WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat in verband met de
vaststelling van een Gratiewet het noodzakelijk is tevens voorzieningen
te treffen met het oog op de behandeling van en de beschikking op
verzoekschriften om gratie van straffen of maatregelen, opgelegd door
instanties belast met de militaire strafrechtspraak;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en
met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut
voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Op de behandeling van en beschikking op verzoekschriften om
vermindering, verandering of kwijtschelding van straffen of maatregelen,
bij beslissing van een ingevolge de Wet militaire strafrechtspraak
bevoegde rechter opgelegd, zijn de bepalingen van de Gratiewet van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij wordt
verstaan onder Onze Minister: de Minister van Justitie van Nederland en
onder Nederlandse strafrechter: elke ingevolge eerstgenoemde wet met de
militaire strafrechtspraak belaste rechter.
Artikel 2
Zolang de Wet militaire strafrechtspraak niet in werking is getreden,
zijn de bepalingen van de Gratiewet van overeenkomstige toepassing op de
behandeling van en de beschikking op verzoekschriften om vermindering,
verandering of kwijtschelding van straffen of maatregelen bij beslissing
van de militaire rechter opgelegd, met dien verstande, dat onder
openbaar ministerie worden begrepen de ambtenaren belast met de
vervolging van strafbare feiten begaan door aan de rechtsmacht van de
militaire rechter onderworpen personen.
Artikel 3
Deze Rijkswet treedt in werking op 1 januari 1988 of op een eerder
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad
van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 17 december 1987
BEATRIX
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
De Staatssecretaris van Justitie,
V.N.M. Korte-van Hemel
Uitgegeven de negenentwintigste december 1987
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes