WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in
verband met de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in
het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg, het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet op de rechterlijke organisatie te
wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering.]
Artikel II
[Wijzigt het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering.]
Artikel III
[Wijzigt het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering.]
Artikel IV
[Wijzigt het Vierde Boek van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering.]
Artikel V
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.]
Artikel VI
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.]
Artikel VII
1. Ten aanzien van de verdere behandeling door een
kantongerecht, een arrondissementsrechtbank, een gerechtshof of de
Hoge Raad van zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet
aanhangig zijn, blijft het recht zoals het gold voor de datum van
inwerkingtreding van deze wet van toepassing.
2. Ten aanzien van de mogelijkheid van het aanwenden van
rechtsmiddelen tegen een beslissing van een kantongerecht,
arrondissementsrechtbank, een gerechtshof of de Hoge Raad die voor de
datum van inwerkingtreding van deze wet is tot stand gekomen en de
termijn waarbinnen dat rechtsmiddel kan worden aangewend blijft het
recht zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet van
toepassing.
3. In afwijking van het tweede lid kan het rechtsmiddel requeste
civiel vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet niet meer worden
aangewend. In plaats daarvan kan slechts herroeping worden gevorderd
overeenkomstig de tiende titel van het Eerste Boek van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering zoals deze vanaf de datum van
inwerkingtreding van deze wet luidt.
Artikel VIII
1. De tekst van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering en van de overige wettelijke bepalingen die op de voet
van het tweede lid worden gewijzigd, wordt in het Staatsblad
geplaatst.
2. Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister van
Justitie de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en titels
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opnieuw vast en brengt
hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen, paragrafen,
afdelingen en titels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met
de nieuwe nummering in overeenstemming.
Artikel IX
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 6 december 2001
BEATRIX
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de achttiende december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals