Nadere regelgeving:
- Besluit
fondsen en spaarregelingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7a, Bijzondere
overeenkomsten (vervolg)
Boek 7A. Bijzondere overeenkomsten; vervolg
Vijfde titel A. Van koop en verkoop op afbetaling
Afdeling 1. Van koop en verkoop op afbetaling in het algemeen
Artikel 1576
1.Koop en verkoop op afbetaling is de koop en verkoop, waarbij
partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen,
waarvan twee of meer verschijnen, nadat de verkochte zaak aan de koper
is afgeleverd.
2.De overeenkomst is niet van kracht voordat partijen de door de
koper te betalen prijs hebben bepaald.
3.Alle overeenkomsten, welke dezelfde strekking hebben, onder welke
vorm of welke benaming ook aangegaan, worden als koop en verkoop op
afbetaling aangemerkt.
4.Koop en verkoop op afbetaling in de zin der wet zijn niet de
overeenkomsten welke betrekking hebben op:
a. onroerende zaken,
b. zeeschepen waarvan de bruto-inhoud tenminste twintig kubieke
meters of de bruto-tonnage tenminste 6 bedraagt, die te boek staan
of die te boek gesteld kunnen worden in de openbare registers,
bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3,
c. binnenschepen die te boek staan of die te boek gesteld
moeten worden doch niet te boek staan in de openbare registers,
bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3,
d. luchtvaartuigen die te boek staan in de openbare registers,
bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3.
5.Het in deze titel bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op
vermogensrechten, niet zijnde registergoederen, voor zover dat in
overeenstemming is met de aard van het recht.
Artikel 1576a
Van de bepalingen van deze titel mag slechts worden afgeweken, indien
en voor zoover dit daaruit blijkt.
Artikel 1576b
1.Bedingen, waarbij of krachtens welke den schuldenaar, voor het
geval hij eenige verplichting uit de overeenkomst niet vervult, de
betaling van zekere som als schadevergoeding of eenige straf wordt of
kan worden opgelegd, kunnen alleen bij schriftelijk aangegane
overeenkomst worden gemaakt.
2.Indien de overeengekomen of opgelegde schadevergoeding of straf
den rechter bovenmatig voorkomt, kan deze haar, ten aanzien van het
hem voorgelegde geval, verminderen of opheffen.
Artikel 1576c
1.Vervroegde opeischbaarheid, als straf wegens nalatigheid van den
kooper in het betalen van termijnen, kan alleen bedongen worden voor
het geval de achterstand bedraagt, ten aanzien van één termijn
tenminste een tiende, of ten aanzien van meer termijnen gezamenlijk
tenminste een twintigste deel van den geheelen koopprijs.
2.Onder geheelen koopprijs wordt verstaan de som van alle
betalingen, waartoe de kooper bij regelmatige nakoming van de
overeenkomst gehouden is.
3.Het tweede lid van artikel 1576b is hier niet van toepassing.
Artikel 1576d
Op eenig beding, als bedoeld in de voorafgaande twee artikelen, kan
wegens niet tijdige nakoming beroep alleen worden gedaan, indien de
schuldenaar, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft om zijne
verplichtingen na te komen.
Artikel 1576e [Vervallen per 25-05-2011]
Artikel 1576f
1.Overdracht, inpandgeving of elke andere handeling, waardoor de
kooper aan den verkooper of aan een derde eenig recht toekent op zijn
loon, pensioen of andere periodieke inkomsten wegens
arbeidsovereenkomst, kan ter zake van koop en verkoop op afbetaling,
behalve voor opeischbare verplichtingen, alleen geschieden voor
betalingen, waartoe de kooper bij regelmatige nakoming van de
overeenkomst zal gehouden zijn, en voor de kosten.
2.De handeling heeft alsdan geene werking dan naar gelang bedoelde
termijnen verschijnen overeenkomstig een bij schriftelijke
overeenkomst vastgelegd plan van regelmatige afbetaling of naar gelang
er kosten vallen, telkens tot het beloop daarvan.
3.Bovendien is vereischt, dat de kooper, na in gebreke te zijn
gesteld, nalatig is gebleven. Alleen de termijnen en kosten, waarover
de ingebrekestelling is geschied, en die, welke daarna verschijnen,
komen in aanmerking bij het bepalen van bedoelde werking.
4.Ten aanzien van hem, die de uitkeering wegens arbeidsovereenkomst
verschuldigd is, heeft de handeling geen gevolg, alvorens de
ingebrekestelling van den kooper en het plan van regelmatige
afbetaling met opgave van hetgeen daarop voldaan is en van de
gevorderde kosten schriftelijk te zijner kennis zijn gebracht, dan wel
schriftelijk door hem zijn erkend. Betalingen, dienovereenkomstig te
goeder trouw door hem gedaan, bevrijden hem tegenover den kooper.
Artikel 1576g
Volmacht tot invordering van loon, pensioen of andere periodieke
vorderingen ter zake van eene arbeidsovereenkomst, onder welken vorm of
welke benaming ook, door den kooper verleend, is steeds herroepelijk.
Afdeling 2. Van huurkoop
Artikel 1576h
1.Huurkoop is de koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen
overeenkomen, dat de verkochte zaak niet door enkele aflevering in
eigendom overgaat, maar pas door vervulling van de opschortende
voorwaarde van algehele betaling van wat door de koper uit hoofde van
de koopovereenkomst verschuldigd is.
2.Alle overeenkomsten, welke dezelfde strekking hebben, hetzij als
huur en verhuur, hetzij onder anderen vorm of andere benaming
aangegaan, worden als huurkoop aangemerkt.
3.Onder huurkoop is begrepen de overeenkomst, waarbij ter zake van
een koop en verkoop een derde, die den eigendom der zaak verwerft, aan
den kooper crediet verleent des dat het geheel van handelingen de
strekking van huurkoop erlangt.
Artikel 1576i
1.Huurkoop wordt aangegaan bij authentieke of onderhandsche akte,
welke voldoet aan de bepalingen van artikel 1576j.
2.Hetzelfde geldt voor overeenkomsten, welke bestaande
overeenkomsten zoodanig wijzigen of aanvullen, dat daardoor huurkoop
zou ontstaan.
3.Wordt de overeenkomst aangegaan bij onderhandsche akte, dan moet
deze, zoo de kooper dit verlangt, in dubbel worden opgemaakt.
4.Het dubbel, of zoo dit niet is opgemaakt, een authentiek of door
den verkooper onderteekend afschrift, wordt zoo spoedig mogelijk na
het sluiten van de overeenkomst door den verkooper aan den kooper
verstrekt.
5.Verder afschrift kan de kooper te allen tijde tegen betaling van
de kosten vorderen.
Artikel 1576j
1.De akte van huurkoop moet duidelijk vermelden den geheelen
koopprijs, als bedoeld in artikel 1576c, het plan van regelmatige
afbetaling, als bedoeld in artikel 1576f, en de bedingen betreffende
voorbehoud en overgang van eigendom.
2.In de gevallen, bedoeld in het tweede en het derde lid van
artikel 1576h, treden de overeenkomstige gegevens hiervoor in de
plaats.
3.Ontbreekt eene akte, welke voldoet aan genoemde voorwaarden, dan
geldt de overeenkomst niet als huurkoop, doch wordt de koop en verkoop
op afbetaling geacht te zijn gesloten zonder beding, dat de verkochte
zaak niet door enkele aflevering aan den kooper overgaat.
Artikel 1576k
Ter zake van huurkoop kan de koper, indien hij bij het aangaan van de
overeenkomst werkelijke woonplaats in een gemeente in Nederland heeft,
geen woonplaats kiezen, behalve voor het geval dat hij te eniger tijd
geen bekende werkelijke woonplaats in die gemeente mocht hebben.
Artikel 1576l
1.De verkoper is verplicht de verkochte zaak aan de koper te
leveren door aan deze de macht over de zaak te verschaffen. Op zijn
verdere verplichtingen zijn de bepalingen van de eerste, tweede en
derde afdeling van titel 1 van Boek 7 van toepassing.
2.Vervreemding door den verkooper van de in huurkoop afgeleverde
zaak werkt niet ten nadeele van den huurkooper.
Artikel 1576m
1.De kooper heeft van de zaak, die hij krachtens huurkoop onder
zich heeft, het genot, ook voordat hij den eigendom daarvan verkrijgt.
2.Hij mag de zaak gebruiken overeenkomstig hare bestemming.
3.Hare gedaante of inrichting mag hij niet veranderen, noch de zaak
verhuren of zijn genot aan anderen afstaan.
4.De zaak is voor risico van de koper van de aflevering af. De
leden 2, 3 en 4 van artikel 10 van Boek 7 zijn van toepassing.
5.Van deze bepalingen kan bij overeenkomst worden afgeweken. Van
lid 4 kan echter bij een consumentenkoop niet ten nadele van de koper
worden afgeweken.
Artikel 1576n
1.De vruchten, welke de zaak tijdens het genot oplevert, behooren
den kooper toe. Voorzoover bij de akte van huurkoop hiervan is
afgeweken, heeft de kooper niettemin het genot der vruchten, indien
niet anders is overeengekomen.
2.De burgerlijke vruchten worden, voor zoover niet anders is
overeengekomen, gerekend van dag tot dag verkregen te worden en den
kooper toe te behooren, naarmate zijn genot duurt, welk ook het
tijdstip moge wezen, waarop dezelve betaalbaar zijn.
3.De verplichting tot teruggave van de in huurkoop afgeleverde zaak
omvat die tot teruggave van de vruchten, welke den verkooper
toebehooren.
Artikel 1576q
Ontbinding van huurkoop, of teruggave van eene in huurkoop gehouden
zaak krachtens daartoe gemaakt beding, kan, wegens niet tijdige nakoming
door den kooper van zijne verplichtingen, niet worden ingeroepen of
gevorderd, tenzij de kooper, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig
blijft om zijne verplichtingen na te komen.
Artikel 1576r
Wanneer de verkoper ontbinding van de overeenkomst of teruggave van
de in huurkoop afgeleverde zaak kan vorderen, kan de kantonrechter,
indien de verkoper zulks verzoekt en daarbij redelijk belang heeft, bij
voorlopige voorziening teruggave bij voorraad bevelen.
Artikel 1576s
Indien, wegens het niet nakomen door den kooper van zijne
verplichtingen, de in huurkoop afgeleverde zaak krachtens daartoe
gemaakt beding wordt teruggenomen, heeft dit ontbinding van de
overeenkomst tot gevolg, tenzij tusschen partijen anders overeengekomen
is.
Artikel 1576t
Indien bij ontbinding van de overeenkomst wegens het niet nakomen
door den kooper van zijne verplichtingen de verkooper in beteren
vermogenstoestand zou geraken dan bij het in stand blijven van de
overeenkomst, vindt volledige verrekening plaats.
Artikel 1576u
Indien bij ontbinding der overeenkomst de kooper recht mocht hebben
op eenige terugbetaling, kan hij door den rechter worden gemachtigd de
zaak, die hij terug moet geven, onder zich te houden, totdat het hem
verschuldigde wordt betaald of de verkooper daarvoor voldoende zekerheid
heeft gesteld.
Artikel 1576v
1.Indien wegens niet betaling van verschenen termijnen de in
huurkoop afgeleverde zaak is teruggenomen zonder voorafgaande
rechterlijke tusschenkomst, kan de kooper gedurende veertien dagen na
de terugneming de zaak inlossen, door betaling van de verschenen
termijnen en de verschuldigde rente, boeten en kosten.
2.Mocht de overeenkomst zijn ontbonden, dan wordt dit door de
inlossing ongedaan gemaakt.
3.Bij herhaling van het in het eerste lid genoemde geval heeft de
kooper het recht van inlossing alleen onder volledige betaling.
4.Aan de vordering tot inlossing, anders dan onder volledige
betaling, behoeft de verkooper niet te voldoen, indien omstandigheden
aanwezig zijn, die tot toepassing van artikel 1576r aanleiding zouden
geven.
5.Van de bepalingen van dit artikel kan ten voordeele van den
kooper door partijen worden afgeweken.
Artikel 1576w
In het vonnis, waarbij de verplichting tot teruggave van eene in
huurkoop afgeleverde zaak wordt vastgesteld of de overeenkomst wordt
ontbonden, kan een bevel tot teruggave worden opgenomen.
Artikel 1576x
1.Bij het vonnis, dat bevel tot teruggave uit kracht van huurkoop
inhoudt, kan de geldswaarde der terug te geven zaak worden
vastgesteld.
2.In dat geval kan de tenuitvoerlegging ook door uitwinning
geschieden.
Zevende titel. Van huur en verhuur
Eerste afdeeling [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1584 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1585 [Vervallen per 01-08-2003]
Tweede afdeeling [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1586 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1587 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1588 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1589 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1590 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1591 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1592 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1593 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1594 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1595 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1596 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1597 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1598 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1599 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1600 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1602 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1603 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1604 [Vervallen per 22-07-1923]
Artikel 1605 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1606 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1607 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1608 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1609 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1610 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1611 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1612 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1614 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1615 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1616 [Vervallen per 01-08-2003]
Derde afdeeling [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1619 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1620 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1621 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1622 [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623 [Vervallen per 01-08-2003]
Vierde afdeling [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623a [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623b [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623c [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623d [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623e [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623f [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623g [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623h [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623i [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623j [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623k [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623l [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623m [Vervallen per 30-12-1991]
Artikel 1623n [Vervallen per 01-08-2003]
Artikel 1623o [Vervallen per 01-08-2003]
Vijfde afdeling [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1624 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1625 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1626 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1627 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1627a [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1628 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1628a [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1629 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1630 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1631 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1631a [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1631b [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1631c [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1631d [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1632 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1632a [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1633 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1634 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1635 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1635a [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1636 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1636a [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 1636b [Vervallen per 01-05-2004]
Zevende titel A
Eerste afdeeling. Algemeene bepalingen
Artikel 1637 [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637a [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637b [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637c [Vervallen per 01-04-1997]
Tweede afdeeling. Van de arbeidsovereenkomst in het algemeen
Artikel 1637d [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637e [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637f [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637g [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637h [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637i [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637j [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637k [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637l [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637m [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637n [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637o [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637p [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637q [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637r [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637s [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637t [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637u [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637v [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637x [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637ij [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637ij a [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1637z [Vervallen per 01-04-1997]
Derde afdeeling. Van de verplichtingen des werkgevers
Artikel 1638 [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638a [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638b [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638c [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638ca [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638cb [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638d [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638e [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638f [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638g [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638h [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638i [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638j [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638k [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638l [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638m [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638n [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638o [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638p [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638q [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638r [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638t [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638u [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638v [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638w [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638x [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638ij [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638z [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638aa [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638bb [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638cc [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638dd [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638ee [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638ff [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638gg [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638hh [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638ii [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638jj [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638kk [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638ll [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638mm [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638nn [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1638oo [Vervallen per 01-04-1997]
Vierde afdeeling. Van de verplichtingen des arbeiders
Artikel 1639a [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639b [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639c [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639d [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639da [Vervallen per 01-04-1997]
Vijfde afdeeling. Van de verschillende wijzen waarop de
dienstbetrekking, door arbeidsovereenkomst ontstaan, eindigt
Artikel 1639e [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639f [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639g [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639h [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639i [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639j [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639k [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639l [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639m [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639n [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639o [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639p [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639q [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639r [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639s [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639t [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639u [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639v [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639w [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639x [Vervallen per 01-04-1997]
Vijfde afdeling A
Artikel 1639aa [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639bb [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639cc [Vervallen per 01-04-1997]
Artikel 1639dd [Vervallen per 01-04-1997]
Zesde afdeeling [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1639 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1640 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1641 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1642 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1643 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1644 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1645 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1646 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1647 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1648 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1650 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 1651 [Vervallen per 01-09-2003]
Negende titel. Van maatschap
Eerste afdeeling. Algemeene bepalingen
Artikel 1655
Maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen
zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het
daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.
Artikel 1657
Maatschappen zijn of algeheel, of bijzonder.
Artikel 1658
De wet kent slechts de algeheele maatschap van winst. Zij verbiedt
alle maatschappen, het zij van alle de goederen, het zij van een bepaald
gedeelte van dezelve, onder eenen algemeenen titel; onverminderd de
bepalingen, vastgesteld in den zevenden en achtsten titel van het eerste
boek van dit Wetboek.
Artikel 1659
De algeheele maatschap van winst bevat slechts hetgeen partijen,
onder welke benaming ook, gedurende den loop der maatschap door hare
vlijt zullen verkrijgen.
Artikel 1660
De bijzondere maatschap is de zoodanige welke slechts betrekking
heeft tot zekere bepaalde goederen, of tot derzelver gebruik, of tot de
vruchten die daarvan zullen getrokken worden, of tot eene bepaalde
onderneming, of tot de uitoefening van eenig bedrijf of beroep.
Tweede afdeeling. Van de verbindtenissen der vennooten onderling
Artikel 1661
De maatschap begint van het oogenblik der overeenkomst, indien
daarbij geen ander tijdstip bepaald is.
Artikel 1662
1.De inbreng van de vennoot kan bestaan in geld, goederen, genot
van goederen en arbeid.
2.Op de inbreng van een goed zijn de bepalingen omtrent koop, op de
inbreng van genot van een goed de artikelen 1584-1623 van
overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de rechtsverhouding
zich daartegen niet verzet.
Artikel 1665
Wanneer een der vennooten, voor zijne eigene rekening, eene
opeischbare som te vorderen heeft van iemand die mede eene insgelijks
opeischbare som verschuldigd is aan de maatschap, moet de betaling,
welke hij ontvangt, op de inschuld der maatschap en op die van hemzelven,
naar evenredigheid van beide die vorderingen, toegerekend worden, al
ware het ook dat hij, bij de kwijting, alles in mindering of voldoening
van zijne eigene inschuld mogt gebragt hebben; maar indien hij bij de
kwijting bepaald heeft dat de geheele betaling zoude strekken voor de
inschuld der maatschap, zal deze bepaling worden nagekomen.
Artikel 1666
Indien een der vennooten zijn geheel aandeel in eene gemeene inschuld
der maatschap ontvangen heeft, en de schuldenaar naderhand onvermogend
is geworden, is die vennoot gehouden het ontvangene in de gemeene kas in
te brengen, al had hij ook voor zijn aandeel kwijting gegeven.
Artikel 1670
1.Indien bij de overeenkomst van maatschap het aandeel van ieder
vennoot in de winsten en de verliezen niet is bepaald, is elks aandeel
geëvenredigd aan hetgeen hij in de maatschap heeft ingebragt.
2.Ten aanzien van degenen die slechts zijne nijverheid heeft
ingebragt, wordt het aandeel in de winsten en de verliezen berekend
gelijk te staan met het aandeel van dengenen der vennooten die het
minst heeft ingebragt.
Artikel 1671
1.De vennooten kunnen niet bedingen dat zij de regeling der
hoegrootheid van hun aandeel aan een hunner of aan eenen derde zullen
overlaten.
2.Een zoodanig beding wordt voorondersteld niet geschreven te zijn,
en zullen alzoo de verordeningen van het voorgaande artikel worden in
acht genomen.
Artikel 1672
1.Het beding, waarbij aan een der vennooten alle de voordeelen
mogten toegezegd zijn, is nietig.
2.Maar het is geoorloofd te bedingen dat alle de verliezen bij
uitsluiting door een of meer der vennooten zullen gedragen worden.
Artikel 1673
1.De vennoot die bij een bijzonder beding van de overeenkomst van
maatschap met het beheer belast is, kan, zelfs in weerwil der overige
vennooten, alle daden verrigten, welke tot zijn beheer betrekkelijk
zijn.
2.Deze magt kan, zoo lang de maatschap duurt, niet zonder
gewichtige reden herroepen worden; maar indien dezelve niet bij de
overeenkomst der maatschap, maar bij eene latere akte, is gegeven, is
zij, even als eene eenvoudige lastgeving, herroepelijk.
Artikel 1674
Indien verscheidene vennooten met het beheer belast zijn, zonder dat
hunne bijzondere werkzaamheden bepaald zijn, of zonder beding dat de een
buiten den anderen niets zoude mogen verrigten, is ieder van hen
afzonderlijk tot alle handelingen, dat beheer betreffende, bevoegd.
Artikel 1675
Indien er bedongen is dat een der beheerders niets buiten den anderen
zoude mogen verrigten, vermag de eene, zonder eene nieuwe overeenkomst,
niet te handelen zonder medewerking van den anderen, al mogt deze zich
ook voor het oogenblik in de onmogelijkheid bevinden om aan de daden van
het beheer deel te nemen.
Artikel 1676
Bij gebreke van bijzondere bedingen omtrent de wijze van beheer,
moeten de volgende regelen worden in acht genomen:
1°. De vennooten worden geacht zich over en weder de magt te
hebben verleend om, de een voor den anderen, te beheeren.
Hetgeen ieder van hen verrigt is ook verbindende voor het aandeel
der overige vennooten, zonder dat hij hunne toestemming hebbe
bekomen; onverminderd het regt van deze laatstgemelden, of van een
hunner, om zich tegen de handeling, zoo lang die nog niet gesloten
is, te verzetten;
2°. Ieder der vennooten mag gebruik maken van de goederen aan de
maatschap toebehoorende, mits hij dezelve tot zoodanige einden
gebruike, als waartoe zij gewoonlijk bestemd zijn, en mits hij zich
van dezelve niet bediene tegen het belang der maatschap of op
zoodanige wijze, dat de overige vennooten daardoor verhinderd worden
om van die goederen, volgens hun regt, mede gebruik te maken;
3°. Ieder vennoot heeft de bevoegdheid om de overige vennooten
te verpligten in de onkosten te dragen, welke tot behoud der aan de
maatschap behoorende goederen noodzakelijk zijn;
4°. Geen der vennooten kan, zonder toestemming der overige,
eenige nieuwigheden daarstellen ten aanzien der onroerende zaken,
welke tot de maatschap behooren, al beweerde hij ook dat dezelve
voor de maatschap voordeelig waren.
Artikel 1678
Elk der vennooten mag, zelfs zonder toestemming der overige, eenen
derden persoon aannemen als deelgenoot in het aandeel hetwelk hij in de
maatschap heeft; doch hij kan denzelven, zonder zoodanige toestemming,
niet als medelid der maatschap toelaten, al mogt hij ook met het beheer
der zaken van de maatschap belast zijn.
Derde afdeeling. Van de verbindtenissen der vennooten ten aanzien van
derden
Artikel 1679
De vennooten zijn niet ieder voor het geheel voor de schulden der
maatschap verbonden; en een der vennooten kan de overige niet verbinden,
indien deze hem daartoe geene volmagt gegeven hebben.
Artikel 1680
De vennooten kunnen door den schuldeischer, met wien zij gehandeld
hebben, aangesproken worden, ieder voor gelijke som en gelijk aandeel,
al ware het dat het aandeel in de maatschap van den eenen minder dan dat
van den anderen bedroeg; ten zij, bij het aangaan der schuld, derzelver
verpligting, om in evenredigheid van het aandeel in de maatschap van elk
vennoot te dragen, uitdrukkelijk zij bepaald.
Artikel 1681
Het beding dat eene handeling voor rekening der maatschap is
aangegaan, verbindt slechts den vennoot die dezelve aangegaan heeft,
maar niet de overige, ten zij de laatstgenoemde hem daartoe volmagt
hadden gegeven, of de zaak ten voordeele der maatschap gestrekt hebbe.
Artikel 1682
Indien een der vennooten in naam der maatschap eene overeenkomst
heeft aangegaan, kan de maatschap de uitvoering daarvan vorderen.
Vierde afdeeling. Van de verschillende wijzen waarop de maatschap
eindigt
Artikel 1683
Een maatschap wordt ontbonden:
1°. Door verloop van den tijd voor welken dezelve is aangegaan;
2°. Door het tenietgaan van een goed of de volbrenging der
handeling, die het onderwerp der maatschap uitmaakt;
3°. Door opzegging van een vennoot aan de andere vennoten;
4°. Door den dood of de curatele van één hunner, of indien hij
in staat van faillissement is verklaard dan wel ten aanzien van hem
de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is
verklaard.
Artikel 1684
1.De rechter kan op vordering van ieder der vennoten de maatschap
wegens gewichtige redenen ontbinden.
2.Een zodanige ontbinding heeft geen terugwerkende kracht. De
rechter kan de vordering toewijzen onder door hem te stellen
voorwaarden en een partij die in de naleving van haar verplichtingen
is tekortgeschoten, met overeenkomstige toepassing van artikel 277 van
Boek 6 tot schadevergoeding veroordelen.
3.De artikelen 265-279 van Boek 6 zijn op een maatschap niet van
toepassing.
Artikel 1686
1.Een opzegging is vernietigbaar, indien zij in strijd met de
redelijkheid en billijkheid is geschied.
2.Een vennootschap voor bepaalde tijd of voor een bepaald werk
aangegaan, kan niet worden opgezegd, tenzij dit is bedongen.
Artikel 1688
1.Indien bedongen is, dat, in geval van overlijden van een der
vennooten, de maatschap met deszelfs erfgenaam, of alleen tusschen de
overblijvende vennooten, zoude voortduren, moet dat beding worden
nagekomen.
2.In het tweede geval, heeft de erfgenaam des overledenen geen
verder regt dan op de verdeeling der maatschap, overeenkomstig de
gesteldheid waarin dezelve zich ten tijde van dat overlijden bevond;
doch hij deelt in de voordeelen en draagt in de verliezen, die de
noodzakelijke gevolgen zijn van verrigtingen, welke vóór het
overlijden van den vennoot, wiens erfgenaam hij is, hebben plaats
gehad.
Elfde titel [Vervallen per 01-01-2003]
Eerste afdeeling [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1703 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1704 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1705 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1706 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1707 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1708 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1709 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1710 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1711 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1712 [Vervallen per 01-01-2003]
Tweede afdeeling [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1713 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1714 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1715 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1716 [Vervallen per 01-01-2003]
Derde afdeeling [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1719 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1720 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1721 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1722 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1724 [Vervallen per 01-01-2003]
Vierde afdeeling [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1725 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1729 [Vervallen per 01-01-2003]
Artikel 1730 [Vervallen per 01-01-2003]
Dertiende titel. Van bruikleening
Eerste afdeeling. Algemeene bepalingen
Artikel 1777
Bruikleening is eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de
andere eene zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde dat degene
die deze zaak ontvangt, dezelve, na daarvan gebruik te hebben gemaakt,
of na eenen bepaalden tijd, zal terug geven.
Artikel 1778
De uitleener blijft eigenaar van de geleende zaak.
Artikel 1780
1.De verbintenissen, welke uit de bruiklening voortspruiten, gaan
over op de erfgenamen van degene die ter leen geeft, onderscheidenlijk
zijn echtgenoot of geregistreerde partner in het geval zijn
nalatenschap overeenkomstig artikel 13 van Boek 4 wordt verdeeld, en
van hem die ter leen ontvangt.
2.Maar indien men de uitleening gedaan heeft alleen uit aanmerking
van dengenen die ter leen ontvangt, en aan deszelfs persoon in het
bijzonder, kunnen deszelfs erfgenamen het verder genot van de geleende
zaak niet blijven behouden.
Tweede afdeeling. Van de verpligtingen van dengenen die iets ter
bruikleening ontvangt
Artikel 1781
1.Die iets ter leen ontvangt is gehouden, als een goed huisvader,
voor de bewaring en het behoud van de geleende zaak te zorgen.
2.Hij mag daarvan geen ander gebruik maken dan hetwelk de aard der
zaak medebrengt, of bij de overeenkomst bepaald is.
Artikel 1782
Indien de geleende zaak verloren gaat door een toeval, hetwelk degene
die dezelve ter leen ontvangen heeft, door zijne eigene zaak te
gebruiken, had kunnen voorkomen, of indien hij, slechts een van beide
kunnende behouden, aan de zijne den voorrang heeft gegeven, is hij voor
het verlies der andere zaak aansprakelijk.
Artikel 1783
Indien de zaak bij het ter leen geven geschat is, komt het verlies
van dezelve, al ontstond dat ook door toeval, ten laste van dengenen die
de zaak ter leen ontvangen heeft, ten ware het tegendeel mogt bedongen
zijn.
Artikel 1784
Indien de zaak alleen tengevolge van het gebruik waartoe dezelve
geleend is, en buiten schuld van den gebruiker, in waarde vermindert, is
deze wegens die vermindering niet aansprakelijk.
Artikel 1785
Indien de gebruiker, om van de geleende zaak gebruik te kunnen maken,
eenige onkosten gemaakt heeft, kan hij dezelve niet terug vorderen.
Artikel 1786
Indien een zaak in bruikleen is gegeven aan twee of meer personen
tezamen, zijn zij hoofdelijk verbonden tot teruggave daarvan en tot
vergoeding van de schade die het gevolg is van een tekortschieten in de
nakoming van die verplichting, tenzij de tekortkoming aan geen van hen
kan worden toegerekend.
Derde afdeeling. Van de verpligtingen van den uitleener
Artikel 1787
De uitleener kan de geleende zaak niet terug vorderen dan na verloop
van den bepaalden tijd, of, bij gebreke eener dusdanige bepaling, nadat
dezelve tot het gebruik waartoe zij was uitgeleend gediend heeft, of
heeft kunnen dienen.
Artikel 1788
Indien evenwel de uitleener, gedurende dat tijdsverloop, of voor dat
de behoefte van den gebruiker opgehouden heeft, de geleende zaak, om
dringende en onverwachts opkomende redenen, zelf benoodigd heeft, kan de
regter, naar gelang der omstandigheden, den gebruiker noodzaken het
geleende aan den uitleener terug te geven.
Artikel 1789
Indien de gebruiker, gedurende de bruikleening tot behoud der zaak
eenige buitengewone noodzakelijke onkosten heeft moeten maken, welke zoo
dringende waren dat hij daarvan te voren aan den uitleener geene kennis
heeft kunnen geven, is deze verpligt hem dezelve te vergoeden.
Artikel 1790
Indien de ter leen gegevene zaak zoodanige gebreken heeft, dat
daardoor aan dengenen die zich van dezelve bedient nadeel zoude kunnen
worden toegebragt, is de uitleener, zoo hij die gebreken gekend, en
daarvan aan den gebruiker geene kennis gegeven heeft, voor de gevolgen
verantwoordelijk.
Veertiende titel. Van verbruikleening
Eerste afdeeling. Algemeene bepalingen
Artikel 1791
Verbruikleening is eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de
andere eene zekere hoeveelheid van verbruikbare goederen afgeeft, onder
voorwaarde dat de laatstgemelde haar even zoo veel, van gelijke soort en
hoedanigheid, terug geve.
Artikel 1792
Uit krachte dezer verbruikleening, wordt degene die ter leen ontvangt
rechthebbende op het geleende goed; en indien hetzelve, op welke wijze
ook, vergaat, komt dat verlies voor zijne rekening.
Artikel 1793
De schuld, uit leening van geld voortspruitende, bestaat alleen in de
geldsom die bij de overeenkomst is uitgedrukt.
Tweede afdeeling. Van de verpligtingen des uitleeners
Artikel 1796
De uitleener kan het ter leen gegevene niet terug eischen, voordat de
tijd, bij de overeenkomst bepaald, verstreken is.
Artikel 1797
Geene tijdsbepaling gemaakt zijnde, kan de regter, wanneer de
uitleener de teruggave vordert, naar gelang der omstandigheden, aan
dengenen die het goed ter leen ontvangen heeft, eenig uitstel toestaan.
Artikel 1798
Indien men is overeengekomen dat hij die een goed ter leen heeft
ontvangen dit zal terug geven, wanneer hij daartoe in staat zal zijn,
zal de regter, naar gelang der omstandigheden, den tijd der teruggave
bepalen.
Artikel 1799
De bepaling van artikel 1790 is op verbruikleening toepasselijk.
Derde afdeeling. Van de verpligtingen des leeners
Artikel 1800
Die iets ter leen ontvangt is verpligt hetzelve, in gelijke
hoeveelheid en hoedanigheid, en op den bepaalden tijd, terug te geven.
Artikel 1801
1.Indien hij zich in de onmogelijkheid bevindt om hieraan te
voldoen, is hij gehouden de waarde van het geleende te betalen,
waarbij zal moeten in aanmerking genomen worden de tijd en de plaats,
waarop het goed, ten gevolge der overeenkomst, had moeten worden terug
gegeven.
2.Indien deze tijd en plaats niet bepaald zijn, moet de voldoening
geschieden overeenkomstig de waarde welke het geleende goed, ten tijde
waarop en ter plaatse alwaar de leening geschied is, gehad heeft.
Vierde afdeeling. Van het ter leen geven op interessen
Artikel 1804
De hoegrootheid der bij overeenkomst bedongene rente moet in
geschrift worden bepaald.
Artikel 1805
Indien de uitleener rente bedongen heeft, zonder dat het beloop
daarvan bepaald zij, is degene die ter leen ontvangen heeft gehouden het
beloop der wettelijke rente te voldoen.
Artikel 1806
Het bewijs van de betaling der hoofdsom zonder voorbehoud van rente
gegeven zijnde, doet de voldoening der rente vooronderstellen, en de
schuldenaar wordt daarvan bevrijd.
Vijftiende titel. Van gevestigde of altijddurende renten
Artikel 1807
Het vestigen eener altijddurende rente is eene overeenkomst, waarbij
de uitleener interessen bedingt, tegen betaling eener hoofdsom welke hij
aanneemt niet terug te zullen vorderen.
Artikel 1808
1.Deze rente is uit haren aard aflosbaar.
2.Partijen kunnen alleenlijk overeenkomen dat de aflossing niet
geschieden zal dan na verloop van eenen zekeren tijd, welke niet
langer dan voor tien jaren mag gesteld worden, of zonder dat zij den
schuldeischer vooraf verwittigd hebben op eenen zekeren, door hen
bevorens vastgestelden termijn, welke echter den tijd van een jaar
niet zal mogen te boven gaan.
Artikel 1809
De schuldenaar eener altijddurende rente kan tot de aflossing
genoodzaakt worden:
1°. Indien hij niets betaald heeft op de gedurende twee
achtereenvolgende jaren verschuldigde renten;
2°. Indien hij verzuimt aan den geldschieter de bij de
overeenkomst beloofde zekerheid te bezorgen;
3°. Indien hij in staat van faillissement is verklaard of ten
aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van
toepassing is verklaard.
Artikel 1810
In de twee eerste gevallen, bij het vorige artikel vermeld, kan de
schuldenaar zich van de verpligting tot aflossing ontheffen, indien hij
binnen de twintig dagen, te rekenen van de geregtelijke aanmaning, alle
de verschenen termijnen betaalt of de beloofde zekerheid stelt.
Zestiende titel. Van kans-overeenkomsten
Eerste afdeeling [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 1811 [Vervallen per 01-01-2006]
Tweede afdeeling [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 1813 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 1814 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 1817 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 1819 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 1822 [Vervallen per 01-01-2006]
Artikel 1824 [Vervallen per 01-01-2006]
Derde afdeeling. Van spel en weddingschap
Artikel 1825
De wet staat geene regtsvordering toe, ter zake van eene schuld uit
spel of uit weddingschap voortgesproten.
Artikel 1826
1.Onder de hier-boven staande bepaling zijn echter niet begrepen
die spelen welke geschikt zijn tot ligchaamsoefening, als het
schermen, wedloopen en dergelijke.
2.Niettemin kan de regter den eisch ontzeggen of verminderen,
wanneer hem de som overmatig toeschijnt.
Artikel 1827
Van de vorige twee artikelen kan op generlei wijze worden afgeweken.
Artikel 1828
In geen geval, kan hij die het verlorene vrijwillig betaald heeft
hetzelve terug eischen, ten ware, van den kant van dengenen die gewonnen
heeft, bedrog, list of opligting hebbe plaats gehad.
Zeventiende titel. Van lastgeving
Artikel 1829 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1830 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1831 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1832 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1833 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1834 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1835 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1836 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1837 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1838 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1839 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1840 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1841 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1842 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1843 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1844 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1845 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1846 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1847 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1848 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1849 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1850 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1851 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1852 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1853 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1854 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1855 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 1856 [Vervallen per 01-01-1992]
Negentiende titel. Van dading
Artikel 1889 [Vervallen per 01-09-1993]
Artikel 1890 [Vervallen per 01-09-1993]
Artikel 1891 [Vervallen per 01-09-1993]
Artikel 1892 [Vervallen per 01-09-1993]
Artikel 1893 [Vervallen per 01-09-1993]
Artikel 1894 [Vervallen per 01-09-1993]
Artikel 1901 [Vervallen per 01-09-1993]
Algemene slotbepaling
Artikel 2031
1. De Algemene
termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de
artikelen 280, onder b, en 281, tweede lid van Boek 1 en 252 van Boek
3, alsmede in titel 10 van Boek 7.
2. Onder algemeen
erkende feestdagen worden in dit wetboek verstaan de in artikel 3 van de
Algemene termijnenwet als zodanig genoemde en de bij of krachtens dat
artikel daarmede gelijkgestelde dagen.
|