Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

GEZONDHEIDS-  EN  WELZIJNSWET  VOOR  DIEREN  (Gwwd)

Tekst zoals deze geldt op 11 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit doden van dieren (vervallen)
- Besluit ritueel slachten (vervallen)
- Besluit verdachte dieren
- Besluit welzijn productiedieren (vervallen)
- Dierentuinenbesluit (vervallen)
- Fokkerijbesluit
- Honden- en kattenbesluit 1999 (vervallen)
- Ingrepenbesluit
- Regeling aquacultuur
- Regeling handel levende dieren en levende producten
- Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
- Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten
- Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
- Vrijstellingsregeling dierenwelzijn (vervallen)

 

 

WET van 24 september 1992, houdende vaststelling van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is uit een oogpunt van gezondheid en welzijn van dieren, uit ethische overwegingen en uit een oogpunt van bescherming van veiligheid van mens en dier regelen te geven ten aanzien van dieren en handelingen met dieren en dat het voorts wenselijk is regelen te geven terzake van de uitvoer van dieren en dierlijke produkten alsmede met het oog op de raszuiverheid van produkten van de Nederlandse fokkerij;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

bedrijfslichaam: een produktschap of bedrijfschap bedoeld in artikel 66 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;

samenwerkingslichaam: rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 110 Wet op de bedrijfsorganisatie;

dier: dier dat wordt gehouden, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald en met dien verstande dat artikel 36 tevens van toepassing is op dieren die niet worden gehouden;

vee: herkauwende en eenhoevige dieren en varkens;

pluimvee: dieren zijnde hoenderachtigen, eenden of ganzen;

besmettelijke dierziekte: elke aantasting van de gezondheid van een dier die gevaar kan opleveren voor de gezondheid van andere dieren of van de mens;

smetstof: elk micro-organisme of virus dat, of elke andere biologische eenheid die, een infectieziekte en elke parasiet, die een parasitaire ziekte bij dieren kan veroorzaken;

schadelijke stoffen: stoffen die de gezondheid van mens of dier kunnen aantasten;

zieke dieren: dieren die zijn aangetast door een krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen dierziekte;

verdachte dieren: dieren die overeenkomstig artikel 15, vierde lid, verdacht worden gevaar op te leveren voor verspreiding van een krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekte;

produkten van dierlijke oorsprong: van dier afkomstige produkten al dan niet be- of verwerkt;

houder: eigenaar, houder of hoeder;

Diergezondheidsfonds: fonds als bedoeld in artikel 95a.

2. Voor de toepassing van het bij of krachtens de artikelen 91a tot en met 93a en 96a bepaalde wordt verstaan onder bedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet.

3. Voor de toepassing van artikel 91e wordt verstaan onder vestiging: op één plaats gelegen bedrijf of deel van een bedrijf, bestaande uit alle aldaar gelegen aangrenzende percelen grond, gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan dat, naar de feitelijke omstandigheden beoordeeld, als functionele eenheid voor het houden van varkens in gebruik is of daartoe bestemd is.

4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld waaraan percelen grond, gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan moeten voldoen om als aangrenzend in de zin van het derde lid te worden aangemerkt.

5. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk van toepassing is op handelingen met embryo’s voor zover deze zich buiten de baarmoeder van het dier bevinden.

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2014]

Hoofdstuk II. De zorg voor de gezondheid van dieren

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 3

1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen categorieën van houders van dieren of levende dierlijke producten van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren dan wel van levende dierlijke producten regelen gesteld omtrent:

a. de inrichting van de bedrijven waarop dieren of levende dierlijke producten worden gehouden;

b. het toevoegen van dieren aan bedrijven of vestigingen, daaronder begrepen het aantal bedrijven of vestigingen waarvan de toe te voegen dieren ten hoogste afkomstig zijn;

c. de wijze waarop dieren worden gehouden en hun huisvesting;

d. de hygiënische eisen waaraan moet worden voldaan;

e. de voedering, drenking, verzorging en behandeling van dieren;

f. het gebruik van sera, entstoffen, antibiotica en chemotherapeutica;

g. de bestrijding van insecten en ratten alsmede van andere organismen voor zover zij schadelijk zijn voor de gezondheid van dieren;

h. bedrijfsbegeleiding door een dierenarts;

i. het vervoer en het verzamelen van dieren of van levende dierlijke producten;

j. het afvoeren van dieren van bedrijven of vestigingen, daaronder begrepen het aantal bedrijven of vestigingen waaraan die dieren ten hoogste worden toegevoegd;

k. het winnen, bewerken en gebruiken van levende dierlijke producten;

l. de behandeling en aanbieding voor onderzoek van doodgeboren of gestorven dieren dan wel levende dierlijke producten, onvoldragen vruchten en nageboorten;

m. het houden van aantekeningen omtrent bezoekers en vervoermiddelen.

2.Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kan het begrip bedrijf en vestiging worden omschreven waarbij voor de verschillende soorten of categorieën van dieren dan wel van levende dierlijke producten verschillende omschrijvingen kunnen worden gegeven.

Artikel 4

1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan de houder van één of meer dieren, behorende tot een daarbij te bepalen diersoort, de verplichting worden opgelegd om:

a. zich als zodanig voor een bij of krachtens de maatregel genoemd tijdstip schriftelijk te melden bij Onze Minister onder vermelding van het aantal dieren dat hij van de onderscheiden soorten houdt;

b. indien de dieren bedrijfsmatig worden gehouden, aantekening te houden van het aantal op zijn bedrijf aanwezige dieren van deze soort, van de geboorte op, onderscheidenlijk toevoeging van dieren van deze soort aan zijn bedrijf, alsmede van de afvoer van dieren van deze soort van zijn bedrijf, één en ander onder vermelding van de gegevens waardoor de dieren kunnen worden geïdentificeerd en onder vermelding van naam en adres van degene van wie de dieren afkomstig zijn onderscheidenlijk aan wie de dieren zijn afgeleverd.

2.De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde aantekeningen dienen gedurende ten minste drie maanden te worden bewaard.

Artikel 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent het houden van markten, verkopingen, keuringen en tentoonstellingen alsmede ten aanzien van het bijeenbrengen van dieren op andere plaatsen waar dieren worden verzameld. Deze regelen kunnen verschillen naar gelang het gaat om markten, verkopingen, keuringen, tentoonstellingen of andere plaatsen waar dieren worden verzameld, terwijl tevens onderscheid kan worden gemaakt naar diersoorten.

2. Het is verboden op plaatsen als bedoeld in het eerste lid dieren die zijn aangetast door een besmettelijke ziekte of daarvan worden verdacht, bijeen te brengen.

Artikel 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld waaraan markten en andere verzamelplaatsen van dieren, slachterijen, inrichtingen waarin producten van dierlijke oorsprong worden gewonnen, be- of verwerkt, inrichtingen waarin diervoeder wordt bereid en plaatsen waar vervoermiddelen worden ontsmet moeten voldoen.

Artikel 7

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld ten aanzien van:

a. de reiniging en ontsmetting van stallen, kooien, vervoermiddelen, de daarbij behorende voorwerpen en andere plaatsen en voorwerpen waar of waarin dieren, produkten van dierlijke oorsprong, diervoeder alsmede andere produkten of voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, hebben verbleven;

b. het behandelen van de in onderdeel a bedoelde produkten waardoor zij geen gevaar meer kunnen opleveren voor de verspreiding van smetstof dan wel het vernietigen van deze produkten en de in onderdeel a bedoelde voorwerpen.

Artikel 8

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x