Nadere regelgeving:
- Besluit vaststelling wisselkoers en prijsindexcijfer 2005/2006
WET van 9 december 1993, houdende
voorschriften inzake uitbetaling en verhoging van Surinaams pensioen
voor Surinaams gepensioneerden in Nederland
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een
garantie te treffen houdende uitbetaling en verhoging van Surinaams
pensioen voor Surinaams gepensioneerden en hun nabestaanden die voor de
soevereiniteitsoverdracht aan Suriname op 25 november 1975 aldaar
pensioenaanspraken hebben opgebouwd en die zich voor 1 mei 1985 in
Nederland gevestigd hebben;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Surinaams pensioen: een pensioenuitkering die bij ontslag is
toegekend of waarop bij ontslag uitzicht bestond uit hoofde van de
in Suriname van kracht zijnde Ambtenarenpensioenverordening 1972;
b. stichting: de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen;
c. garantiepensioen: een door de stichting ter vervanging van de
aanspraak op Surinaams pensioen uit te betalen pensioen;
d. ambtenaar: degene die vanaf een voor 25 november 1975 gelegen
tijdstip in ambtelijke dienst van Suriname of als leerkracht bij het
bijzonder onderwijs in Suriname werkzaam is geweest en op grond
daarvan uitzicht heeft op een Surinaams pensioen;
e. gepensioneerde: de gewezen ambtenaar die aanspraak heeft op
een Surinaams pensioen;
f. nabestaande:
1°. de weduwe of weduwnaar die op grond van de Surinaamse
Ambtenarenpensioenverordening 1972 aanspraak heeft op een
nabestaandenpensioen ingevolge het overlijden van een ambtenaar of
gepensioneerde en die zich voor 1 mei 1985 blijvend in Nederland
heeft gevestigd;
2°. de wees die op grond van de Surinaamse
Ambtenarenpensioenverordening 1972 aanspraak heeft op een
wezenpensioen ingevolge het overlijden van een ambtenaar of
gepensioneerde en die zich voor 1 mei 1985 blijvend in Nederland
heeft gevestigd of is geboren uit zijn voor die datum in Nederland
gevestigde moeder;
g. rechthebbende: de gepensioneerde die zich voor 1 mei 1985
blijvend in Nederland heeft gevestigd dan wel de nabestaande of
nabestaanden;
h. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties.
Artikel 2
1. Op aanvraag van de rechthebbende wordt door de stichting een
garantiepensioen toegekend, indien de rechthebbende:
a. aantoont dat hij zich voor 1 mei 1985 in Nederland heeft
gevestigd of, indien hij een wees is, dat hij is geboren uit een
moeder die zich voor die datum in Nederland heeft gevestigd en;
b. zijn aanspraak op Surinaams pensioen aan de Nederlandse Staat
heeft gecedeerd.
2. Door de stichting wordt op de daartoe gedane aanvraag tevens
een garantiepensioen toegekend aan degene die niet als rechthebbende in
de zin van artikel 1, onder g, kan worden aangemerkt, maar aan
wie voor 1 januari 1992 door de stichting voorschotten zijn verstrekt op
zijn Surinaams pensioen, op voorwaarde dat hij zijn aanspraak op
Surinaams pensioen aan de Nederlandse Staat heeft gecedeerd.
3. Voorts wordt door de stichting op de daartoe gedane aanvraag
een garantiepensioen toegekend aan degene of degenen die aanspraak
hebben op een Surinaams nabestaandenpensioen ingevolge het overlijden
van degene op wie het tweede lid van toepassing was, eveneens op
voorwaarde dat de aanspraak op Surinaams pensioen aan de Nederlandse
Staat is gecedeerd.
4. In afwijking van het tweede en derde lid wordt aan degene die
zich in Suriname heeft gevestigd geen garantiepensioen toegekend;
5. De Stichting kan bij een met redenen omkleed besluit in
bijzonder gevallen waarin gepensioneerden of hun nabestaanden aantonen
dat zij om medische dan wel andere dwingende redenen niet aan de
voorwaarde van blijvende vestiging in Nederand voor 1 mei 1985 voldoen,
de aanspraak op het garantiepensioen afzonderlijk regelen.
Artikel 3
1. Onverminderd het gestelde in artikel 4 wordt het bedrag van
het garantiepensioen bepaald door het bruto bedrag van het gecedeerde
Surinaams pensioen te vermenigvuldigen met:
a. de wisselkoers van de Surinaamse gulden:
1°. op 25 november 1975, zijnde 0,672, indien de rechthebbende
zich voor of op die datum in Nederland heeft gevestigd;
2°. van de maand van vestiging in Nederland, indien de
rechthebbende zich na 25 november 1975 in Nederland heeft gevestigd
en op het moment van zijn vestiging in Nederland reeds recht had op
een Surinaams pensioen;
3°. van de maand waarin het recht op Surinaams pensioen wordt
verkregen, indien de rechthebbende zich na 25 november 1975 in
Nederland heeft gevestigd en op het moment van zijn vestiging nog
geen recht had op een Surinaams pensioen;
en met
b. de breuk waarvan de teller wordt gevormd door de
consumentenprijsindex in de maand van uitbetaling van het
garantiepensioen, met als basis de maand november 1975, en waarvan de
noemer:
1°. 100 bedraagt, indien de rechthebbende zich voor of op 25
november 1975 in Nederland heeft gevestigd;
2°. de consumentenprijsindex is ten tijde van de maand van
vestiging in Nederland, indien de rechthebbende zich na 25 november
1975 in Nederland heeft gevestigd en op het moment van zijn
vestiging in Nederland reeds recht had op een Surinaams pensioen;
3°. de consumentenprijsindex is ten tijde van de maand waarin
het recht op een Surinaams pensioen wordt verkregen, indien de
rechthebbende zich na 25 november 1975 in Nederland heeft gevestigd
en op het moment van zijn vestiging in Nederland nog geen recht had
op een Surinaams pensioen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt voor de berekening van
het garantiepensioen van de rechthebbende die aanspraak heeft op een
Surinaams nabestaandenpensioen ingevolge het overlijden van een
gepensioneerde die zich voor 1 mei 1985 in Nederland heeft gevestigd,
gebruik gemaakt van de wisselkoers als bedoeld in het eerste lid, onder a,
en de breuk als bedoeld in het eerste lid, onder b, die ten
aanzien van het garantiepensioen van de overledene golden of zouden
hebben gegolden.
3. De in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, en
onderdeel a, onder 3°, bedoelde wisselkoersen worden niet hoger
gesteld dan 0,672 en niet lager dan 0,505.
4. Onze Minister stelt de in het eerste lid, onderdeel a,
onder 2° en onderdeel a, onder 3°, bedoelde wisselkoersen vast,
alsmede de in dat lid, onder b, bedoelde prijsindexcijfers.
5. De Stichting zal, in afwijking van de
Ambtenarenpensioenverordening 1972, bij overlijden van de gepensioneerde
uitsluitend aan zijn nabestaanden een uitkering van twee maanden
toekennen.
Artikel 4
Het bedrag van het garantiepensioen van degene:
a. op wie artikel 2, tweede of derde lid, van toepassing is, of
b. die krachtens de Toeslagregeling pensioenen Suriname en
Nederlandse Antillen een toeslag ontvangt op zijn pensioen, wordt
vastgesteld door het bruto bedrag van het gecedeerde Surinaamse
pensioen te vermenigvuldigen met 0,505.
Artikel 5
1. Degene die een garantiepensioen ontvangt en ondanks de
cessie van zijn aanspraak op Surinaams pensioen aan de Nederlandse
Staat het gehele of gedeeltelijke bedrag van zijn pensioen van het
Pensioenfonds Suriname ontvangt, doet daarvan terstond mededeling aan
de stichting.
2. De stichting vermindert het uit te betalen garantiepensioen
met de tegenwaarde van het door de belanghebbende ontvangen bedrag aan
Surinaams pensioen.
3. Indien niet aan de verplichting ingevolge het eerste lid wordt
voldaan, kan de stichting het garantiepensioen geheel of gedeeltelijk
vervallen verklaren.
Artikel 6
Voorzover ter zake van het genot van een garantiepensioen premie
krachtens de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet wordt
geheven, wordt door de stichting aan rechthebbende hiervoor een
vergoeding verleend overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, eerste
tot en met vijfde lid, van de Samenloopregeling Indonesische Pensioenen
1960.
Artikel 6a
1. Indien recht is ontstaan op pensioen na 31 december 2000
heeft de rechthebbende die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft
bereikt, in afwijking van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen,
recht op een toeslag ter grootte van 1,9% van dat pensioen, met een
maximum van 791,85
per jaar.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde
wordt de toeslag krachtens dit artikel niet onder pensioen of uitkering
begrepen.
Artikel 7
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze wet werkt, ten aanzien van aanvragen om garantiepensioen
die zijn ingediend vσσr 1 januari 1994, terug tot en met 1 januari
1992. Bij aanvragen om garantiepensioen die zijn ingediend op of na 1
januari 1994, gaat het garantiepensioen in op de eerste dag van de maand
waarin het verzoek door de stichting is ontvangen.
Artikel 8
Deze wet wordt aangehaald als: Garantiewet Surinaamse pensioenen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 9 december 1993
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales
Uitgegeven de achtentwintigste december 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|