat tijdstip af.
3. De vennootschap kan niet
langer dan gedurende drie jaren na omzetting in een naamloze
vennootschap of nadat zij eigen aandelen om niet of onder
algemene titel heeft verkregen, samen met haar
dochtermaatschappijen meer aandelen in haar kapitaal houden dan
een tiende van het geplaatste kapitaal; eigen aandelen die zij
zelf in pand heeft, worden meegeteld. De aandelen die de
vennootschap te veel houdt, gaan op het einde van de laatste dag
van die drie jaren over op de gezamenlijke bestuurders. Dezen
zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling aan de
vennootschap van de waarde van de aandelen op dat tijdstip met
de wettelijke rente van dat tijdstip af. Onder het begrip
aandelen in dit lid zijn certificaten daarvan begrepen.
4. Het vorige lid is van
overeenkomstige toepassing op elk niet volgestort eigen aandeel
dat de vennootschap onder algemene titel heeft verkregen en niet
binnen drie jaren daarna heeft vervreemd of ingetrokken.
5. Het derde lid is van
overeenkomstige toepassing op elk eigen aandeel of certificaat
daarvan dat de vennootschap ingevolge het vijfde lid van het
vorige artikel heeft verkregen zonder machtiging van de algemene
vergadering en dat zij gedurende een jaar houdt.
Artikel 98b
Indien een ander in eigen naam voor
rekening van de naamloze vennootschap aandelen in haar kapitaal of
certificaten daarvan verkrijgt, moet hij deze onverwijld tegen
betaling aan de vennootschap overdragen. Indien deze aandelen op
naam luiden, is het tweede lid van het vorige artikel van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 98c
1. De vennootschap mag niet, met
het oog op het nemen of verkrijgen door anderen van aandelen in
haar kapitaal of van certificaten daarvan, zekerheid stellen,
een koersgarantie geven, zich op andere wijze sterk maken of
zich hoofdelijk of anderszins naast of voor anderen verbinden.
Dit verbod geldt ook voor haar dochtermaatschappijen.
2. De vennootschap en haar
dochtermaatschappijen mogen niet, met het oog op het nemen of
verkrijgen door anderen van aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of van certificaten daarvan, leningen verstrekken,
tenzij het bestuur daartoe besluit en er is voldaan aan de
volgende voorwaarden:
a. het verstrekken van de
lening, met inbegrip van de rente die de vennootschap
ontvangt en de zekerheden die aan de vennootschap worden
verstrekt, geschiedt tegen billijke marktvoorwaarden;
b. het eigen vermogen,
verminderd met het bedrag van de lening, is niet kleiner dan
het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal,
vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de
statuten moeten worden aangehouden;
c. de kredietwaardigheid van
de derde of, wanneer het meerpartijentransacties betreft,
van iedere erbij betrokken tegenpartij is nauwgezet
onderzocht;
d. indien de lening wordt
verstrekt met het oog op het nemen van aandelen in het kader
van een verhoging van het geplaatste kapitaal van de
vennootschap of met het oog op het verkrijgen van aandelen
die de vennootschap in haar kapitaal houdt, is de prijs
waarvoor de aandelen worden genomen of verkregen billijk.
3. Voor het vereiste in lid 2,
onderdeel b, is bepalend de grootte van het eigen vermogen
volgens de laatst vastgestelde balans, verminderd met de
verkrijgingsprijs voor aandelen in het kapitaal van de
vennootschap en uitkeringen uit winst of reserves aan anderen
die zij en haar dochtermaatschappijen na de balansdatum
verschuldigd werden. Is een boekjaar meer dan zes maanden
verstreken zonder dat de jaarrekening is vastgesteld, dan is een
transactie als bedoeld in lid 2 niet toegestaan.
4. De vennootschap houdt een
niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van het bedrag van de
in lid 2 bedoelde leningen.
5. Een besluit van het bestuur
tot het verstrekken van een lening als bedoeld in lid 2 is
onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de algemene
vergadering. Het besluit tot goedkeuring wordt genomen met een
meerderheid van ten minste twee derden van de uitgebrachte
stemmen, indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal
ter vergadering is vertegenwoordigd. In afwijking van de vorige
volzin wordt in het geval aandelen of certificaten van aandelen
van de vennootschap zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht dan wel op een multilaterale
handelsfaciliteit als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht het besluit tot goedkeuring genomen met ten
minste 95 procent van de uitgebrachte stemmen.
6. Wanneer aan de algemene
vergadering de in lid 5 bedoelde goedkeuring wordt gevraagd,
wordt zulks bij de oproeping tot de algemene vergadering
vermeld. Gelijktijdig met de oproeping wordt ten kantore van de
vennootschap een rapport ter inzage van de aandeelhouders en de
houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van haar aandelen gelegd waarin melding wordt
gemaakt van de redenen voor het verstrekken van de lening, het
voor de vennootschap daaraan verbonden belang, de voorwaarden
waartegen de lening zal worden verstrekt, de koers waartegen de
aandelen door de derde zullen worden genomen of verkregen en de
aan de lening verbonden risico’s voor de liquiditeit en de
solvabiliteit van de vennootschap.
7. De vennootschap legt binnen
acht dagen na de in lid 5 bedoelde goedkeuring het in lid 6
bedoelde rapport of een afschrift daarvan neer ten kantore van
het handelsregister.
8. De leden 1 tot en met 7 gelden
niet, indien aandelen of certificaten van aandelen worden
genomen of verkregen door of voor werknemers in dienst van de
vennootschap of van een groepsmaatschappij.
9. De leden 1 tot en met 7 gelden
niet voor een financiële onderneming die ingevolge de Wet op
het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen, voor zover zij handelt in de gewone uitoefening van
haar bedrijf.
Artikel 98d
1. Een dochtermaatschappij mag
voor eigen rekening geen aandelen nemen of doen nemen in het
kapitaal van de naamloze vennootschap. Zulke aandelen mogen
dochtermaatschappijen voor eigen rekening slechts verkrijgen of
doen verkrijgen, voor zover de naamloze vennootschap zelf
ingevolge de leden 1-6 van artikel 98 eigen aandelen mag
verkrijgen.
2. Indien is gehandeld in strijd
met het vorige lid, zijn de bestuurders van de naamloze
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk tot vergoeding aan de
dochtermaatschappij van de verkrijgingsprijs met de wettelijke
rente daarover van het tijdstip af waarop de aandelen zijn
genomen of verkregen. Betaling van de vergoeding geschiedt tegen
overdracht van deze aandelen. Een bestuurder behoeft de
verkrijgingsprijs niet te vergoeden, indien hij bewijst dat het
nemen of verkrijgen niet aan de naamloze vennootschap is te
wijten.
3. Een dochtermaatschappij mag,
a. nadat zij
dochtermaatschappij is geworden,
b. nadat de vennootschap
waarvan zij dochtermaatschappij is, is omgezet in een
naamloze vennootschap, of
c. nadat zij als
dochtermaatschappij aandelen in het kapitaal van de naamloze
vennootschap om niet of onder algemene titel heeft
verkregen,
niet langer dan gedurende drie
jaren samen met de naamloze vennootschap en haar andere
dochtermaatschappijen meer van deze aandelen voor eigen rekening
houden of doen houden dan een tiende van het geplaatste
kapitaal. De bestuurders van de naamloze vennootschap zijn
hoofdelijk aansprakelijk voor de vergoeding aan de
dochtermaatschappij van de waarde van de aandelen die zij te
veel houdt of doet houden op het einde van de laatste dag van
die drie jaren, met de wettelijke rente van dat tijdstip af.
Betaling van de vergoeding geschiedt tegen overdracht van de
aandelen. Een bestuurder behoeft de vergoeding niet te betalen,
indien hij bewijst dat het niet aan de naamloze vennootschap is
te wijten dat de aandelen nog worden gehouden.
4. Onder het begrip aandelen in
dit artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Artikel 99
1. De algemene vergadering kan
besluiten tot vermindering van het geplaatste kapitaal door
intrekking van aandelen of door het bedrag van aandelen bij
statutenwijziging te verminderen. In dit besluit moeten de
aandelen waarop het besluit betrekking heeft, worden aangewezen
en moet de uitvoering van het besluit zijn geregeld.
2. Een besluit tot intrekking kan
slechts betreffen aandelen die de vennootschap zelf houdt of
waarvan zij de certificaten houdt, dan wel alle aandelen van een
soort waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat zij
kunnen worden ingetrokken met terugbetaling, of wel de uitgelote
aandelen van een soort waarvan voor de uitgifte in de statuten
is bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met terugbetaling.
3. Vermindering van het bedrag
van aandelen zonder terugbetaling en zonder ontheffing van de
verplichting tot storting moet naar evenredigheid op alle
aandelen van een zelfde soort geschieden. Van het vereiste van
evenredigheid mag worden afgeweken met instemming van alle
betrokken aandeelhouders.
4. Gedeeltelijke terugbetaling op
aandelen of ontheffing van de verplichting tot storting is
slechts mogelijk ter uitvoering van een besluit tot vermindering
van het bedrag van de aandelen. Zulk een terugbetaling of
ontheffing moet naar evenredigheid op alle aandelen geschieden,
tenzij voor de uitgifte van een bepaalde soort aandelen in de
statuten is bepaald dat terugbetaling of ontheffing kan
geschieden uitsluitend op die aandelen; voor die aandelen geldt
de eis van evenredigheid. Van het vereiste van evenredigheid mag
worden afgeweken met instemming van alle betrokken
aandeelhouders.
5. Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan is voor een besluit tot kapitaalvermindering een
voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend besluit vereist van elke
groep houders van aandelen van een zelfde soort aan wier rechten
afbreuk wordt gedaan.
6. Voor een besluit tot
kapitaalvermindering is een meerderheid van ten minste twee
derden der uitgebrachte stemmen vereist, indien minder dan de
helft van het geplaatste kapitaal in de vergadering is
vertegenwoordigd. Deze bepaling is van overeenkomstige
toepassing op een besluit als bedoeld in het vijfde lid.
7. De oproeping tot een
vergadering waarin een in dit artikel genoemd besluit wordt
genomen, vermeldt het doel van de kapitaalvermindering en de
wijze van uitvoering. Het tweede, derde en vierde lid van
artikel 123 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 100
1. De naamloze vennootschap legt
de in artikel 99 lid 1 bedoelde besluiten neer ten kantore van
het handelsregister en kondigt de nederlegging aan in een
landelijk verspreid dagblad.
2. De vennootschap moet, op
straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in het
volgende lid, voor iedere schuldeiser die dit verlangt zekerheid
stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van
zijn vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende
waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de vennootschap
voldoende zekerheid biedt dat de vordering zal worden voldaan.
3. Binnen twee maanden na de in
het eerste lid vermelde aankondiging kan iedere schuldeiser door
een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het besluit tot
kapitaalvermindering in verzet komen met vermelding van de
waarborg die wordt verlangd. De rechter wijst het verzoek af,
indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat als
gevolg van de kapitaalvermindering twijfel omtrent de voldoening
van zijn vordering gewettigd is en dat de vennootschap
onvoldoende waarborgen heeft gegeven voor de voldoening van zijn
vordering.
4. Voordat de rechter beslist,
kan hij de vennootschap in de gelegenheid stellen binnen een
door hem bepaalde termijn een door hem omschreven waarborg te
geven. Op een ingesteld rechtsmiddel kan hij, indien het
kapitaal al is verminderd, het stellen van een waarborg bevelen
en daaraan een dwangsom verbinden.
5. Een besluit tot vermindering
van het geplaatste kapitaal wordt niet van kracht zolang verzet
kan worden gedaan. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt het
besluit eerst van kracht, zodra het verzet is ingetrokken of de
opheffing van het verzet uitvoerbaar is. Een voor de
vermindering van het kapitaal vereiste akte van
statutenwijziging kan niet eerder worden verleden.
6. Indien de vennootschap haar
kapitaal wegens geleden verliezen vermindert tot een bedrag dat
niet lager is dan dat van haar eigen vermogen, behoeft zij geen
waarborg te geven en wordt het besluit onmiddellijk van kracht.
7. Dit artikel is niet van
toepassing, indien een beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal wettig verkregen eigen aandelen intrekt.
Artikel 101
1. Jaarlijks binnen vijf maanden
na afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens
verlenging van deze termijn met ten hoogste zes maanden door de
algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden,
maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de
aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap.
Indien van de vennootschap effecten zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op
het financieel toezicht, bedraagt de termijn vier maanden. Deze
termijn kan niet worden verlengd. Binnen deze termijn legt het
bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor de aandeelhouders,
tenzij de artikelen 396 lid 7, of 403 voor de vennootschap
gelden. Het bestuur van de vennootschap waarop de artikelen 158
tot en met 161 en 164 van toepassing zijn, zendt de jaarrekening
ook toe aan de in artikel 158 lid 11 bedoelde ondernemingsraad.
2. De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt
daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
3. De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering. Vaststelling van de
jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
4. Besluiten waarbij de
jaarrekening wordt vastgesteld, worden in de statuten niet
onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de
vennootschap of van derden.
5. De statuten bevatten geen
bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende
voorstellen voor de jaarrekening of enige post daarvan worden
gegeven.
6. De statuten kunnen bepalen dat
een ander orgaan van de vennootschap dan de algemene vergadering
de bevoegdheid heeft te bepalen welk deel van het resultaat van
het boekjaar wordt gereserveerd of hoe het verlies zal worden
verwerkt.
7. Onze Minister van Economische
Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen
van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het
vaststellen van de jaarrekening. Geen ontheffing kan worden
verleend ten aanzien van het opmaken van de jaarrekening van een
vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op
een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het
financieel toezicht.
Artikel 102
1. De naamloze vennootschap zorgt
dat de opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en de krachtens
artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep voor de
algemene vergadering, bestemd tot hun behandeling, te haren
kantore aanwezig zijn. De houders van haar aandelen of van met
haar medewerking uitgegeven certificaten daarvan kunnen de
stukken aldaar inzien en er kosteloos een afschrift van
verkrijgen.
2. Luiden deze aandelen of
certificaten aan toonder of heeft de vennootschap schuldbrieven
aan toonder uitstaan, dan kan tevens ieder de stukken, voor
zover zij na vaststelling openbaar gemaakt moeten worden, inzien
en daarvan tegen ten hoogste de kostprijs een afschrift
verkrijgen. Deze bevoegdheid vervalt zodra deze stukken zijn
neergelegd ten kantore van het handelsregister.
Artikel 103 [Vervallen per
31-12-2006]
Artikel 104
Ten laste van de door de wet
voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd voor
zover de wet dat toestaat.
Artikel 105
1. Voor zover bij de statuten
niet anders is bepaald, komt de winst de aandeelhouders ten
goede.
2. De naamloze vennootschap kan
aan de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor
uitkering vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover haar
eigen vermogen groter is dan het bedrag van het gestorte en
opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves
die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.
3. Uitkering van winst geschiedt
na de vaststelling van de jaarrekening waaruit blijkt dat zij
geoorloofd is.
4. De vennootschap mag
tussentijds slechts uitkeringen doen, indien de statuten dit
toelaten en aan het vereiste van het tweede lid is voldaan
blijkens een tussentijdse vermogensopstelling. Deze heeft
betrekking op de stand van het vermogen op ten vroegste de
eerste dag van de derde maand voor de maand waarin het besluit
tot uitkering bekend wordt gemaakt. Zij wordt opgemaakt met
inachtneming van in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden. In de
vermogensopstelling worden de krachtens de wet of de statuten te
reserveren bedragen opgenomen. Zij wordt ondertekend door de
bestuurders; ontbreekt de handtekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. De
vennootschap legt de vermogensopstelling ten kantore van het
handelsregister neer binnen acht dagen na de dag waarop het
besluit tot uitkering wordt bekend gemaakt.
5. Bij de berekening van de
winstverdeling tellen de aandelen die de vennootschap in haar
kapitaal houdt, mede, tenzij bij de statuten anders is bepaald.
6. Bij de berekening van het
winstbedrag, dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd, komt
slechts het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale
bedrag van de aandelen in aanmerking, tenzij bij de statuten
anders is bepaald.
7. De statuten kunnen bepalen dat
de vordering van een aandeelhouder niet door verloop van vijf
jaren verjaart, doch eerst na een langere termijn vervalt. Een
zodanige bepaling is alsdan van overeenkomstige toepassing op de
vordering van een houder van een certificaat van een aandeel op
de aandeelhouder.
8. Een uitkering in strijd met
het tweede of vierde lid moet worden terugbetaald door de
aandeelhouder of andere winstgerechtigde die wist of behoorde te
weten dat de uitkering niet geoorloofd was.
9. Geen van de aandeelhouders kan
geheel worden uitgesloten van het delen in de winst.
10. De statuten kunnen bepalen
dat de winst waartoe houders van aandelen van een bepaalde soort
gerechtigd zijn, geheel of gedeeltelijk te hunnen behoeve wordt
gereserveerd.
Artikel 106 [Vervallen per
01-09-1981]
Afdeling 4. De algemene vergadering
Artikel 107
1. Aan de algemene vergadering
behoort, binnen de door de wet en de statuten gestelde grenzen,
alle bevoegdheid, die niet aan het bestuur of aan anderen is
toegekend.
2. Het bestuur en de raad van
commissarissen verschaffen haar alle verlangde inlichtingen,
tenzij een zwaarwichtig belang der vennootschap zich daartegen
verzet.
Artikel 107a
1. Aan de goedkeuring van de
algemene vergadering zijn onderworpen de besluiten van het
bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of
het karakter van de vennootschap of de onderneming, waaronder in
ieder geval:
a. overdracht van de
onderneming of vrijwel de gehele onderneming aan een derde;
b. het aangaan of verbreken
van duurzame samenwerking van de vennootschap of een
dochtermaatschappij met een andere rechtspersoon of
vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennote in
een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma,
indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende
betekenis is voor de vennootschap;
c. het nemen of afstoten van
een deelneming in het kapitaal van een vennootschap ter
waarde van ten minste een derde van het bedrag van de activa
volgens de balans met toelichting of, indien de vennootschap
een geconsolideerde balans opstelt, volgens de
geconsolideerde balans met toelichting volgens de laatst
vastgestelde jaarrekening van de vennootschap, door haar of
een dochtermaatschappij.
2. Het ontbreken van de
goedkeuring van de algemene vergadering op een besluit als
bedoeld in lid 1 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van
bestuur of bestuurders niet aan.
3. Indien de vennootschap
krachtens wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft
ingesteld, wordt het verzoek om goedkeuring niet aan de algemene
vergadering aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad tijdig
voor de datum van oproeping als bedoeld in artikel 114 in de
gelegenheid is gesteld hierover een standpunt te bepalen. Het
standpunt van de ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het
verzoek om goedkeuring aan de algemene vergadering aangeboden.
De voorzitter of een door hem aangewezen lid van de
ondernemingsraad kan het standpunt van de ondernemingsraad in de
algemene vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt
tast de besluitvorming over het verzoek om goedkeuring niet aan.
4. Voor de toepassing van lid 3
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van een dochtermaatschappij,
mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de
groepsmaatschappijen in meerderheid binnen Nederland werkzaam
zijn. Is er meer dan één ondernemingsraad, dan wordt de
bevoegdheid door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komt de bevoegdheid toe aan de
centrale ondernemingsraad.
Artikel 108
1. Jaarlijks wordt ten minste
één algemene vergadering gehouden.
2. Wanneer bij de statuten niet
een kortere termijn is gesteld, wordt de jaarvergadering
gehouden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar der
vennootschap.
Artikel 108a
Binnen drie maanden nadat het voor
het bestuur aannemelijk is dat het eigen vermogen van de naamloze
vennootschap is gedaald tot een bedrag gelijk aan of lager dan de
helft van het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, wordt
een algemene vergadering gehouden ter bespreking van zo nodig te
nemen maatregelen.
Artikel 109
Het bestuur en de raad van
commissarissen zijn bevoegd tot het bijeenroepen van een algemene
vergadering; bij de statuten kan deze bevoegdheid ook aan anderen
worden verleend.
Artikel 110
1. Een of meer houders van
aandelen die gezamenlijk ten minste een tiende gedeelte van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer
bedrag als bij de statuten is bepaald, kunnen door de
voorzieningenrechter van de rechtbank op hun verzoek worden
gemachtigd tot de bijeenroeping van een algemene vergadering. De
voorzieningenrechter wijst dit verzoek af, indien hem niet is
gebleken, dat verzoekers voordien aan het bestuur en aan de raad
van commissarissen schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van
de te behandelen onderwerpen het verzoek hebben gericht een
algemene vergadering bijeen te roepen, en dat noch het bestuur
noch de raad van commissarissen - daartoe in dit geval
gelijkelijk bevoegd - de nodige maatregelen hebben getroffen,
opdat de algemene vergadering binnen zes weken na het verzoek
kon worden gehouden. Indien aandelen van de vennootschap of met
medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan
zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht,
bedraagt deze termijn acht weken.
2. Voor de toepassing van dit
artikel worden met houders van aandelen gelijkgesteld de houders
van de certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
3. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek
als bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 111
1. De voorzieningenrechter van de
rechtbank verleent, na verhoor of oproeping van de naamloze
vennootschap, de verzochte machtiging, indien de verzoekers
summierlijk hebben doen blijken, dat de in het vorige artikel
gestelde voorwaarden zijn vervuld, en dat zij een redelijk
belang hebben bij het houden van de vergadering. De
voorzieningenrechter van de rechtbank stelt de vorm en de
termijnen voor de oproeping tot de algemene vergadering vast.
Hij kan tevens iemand aanwijzen, die met de leiding van de
algemene vergadering zal zijn belast.
2. Bij de oproeping ingevolge het
eerste lid wordt vermeld dat zij krachtens rechterlijke
machtiging geschiedt. De op deze wijze gedane oproeping is
rechtsgeldig, ook indien mocht blijken dat de machtiging ten
onrechte was verleend.
3. Tegen de beschikking van de
voorzieningenrechter is generlei voorziening toegelaten,
behoudens cassatie in het belang der wet.
Artikel 112
Indien zij, die krachtens artikel
109 van dit Boek of de statuten tot de bijeenroeping bevoegd zijn,
in gebreke zijn gebleven een bij artikel 108 of artikel 108a van
dit Boek of de statuten voorgeschreven algemene vergadering te
doen houden, kan iedere aandeelhouder door de voorzieningenrechter
van de rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe over te gaan.
Artikel 110 lid 2 en artikel 111 van dit Boek zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 113
1. Tot de algemene vergadering
worden opgeroepen de aandeelhouders alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
2. De oproeping geschiedt door
aankondiging in een landelijk verspreid dagblad.
3. De statuten kunnen bepalen dat
de houders van aandelen op naam worden opgeroepen door middel
van oproepingsbrieven gericht aan de adressen van die
aandeelhouders zoals deze zijn vermeld in het register van
aandeelhouders.
4. Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien de houder van aandelen op naam alsmede de
houder van de certificaten van aandelen, welke met medewerking
van de vennootschap zijn uitgegeven, hiermee instemt, de
oproeping geschieden door een langs elektronische weg
toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres
dat door hem voor dit doel aan de vennootschap is bekend
gemaakt.
5. De statuten kunnen bepalen dat
de houders van aandelen aan toonder alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven, worden opgeroepen door een langs
elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, welke tot aan
de algemene vergadering rechtstreeks en permanent toegankelijk
is.
6. In afwijking van lid 2 en
onverminderd de leden 3 en 4 geschiedt de oproeping door een
langs elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, welke
tot aan de algemene vergadering rechtstreeks en permanent
toegankelijk is indien aandelen van de vennootschap of met
medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan
zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 114
1. Bij de oproeping worden
vermeld:
a. de te behandelen
onderwerpen;
b. de plaats en het tijdstip
van de algemene vergadering;
c. de procedure voor deelname
aan de algemene vergadering bij schriftelijk gevolmachtigde;
d. indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap
uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel
1:1 van de Wet op het financieel toezicht, de procedure voor
deelname aan de algemene vergadering en het uitoefenen van
het stemrecht door middel van een elektronisch
communicatiemiddel, indien dit recht overeenkomstigartikel
117a kan worden uitgeoefend, alsmede het adres van de
website van de vennootschap, als bedoeld in artikel 5:25ka
van de Wet op het financieel toezicht.
2. Omtrent onderwerpen waarvan de
behandeling niet bij de oproeping of op de zelfde wijze is
aangekondigd met inachtneming van de voor de oproeping gestelde
termijn, kan niet wettig worden besloten, tenzij het besluit met
algemene stemmen wordt genomen in een vergadering, waarin het
gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
3. Mededelingen welke krachtens
de wet of de statuten aan de algemene vergadering moeten worden
gericht, kunnen geschieden door opneming hetzij in de oproeping
hetzij in het stuk dat ter kennisneming ten kantore der
vennootschap is neergelegd, mits daarvan in de oproeping melding
wordt gemaakt.
4. In afwijking van lid 1 kan bij
de oproeping worden medegedeeld dat de houders van aandelen en
de houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van aandelen ten kantore van de vennootschap kennis
kunnen nemen van de gegevens bedoeld in lid 1 onderdelen a en c,
tenzij de betreffende aandelen of certificaten zijn toegelaten
tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in
artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 114a
1. Een onderwerp, waarvan de
behandeling schriftelijk is verzocht door een of meer houders
van aandelen die daartoe krachtens het volgende lid gerechtigd
zijn, wordt opgenomen in de oproeping of op dezelfde wijze
aangekondigd indien de vennootschap het met redenen omklede
verzoek of een voorstel voor een besluit niet later dan op de
zestigste dag voor die van de vergadering heeft ontvangen.
2. Om behandeling kan worden
verzocht door een of meer houders van aandelen die alleen of
gezamenlijk ten minste een honderdste gedeelte van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of, indien de aandelen
zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of
een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is ten
minste een waarde vertegenwoordigen van € 50 miljoen. Bij
algemene maatregel van bestuur kan dit bedrag worden verhoogd of
verlaagd in verband met de ontwikkeling van het loon- en
prijspeil.
3. In de statuten kan het
vereiste gedeelte van het kapitaal of de waarde van de aandelen
lager worden gesteld en de termijn voor indiening van het
verzoek worden verkort.
4. Voor de toepassing van dit
artikel worden met de houders van aandelen gelijkgesteld de
houders van de certificaten van aandelen die met medewerking van
de vennootschap zijn uitgegeven.
5. Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek
als bedoeld in lid 1 voldaan indien dit verzoek elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 115
1. Behoudens het bepaalde bij de
tweede zin van het eerste lid van artikel 111 van dit Boek,
geschiedt de oproeping niet later dan op de vijftiende dag
vóór die der vergadering. Was die termijn korter of heeft de
oproeping niet plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten
worden genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering,
waarin het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
2. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, geschiedt de oproeping niet later dan
op de tweeënveertigste dag vóór die der vergadering.
Artikel 116
De algemene vergaderingen worden
gehouden in Nederland ter plaatse bij de statuten vermeld, of
anders in de gemeente waar de naamloze vennootschap haar
woonplaats heeft. In een algemene vergadering, gehouden elders dan
behoort, kunnen wettige besluiten slechts worden genomen, indien
het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.
Artikel 117
1. Iedere aandeelhouder is
bevoegd, in persoon of bij een schriftelijk gevolmachtigde, de
algemene vergaderingen bij te wonen, daarin het woord te voeren
en het stemrecht uit te oefenen. Houders van onderaandelen,
tezamen uitmakende het bedrag van een aandeel, oefenen deze
rechten gezamenlijk uit, hetzij door één van hen, hetzij door
een schriftelijk gevolmachtigde. Bij de statuten kan de
bevoegdheid van aandeelhouders zich te doen vertegenwoordigen,
worden beperkt. De bevoegdheid van aandeelhouders zich te doen
vertegenwoordigen door een advocaat, notaris, kandidaat-notaris,
registeraccountant of accountant-administratieconsulent kan niet
worden uitgesloten.
2. Iedere houder van een met
medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaat van een
aandeel is bevoegd, in persoon of bij een schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergadering bij te wonen en daarin
het woord te voeren. De voorlaatste en de laatste zin van lid 1
zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De statuten kunnen bepalen dat
een aandeelhouder niet gerechtigd is tot deelname aan de
algemene vergadering zolang hij in gebreke is te voldoen aan een
wettelijke of statutaire verplichting. Wanneer bij de statuten
is bepaald dat de houders van aandelen de bewijsstukken van hun
recht vóór de algemene vergadering in bewaring moeten geven,
worden bij de oproeping voor die vergadering vermeld de plaats
waar en de dag waarop zulks uiterlijk moet geschieden. Die dag
kan niet vroeger worden gesteld dan op de zevende dag voor die
der vergadering. Indien de statuten voorschriften overeenkomstig
de voorgaande bepalingen van dit lid bevatten, gelden deze mede
voor de houders van de certificaten van aandelen die met
medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven.
Inbewaringgeving van bewijsstukken kan niet worden
voorgeschreven indien aandelen van de vennootschap of met
medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan
zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
4. De bestuurders en de
commissarissen hebben als zodanig in de algemene vergaderingen
een raadgevende stem.
5. De accountant aan wie de
opdracht tot het onderzoek van de jaarrekening is verleend,
bedoeld in artikel 393 lid 1, is bevoegd de algemene vergadering
die besluit over de vaststelling van de jaarrekening bij te
wonen en daarin het woord te voeren.
6. Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de
volmacht elektronisch is vastgelegd. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, biedt de vennootschap aan de
aandeelhouder de mogelijkheid om haar langs elektronische weg
van de volmacht in kennis te stellen.
7. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht, kan bij de statuten de bevoegdheid van aandeelhouders
of certificaathouders zich te doen vertegenwoordigen niet worden
uitgesloten of beperkt.
Artikel 117a
1. De statuten kunnen bepalen dat
iedere aandeelhouder bevoegd is om, in persoon of bij een
schriftelijk gevolmachtigde, door middel van een elektronisch
communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen,
daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen.
2. Voor de toepassing van lid 1
is vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het
stemrecht kan uitoefenen. De statuten kunnen bepalen dat
bovendien is vereist dat de aandeelhouder via het elektronisch
communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
3. Bij of krachtens de statuten
kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het
elektronisch communicatiemiddel, mits deze voorwaarden redelijk
en noodzakelijk zijn voor de identificatie van de aandeelhouder
en de betrouwbaarheid en veiligheid van de communicatie. Indien
de voorwaarden krachtens de statuten worden gesteld, of artikel
114 lid 1 onderdeel d van toepassing is, worden deze voorwaarden
bij de oproeping bekend gemaakt.
4. Lid 1 tot en met 3 zijn van
overeenkomstige toepassing op de rechten van iedere houder van
een met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaat
van een aandeel.
5. Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de
volmacht elektronisch is vastgelegd. Indien aandelen van de
vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, biedt de vennootschap aan de
aandeelhouder de mogelijkheid om haar langs elektronische weg
van de volmacht in kennis te stellen.
Artikel 117b
1. De statuten kunnen bepalen dat
stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een
elektronisch communicatiemiddel of bij brief worden uitgebracht
gelijk worden gesteld met stemmen die ten tijde van de
vergadering worden uitgebracht. Deze stemmen worden niet eerder
uitgebracht dan op de in het derde lid bedoelde dag van
registratie.
2. Voor de toepassing van lid 1
hebben als stem- of vergadergerechtigde te gelden zij die op een
bij de bijeenroeping van een algemene vergadering te bepalen
tijdstip die rechten hebben en als zodanig zijn ingeschreven in
een door het bestuur aangewezen register, ongeacht wie ten tijde
van de algemene vergadering de rechthebbenden op de aandelen
zijn.
3. De dag van registratie is de
achtentwintigste dag voor die van de vergadering.
4. Bij de oproeping wordt de dag
van de registratie vermeld, alsmede de wijze waarop de stem- of
vergadergerechtigden zich kunnen laten registreren en de wijze
waarop zij hun rechten kunnen uitoefenen.
Artikel 118
1. Slechts aandeelhouders hebben
stemrecht. Iedere aandeelhouder heeft ten minste één stem. De
statuten kunnen bepalen dat een aandeelhouder niet gerechtigd is
tot uitoefening van het stemrecht zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire verplichting.
2. Indien het maatschappelijk
kapitaal in aandelen van een zelfde bedrag is verdeeld, brengt
iedere aandeelhouder zoveel stemmen uit als hij aandelen heeft.
3. Indien het maatschappelijk
kapitaal in aandelen van verschillend bedrag is verdeeld, is het
aantal stemmen van iedere aandeelhouder gelijk aan het aantal
malen, dat het bedrag van het kleinste aandeel is begrepen in
het gezamenlijk bedrag van zijn aandelen; gedeelten van stemmen
worden verwaarloosd.
4. Echter kan het door een zelfde
aandeelhouder uit te brengen aantal stemmen bij de statuten
worden beperkt, mits aandeelhouders wier bedrag aan aandelen
gelijk is, hetzelfde aantal stemmen uitbrengen en de beperking
voor de houders van een groter bedrag aan aandelen niet
gunstiger is geregeld dan voor de houders van een kleiner bedrag
aan aandelen.
5. Van het bepaalde bij het
tweede en het derde lid kan bij de statuten ook op andere wijze
worden afgeweken, mits aan eenzelfde aandeelhouder niet meer dan
zes stemmen worden toegekend indien het maatschappelijk kapitaal
is verdeeld in honderd of meer aandelen, en niet meer dan drie
stemmen indien het kapitaal in minder dan honderd aandelen is
verdeeld.
6. Onderaandelen die tezamen het
bedrag van een aandeel uitmaken worden met een zodanig aandeel
gelijkgesteld.
7. Voor een aandeel dat
toebehoort aan de vennootschap of aan een dochtermaatschappij
daarvan kan in de algemene vergadering geen stem worden
uitgebracht; evenmin voor een aandeel waarvan een hunner de
certificaten houdt. Vruchtgebruikers en pandhouders van aandelen
die aan de vennootschap en haar dochtermaatschappijen
toebehoren, zijn evenwel niet van hun stemrecht uitgesloten,
indien het vruchtgebruik of pandrecht was gevestigd voordat het
aandeel aan de vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan
toebehoorde. De vennootschap of een dochtermaatschappij daarvan
kan geen stem uitbrengen voor een aandeel waarop zij een recht
van vruchtgebruik of een pandrecht heeft.
Artikel 118a
1. Indien met medewerking van de
vennootschap certificaten van aandelen zijn uitgegeven die zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht of een met een
gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is wordt
de houder van de certificaten op zijn verzoek gevolmachtigd om
met uitsluiting van de volmachtgever het stemrecht verbonden aan
het betreffende aandeel of de betreffende aandelen uit te
oefenen in een in de volmacht aangegeven algemene vergadering.
Een aldus gevolmachtigde certificaathouder kan het stemrecht
naar eigen inzicht uitoefenen. De artikelen 88 lid 4 en 89 lid 4
zijn niet van toepassing.
2. De stemgerechtigde kan de
volmacht slechts beperken, uitsluiten of een gegeven volmacht
herroepen indien:
a. een openbaar bod is
aangekondigd of uitgebracht op aandelen in het kapitaal van
de vennootschap of op certificaten of de gerechtvaardigde
verwachting bestaat dat daartoe zal worden overgegaan,
zonder dat over het bod overeenstemming is bereikt met de
vennootschap;
b. een houder van
certificaten of meerdere houders van certificaten en
aandelen volgens een onderlinge regeling tot samenwerking al
dan niet samen met dochtermaatschappijen ten minste 25% van
het geplaatst kapitaal van de vennootschap verschaffen of
doen verschaffen; of
c. naar het oordeel van de
stemgerechtigde uitoefening van het stemrecht door een
houder van certificaten wezenlijk in strijd is met het
belang van de vennootschap en de daarmee verbonden
onderneming.
De stemgerechtigde brengt het
besluit tot beperking, intrekking of herroeping gemotiveerd ter
kennis van de certificaathouders en de overige aandeelhouders.
3. De bevoegdheid tot beperking,
uitsluiting of herroeping bestaat niet indien de stemgerechtigde
rechtspersoonlijkheid heeft en de meerderheid van stemmen in het
bestuur van de rechtspersoon kan worden uitgebracht door
a. bestuurders of gewezen
bestuurders alsmede commissarissen of gewezen commissarissen
van de vennootschap of haar groepsmaatschappijen;
b. natuurlijke personen in
dienst van de vennootschap of haar groepsmaatschappijen;
c. vaste adviseurs van de
vennootschap of haar groepsmaatschappijen.
4. Bij het besluit tot het
beperken, uitsluiten of herroepen van de volmacht en het besluit
over de wijze waarop het stemrecht wordt uitgeoefend, kunnen de
in het lid 3 bedoelde personen geen stem uitbrengen.
Artikel 119
1. De algemene vergadering kan
het bestuur voor een periode van ten hoogste vijf jaren
machtigen bij de bijeenroeping van een algemene vergadering te
bepalen dat voor de toepassing van artikel 117 leden 1 en 2
enartikel 117a leden 1 en 4 als stem- of vergadergerechtigde
hebben te gelden zij die op de in lid 2 bedoelde dag van
registratie die rechten hebben en als zodanig zijn ingeschreven
in een door het bestuur aangewezen register, ongeacht wie ten
tijde van de algemene vergadering de rechthebbenden op de
aandelen of certificaten zijn. De machtiging kan ook voor
onbepaalde tijd worden verleend bij de statuten. Indien aandelen
van de vennootschap of met medewerking van de vennootschap
uitgegeven certificaten daarvan zijn toegelaten tot de handel op
een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet
op het financieel toezicht, hebben voor de toepassing van
artikel 117 leden 1 en 2 en artikel 117a leden 1 en 4 als stem-
of vergadergerechtigde te gelden zij die op de in lid 2 bedoelde
dag van registratie die rechten hebben en als zodanig zijn
ingeschreven in een door het bestuur aangewezen register,
ongeacht wie ten tijde van de algemene vergadering de
rechthebbenden op de aandelen of certificaten zijn.
2. De dag van registratie is de
achtentwintigste dag voor die van de vergadering.
3. Bij de oproeping voor de
vergadering wordt de dag van registratie vermeld alsmede de
wijze waarop de stem- of vergadergerechtigden zich kunnen laten
registreren en de wijze waarop zij hun rechten kunnen
uitoefenen.
Artikel 120
1. Alle besluiten waaromtrent bij
de wet of de statuten geen grotere meerderheid is
voorgeschreven, worden genomen bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen. Staken de stemmen bij verkiezing van
personen, dan beslist het lot, staken de stemmen bij een andere
stemming, dan is het voorstel verworpen; een en ander voor zover
in de wet of de statuten niet een andere oplossing is
aangegeven. Deze oplossing kan bestaan in het opdragen van de
beslissing aan een derde.
2. Tenzij bij de wet of de
statuten anders is bepaald, is de geldigheid van besluiten niet
afhankelijk van het ter vergadering vertegenwoordigd gedeelte
van het kapitaal.
3. Indien in de statuten is
bepaald dat de geldigheid van een besluit afhankelijk is van het
ter vergadering vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal en
dit gedeelte ter vergadering niet vertegenwoordigd was, kan,
tenzij de statuten anders bepalen, een nieuwe vergadering worden
bijeengeroepen waarin het besluit kan worden genomen,
onafhankelijk van het op deze vergadering vertegenwoordigd
gedeelte van het kapitaal. Bij de oproeping tot de nieuwe
vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan
worden genomen, onafhankelijk van het ter vergadering
vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal.
4. Het bestuur van de
vennootschap houdt van de genomen besluiten aantekening. De
aantekeningen liggen ten kantore van de vennootschap ter inzage
van de aandeelhouders en de houders van de met medewerking van
de vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen. Aan
ieder van dezen wordt desgevraagd afschrift of uittreksel van
deze aantekeningen verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs.
5. Onverminderd het bepaalde in
lid 4 stelt de vennootschap waarvan aandelen of met medewerking
van de vennootschap uitgegeven certificaten daarvan zijn
toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht
voor elk genomen besluit vast:
a. het aantal aandelen
waarvoor geldige stemmen zijn uitgebracht;
b. het percentage dat het
aantal onder a bedoelde aandelen vertegenwoordigt in het
geplaatste kapitaal;
c. het totale aantal geldig
uitgebrachte stemmen;
d. het aantal stemmen dat
voor en tegen het besluit is uitgebracht, alsmede het aantal
onthoudingen.
Artikel 121
1. De algemene vergadering is
bevoegd de statuten te wijzigen; voor zover bij de statuten de
bevoegdheid tot wijziging mocht zijn uitgesloten, is wijziging
niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering
waarin het gehele geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
2. Een bepaling in de statuten,
die de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen der statuten beperkt, kan slechts worden gewijzigd
met inachtneming van gelijke beperking.
3. Een bepaling in de statuten,
die de bevoegdheid tot wijziging van een of meer andere
bepalingen uitsluit, kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal
is vertegenwoordigd.
Artikel 121a
1. Het besluit tot verhoging van
het bedrag van de aandelen en van het maatschappelijk kapitaal
volgens artikel 67a wordt genomen bij volstrekte meerderheid van
stemmen. Het besluit tot vermindering van het bedrag van de
aandelen en van het maatschappelijk kapitaal wordt genomen met
een meerderheid van ten minste twee-derde van de uitgebrachte
stemmen indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal
is vertegenwoordigd. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan
is naast het besluit tot verhoging of verlaging een voorafgaand
of gelijktijdig goedkeurend besluit nodig van elke groep van
houders van aandelen waaraan de omzetting afbreuk doet.
2. Voor de toepassing van deze
bepaling wordt onder aandelen van een bepaalde soort tevens
begrepen aandelen met een onderscheiden nominale waarde.
Artikel 122
Wijziging van een bepaling der
statuten, waarbij aan een ander dan aan aandeelhouders der
vennootschap als zodanig enig recht is toegekend, kan indien de
gerechtigde in de wijziging niet toestemt, aan diens recht geen
nadeel toebrengen; tenzij ten tijde van de toekenning van het
recht de bevoegdheid tot wijziging bij die bepaling uitdrukkelijk
was voorbehouden.
Artikel 123
1. Wanneer aan de algemene
vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten zal
worden gedaan, moet zulks steeds bij de oproeping tot de
algemene vergadering worden vermeld.
2. Degenen die zodanige oproeping
hebben gedaan, moeten tegelijkertijd een afschrift van dat
voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is
opgenomen, ten kantore van de vennootschap nederleggen ter
inzage voor iedere aandeelhouder tot de afloop der vergadering.
Artikel 114 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.
3. De aandeelhouders moeten in de
gelegenheid worden gesteld van de dag der nederlegging tot die
der algemene vergadering een afschrift van het voorstel, gelijk
bij het vorige lid bedoeld, te verkrijgen. Deze afschriften
worden kosteloos verstrekt.
4. Hetgeen in dit artikel met
betrekking tot aandeelhouders is bepaald, is van overeenkomstige
toepassing op houders van met medewerking der vennootschap
uitgegeven certificaten van aandelen.
Artikel 124
1. Van een wijziging in de
statuten wordt, op straffe van nietigheid, een notariële akte
opgemaakt. De akte wordt verleden in de Nederlandse taal.
2. Die akte kan bestaan in een
notarieel proces-verbaal van de algemene vergadering, waarin de
wijziging aangenomen is, of in een later verleden notariële
akte. Het bestuur is bevoegd de akte te doen verlijden, ook
zonder daartoe door de algemene vergadering te zijn gemachtigd.
3. Wordt het maatschappelijke
kapitaal gewijzigd, dan vermeldt de akte welk deel daarvan is
geplaatst.
Artikel 125 [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 126
De bestuurders zijn verplicht een
authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten
neder te leggen ten kantore van het handelsregister.
Artikel 127
Gedurende het faillissement der
naamloze vennootschap kan in haar statuten geen wijziging worden
aangebracht dan met toestemming van de curator.
Artikel 128
1. De statuten kunnen bepalen dat
besluitvorming van aandeelhouders op andere wijze dan in een
vergadering kan geschieden, tenzij aandelen aan toonder of, met
medewerking van de vennootschap, certificaten van aandelen zijn
uitgegeven. Indien de statuten een zodanige regeling bevatten,
is zulk een besluitvorming slechts mogelijk met algemene stemmen
van de stemgerechtigde aandeelhouders. De stemmen worden
schriftelijk uitgebracht.
2. Tenzij de statuten anders
bepalen kunnen de stemmen ook langs elektronische weg worden
uitgebracht.
Afdeling 5. Het bestuur van de
naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur
Artikel 129
1. Behoudens beperkingen volgens
de statuten is het bestuur belast met het besturen van de
vennootschap.
2. De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één
stem wordt toegekend. Een bestuurder kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen.
3. Besluiten van het bestuur
kunnen bij of krachtens de statuten slechts worden onderworpen
aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap.
4. De statuten kunnen bepalen dat
het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van een
orgaan van de vennootschap die de algemene lijnen van het te
voeren beleid op nader in de statuten aangegeven terreinen
betreffen.
Artikel 129a [Treedt in werking op
een nader te bepalen tijdstip]
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat de bestuurstaken worden verdeeld over één of meer
niet uitvoerende bestuurders en één of meer uitvoerende
bestuurders. De taak om toezicht te houden op de taakuitoefening
door bestuurders kan niet door een taakverdeling worden ontnomen
aan niet uitvoerende bestuurders. Het voorzitterschap van het
bestuur, het doen van voordrachten voor benoeming van een
bestuurder en het vaststellen van de bezoldiging van uitvoerende
bestuurders kan niet aan een uitvoerende bestuurder worden
toebedeeld. Niet uitvoerende bestuurders zijn natuurlijke
personen.
2. De uitvoerende bestuurders
nemen niet deel aan de besluitvorming over het vaststellen van
de bezoldiging van uitvoerende bestuurders.
3. Bij of krachtens de statuten
kan worden bepaald dat een of meer bestuurders rechtsgeldig
kunnen besluiten omtrent zaken die tot zijn respectievelijk hun
taak behoren. Bepaling krachtens de statuten geschiedt
schriftelijk.
Artikel 130
1. Het bestuur vertegenwoordigt
de vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.
2. De bevoegdheid tot
vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De
statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur
slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts
bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met
medewerking van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3. Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder
toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet
niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid
tot vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden
ingeroepen.
4. De statuten kunnen ook aan
andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot
vertegenwoordiging toekennen.
Artikel 131
De rechtbank, binnen welker
rechtsgebied de vennootschap haar woonplaats heeft, neemt kennis
van alle rechtsvorderingen betreffende de overeenkomst tussen de
naamloze vennootschap en de bestuurder, daaronder begrepen de
vordering bedoeld bij artikel 138 van dit Boek, waarvan het bedrag
onbepaald is of € 25.000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt
kennis van verzoeken als bedoeld in artikel 685 van Boek 7
betreffende de in de eerste zin genoemde overeenkomst. De zaken,
bedoeld in de eerste en tweede volzin, worden niet behandeld en
beslist door de kantonrechter.
Artikel 132
1. De benoeming van bestuurders
geschiedt voor de eerste maal bij de akte van oprichting en
later door de algemene vergadering, tenzij zij overeenkomstig
artikel 162 van dit Boek door de raad van commissarissen
geschiedt.
2. De statuten kunnen de kring
van benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan
de bestuurders moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden
gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met
twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft
van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
Artikel 132a [Treedt in werking op
een nader te bepalen tijdstip]
1. Bestuurder kunnen niet zijn:
a. personen die commissaris
of niet uitvoerende bestuurder zijn bij ten minste twee
rechtspersonen;
b. personen die voorzitter
zijn van de raad van commissarissen van een rechtspersoon of
van het bestuur van een rechtspersoon indien de
bestuurstaken zijn verdeeld over uitvoerende en niet
uitvoerende bestuurders.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt met een commissaris gelijkgesteld de persoon die lid is
van een toezichthoudend orgaan dat bij de statuten van een
rechtspersoon is ingesteld, wordt de benoeming bij een
groepsmaatschappij van de vennootschap niet meegeteld en betreft
de verwijzing naar rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze
vennootschap, de besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid en de stichting die niet voldoen aan ten
minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1.
Artikel 133
1. Bij de statuten kan worden
bepaald, dat de benoeming door de algemene vergadering zal
geschieden uit een voordracht, die ten minste twee personen voor
iedere te vervullen plaats bevat.
2. De algemene vergadering kan
echter aan zodanige voordracht steeds het bindend karakter
ontnemen bij een besluit genomen met twee derden van de
uitgebrachte stemmen, die meer dan de helft van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen.
3. De vorige leden zijn niet van
toepassing, indien de benoeming geschiedt door de raad van
commissarissen.
Artikel 134
1. Iedere bestuurder kan te allen
tijde worden geschorst en ontslagen door degene die bevoegd is
tot benoeming.
2. Indien in de statuten is
bepaald dat het besluit tot schorsing of ontslag slechts mag
worden genomen met een versterkte meerderheid in een algemene
vergadering, waarin een bepaald gedeelte van het kapitaal is
vertegenwoordigd, mag deze versterkte meerderheid twee derden
der uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende meer dan de helft
van het kapitaal, niet te boven gaan.
3. Een veroordeling tot herstel
van de arbeidsovereenkomst tussen naamloze vennootschap en
bestuurder kan door de rechter niet worden uitgesproken.
4. De statuten moeten
voorschriften bevatten omtrent de wijze, waarop in het bestuur
van de vennootschap voorlopig wordt voorzien ingeval van
ontstentenis of belet van bestuurders.
Artikel 134a
1. Indien de vennootschap
krachtens wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft
ingesteld, wordt het voorstel tot benoeming, schorsing of
ontslag van een bestuurder niet aan de algemene vergadering
aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor de datum
van oproeping als bedoeld inartikel 114 in de gelegenheid is
gesteld hierover een standpunt te bepalen. Het standpunt van de
ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het voorstel tot
benoeming, schorsing of ontslag aan de algemene vergadering
aangeboden. De voorzitter of een door hem aangewezen lid van de
ondernemingsraad kan het standpunt van de ondernemingsraad in de
algemene vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt
tast de besluitvorming over het voorstel tot benoeming,
schorsing of ontslag niet aan.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van een dochtermaatschappij,
mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de
groepsmaatschappijen in meerderheid binnen Nederland werkzaam
zijn. Is er meer dan één ondernemingsraad, dan wordt de
bevoegdheid door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komt de bevoegdheid toe aan de
centrale ondernemingsraad.
Artikel 135
1. De vennootschap heeft een
beleid op het terrein van bezoldiging van het bestuur. Het
beleid wordt vastgesteld door de algemene vergadering. In het
bezoldigingsbeleid komen ten minste de in artikel 383c tot en
met e omschreven onderwerpen aan de orde, voor zover deze het
bestuur betreffen.
2. Indien de vennootschap
krachtens wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft
ingesteld, wordt het voorstel tot vaststelling van het
bezoldigingsbeleid niet aan de algemene vergadering aangeboden,
dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping
als bedoeld in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover
een standpunt te bepalen. Het standpunt van de ondernemingsraad
wordt, gelijktijdig met het voorstel tot vaststelling van het
bezoldigingsbeleid, aan de algemene vergadering aangeboden. De
voorzitter of een door hem aangewezen lid van de
ondernemingsraad kan het standpunt van de ondernemingsraad in de
algemene vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt
tast de besluitvorming inzake het bezoldigingsbeleid niet aan.
3. Voor de toepassing van lid 2
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van een dochtermaatschappij,
mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de
groepsmaatschappijen in meerderheid binnen Nederland werkzaam
zijn. Is er meer dan één ondernemingsraad, dan wordt de
bevoegdheid door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komt de bevoegdheid toe aan de
centrale ondernemingsraad.
4. De bezoldiging van bestuurders
wordt met inachtneming van het beleid, bedoeld in lid 1,
vastgesteld door de algemene vergadering, tenzij bij de statuten
een ander orgaan is aangewezen.
5. Indien in de statuten is
bepaald dat een ander orgaan dan de algemene vergadering de
bezoldiging vaststelt, legt dat orgaan ten aanzien van
regelingen in de vorm van aandelen of rechten tot het nemen van
aandelen een voorstel ter goedkeuring voor aan de algemene
vergadering. In het voorstel moet ten minste zijn bepaald
hoeveel aandelen of rechten tot het nemen van aandelen aan het
bestuur mogen worden toegekend en welke criteria gelden voor
toekenning of wijziging. Het ontbreken van de goedkeuring van de
algemene vergadering tast de vertegenwoordigingbevoegdheid van
het orgaan niet aan.
Artikel 136
Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, is het bestuur zonder opdracht der algemene vergadering
niet bevoegd aangifte te doen tot faillietverklaring van de
naamloze vennootschap.
Artikel 137
1. Rechtshandelingen van de
vennootschap jegens de houder van alle aandelen in het kapitaal
van de vennootschap of jegens een deelgenoot in een
huwelijksgemeenschap of in een gemeenschap van een geregistreerd
partnerschap waartoe alle aandelen in het kapitaal van de
vennootschap behoren, waarbij de vennootschap wordt
vertegenwoordigd door deze aandeelhouder of door een van de
deelgenoten, worden schriftelijk vastgelegd. Voor de toepassing
van de vorige zin worden aandelen gehouden door de vennootschap
of haar dochtermaatschappijen niet meegeteld. Indien de eerste
zin niet in acht is genomen, kan de rechtshandeling ten behoeve
van de vennootschap worden vernietigd.
2. Lid 1 is niet van toepassing
op rechtshandelingen die onder de bedongen voorwaarden tot de
gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren.
Artikel 138
1. In geval van faillissement van
de naamloze vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel
hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor
zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen
worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk
onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een
belangrijke oorzaak is van het faillissement.
2. Indien het bestuur niet heeft
voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394,
heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat
onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het
faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig
aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of
commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de
verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk
verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
3. Niet aansprakelijk is de
bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door
het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is
geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af
te wenden.
4. De rechter kan het bedrag
waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn verminderen indien
hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de aard en de ernst van de
onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, de andere
oorzaken van het faillissement, alsmede de wijze waarop dit is
afgewikkeld. De rechter kan voorts het bedrag van de
aansprakelijkheid van een afzonderlijke bestuurder verminderen
indien hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de tijd gedurende
welke die bestuurder als zodanig in functie is geweest in de
periode waarin de onbehoorlijke taakvervulling plaats vond.
5. Is de omvang van het tekort
nog niet bekend, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing
van het vierde lid, bepalen dat van het tekort tot betaling
waarvan hij de bestuurders veroordeelt, een staat wordt
opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de zesde titel van
het tweede boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
6. De vordering kan slechts
worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de
periode van drie jaren voorafgaande aan het faillissement. Een
aan de bestuurder verleende kwijting staat aan het instellen van
de vordering niet in de weg.
7. Met een bestuurder wordt voor
de toepassing van dit artikel gelijkgesteld degene die het
beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald,
als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld
tegen de door de rechter benoemde bewindvoerder.
8. Dit artikel laat onverlet de
bevoegdheid van de curator tot het instellen van een vordering
op grond van de overeenkomst met de bestuurder of op grond van
artikel 9.
9. Indien een bestuurder
ingevolge dit artikel aansprakelijk is en niet in staat is tot
betaling van zijn schuld terzake, kan de curator de door die
bestuurder onverplicht verrichte rechtshandelingen waardoor de
mogelijkheid tot verhaal op hem is verminderd, ten behoeve van
de boedel door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen,
indien aannemelijk is dat deze geheel of nagenoeg geheel met het
oogmerk van vermindering van dat verhaal zijn verricht. Artikel
45 leden 4 en 5 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing.
10. Indien de boedel ontoereikend
is voor het instellen van een rechtsvordering op grond van dit
artikel of artikel 9 of voor het instellen van een voorafgaand
onderzoek naar de mogelijkheid daartoe, kan de curator Onze
Minister van Justitie verzoeken hem bij wijze van voorschot de
benodigde middelen te verschaffen. Onze Minister kan regels
stellen voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek
en de grenzen waarbinnen het verzoek kan worden toegewezen. Het
verzoek moet de gronden bevatten waarop het berust, alsmede een
beredeneerde schatting van de kosten en de omvang van het
onderzoek. Het verzoek, voor zover het betreft het instellen van
een voorafgaand onderzoek, behoeft de goedkeuring van de
rechter-commissaris.
Artikel 139
Indien door de jaarrekening, door
tussentijdse cijfers die de vennootschap bekend heeft gemaakt of
door het jaarverslag een misleidende voorstelling wordt gegeven
van de toestand der vennootschap, zijn de bestuurders tegenover
derden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen
dientengevolge geleden. De bestuurder die bewijst dat dit aan hem
niet te wijten is, is niet aansprakelijk.
Artikel 140
1. Bij de statuten kan worden
bepaald dat er een raad van commissarissen zal zijn. De raad
bestaat uit een of meer natuurlijke personen.
2. De raad van commissarissen
heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur
en op de algemene gang van zaken in de vennootschap en de met
haar verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad ter
zijde. Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen
zich naar het belang van de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming.
3. De statuten kunnen aanvullende
bepalingen omtrent de taak en de bevoegdheden van de raad en van
zijn leden bevatten.
4. De statuten kunnen bepalen dat
een met name of in functie aangeduide commissaris meer dan één
stem wordt toegekend. Een commissaris kan niet meer stemmen
uitbrengen dan de andere commissarissen tezamen.
Artikel 141
1. Het bestuur verschaft de raad
van commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak
noodzakelijke gegevens.
2. Het bestuur stelt ten minste
een keer per jaar de raad van commissarissen schriftelijk op de
hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de
algemene en financiële risico's en het beheers- en
controlesysteem van de vennootschap.
Artikel 142
1. De commissarissen die niet
reeds bij de akte van oprichting zijn aangewezen, worden benoemd
door de algemene vergadering. De statuten kunnen de kring van
benoembare personen beperken door eisen te stellen waaraan de
commissarissen moeten voldoen. De eisen kunnen terzijde worden
gesteld door een besluit van de algemene vergadering genomen met
twee derden van de uitgebrachte stemmen die meer dan de helft
van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
2. De eerste twee leden van
artikel 133 van dit Boek zijn van overeenkomstige toepassing,
indien de benoeming door de algemene vergadering geschiedt.
3. Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris worden van de
kandidaat medegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan
door hem gehouden aandelen in het kapitaal der vennootschap en
de betrekkingen die hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor
zover die van belang zijn in verband met de vervulling van de
taak van een commissaris. Tevens wordt vermeld aan welke
rechtspersonen hij reeds als commissaris is verbonden; indien
zich daaronder rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde groep
behoren, kan met de aanduiding van de groep worden volstaan. De
aanbeveling en de voordracht tot benoeming of herbenoeming
worden gemotiveerd. Bij herbenoeming wordt rekening gehouden met
de wijze waarop de kandidaat zijn taak als commissaris heeft
vervuld.
Artikel 142a [Treedt in werking op
een nader te bepalen tijdstip]
1. Commissaris kunnen niet zijn:
personen die commissaris of niet uitvoerende bestuurder zijn bij
ten minste vijf rechtspersonen, waarbij het voorzitterschap van
de raad van commissarissen of het bestuur, indien de
bestuurstaken zijn verdeeld over uitvoerende en niet uitvoerende
bestuurders, dubbel telt.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt met een commissaris gelijkgesteld de persoon die lid is
van een toezichthoudend orgaan dat bij de statuten van een
rechtspersoon is ingesteld, wordt de benoeming bij een
groepsmaatschappij van de vennootschap niet meegeteld en betreft
de verwijzing naar rechtspersonen de rechtsvorm van de naamloze
vennootschap, de besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid en de stichting, die niet voldoen aan ten
minste twee van de vereisten genoemd in artikel 397 lid 1.
Artikel 143
Bij de statuten kan worden bepaald
dat een of meer commissarissen, doch ten hoogste een derde van het
gehele aantal, zullen worden benoemd door anderen dan de algemene
vergadering. Is de benoeming van commissarissen geregeld
overeenkomstig de artikelen 158 en 159 van dit Boek, dan vindt de
vorige zin geen toepassing.
Artikel 144
1. Een commissaris kan worden
geschorst en ontslagen door degene, die bevoegd is tot
benoeming, tenzij artikel 161 leden 2 en 3 of artikel 161a van
dit Boek van toepassing is.
2. Het tweede en het derde lid
van artikel 134 van dit Boek zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 144a
1. Indien de vennootschap
krachtens wettelijke bepalingen een ondernemingsraad heeft
ingesteld, wordt het voorstel tot benoeming, schorsing of
ontslag van een commissaris niet aan de algemene vergadering
aangeboden, dan nadat de ondernemingsraad tijdig voor de datum
van oproeping als bedoeld inartikel 114 in de gelegenheid is
gesteld hierover een standpunt te bepalen. Het standpunt van de
ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het voorstel tot
benoeming, schorsing of ontslag aan de algemene vergadering
aangeboden. De voorzitter of een door hem aangewezen lid van de
ondernemingsraad kan het standpunt van de ondernemingsraad in de
algemene vergadering toelichten. Het ontbreken van dat standpunt
tast de besluitvorming over het voorstel tot benoeming,
schorsing of ontslag niet aan.
2. Voor de toepassing van lid 1
wordt onder de ondernemingsraad mede verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van een dochtermaatschappij,
mits de werknemers in dienst van de vennootschap en de
groepsmaatschappijen in meerderheid binnen Nederland werkzaam
zijn. Is er meer dan één ondernemingsraad, dan wordt de
bevoegdheid door deze raden gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komt de bevoegdheid toe aan de
centrale ondernemingsraad.
Artikel 145
De algemene vergadering kan aan de
commissarissen een bezoldiging toekennen.
Artikel 146
Tenzij bij de statuten anders is
bepaald, wordt de naamloze vennootschap in alle gevallen waarin
zij een tegenstrijdig belang heeft met een of meer bestuurders,
vertegenwoordigd door commissarissen. De algemene vergadering is
steeds bevoegd een of meer andere personen daartoe aan te wijzen.
Artikel 147
1. Tenzij bij de statuten anders
is bepaald, is de raad van commissarissen bevoegd iedere
bestuurder te allen tijde te schorsen.
2. De schorsing kan te allen
tijde door de algemene vergadering worden opgeheven, tenzij de
bevoegdheid tot benoeming van de bestuurders bij de raad van
commissarissen berust.
Artikel 148 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 149
Het bepaalde bij de artikelen 9,
131 en 138 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
taakvervulling door de raad van commissarissen.
Artikel 150
Indien door de jaarrekening een
misleidende voorstelling wordt gegeven van de toestand der
vennootschap, zijn de commissarissen naast de bestuurders
tegenover derden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door
dezen dientengevolge geleden. De commissaris die bewijst dat zulks
niet aan een tekortkoming zijnerzijds in het toezicht is te
wijten, is niet aansprakelijk.
Artikel 151
1. Allen, commissarissen of
anderen, die, zonder deel uit te maken van het bestuur der
naamloze vennootschap, krachtens enige bepaling der statuten of
krachtens besluit der algemene vergadering, voor zekere tijd of
onder zekere omstandigheden daden van bestuur verrichten, worden
te dien aanzien, wat hun rechten en verplichtingen ten opzichte
van de vennootschap en van derden betreft, als bestuurders
aangemerkt.
2. Het goedkeuren van bepaalde
bestuurshandelingen of het daartoe machtigen geldt niet als het
verrichten van daden van bestuur.
Afdeling 6. De raad van
commissarissen bij de grote naamloze vennootschap
Artikel 152
In deze afdeling wordt onder een
afhankelijke maatschappij verstaan:
a. een rechtspersoon waaraan de
naamloze vennootschap of een of meer afhankelijke
maatschappijen alleen of samen voor eigen rekening ten minste
de helft van het geplaatste kapitaal verschaffen,
b. een vennootschap waarvan een
onderneming in het handelsregister is ingeschreven en waarvoor
de naamloze vennootschap of een afhankelijke maatschappij als
vennote jegens derden volledig aansprakelijk is voor alle
schulden.
Artikel 153
1. Een naamloze vennootschap
moet, indien het volgende lid op haar van toepassing is, binnen
twee maanden na de vaststelling van haar jaarrekening door de
algemene vergadering ten kantore van het handelsregister opgaaf
doen, dat zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet.
Totdat artikel 154 lid 3 van dit Boek toepassing heeft gevonden,
vermeldt het bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de
opgaaf is gedaan; wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan
melding gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de datum van
die doorhaling wordt uitgebracht.
2. De verplichting tot het doen
van een opgaaf geldt, indien:
a. het geplaatste kapitaal
der vennootschap tezamen met de reserves volgens de balans
met toelichting ten minste een bij koninklijk besluit
vastgesteld grensbedrag beloopt,
b. de vennootschap of een
afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke verplichting
een ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de vennootschap en
haar afhankelijke maatschappijen, tezamen in de regel ten
minste honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.
3. De verplichting tot het doen
van een opgaaf geldt niet voor:
a. een vennootschap die
afhankelijke maatschappij is van een rechtspersoon waarop de
artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met
161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn, een vennootschap die afhankelijke
maatschappij is van een Europese naamloze vennootschap in de
zin van Verordening (EG) Nr. 2157/2001 (Pb L 294) waarvan in
de statuten is bepaald dat de artikelen 158 leden 1 tot en
met 12, 159, 161, 161a en 164 van overeenkomstige toepassing
zijn, danwel een vennootschap die afhankelijke maatschappij
is van een Europese coöperatieve vennootschap in de zin van
Verordening (EG) Nr. 1435/2003 (PbEU L 207) waarvan in de
statuten is bepaald dat de artikelen 158 leden 1 tot en met
12, 159, 161a en 164 van overeenkomstige toepassing zijn en
dat het ontslag van leden van het toezichthoudend orgaan
geschiedt door de algemene vergadering, bedoeld in artikel
52 van de Verordening, bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen vertegenwoordigend ten minste een derde
van het totale aantal stemrechten op grond van de statuten,
b. een vennootschap wier
werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
beperkt tot het beheer en de financiering van
groepsmaatschappijen, en van haar en hun deelnemingen in
andere rechtspersonen, mits de werknemers in dienst van de
vennootschap en de groepsmaatschappijen in meerderheid
buiten Nederland werkzaam zijn,
c. een vennootschap die
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een vennootschap als
bedoeld onder b of in artikel 263 lid 3 onder b, en aan de
in die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en
rechtspersonen diensten ten behoeve van het beheer en de
financiering verleent, en
d. een vennootschap waarin
voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal volgens
een onderlinge regeling tot samenwerking wordt deelgenomen
door twee of meer rechtspersonen waarop de artikelen 63f tot
en met 63j, de artikelen 158 tot en met 161 en 164 of de
artikelen 268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn of
die afhankelijke maatschappij zijn van zulk een
rechtspersoon.
4. Het in onderdeel a van lid 2
genoemde grensbedrag wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van een bij
algemene maatregel van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer
sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het wordt daarbij
afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro. Het bedrag
wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde
bedrag minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst
vastgestelde bedrag.
5. Onder het geplaatste kapitaal
met de reserves wordt in lid 2 onder a begrepen de gezamenlijke
verrichte en nog te verrichten inbreng van vennoten bij wijze
van geldschieting in afhankelijke maatschappijen die
commanditaire vennootschap zijn, voor zover dit niet tot
dubbeltelling leidt.
Artikel 154
1. De artikelen 158-164 van dit
Boek zijn van toepassing op een vennootschap waaromtrent een
opgaaf als bedoeld in het vorige artikel gedurende drie jaren
onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt geacht niet te
zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf, welke
tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is
ongedaan gemaakt.
2. De doorhaling van de
inschrijving op grond van de omstandigheid dat de vennootschap
niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid
van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de
artikelen 158-164 van dit Boek slechts eindigen, indien drie
jaren na de doorhaling zijn verstreken en de vennootschap
gedurende die termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is
verplicht geweest.
3. De vennootschap brengt haar
statuten in overeenstemming met de artikelen 158-164 welke voor
haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag waarop die
artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.
4. In de eerstvolgende
vergadering nadat de vennootschap waarop de artikelen 158 tot en
met 164 of 158 tot en met 161 en 164 van toepassing zijn gaat
voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 153 lid 3,
154 lid 2, 155of 155a, doet het bestuur aan de algemene
vergadering het voorstel in de statuten de wijze van benoeming
en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden van de
raad van commissarissen te regelen zonder toepassing van de
artikelen 158 tot en met 164 respectievelijk de artikelen 158
tot en met 161 en 164, dan wel het voorstel deze artikelen
geheel of met uitzondering van artikel 162 te blijven toepassen.
Het besluit wordt genomen met volstrekte meerderheid van
stemmen. De bevoegdheid van de algemene vergadering tot het
nemen van een besluit ter uitvoering van dit artikel kan niet
worden beperkt.
5. Uiterlijk twaalf maanden nadat
het besluit bedoeld in lid 4 is genomen, legt het bestuur aan de
algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten
voor. Indien de algemene vergadering geen besluit tot
statutenwijziging neemt, stelt de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam op verzoek van degene die daartoe
krachtens het volgende lid bevoegd is, de statuten vast. De
laatste twee zinnen van lid 4 zijn van overeenkomstige
toepassing.
6. Een verzoek tot vaststelling
van de statuten kan worden ingediend door een daartoe aangewezen
vertegenwoordiger van het bestuur of van de raad van
commissarissen en door degene die gerechtigd is tot agendering
ingevolge artikel 114a.
7. De ondernemingskamer regelt zo
nodig de gevolgen van de door haar genomen beslissing. De
griffier van de ondernemingskamer doet ten kantore van het
handelsregister waar de vennootschap is ingeschreven een
afschrift van de beschikking van de ondernemingskamer
neerleggen.
Artikel 155
1. In afwijking van artikel 154
geldt artikel 162 niet voor een vennootschap waarin een
deelneming voor ten minste de helft van het geplaatste kapitaal
wordt gehouden:
a. door een rechtspersoon
waarvan de werknemers in meerderheid buiten Nederland
werkzaam zijn, of door afhankelijke maatschappijen daarvan
b. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een aantal van zulke
rechtspersonen of maatschappijen, of
c. volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking door een of meer van zulke
rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor
artikel 153 lid 3 onder a of artikel 263 lid 3 onder a geldt
of waarop de artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen 158
tot en met 161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en
274 van toepassing zijn.
2. De uitzondering volgens het
vorige lid geldt echter niet, indien de werknemers in dienst van
de vennootschap, tezamen met die in dienst van de rechtspersoon
of rechtspersonen, in meerderheid in Nederland werkzaam zijn.
3. Voor de toepassing van dit
artikel worden onder werknemers, in dienst van een
rechtspersoon, begrepen de werknemers in dienst van
groepsmaatschappijen.
Artikel 155a
1. In afwijking van artikel 154
geldt artikel 162 niet voor een vennootschap waarin:
a. een natuurlijk persoon het
gehele geplaatste kapitaal verschaft of doet verschaffen, of
twee of meer natuurlijke personen volgens een onderlinge
regeling tot samenwerking het gehele geplaatste kapitaal
verschaffen of doen verschaffen;
b. een stichting, een
vereniging of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 het
gehele geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaft of
doet verschaffen, of twee of meer van zulke rechtspersonen
volgens een onderlinge regeling tot samenwerking het gehele
geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaffen of doen
verschaffen.
2. Met de natuurlijke persoon
bedoeld in lid 1 worden gelijkgesteld de echtgenoot of
echtgenote en de geregistreerde partner. Eveneens worden
gelijkgesteld de bloedverwanten in rechte lijn, mits dezen
binnen zes maanden na het overlijden van de natuurlijke persoon
een onderlinge regeling tot samenwerking zijn aangegaan.
Artikel 156
Onze Minister van Justitie kan,
gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan een vennootschap op haar
verzoek ontheffing verlenen van een of meer der artikelen 158-164
van dit Boek; de ontheffing kan onder beperkingen worden verleend
en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts
worden gewijzigd en ingetrokken.
Artikel 157
1. Een vennootschap waarvoor
artikel 154 van dit Boek niet geldt, kan bij haar statuten de
wijze van benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en
bevoegdheden van de raad van commissarissen regelen
overeenkomstig de artikelen 158-164 van dit Boek indien zij of
een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad heeft
ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op de
ondernemingsraden van toepassing zijn. Zij mag daarbij artikel
162 buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde regeling in
de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad
ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de
bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing
zijn.
2. Een vennootschap waarvoor
artikel 155 of 155a geldt, kan de bevoegdheid tot benoeming en
ontslag van bestuurders regelen overeenkomstig artikel 162.
Artikel 158
1. De vennootschap heeft een raad
van commissarissen.
2. De raad van commissarissen
bestaat uit ten minste drie leden. Is het aantal commissarissen
minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld maatregelen tot
aanvulling van zijn ledental.
3. De raad van commissarissen
stelt een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast,
rekening houdend met de aard van de onderneming, haar
activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de
commissarissen. De raad bespreekt de profielschets voor het
eerst bij vaststelling en vervolgens bij iedere wijziging in de
algemene vergadering en met de ondernemingsraad.
4. De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 9, op voordracht van de raad van
commissarissen benoemd door de algemene vergadering, voor zover
de benoeming niet reeds is geschied bij de akte van oprichting
of voordat dit artikel op de vennootschap van toepassing is
geworden. De raad van commissarissen maakt de voordracht
gelijktijdig bekend aan de algemene vergadering en aan de
ondernemingsraad. De voordracht is met redenen omkleed.
Onverminderd het bepaalde in artikel 160 kunnen de statuten de
kring van benoembare personen niet beperken. De voordracht wordt
niet aan de algemene vergadering aangeboden dan nadat de
ondernemingsraad tijdig voor de datum van oproeping als bedoeld
in artikel 114 in de gelegenheid is gesteld hierover een
standpunt te bepalen. De voorzitter of een door hem aangewezen
lid van de ondernemingsraad kan het standpunt van de
ondernemingsraad in de algemene vergadering toelichten. Het
ontbreken van dat standpunt tast de besluitvorming over het
voorstel tot benoeming niet aan.
5. De algemene vergadering en de
ondernemingsraad kunnen aan de raad van commissarissen personen
aanbevelen om als commissaris te worden voorgedragen. De raad
deelt hun daartoe tijdig mede wanneer, ten gevolge waarvan en
overeenkomstig welk profiel in zijn midden een plaats moet
worden vervuld. Indien voor de plaats het in lid 6 bedoelde
versterkte recht van aanbeveling geldt, doet de raad van
commissarissen daarvan eveneens mededeling.
6. Voor een derde van het aantal
leden van de raad van commissarissen geldt dat de raad van
commissarissen een door de ondernemingsraad aanbevolen persoon
op de voordracht plaatst, tenzij de raad van commissarissen
bezwaar maakt tegen de aanbeveling op grond van de verwachting
dat de aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn voor de vervulling
van de taak van commissaris of dat de raad van commissarissen
bij benoeming overeenkomstig de aanbeveling niet naar behoren
zal zijn samengesteld. Indien het getal der leden van de raad
van commissarissen niet door drie deelbaar is, wordt het
naastgelegen lagere getal dat wel door drie deelbaar is in
aanmerking genomen voor de vaststelling van het aantal leden
waarvoor dit versterkte recht van aanbeveling geldt.
7. Indien de raad van
commissarissen bezwaar maakt, deelt hij de ondernemingsraad het
bezwaar onder opgave van redenen mede. De raad treedt onverwijld
in overleg met de ondernemingsraad met het oog op het bereiken
van overeenstemming over de voordracht. Indien de raad van
commissarissen constateert dat geen overeenstemming kan worden
bereikt, verzoekt een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van
de raad aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam het bezwaar gegrond te verklaren. Het verzoek wordt
niet eerder ingediend dan nadat vier weken zijn verstreken na
aanvang van het overleg met de ondernemingsraad. De raad van
commissarissen plaatst de aanbevolen persoon op de voordracht
indien de ondernemingskamer het bezwaar ongegrond verklaart.
Verklaart de ondernemingskamer het bezwaar gegrond, dan kan de
ondernemingsraad een nieuwe aanbeveling doen overeenkomstig het
bepaalde in lid 6.
8. De ondernemingskamer doet de
ondernemingsraad oproepen. Tegen de beslissing van de
ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
9. De algemene vergadering kan
bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, de voordracht afwijzen. Indien de aandeelhouders bij
volstrekte meerderheid van stemmen hun steun aan de kandidaat
onthouden, maar deze meerderheid niet ten minste een derde van
het geplaatste kapitaal vertegenwoordigde, kan een nieuwe
vergadering worden bijeengeroepen waarin de voordracht kan
worden afgewezen met volstrekte meerderheid van stemmen. Alsdan
maakt de raad van commissarissen een nieuwe voordracht op. De
leden 5 tot en met 8 zijn van toepassing. Indien de algemene
vergadering de voorgedragen persoon niet benoemt en niet besluit
tot afwijzing van de voordracht, benoemt de raad van
commissarissen de voorgedragen persoon.
10. De algemene vergadering kan
de bevoegdheid die haar volgens lid 5 toekomt voor een door haar
te bepalen duur van telkens ten hoogste twee achtereenvolgende
jaren, overdragen aan een commissie van aandeelhouders waarvan
zij de leden aanwijst; in dat geval doet de raad van
commissarissen aan de commissie de mededeling bedoeld in lid 5.
De algemene vergadering kan te allen tijde de overdracht
ongedaan maken.
11. Voor de toepassing van dit
artikel wordt onder de ondernemingsraad verstaan de
ondernemingsraad van de onderneming van de vennootschap of van
de onderneming van een afhankelijke maatschappij. Indien er meer
dan één ondernemingsraad is, worden de bevoegdheden van dit
artikel door deze raden afzonderlijk uitgeoefend; als er sprake
is van een voordracht als bedoeld in lid 6 worden de
bevoegdheden van dit lid door deze raden gezamenlijk
uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of ondernemingen
een centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komen de
bevoegdheden van de ondernemingsraad volgens dit artikel toe aan
de centrale ondernemingsraad.
12. In de statuten kan worden
afgeweken van de leden 2, 4 tot en met 7 en 9, met dien
verstande dat niet kan worden afgeweken van de eerste twee
zinnen van lid 9. Voor het besluit tot wijziging van de statuten
is de voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen en
de toestemming van de ondernemingsraad vereist.
Artikel 159
1. Ontbreken alle commissarissen,
anders dan ingevolge het bepaalde in artikel 161a, dan geschiedt
de benoeming door de algemene vergadering.
2. De ondernemingsraad kan
personen voor benoeming tot commissaris aanbevelen. Degene die
de algemene vergadering bijeenroept, deelt de ondernemingsraad
daartoe tijdig mede dat de benoeming van commissarissen
onderwerp van behandeling in de algemene vergadering zal zijn,
met vermelding of benoeming van een commissaris plaatsvindt
overeenkomstig het aanbevelingsrecht van de ondernemingsraad op
grond van artikel 158 lid 6.
3. De leden 6, 7, 8, 10 en 11 van
het vorig artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 160
Commissaris kunnen niet zijn:
a. personen die in dienst zijn
van de vennootschap;
b. personen die in dienst zijn
van een afhankelijke maatschappij;
c. bestuurders en personen in
dienst van een werknemersorganisatie welke pleegt betrokken te
zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de
onder a en b bedoelde personen.
Artikel 161
1. Een commissaris treedt
uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren
commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden
verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering na
afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de
rechtspersoon is gaan gelden.
2. De ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam kan op een desbetreffend verzoek een
commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens
andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging der
omstandigheden op grond waarvan handhaving als commissaris
redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden verlangd.
Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten deze
vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door
een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene
vergadering of van de ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van
artikel 158. De leden 10 en 11 van artikel 158zijn van
overeenkomstige toepassing.
3. Een commissaris kan worden
geschorst door de raad van commissarissen; de schorsing vervalt
van rechtswege, indien de vennootschap niet binnen een maand na
de aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in het vorige
lid bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
Artikel 161a
1. De algemene vergadering kan
bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste
kapitaal, het vertrouwen in de raad van commissarissen opzeggen.
Het besluit is met redenen omkleed. Het besluit kan niet worden
genomen ten aanzien van commissarissen die zijn aangesteld door
de ondernemingskamer overeenkomstig lid 3.
2. Een besluit als bedoeld in lid
1 wordt niet genomen dan nadat het bestuur de ondernemingsraad
van het voorstel voor het besluit en de gronden daartoe in
kennis heeft gesteld. De kennisgeving geschiedt ten minste 30
dagen voor de algemene vergadering waarin het voorstel wordt
behandeld. Indien de ondernemingsraad een standpunt over het
voorstel bepaalt, stelt het bestuur de raad van commissarissen
en de algemene vergadering van dit standpunt op de hoogte. De
ondernemingsraad kan zijn standpunt in de algemene vergadering
doen toelichten.
3. Het besluit bedoeld in lid 1
heeft het onmiddellijk ontslag van de leden van de raad van
commissarissen tot gevolg. Alsdan verzoekt het bestuur
onverwijld aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam tijdelijk een of meer commissarissen aan te stellen.
De ondernemingskamer regelt de gevolgen van de aanstelling.
4. De raad van commissarissen
bevordert dat binnen een door de ondernemingskamer vastgestelde
termijn een nieuwe raad wordt samengesteld met inachtneming
vanartikel 158.
Artikel 162
De raad van commissarissen benoemt
de bestuurders der vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door
enige bindende voordracht worden beperkt. Hij geeft de algemene
vergadering kennis van een voorgenomen benoeming van een
bestuurder der vennootschap; hij ontslaat een bestuurder niet dan
nadat de algemene vergadering over het voorgenomen ontslag is
gehoord. Het elfde lid van artikel 158 van dit Boek is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 163 [Vervallen per
01-10-2004]
Artikel 164
1. Aan de goedkeuring van de raad
van commissarissen zijn onderworpen de besluiten van het bestuur
omtrent:
a. uitgifte en verkrijging
van aandelen in en schuldbrieven ten laste van de
vennootschap of van schuldbrieven ten laste van een
commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma
waarvan de vennootschap volledig aansprakelijke vennote is;
b. medewerking aan de
uitgifte van certificaten van aandelen;
c. het aanvragen van
toelating van de onder a en b bedoelde stukken tot de handel
op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar
systeem uit een staat die geen lidstaat is dan wel het
aanvragen van een intrekking van zodanige toelating;
d. het aangaan of verbreken
van duurzame samenwerking van de vennootschap of een
afhankelijke maatschappij met een andere rechtspersoon of
vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke vennote in
een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma,
indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende
betekenis is voor de vennootschap;
e. het nemen van een
deelneming ter waarde van ten minste een vierde van het
bedrag van het geplaatste kapitaal met de reserves volgens
de balans met toelichting van de vennootschap, door haar of
een afhankelijke maatschappij in het kapitaal van een andere
vennootschap, alsmede het ingrijpend vergroten of
verminderen van zulk een deelneming;
f. investeringen welke een
bedrag gelijk aan ten minste een vierde gedeelte van het
geplaatste kapitaal met de reserves der vennootschap volgens
haar balans met toelichting vereisen;
g. een voorstel tot wijziging
van de statuten;
h. een voorstel tot
ontbinding van de vennootschap;
i. aangifte van faillissement
en aanvraag van surséance van betaling;
j. beëindiging van de
arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de vennootschap of van een afhankelijke maatschappij
tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende wijziging in
de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal
werknemers van de vennootschap of van een afhankelijke
maatschappij;
l. een voorstel tot
vermindering van het geplaatste kapitaal.
2. Het ontbreken van de
goedkeuring van de raad van commissarissen op een besluit als
bedoeld in lid 1 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van
bestuur of bestuurders niet aan.
Artikel 164a [Treedt in werking op
een nader te bepalen tijdstip]
1. In afwijking van artikel 158
lid 1 kan toepassing worden gegeven aanartikel 129a. In dat
geval is het bepaalde ten aanzien van de raad van commissarissen
onderscheidenlijk de commissarissen in artikel 158 leden 2 tot
en met 12, 159, 160, 161 en 161a van overeenkomstige toepassing
op de niet uitvoerende bestuurders van de vennootschap.
2. Indien toepassing is gegeven
aan artikel 129a, benoemen de niet uitvoerende bestuurders de
uitvoerende bestuurders van de vennootschap; deze bevoegdheid
kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt.Artikel
162, tweede en derde zin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Van de toepassing van artikel
129a lid 3 zijn uitgesloten de besluiten van het bestuur in de
zin van artikel 164.
4. Indien toepassing is gegeven
aan artikel 129a vereisen de besluiten in de zin van artikel 164
lid 1 de goedkeuring van de meerderheid van de niet uitvoerende
bestuurders van de vennootschap. Het ontbreken van de
goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur
of bestuurders niet aan.
Artikel 165 [Vervallen per
01-04-1987]
Afdeling 7. De ontbinding van de
naamloze vennootschap
Artikel 166 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 167 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 168 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 169 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 170 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 171 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 172 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 173 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 174 [Vervallen per
01-01-1992]
Afdeling 8. Het beroep
Artikel 174a
In afwijking van artikel 8:7 van de
Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen beschikkingen
tot weigering, wijziging of intrekking van de ontheffing, alsmede
een beschikking tot verlening van de ontheffing voor zover daaraan
voorschriften zijn verbonden danwel daarbij beperkingen zijn
opgelegd als bedoeld inartikel 156 de rechtbank te Rotterdam
bevoegd.
Titel 5. Besloten vennootschappen
met beperkte aansprakelijkheid
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 175
1. De besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid is een rechtspersoon met een in
aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal. Aandeelbewijzen
worden niet uitgegeven; de aandelen zijn niet vrij
overdraagbaar. Een aandeelhouder is niet persoonlijk
aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het bedrag dat op zijn
aandelen behoort te worden gestort in de verliezen van de
vennootschap bij te dragen.
2. De vennootschap wordt door een
of meer personen opgericht bij notariële akte. De akte wordt
getekend door iedere oprichter en door ieder die blijkens deze
akte een of meer aandelen neemt.
Artikel 176
De akte van oprichting van de
vennootschap wordt verleden in de Nederlandse taal. Een volmacht
tot medewerking aan die akte moet schriftelijk zijn verleend.
Artikel 177
1. De akte van oprichting moet de
statuten van de vennootschap bevatten. De statuten bevatten de
naam, de zetel en het doel van de vennootschap.
2. De naam vangt aan of eindigt
met de woorden Besloten Vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, hetzij voluit geschreven, hetzij afgekort tot
"B.V.".
3. De zetel moet zijn gelegen in
Nederland.
Artikel 178
1. De statuten vermelden het
bedrag van het maatschappelijk kapitaal en het aantal en het
bedrag van de aandelen in euro tot ten hoogste twee cijfers
achter de komma. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan
vermelden de statuten het aantal en het bedrag van elke soort.
De akte van oprichting vermeldt het bedrag van het geplaatste
kapitaal en van het gestorte deel daarvan. Zijn er verschillende
soorten aandelen dan worden de bedragen van het geplaatste en
van het gestorte kapitaal uitgesplitst per soort. De akte
vermeldt voorts van ieder die bij de oprichting aandelen neemt
de in artikel 196 lid 2 onder b en c bedoelde gegevens met het
aantal en de soort van de door hem genomen aandelen en het
daarop gestorte bedrag.
2. Het maatschappelijke en het
geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan moeten bij de
oprichting ten minste het minimumkapitaal bedragen[Red: Bij Stb.
2000/322 is dit bedrag m.i.v. 1 september 2000 vastgesteld op 18
000 euro.] dat bij koninklijk besluit is vastgesteld. Het
minimumkapitaal wordt ten hoogste eenmaal in de twee jaren
verhoogd of verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling sedert 1
januari 1985 van een bij algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen prijsindexcijfer; het wordt daarbij afgerond op het
naaste veelvoud van tweeduizendvijfhonderd euro. Het
minimumkapitaal wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het
minder dan tweeduizend euro afwijkt van het onafgeronde bedrag.
3. Is de som van het gestorte en
opgevraagde deel van het kapitaal en de reserves die krachtens
een andere wetsbepaling of de statuten moeten worden
aangehouden, geringer dan het laatst vastgestelde
minimumkapitaal, dan moet de vennootschap een reserve aanhouden
ter grootte van het verschil.
4. Van het maatschappelijke
kapitaal moet ten minste een vijfde gedeelte zijn geplaatst.
5. Een besloten vennootschap die
is ontstaan voor 1 januari 2002 kan het bedrag van het
maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden tot ten hoogste twee cijfers achter de komma.
Artikel 178a
1. Indien een besloten
vennootschap in de statuten het bedrag van het maatschappelijk
kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden omzet in euro,
wordt het bedrag van de geplaatste aandelen en het gestorte deel
daarvan in euro berekend volgens de krachtens artikel 109L,
vierde lid van het Verdrag betreffende de Europese Unie
definitief vastgestelde omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste
twee cijfers achter de komma. Het afgeronde bedrag van elk
aandeel in euro mag ten hoogste 15% hoger of lager liggen dan
het oorspronkelijke bedrag van het aandeel in gulden. Het totaal
van de bedragen van de aandelen in euro bedoeld in artikel 178
is het maatschappelijk kapitaal in euro. De som van de bedragen
van de geplaatste aandelen en het gestorte deel daarvan in euro
is het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel
daarvan in euro. De akte vermeldt het bedrag van het geplaatste
kapitaal en het gestorte deel daarvan in euro.
2. Is na omrekening volgens lid 1
de som van de bedragen van de geplaatste aandelen hoger dan het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het verdrag
betreffende de Europese unie definitief vastgestelde
omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan
wordt het verschil ten laste gebracht van de uitkeerbare
reserves of de reserves bedoeld in artikel 389 of 390. Zijn deze
reserves niet toereikend, dan vormt de vennootschap een
negatieve bijschrijvingsreserve ter grootte van het verschil dat
niet ten laste van de uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves
is gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden winst of te
vormen reserves is voldaan, mag de vennootschap geen uitkeringen
bedoeld in artikel 216 doen. Door het voldoen aan het bepaalde
in dit lid worden de aandelen geacht te zijn volgestort.
3. Is na omrekening volgens lid 1
de som van de bedragen van de geplaatste aandelen lager dat het
volgens de krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie definitief vastgestelde
omrekenkoers omgerekende bedrag van het geplaatst kapitaal, dan
houdt de vennootschap een niet-uitkeerbare reserve aan ter
grootte van het verschil. Artikel 208 is niet van toepassing.
Artikel 178b
Indien de vennootschap in afwijking
van artikel 178a het bedrag van de aandelen wijzigt, behoeft deze
wijziging de goedkeuring van elke groep van aandeelhouders aan
wier rechten de wijziging afbreuk doet. Bestaat krachtens de
wijziging recht op geld of schuldvorderingen, dan mag het
gezamenlijk bedrag daarvan een tiende van het gewijzigde nominale
bedrag van de aandelen niet te boven gaan.
Artikel 178c
1. Een besloten vennootschap
waarvan de statuten het maatschappelijk kapitaal en het bedrag
van de aandelen in gulden vermelden, kan in het maatschappelijk
verkeer de tegenwaarde in euro gebruiken tot ten hoogste twee
cijfers achter de komma, mits daarbij wordt verwezen naar dit
artikel. Dit gebruik van de tegenwaarde in euro heeft geen
rechtsgevolg.
2. Indien een besloten
vennootschap waarvan de statuten het bedrag van het
maatschappelijk kapitaal en het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden, na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in een of
meer bepalingen waarin bedragen in gulden worden uitgedrukt,
worden in de statuten alle bedragen omgezet in euro. De
artikelen 178a en 178b zijn van toepassing.
Artikel 179 [Vervallen per
01-07-2011]
Artikel 180
1. De bestuurders zijn verplicht
de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister en
een authentiek afschrift van de akte van oprichting en van de
daaraan ingevolge de artikelen 203a, 204 en 204a gehechte
stukken neer te leggen ten kantore van het handelsregister.
Tegelijkertijd moeten zij opgave doen van het totaal van de
vastgestelde en geraamde kosten die met de oprichting verband
houden en ten laste van de vennootschap komen.
2. De bestuurders zijn naast de
vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun
bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt
verbonden in het tijdvak voordat:
a. de opgave ter eerste
inschrijving in het handelsregister, vergezeld van de neer
te leggen afschriften, is geschied,
b. het gestorte deel van het
kapitaal ten minste het bij de oprichting voorgeschreven
minimumkapitaal bedraagt, en
c. op het bij de oprichting
geplaatste kapitaal ten minste een vierde van het nominale
bedrag is gestort.
Artikel 181
1. Wanneer de besloten
vennootschap zich krachtens artikel 18 omzet in een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, wordt iedere
aandeelhouder lid, tenzij hij de schadeloosstelling heeft
gevraagd, bedoeld in lid 2.
2. Op het besluit tot omzetting
is artikel 209 van toepassing, tenzij de vennootschap zich omzet
in een naamloze vennootschap. Na zulk een besluit kan iedere
aandeelhouder die niet met het besluit heeft ingestemd, de
vennootschap schadeloosstelling vragen voor het verlies van zijn
aandelen. Het verzoek tot schadeloosstelling moet schriftelijk
aan de vennootschap worden gedaan binnen één maand nadat zij
aan de aandeelhouder heeft meegedeeld dat hij deze
schadeloosstelling kan vragen. De mededeling geschiedt op de
zelfde wijze als de oproeping tot een algemene vergadering.
3. Bij gebreke van
overeenstemming wordt de schadeloosstelling bepaald door een of
meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest
gerede partij te benoemen door de rechtbank bij de machtiging
tot omzetting of door de voorzieningenrechter van de rechtbank.
De artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
Artikel 182 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 183
1. Wanneer een naamloze
vennootschap zich krachtens artikel 18 omzet in een besloten
vennootschap, wordt aan de akte van omzetting een verklaring van
een deskundige als bedoeld in artikel 393 gehecht waaruit blijkt
dat het eigen vermogen van de vennootschap op een dag binnen
vijf maanden voor de omzetting ten minste overeenkwam met het
gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal volgens de akte
van omzetting.
2. Wanneer een rechtspersoon zich
krachtens artikel 18 omzet in een besloten vennootschap, worden
aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring van een
deskundige als bedoeld in artikel 393, waaruit blijkt dat
het eigen vermogen van de rechtspersoon op een dag binnen
vijf maanden voor de omzetting ten minste het bedrag beloopt
van het gestorte deel van het geplaatste kapitaal volgens de
akte van omzetting; bij het eigen vermogen mag de waarde
worden geteld van hetgeen na die dag uiterlijk onverwijld na
de omzetting op aandelen zal worden gestort;
b. indien de rechtspersoon
leden heeft, de schriftelijke toestemming van ieder lid
wiens aandelen niet worden volgestort door omzetting van de
reserves van de rechtspersoon;
c. indien een stichting wordt
omgezet, de rechterlijke machtiging daartoe.
3. Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zich krachtens
artikel 18 omzet in een besloten vennootschap, wordt ieder lid
aandeelhouder. De omzetting kan niet geschieden, zolang een lid
nog kan opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
4. Na de omzetting kunnen een
aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een pandhouder de aan een
aandeel verbonden rechten niet uitoefenen, zolang zij niet in
het in artikel 194 bedoelde register zijn ingeschreven. Voor
zover aandeelbewijzen zijn uitgegeven, vindt geen inschrijving
plaats dan tegen afgifte van de aandeelbewijzen aan de
vennootschap.
Artikel 184 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 185
1. Op verzoek van het openbaar
ministerie ontbindt de rechtbank de vennootschap, wanneer deze
haar doel, door een gebrek aan baten, niet kan bereiken, en kan
de rechtbank de vennootschap ontbinden, wanneer deze haar
werkzaamheden tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt.
Het openbaar ministerie deelt de Kamer van Koophandel en
Fabrieken, in wier handelsregister de vennootschap is
ingeschreven, mee dat het voornemens is een verzoek tot
ontbinding in te stellen.
2. Op verzoek van het openbaar
ministerie wordt een vennootschap waarvan het eigen vermogen
geringer is dan het laatst vastgestelde minimumkapitaal door de
rechtbank ontbonden, indien:
a. zij in strijd met de wet
winst of reserves heeft uitgekeerd,
b. zij in strijd met de wet
haar kapitaal heeft verminderd,
c. zij of een
dochtermaatschappij aandelen in haar kapitaal of
certificaten daarvan in strijd met de wet heeft verkregen,
of
d. het eigen vermogen nooit
ten minste het bij de oprichting vereiste minimumkapitaal
heeft geëvenaard.
3. Alvorens de ontbinding uit te
spreken kan de rechter de vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het verzuim te
herstellen.
Artikel 186
1. Uit alle geschriften, gedrukte
stukken en aankondigingen, waarin de vennootschap partij is of
die van haar uitgaan, met uitzondering van telegrammen en
reclames, moeten de volledige naam van de vennootschap en haar
woonplaats duidelijk blijken.
2. Indien melding wordt gemaakt
van het kapitaal van de vennootschap, moet daarbij in elk geval
worden vermeld welk bedrag is geplaatst, en hoeveel van het
geplaatste bedrag is gestort.
Artikel 187 [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 188
Wanneer in deze titel het kantoor
van het handelsregister wordt vermeld, wordt onder het
handelsregister verstaan het register dat wordt gehouden door de
Kamer van Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig artikel 18,
zesde en zevende lid, van de Handelsregisterwet 2007 bevoegd is
tot inschrijving.
Artikel 189
Wanneer in de statuten wordt
gesproken van de houders van zoveel aandelen als tezamen een zeker
gedeelte van het maatschappelijk kapitaal der vennootschap
uitmaken, wordt, tenzij het tegendeel uit de statuten blijkt,
onder kapitaal verstaan het geplaatste gedeelte van het
maatschappelijk kapitaal.
Artikel 189a
Voor de toepassing van de artikelen
195, 206, 210 lid 6 en 239 wordt onder orgaan van de vennootschap
verstaan de algemene vergadering van aandeelhouders, de
vergadering van houders van aandelen van een bijzonder soort, het
bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke
vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 190
Aandelen zijn de gedeelten, waarin
het maatschappelijk kapitaal bij de statuten is verdeeld.
Artikel 191
1. Bij het nemen van het aandeel
moet daarop het nominale bedrag worden gestort. Bedongen kan
worden dat een deel, ten hoogste drie vierden, van het nominale
bedrag eerst behoeft te worden gestort nadat de vennootschap het
zal hebben opgevraagd.
2. Een aandeelhouder kan niet
geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot
storting, behoudens het bepaalde in artikel 208.
3. De aandeelhouder en, in het
geval van artikel 199, de voormalige aandeelhouder zijn niet
bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit
artikel.
Artikel 191a
1. Storting op een aandeel moet
in geld geschieden voor zover niet een andere inbreng is
overeengekomen.
2. Voor of bij de oprichting kan
storting in vreemd geld slechts geschieden, indien de akte van
oprichting vermeldt dat storting in vreemd geld is toegestaan;
na de oprichting kan dit slechts geschieden met toestemming van
de vennootschap. Storting in een valuta die een eenheid is van
de euro krachtens artikel 109L, vierde lid van het Verdrag
betreffende de Europese Unie wordt niet beschouwd als storting
in vreemd geld.
3. Met storting in vreemd geld
wordt aan de stortingsplicht voldaan voor het bedrag waartegen
het gestorte bedrag vrijelijk in Nederlands geld kan worden
gewisseld. Bepalend is de wisselkoers op de dag van de storting
dan wel, indien vroeger dan een maand voor de oprichting is
gestort, op de dag van de oprichting.
Artikel 191b
1. Indien inbreng anders dan in
geld is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar
economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Een recht op
het verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht.
2. Inbreng anders dan in geld
moet onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel of na de
dag waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is
overeengekomen.
Artikel 192
Aan een aandeelhouder kan niet,
zelfs niet door wijziging van de statuten, tegen zijn wil enige
verplichting boven de storting tot het nominale bedrag van het
aandeel worden opgelegd.
Artikel 193
De vereffenaar van een vennootschap
en, in geval van faillissement, de curator, zijn bevoegd tot
uitschrijving en inning van alle nog niet gedane stortingen op de
aandelen, onverschillig hetgeen bij de statuten daaromtrent is
bepaald.
Artikel 194
1. Het bestuur van de
vennootschap houdt een register waarin de namen en de adressen
van alle aandeelhouders zijn opgenomen, met vermelding van de
datum waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de
erkenning of betekening, alsmede van het op ieder aandeel
gestorte bedrag. Daarin worden tevens opgenomen de namen en
adressen van hen die een recht van vruchtgebruik of pandrecht op
aandelen hebben, met vermelding van de datum waarop zij het
recht hebben verkregen, de datum van erkenning of betekening,
alsmede met vermelding welke aan de aandelen verbonden rechten
hun overeenkomstig de leden 2 en 4 van de artikelen 197 en 198
van dit boek toekomen.
2. Het register wordt regelmatig
bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag
van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen.
3. Het bestuur verstrekt
desgevraagd aan een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en een
pandhouder om niet een uittreksel uit het register met
betrekking tot zijn recht op een aandeel. Rust op het aandeel
een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het
uittreksel aan wie de in de leden 2 en 4 van de artikelen 197 en
198 van dit Boek bedoelde rechten toekomen.
4. Het bestuur legt het register
ten kantore van de vennootschap ter inzage van de
aandeelhouders, alsmede van de vruchtgebruikers en pandhouders
aan wie de in lid 4 van de artikelen 197 en 198 van dit Boek
bedoelde rechten toekomen. De gegevens van het register omtrent
niet-volgestorte aandelen zijn ter inzage van een ieder;
afschrift of uittreksel van deze gegevens wordt ten hoogste
tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 195
1. Een aandeelhouder kan, voor
zover de statuten deze bevoegdheid niet beperken of uitsluiten,
een of meer van zijn aandelen vrijelijk overdragen aan zijn
echtgenoot of geregistreerde partner, aan zijn bloed- en
aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt en in de zijlijn in de
tweede graad, aan een mede-aandeelhouder en aan de vennootschap.
De kring van personen aan wie de aandeelhouder een of meer van
zijn aandelen vrijelijk kan overdragen, kan bij de statuten
worden uitgebreid tot zijn bloed- en aanverwanten in de zijlijn,
of sommigen van hen, in de derde en vierde graad.
2. Voor iedere andere overdracht
dan die welke ingevolge het vorige lid vrijelijk kan geschieden,
dienen de statuten een blokkeringsregeling te bevatten.
3. De overdracht krachtens legaat
geldt voor de toepassing van de blokkeringsregeling als een
overdracht door de erflater.
4. Deze blokkeringsregeling dient
zodanig te zijn dat de aandeelhouder voor de overdracht, wil zij
geldig zijn, de goedkeuring behoeft van een bij de statuten
daartoe aangewezen orgaan der vennootschap. De overdracht moet
plaatsvinden binnen drie maanden nadat de goedkeuring is
verleend. De goedkeuring wordt geacht te zijn verleend indien
het orgaan der vennootschap dat met de beslissing is belast niet
gelijktijdig met de weigering van de goedkeuring aan de
verzoeker opgave doet van een of meer gegadigden die bereid zijn
al de aandelen waarop het verzoek om goedkeuring betrekking
heeft tegen contante betaling te kopen.
5. Het vierde lid vindt geen
toepassing, voor zover de statuten een blokkeringsregeling
bevatten, volgens welke de aandeelhouder die een of meer
aandelen wil vervreemden, deze eerst moet aanbieden aan zijn
mede-aandeelhouders. Deze regeling kan voorts inhouden dat, zo
de mede-aandeelhouders het aanbod niet aanvaarden, het aanbod
moet geschieden aan andere gegadigden, aangewezen door een bij
de statuten daarmede belast orgaan der vennootschap. De
aanbieder blijft bevoegd zijn aanbod in te trekken, mits dit
geschiedt binnen een maand nadat hem bekend is aan welke
gegadigden hij al de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft
kan verkopen en tegen welke prijs. Indien vaststaat dat niet al
de aandelen waarop het aanbod betrekking heeft tegen contante
betaling worden gekocht, zal de aanbieder de aandelen binnen
drie maanden na die vaststelling vrijelijk mogen overdragen.
6. De blokkeringsregeling dient
zodanig te zijn dat de aandeelhouder, indien hij dit verlangt,
van degenen die als gegadigden in de zin van het vierde lid
worden opgegeven of aan wie ingevolge de blokkeringsregeling als
bedoeld in het vijfde lid moet worden aangeboden een prijs
ontvangt, gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen,
vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen.
7. De vennootschap zelf kan
slechts met de instemming van de aandeelhouder ingevolge het
vierde of het vijfde lid gegadigde zijn.
8. Beperking van de
overdraagbaarheid van de aandelen kan niet zodanig geschieden,
dat die overdracht onmogelijk of uiterst bezwaarlijk wordt
gemaakt. Hetzelfde geldt voor toedeling van aandelen uit een
gemeenschap.
9. Bepalingen in de statuten
omtrent overdraagbaarheid van aandelen gelden niet, indien de
houder krachtens de wet tot overdracht van zijn aandeel aan een
eerdere houder verplicht is.
Artikel 195a
1. De statuten kunnen bepalen dat
in gevallen, in de statuten omschreven, de aandeelhouder
gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over te dragen. De
statuten kunnen daarbij bepalen dat zolang de aandeelhouder zijn
verplichtingen tot aanbieding of overdracht niet nakomt, zijn
stemrecht, zijn recht op deelname aan de algemene vergadering en
zijn recht op uitkeringen is opgeschort.
2. De statuten kunnen bepalen dat
indien een aandeelhouder niet binnen een bepaalde redelijke
termijn zijn statutaire verplichtingen tot aanbieding en
overdracht van zijn aandelen is nagekomen, de vennootschap
onherroepelijk gevolmachtigd is de aandelen aan te bieden en
over te dragen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan wie de
aandeelhouder al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een
regeling in de statuten, ontbreekt de volmacht en is de
aandeelhouder onherroepelijk van het bepaalde in lid 1 ontheven.
3. De regeling dient zodanig te
zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt,
gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 195b
1. De statuten kunnen bepalen dat
van de aandeelhouder die niet of niet langer aan in de statuten
gestelde eisen voldoet het stemrecht, het recht op deelname aan
de algemene vergadering en het recht op uitkeringen is
opgeschort.
2. Indien de aandeelhouder een of
meer van de in lid 1 genoemde rechten niet kan uitoefenen en de
aandeelhouder niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en
over te dragen, is hij onherroepelijk van de in de statuten
gestelde eisen ontheven wanneer de vennootschap niet binnen drie
maanden na een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden
heeft aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen
overdragen volgens een regeling in de statuten.
3. De regeling dient zodanig te
zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt,
gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
Artikel 196
1. Voor de uitgifte en levering
van een aandeel of de levering van een beperkt recht daarop is
vereist een daartoe bestemde ten overstaan van een in Nederland
standplaats hebbende notaris verleden akte waarbij de
betrokkenen partij zijn. Geen afzonderlijke akte is vereist voor
de uitgifte van aandelen die bij de oprichting worden geplaatst.
2. Akten van uitgifte of levering
moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het aandeel of het beperkt
recht daarop is verkregen;
b. naam, voornamen,
geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats en adres van de
natuurlijke personen die bij de rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm, naam,
woonplaats en adres van de rechtspersonen die bij de
rechtshandeling partij zijn;
d. het aantal en de soort
aandelen waarop de rechtshandeling betrekking heeft, alsmede
e. naam, woonplaats en adres
van de vennootschap op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 196a
1. De levering van een aandeel of
de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig artikel
196 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap.
Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de
rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden
rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling
heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de
bepalingen van artikel 196b, dan wel deze heeft erkend door
inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
2. De vennootschap die kennis
draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan,
zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening
van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener
beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het
aandeel of het beperkte recht in het aandeelhoudersregister. Zij
doet daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de
bij de rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog
een afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 196b lid 1
aan haar over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten
bewijze van de erkenning, een aantekening op het stuk op de
wijze als in artikel 196b voor de erkenning wordt
voorgeschreven; als datum van erkenning wordt de dag van de
inschrijving vermeld.
3. Indien een rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het
register van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap
noch aan anderen die te goeder trouw de in het
aandeelhoudersregister ingeschreven persoon als aandeelhouder of
eigenaar van een beperkt recht op een aandeel hebben beschouwd,
worden tegengeworpen.
Artikel 196b
1. Behoudens het bepaalde in
artikel 196a lid 2 geschiedt de erkenning in de akte dan wel op
grond van overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel
van de akte.
2. Bij erkenning op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of uittreksel wordt een
gedagtekende verklaring geplaatst op het overgelegde stuk.
3. De betekening geschiedt van
een notarieel afschrift of uittreksel van de akte.
Artikel 197
1. De bevoegdheid tot het
vestigen van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten
niet worden beperkt of uitgesloten.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3. In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker,
indien zulks bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald
en de vruchtgebruiker een persoon is, aan wie de aandelen
overeenkomstig artikel 195 lid 1 van dit Boek vrijelijk kunnen
worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker niet zulk een
persoon is, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit
bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald en de statuten
dit niet verbieden, mits zowel deze bepaling als - bij
overdracht van het vruchtgebruik - de overgang van het stemrecht
is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de statuten
is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een voorgenomen
overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van zodanige
aanwijzing - door de algemene vergadering van aandeelhouders.
Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van
Boek 4 komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe,
tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of
door de kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4
anders wordt bepaald.
4. De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft,
hebben de rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders
van met medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten
van aandelen. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft
deze rechten, indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging
of overdracht van het vruchtgebruik niet anders is bepaald.
5. Uit het aandeel
voortspruitende rechten, strekkende tot het verkrijgen van
aandelen, komen aan de aandeelhouder toe met dien verstande dat
hij de waarde daarvan moet vergoeden aan de vruchtgebruiker,
voor zover deze krachtens zijn recht van vruchtgebruik daarop
aanspraak heeft.
Artikel 198
1. Op aandelen kan pandrecht
worden gevestigd, indien de statuten niet anders bepalen.
2. De aandeelhouder heeft het
stemrecht op de verpande aandelen.
3. In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien
zulks bij de vestiging van het pandrecht is bepaald en de
pandhouder een persoon is, aan wie de aandelen overeenkomstig
artikel 195 lid 1 van dit Boek vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de pandhouder niet zulk een persoon is,
komt hem het stemrecht uitsluitend toe indien dit bij de
vestiging van het pandrecht is bepaald en de vestiging van het
pandrecht is goedgekeurd door het vennootschapsorgaan dat bij de
statuten is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot een
voorgenomen overdracht van aandelen, dan wel - bij ontbreken van
zodanige aanwijzing - door de algemene vergadering van
aandeelhouders. Treedt een ander in de rechten van de
pandhouder, dan komt hem het stemrecht slechts toe, indien het
in de vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij gebreke daarvan,
de algemene vergadering de overgang van het stemrecht goedkeurt.
De bevoegdheid tot toekenning van het stemrecht aan de
pandhouder kan in de statuten worden uitgesloten.
4. De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de
rechten, die door de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze
rechten indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of
overgang van het pandrecht niet anders is bepaald.
5. Artikel 195 van dit Boek en de
statutaire bepalingen ten aanzien van de vervreemding en
overdracht van aandelen zijn van toepassing op de vervreemding
en overdracht van de aandelen door de pandhouder of de
verblijving van de aandelen aan de pandhouder, met dien
verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van de vervreemding
en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten uitoefent
en diens verplichtingen ter zake nakomt.
Artikel 199
1. Na overdracht of toedeling van
een niet volgestort aandeel blijft ieder van de vorige
aandeelhouders voor het daarop nog te storten bedrag hoofdelijk
jegens de vennootschap aansprakelijk. Het bestuur kan te zamen
met de raad van commissarissen de vorige aandeelhouders bij
authentieke of geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval blijft de
aansprakelijkheid niettemin bestaan voor stortingen,
uitgeschreven binnen een jaar na de dag waarop de authentieke
akte is verleden of de onderhandse is geregistreerd.
2. Indien een vorige
aandeelhouder betaalt, treedt hij in de rechten die de
vennootschap tegen latere houders heeft.
Artikel 200 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 201
1. Voor zover bij de statuten
niet anders is bepaald, zijn aan alle aandelen in verhouding tot
hun bedrag gelijke rechten en verplichtingen verbonden.
2. De vennootschap moet de
aandeelhouders onderscheidenlijk certificaathouders die zich in
gelijke omstandigheden bevinden, op de zelfde wijze behandelen.
3. De statuten kunnen bepalen dat
aan aandelen van een bepaalde soort bijzondere rechten als in de
statuten omschreven inzake de zeggenschap in de vennootschap
zijn verbonden.
Artikel 201a
1. Hij die als aandeelhouder voor
eigen rekening ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van de
vennootschap verschaft, kan tegen de gezamenlijke andere
aandeelhouders een vordering instellen tot overdracht van hun
aandelen aan de eiser. Hetzelfde geldt, indien twee of meer
groepsmaatschappijen dit deel van het geplaatste kapitaal samen
verschaffen en samen de vordering instellen tot overdracht aan
een hunner.
2. Over de vordering oordeelt in
eerste aanleg de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam. Van de uitspraak staat uitsluitend beroep in cassatie
open.
3. Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de rechter ambtshalve
onderzoeken of de eiser of eisers de vereisten van lid 1
vervullen.
4. De rechter wijst de vordering
tegen alle gedaagden af, indien een gedaagde ondanks de
vergoeding ernstige stoffelijke schade zou lijden door de
overdracht, een gedaagde houder is van een aandeel waaraan de
statuten een bijzonder recht inzake de zeggenschap in de
vennootschap verbinden of een eiser jegens een gedaagde afstand
heeft gedaan van zijn bevoegdheid de vordering in te stellen.
5. Indien de rechter oordeelt dat
de leden 1 en 4 de toewijzing van de vordering niet beletten,
kan hij bevelen dat een of drie deskundigen zullen berichten
over de waarde van de over te dragen aandelen. De eerste drie
zinnen van artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352 zijn van
toepassing. De rechter stelt de prijs vast die de over te dragen
aandelen op een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang en voor
zover de prijs niet is betaald, wordt hij verhoogd met rente,
gelijk aan de wettelijke rente, van die dag af tot de
overdracht; uitkeringen op de aandelen die in dit tijdvak
betaalbaar worden gesteld, strekken op de dag van
betaalbaarstelling tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
6. De rechter die de vordering
toewijst, veroordeelt de overnemer aan degenen aan wie de
aandelen toebehoren of zullen toebehoren de vastgestelde prijs
met rente te betalen tegen levering van het onbezwaarde recht op
de aandelen. De rechter geeft omtrent de kosten van het geding
zodanige uitspraak als hij meent dat behoort. Een gedaagde die
geen verweer heeft gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7. Staat het bevel tot overdracht
bij gerechtelijk gewijsde vast, dan deelt de overnemer de dag en
plaats van betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk mee aan
de houders van de over te nemen aandelen van wie hij het adres
kent. Hij kondigt deze ook aan in een landelijk verspreid
dagblad, tenzij hij van allen het adres kent.
8. De overnemer kan zich altijd
van zijn verplichtingen ingevolge de leden 6 en 7 bevrijden door
de vastgestelde prijs met rente voor alle nog niet overgenomen
aandelen te consignere
|