Nadere regelgeving:
- Instellingsbeschikking Rijksbureau voor Aardolieprodukten 1973
WET van 24 juni 1939, houdende regelen
teneinde in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone
omstandigheden een doelmatige distributie van goederen in het belang van
volkshuishouding, landsverdediging en veiligheid van niet-militaire
personen of lichamen mogelijk te maken
WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is
regelen te stellen teneinde in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere
buitengewone omstandigheden een doelmatige distributie van goederen in
het belang van volkshuishouding, landsverdediging en veiligheid van
niet-militaire personen of lichamen mogelijk te maken;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
§ 1. Algemeene bepalingen
Artikel 1
1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder «Onze
Minister»: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede
verstaan onder goederen: elektriciteit.
Artikel 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De maatregelen, krachtens deze wet genomen, blijven zonder gevolg,
voor zover zij onverenigbaar zijn met maatregelen, ten behoeve van de
landsverdediging genomen krachtens:
a. de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67)
b. de Wet militaire Inundatiën (Stb. 1896, 71),
c. de Onteigeningswet (Stb. 1922, 25),
d. de Wegenverkeerswet 1994,
e. de Inkwartieringswet (Stb. 1953, 305),
f. de Oorlogswet voor Nederland (Stb.1964, 337),
g. de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47) of
h. de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (Stb. 1988, 520).
Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Onze Minister is belast met de zorg voor een doelmatige distributie
van goederen in het belang van volkshuishouding, landsverdediging en
veiligheid van niet-militaire personen of lichamen, met dien verstande,
dat hij nopens de hoeveelheden goederen, welke ten behoeve van de
landsverdediging beschikbaar behooren te blijven, overleg pleegt met
Onzen Minister van Defensie.
Artikel 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval
buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in
werking treden.]
De soorten van goederen, welke worden beschouwd als
distributiegoederen in den zin dezer wet, worden door Onzen Minister
aangewezen. Ten aanzien van deze soorten van goederen stelt hij een
distributieregeling vast, waarbij aan de voorziening in de behoefte van
de landsverdediging voorrang verleend wordt.
Artikel 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval
buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in
werking treden.]
1. Onze Minister kan bepalen, dat distributiegoederen niet mogen
worden gekocht, verkocht, te koop aangeboden, afgeleverd, of
voorhanden of in voorraad gehouden dan met inachtneming van de door
hem vastgestelde distributieregeling.
2. Hij kan daarbij bepalen, dat de in lid 1 genoemde handelingen
niet zullen mogen geschieden zonder schriftelijke vergunning, door
of namens hem verleend; aan deze vergunning kunnen voorwaarden
worden verbonden. In spoedeischende gevallen kan zij ook anders dan
schriftelijk worden verleend.
Artikel 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval
buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in
werking treden.]
1. Onze Minister is bevoegd, regelen te stellen met betrekking
tot het gebruik, het verbruik, de bewerking of de verwerking van
distributiegoederen.
2. Hij kan daarbij het gebruik, het verbruik, de bewerking of de
verwerking dier goederen tot bepaalde doeleinden verbieden, dan wel
uitsluitend tot bepaalde doeleinden, al dan niet voorwaardelijk,
toestaan.
Artikel 7 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval
buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in
werking treden.]
1. Onze Minister kan regelen stellen met betrekking tot het
vervoer van distributiegoederen.
2. Hij kan dat vervoer in door hem aan te wijzen gebieden geheel
of gedeeltelijk verbieden, of niet dan voorwaardelijk toestaan.
Artikel 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval
buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in
werking treden.]
1. Onze Minister kan, hetzij voor het Rijk in Europa, hetzij voor
door hem aan te wijzen gedeelten daarvan, bepalen, dat ieder, die
distributiegoederen voorhanden of in voorraad heeft, verplicht is,
van aard, hoeveelheid en plaats dier goederen opgave te doen, hetzij
aan den Minister, hetzij aan de door dezen aangewezen instanties of
personen.
2. De opgave geschiedt op tijdstippen, te bepalen door Onzen
Minister en overeenkomstig regelen door hem te stellen.
3. De in lid 1 bedoelde verplichting kan door of namens den
Minister ook aan bepaalde personen of lichamen worden opgelegd.
Artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De burgemeesters verleenen de medewerking, welke de voorschriften,
bij of krachtens deze wet gegeven, van hen zullen verlangen.
Artikel 10 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1.Ter bestrijding van kosten, verbonden aan de uitvoering van deze
wet, kunnen van belanghebbenden geen gelden worden gevorderd, dan met
inachtneming van regelen bij algemeenen maatregel van bestuur gesteld.
2.In de kosten door de gemeentebesturen bij de uitvoering van deze
wet gemaakt, wordt, volgens bij algemeenen maatregel van bestuur te
stellen regelen, aan die gemeentebesturen een tegemoetkoming verleend,
welke in geen geval minder zal mogen bedragen dan 75% van de werkelijk
gemaakte kosten.
§ 1a. Prestatieplicht
Artikel 10a [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval
buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in
werking treden.]
1. In buitengewone omstandigheden kan Onze Minister soorten van
goederen als distributiegoederen aanwijzen. Ten aanzien van deze
soorten van goederen geeft hij, in afwijking van artikel 4, aan een
onderneming of een vrije-beroepsbeoefenaar een aanwijzing die deze
ertoe verplicht om binnen een bij de aanwijzing gestelde termijn een
daarbij aangegeven hoeveelheid distributiegoederen te winnen, te
vervaardigen, te bewerken, te verwerken, of te herstellen, alsmede
te leveren aan de staat, dan wel aan een andere rechtspersoon of
natuurlijke persoon.
2. In buitengewone omstandigheden kan Onze Minister aan een
onderneming of een vrije-beroepsbeoefenaar een aanwijzing geven die
deze ertoe verplicht om binnen een daarbij aan te geven termijn ten
behoeve van de staat of een daarbij aan te geven andere
rechtspersoon of natuurlijke persoon andere handelingen te
verrichten dan die bedoeld in het eerste lid. In de aanwijzing
worden de opgedragen handelingen zo nauwkeurig mogelijk omschreven.
3. De aanwijzing wordt zo mogelijk schriftelijk gegeven. Een op
een andere wijze gegeven aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk door
een schriftelijke aanwijzing gevolgd.
4. Met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde winnen,
vervaardigen, bewerken, verwerken, herstellen en leveren van
distributiegoederen en de in het tweede lid bedoelde andere
handelingen gelden tussen de onderneming of vrijeberoepsbeoefenaar
en degene aan wie de distributiegoederen worden geleverd of ten
behoeve van wie de andere handelingen worden verricht de voor
soortgelijke handelingen rechtens geldende dan wel gebruikelijke
tarieven en voorwaarden. Onze Minister kan bij ministeriële
regeling nadere regels stellen ter aanvulling of ter vervanging van
de rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden.
5. Onze Minister kan aan de onderneming of vrijeberoepsbeoefenaar
aan wie een aanwijzing is gegeven krachtens het tweede lid, een naar
billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van
buitengewone kosten door betrokkene gemaakt vanwege de naleving van
de aanwijzing.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op voordracht van
Onze Minister regels worden gesteld ter zake van de toepassing van
het vijfde lid.
Artikel 10b [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1.Op voordracht van Onze Minister worden bij algemene maatregel van
bestuur de autoriteiten aangewezen die krachtens algemeen mandaat of
krachtens mandaat voor een bepaald geval en met inachtneming van de
bij die maatregel gestelde regelen, in enig gebied de bevoegdheden
uitoefenen die krachtens deze wet toekomen aan Onze Minister.
2.Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid,
worden tevens de autoriteiten aangewezen die krachtens algemeen
mandaat of krachtens mandaat voor een bepaald geval en met
inachtneming van de bij die maatregel gestelde regelen, in enig gebied
de bevoegdheden uitoefenen die krachtens deze wet toekomen aan een van
Onze andere Ministers, niet zijnde Onze Minister-President of Onze
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
3.Een algemeen mandaat als bedoeld in het eerste en het tweede lid
wordt niet voor onbepaalde tijd gegeven. Zij bevat tenminste de naam
of de functie van de mandataris, de bevoegdheid die wordt gemandateerd
en de periode waarin het mandaat geldt.
4.Een mandaat voor een bepaald geval als bedoeld in het eerste en
het tweede lid bevat tenminste de naam of de functie van de
mandataris, de bevoegdheid die wordt gemandateerd, de periode waarin
het mandaat geldt en het geval waarin de bevoegdheid kan worden
uitgeoefend.
Artikel 10c [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1.De in artikel 10a aan Onze Minister toegekende bevoegdheden
worden ter zake van de uitvoering van de militaire taak uitgeoefend
door Onze Minister en Onze Minister van Defensie gezamenlijk.
2.Indien bij toepassing van het eerste lid geen overeenstemming
bestaat omtrent de uitoefening van bevoegdheden ten behoeve van de
uitvoering van de militaire taak, beslist Onze Minister van Defensie.
3.Indien krachtens artikel 10a, vijfde lid, een vergoeding wordt
toegekend vanwege bevoegdheden die zijn uitgeoefend ter uitvoering van
de militaire taak, dan komt deze voor rekening van Onze Minister van
Defensie.
§ 2. Van de distributiekringen
Artikel 11
1.Voor de toepassing van deze wet wordt het Rijk verdeeld in
distributiekringen.
2.Elke gemeente vormt een kring.
3.Wij kunnen bepalen:
a. dat twee of meer gemeenten tezamen één kring zullen
vormen;
b. dat, met inachtneming van door Onzen Minister te bepalen
grenzen, een gemeente in twee of meer kringen zal worden verdeeld.
Artikel 12
1.In elken kring is een distributiedienst.
2.De burgemeester is het hoofd van den dienst en als zoodanig met
de leiding daarvan belast. Hij kan, onder goedkeuring van Onzen
Minister, een ander aanwijzen, die namens hem met de dagelijksche
leiding van den dienst is belast. Hij stelt voor dezen een instructie
vast.
3.De burgemeester draagt er zorg voor, dat zodanige voorbereidingen
getroffen worden, dat in geval van inwerkingtreding van een of meer
van de in artikel 24, tweede lid, bedoelde artikelen, de
distributiedienst tijdig de noodzakelijke handelingen ter uitvoering
van het bij of krachtens die artikelen bepaalde kan verrichten.
4.In het geval, bedoeld in lid 3, onder a van het vorig artikel,
regelen de burgemeesters onder Onze goedkeuring de inrichting van den
distributiedienst in den kring. Zij kunnen daarbij één der gemeenten
als centrale gemeente aanwijzen. Bij de door de burgemeesters te
treffen gemeenschappelijke regeling kan geen openbaar lichaam als
bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke
regelingen worden ingesteld. De artikelen 99 tot en met 103l van die
wet zijn niet van toepassing.
5.Indien binnen een door Onzen Minister te bepalen termijn een
regeling niet aan Onze goedkeuring is onderworpen of Wij die niet
goedkeuren, wordt de regeling door Ons vastgesteld.
6.Het bepaalde in de leden 4 en 5 vindt overeenkomstige toepassing
ten aanzien van wijziging en opheffing van een gemeenschappelijke
regeling.
Artikel 13 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1.De burgemeester benoemt, schorst en ontslaat de ambtenaren van
den distributiedienst. Hij kan ook andere gemeenteambtenaren met
werkzaamheden, dien dienst betreffende, belasten.
2.In het geval, bedoeld in lid 3 onder a van artikel 11, voorziet
de in artikel 12 bedoelde gemeenschappelijke regeling in het
onderwerp, bedoeld in het vorig lid.
Artikel 14 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De kosten van den distributiedienst worden geacht te behooren tot de
uitgaven, bedoeld in artikel 193 van de Gemeentewet (Stb. 1992, 96).
Artikel 15 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1.De burgemeesters treffen de maatregelen, noodig om de juiste
uitvoering van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften te
verzekeren.
2.In het belang van een goede distributie geven zij algemeen
verbindende voorschriften. Deze worden na vaststelling terstond aan
Onzen Minister medegedeeld.
3.De voorschriften worden afgekondigd op de wijze, bepaald voor
gemeentelijke strafverordeningen; zij treden, voor zoover zij zelf
niet een later tijdstip aanwijzen, in werking met ingang van den dag
na dien der afkondiging.
4.Indien de burgemeester nalatig blijft aan het bepaalde in de
vorige leden uitvoering te geven, of wel - in geval Onze Minister
aanvulling, wijziging of intrekking van gegeven voorschriften
gewenscht acht - zoodanige aanvulling, wijziging of intrekking,
ondanks daartoe strekkende aanmaning, binnen een te stellen termijn
van tenminste vier en twintig uur niet tot stand brengt, geschiedt de
vaststelling van de noodige voorschriften door dien Minister;
zoodanige voorschriften worden geacht van den burgemeester afkomstig
te zijn. De afkondiging geschiedt terstond nadat het besluit door den
burgemeester is ontvangen. De voorschriften treden in werking met
ingang van den dag na dien der afkondiging, tenzij door Onzen Minister
een ander tijdstip is bepaald.
5.In het geval, bedoeld in lid 3 onder a van artikel 11, worden de
in lid 1 bedoelde maatregelen getroffen en de in lid 2 bedoelde
voorschriften gegeven door het orgaan of de organen, bij de in artikel
12 bedoelde gemeenschappelijke regeling daartoe aangewezen. Deze
worden alsdan voor de toepassing van lid 4 gelijkgesteld met den
burgemeester.
Artikel 16 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Indien zulks naar Ons oordeel voor een doelmatige distributie
noodzakelijk is, kunnen Wij, met afwijking van de artikelen 11 tot en
met 15 van deze wet, de noodige voorzieningen treffen.
Artikel 17 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1.Ieder, die distributiegoederen, bestemd voor huishoudelijk
gebruik, anders dan voor gebruik van zichzelf of zijn gezin voorhanden
of in voorraad heeft, is verplicht van aard, hoeveelheid en plaats
dier goederen opgave te doen aan den burgemeester of aan het orgaan of
de organen, daartoe aangewezen bij de in artikel 12 bedoelde
gemeenschappelijke regeling, tenzij Onze Minister anders bepaalt.
2.De opgave geschiedt op tijdstippen, te bepalen door Onzen
Minister, en overeenkomstig door hem te stellen regelen.
§ 2a. Toezicht
Artikel 18 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de
artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 15, tweede, vierde en vijfde lid, 16 en 17
bepaalde worden belast de door Onze Minister daartoe aangewezen
ambtenaren of, voor zover het de voedselvoorziening betreft de door
Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen
ambtenaren.
2. Van een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld wordt in de
Staatscourant mededeling gedaan.
§ 3. Straf- en slotbepalingen
Artikel 19 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De aangewezen ambtenaren zijn bevoegd van een ieder de inlichtingen
te verlangen die redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig
zijn.
Artikel 20 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1.De aangewezen ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd alle
plaatsen, met uitzondering van woningen zonder toestemming van de
bewoner, te betreden, voor zover zulks redelijkerwijs voor de
vervulling van hun taak nodig is.
2.Zij zijn bevoegd inzage te vorderen van boeken en andere
zakelijke bescheiden en van gegevens die langs geautomatiseerde weg
zijn vastgelegd, voor zover zulks redelijkerwijs voor de vervulling
van hun taak nodig is. Zij kunnen ten einde afschriften te maken voor
korte tijd afgifte vorderen dan wel schriftelijke vastlegging en
afgifte vorderen.
3.Zo nodig verschaffen zij zich toegang tot en inzage van
bescheiden en gegevens met behulp van de sterke arm.
Artikel 21 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De aangewezen ambtenaren zijn bevoegd tot het onderzoeken van
goederen, het verrichten van opmetingen, het wegen en het nemen van
monsters, een en ander voor zover zulks redelijkerwijs voor de
vervulling van hun taak nodig is. Zij kunnen daartoe verpakkingen
openen, dan wel vorderen, dat de verpakking van goederen wordt geopend.
Artikel 22 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De aangewezen ambtenaren zijn bevoegd tot het doorzoeken van voer- en
vaartuigen en hun lading, voor zover zulks redelijkerwijs voor de
vervulling van hun taak noodzakelijk is. Zij kunnen daartoe van
bestuurders van voertuigen en schippers van vaartuigen vorderen, dat
dezen hun vervoermiddel tot stilstand brengen en naar een door hen
aangewezen plaats overbrengen.
Artikel 22a [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 22b [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 22c
1. Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van
de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval
buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister-President, voor het gehele
land of een gedeelte daarvan de artikelen 4 tot en met 8 enartikel 10a
gezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt
onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent
het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking
gestelde bepalingen.
3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen,
dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze
Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in
werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze
Minister-President, worden de bepalingen die ingevolge het eerste lid
in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de
omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt
op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking
terstond na de bekendmaking.
6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt
in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.
Artikel 23
Deze wet wordt aangehaald als: Distributiewet.
Artikel 24
Deze wet treedt in werking, voor wat betreft de artikelen 1, 11 en
12, met ingang van den dag na dien harer afkondiging. De overige
artikelen treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, den 24sten Juni 1939
WILHELMINA
De Minister van Economische Zaken,
Steenberghe
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
Van Boeyen
Uitgegeven den dertigsten Juni 1939
De Minister van Justitie,
C. Goseling
|