Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 8 juli 1999, houdende aanpassing
van de Nederlandse wetgeving aan richtlijn 96/9/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming
van databanken
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de
Nederlandse wetgeving aan te passen met het oog op richtlijn 96/9/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de
rechtsbescherming van databanken (Pb EG L77);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. Bescherming van de producent van databanken
Artikel 1.
1. Voor de toepassing van het bij of
krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
a. databank: een verzameling van werken, gegevens of andere
zelfstandige elementen die systematisch of methodisch geordend en
afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk
zijn en waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de
inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een
substantiële investering;
b. producent van een databank: degene die het risico draagt van de
voor de databank te maken investering;
c. opvragen: het permanent of tijdelijk overbrengen van de inhoud
van een databank of een deel daarvan op een andere drager, ongeacht op
welke wijze en in welke vorm;
d. hergebruiken: elke vorm van het aan het publiek ter beschikking
stellen van de inhoud van een databank of een deel daarvan door
verspreiding van exemplaren, verhuur, on line transmissie of
transmissie in een andere vorm;
e. technische voorzieningen: technologie, inrichtingen of
onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het
voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van databanken, en
door de producent van de databank of zijn rechtverkrijgende niet zijn
toegestaan; technische voorzieningen worden geacht «doeltreffend» te
zijn indien het opvragen en hergebruiken van een databank door de
producent van de databank of zijn rechtverkrijgende wordt beheerst
door middel van toegangscontrole of door toepassing van een
beschermingsprocédé zoals encryptie, vervorming of andere
transformatie van de databank of een kopieerbeveiliging die de beoogde
bescherming bereikt; en
f. informatie betreffende het beheer van rechten: alle door de
producent van een databank en zijn rechtverkrijgenden verstrekte
informatie welke verbonden is met een exemplaar van een databank of
bij het hergebruiken van een databank bekend wordt gemaakt, die dient
ter identificatie van de databank, of informatie betreffende de
voorwaarden voor het gebruik van de databank, alsmede de cijfers of
codes waarin die informatie is vervat.
2. Het voor een beperkte tijd en zonder
direct of indirect economisch of commercieel voordeel voor gebruik ter
beschikking stellen door voor het publiek toegankelijke instellingen
wordt niet als opvragen of hergebruiken beschouwd.
3. Op computerprogramma's die worden
gebruikt bij de productie of de werking van met elektronische middelen
toegankelijke databanken zijn de desbetreffende bepalingen in de
Auteurswet van toepassing.
Artikel 1a.
Behoudens bewijs van het tegendeel wordt voor de producent van een
databank gehouden degene die in de databank als zodanig is aangeduid, of
bij gebreke van een dergelijke aanduiding, degene die bij de
openbaarmaking van de databank als producent daarvan is bekend gemaakt
door degene die haar openbaar maakt.
Artikel 2.
1. De producent van een databank heeft het
uitsluitende recht om toestemming te verlenen voor de volgende
handelingen:
a. het opvragen of hergebruiken van het geheel of een in
kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud
van de databank;
b. het herhaald en systematisch opvragen of hergebruiken van in
kwalitatief of in kwantitatief opzicht niet-substantiële delen van de
inhoud van een databank, voorzover dit in strijd is met de normale
exploitatie van die databank of ongerechtvaardigde schade toebrengt
aan de rechtmatige belangen van de producent van de databank.
2. Het auteursrecht of andere rechten op de
databank of op de in de databank opgenomen werken, gegevens of andere
elementen blijven onverlet.
3. Indien een exemplaar van een databank
door of met toestemming van de producent of zijn rechtverkrijgende voor
de eerste maal in het verkeer is gebracht door eigendomsoverdracht in
een van de lidstaten van de Europese Unie of in een staat die partij is
bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei
1992, vormt anderszins in het verkeer brengen in die staten van dat
exemplaar geen inbreuk op het in het eerste lid bedoelde recht.
4. Het in het eerste lid bedoelde recht
gaat over bij erfopvolging en is vatbaar voor gehele of gedeeltelijke
overdracht. De levering vereist voor gehele of gedeeltelijke overdracht
geschiedt door een daartoe bestemde akte.
5. De rechter kan op vordering van de
producent, tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om
inbreuk op het in het eerste lid bedoelde recht van de producent te
maken, bevelen de diensten die gebruikt worden om die inbreuk te maken,
te staken.
6. De voorzieningenrechter kan op vordering van de producent
tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk op het in het eerste
lid bedoelde recht toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt
gesteld voor vergoeding van de door de producent geleden schade. Onder
dezelfde voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening
door de tussenpersoon als bedoeld in het vijfde lid toestaan.
Artikel 3.
1. De producent van een databank welke op
enigerlei wijze aan het publiek ter beschikking is gesteld mag de
rechtmatige gebruiker van die databank niet verhinderen in kwalitatief
of kwantitatief opzicht niet-substantiële delen van de inhoud ervan op
te vragen of te hergebruiken. Voorzover de rechtmatige gebruiker
toestemming heeft om slechts een deel van de databank op te vragen of te
hergebruiken, geldt de eerste zin slechts voor dat deel.
2. Bij overeenkomst kan niet ten nadele van
de rechtmatige gebruiker van het eerste lid worden afgeweken.
Artikel 4.
De rechtmatige gebruiker van een databank welke op enigerlei wijze
aan het publiek ter beschikking is gesteld, mag geen handelingen
verrichten waardoor hij de normale exploitatie van de databank in gevaar
brengt of ongerechtvaardigde schade aan de producent toebrengt.
Artikel 5.
De rechtmatige gebruiker van een databank die op enigerlei wijze aan
het publiek ter beschikking is gesteld mag zonder toestemming van de
producent van de databank een substantieel deel van de inhoud van de
databank:
a. opvragen voor privé doeleinden, mits het een niet-elektronische
databank betreft;
b. opvragen ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk
onderzoek, met bronvermelding en voor zover door het niet-commerciële
doel gerechtvaardigd;
c. opvragen of hergebruiken voor de openbare veiligheid of in het
kader van een administratieve of rechterlijke procedure.
Artikel 5a.
1. Degene, die doeltreffende technische
voorzieningen omzeilt en dat weet of redelijkerwijs behoort te weten,
handelt onrechtmatig.
2. Degene die diensten verricht of
inrichtingen, producten of onderdelen vervaardigt, invoert,
distribueert, verkoopt, verhuurt, adverteert of voor commerciële
doeleinden bezit die:
a) aangeboden, aangeprezen of in de handel gebracht worden met het
doel om de beschermende werking van doeltreffende technische
voorzieningen te omzeilen, of
b) slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben anders dan
het omzeilen van de beschermende werking van doeltreffende technische
voorzieningen, of
c) vooral ontworpen, vervaardigd of aangepast worden met het doel
het omzeilen van de beschermende werking van doeltreffende technische
voorzieningen mogelijk of gemakkelijker te maken,
handelt onrechtmatig.
3. Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen regelen worden vastgesteld die de producent van de databank er
toe verplichten aan de gebruiker van de databank voor doeleinden als
omschreven in artikel 5 de nodige middelen te verschaffen om van deze
beperking te profiteren, mits de gebruiker rechtmatig toegang tot de
door de technische voorziening beschermde databank heeft. Het bepaalde
in de voorgaande zin geldt niet ten aanzien van databanken die onder
contractuele voorwaarden aan gebruikers beschikbaar worden gesteld op
een door hen individueel gekozen plaats en tijd. Artikel 17d van de
Auteurswet 1912 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5b.
Degene die opzettelijk en zonder daartoe gerechtigd te zijn
elektronische informatie betreffende het beheer van rechten verwijdert
of wijzigt, of databanken waaruit op ongeoorloofde wijze dergelijke
informatie is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke
informatie is gewijzigd, verspreidt, ter verspreiding invoert, uitzendt
of anderszins openbaar maakt, en weet of redelijkerwijs behoort te weten
dat hij zodoende aanzet tot inbreuk op het databankenrecht, dan wel een
dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt, handelt
onrechtmatig.
Artikel 5c.
1. Inbreuk op het recht genoemd in artikel 2 en inbreuk op het
in artikel 5a, eerste en tweede lid, of artikel 5b bepaalde, geeft de
bevoegdheid het geheel of een deel van de inhoud van de databank als
bedoeld in artikel 2 en inrichtingen, producten en onderdelen als
bedoeld in artikel 5a of databanken als bedoeld in artikel 5b als zijn
eigendom op te eisen dan wel onttrekking aan het handelsverkeer,
vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan te vorderen. Gelijke
bevoegdheid bestaat ten aanzien van roerende zaken die geen
registergoederen zijn en die rechtstreeks hebben gediend tot de
vervaardiging van de inrichtingen, producten en onderdelen, bedoeld in
de eerste zin.
2. De bepalingen van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering betreffende beslag en executie tot afgifte
van roerende zaken die geen registergoederen zijn, zijn van toepassing.
Bij samenloop met een ander beslag gaat degene die beslag heeft gelegd
krachtens dit artikel voor.
3. De maatregelen bedoeld in het eerste lid
worden op kosten van de gedaagde uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen
dit beletten.
4. Tenzij anders is overeengekomen, heeft
de licentienemer het recht de uit het eerste lid voortvloeiende
bevoegdheden uit te oefenen, voor zover deze strekken tot bescherming
van de rechten waarvan de uitoefening hem is toegestaan.
5. De rechter kan op vordering van de producent degene die
inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al hetgeen hem bekend is
omtrent de herkomst en distributiekanalen van de databanken en delen van
databanken die inbreuk maken, aan de gerechtigde mee te delen en alle
daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder
dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op
commerciële schaal inbreukmakende databanken of delen van databanken in
zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten
verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze
derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of
distributie van deze databanken of delen van databanken of bij het
verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het
verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een
inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de
andere in artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering bedoelde personen.
6. Bij de beoordeling van de maatregelen die de producent of
diens licentienemer kan vorderen ingevolge de bevoegdheden, genoemd in
het eerste lid, houdt de rechter rekening met de noodzakelijke
evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde
maatregelen en met de belangen van derden.
Artikel 5d.
1. Naast schadevergoeding kan de producent van de databank of
zijn rechtverkrijgende vorderen dat degene die inbreuk op het
databankrecht heeft gemaakt, wordt veroordeeld de door deze ten gevolge
van de inbreuk genoten winst af te dragen en dienaangaande rekening en
verantwoording af te leggen.
2. In passende gevallen kan de rechter de schadevergoeding
vaststellen als een forfaitair bedrag.
3. De producent of diens rechtverkrijgende kan de in het eerste
lid bedoelde vorderingen of een van deze ook namens of mede namens een
licentienemer instellen, onverminderd de bevoegdheid van deze laatste in
een al of niet namens hem of mede namens hem door de producent of diens
rechtverkrijgende ingesteld geding tussen te komen om rechtstreeks de
door hem geleden schade vergoed te krijgen of om zich een evenredig deel
van de door de gedaagde af te dragen winst te doen toewijzen. De in het
eerste lid bedoelde vorderingen of een van deze kan een licentienemer
slechts instellen als hij bevoegdheid daartoe van de producent of diens
rechtverkrijgende heeft bedongen.
Artikel 5e.
De rechter kan op vordering van de producent of zijn
rechtverkrijgende gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens
recht heeft gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot
verspreiding van informatie over de uitspraak.
Artikel 6.
1. Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, ontstaat op het tijdstip waarop de productie van de databank is
voltooid. Het vervalt door verloop van vijftien jaar na 1 januari van
het jaar volgend op het tijdstip van voltooiing.
2. Indien een databank voor het tijdstip
waarop de productie werd voltooid ter beschikking van het publiek is
gesteld, vervalt het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, door
verloop van vijftien jaar na 1 januari van het jaar volgend op het
tijdstip waarop de databank voor het eerst ter beschikking van het
publiek werd gesteld.
3. Met elke in kwalitatief of kwantitatief
opzicht substantiële wijziging van de inhoud van de databank, met name
door opeenvolgende toevoegingen, weglatingen of veranderingen, die in
kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een nieuwe substantiële
investering, ontstaat een nieuw recht als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, voor de door die investering ontstane databank.
Artikel 7.
Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, komt toe aan:
a. de producent van de databank of zijn rechtverkrijgende die
onderdaan is van of zijn gewone verblijfplaats heeft op het
grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die
partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte van 2 mei 1992;
b. de producent van de databank of zijn rechtverkrijgende die een
rechtspersoon is die is opgericht overeenkomstig de wetgeving van een
lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992
en haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft binnen
het grondgebied van een van die staten; indien een dergelijke
rechtspersoon echter alleen haar statutaire zetel op het grondgebied
van een van die staten heeft, moeten haar werkzaamheden een
daadwerkelijke en duurzame band hebben met de economie van die staat;
c. de producent van de databank of zijn rechtverkrijgende die een
recht kan ontlenen aan een overeenkomst die de Raad van de Europese
Unie heeft gesloten met andere landen dan bedoeld onder a. of b.
Artikel 8.
1. De openbare macht bezit het recht,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet ten aanzien van databanken
waarvan zij de producent is en waarvan de inhoud gevormd wordt door
wetten, besluiten en verordeningen, door haar uitgevaardigd,
rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen.
2. Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, is niet van toepassing op databanken waarvan de openbare macht de
producent is, tenzij het recht hetzij in het algemeen bij de wet,
besluit of verordening, hetzij in een bepaald geval blijkens mededeling
op de databank zelf of bij de terbeschikkingstelling aan het publiek van
de databank uitdrukkelijk is voorbehouden.
Artikel 9.
Deze wet wordt aangehaald als:
Databankenwet.
ARTIKEL II
[Wijzigt de Auteurswet 1912]
ARTIKEL III
A.
1. Artikel I is ook van toepassing op databanken waarvan de
productie na 1 januari 1983 voltooid is, met dien verstande dat aan
vóór 1 januari 1998 verrichte handelingen en verkregen rechten geen
afbreuk wordt gedaan.
2. Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vervalt in dat
geval op 1 januari 2014.
B. Artikel II is ook van toepassing op verzamelingen als bedoeld
in artikel 10, derde lid, van de Auteurswet die vóór 1 januari 1998
gemaakt zijn, met dien verstande dat aan vóór die datum verrichte
handelingen en verkregen rechten geen afbreuk wordt gedaan.
C. Op verzamelingen als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de
Auteurswet die op 27 maart 1996 behoorden tot de in artikel 10, eerste
lid, onder 1°, van de Auteurswet genoemde geschriften blijven de
bepalingen in hoofdstuk III van de Auteurswet over de duur van het
auteursrecht van toepassing.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 8 juli 1999
BEATRIX
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de twintigste juli 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|