Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 18 januari 1956, houdende nieuwe
wettelijke voorschriften met betrekking tot de organisatie van de zorg
voor de volksgezondheid
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe
wettelijke voorschriften vast te stellen met betrekking tot de
organisatie van de zorg voor de volksgezondheid;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Algemene bepaling
Artikel 1
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
a. "Onze Minister": Onze Minister, belast met de zaken
betreffende de volksgezondheid;
b. "hoofdinspecteurs en inspecteurs":de hoofdinspecteurs en
inspecteurs van het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
c. "Provinciale Raad": de Provinciale Raad voor de
Volksgezondheid;
d. "provinciale kruisverenigingen": de provinciale
verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, die uitsluitend het
behartigen of doen behartigen van wijkverpleging en andere
sociaal-hygiënische zorg beogen en bij een nationale vereniging met
gelijke doelstelling zijn aangesloten.
Hoofdstuk II. De Nationale Raad voor de Volksgezondheid
§ 1. Van de zetel en de taak
Artikel 2 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 3 [Vervallen per 21-02-1997]
§ 2. Van de samenstelling
Artikel 4 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 5 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 6 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 7 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 8 [Vervallen per 21-02-1997]
§ 3. Van de Kamers en de commissies
Artikel 9 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 10 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 11 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 12 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 13 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 13a [Vervallen per 21-02-1997]
§ 4. Van de werkwijze
Artikel 14 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 15 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 16 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 17 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 18 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 19 [Vervallen per 21-02-1997]
§ 5. Van de vergoedingen
Artikel 20 [Vervallen per 21-02-1997]
HOOFDSTUK III. DE GEZONDHEIDSRAAD
Artikel 21
1.Er is een Gezondheidsraad.
2.De in artikel 10, eerste volzin, van de Kaderwet adviescolleges
opgenomen bovengrens voor het aantal leden van adviescolleges geldt niet
voor de Gezondheidsraad.
3.In afwijking van artikel 10, tweede volzin, van de Kaderwet
adviescolleges kunnen bij koninklijk besluit uit de andere leden ten
hoogste twee vice-voorzitters worden benoemd.
4.Een vice-voorzitter oefent een door de voorzitter in overeenstemming
met die vice-voorzitter te bepalen gedeelte van de taak van de
voorzitter uit.
5.In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Kaderwet
adviescolleges, kan herbenoeming van de leden driemaal plaatsvinden.
6.In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Kaderwet
adviescolleges, worden de voorzitter en vice-voorzitters, ongeacht de
duur van een eerder lidmaatschap, voor ten hoogste vier jaar benoemd als
lid, tevens voorzitter, onderscheidenlijk vice-voorzitter. Herbenoeming
als lid, tevens voorzitter dan wel vice-voorzitter, kan twee maal en
telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
Artikel 22
De Gezondheidsraad heeft tot taak Onze Ministers en de beide kamers der
Staten-Generaal voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien
van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek
door middel van het uitbrengen van rapporten.
Artikel 23
Voor de toepassing van de Kaderwet adviescolleges en artikel 9 van de
Wet openbaarheid van bestuur wordt een rapport dat geen advies bevat,
gelijkgesteld aan een advies.
Artikel 24
1.In afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges kan de
voorzitter uit de leden commissies instellen.
2.De voorzitter wijst uit de leden van een commissie een voorzitter aan.
3.De voorzitter en de vice-voorzitters zijn bevoegd de vergaderingen van
de onderscheidene commissies, waarvan zij geen lid zijn, bij te wonen en
aan de beraadslagingen deel te nemen.
Artikel 25
In afwijking van artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges
kan de voorzitter op verzoek van een commissie andere personen betrekken
bij de werkzaamheden van die commissie, voor zover dat voor de
vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 26
In afwijking van de artikelen 17, 18 en 20, eerste lid, van de Kaderwet
adviescolleges is een commissie als bedoeld in artikel 24 bevoegd in
naam van de Gezondheidsraad door tussenkomst van de voorzitter een
rapport als bedoeld in artikel 22 uit te brengen. Op de beraadslaging en
besluitvorming binnen een commissie is artikel 20 van de Kaderwet
adviescolleges van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26a
In afwijking van artikel 21 van de Kaderwet adviescolleges wordt een
reglement van orde voor de Gezondheidsraad en de commissies door de
voorzitter vastgesteld.
Artikel 27
In afwijking van artikel 15, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges
is de secretaris van de Gezondheidsraad voor zijn werkzaamheden voor de
Gezondheidsraad uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter.
Artikel 28 [Vervallen per 05-03-1997]
Artikel 29 [Vervallen per 05-03-1997]
Artikel 30 [Vervallen per 05-03-1997]
Artikel 31 [Vervallen per 05-03-1997]
Artikel 32 [Vervallen per 05-03-1997]
Artikel 33 [Vervallen per 05-03-1997]
Artikel 34 [Vervallen per 05-03-1997]
Artikel 35 [Vervallen per 05-03-1997]
Hoofdstuk IV. Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid
Artikel 36
1.Er is een Staatstoezicht op de volksgezondheid, ressorterend onder
Onze Minister, dat bestaat uit bij algemene maatregel van bestuur
aangewezen onderdelen en dat tot taak heeft:
a. het verrichten van onderzoek naar de staat van de volksgezondheid en
de determinanten daarvan alsmede, waar nodig, het aangeven en bevorderen
van middelen tot verbetering daarvan;
b. het toezicht op de naleving en de opsporing van overtredingen van het
bepaalde bij of krachtens wettelijke voorschriften op het gebied van de
volksgezondheid, een en ander voor zover de ambtenaren van het
Staatstoezicht daarmede zijn belast bij of krachtens wettelijk
voorschrift.
2.Het Staatstoezicht heeft voorts tot taak het uitbrengen van adviezen
en het verstrekken van inlichtingen aan Onze Minister op verzoek of uit
eigen beweging, met betrekking tot hetgeen het Staatstoezicht op grond
van het eerste lid ter kennis is gekomen.
3.De in het eerste lid, onder b, genoemde taken strekken zich ook uit
tot de voorschriften van een verordening van de Raad van de Europese
Gemeenschappen op het gebied van de volksgezondheid, voor zover de
verordening toezicht op de naleving en opsporing van overtredingen
daarvan vordert.
4.Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een of meer
onderdelen van het Staatstoezicht ressorteren onder een andere Minister
dan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De voordracht
voor een zodanige algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met
Onze Minister wie het mede aangaat.
Artikel 37 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 38
Aan het hoofd van elk onderdeel van het Staatstoezicht staat een
hoofdinspecteur.
Artikel 39
1. Met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 36, eerste lid,
onder a, bedoelde taak:
a. zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17, 5:18 en 5:20 van de
Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
b. zijn de ambtenaren, voor zover dat voor de vervulling van hun taak
noodzakelijk is en in afwijking van artikel 5:20 van de Algemene wet
bestuursrecht, bevoegd tot inzage van de patiëntendossiers. Voor zover
de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot
geheimhouding van het dossier verplicht is, geldt gelijke verplichting
voor de betrokken ambtenaar.
2. Onze Minister is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen ter
zake van een gedraging die in strijd is met het eerste lid, onder b.
Artikel 40 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 41
De inspecteurs dienen aan Gedeputeerde Staten of aan Onze Commissaris in
een provincie, aan de gemeenteraad, aan Burgemeester en Wethouders of
aan de burgemeesters, van bericht en raad in daarvoor in aanmerking
komende zaken, hun werkkring betreffende.
Artikel 42 [Vervallen per 12-01-1994]
Artikel 43
1.Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders zenden aan de
Hoofdinspecteurs, aan de inspecteurs en aan de Provinciale Raad, binnen
wier werkgebied de provincie, respectievelijk de gemeente is gelegen,
een afschrift of afdruk van elk der verordeningen, besluiten of
verslagen, de volksgezondheid in hun provincie, respectievelijk gemeente
betreffende, en van de daarin gemaakte aanvullingen of wijzigingen.
2.Zij verstrekken aan de Hoofdinspecteur en aan de in lid 1 bedoelde
inspecteurs, binnen wier werkgebied hun provincie, respectievelijk hun
gemeente ligt, alle door dezen verlangde inlichtingen over de naleving
van wetten en verordeningen, de volksgezondheid betreffende.
Artikel 44 [Vervallen per 12-01-1994]
Hoofdstuk V. De Provinciale Raden voor de Volksgezondheid
§ 1. Van de zetel en de taak
Artikel 45
1.In elke provincie stellen de Gedeputeerde Staten een Provinciale Raad
voor de Volksgezondheid in.
2.Zij stellen de plaats van vestiging van de Raad vast.
3.Zij regelen, met inachtneming van de voorschriften van dit
hoofdstuk,de samenstelling, de bevoegdheid en de werkwijze van de Raad.
4.De Provinciale Raad is rechtspersoon.
Artikel 46 [Vervallen per 21-02-1997]
Artikel 47
De taak van de Provinciale Raad omvat in ieder geval:
a. het stimuleren van de gezondheidszorg binnen de provincie;
b. het bevorderen van de coördinatie van alle werkzaamheden, welke op
het gebied van de volksgezondheid binnen de provincie worden verricht;
c. het uitbrengen van adviezen, onder meer omtrent de verdeling van
rijkssubsidies en het bevorderen van het ter beschikking stellen van
gelden en andere middelen ten behoeve van de gezondheidszorg;
d. het samenwerken met andere Provinciale Raden, indien deze
samenwerking voor de gezondheidszorg dienstig is;
e. het verrichten van werkzaamheden ter bevordering van een doelmatig
stelsel van voorzieningen voor gezondheidszorg in de provincie.
§ 2. Van de samenstelling
Artikel 48
De samenstelling van de Provinciale Raad wordt zodanig geregeld, dat
daarin in elk geval zitting hebben leden afkomstig uit de kringen van:
a. gemeentebesturen;
b. instellingen voor gezondheidszorg;
c. personen werkzaam op het terrein van de gezondheidszorg;
d. personen of organisaties, die de belangen van de gebruikers van
voorzieningen voor gezondheidszorg in algemene zin behartigen;
e. verzekeringsinstellingen op het gebied van de gezondheidszorg;
f. instellingen voor maatschappelijke dienstverlening.
Artikel 49
1.De inspecteurs binnen wier ambtsgebied de Provinciale Raad werkzaam
is, worden uitgenodigd de vergaderingen van de Raad zomede van de door
deze ingestelde commissies bij te wonen. Zij hebben in de vergadering
een adviserende stem.
2.De Hoofdinspecteurs zijn bevoegd de vergaderingen van de Provinciale
Raad en van de door deze ingestelde commissies bij te wonen en hebben
een adviserende stem. Zij ontvangen daartoe mededeling van het
bijeenroepen der vergaderingen en een afschrift van de agenda.
§ 3. Van de commissies
Artikel 50
1.De Provinciale Raad doet zich bijstaan door commissies van advies en
bijstand, welke deskundig zijn op een bijzonder gebied van de
volksgezondheid.
2.De Provinciale Raad kan in zijn gebied één of meer
districtscommissies instellen. Ten aanzien van die commissies is artikel
48 van overeenkomstige toepassing.
3.De Raad regelt de samenstelling, bevoegdheid en werkwijze van deze
commissies en benoemt de leden.
§ 4. Van het bureau
Artikel 51
1.De Provinciale Raad wordt bijgestaan door een bureau.
2.De Provinciale Raad draagt zorg, dat medische inbreng in het bureau
verzekerd is.
Artikel 52
1.De directeur en andere personen, bij het bureau werkzaam, worden door
de Provinciale Raad benoemd, geschorst en ontslagen.
2.De arbeidsvoorwaarden, waaronder de directeur en de andere personen,
bij het bureau werkzaam, hun betrekking vervullen, zijn gelijk aan die,
welke gelden voor het personeel in dienst van de provincie.
3.Met inachtneming van het bepaalde in het vorige lid, worden door de
Gedeputeerde Staten voorschriften vastgesteld betreffende de bezoldiging
van de directeur en van de andere personen, werkzaam bij het bureau.
Artikel 53
De Provinciale Raad stelt voor de directeur een instructie vast.
§ 5. Van de werkwijze
Artikel 54
1.De Provinciale Raad brengt op verzoek of uit eigen beweging advies uit
aan de openbare lichamen en diensten en de particuliere rechtspersonen,
welke in de Raad zijn vertegenwoordigd, alsmede aan andere openbare
organen, met uitzondering van het Rijk.
2.Aan particuliere rechtspersonen, andere dan bedoeld in het eerste lid,
en aan natuurlijke personen kan de Provinciale Raad op hun verzoek, al
dan niet tegen vergoeding, advies uitbrengen over onderwerpen, welke
naar het oordeel van de Raad liggen op het terrein van de
volksgezondheid.
3.De adviezen van de Raad en zijn commissies worden opgesteld,
overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid der vergadering.
4.In de adviezen wordt van afwijkende gevoelens van de minderheid
gemotiveerd mededeling gedaan, en worden, indien de leden die deze
minderheid vormen zulks wensen, hun namen vermeld.
5.De leden zijn bevoegd minderheidsnota's bij het advies te voegen,
indien het daarin uitgesproken gevoelen is verdedigd in de vergadering,
waarin het uit te brengen advies werd behandeld.
Artikel 55 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 56
Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders stellen de Provinciale
Raad in kennis van alle ontwerpen van verordeningen, welke van belang
zijn voor de volksgezondheid.
Artikel 57
Openbare lichamen en diensten, alsmede particuliere rechtspersonen en
natuurlijke personen, die in de provincie op het gebied van de
volksgezondheid werkzaam zijn, zijn desgevraagd gehouden aan de
Provinciale Raad alle op de volksgezondheid betrekking hebbende
inlichtingen te verstrekken, welke de Raad voor de juiste vervulling van
zijn taak nodig oordeelt.
Artikel 58
De Provinciale Raad is desgevraagd gehouden aan de Hoofdinspecteurs en
de inspecteurs alle gegevens en inlichtingen te verstrekken, welke zij
voor de juiste vervulling van hun taak nodig achten.
Artikel 59 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 60
De Provinciale Raad zendt jaarlijks voor 1 Juni een verslag van zijn
werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar aan Onze Minister.
Hoofdstuk VI. Geschillen
Artikel 61 [Vervallen per 01-01-1994]
Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 62
Wij behouden Ons voor ter uitvoering van deze wet bij algemene maatregel
van bestuur nadere regelen te stellen.
Artikel 63 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 64 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 65 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 66 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 67 [Vervallen per 19-07-1957]
Artikel 68 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 69
Waar in enig wettelijk voorschrift wordt verwezen naar een artikel van
de Gezondheidswet 1919, Stb. 784, wordt deze verwijzing geacht te
geschieden naar de overeenkomstige bepalingen van de onderhavige wet.
Artikel 69a
1.Na de inwerkingtreding van de Aanpassingswet derde tranche Awb I
berust het Besluit Staatstoezicht Volksgezondheid op artikel 36, eerste
lid, van deze wet.
2.Ten aanzien van de in artikel 145 van de Wet op de beroepen in de
individuele gezondheidszorg genoemde wetten is deze wet van toepassing
zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Aanpassingswet derde
tranche Awb I.
Artikel 70
1.Deze wet kan worden aangehaald als Gezondheidswet.
2.Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij kunnen
het inwerkingtreden van de verschillende onderdelen van deze wet op
verschillende tijdstippen bepalen.
3.De Gezondheidswet 1919, Stb. 784, vervalt.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 18 januari 1956.
JULIANA
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
J.G. Suurhoff
Uitgegeven de veertiende februari 1956
De Minister van Justitie a.i.,
Beel
|