WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
voorzieningen te treffen aangaande fabrieks- en handelsmerken, die
ingevolge het Besluit Vijandelijk Vermogen op de Staat in eigendom zijn
overgegaan;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Merkenwet
vervalt het recht tot uitsluitend gebruik van een fabrieks- of
handelsmerk, dat ingevolge het Besluit Vijandelijk Vermogen op de
Staat in eigendom is overgegaan, niet, indien de Staat het merk langer
dan drie jaren niet heeft gebruikt.
2. In geval van overdracht van een zodanig merk door de Staat aan
een ander, begint een nieuwe termijn van drie jaren, als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, van hogergenoemde wet, te lopen met ingang van de
dag van overdracht.
Artikel 2
Wanneer de Staat een ingevolge het Besluit Vijandelijk Vermogen op
hem overgegaan merk aan een ander heeft overgedragen, wordt, in
afwijking van artikel 20, eerste lid, van de Merkenwet, deze overdracht
ook aangetekend, indien de Staat niet tevens de fabriek of
handelsinrichting, tot onderscheiding van welker waren het merk bestemd
was, aan dezelfde persoon heeft overgedragen.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag volgende op die
harer afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 7 Juni 1950
JULIANA
De Minister van Economische Zaken,
Van den Brink
De Minister van Justitie a.i.,
J.H. van Maarseveen
Uitgegeven de twintigste Juni 1950
De Minister van Justitie a.i.,
J.H. van Maarseveen