Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 5 juli 1921, houdende bepalingen
omtrent de handelsnaam
WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is
wettelijke bepalingen vast te stellen omtrent den handelsnaam;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onder handelsnaam verstaat deze wet de naam waaronder een onderneming
wordt gedreven.
Artikel 2
De handelsnaam gaat over bij erfopvolging en is vatbaar voor overdracht,
doch een en ander slechts in verbinding met de onderneming, die onder
die naam wordt gedreven.
Artikel 3
1.Het is de eigenaar ener onderneming verboden een handelsnaam te
voeren, die in strijd met de waarheid aanduidt, dat de onderneming,
geheel of gedeeltelijk aan een ander zou toebehoren.
2.Het eerste lid is mede van toepassing, indien de in de handelsnaam
voorkomende aanduiding slechts in zo geringe mate van de naam van die
ander afwijkt, dat dientengevolge bij het publiek verwarring van deze
met de eigenaar der onderneming, te duchten is.
3.Het eerste lid is niet van toepassing, indien de handelsnaam en de
onderneming afkomstig zijn van iemand, die die naam heeft gevoerd niet
in strijd met deze wet.
Artikel 4
1.Het is verboden een handelsnaam te voeren, die in strijd met de
waarheid aanduidt, dat de onderneming zou toebehoren aan een of meer
personen, handelende als een vennootschap onder een firma, als een
vennootschap en commandite of een rederij, of wel aan een naamloze
vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
een onderlinge waarborgmaatschappij, een coöperatie, een vereniging of
aan een stichting.
2.In de handelsnaam duidt de vermelding van meer dan één persoon, ook
al worden hun namen niet genoemd, aan, dat de onderneming toebehoort aan
personen, handelende als een vennootschap onder een firma; de woorden
"en compagnie", dat de onderneming toebehoort aan personen,
handelende als een vennootschap onder een firma of aan een of meer
personen, handelende als een vennootschap en commandite; het woord
"maatschappij", dat de onderneming toebehoort aan een naamloze
vennootschap, aan een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid of aan een vereniging, en het woord "fonds"
aan een stichting; alles voor zover niet uit de handelsnaam in zijn
geheel het tegendeel blijkt.
3.Het eerste lid is niet van toepassing, indien de handelsnaam wordt
gevoerd door één persoon zonder vennoten, en die naam en de
onderneming afkomstig zijn van een vennootschap onder een firma of van
een vennootschap en commandite, die die handelsnaam heeft gevoerd niet
in strijd met deze wet.
Artikel 5
Het is verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming
onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd
werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een
en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide
ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek
verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.
Artikel 5a
Het is verboden een handelsnaam te voeren, die het merk bevat, waarop
een ander ter onderscheiding van zijn fabrieks- of handelswaren recht
heeft, dan wel een aanduiding, die van zodanig merk slechts in geringe
mate afwijkt, voor zover dientengevolge bij het publiek verwarring
omtrent de herkomst van de waren te duchten is.
Artikel 5b
Het is verboden een handelsnaam te voeren, welke een onjuiste indruk
geeft van de onder die naam gedreven onderneming, voor zover
dientengevolge misleiding van het publiek te duchten is.
Artikel 6
1.Indien een handelsnaam wordt gevoerd in strijd met deze wet, kan ieder
belanghebbende, onverminderd zijn vordering krachtens titel 3 van Boek 6
van het Burgerlijk Wetboek, zich bij verzoekschrift tot de kantonrechter
wenden met het verzoek, degene die de verboden handelsnaam voert, te
veroordelen, daarin zodanige door de rechter te bepalen wijziging aan te
brengen, dat de gestelde onrechtmatigheid wordt opgeheven.
2.Het verzoekschrift wordt gericht tot de rechtbank van het
arrondissement waarin de onderneming is gevestigd, die onder de verboden
handelsnaam wordt gedreven. Is de onderneming buiten het rijk in Europa
gevestigd, doch heeft zij in dat rijk een filiaal of bijkantoor, of
wordt zij aldaar vertegenwoordigd door een gevolmachtigde handelsagent,
dan is de rechtbank van het arrondissement waarin dat filiaal of
bijkantoor of die handelsagent is gevestigd, bevoegd. Indien volgens de
voorgaande bepalingen geen rechtbank bevoegd is, is de rechtbank van het
arrondissement waarin de woonplaats des verzoekers is gelegen bevoegd.
Is de onderneming in meer dan één arrondissement gevestigd, dan is
bevoegd de rechtbank van elk van deze arrondissementen, ter keuze van de
verzoeker. Hetzelfde geldt ingeval de onderneming buiten het rijk in
Europa is gevestigd, doch in meer dan één arrondissement een filiaal
of bijkantoor heeft of door een gevolmachtigde handelsagent
vertegenwoordigd wordt. Het verzoekschrift wordt behandeld door de
kantonrechter.
3.Het verzoekschrift wordt aan de wederpartij betekend. De kantonrechter
beschikt niet op het verzoekschrift dan na verhoor of behoorlijke
oproeping van partijen.
4.De griffier zendt een afschrift van de beslissing van de kantonrechter
aan partijen. Binnen een maand na de dag van de verzending van dit
afschrift kan door hem, die daarbij geheel of gedeeltelijk in het
ongelijk is gesteld, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof,
dat in raadkamer beslist. Het derde lid vindt overeenkomstige
toepassing.
5.De griffier zendt een afschrift van de beslissing van de het
gerechtshof aan partijen. Binnen één maand na de dag van de verzending
van dit afschrift kan door hem, die daarbij geheel of gedeeltelijk in
het ongelijk is gesteld, beroep in cassatie worden ingesteld. Het
daartoe strekkend verzoekschrift wordt aan de wederpartij betekend.
6.De rechter kan de voorlopige tenuitvoerlegging van zijn beschikking
bevelen.
Artikel 6a
1.Het verzoek bedoeld in het eerste lid van het vorige artikel kan ook
gedaan worden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken.
2.De Kamer van Koophandel en Fabrieken, binnen welker ressort de
ingevolge artikel 6, tweede lid, bevoegde rechter zetelt, is tot het
doen van het verzoek bevoegd.
3.Het verzoekschrift wordt door de griffier toegezonden aan de eigenaar
van de onderneming, van welke wijziging van de handelsnaam wordt
verzocht, en zo nodig aan andere belanghebbenden. De kantonrechter
beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van degenen aan wie
het verzoekschrift is toegezonden.
4.Het vierde, vijfde en zesde lid van het vorige artikel vinden
overeenkomstige toepassing.
Artikel 6b
De voorzieningenrechter kan op vordering van eiser tijdelijke
voortzetting van de vermeende strijd met de artikelen 5 of 5a toestaan
onder de voorwaarde dat gedaagde zekerheid stelt voor vergoeding van de
door eiser geleden schade.
Artikel 6c
1.Indien een handelsnaam wordt gevoerd in strijd met de artikelen 5 of
5a, kan de rechter in passende gevallen de schadevergoeding vaststellen
als een forfaitair bedrag.
2.De rechter kan op vordering van degene die de handelsnaam voert
gelasten dat op kosten van degene die heeft gehandeld in strijd met de
artikelen 3 tot en met 5b passende maatregelen worden getroffen tot
verspreiding van informatie over de uitspraak.
Artikel 7
1. Hij die een handelsnaam voert in strijd met deze wet, wordt gestraft
met een geldboete van de tweede categorie.
2. Het feit wordt beschouwd als overtreding.
3. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn
verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens
gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan hechtenis van ten
hoogste veertien dagen of geldboete van de tweede categorie worden
opgelegd. Onder vroegere veroordeling wordt mede verstaan een vroegere
veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de
Europese Unie wegens soortgelijke feiten.
4. De ambtenaar van het openbaar ministerie kan, alvorens tot vervolging
van het strafbaar feit over te gaan, degene die de verboden handelsnaam
voert, de wijziging mededelen, die de ambtenaar nodig voorkomt om de
onrechtmatigheid van de handelsnaam op te heffen; daarbij wordt een
bekwame termijn gesteld om die wijziging aan te brengen. Wordt die
wijziging binnen de gestelde termijn aangebracht, dan is het recht tot
strafvordering vervallen.
Artikel 8 [Vervallen per 01-10-1954]
Artikel 9
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 10
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel
"Handelsnaamwet".
Artikel 11
1.Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
2.Indien bij het in werking treden dezer wet een handelsnaam wordt
gevoerd in strijd met deze wet kan te dier zake gedurende vier maanden
na dat tijdstip geen rechtsmiddel worden aangewend.
3.Wanneer de uitdrukking "niet in strijd met deze wet" aan het
slot van artikelen 3 en 4 betreft het voeren van een handelsnaam vóór
het in werking treden dezer wet, betekent zij: niet in strijd met deze
wet, indien zij tijdens het voeren van de handelsnaam van kracht geweest
ware.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize het Loo, den 5den Juli 1921
WILHELMINA
De Minister van Justitie,
Heemskerk
De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel,
H.A. van IJsselsteijn
Uitgegeven den achttienden Juli 1921
De Minister van Justitie,
Heemskerk
|