In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
WIJ JULIANA, Prinses der Nederlanden,
Regentes van het Koninkrijk;
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen
te stellen met betrekking tot de agrarische wederopbouw en de
noodzakelijk gebleken herverkaveling van Walcheren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Titel I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Deze wet verstaat onder:
1°. "De Minister": De met de zaken van de Landbouw
belaste Minister;
2°. "blok": geheel van in de herverkaveling van
Walcheren begrepen onroerende goederen;
3°. "eigenaar": hem, die een recht van eigendom,
opstal, erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning heeft op tot
het blok behorende onroerende goederen;
4°. "rechthebbende": eigenaar, en hem, die een niet
onder 3°. genoemd zakelijk recht of een recht van huur of pacht
heeft op tot het blok behorende onroerende goederen;
5°. "herverkavelingscommissie": de met de leiding en
uitvoering der herverkaveling van Walcheren belaste commissie;
6°. "Raad van Beroep": de raad, welke in beroep
oordeelt over de bezwaarschriften in de gevallen, waarin deze wet
het indienen van zodanige bezwaren bij die raad toelaat;
7°. "Gedeputeerde Staten": Gedeputeerde Staten van
Zeeland.
Artikel 2
Ter bevordering van het herstel van land-, tuin-, bosbouw en
veehouderij op het eiland Walcheren heeft aldaar herverkaveling plaats.
De Minister stelt het blok vast bij beschikking, die in de
Nederlandse Staatscourant wordt bekendgemaakt.
Artikel 3
1. In het blok worden niet opgenomen begraafplaatsen, gesloten
begraafplaatsen binnen dertig jaren na de sluiting en graven of
grafkelders, als bedoeld in de artikelen 2 en 15 der wet van 10 April
1869 (Staatsblad n°. 65) tot vaststelling van bepalingen betrekkelijk
tot het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten,
zoals deze wet sedert dien is gewijzigd, binnen de termijnen, genoemd
in de artikelen 23 en 25 dier wet.
2. Gebieden, waarvoor een wederopbouwplan bestaat, worden niet in
het blok opgenomen, dan met goedkeuring van de Minister van Wederopbouw
en Volkshuisvesting.
Artikel 4
In de eigendoms- of gebruikstoestand van onroerende goederen, welke
bestemd zijn voor militaire doeleinden, wordt geen wijziging gebracht
zonder toestemming van de Ministers van Oorlog en van Marine.
Artikel 5
1. Iedere eigenaar heeft recht op het in eigendom, opstal,
erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning verkrijgen van een waarde
in kavels, welke tot het geheel der waarde van alle kavels staat als
de waarde van zijn, in het blok opgenomen onroerende goederen, tot het
geheel der waarde van alle opgenomen onroerende goederen.
2. Onder waarde wordt in dit artikel verstaan, de
schattingswaarde, zoals deze voor elk onroerend goed vaststaat of, in
geval het derde lid van artikel 32 toepassing heeft gevonden, door de
rechter-commissaris voorlopig is vastgesteld.
3. Van het bepaalde in het eerste lid kan slechts worden
afgeweken, indien het de totstandkoming ener behoorlijke herverkaveling
in de weg zou staan.
4. Tegen de wil van de eigenaar of van degene, die op het
onroerend goed een recht van hypotheek of van grondrente heeft, mag deze
afwijking niet meer bedragen dan vijf ten honderd van de waarde van het
onroerend goed, op het verkrijgen waarvan de eigenaar, ingevolge het
eerste lid, recht heeft.
5. De herverkavelingscommissie is bevoegd te bepalen, dat een
eigenaar, in afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het
vierde lid, geen recht heeft op het verkrijgen van een waarde in kavels
en dat algehele vergoeding in geld door het Rijk, overeenkomstig het
bepaalde in artikel 6, zal plaats vinden, wanneer de waarde van de van
hem in het blok opgenomen onroerende goederen zo gering is, dat de
toepassing van het eerste tot en met het vierde lid zou leiden tot de
vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geacht kan
worden geen redelijk belang bij het verkrijgen van een zodanige kavel te
hebben.
Artikel 6
1. Het nadelig of voordelig verschil tussen de waarde der van
de eigenaar in het blok opgenomen onroerende goederen, zoals deze
uiteindelijk is vastgesteld en de waarde van de hem toebedeelde
onroerende goederen, zoals deze na herschatting uiteindelijk is
vastgesteld, wordt door het Rijk aan de eigenaar, onderscheidenlijk
door de eigenaar aan het Rijk, in geld vergoed.
2. Indien niet bekend is aan wie een geldelijke vergoeding, als
bedoeld in het eerste lid, zou moeten worden gegeven, wordt het bedrag
in consignatie in 's Rijks kas gestort.
Artikel 7
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens enige andere wettelijke
regeling heeft een overeenkomst, aangegaan in het tijdvak vanaf de
inwerkingtreding dezer wet tot aan de overschrijving van de acte van
toedeling in de openbare registers en waarbij onder bezwarende titel of
bij schenking onder de levenden:
a. in het blok opgenomen onroerende goederen worden overgedragen
of
b. een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik of
bewoning op zodanige goederen wordt gevestigd of gewijzigd, of
waarbij een zodanig recht wordt overgedragen,
geen rechtskracht zonder schriftelijke verklaring van de
herverkavelingscommissie, waaruit blijkt, dat deze overeenkomst niet in
strijd is met een behoorlijke uitvoering der herverkaveling.
Artikel 8
Aan de Staat kunnen kavels worden toebedeeld; deze worden beheerd
door de Minister. Overdracht van het beheer geschiedt door Ons op
voordracht van de Minister.
Artikel 9
Tenzij het belang der herverkaveling het vordert, wordt geen
wijziging gebracht in de eigenaarsverhouding van:
1°. parken;
2°. gedenktekenen met bijbehorende terreinen;
3°. onroerende goederen van rechtspersonen, die bevordering van
natuurschoon ten doel hebben, indien en zolang zij als zodanig door
Ons zijn erkend;
4°. onroerende goederen, bestemd voor andere bedrijven dan land-,
tuin-, bosbouw, veehouderij, jacht of visserij.
Artikel 10
Elke kavel moet zó worden gevormd, dat hij:
1°. uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo
mogelijk daaraan belendt;
2°. zo nodig en mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke
afwatering heeft.
Artikel 11
1. De eigendom van de openbare wegen en waterlopen met de
daartoe behorende kunstwerken in het blok behoort aan een door
Gedeputeerde Staten aangewezen publiekrechtelijk lichaam.
2. Gedeputeerde Staten regelen het beheer en het onderhoud van de
openbare wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende
kunstwerken.
3. De toewijzing van de eigendom, het beheer en het onderhoud
geschiedt zonder geldelijke verrekening.
Artikel 12
1. De zakelijke rechten, het recht van huur en van pacht en de
lasten, welke op de onroerende goederen rusten, worden geregeld of
opgeheven onder regeling van de geldelijke gevolgen daarvan;
tiendrenten en jachtrenten worden afgekocht overeenkomstig de
daaromtrent geldende wettelijke bepalingen. Van een regeling en van
het opheffen van een recht van pacht wordt door de
herverkavelingscommissie mededeling gedaan aan de Grondkamer.
2. De hypotheken gaan met behoud van haar rang over op de kavels
of gedeelten van kavels, welke in de plaats van het onroerend goed,
waarop zij rusten, worden toegedeeld. In geval van toepassing van het
vijfde lid van artikel 5, wordt het bedrag der algehele vergoeding in
geld door de herverkavelingscommissie besteed voor het aflossen van de
schuldvorderingen van hypotheekhouders, die zulks wensen, onverschillig
of deze schuldvorderingen al dan niet opeisbaar zijn.
3. Conservatoire en executoriale beslagen gaan over op de kavels
of gedeelten van kavels, welke in de plaats van het onroerend goed,
waarop zij gelegd zijn, worden toegedeeld, alsmede op de geldsommen,
welke in de plaats van kavels of ter zake van ondertoedeling worden
toegekend.
Artikel 13
Pachtovereenkomsten en overeenkomsten tot wijziging, aanvulling of
verlenging van een pachtovereenkomst, aangegaan in het tijdvak vanaf de
inwerkingtreding dezer wet tot aan de overschrijving van de acte van
toedeling in de openbare registers ten aanzien van de in het blok
opgenomen onroerende goederen, hebben onverminderd het bepaalde bij of
krachtens enige andere wettelijke regeling, geen rechtskracht zonder
schriftelijke verklaring van de herverkavelingscommissie, waaruit
blijkt, dat de overeenkomst niet in strijd is met een behoorlijke
uitvoering der herverkaveling.
Artikel 14
1. In het belang der herverkaveling kan door de
herverkavelingscommissie een recht van pacht worden gevestigd; de
aldus gevestigde verbintenis heeft dezelfde kracht als een tussen
partijen gesloten en overeenkomstig de wet goedgekeurde
pachtovereenkomst. Alvorens een recht van pacht te vestigen, pleegt de
herverkavelingscommissie overleg met de Grondkamer in zake de
pachtvoorwaarden; zo mogelijk vindt overleg plaats met de betrokken
partijen.
2. Toepassing van het eerste lid mag niet ten gevolge hebben, dat
daardoor de exploitatie van enig bedrijf ernstig zou worden bemoeilijkt,
tenzij het betreft een bedrijf ten aanzien waarvan een aantekening, als
bedoeld in artikel 47, onder a of b op de lijst van de in
het blok gelegen bedrijven is geplaatst.
3. Indien de eigenaar ten gevolge van de toepassing van het
eerste lid schade lijdt, wordt deze door het Rijk aan de eigenaar
vergoed.
Artikel 15
1. Er is een Herverkavelingscommissie, bestaande uit ten
hoogste vijftien leden, die door Ons worden benoemd en ontslagen. Er
kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij kan zich door
deskundigen doen bijstaan; de Minister stelt voor haar een instructie
vast.
2. Er is een Raad van Beroep, bestaande uit ten hoogste vijf
leden, die door Ons worden benoemd. Er kunnen plaatsvervangende leden
worden benoemd. Zij zijn onafzetbaar gedurende de werkingsduur van deze
wet, behoudens in de gevallen, bedoeld in artikel 11, onder 1°., 2°.,
en 3°. van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet van 18 April
1827, Staatsblad no. 20). De ontzetting wordt uitgesproken op de
wijze, in artikel 11 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie bepaald.
De derde tot en met achtste alinea van dat artikel, alsmede artikel 13
van de Wet op de Rechterlijke Organisatie zijn ten aanzien van de leden
van de Raad van Beroep van overeenkomstige toepassing.
3. De Raad van Beroep kan getuigen en deskundigen horen. De
oproeping geschiedt bij aangetekende brief. Getuigen en deskundigen zijn
na oproeping verplicht te verschijnen en de gevraagde inlichtingen te
verstrekken.
4. Wij behouden Ons voor regelen te stellen betreffende:
a. het toekennen van een vergoeding aan de leden van de Raad van
Beroep;
b. het toekennen van schadevergoeding aan de getuigen en
deskundigen;
c. het vaststellen van een tarief voor de werkzaamheden van de Raad
van Beroep.
Artikel 16
1. Van de benoeming der herverkavelingscommissie en van de Raad
van Beroep wordt door de Minister bericht gezonden aan Gedeputeerde
Staten en aan de Arrondissementsrechtbank te Middelburg. De toezending
gaat vergezeld van een kaart, waarop het te verkavelen gebied is
aangegeven.
2. Zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen dertig dagen na
ontvangst van dit bericht, benoemt de rechtbank een rechtercommissaris
en doet zij hiervan mededeling aan Gedeputeerde Staten, aan de
herverkavelingscommissie en aan de Raad van Beroep.
Artikel 17
1. Het is aan eigenaren en gebruiksgerechtigden van tot het
blok behorende onroerende goederen verboden handelingen te verrichten,
waardoor de waarde van hun onroerende goederen zou verminderen, tenzij
hun daartoe door de herverkavelingscommissie vergunning is verleend.
2. Overtreding van het bepaalde in het vorige lid wordt gestraft
met geldboete van de eerste categorie.
3. Het strafbare feit wordt als een overtreding beschouwd.
4. Waardeverminderingen, die het gevolg zijn van handelingen,
bedoeld in het eerste lid van dit artikel, komen, voor de toepassing van
de artikelen 5 en 6, ten laste van de eigenaren. De
herverkavelingscommissie houdt hiermede rekening bij het opmaken van het
plan van toedeling en van de lijst van geldelijke regelingen.
Artikel 18
1. Wanneer de herverkavelingscommissie het ten behoeve van de
herverkaveling nodig acht, dat iemands grond wordt betreden of daarop
gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moeten
zowel de eigenaren als de gebruikers van die grond dit gedogen.
2. Indien het verrichten van de in het vorige lid bedoelde
handelingen niet wordt gedoogd, wordt de tussenkomst ingeroepen van de
burgemeester of kantonrechter, op wiens bevel het verrichten der
handelingen, desnoods met behulp van de sterke arm, wordt mogelijk
gemaakt.
3. De schade, welke uit de toepassing van het eerste lid mocht
voortvloeien, wordt door het Rijk vergoed.
Artikel 19
Indien toepassing van deze wet tengevolge zou hebben, dat een
eigenaar reeds ontvangen of reeds toegezegde vergoeding voor geleden
materiële oorlogsschade nogmaals geheel of gedeeltelijk zou ontvangen,
vindt hiervoor verrekening plaats.
Titel II. De vaststelling van de rechten en de schatting
Artikel 20
De herverkavelingscommissie stelt een zo volledig mogelijke lijst
samen van alle rechthebbenden met vermelding van de aard en de omvang
van ieders recht.
Artikel 21
1. De herverkavelingscommissie benoemt een aantal schatters,
die onder haar leiding de in het blok gelegen onroerende goederen
schatten.
2. De herverkavelingscommissie verdeelt het werk der schatters;
deze treden steeds in oneven getale op.
Artikel 22
1. De herverkavelingscommissie ontwerpt een stelsel van
classificatie van de grond en bepaalt van elke klasse de waarde per
ha. Zij maakt van deze verrichtingen een proces-verbaal van
classificatie op.
2. De schatters delen de grond aan de hand van het proces-verbaal
van classificatie in klassen in.
3. Indien de gronden schade hebben geleden ten gevolge van
bezettings- of oorlogshandelingen, geschiedt de schatting naar de
toestand, waarin deze gronden zich bevonden, voordat zij hierdoor werden
getroffen.
Artikel 23
1. De door de herverkavelingscommissie samengestelde lijst van
rechthebbenden, een register van de uitkomsten der schattingen en een
kaart waarop de klasse-grenzen staan aangegeven, worden door de
herverkavelingscommissie ter kosteloze inzage van een ieder
neergelegd.
2. Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving in ten
minste twee nieuwsbladen en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke
wijze, alsmede bij bijzondere kennisgeving bij aangetekende brief aan de
bekende rechthebbenden.
3. Op het niet ontvangen van de kennisgeving kan geen beroep
worden gedaan.
4. De lijst van rechthebbenden wordt in haar geheel of in
uittreksel tegen betaling der kosten verkrijgbaar gesteld.
Artikel 24
1. Binnen dertig dagen na de verzending van de bijzondere
kennisgeving, in artikel 23 bedoeld, kan iedere belanghebbende
schriftelijk zijn bezwaren tegen de toekenning en omschrijving van
rechten op de lijst van rechthebbenden en tegen de schattingen bij de
herverkavelingscommissie indienen.
2. Deze bevoegdheid wordt met aanwijzing van de dag der
verzending in de kennisgevingen vermeld.
3. Na afloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen
slechts zij als rechthebbenden worden erkend, die voorkomen op de lijst
van rechthebbenden of tegen de daarop voorkomende toekenning of
omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend, benevens hun
rechtverkrijgenden.
Artikel 25
Voor zover daartegen binnen de termijn en op de wijze, in het vorige
artikel bepaald, geen bezwaren zijn ingediend, staan de rechten, zoals
zij op de lijst van rechthebbenden zijn omschreven en toegekend, en de
uitkomsten van de schattingen vast. Daarvan wordt door de
herverkavelingscommissie proces-verbaal opgemaakt.
Artikel 26
1. De herverkavelingscommissie onderzoekt de tijdig ingediende
bezwaren en tracht daaromtrent met belanghebbenden overeenstemming te
bereiken.
2. Indien overeenstemming is verkregen, vinden de bepalingen van
het vorige artikel overeenkomstige toepassing.
Artikel 27
Indien geen overeenstemming is verkregen, wordt door de
herverkavelingscommissie een proces-verbaal opgemaakt van het omtrent de
ingebrachte bezwaren verhandelde.
Artikel 28
De herverkavelingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift
van de lijst van rechthebbenden en van de in de artikelen 25, 26 of 27
bedoelde processen-verbaal aan de rechter-commissaris.
Artikel 29
1. Indien binnen de termijn en op de wijze, in artikel 24
bepaald, bezwaren zijn ingediend en hieromtrent niet overeenkomstig
artikel 26 overeenstemming is bereikt, bepaalt de rechter-commissaris
terstond na ontvangst van de in het vorige artikel bedoelde stukken
tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij deze
bezwaren of hun schriftelijk gemachtigden voor hem kunnen verschijnen,
ten einde voor zover nog nodig, te geraken tot toekenning en
vaststelling van rechten en tot vaststelling van de uitkomst der
schattingen.
2. Hij doet hiervan mededeling aan de herverkavelingscommissie.
3. De bekende belanghebbenden bij de in het eerste lid bedoelde
bezwaren, die op de lijst van rechthebbenden zijn geplaatst of binnen de
termijn en op de wijze, in artikel 24 bepaald, bezwaren hebben
ingediend, worden bij aangetekende brief opgeroepen om in persoon of bij
schriftelijk gemachtigde de bijeenkomst bij te wonen.
4. Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden
gedaan.
5. In de oproeping wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg,
door de wet aan het niet bijwonen der bijeenkomst en het vaststellen van
de lijst van rechthebbenden verbonden.
6. De bijeenkomst wordt niet gehouden, dan nadat ten minste
veertien dagen na de oproeping zijn verstreken.
Artikel 30
1. Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder
voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de
Griffier der Arrondissements-Rechtbank.
2. De bijeenkomst wordt bijgewoond door één of meer leden der
herkavelingscommissie met zo nodig één of meer deskundigen.
3. Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen
verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst tot een andere dag zonder
nadere oproeping.
4. In de bijeenkomst worden eerst de toekenning en de
vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het
verhandelde omtrent elk onderwerp wordt een afzonderlijk proces-verbaal
opgemaakt.
5. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op
de bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld,
worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
6. Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die
binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief,
gericht aan de rechter-commissaris, het niet verschijnen op de
bijeenkomst verkaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van
deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn
aan deze aannemelijk maken.
Artikel 31
1. Voorzover omtrent de toekenning, de aard en de omvang der
rechten overeenstemming is verkregen, staan deze vast.
2. Partijen, tussen wie geen overeenstemming is verkregen,
worden, voorzover hun geschil niet reeds aanhangig is, door de
rechter-commissaris naar een door hem te bepalen zitting van de
rechtbank verwezen. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding.
Artikel 32
1. Voorzover overeenstemming wordt verkregen omtrent de
schattingen staan deze vast.
2. Indien geschil blijft bestaan, verwijst de rechter-commissaris
de zaak naar een nader te bepalen zitting van de rechtbank. Deze
verwijzing vervangt de dagvaarding.
3. Het staat de rechter-commissaris vrij de uitkomsten der
schattingen, waaromtrent geen overeenstemming is verkregen, voorlopig
vast te stellen, indien de herverkavelingscommissie hem zulks met het
oog op een vlot verloop van de herverkaveling verzoekt.
Artikel 33
De rechtbank behandelt zaken betreffende de toekenning en de
vaststelling van de rechten vóór elke andere, met uitzondering van die
betreffende onteigening.
Artikel 34
1. Ten dage dienende geven zij, tussen wie geschil bestaat over
de rechten betreffende in het blok gelegen percelen de gronden hunner
beweringen en de middelen tot staving daarvan op bij conclusie, door
een procureur getekend. Afschrift der conclusie wordt ter
terechtzitting aan de procureur der weder-partij overgegeven.
2. Op een uiterlijk veertien dagen hierna te stellen door de
rechtbank te bepalen dag kunnen partijen haar conclusiën bij pleidooi
door een advocaat mondeling doen toelichten.
Artikel 35
1. Uiterlijk een maand na de dienende dag of, indien een dag
voor pleidooi werd vastgesteld, na de daarvoor bepaalde dag, doet de
rechtbank uitspraak.
2. Tegen uitspraak is geen verzet nog enige andere voorziening
dan die in cassatie toegelaten.
Artikel 36
1. De cassatie wordt ingesteld binnen een maand, te rekenen van
de dag, waarop het vonnis is uitgesproken.
2. Zij geschiedt door een verklaring ter griffie der rechtbank,
die het vonnis heeft gewezen.
3. Deze verklaring wordt binnen veertien dagen met een
ontwikkeling van de gronden der cassatie aan de tegenpartij betekend en
gaat vergezeld van dagvaarding tegen de eerstvolgende, voor de
behandeling van burgerlijke zaken bestemde, terechtzitting na de in het
volgende lid bepaalde termijn.
4. De tegenpartij is bevoegd om uiterlijk binnen veertien dagen
te antwoorden.
5. In de genoemde terechtzitting nemen de partijen haar
conclusiën desverkiezende bij pleidooi mits in dezelfde terechtzitting,
nader te ontwikkelen.
6. Het Openbaar Ministerie neemt zijn conclusie uiterlijk
veertien dagen na de terechtzitting.
7. Uiterlijk zes weken na de terechtzitting doet de Hooge Raad
uitspraak.
Artikel 37
Zodra omtrent alle geschillen over de rechten betreffende de tot het
blok behorende onroerende goederen onherroepelijk is beslist, wordt de
lijst van rechthebbenden door de rechtbank gesloten.
Artikel 38
1. Nadat alle rechten betreffende bij de herverkaveling
betrokken percelen vaststaan, worden zij, met wie geen overeenstemming
omtrent de schattingen is verkregen, alsmede de
herverkavelingscommissie opgeroepen om te verschijnen op een bepaalde
zitting van de rechtbank.
2. De rechtbank behandelt de zaken betreffende de schattingen
vóór elke andere, met uitzondering van die betreffende onteigening.
Artikel 39
1. Ten dage dienende lichten zij, met wie geen overeenstemming
is verkregen, hun standpunt, hetzij in persoon, hetzij bij
schriftelijk gemachtigde, mondeling toe.
2. De rechtbank hoort de vertegenwoordigers van de
herverkavelingscommissie.
3. Uiterlijk een maand na het in het tweede lid genoemde verhoor
doet de rechtbank uitspraak.
4. Indien deze uitspraak van invloed is op de uitkomsten van
andere schattingen, is zij bevoegd hierin wijziging aan te brengen. Zij
doet dit niet alvorens belanghebbenden te hebben gehoord.
5. Het register van de uitkomsten der schattingen wordt door de
rechtbank gesloten.
Artikel 40
Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch ook enige
andere voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de
procureur-generaal bij de Hooge Raad om zich, in het belang der wet, in
cassatie te voorzien.
Artikel 41
De kosten van het geding betreffende de schattingen komen ten laste
van de belanghebbende met wie geen overeenstemming is verkregen, indien
deze in het ongelijk is gesteld, ten laste van het Rijk, indien hij in
het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de
omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel
compenseren.
Artikel 42
Zoodra de lijst van rechthebbenden en het register van de uitkomsten
der schattingen zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan
kennis aan de herverkavelingscommissie; hij zendt een afschrift van de
lijst van rechthebbenden aan deze commissie en aan de
hypotheekbewaarder, wie het aangaat.
Titel III. Het elders vestigen van bedrijven
Artikel 43
1. De herverkavelingscommissie maakt door openbare kennisgeving
in ten minste twee nieuwsbladen en in de gemeenten op de aldaar
gebruikelijke wijze bekend, tegen welke voorwaarden en in welke
gebieden, gebruikers van in het blok gelegen gronden door de Staat in
de gelegenheid kunnen worden gesteld om buiten het blok grond te
pachten en roept tevens de gegadigden daartoe op.
2. De grondgebruikers, die aan deze oproep gehoor geven en naar
het oordeel van de herverkavelingscommissie in aanmerking komen om
buiten het blok grond te pachten en met wie de herverkavelingscommissie
tot overeenstemming komt, tekenen een verklaring, dat zij de hun in
eigendom toebehorende percelen of de kavels, die daarvoor in de plaats
treden, zullen verpachten, of, dat het recht van pacht op de tot dusver
door hen gepachte percelen wordt beëindigd en dat te hunnen behoeve
geen nieuw recht van pacht op in het blok gelegen kavels zal worden
gevestigd.
3. Voor het vaststellen van tijdstip en inhoud van de openbare
kennisgeving bedoeld in het eerste lid, alsmede voor het sluiten van
overeenkomsten als bedoeld in het tweede lid, behoeft de
herverkavelingscommissie de voorafgaande goedkeuring van de Minister van
Financiën.
Artikel 44
1. De ondertekening der verklaring heeft tengevolge:
ten aanzien van de eigenaar: dat hij verplicht is, met inachtneming
van het bepaalde in artikel 13, met ingang van een door de
herverkavelingscommissie te bepalen dag de onroerende goederen, waarop
hij tot dusver zijn bedrijf uitoefende, of de kavels, welke daarvoor in
de plaats treden, te verpachten;
ten aanzien van de pachter: dat zijn pachtovereenkomst eindigt met
ingang van een door de herverkavelingscommissie te bepalen dag en dat
hij geen recht heeft op het in pacht verkrijgen van een of meer in het
blok gelegen kavels.
2. De grondgebruikers, die deze verklaring getekend hebben,
worden door de Staat, overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van
artikel 43, in de gelegenheid gesteld buiten het blok grond te pachten.
3. De herverkavelingscommissie doet aan de verpachter bij
aangetekende brief onverwijld mededeling van de ondertekening van de
verklaring door de pachter. Op het niet ontvangen van de mededeling kan
geen beroep worden gedaan.
Artikel 45
1. De herverkavelingscommissie onderzoekt of op de wijze,
aangegeven in de artikelen 43 en 44, voldoende grond ter beschikking
komt om aan de overige rechthebbenden voorzover zij een bedrijf
uitoefenen, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 5, 12,
13 en 14, het gebruik van kavels tot een zodanige oppervlakte toe te
kennen, dat daarop levensvatbare bedrijven kunnen worden gevestigd.
2. Indien zulks niet het geval is, stelt de
herverkavelingscommissie een zo volledig mogelijke lijst samen van de in
het blok gelegen bedrijven, waaronder in deze titel worden verstaan:
landbouw-, veeteelt- en tuinbouwbedrijven.
Artikel 46
1. Alsdan kan de herverkavelingscommissie bepalen, dat met
ingang van een bepaalde dag:
a. een pachtovereenkomst eindigt en de pachter geen recht heeft op
het in pacht verkrijgen van één of meer in het blok gelegen kavels;
b. de eigenaar-grondgebruiker verplicht is de onroerende goederen,
waarop hij tot dusver zijn bedrijf uitoefende, of de kavels, die
daarvoor in de plaats treden, te verpachten.
2. Een bepaling als bedoeld onder b van het vorige lid
komt bij voorkeur eerst in aanmerking, indien het gestelde in de aanhef
van het tweede lid van artikel 45 zich nog voordoet, nadat het bepaalde
onder a van het vorige lid zoveel mogelijk is toegepast.
Een bepaling als bedoeld onder b van het vorige lid komt bij
voorkeur niet in aanmerking ten aanzien van de eigenaar-grondgebruiker,
die zijn hoofdberoep in de landbouw heeft.
3. De eigenaar-grondgebruiker en de pachters, bedoeld in het
eerste lid, worden door het Rijk schadeloos gesteld. Zoveel mogelijk
vindt de schadeloosstelling plaats bij minnelijk overleg, desgewenst
door hen in de gelegenheid te stellen buiten het blok grond te pachten.
4. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder a,
doet de herverkavelingscommissie hiervan onverwijld bij aangetekende
brief mededeling aan de verpachter. Op het niet ontvangen van de
mededeling kan geen beroep worden gedaan.
5. Voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid
behoeft de herverkavelingscommissie de voorafgaande goedkeuring van de
Minister van Financiën.
Artikel 47
De herverkavelingscommissie tekent op de lijst van de in het blok
gelegen bedrijven aan:
a. ten aanzien van welke percelen een verklaring, als bedoeld in
artikel 43, getekend is;
b. welke percelen de eigenaar verplicht is te verpachten en ten
aanzien van welke percelen een pachtovereenkomst zal eindigen,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 46;
c. voorzover dit niet bij minnelijk overleg is vastgesteld, de
schadevergoeding, bedoeld in artikel 46.
Artikel 48
1. De herverkavelingscommissie legt de lijst van de in het blok
gelegen bedrijven, met de daarop ingevolge het bepaalde in artikel 47
gestelde aantekeningen, neer ter kosteloze inzage van een ieder.
2. Van de nederlegging geschiedt openbare en bijzondere
kennisgeving op de wijze in het tweede lid van artikel 23 aangegeven.
3. Op het niet ontvangen van de kennisgeving kan geen beroep
worden gedaan.
4. De lijst van de in het blok gelegen bedrijven, met de daarop
gestelde aantekeningen, wordt in haar geheel of in uittreksel tegen
betaling der kosten beschikbaar gesteld.
Artikel 49
1. Binnen dertig dagen na de verzending van de bijzondere
kennisgeving, in artikel 48 bedoeld, kan ieder belanghebbende zijn
bezwaren tegen de aantekeningen, gesteld op de lijst van de in het
blok gelegen bedrijven, schriftelijk bij de herverkavelingscommissie
indienen.
2. Deze bevoegdheid wordt met aanwijzing van de dag der
verzending in de kennisgeving vermeld.
Artikel 50
Voorzover binnen de termijn en op de wijze in artikel 49 vermeld geen
bezwaren zijn ingediend, staan de aantekeningen vast. Daarvan wordt door
de herverkavelingscommissie proces-verbaal opgemaakt.
Artikel 51
1. De herverkavelingscommissie onderzoekt de tijdig ingediende
bezwaren en tracht daaromtrent overeenstemming te bereiken.
2. Indien overeenstemming is verkregen, vinden de bepalingen van
het vorige artikel overeenkomstige toepassing.
Artikel 52
Indien geen overeenstemming is verkregen, wordt door de
herverkavelingscommissie proces-verbaal opgemaakt van het omtrent de
ingebrachte bezwaren verhandelde.
Artikel 53
De herverkavelingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift
van de lijst van de in het blok gelegen bedrijven met de daarop gestelde
aantekeningen en van de in de artikelen 50, 51 en 52 bedoelde
processen-verbaal aan de Raad van Beroep.
Artikel 54
De behandeling van de bezwaren tegen de aantekeningen, gesteld op de
lijst van de in het blok gelegen bedrijven, welke ingevolge het bepaalde
in artikel 49 zijn ingebracht en waaromtrent de herverkavelingscommissie
geen overeenstemming heeft weten te bereiken, geschiedt door de Raad van
Beroep.
Artikel 55
1. De Voorzitter van de Raad van Beroep bepaalt terstond na
ontvangst van de in artikel 53 bedoelde stukken tijd en plaats der
zitting, waarop de belanghebbenden bij de bezwaren of hun schriftelijk
gemachtigden ter behandeling zullen verschijnen.
2. De Voorzitter doet hiervan mededeling aan de
herverkavelingscommissie.
3. De bekende belanghebbenden bij de in het eerste lid bedoelde
bezwaren, die op de lijst van rechthebbenden zijn geplaatst of binnen de
termijn en op de wijze, in artikel 49 bepaald, bezwaren hebben
ingediend, worden bij aangetekende brief opgeroepen om in persoon of bij
schriftelijk gemachtigde op de zitting te verschijnen.
4. Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden
gedaan.
5. In de oproeping wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg,
door de wet aan het niet bijwonen der zitting verbonden.
6. De zitting wordt niet gehouden, dan nadat ten minste veertien
dagen na de oproeping zijn verstreken.
Artikel 56
1. De zitting wordt bijgewoond door één of meer leden van de
herverkavelingscommissie met zo nodig een of meer deskundigen.
2. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde, op
de zitting aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden
geacht die bezwaren te hebben ingetrokken. Daarvan wordt proces-verbaal
opgemaakt.
3. Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die
binnen een week na de dag der zitting bij aangetekende brief, gericht
aan de voorzitter van de Raad van Beroep, het niet verschijnen ter
zitting verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze
bewering binnen een door de voorzitter van de Raad van Beroep te bepalen
termijn aan deze aannemelijk maken.
4. Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen,
verdaagt de voorzitter van de Raad van Beroep de zitting tot een andere
dag zonder nadere oproeping.
5. De Raad van Beroep doet uitspraak over de ingebrachte
bezwaren. Van het verhandelde wordt proces-verbaal opgemaakt.
6. Voorzover deze bezwaren betrekking hadden op de aantekeningen,
bedoeld in artikel 47, onder b , staan deze aantekeningen door de
uitspraak van de Raad van Beroep vast en is van deze uitspraak geen
beroep noch enige andere voorziening mogelijk.
Artikel 57
1. Van de uitspraak wordt afschrift gezonden aan de
herverkavelingscommissie, aan de rechter-commissaris en, bij
aangetekende brief, aan de bij de uitspraak betrokken belanghebbenden
onder mededeling van het bepaalde in het eerste lid van het volgend
artikel.
2. Op het niet ontvangen van deze mededeling kan geen beroep
worden gedaan.
Artikel 58
1. Binnen dertig dagen na de verzending van de in artikel 57
bedoelde mededeling kan ieder, die overeenkomstig het bepaalde in
artikel 49 bezwaren had ingebracht tegen een aantekening, als bedoeld
in artikel 47, onder a of c , schriftelijk aan de Raad
van Beroep verklaren, dat hij zich met de uitspraak van de Raad van
Beroep daaromtrent niet kan verenigen.
2. Voorzover binnen de termijn en op de wijze, bedoeld in het
eerste lid van dit artikel, geen verklaringen zijn ingezonden, staan de
aantekeningen, bedoeld in artikel 47, onder a of c , door
de uitspraak van de Raad van Beroep vast en is van deze uitspraak geen
beroep, noch enige andere voorziening mogelijk.
3. Van de ingezonden verklaringen zendt de Raad van Beroep
afschrift aan de herverkavelingscommissie en aan de rechter-commissaris.
Artikel 59
1. De rechter-commissaris verwijst partijen naar een door hem
te bepalen zitting van de rechtbank. Deze verwijzing vervangt de
dagvaarding.
2. De rechtbank behandelt alle zaken betreffende de
aantekeningen, gesteld op de lijst van de in het blok gelegen bedrijven,
vóór elke andere, met uitzondering van die betreffende onteigening.
Artikel 60
1. Ten dage dienende geven zij, die verklaard hebben, dat zij
zich met de uitspraak van de Raad van Beroep niet kunnen verenigen, de
gronden hunner beweringen en de middelen tot staving daarvan op bij
conclusie, door een procureur getekend. Afschrift der conclusie wordt
ter terechtzitting aan de procureur der weder-partij overgegeven.
2. Op een uiterlijk veertien dagen hierna te stellen, door de
rechtbank te bepalen, dag kunnen partijen haar conclusiën bij pleidooi
door een advocaat mondeling doen toelichten.
Artikel 61
1. Uiterlijk een maand na de dienende dag of, indien een dag
voor pleidooi werd vastgesteld, na de daarvoor bepaalde dag, doet de
rechtbank uitspraak.
2. Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet, noch enige
andere voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de
procureur-generaal bij de Hooge Raad om zich, in het belang der wet, in
cassatie te voorzien.
3. De lijst van de in het blok gelegen bedrijven, met de daarop
gestelde aantekeningen, wordt door de rechtbank gesloten.
Titel IV. Het plan van toedeling
Artikel 62
1. De herverkavelingscommissie vervaardigt een kaart van het
blok met de wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende
kunstwerken met inachtneming van door Gedeputeerde Staten te geven
richtlijnen en aanwijzingen in verband met die richtlijnen.
2. Zij doet deze kaart aan Gedeputeerde Staten toekomen,
vergezeld van haar advies en van een voorstel omtrent de eigendom, het
beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen en kaden met
de daartoe behorende kunstwerken.
3. Zo spoedig mogelijk nadat de herverkavelingscommissie deze
stukken heeft verzonden, stellen Gedeputeerde Staten het plan van wegen,
waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken met hun
afmetingen vast; de vaststelling kan ook in gedeelten geschieden.
4. Wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke voorheen
voor het openbaar verkeer waren opengesteld en niet in het plan worden
opgenomen, worden in afwijking van het bepaalde in de artikelen 8 en 9
van de Wegenwet door het enkele feit van de niet opname aan het openbaar
verkeer onttrokken. Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken,
welke in het plan als openbare wegen worden opgenomen, maar die voorheen
niet voor het openbaar verkeer waren opengesteld, wordt in afwijking van
het bepaalde in de artikelen 4 en 5 van de Wegenwet door het enkele feit
van de opname de bestemming van openbare weg gegeven.
5. Gedeputeerde Staten zenden een afschrift van hun besluit tot
vaststelling van het plan of van een gedeelte van het plan van wegen,
waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken aan de
belanghebbende openbare lichamen en aan de herverkavelingscommissie,
vergezeld van een kaart, aangevende de afmetingen.
6. Binnen 30 dagen na dagtekening van de verzending van de in het
vorige lid bedoelde kennisgevingen, staat aan de in het vorige lid
bedoelde lichamen en aan de Commissaris in de provincie Zeeland beroep
op Ons open.
Artikel 63
1. Na het verstrijken van de in het 6e lid van artikel 62
genoemde termijn, zonder dat beroep is ingesteld, en, ten aanzien van
die onderdelen van het plan van wegen, waterlopen en kaden met de
daartoe behorende kunstwerken, waartegen beroep is ingesteld, met
ingang van de dag, volgende op die, waarop Onze beslissing in hoger
beroep door Gedeputeerde Staten ter kennis van de betrokken
publiekrechtelijke lichamen en van de herverkavelingscommissie is
gebracht, kan de aanleg of verbetering van wegen, waterlopen en kaden
met de daartoe behorende kunstwerken en de uitvoering van de overige
werkzaamheden ter hand worden genomen. Zo nodig kunnen Gedeputeerde
Staten toestaan, dat reeds op een vroeger tijdstip met deze
werkzaamheden wordt begonnen.
2. De uitvoering der werkzaamheden geschiedt door de zorg van de
herverkavelingscommissie. Gedeputeerde Staten kunnen evenwel na overleg
met de herverkavelingscommissie bepalen, dat met name te noemen werken
worden uitgevoerd door de openbare lichamen, die met het beheer en
onderhoud daarvan zijn belast, of dat deze werken onder hun toezicht
worden uitgevoerd, waarbij een doelmatig verband met andere werken voor
zoveel nodig verzekerd moet zijn. Omtrent het tijdstip der uitvoering
plegen de openbare lichamen overleg met de herverkavelingscommissie.
Omtrent de uitvoering van werken, met het beheer en onderhoud waarvan
het Rijk is belast beslist de betrokken Minister, gehoord de
herverkavelingscommissie.
3. Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas
worden gekapt; zoden, aarde, grint of andere specie kan aan de terreinen
worden onttrokken of daarop worden neergelegd.
4. Indien naar het oordeel der herverkavelingscommissie het
belang der herverkaveling zulks vordert, kunnen gronden worden
drooggelegd, ontgonnen of herontgonnen, tijdelijk geëxploiteerd,
begreppeld of gedraineerd.
5. Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst,
gebouwd of herbouwd, indien naar het oordeel der
herverkavelingscommissie het belang der herverkaveling zulks vordert.
6. De schade, welke een rechtstreeks gevolg is van de uitvoering
van de in het eerste tot en met het vijfde lid bedoelde handelingen,
wordt door het Rijk vergoed.
7. De eigenaren en gebruikers zijn verplicht te gedogen, dat hun
terrein wordt betreden en daarop de werkzaamheden, bedoeld in het eerste
tot en met het vijfde lid, worden verricht.
8. Indien het verrichten van de in het vorige lid bedoelde
handelingen niet wordt gedoogd, wordt de tussenkomst ingeroepen van de
burgemeester of kantonrechter, op wiens bevel het verrichten der
handelingen, desnoods met behulp van de sterke arm, wordt mogelijk
gemaakt.
Artikel 64
Zodra:
a. de herverkavelingscommissie de bezwaren, die betrekking hebben
op de lijst van rechthebbenden, heeft behandeld en de
processen-verbaal, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27, heeft
opgemaakt;
b. de uitkomsten der schattingen vaststaan of voorlopig zijn
vastgesteld;
c. de aantekeningen, bedoeld in artikel 47, onder b , op
de lijst van de in het blok gelegen bedrijven vaststaan, alsmede.
d. het plan van wegen, waterlopen en kaden met de daartoe
behorende kunstwerken is vastgesteld,
gaat de herverkavelingscommissie over tot het opmaken van het plan
van toedeling.
Artikel 65
Het plan van toedeling houdt in:
1°. de kavelindeling;
2°. de toedeling der kavels;
3°. de in artikel 12 bedoelde regelingen van de zakelijke
rechten, het recht van huur en van pacht en de lasten, welke op de
onroerende goederen rusten;
4°. de ingevolge artikel 14 gevestigde verbintenissen;
5°. bepalingen omtrent de inbezitneming.
Artikel 66
1. De Minister is bevoegd, op voorstel der
herverkavelingscommissie, tot het tijdstip waarop ingevolge artikel 64
met het opmaken van het plan van toedeling wordt begonnen, de grenzen
van het blok te wijzigen, wanneer blijkt, dat voor de uitvoering der
herverkaveling bepaalde percelen niet nodig zijn.
2. In het plan van toedeling kunnen met toestemming van hen, die
bevoegd zijn te beschikken, ten aanzien van niet tot het blok behorende
onroerende goederen regelingen worden opgenomen betreffende
grenswijziging, burenrechten en erfdienstbaarheden.
Artikel 67
1. Zodra het plan van toedeling door de
herverkavelingscommissie is opgemaakt, worden de grenzen der kavels zo
mogelijk op het terrein uitgezet en wordt het plan van toedeling door
de herverkavelingscommissie ter kosteloze inzage van een ieder
neergelegd.
2. Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving op de
wijze in het tweede lid van artikel 23 aangegeven.
Artikel 68
Binnen dertig dagen na de openbare kennisgeving in het vorige artikel
bedoeld, kan ieder belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren bij de
herverkavelingscommissie indienen; deze bevoegdheid wordt in de
kennisgeving vermeld.
Artikel 69
1. Indien binnen de termijn en op de wijze, in het vorige
artikel bedoeld, geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van
toedeling vast. Hiervan wordt door de herverkavelingscommissie
proces-verbaal opgemaakt.
2. Indien binnen de termijn en op de wijze, in het vorige artikel
bedoeld, bezwaren zijn ingediend, tracht de herverkavelingscommissie
overeenstemming te verkrijgen; indien overeenstemming wordt verkregen,
vindt de bepaling van het vorige lid overeenkomstige toepassing. Van het
verhandelde wordt proces-verbaal opgemaakt.
3. De herverkavelingscommissie zendt zo spoedig mogelijk
afschriften van de processen-verbaal en van de ingediende
bezwaarschriften aan de Raad van Beroep.
Artikel 70
1. Indien geen overeenstemming is verkregen, bepaalt de
voorzitter van de Raad van Beroep tijd en plaats der zitting, waarop
zij, die bij de ingediende bezwaren belang hebben, of hun schriftelijk
gemachtigden voor de Raad van Beroep kunnen verschijnen, teneinde voor
zoveel nodig te geraken tot vaststelling van het plan van toedeling.
2. De voorzitter doet hiervan mededeling aan de
herverkavelingscommissie.
3. De bekende belanghebbenden worden bij aangetekende brief
opgeroepen om in persoon of bij schriftelijk gemachtigde de zitting bij
te wonen. Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden
gedaan.
4. In de oproepingen wordt opmerkzaam gemaakt op het
rechtsgevolg, door de wet aan het niet bijwonen der zitting verbonden.
5. De zitting wordt niet gehouden, dan nadat ten minste veertien
dagen na de oproeping zijn verstreken.
Artikel 71
1. De zitting wordt bijgewoond door een of meer leden der
herverkavelingscommissie met zo nodig een of meer deskundigen.
2. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde ter
zitting aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden
geacht die bezwaren te hebben ingetrokken. Daarvan wordt proces-verbaal
opgemaakt.
3. Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die
binnen één week na de dag der zitting bij aangetekende brief, gericht
aan de voorzitter van de Raad van Beroep, het niet verschijnen ter
zitting verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze
bewering binnen een door de voorzitter van de Raad van Beroep te bepalen
termijn aan deze aannemelijk maken.
4. Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen,
verdaagt de voorzitter van de Raad van Beroep de zitting tot een andere
dag zonder nadere oproeping.
5. De Raad van Beroep stelt het plan van toedeling vast.
6. Van het verhandelde wordt proces-verbaal opgemaakt.
Artikel 72
Wanneer tengevolge van de behandeling van bezwaren tegen de lijst van
rechthebbenden door de rechter wijzigingen in die lijst worden
aangebracht, brengt de Raad van Beroep de daardoor noodzakelijk geworden
wijzigingen in het plan van toedeling aan.
Titel V. Het opmaken der acte en de overgang van de eigendom
Artikel 73
1. Zolang Gedeputeerde Staten nog geen besluit betreffende de
eigendom, het beheer en het onderhoud der openbare wegen en waterlopen
met de daartoe behorende kunstwerken en betreffende het beheer en het
onderhoud der kaden hebben genomen, worden deze beschouwd als in
eigendom, beheer en onderhoud of, wat de kaden betreft, in beheer en
onderhoud toe te komen aan de Provincie Zeeland. Het beheer en het
onderhoud der openbare wegen, waterlopen en kaden met de daartoe
behorende kunstwerken gaat over op de Provincie Zeeland of op de door
haar aangewezen beheerders of onderhoudsplichtigen op de tijdstippen,
dat deze werken gereed zijn en door Gedeputeerde Staten zijn
goedgekeurd.
2. Wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende
kunstwerken, waarvoor een publiekrechtelijk lichaam als belast met het
beheer en onderhoud wordt aangewezen, hetwelk daarmede voorheen niet was
belast, gaan in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1 en 2 van de
Waterstaatswet 1900 en de artikelen 18a , 19 en 20 van de
Wegenwet, door het enkele feit van die aanwijzing in beheer en onderhoud
op dat lichaam over op de wijze en op het tijdstip als in het eerste lid
bepaald.
3. Zodra de Gedeputeerde Staten het in het eerste lid bedoelde
besluit hebben genomen, zenden zij daarvan een afschrift aan de
belanghebbende openbare lichamen, aan de herverkavelingscommissie en ter
overschrijving in de openbare registers aan de hypotheekbewaarder, wie
het aangaat.
4. Binnen dertig dagen na dagtekening van de verzending van de in
het vorige lid bedoelde kennisgevingen, staat de in het vorige lid
bedoelde lichamen beroep op Ons open.
5. De Minister zendt een afschrift van Ons besluit ter
overschrijving in de openbare registers aan de hypotheekbewaarder, wie
het aangaat.
Artikel 74
Indien de herverkavelingscommissie zulks verzoekt, wordt degene, aan
wie krachtens het plan van toedeling enig perceel toekomt, op
bevelschrift van de rechter-commissaris, desnoods door middel van de
sterke arm, bij voorraad in het bezit daarvan gesteld.
Artikel 75
1. Zodra het plan van toedeling vaststaat en de lijst van
rechthebbenden door de rechtbank is gesloten, maakt een door de
herverkavelingscommissie aangewezen notaris de acte van toedeling op.
2. Zij wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de
herverkavelingscommissie.
3. Aan de acte wordt gehecht een kaart van het blok met
aanwijzing van de kavels en wegen, waterlopen en kaden met de daartoe
behorende kunstwerken.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 37, tweede lid, van
de wet van 9 Juli 1842 (Staatsblad n°. 20) op het notarisambt, zooals
deze sedert dien gewijzigd is, worden de nieuwe kavels in deze acte
aangeduid met de kavelnummers, voorkomende op de in het vorige lid
bedoelde kaart.
5. De acte geldt als titel voor de daarin omschreven rechten.
Door de overschrijving der acte van toedeling in de openbare registers
worden de daarin omschreven zakelijke rechten verkregen.
6. De aantekening van de zakelijke rechten in de openbare
registers geschiedt op grond van de in de acte opgenomen gegevens.
7. De hypotheekbewaarder tekent op grond van de acte in de
registers van inschrijving van hypotheken bij elke inschrijving aan, dat
de hypotheek in het vervolg zal rusten op de in de acte aangewezen
kavels of gedeelten van kavels.
8. De inschrijvingen van hypotheken en de overschrijvingen van
conservatoire en executoriale beslagen, welke blijkens de acte niet
blijven bestaan, worden ambtshalve doorgehaald.
Artikel 76
In de acte worden opgenomen:
1°. de in artikel 12 bedoelde regelingen van de zakelijke
rechten, het recht van huur en van pacht en de lasten, welke op de
onroerende goederen rusten, met uitzondering van bepalingen
betreffende geldelijke verrekeningen;
2°. de ingevolge artikel 14 gevestigde verbintenissen.
Artikel 77
Na de overschrijving van de in artikel 75 bedoelde acte wordt hij,
aan wie daarbij enig perceel is toegewezen, op bevelschrift van de
rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm in het bezit
daarvan gesteld.
Titel VI. De herschatting, de lijst der geldelijke regelingen en de
acte der geldelijke regelingen
Artikel 78
1. Na voltooiing der terreinwerkzaamheden geeft de
herverkavelingscommissie aan de schatters, bedoeld in artikel 21,
opdracht tot het herschatten der in het blok gelegen onroerende
goederen, naar de toestand waarin zij zich alsdan bevinden. Deze
schatting geschiedt naar dezelfde grondslagen als de schatting,
genoemd in artikel 22.
2. De commissie ontwerpt een stelsel van classificatie van de
grond en bepaalt van elke klasse de waarde per ha. Zij maakt van deze
verrichtingen een proces-verbaal van classificatie op.
3. De schatters delen de grond aan de hand van het proces-verbaal
van classificatie in klassen in.
4. De gebouwen, werken en beplantingen worden zo nodig
afzonderlijk geschat.
Artikel 79
De herverkavelingscommissie gaat daarna zo spoedig mogelijk over tot
het opmaken van de lijst der geldelijke regelingen.
Artikel 80
De lijst der geldelijke regelingen houdt in:
1°. de uitkomsten der herschattingen;
2°. de in de artikelen 5 en 6 bedoelde vergoedingen;
3°. de vergoedingen, bedoeld in artikel 14, derde lid, en in
artikel 18, derde lid;
4°. de te verrekenen bedragen bedoeld in artikel 19;
5°. de bepalingen der geldelijke gevolgen, voorkomende in de
regelingen, bedoeld in artikel 12;
6°. de afkoopsommen van tiendrenten en jachtrenten;
7°. de bedragen der schadevergoedingen, bedoeld in artikel 47,
onder c , zoals deze uiteindelijk zijn vastgesteld;
8°. de vergoedingen, bedoeld in het zesde lid van artikel 63;
9°. de vergoedingen voor de overneming van gebouwen, werken en
beplantingen;
10°. de vergoedingen voor de overneming van gewassen,
afrasteringen en andere prestaties van die aard.
Artikel 81
1. De in het vorige artikel bedoelde lijst der geldelijke
regelingen wordt door de herverkavelingscommissie ter kosteloze inzage
van een ieder neergelegd.
2. Van de nederlegging geschiedt openbare en bijzondere
kennisgeving op de wijze in het tweede lid van artikel 23 aangegeven.
3. Op het niet ontvangen van de kennisgeving kan geen beroep
worden gedaan.
4. De lijst der geldelijke regelingen wordt in haar geheel of in
uittreksel tegen betaling der kosten verkrijgbaar gesteld.
Artikel 82
1. Binnen dertig dagen na de verzending van de bijzondere
kennisgeving, in artikel 81 bedoeld, kan iedere belanghebbende
schriftelijk zijn bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen
bij de herverkavelingscommissie indienen.
2. Deze bevoegdheid wordt met aanwijzing van de dag der
verzending in de kennisgevingen vermeld.
Artikel 83
Voor zover binnen de termijn en op de wijze, in het vorige artikel
bepaald, geen bezwaren zijn ingediend, staat de lijst der geldelijke
regelingen vast. Daarvan wordt door de herverkavelingscommissie
proces-verbaal opgemaakt.
Artikel 84
1. De herverkavelingscommissie onderzoekt de tijdig ingediende
bezwaren en tracht daaromtrent overeenstemming te bereiken.
2. Indien overeenstemming is verkregen vinden de bepalingen van
het vorige artikel overeenkomstige toepassing.
Artikel 85
Indien geen overeenstemming is verkregen, wordt door de
herverkavelingscommissie proces-verbaal opgemaakt van het omtrent de
ingebrachte bezwaren verhandelde.
Artikel 86
De herverkavelingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift
van de lijst der geldelijke regelingen en van de in de artikelen 83, 84
of 85 bedoelde processen-verbaal aan de rechter-commissaris.
Artikel 87
1. Indien binnen de termijn en op de wijze, in artikel 82
bepaald, bezwaren zijn ingediend en hieromtrent niet overeenkomstig
artikel 84 overeenstemming is bereikt, bepaalt de rechter-commissaris
terstond na ontvangst van de in het vorige artikel bedoelde stukken
tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij deze
bezwaren of hun schriftelijk gemachtigden voor hem kunnen verschijnen,
teneinde voorzover nog nodig te geraken tot vaststelling van de lijst
der geldelijke regelingen.
2. Hij doet hiervan mededeling aan de herverkavelingscommissie.
3. De bekende belanghebbenden bij de in het eerste lid bedoelde
bezwaren, worden bij aangetekende brief opgeroepen om in persoon of bij
schriftelijk gemachtigde de bijeenkomst bij te wonen.
4. Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden
gedaan.
5. In de oproeping wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg,
door de wet aan het niet bijwonen der bijeenkomst verbonden.
6. De bijeenkomst wordt niet gehouden dan nadat ten minste
veertien dagen na de oproeping zijn verstreken.
Artikel 88
1. Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder
voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de
Griffier der Arrondissements-Rechtbank.
2. De bijeenkomst wordt bijgewoond door één of meer leden der
herverkavelingscommissie met zo nodig één of meer deskundigen.
3. Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen,
verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst tot een andere dag zonder
nadere oproeping.
4. Van het verhandelde omtrent elk onderwerp wordt een
afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
5. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op
de bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld,
worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
6. Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die
binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief,
gericht aan de rechter-commissaris, het niet verschijnen op de
bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van
deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn
aan deze aannemelijk maken.
Artikel 89
1. Voorzover overeenstemming wordt verkregen omtrent de lijst
der geldelijke regelingen staat deze vast.
2. Indien geschil blijft bestaan, verwijst de rechter-commissaris
de zaak naar een door hem te bepalen zitting van de rechtbank. Deze
verwijzing vervangt de dagvaarding.
Artikel 90
De rechtbank behandelt zaken betreffende de lijst der geldelijke
regelingen vóór elke andere, met uitzondering van die betreffende
onteigening.
Artikel 91
1. Ten dage dienende lichten zij, met wie geen overeenstemming
is verkregen hun standpunt, hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk
gemachtigde, mondeling toe.
2. De rechtbank hoort de vertegenwoordigers van de
herverkavelingscommissie.
3. Uiterlijk een maand na het in het tweede lid genoemde verhoor
doet de rechtbank uitspraak.
4. Indien deze uitspraak van invloed is op de uitkomsten van
andere herschattingen, is zij bevoegd hierin wijziging aan te brengen.
5. De lijst der geldelijke regelingen wordt door de rechtbank
gesloten.
6. Ten aanzien van de kosten van het geding vindt het bepaalde in
artikel 41 overeenkomstige toepassing.
Artikel 92
Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch ook enige
andere voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de
procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich, in het belang der wet, in
cassatie te voorzien.
Artikel 93
1. Zodra de lijst der geldelijke regelingen door de rechtbank
is gesloten, maakt de notaris, bedoeld in artikel 75, de acte der
geldelijke regelingen op.
2. Zij wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de
herverkavelingscommissie.
3. De acte geldt als titel voor de daarin omschreven rechten.
Titel VII. De kosten en de herverkavelingsrente
Artikel 94
Ten laste van het Rijk komen alle kosten der herverkaveling.
Artikel 95
1. Terzake van de op grond van artikel 6 door de eigenaren
verschuldigde bedragen rust op de hun toegedeelde kavels onder de naam
van "herverkavelingsrente" een schuldplichtigheid ten
behoeve van het Rijk.
2. De overige door de eigenaren verschuldigde bedragen kunnen,
ter keuze van de eigenaren, ineens worden voldaan, dan wel in de
herverkavelingsrente worden begrepen.
Artikel 96
De rente bedraagt vijf ten honderd van het volgens artikel 95
verschuldigde bedrag.