Nadere regelgeving:
- Tijdelijk experimentenbesluit Kiezen op Afstand
(vervallen)
WET van 11 december 2003, houdende tijdelijke regels ter zake van
experimenten in het kader van het project "Kiezen op Afstand"
(Experimentenwet Kiezen op Afstand)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
tijdelijke regels te stellen teneinde experimenten mogelijk te maken met
nieuwe voorzieningen die de kiezer in Nederland in staat stellen om
vanuit een andere plaats dan zijn eigen stemlokaal te stemmen en die de
kiezer in het buitenland in staat stellen om zijn stem met behulp van
informatie- en communicatietechnologie op een andere wijze dan per brief
uit te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1.Onze Minister voor Bestuurlijke
Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan bepalen dat tijdens
verkiezingen als bedoeld in de Kieswet experimenten plaatsvinden
met het oog op nieuwe voorzieningen die de kiesgerechtigde in
Nederland in staat stellen om in een stemlokaal naar keuze te
stemmen of de kiesgerechtigde in staat stellen om zijn stem met
behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit een
andere plaats dan een stemlokaal uit te brengen. Onze Minister
voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan, met
instemming van de betrokken gemeenteraden, gemeenten aanwijzen
waar een experiment wordt gehouden.
2.In een besluit als bedoeld in het
eerste lid wordt vermeld bij welke stemming een experiment wordt
gehouden. Het besluit wordt in de Staatscourant geplaatst.
Burgemeester en wethouders van de aangewezen gemeenten geven
kennis van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van
overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
3.Een besluit als bedoeld in het
eerste lid wordt slechts genomen, indien de zorgvuldigheid en
betrouwbaarheid van de stemming tijdens het experiment gewaarborgd
zijn en de stemming tijdens het experiment ten minste even
toegankelijk is voor de kiesgerechtigden als wanneer geen
experiment zou hebben plaatsgevonden.
4.Artikel 8:1 van de Algemene wet
bestuursrecht is niet van toepassing op een besluit als bedoeld in
het eerste lid.
Artikel 2
1.Bij de experimenten, bedoeld in
artikel 1, wordt gebruik gemaakt van door Onze Minister voor
Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties aangewezen
voorzieningen.
2.Een voorziening als bedoeld in
het eerste lid wordt slechts aangewezen, indien deze ten minste
aan de volgende vereisten voldoet:
a. het geheime karakter van de
stemming moet voldoende zijn gewaarborgd;
b. de betrouwbaarheid van de
voorziening moet voldoende zijn gewaarborgd;
c. indien de voorziening de
vermelding van kandidatenlijsten omvat, dienen deze lijsten,
het aan elke lijst toegekende nummer en de aanduiding van de
politieke groepering, alsmede de mogelijkheid van de kiezer om
aan te geven dat hij geen keuze wenst te maken, op duidelijke
wijze te kunnen worden vermeld.
Artikel 3
Onze Minister voor Bestuurlijke
Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan bepalen dat de kiezer die
zijn stem wil uitbrengen tijdens een experiment als bedoeld in
artikel 1, zich identificeert met behulp van een door Onze Minister
aangewezen middel, dat voldoende betrouwbaar is. Dit middel kan
onderdeel van het experiment zijn.
Artikel 4
1.De experimenten vinden voor zover
mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen in en krachtens de Kieswet
is bepaald.
2.Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking
tot de experimenten en de daarbij te gebruiken voorzieningen. Deze
regels kunnen op het naastlagere niveau afwijken van het bepaalde
in en krachtens de volgende onderdelen van de Kieswet:
a. de artikelen D 3, D 3a en D
10, met dien verstande dat de artikelen D 4 tot en met D 9 van
overeenkomstige toepassing zijn op de registratie van de
kiesgerechtigdheid van personen die hun werkelijke woonplaats
buiten Nederland hebben, voor zover deze in afwijking van
artikel D 3 plaatsvindt;
b. hoofdstuk J, met
uitzondering van artikel J 1, met dien verstande dat de
verzending en de ontvangst van de stemmen die met behulp van
informatie- en communicatietechnologie vanuit een andere
locatie dan een stemlokaal zijn uitgebracht gedurende een bij
de maatregel te bepalen periode voorafgaand aan de dag van
stemming kunnen geschieden, en van de artikelen J 2, J 9, J
10, J 14, J 15 en J 35 tot en met J 39;
c. de hoofdstukken K, L, M en
N;
d. de artikelen Y 2, Y 6,
tweede en derde lid, Y 8, eerste lid, voor zover de afwijking
inhoudt dat de verzending en de ontvangst van de stemmen die
met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit
een andere locatie dan een stemlokaal zijn uitgebracht
gedurende een bij de maatregel te bepalen periode voorafgaand
aan de dag van stemming kunnen geschieden, en artikel V 7.
3.De regels, bedoeld in het tweede
lid, omvatten in ieder geval de criteria voor de evaluatie van de
experimenten en de instelling van een onafhankelijke
begeleidingscommissie.
4.Onze Minister voor Bestuurlijke
Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan een of meer stembureaus
instellen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitbrengen van een
stem met behulp van informatie- en communicatietechnologie. Bij of
krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede
lid, worden regels gesteld omtrent de samenstelling van een
stembureau als bedoeld in de vorige volzin, de benoeming van de
leden en de plaatsvervangende leden van het stembureau en de
plaats waar het stembureau is gevestigd. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een
financiλle vergoeding voor de leden en de plaatsvervangende leden
van een stembureau als bedoeld in de eerste volzin.
5.De voordracht voor een krachtens
het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur
wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de
beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
6.Onze Minister voor Bestuurlijke
Vernieuwing en Koninkrijksrelaties zendt drie maanden voor het
einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur
als bedoeld in het tweede lid aan de Staten-Generaal een verslag
over de effecten van het experiment in de praktijk alsmede een
standpunt inzake de invoering van de voorzieningen, anders dan als
experiment.
Artikel 5
1.Degene die een
identificatiemiddel, aangewezen ingevolge artikel 3, namaakt of
vervalst met het oogmerk dit als echt en onvervalst te gebruiken
of door anderen te doen gebruiken, wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de
vierde categorie.
2.Met dezelfde straf wordt gestraft
hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste
identificatiemiddel als ware het echt en onvervalst dan wel
opzettelijk zodanig identificatiemiddel aflevert of voorhanden
heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit
identificatiemiddel bestemd is voor zodanig gebruik.
Artikel 6
Deze wet wordt aangehaald als:
Experimentenwet Kiezen op Afstand.
Artikel 7
Onder toepassing van artikel 16 van
de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang
van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
zij wordt geplaatst. Zij vervalt met ingang van 1 januari 2010.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 11 december 2003
BEATRIX
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
Th.C. de Graaf
Uitgegeven de de dertigste december 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|