De navolgende paragrafen of bepalingen
kunnen in de beperkte noodtoestand in werking worden gesteld:
van de Wet buitengewone bevoegdheden
burgerlijk gezag:
de artikelen 5, 6, 7, 8, eerste en derde
lid, 9, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 10 gezamenlijk of
afzonderlijk;
van de Oorlogswet voor Nederland:
de artikelen 9 tot en met 23 gezamenlijk
of afzonderlijk;
van de Wet bescherming staatsgeheimen:
artikel IIIa;
van de Noodwet rechtspleging:
de artikelen 2 tot en met 14;
van de Vreemdelingenwet 2000:
artikel 111;
van de Wet verplaatsing bevolking:
de artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5,
eerste lid, 6, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of
afzonderlijk;
van de Wet rampen en zware ongevallen:
de artikelen 22 tot en met 24;
van de Noodwet financieel verkeer:
de artikelen 3 tot en met 32 gezamenlijk
of afzonderlijk;
van de Comptabiliteitswet 2001:
artikel 97, eerste lid;
van de Wet militaire inundatiën:
de artikelen 1a, 2 en 3;
van de Kaderwet dienstplicht:
de artikel 19, eerste lid;
van de Inkwartieringswet:
de artikelen 28, 29 en 35;
van de Onteigeningswet:
de artikelen 76a bis tot en met 76f bis;
van de Woningwet:
de artikelen 101a, 102 en 103
gezamenlijk;
van de Wet behoud scheepsruimte 1939:
de artikelen 2 tot en met 4, 8 en 9;
van de Luchtvaartwet:
de artikelen 58 tot en met 61 gezamenlijk
of afzonderlijk;
van de Vervoersnoodwet:
de artikelen 8, 9, 10, 12, 13, 15 en 17
gezamenlijk of afzonderlijk;
van de Havennoodwet:
de artikelen 6 en 8 gezamenlijk of
afzonderlijk;
van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen:
artikel 60;
van de Vaarplichtwet:
de artikelen 2a, 10, 11, 16, 17, 18 en
20;
van de Binnenvaartwet:
artikel 53;
van de Scheepvaartverkeerswet:
de artikelen 37a, eerste lid, en 38
gezamenlijk of afzonderlijk;
van de Loodsenwet:
de artikelen 52 en 53, eerste lid,
gezamenlijk of afzonderlijk;
de Telecommunicatiewet, artikel 14.4,
eerste en tweede lid
van de Postwet 2009;
van de Wet rijonderricht motorrijtuigen
1993:
artikel 8b;
van de Wet luchtvaart:
de artikelen 9.3, 9.4 en 9.5 gezamenlijk
of afzonderlijk;
van de Wegenverkeerswet 1994:
artikel 4, derde, vierde en vijfde lid;
van de Distributiewet:
de artikelen 4 tot en met 8 en 10a
gezamenlijk of afzonderlijk;
van de Hamsterwet:
artikel 3;
van de Vorderingswet:
artikel 3a;
van de Prijzennoodwet:
de artikelen 5 en 8 gezamenlijk of
afzonderlijk;
van de Bodemproductiewet 1939:
de artikelen 2 tot en met 4, 8 tot en met
10;
van de Noodwet voedselvoorziening:
de artikelen 6 tot en met 14;
van de Noodwet arbeidsvoorziening:
één of meer van de paragrafen van
hoofdstuk II;
van de Noodwet geneeskundigen:
één of meer van de paragrafen van
hoofdstuk II;
van de Warenwet:
artikel 2a;
van de Wet medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen: artikel 32.
Lijst B, bedoeld in artikel 8, eerste
lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
De navolgende paragrafen of bepalingen
kunnen in de algemene noodtoestand in werking worden gesteld:
van de Wet buitengewone bevoegdheden
burgerlijk gezag:
de artikelen 5, 6, 7, 8, eerste en derde
lid, 9, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 10 tot en met 13, 14,
eerste lid, 15, eerste en derde lid, 16, eerste, tweede en derde lid,
17, eerste, tweede en derde lid, en 18 gezamenlijk of afzonderlijk en de
artikelen 19 tot en met 25, 26, tweede lid, 27 en 28 gezamenlijk;
van de Oorlogswet voor Nederland:
de artikelen 9 tot en met 43 gezamenlijk
of afzonderlijk en de artikelen 44 tot en met 53 gezamenlijk;
van de Wet bescherming staatsgeheimen:
artikel IIIa;
van de Noodwet rechtspleging:
de artikelen 2 tot en met 14, alsmede
artikel 17;
van de Vreemdelingenwet 2000:
artikel 111;
van de Wet verplaatsing bevolking:
de artikelen 2a, 2b, 2c, 2e, 3, 4, 5,
eerste lid, 6, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, gezamenlijk of
afzonderlijk;
van de Wet rampen en zware ongevallen:
de artikelen 22 tot en met 24;
van de Noodwet financieel verkeer:
de artikelen 3 tot en met 32 gezamenlijk
of afzonderlijk;
van de Comptabiliteitswet 2001:
artikel 97, eerste lid;
van de Wet militaire inundatiën:
de artikelen 1a, 2 en 3;
van de Kaderwet dienstplicht:
de artikel 19, eerste lid;
van de Inkwartieringswet:
de artikelen 28, 29 en 35;
van de Onteigeningswet:
de artikelen 76a bis tot en met 76f bis;
van de Woningwet:
de artikelen 101a, 102 en 103
gezamenlijk;
van de Wet behoud scheepsruimte 1939:
de artikelen 2 tot en met 4, 8 en 9;
van de Luchtvaartwet:
de artikelen 58 tot en met 61 gezamenlijk
of afzonderlijk;
van de Vervoersnoodwet:
de artikelen 8, 9, 10, 12, 13, 15 en 17
gezamenlijk of afzonderlijk;
van de Havennoodwet:
de artikelen 6 en 8 gezamenlijk of
afzonderlijk;
van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen:
artikel 60;
van de Vaarplichtwet:
de artikelen 2a, 10, 11, 16, 17, 18 en
20;
van de Binnenvaartwet:
artikel 53;
van de Scheepvaartverkeerswet:
de artikelen 37a, eerste lid, en 38
gezamenlijk of afzonderlijk;
van de Loodsenwet:
de artikelen 52 en 53, eerste lid,
gezamenlijk of afzonderlijk;
de Telecommunicatiewet, artikel 14.4,
eerste en tweede lid;
van de Postwet 2009;
van de Wet rijonderricht motorrijtuigen
1993:
artikel 8b;
van de Wet luchtvaart:
de artikelen 9.3, 9.4 en 9.5 gezamenlijk
of afzonderlijk;
van de Wegenverkeerswet 1994:
artikel 4, derde, vierde en vijfde lid;
van de Distributiewet:
de artikelen 4 tot en met 8 en 10a
gezamenlijk of afzonderlijk;
van de Hamsterwet:
artikel 3;
van de Vorderingswet:
artikel 3a;
van de Prijzennoodwet:
de artikelen 5 en 8 gezamenlijk of
afzonderlijk;
van de Bodemproductiewet 1939:
de artikelen 2 tot en met 4, 8 tot en met
10;
van de Noodwet voedselvoorziening:
de artikelen 6 tot en met 14;
van de Noodwet arbeidsvoorziening:
één of meer van de paragrafen van
hoofdstuk II;
van de Noodwet geneeskundigen:
één of meer paragrafen van hoofdstuk
II;
van de Mediawet 2008:
artikel 6.26, tweede lid;
van de Warenwet:
artikel 2a;
van de Wet medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen: artikel 32.