| |
|
|
|
|
vorige
IJKWET
Tekst zoals deze geldt op 5 juli
2006
Vervallen
m.i.v. 29 november 2006
(Zie
Metrologiewet)
|
|
WET van 4 december 1997,
houdende regels betreffende de maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen en meetinstrumenten (IJkwet)
WIJ BEATRIX, bij
de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te
weten:
Alzo
Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is
de IJkwet opnieuw te doen vaststellen teneinde te kunnen
voldoen aan richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983 betreffende een
informatieprocedure op het gebied van normen en technische
voorschriften (PbEG L 109);
Zo is het, dat
Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk
Wij goedvinden en verstaan bij deze:
§
1. Van de meeteenheden en aanduidingen daarvan
Artikel
1
- 1.
- De erkende
meeteenheden zijn:
- a.
- de
in het tweede lid genoemde eenheden van
lengte, van massa, van tijd, van elektrische
stroom, van thermodynamische temperatuur, van
hoeveelheid stof, van lichtsterkte, van vlakke
hoek en van ruimtehoek;
- b.
- de
bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
meeteenheden, welke van de onder a bedoelde
meeteenheden worden afgeleid of daarmede
samenhangen.
- 2.
- De namen van de
eenheden der hieronder genoemde grootheden,
alsmede hun symbolen zijn:
| grootheid: |
eenheid: |
|
| |
naam |
symbool |
| lengte |
de
meter |
m |
| massa |
het
kilogram |
kg |
| tijd |
de
seconde |
s |
| elektrische
stroom |
de
ampère |
A |
| thermodynamische
temperatuur |
de
kelvin |
K |
| hoeveelheid
stof |
de
mol |
mol |
| lichtsterkte |
de
candela |
cd |
| vlakke
hoek |
de
radiaal |
rad |
| ruimtehoek |
de
steradiaal |
sr |
- 3.
- Verstaan wordt
onder:
- a.
- de
meter: de lengte van de weg die het licht in
vacuüm aflegt in een tijd van 1/299 792 458
seconde;
- b.
- het
kilogram: de massa van het prototype van
platina-iridium, dat door de Derde Algemene
Conferentie voor maten en gewichten tot
eenheid van massa is verklaard en dat wordt
bewaard in het Internationale Bureau voor
maten en gewichten te Sèvres bij Parijs;
- c.
- de
seconde: de tijdsduur van 9 192 631 770
perioden van de straling, overeenkomend met de
overgang tussen de twee hyperfijnniveaus van
de grondtoestand van het atoom cesium 133;
- d.
- de
ampère: de constante elektrische stroom die,
indien hij geleid wordt door twee evenwijdige,
rechtlijnige en oneindig lange geleiders van
te verwaarlozen cirkelvormige doorsnede, welke
geplaatst zijn in het luchtledige op een
onderlinge afstand van 1 meter, tussen deze
twee geleiders voor elke meter lengte een
kracht veroorzaakt gelijk aan 0,000 0002
kilogram meter per secondekwadraat;
- e.
- de
kelvin: de thermodynamische temperatuur, die
gelijk is aan het 1/273,16 gedeelte van de
thermodynamische temperatuur van het
tripelpunt van water;
- f.
- de
mol: de hoeveelheid stof van een systeem dat
evenveel elementaire entiteiten bevat als er
atomen zijn in 0,012 kilogram koolstof 12;
- g.
- de
candela: de lichtsterkte, in een gegeven
richting, van een bron die een
monochromatische straling met een frequentie
van 540 x 1012 per
seconde uitzendt en waarvan de
stralingssterkte in die richting 1/683
kilogram meterkwadraat per seconde tot de
derde macht per steradiaal is;
- h.
- de
radiaal: de vlakke hoek tussen twee stralen
van een cirkel, die op de omtrek een boog
afsnijden waarvan de lengte gelijk is aan die
van de straal;
- i.
- de
steradiaal: de ruimtehoek van een kegel die,
indien zijn top samenvalt met het middelpunt
van een bol, een oppervlakte van die bol
afsnijdt, gelijk aan die van een vierkant met
een zijde van een lengte, gelijk aan die van
de straal van de bol.
- 4.
- De krachtens het
eerste lid, onder b, aangewezen meeteenheden
worden bij algemene maatregel van bestuur
omschreven. Daarbij worden tevens de aanduidingen
van die meeteenheden vastgesteld.
- 5.
- Indien de
hoeveelheid stof wordt uitgedrukt in mol, worden
de elementaire entiteiten, bedoeld in het derde
lid, onder f, gespecificeerd in atomen, moleculen,
ionen, elektronen, andere deeltjes of bepaalde
groeperingen van andere deeltjes.
Artikel
2
- 1.
- Van de erkende
meeteenheden, bedoeld in artikel 1, eerste lid,
worden nationale standaarden beheerd of
verwezenlijkt, indien zulks ten aanzien van zulk
een meeteenheid bij algemene maatregel van bestuur
is bepaald. Bij een algemene maatregel van bestuur
als bedoeld in de vorige volzin kunnen regelen
worden gesteld over de wijze van beheer of
verwezenlijking van de betrokken nationale
standaard.
- 2.
- Indien het eerste
lid toepassing vindt, wordt bij koninklijk besluit
één in Nederland gevestigde instelling
aangewezen die tot taak heeft de nationale
standaard van de betrokken meeteenheid te beheren
of te verwezenlijken.
- 3.
- Voor een aanwijzing
krachtens het tweede lid komt slechts in
aanmerking een instelling, die voldoet aan de
volgende eisen:
- a.
- zij
dient voor wat betreft organisatie, personeel
en materieel zodanig te zijn ingericht, dat
het beheer of de verwezenlijking van de
nationale standaard van de betrokken
meeteenheid kan worden verricht met
inachtneming van hetgeen ter zake door de
bevoegde organen van het op 20 mei 1875 te
Parijs gesloten Verdrag ter verzekering van de
internationale eenheid en de volmaking van het
metrieke stelsel (Stb. 1929, 219) in het kader
van dat Verdrag is bepaald of in
overeenstemming met het ter zake bepaalde in
een, ingevolge het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap bindend, door de Raad
van de Europese Unie, het Europees Parlement
en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de
Europese Gemeenschappen genomen besluit;
- b.
- de
voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een
zodanige besluitvorming binnen de instelling,
dat een onafhankelijke vervulling van de in
het tweede lid bedoelde taak zo veel mogelijk
gewaarborgd is.
- 4.
- Een krachtens het
tweede lid aangewezen instelling dient de
standaarden van de ijkinstelling, aangewezen
krachtens artikel 22, eerste lid, en van
ijkbevoegden als bedoeld in artikel 26b, eerste
lid, op hun verzoek te herleiden naar de nationale
standaard van de betrokken meeteenheid.
- 5.
- De aanwijzing,
bedoeld in het tweede lid, kan worden ingetrokken,
indien de betrokken instelling daarom verzoekt of
indien blijkt dat de betrokken instelling de
krachtens het eerste lid gestelde regelen niet
naleeft, niet meer voldoet aan het bepaalde in het
derde lid of handelt in strijd met het bepaalde in
het vierde lid dan wel de Raad van deskundigen,
bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet in de
gelegenheid stelt het in het derde lid, onder a,
van dat artikel bedoelde toezicht uit te oefenen.
- 6.
- Van een beschikking
tot aanwijzing of tot intrekking van de aanwijzing
als in respectievelijk het tweede en vijfde lid
bedoeld, wordt mededeling gedaan door plaatsing in
de Staatscourant.
Artikel
3
- 1.
- Er is een Raad van
deskundigen voor de nationale standaarden.
- 2.
- De raad bestaat uit
ten hoogste negen leden.
- 3.
- De raad heeft tot
taak:
- a.
- toezicht
uit te oefenen op het beheer of de
verwezenlijking van nationale standaarden van
meeteenheden door een krachtens artikel 2,
tweede lid, aangewezen instelling en omtrent
dat toezicht jaarlijks aan Onze Minister van
Economische Zaken een schriftelijk verslag uit
te brengen;
- b.
- de
regering en de beide kamers der
Staten-Generaal van advies te dienen over
aangelegenheden die verband houden met
standaarden van meeteenheden.
Artikel
3a
De raad
wordt door Onze Minister van Economische Zaken in de
gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het
voornemen tot een aanwijzing ingevolge artikel 2,
tweede lid, of een intrekking van een aanwijzing
ingevolge artikel 2, vijfde lid, over te gaan.
Artikel
3b [Vervallen per 24-12-1997]
Artikel
3c [Vervallen per 24-12-1997]
Artikel
4
- 1.
- Behoudens het
bepaalde in het tweede lid, worden de nagenoemde
decimale veelvouden en delen van de in artikel 1,
tweede lid, genoemde meeteenheden, indien deze
veelvouden en delen niet worden aangeduid door een
getal voor de naam of het symbool van de betrokken
meeteenheden, aangeduid door aan die naam of dat
symbool een der volgende voorvoegsels,
onderscheidenlijk symbolen te laten voorafgaan:
| Factor |
Voorvoegsel |
Symbool |
| 1024 |
yotta |
Y |
| 1021 |
zetta |
Z |
| 1018 |
exa |
E |
| 1015 |
peta |
P |
| 1012 |
tera |
T |
| 109 |
giga |
G |
| 106 |
mega |
M |
| 103 |
kilo |
k |
| 102 |
hecto |
h |
| 101 |
deca |
da |
| 10-1 |
deci |
d |
| 10-2 |
centi |
c |
| 10-3 |
milli |
m |
| 10-6 |
micro |
µ |
| 10-9 |
nano |
n |
| 10-12 |
pico |
p |
| 10-15 |
femto |
f |
| 10-18 |
atto |
a |
| 10-21 |
zepto |
z |
| 10-24 |
yocto |
y |
- 2.
- Het duizendste deel
van het kilogram is het gram, waarvan het symbool
g is. De in het eerste lid bedoelde decimale
veelvouden en delen van het kilogram, worden,
indien zij niet worden aangeduid door een getal
voor de naam of het symbool van deze meeteenheid,
uitgedrukt in het gram.
- 3.
- Bij algemene
maatregel van bestuur worden regelen gesteld
omtrent de aanduiding van decimale veelvouden en
delen van de in artikel 1, eerste lid, onder b,
bedoelde meeteenheden.
- 4.
- Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van
erkende meeteenheden beperkingen in hun gebruik
worden vastgesteld.
- 5.
- Bij algemene
maatregel van bestuur kan in verband met de
uitvoering van, ingevolge het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap bindende,
door de Raad van de Europese Unie, het Europees
Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen op het terrein van
de metrologie genomen besluiten worden bepaald,
dat een bij die maatregel genoemde grootheid in
daarbij omschreven gevallen niet anders mag worden
uitgedrukt dan in de erkende meeteenheid of
meeteenheden, die bij die maatregel voor die
gevallen is of zijn voorgeschreven.
Artikel
4a
Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen in verband met de
uitvoering van een bindend, door de Raad van de
Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
gezamenlijk of de Commissie van de Europese
Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in artikel
4, vijfde lid, regelen worden gesteld met betrekking
tot het bezigen van benamingen voor grootheden.
Artikel
5
- 1.
- Het is verboden in
de uitoefening van een beroep of bedrijf bij het
vragen, het aanbieden of het leveren van goederen
of diensten:
- a.
- een
grootheid uit te drukken in een andere dan een
erkende meeteenheid, indien voor die grootheid
een erkende meeteenheid geldt, of in strijd
met de krachtens artikel 4, vijfde lid,
gestelde regelen;
- b.
- voor
een grootheid een benaming te bezigen in
strijd met de krachtens artikel 4a gestelde
regelen.
- 2.
- Onze Minister van
Economische Zaken kan vrijstelling verlenen van
het bepaalde in het eerste lid.
§
1a. Definities
Artikel
5a
In deze wet
en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
Onze
Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
ijkinstelling:
de krachtens artikel 22, eerste lid, aangewezen
rechtspersoon;
ijkbevoegde:
de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie
ingevolge artikel 26b, eerste lid, een erkenning is
verleend;
toezichthouders:
de krachtens artikel 29, eerste lid, aangewezen
personen.
§
2. Van de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en
meetinstrumenten
Artikel
5b
Voor de
toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde
worden onder meetinstrumenten verstaan instrumenten
ter bepaling van aantallen van meeteenheden, met
uitzondering van die instrumenten, welke zijn
ingericht of mede ingericht ter bepaling van lengte,
van oppervlakte, van inhoud, van volume of van massa.
Artikel
6
- 1.
- Op de maten is de
grootste lengte of de grootste inhoud, die zij
bestemd zijn aan te wijzen, in wettelijke
aanduiding uitgedrukt.
- 2.
- Op de gewichten is
de massa, die zij bestemd zijn aan te wijzen, in
wettelijke aanduiding uitgedrukt, uitgezonderd de
gewichten in plaatvorm van 1000 milligram of
minder, waarop de massa uitsluitend is uitgedrukt
door een getal.
- 3.
- Op de gasmeters is
het grootste verbruik per uur, dat zij in verband
met hun samenstelling en afmetingen bestemd zijn
aan te wijzen, in wettelijke aanduiding
uitgedrukt. Een overeenkomstig voorschrift kan
door Ons worden gegeven met betrekking tot andere
meetwerktuigen en meetinstrumenten, strekkende om
een verbruikte of geleverde hoeveelheid aan te
wijzen.
- 4.
- Op de weegwerktuigen
is de grootste belasting, waarvoor zij in verband
met hun samenstelling en afmetingen bestemd zijn,
in wettelijke aanduiding uitgedrukt.
- 5.
- Een algemene
maatregel van bestuur regelt de overige
voorwaarden, waaraan maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen en meetinstrumenten moeten voldoen,
waarbij aan Onze Minister kan worden opgedragen,
voorschriften te geven omtrent de samenstelling,
de meet- en weegeigenschappen en het aanbrengen
van ijkmerken.
- 6.
- De in het vorige lid
bedoelde algemene maatregel van bestuur kan tevens
voorschriften inhouden betreffende het uitsluitend
gebruik van bepaalde maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen en meetinstrumenten in daarbij
aangewezen gevallen.
- 7.
- De bepalingen van
dit artikel zijn niet van toepassing op maten,
gewichten, meet- en weegwerktuigen, welke blijkens
een daarop gestelde, door Onze met de uitvoering
dezer wet belaste Minister goedgekeurde
aanduiding:
- a.
- niet
bestemd zijn om ter bepaling van maat of
gewicht te worden gebruikt bij het drijven van
handel of het verrichten van een der andere in
het eerste lid van artikel 7 omschreven
handelingen;
- b.
- uitsluitend
dienen ter bepaling van maat of gewicht van
goederen, welke voor het buitenland bestemd
zijn.
Artikel
7
- 1.
- Het is verboden op
plaatsen, bestemd voor dan wel gebruikt of mede
gebruikt tot of ten behoeve van het drijven van
handel, het doen van leveringen, het vaststellen
van heffingen of het vaststellen van loon voor
verrichte arbeid, berekend naar grondslag van maat
of gewicht, te bezitten of voorhanden te hebben:
- a.
- valse
maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen;
- b.
- andere
dan met deze wet of Onze ter uitvoering
daarvan genomen besluiten overeenkomstige
maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen;
- c.
- maten,
meet- en weegwerktuigen, waarop bijzondere
kentekenen voorkomen met het kennelijk doel om
daarmede maat of gewicht te bepalen naar
andere grondslagen en aanduidingen, dan
ingevolge deze wet geldende.
- 2.
- De verbodsbepalingen
van het eerste lid onder b en c gelden niet ten
aanzien van:
- a.
- plaatsen
waar maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen
vervaardigd of hersteld worden;
- b.
- meetwerktuigen
als bedoeld in artikel 6, derde lid, tweede
volzin, zolang met betrekking tot deze door
Ons geen voorschriften zijn gegeven;
- c.
- maten,
gewichten, meet- en weegwerktuigen als bedoeld
in artikel 6, zevende lid.
- 3.
- Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen verboden als in het
eerste lid ten aanzien van de daar bedoelde
plaatsen en met betrekking tot maten, gewichten,
meet- en weegwerktuigen vervat, worden gegeven:
- a.
- met
betrekking tot de daarbij aangewezen maten,
gewichten, meet- of weegwerktuigen ten aanzien
van daarbij aangewezen andere plaatsen, waar
een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend;
- b.
- met
betrekking tot de daarbij aangewezen
meetinstrumenten ten aanzien van de daarbij
aangewezen plaatsen, waar een beroep of
bedrijf wordt uitgeoefend;
- c.
- met
betrekking tot de daarbij aangewezen
weegwerktuigen ten aanzien van plaatsen, waar
bepalingen plaatsvinden van massa voor het
berekenen van een recht, belasting, premie,
boete, vergoeding of soortgelijke
verschuldigde bedragen, voor de toepassing van
wettelijke regelingen of andere besluiten van
bestuursorganen of voor gerechtelijke
expertises.
Artikel
8
- 1.
- Het is verboden op
plaatsen als bedoeld in het eerste lid van het
vorige artikel, ter bepaling van maat of gewicht
gebruik te maken van:
- a.
- valse
maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen;
- b.
- andere
voorwerpen dan met deze wet of Onze ter
uitvoering daarvan genomen besluiten
overeenkomstige maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen;
- c.
- maten,
meet- en weegwerktuigen, waarop bijzondere
kentekenen voorkomen met het kennelijk doel om
daarmede maat of gewicht te bepalen naar
andere grondslagen en aanduidingen, dan
ingevolge deze wet geldende;
- d.
- maten,
gewichten, meet- en weegwerktuigen, in strijd
met de voorschriften, gegeven krachtens het
bepaalde in het zesde lid van artikel 6;
- e.
- maten,
gewichten, meet- en weegwerktuigen als bedoeld
in artikel 6, zevende lid, in strijd met hun
bestemming.
- 2.
- De verbodsbepalingen
van het eerste lid onder b en c gelden niet ten
aanzien van meetwerktuigen als bedoeld in artikel
6, derde lid, tweede volzin, zolang met betrekking
tot deze door Ons geen voorschriften zijn gegeven.
- 3.
- Artikel 7, derde
lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel
9
- 1.
- Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van
daarbij aangewezen, ingevolge deze wet aan keuring
onderworpen maten, gewichten, meet- of
weegwerktuigen of meetinstrumenten voorschriften
worden gegeven omtrent de wijze van opstelling en
van gebruik.
- 2.
- Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen in verband met de
uitvoering van een bindend, door de Raad van de
Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
gezamenlijk of de Commissie van de Europese
Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in
artikel 4, vijfde lid, regelen worden gesteld
omtrent de methoden, welke bij de bepaling van
maat of gewicht in bij die maatregel omschreven
gevallen moeten worden gevolgd.
- 3.
- De bij een algemene
maatregel van bestuur als in het tweede lid
bedoeld te stellen regelen kunnen onder meer
inhouden een verbod op plaatsen als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, of aangewezen krachtens
artikel 8, derde lid, of 21, tweede lid, maat of
gewicht te bepalen in strijd met het bij die
maatregel bepaalde.
§
3. Van het keuren en justeren
Artikel
10
- 1.
- Alvorens hetzij ten
verkoop aangeboden of in de handel gebracht,
hetzij, indien niet ten verkoop aangeboden of in
de handel gebracht, in gebruik genomen te worden,
ondergaan de maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen en meetinstrumenten, ten aanzien
waarvan bij of krachtens artikel 6 voorschriften
zijn gegeven, een keuring.
- 2.
- Wij behouden Ons
voor, bepaalde inhoudsmaten van de in het vorige
lid bedoelde keuring vrij te stellen.
Artikel
10a
Met de
maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen en
meetinstrumenten die de in artikel 10, eerste lid,
bedoelde keuring hebben ondergaan, worden
gelijkgesteld maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen en meetinstrumenten die in een andere
lid-staat van de Europese Unie dan wel in een andere
staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte rechtmatig zijn
geproduceerd of in de handel zijn gebracht en die door
een gelijkwaardige, door die andere staat erkende
instantie zijn gekeurd, mits bij de keuringen aan
gelijkwaardige eisen is voldaan.
Artikel
11
- 1.
- De keuring geschiedt
stuksgewijze, voor zover krachtens artikel 14 niet
anders is bepaald.
- 2.
- De keuring heeft
slechts plaats, nadat een model van het betrokken
voorwerp ingevolge artikel 11a is onderzocht en
toegelaten.
- 3.
- Onze Minister kan
bij ministeriële regeling bepalen, dat het tweede
lid niet geldt ten aanzien van door hem aangewezen
categorieën van maten, gewichten, meet- of
weegwerktuigen of meetinstrumenten.
- 4.
- De keuring wordt
voor nieuwe en reeds in gebruik zijnde voorwerpen
herhaald:
- a.
- gedurende
door Ons vast te stellen tijdvakken, waarbij
aan Gedeputeerde Staten der onderscheidene
provincies door Ons kan worden opgedragen, het
tijdvak voor elke gemeente te bepalen en dit
openlijk bekend te maken;
- b.
- alvorens
de voorwerpen te gebruiken, na herstellingen
of veranderingen, die een veranderde inhoud,
een veranderd gewicht of onjuiste aanwijzingen
ten gevolge zouden kunnen hebben, alsmede na
schending van ijkmerken als in artikel 13
bedoeld;
- c.
- op
verzoek van de eigenaar of gebruiker.
- 5.
- Wij behouden Ons
voor, bepaalde maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen en meetinstrumenten van de
herkeuring vrij te stellen.
- 6.
- Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen
voorschriften worden gegeven, waaraan bij de
aanvraag tot keuring of herkeuring moet worden
voldaan.
Artikel
11a
- 1.
- Een model wordt niet
toegelaten, indien niet de redelijke verwachting
bestaat, dat naar het model vervaardigde maten,
gewichten, meet- of weegwerktuigen of
meetinstrumenten aan de bij of krachtens artikel 6
gegeven voorschriften zullen voldoen.
- 2.
- Van de toelating van
een model wordt een ondertekende en gedagtekende
verklaring afgegeven volgens een door Ons vast te
stellen formulier. In deze verklaring kan het
voorschrift worden opgenomen, dat het model op een
in de verklaring vermelde plaats moet worden
bewaard. Bij de verklaring wordt een gewaarmerkt
afschrift van de in het vijfde lid bedoelde
tekeningen en beschrijving afgegeven.
- 3.
- De toelating van een
model wordt ingetrokken, indien de bij of
krachtens artikel 6 gegeven voorschriften zodanig
zijn gewijzigd, dat het model onder de werking van
de gewijzigde voorschriften niet zou zijn
toegelaten.
- 4.
- De toelating van een
model, dat ingevolge het tweede lid moet worden
bewaard, wordt ingetrokken, indien het model
verandering heeft ondergaan of verloren is gegaan
en kan worden ingetrokken, indien het model niet
op de plaats, vermeld in de in dat lid bedoelde
verklaring, wordt bewaard.
- 5.
- Bij elke aanvrage om
toelating van een model dienen te worden
overgelegd tekeningen en een beschrijving, welke
het model zo volledig mogelijk weergeven. Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur worden
voorschriften gegeven, waaraan bij elke aanvrage
tot toelating van een model moet worden voldaan.
Artikel
12
Goedkeuring
heeft niet plaats van voorwerpen als in artikel 10
bedoeld, welke niet aan de bij of krachtens artikel 6
gegeven voorschriften voldoen.
Artikel
13
- 1.
- De bij keuring of
herkeuring goedgekeurde voorwerpen als in artikel
10 bedoeld worden ten bewijze van die goedkeuring
voorzien van een of meer uit twee delen bestaande
ijkmerken. Het model van die ijkmerken wordt bij
algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
- 2.
- Bij algemene
maatregel van bestuur wordt in afwijking van het
eerste lid bepaald dat ten aanzien van daarbij
aangewezen voorwerpen, wegens hun samenstelling of
afmetingen, bij de keuring of herkeuring in geval
van goedkeuring ijkmerken of delen daarvan niet
worden aangebracht. Bij die maatregel wordt tevens
bepaald ten aanzien van welke van die voorwerpen
wordt volstaan met het aanbrengen van delen van
ijkmerken en ten aanzien van welke van die
voorwerpen het aanbrengen van ijkmerken geheel of
ten dele wordt vervangen door de afgifte van een
gewaarmerkte verklaring, waarin de bij die
maatregel vast te stellen gegevens worden vermeld.
- 3.
- Voorwerpen die bij
de herkeuring niet meer aan de bij of krachtens
artikel 6 gegeven voorschriften blijken te
voldoen, worden voorzien van een afkeuringsmerk,
waarvan het model bij algemene maatregel van
bestuur wordt vastgesteld.
- 4.
- Onze Minister kan
regelen stellen omtrent de wijze waarop en de
middelen waarmee voorwerpen als in artikel 10
bedoeld van ijkmerken of afkeuringsmerken moeten
worden voorzien, alsmede omtrent de plaats van die
merken.
Artikel
14
- 1.
- Bij algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat in
daarbij aangewezen categorieën van gevallen of
ten aanzien van daarbij aangewezen categorieën
van maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of
meetinstrumenten, waarvoor bij of krachtens
artikel 6 voorschriften zijn gegeven, de keuring
of de herkeuring volgens bij of krachtens die
maatregel gestelde regelen plaatsvindt aan de hand
van een onderzoek van een aantal van de betrokken
voorwerpen, dat als steekproef is genomen uit een
bij die maatregel omschreven partij van die
voorwerpen en bij dat onderzoek getoetst wordt aan
de daarvoor bij of krachtens artikel 6 gegeven
voorschriften.
- 2.
- Bij of krachtens een
maatregel als in het eerste lid bedoeld worden in
ieder geval regelen gegeven omtrent de maatstaven
aan de hand waarvan de uitslag van het onderzoek
van de voorwerpen, behorende tot de steekproef,
als beslissend wordt aangemerkt voor het
goedkeuren onderscheidenlijk het niet goedkeuren
dan wel afkeuren van de tot de partij behorende
exemplaren.
- 3.
- Indien toepassing is
gegeven aan het eerste lid, wordt de uitslag van
het onderzoek van de voorwerpen, behorende tot de
steekproef, die als beslissend wordt aangemerkt
voor het goedkeuren dan wel het niet goedkeuren of
afkeuren van de tot de partij behorende exemplaren
schriftelijk, en, bij niet goedkeuren of afkeuren,
onder opgave van redenen aan de betrokkene
medegedeeld.
- 4.
- Bij een algemene
maatregel van bestuur als in het eerste lid
bedoeld kan in afwijking van artikel 13, eerste of
derde lid, worden bepaald, dat in daarbij
aangewezen gevallen op de betrokken voorwerpen bij
herkeuring geen ijkmerken of afkeuringsmerken
worden aangebracht.
- 5.
- Bij een algemene
maatregel van bestuur als in het eerste lid
bedoeld kunnen tevens regelen worden gesteld
betreffende:
- a.
- het,
in afwijking van het bepaalde in artikel 13,
eerste lid, 22, eerste lid, onder a, en 26,
voorafgaande aan de keuring aanbrengen van een
of meer ijkmerken door degene, die de keuring
aanvraagt, en de voorwaarden waaraan in
verband met het aanbrengen van die ijkmerken
moet worden voldaan;
- b.
- aanduidingen
waarmede de te keuren voorwerpen, indien aan
het bepaalde onder a toepassing is gegeven,
moeten zijn voorzien ter identificatie van de
partij waartoe die voorwerpen behoren;
- c.
- de
wijze waarop door de aanvrager van de keuring
moet worden gehandeld ten aanzien van
voorwerpen die overeenkomstig regelen, gesteld
krachtens het bepaalde onder a, zijn voorzien
van ijkmerken en bij die keuring niet zijn
goedgekeurd;
- d.
- de
door de bezitter van voorwerpen, die aan
herkeuring overeenkomstig het bij of krachtens
het eerste lid bepaalde zijn onderworpen, met
betrekking tot die voorwerpen te voeren en te
bewaren administratie.
- 6.
- Indien toepassing is
gegeven aan het derde lid ten aanzien van een
krachtens het eerste lid aangewezen categorie van
voorwerpen en een partij voorwerpen bij herkeuring
overeenkomstig regelen, gesteld krachtens het
eerste lid, niet wordt goedgekeurd, vinden ten
aanzien van de bezitter van die partij met
betrekking tot de exemplaren, behorende tot die
partij, de verboden, gesteld bij of krachtens de
artikelen 7, eerste lid, of derde lid juncto
eerste lid, onder b, en 8, eerste lid, onder b, of
derde lid juncto eerste lid, onder b, en 20,
eerste of derde lid, en 21, eerste lid, onder b of
e, of tweede lid juncto eerste lid, onder b of e,
geen toepassing gedurende dertig dagen, te rekenen
vanaf de dagtekening van de schriftelijke
mededeling, bedoeld in het derde lid.
- 7.
- Een algemene
maatregel van bestuur als in het eerste lid
bedoeld vindt geen toepassing, indien de verzoeker
uitdrukkelijk verlangt de keuring of de herkeuring
van de bedoelde voorwerpen stuksgewijze te doen
geschieden.
Artikel
15 [Vervallen per 24-12-1997]
Artikel
15a [Vervallen per 24-12-1997]
Artikel
16
- 1.
- Eigenaren,
gebruikers of houders van maten, gewichten, meet-
of weegwerktuigen of meetinstrumenten, waarvoor
bij of krachtens artikel 6 voorschriften zijn
gegeven, kunnen van de ijkinstelling te allen
tijde verlangen, dat wordt onderzocht of die
voorwerpen voldoen aan de vorenbedoelde daarvoor
gegeven voorschriften.
- 2.
- Voorwerpen, welke
bij het onderzoek niet aan de bij of krachtens
artikel 6 gegeven voorschriften blijken te
voldoen, kunnen van een door Ons vast te stellen
afkeuringsmerk worden voorzien en mogen niet weer
in gebruik worden genomen, alvorens zij zijn
goedgekeurd.
Artikel
17
- 1.
- De gasverkoper zowel
als de verbruiker of koper, bij wie de gasmeter,
dienende om de verbruikte of geleverde hoeveelheid
gas aan te wijzen, berust, kan te allen tijde
vorderen, dat deze door de ijkinstelling wordt
onderzocht. Een overeenkomstig voorschrift kan
door Ons worden gegeven met betrekking tot andere
meetwerktuigen en meetinstrumenten, strekkende om
een verbruikte of geleverde hoeveelheid aan te
wijzen.
- 2.
- Van de bevoegdheid,
bij de eerste zinsnede van het vorige lid, of van
een bevoegdheid, krachtens de tweede zinsnede van
het vorige lid gegeven, kan geen afstand worden
gedaan bij overeenkomst; evenmin kan bij
overeenkomst afstand worden gedaan van de
bevoegdheid van bij of krachtens het eerste lid
aangewezen personen te allen tijde te verlangen
dat een gasmeter of een krachtens het eerste lid
aangewezen meetwerktuig of meetinstrument wordt
onderzocht door een ijkbevoegde die tot dat
onderzoek van het desbetreffende voorwerp bevoegd
en bereid is.
- 3.
- Al de kosten van een
onderzoek als in het eerste lid bedoeld komen ten
laste van de aanvrager.
Artikel
18
Gewichten,
bij de in artikel 11, vierde lid, bedoelde herkeuring,
niet meer dan een door Ons vast te stellen verschil
van hun wettelijke waarde opleverende, worden zo
mogelijk door de ijkinstelling of, voor zover het
betreft herkeuring als bedoeld in artikel 11, vierde
lid, onder b of c, door de ijkbevoegde, die ingevolge
artikel 26 bevoegd is tot herkeuring van de betrokken
gewichten, gejusteerd.
Artikel
19
Het is
verboden in de uitoefening van een beroep of bedrijf
ten verkoop aan te bieden of in de handel te brengen
maten, gewichten, meet- of weegwerktuigen of bij
algemene maatregel van bestuur aangewezen
meetinstrumenten die niet de ingevolge artikel 11
vereiste keuring of herkeuring hebben ondergaan dan
wel bij die keuring of herkeuring niet zijn
goedgekeurd.
Artikel
20
- 1.
- Het is verboden op
plaatsen als bedoeld in het eerste lid van artikel
7 aan keuring of herkeuring onderworpen maten,
gewichten, meet- en weegwerktuigen, die van een
afkeuringsmerk of niet van de vereiste ijkmerken
zijn voorzien, te bezitten of voorhanden te
hebben.
- 2.
- Het bepaalde in
artikel 7, tweede lid onder a, vindt
overeenkomstige toepassing.
- 3.
- Artikel 7, derde
lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel
21
- 1.
- Het is verboden op
plaatsen als bedoeld in het eerste lid van artikel
7 ter bepaling van maat en gewicht gebruik te
maken van maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen:
- a.
- ten
aanzien van welke de daarvoor ingevolge deze
wet of Onze ter uitvoering daarvan genomen
besluiten voorgeschreven keuring of herkeuring
niet heeft plaatsgehad;
- b.
- welke
van een afkeuringsmerk zijn voorzien of welke
niet van de vereiste ijkmerken zijn voorzien;
- c.
- in
strijd met het bepaalde in artikel 11, vierde
lid, onder b, en artikel 16, tweede lid;
- d.
- die
bij een onderzoek door toezichthouders
ingevolge artikel 29c niet aan de daarvoor bij
of krachtens artikel 6 gegeven voorschriften
blijken te voldoen doch niet van een
afkeuringsmerk als in artikel 29c bedoeld zijn
voorzien, voor zover die voorwerpen nadien
niet alsnog zijn goedgekeurd;
- e.
- die
bij de herkeuring niet zijn goedgekeurd en
daarbij ingevolge het krachtens artikel 14,
vierde lid, bepaalde niet van een
afkeuringsmerk zijn voorzien, voor zover die
voorwerpen nadien niet alsnog zijn
goedgekeurd.
- 2.
- Artikel 7, derde
lid, is van overeenkomstige toepassing.
§
3a. Regelen ten aanzien van maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen, meetinstrumenten, onderdelen van en
hulpinrichtingen voor die voorwerpen, te treffen in
verband met de uitvoering van bindende, door de Raad van
de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen
op het terrein van de metrologie genomen besluiten
Artikel
21a
- 1.
- Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen in verband met de
uitvoering van een bindend, door de Raad van de
Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
gezamenlijk of de Commissie van de Europese
Gemeenschappen genomen besluit, als bedoeld in
artikel 4, vijfde lid, regelen worden gesteld ten
aanzien van bij die maatregel aangewezen maten,
gewichten, meet- of weegwerktuigen,
meetinstrumenten, onderdelen van of
hulpinrichtingen voor die voorwerpen.
- 2.
- Bij zodanige
algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald,
dat ten aanzien van daarbij aangewezen voorwerpen
als in het eerste lid bedoeld een of meer van de
bepalingen, vastgesteld bij of krachtens de
artikelen 6, 7, eerste lid, onder b, en in verband
daarmede derde lid, 8, eerste lid, onder b, en in
verband daarmede derde lid, 10 tot en met 16, 19,
20 en 21 niet gelden.
- 3.
- De bij een algemene
maatregel van bestuur, als in het eerste lid
bedoeld, te stellen regelen kunnen onder meer
inhouden:
- a.
- een
verbod om een modelgoedkeuringsteken van de
Europese Gemeenschap in strijd met het bij of
krachtens die maatregel bepaalde aan te
brengen op bij die maatregel aangewezen
voorwerpen;
- b.
- een
verbod om op plaatsen als bedoeld in artikel
7, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel
8, derde lid, of 21, tweede lid, ter bepaling
van maat of gewicht gebruik te maken van bij
die maatregel aangewezen maten, gewichten,
meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten -
voor zover voor deze meetmiddelen artikel 10,
eerste lid, geldt doch artikel 11, vierde lid,
niet geldt - na herstellingen of veranderingen
die een veranderde inhoud, een veranderd
gewicht of een onjuiste aanwijzing ten gevolge
zouden kunnen hebben, alvorens zij in
overeenstemming met die maatregel opnieuw ter
keuring zijn aangeboden en daarbij zijn
goedgekeurd;
- c.
- een
verbod om op plaatsen als bedoeld in artikel
7, eerste lid, of aangewezen krachtens artikel
8, derde lid, of artikel 21, tweede lid, ter
bepaling van maat of gewicht in bij die
maatregel omschreven gevallen gebruik te maken
van andere maten, gewichten, meet- of
weegwerktuigen of meetinstrumenten dan die,
welke in overeenstemming met die maatregel van
een geldig merk of teken van de Europese
Gemeenschap zijn voorzien;
- d.
- een
verbod om ter bepaling van maat gebruik te
maken van bij die maatregel aangewezen
inhoudsmaten, die bestemd of geschikt zijn om
met een zich daarin bevindend goed te worden
afgeleverd, in andere dan bij die maatregel
omschreven gevallen of op andere dan bij die
maatregel aangewezen plaatsen, waar een beroep
of bedrijf wordt uitgeoefend;
- e.
- een
verbod om bij die maatregel aangewezen lege
inhoudsmaten, als onder d bedoeld, ten verkoop
voorhanden te hebben, ten verkoop aan te
bieden of in de handel te brengen in strijd
met het bij of krachtens die maatregel
bepaalde;
- f.
- een
verbod om maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen, meetinstrumenten, onderdelen
van en hulpinrichtingen voor die voorwerpen te
voorzien van merken, tekens of andere
opschriften, die verward kunnen worden met bij
die maatregel aangewezen merken of tekens van
de Europese Gemeenschap;
- g.
- toekenning
aan Onze Minister van de bevoegdheid tot het
ter uitvoering van die regelen stellen van
nadere regelen.
§
3b. Vrijstellingen en ontheffingen
Artikel
21b
- 1.
- Onze Minister kan
ten aanzien van maten, gewichten, meet- en
weegwerktuigen en meetinstrumenten vrijstelling of
op aanvraag ontheffing verlenen van het bepaalde
bij of krachtens artikel 7, eerste lid, onder b,
en derde lid juncto eerste lid, onder b, artikel
8, eerste lid, onder b, en derde lid juncto eerste
lid, onder b, en artikel 19.
- 2.
- Bij het indienen van
een aanvraag om ontheffing moet een bedrag worden
betaald volgens een bij algemene maatregel van
bestuur vastgesteld tarief. Onze Minister kan
regelen stellen omtrent de wijze van betaling.
- 3.
- Een vrijstelling of
ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.
Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen
voorschriften worden verbonden.
- 4.
- Ten aanzien van een
voorwerp waarvoor een vrijstelling of ontheffing
geldt, is artikel 10, eerste lid, niet van
toepassing.
Artikel
21c
- 1.
- De ijkinstelling kan
op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing
verlenen van het bepaalde in artikel 11, tweede
lid, in gevallen waarin van een maat, een gewicht,
een meet- of weegwerktuig of een meetinstrument
slechts één of enkele exemplaren in Nederland
worden vervaardigd of, indien elders vervaardigd,
in Nederland in het verkeer worden gebracht en,
voor zover het betreft meer dan één exemplaar
van het betrokken voorwerp, de desbetreffende
exemplaren aan elkaar gelijk zijn.
- 2.
- De aanvraag van een
ontheffing als in het eerste lid bedoeld moet een
opgave bevatten van het aantal exemplaren dat ten
hoogste in Nederland wordt vervaardigd, of indien
elders vervaardigd, in Nederland in het verkeer
wordt gebracht, en moet vergezeld gaan van
tekeningen en beschrijvingen, die het betrokken
voorwerp zo volledig mogelijk weergeven.
- 3.
- Een ontheffing als
in het eerste lid bedoeld kan onder beperkingen
worden verleend.
§
4. IJkinstelling
Artikel
22
- 1.
- Bij koninklijk
besluit wordt één in Nederland gevestigde
rechtspersoon aangewezen die tot taak heeft met
inachtneming van het bij of krachtens deze wet
bepaalde:
- a.
- ten
aanzien van voorwerpen, waarvoor bij of
krachtens artikel 6 voorschriften zijn
gegeven, de werkzaamheden, voortvloeiende uit
het bij of krachtens de artikelen 10 tot en
met 18, 21a en 21c bepaalde, alsmede
werkzaamheden, voortvloeiende uit het met
betrekking tot andere dan vorenbedoelde
voorwerpen krachtens artikel 21a bepaalde, te
verrichten;
- b.
- erkenningen
als bedoeld in artikel 26b te verlenen;
- c.
- zorg
te dragen voor de uitoefening van het toezicht
op de naleving van het bij of krachtens de
artikelen 5, 5b tot en met 14, 16 tot en met
21c, 26, 26a, 26b, tweede lid, 26c, 26d tot en
met 26f, 27, tweede lid, en 28, onder b,
bepaalde.
- 2.
- Een aanwijzing als
in het eerste lid bedoeld vindt slechts plaats,
indien aan de volgende eisen wordt voldaan:
- a.
- de
rechtspersoon dient, voor wat betreft zijn
organisatie, personeel en materieel, in staat
te zijn de in het eerste lid bedoelde taken
naar behoren te vervullen en te beschikken
over de voor de vervulling van die taken
nodige standaarden, die zijn herleid naar de
nationale standaarden van meeteenheden of naar
andere standaarden van meeteenheden, die
worden beheerd of verwezenlijkt met
inachtneming van hetgeen ter zake door de
bevoegde organen van het verdrag genoemd in
artikel 2, derde lid, onder a, in het kader
van dat verdrag is bepaald;
- b.
- de
voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een
zodanige werkwijze binnen de rechtspersoon,
dat een onafhankelijke vervulling van de in
het eerste lid bedoelde taken, alsmede
naleving van de in de IJkwet neergelegde
verplichtingen, zoveel mogelijk zijn
gewaarborgd.
- 3.
- Wijziging van de
statuten van de rechtspersoon behoeft voorafgaande
instemming van Onze Minister. Onze minister kan
zijn instemming slechts onthouden, indien de
statuten na wijziging onvoldoende zouden zijn
afgestemd op de in het eerste en tweede lid
bedoelde taken en eisen. De artikelen
10:28 tot en met 10:31
van de Algemene wet bestuursrecht zijn van
overeenkomstige toepassing.
- 4.
- Een aanwijzing als
in het eerste lid bedoeld kan worden ingetrokken,
indien de betrokken rechtspersoon daarom verzoekt
of indien deze rechtspersoon een of meer van de in
het eerste lid bedoelde taken niet naar behoren
vervult of niet meer voldoet aan de in het tweede
lid bedoelde eisen of het bij of krachtens deze
wet bepaalde niet naleeft.
- 5.
- Van een beschikking
tot aanwijzing of tot intrekking van de aanwijzing
als in respectievelijk het eerste en vierde lid
bedoeld, wordt mededeling gedaan door plaatsing in
de Staatscourant.
Artikel
23
- 1.
- De ijkinstelling
vestigt in Nederland een of meer kantoren voor de
uitoefening van de in artikel 22, eerste lid,
bedoelde taken en maakt in de Staatscourant de
plaats van vestiging en het adres daarvan bekend.
- 2.
- Indien de
ijkinstelling de werkzaamheden in een kantoor
beperkt tot een door haar vast te stellen gebied
of een bepaalde categorie van maten, gewichten,
meet- of weegwerktuigen of meetinstrumenten, wordt
het besluit daartoe door de ijkinstelling in de
Staatscourant bekendgemaakt.
Artikel
24
| 1. |
Voor
de werkzaamheden, bedoeld in artikel 22,
eerste lid, onder a, is aan de ijkinstelling
een bedrag verschuldigd, berekend volgens de
door die instelling vastgestelde en in de
Staatscourant bekendgemaakte tarieven.
|
| 2. |
De
vaststelling van de tarieven vindt niet
plaats, dan nadat zij aan Onze Minister door
de ijkinstelling zijn gemeld en vervolgens
dertig dagen zijn verlopen, zonder dat Onze
Minister tegen die tarieven bedenkingen heeft
geuit.
|
| 3. |
In
afwijking van het tweede lid behoeven
besluiten tot vaststelling van tarieven voor
het onderzoek tot toelating van een model als
in artikel 11, tweede lid, bedoeld en voor de
behandeling van de aanvraag van de ontheffing
als in artikel 21c bedoeld de goedkeuring van
Onze Minister.
|
| 4. |
Onze
Minister kan van de ijkinstelling gegevens
verlangen, die voor de beoordeling van haar
tarieven volgens de maatstaf van het vijfde
lid van belang zijn.
|
| 5. |
Onze
Minister kan slechts bedenkingen uiten tegen
de tarieven en de in het derde lid bedoelde
goedkeuring kan worden onthouden, indien de
tarieven voor de betrokken werkzaamheden
afwijken van die welke voortvloeien uit een
redelijke toerekening van kosten.
|
| 6. |
Het
besluit omtrent goedkeuring wordt zo spoedig
mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken
nadat het aan Onze Minister is voorgelegd,
bekendgemaakt.
|
| 7. |
De
in het derde lid bedoelde besluiten tot
vaststelling van tarieven worden door de
ijkinstelling eerst na goedkeuring door Onze
Minister in de Staatscourant
bekendgemaakt.
|
Artikel
25
- 1.
- Een onderzoek,
keuring, herkeuring of justering overeenkomstig
het bij of krachtens de artikelen 10 tot en met 18
en 21a bepaalde alsmede de werkzaamheden,
voortvloeiende uit het krachtens artikel 21a
bepaalde met betrekking tot andere voorwerpen dan
die waarvoor krachtens artikel 6 voorschriften
zijn gegeven, kunnen door de ijkinstelling worden
geweigerd of beëindigd, indien respectievelijk de
aanbieder, de verzoeker of de eigenaar, gebruiker
of houder van een maat, gewicht, meet- of
weegwerktuig of meetinstrument of degene wiens
aanvraag aanleiding is tot de desbetreffende
werkzaamheden, voortvloeiende uit het krachtens
artikel 21a bepaalde:
- a.
- daarbij
niet de van hem verlangde medewerking
verleent,
- b.
- niet
voldoet aan zijn financiële verplichtingen
jegens de ijkinstelling met betrekking tot
werkzaamheden als in artikel 22, eerste lid,
onder a, bedoeld of
- c.
- niet
voldoet aan een verzoek van de ijkinstelling
tot betaling vooraf van het bedrag,
verschuldigd voor de betrokken werkzaamheden,
of tot het stellen van zekerheid voor de
betaling van dat bedrag dan wel tot betaling
van een voorschot ter zake van de betrokken
werkzaamheden.
- 2.
- De ijkinstelling kan
de behandeling van de aanvraag van een ontheffing
als bedoeld in artikel 21c weigeren of beëindigen,
indien:
- a.
- zich
ten aanzien van de aanvrager met betrekking
tot de werkzaamheden ter zake van zijn
aanvraag feiten voordoen als in het eerste
lid, onder c bedoeld, of
- b.
- ten
aanzien van de aanvrager het bepaalde in het
eerste lid van toepassing is of toepassing
heeft gevonden.
§
5. IJkbevoegden
Artikel
26
Een
natuurlijke persoon of rechtspersoon, die in Nederland
is gevestigd, is bevoegd met inachtneming van het bij
of krachtens deze wet bepaalde:
- a.
- ten
aanzien van voorwerpen, waarvoor bij of krachtens
artikel 6 voorschriften zijn gegeven, de
werkzaamheden te verrichten, voortvloeiende uit
het bij of krachtens de artikelen 11, eerste lid
en vierde lid, onder b en c, en 12 tot en met 17
bepaalde,
- b.
- ten
aanzien van voorwerpen als onder a bedoeld,
behorende tot een bij algemene maatregel van
bestuur daartoe aangewezen categorie, de
werkzaamheden te verrichten, voortvloeiende uit
het bij of krachtens artikel 11, vierde lid, onder
a, bepaalde,
- c.
- ten
aanzien van voorwerpen als onder a bedoeld,
behorende tot een bij algemene maatregel van
bestuur daartoe aangewezen categorie, de
werkzaamheden te verrichten, voortvloeiende uit
het bij of krachtens artikel 21a bepaalde, zulks
met uitzondering van een krachtens artikel 21a
vastgestelde vorm van keuring, die gelijkwaardig
is aan het onderzoek, bedoeld in artikel 11a, en
als zodanig door Onze Minister is aangewezen,.
- d.
- daartoe
bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
werkzaamheden, voortvloeiend uit het met
betrekking tot andere dan onder a bedoelde
voorwerpen krachtens artikel 21a bepaalde, te
verrichten, een en ander voor zover hij daartoe
door de ijkinstelling is erkend.
Artikel
26a
- 1.
- De aanvraag tot
erkenning dient de volgende gegevens te bevatten:
- a.
- de
naam of de handelsnaam van de aanvrager en de
plaats en het adres waar hij gevestigd is;
- b.
- een
opgave van de voorwerpen ten aanzien waarvan
de erkenning wordt verlangd;
- c.
- een
opgave van de in artikel 26 bedoelde
werkzaamheden waarvoor de erkenning wordt
verlangd;
- d.
- een
opgave van de door de aanvrager gewenste
beperkingen van de erkenning.
- 2.
- De aanvraag dient
vergezeld te gaan van de nodige bescheiden,
waaruit de metrologische kennis en kunde van de
aanvrager of zijn personeel met betrekking tot de
in de aanvraag genoemde voorwerpen en
werkzaamheden blijkt, en van een opgave van de
apparatuur waarover hij voor die werkzaamheden
beschikt.
- 3.
- Op een aanvraag
wordt niet beslist dan nadat de ijkinstelling op
haar daartoe strekkend verzoek in de gelegenheid
is gesteld bij de aanvrager in Nederland een
onderzoek in te stellen naar diens vermogen,
gezien diens organisatie, personeel en materieel,
de in de aanvraag vermelde werkzaamheden te
verrichten.
Artikel
26b
- 1.
- Een erkenning wordt
door de ijkinstelling verleend, indien de
aanvrager voor wat betreft zijn organisatie,
personeel en materieel overeenkomstig daaromtrent
door Onze Minister gestelde, in de Staatscourant
bekendgemaakte regelen in staat is de in de
aanvraag vermelde werkzaamheden ten aanzien van de
in de aanvraag genoemde voorwerpen naar behoren te
verrichten en beschikt over de voor de
werkzaamheden nodige standaarden als bedoeld in
artikel 22, tweede lid, onder a.
- 2.
- Aan een erkenning
kunnen voorschriften worden verbonden. De
erkenning kan onder beperkingen worden verleend.
- 3.
- In de verklaring van
erkenning wordt een door de ijkinstelling voor de
betrokkene vastgesteld kenmerk opgenomen.
- 4.
- De ijkinstelling
doet van de erkenning en de datum daarvan
mededeling in de Staatscourant, onder opgave van
de naam of handelsnaam van de desbetreffende
ijkbevoegde, van de plaats en het adres waar deze
is gevestigd, van de voorwerpen ten aanzien
waarvan en van de werkzaamheden waarvoor de
erkenning is verleend, en voorts onder opgave van
de beperkingen waaronder de erkenning is verleend.
Artikel
26c
De
ijkinstelling kan ook na de verlening ingevolge
artikel 26b, eerste lid, van een erkenning daaraan
voorschriften verbinden of daaraan verbonden
voorschriften wijzigen, indien de technische
ontwikkeling zulks noodzakelijk maakt.
Artikel
26d
De
ijkbevoegde verricht werkzaamheden met betrekking
waartoe hem een erkenning is verleend niet buiten
Nederland dan met voorafgaande schriftelijke
toestemming van de ijkinstelling.
Artikel
26e
De
ijkbevoegde is verplicht de ijkinstelling op daartoe
strekkend verzoek gelegenheid te geven na te gaan of
hij nog voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 26b,
eerste lid, en hoe hij de werkzaamheden waarop de hem
verleende erkenning betrekking heeft, verricht.
Artikel
26f
- 1.
- Voor de behandeling
van de aanvraag tot erkenning is de aanvrager aan
de ijkinstelling een bedrag verschuldigd, berekend
volgens de door die instelling vastgestelde
tarieven.
- 2.
- Ter bestrijding van
de kosten, verbonden aan controles als bedoeld in
artikel 26e zijn de ijkbevoegden jaarlijks aan de
ijkinstelling een bedrag verschuldigd, berekend
volgens een door die instelling vastgesteld
tarief.
- 3.
- De besluiten tot
vaststelling van tarieven, bedoeld in het eerste
en tweede lid, behoeven de goedkeuring van Onze
Minister; het bepaalde in artikel 24, vierde,
vijfde, zesde en zevende lid, is van
overeenkomstige toepassing.
- 4.
- De behandeling van
een aanvraag tot erkenning kan door de
ijkinstelling worden geweigerd of beëindigd,
indien de aanvrager niet voldoet aan zijn financiële
verplichtingen jegens de ijkinstelling met
betrekking tot die aanvraag of met betrekking tot
kosten als in het tweede lid bedoeld of niet
voldoet aan een verzoek van de ijkinstelling tot
betaling vooraf van het bedrag, verschuldigd voor
de behandeling van de aanvraag, of tot het stellen
van zekerheid voor de betaling van dat bedrag dan
wel tot betaling van een voorschot op bedoeld
bedrag.
Artikel
26g
- 1.
- De ijkinstelling kan
de erkenning intrekken, indien de ijkbevoegde:
- a.
- daarom
verzoekt;
- b.
- de
werkzaamheden waarop de hem verleende
erkenning betrekking heeft, niet naar behoren
verricht;
- c.
- niet
meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde
eisen;
- d.
- handelt
in strijd met de aan de erkenning verbonden
voorschriften;
- e.
- voorwerpen
waarvoor bij of krachtens artikel 6
voorschriften zijn gegeven en met betrekking
waartoe hem geen erkenning is verleend,
voorziet van krachtens deze wet vastgestelde
ijkmerken of afkeuringsmerken of ten aanzien
van die voorwerpen een verklaring als bedoeld
in artikel 13, tweede lid, afgeeft;
- f.
- op
voorwerpen, waarvoor bij of krachtens artikel
6 voorschriften zijn gegeven en die binnen de
grenzen van zijn bevoegdheid ingevolge artikel
13, eerste lid, van een of meer ijkmerken
moeten worden voorzien, een kenmerk aanbrengt,
dat ingevolge artikel 26b, derde lid, voor een
ander is vastgesteld;
- g.
- het
bij of krachtens deze wet bepaalde niet
naleeft;
- h.
- maten,
gewichten, meet- of weegwerktuigen of
meetinstrumenten voorziet van valse of
vervalste ijkmerken.
- 2.
- De ijkinstelling
doet van een besluit tot intrekking van de
erkenning mededeling door plaatsing in de
Staatscourant.
§
5a. Aanwijzingen en regelen omtrent werkwijze
Artikel
27
- 1.
- De ijkinstelling
neemt bij de uitoefening van haar taak algemene
aanwijzingen in acht, die door Onze Minister in
verband met de uitvoering van een bindend, door de
Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement
en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de
Europese Gemeenschappen genomen besluit, als
bedoeld in artikel 4, vijfde lid, worden gegeven.
- 2.
- Ten aanzien van de
ijkbevoegden en met betrekking tot de uitoefening
van hun bevoegdheden is het bepaalde in het eerste
lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel
28
Onze
Minister kan regelen stellen omtrent de werkwijze die
moet worden gevolgd door:
- a.
- de
ijkinstelling bij het verrichten van de
werkzaamheden, voortvloeiende uit het bij of
krachtens de artikelen 10 tot en met 18 en 21a
bepaalde en van de onderzoeken, voortvloeiende uit
artikel 5:18 van
de Algemene wet bestuursrecht;
- b.
- de
ijkbevoegden bij het verrichten van werkzaamheden,
voortvloeiend uit hun erkenning.
§
5b. Toezicht op de naleving
Artikel
29
- 1.
- Met het toezicht op
de naleving van het bij of krachtens de artikelen
5, 5b tot en met 14, 16 tot en met 21c, 26, 26a,
26b, tweede lid, 26c, 26d tot en met 26f, 27,
tweede lid, en 28, onder b, bepaalde zijn belast
de bij besluit van de ijkstelling aangewezen
werknemers van de ijkinstelling.
- 2.
- Onze Minister kan,
indien de wijze van uitoefening van het toezicht
door een aangewezen werknemer daartoe naar zijn
oordeel aanleiding geeft, bepalen dat een
aanwijzing als bedoeld in het eerste lid dient te
worden ingetrokken.
- 3.
- Van een besluit als
bedoeld in het eerste lid alsmede van een
intrekking daarvan wordt door de ijkinstelling
mededeling gedaan aan Onze Minister en door
plaatsing in de Staatscourant.
Artikel
29a
- 1.
- Onze Minister kan
beleidsregels vaststellen met betrekking tot het
toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze wet.
- 2.
- De ijkinstelling
draagt er zorg voor, dat de toezichthouders bij
het toezicht rekening houden met bevindingen van
ter zake kundige natuurlijke personen en
rechtspersonen, die in de uitoefening van een
beroep of bedrijf meet- en weegwerktuigen en
meetinstrumenten controleren of onderhouden.
Artikel
29b [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel
29c
De
toezichthouders zijn bevoegd maten, gewichten, meet-
en weegwerktuigen en meetinstrumenten waarvoor bij of
krachtens artikel 6 voorschriften zijn gegeven en die
bij het onderzoek, bedoeld in artikel
5:18 van de Algemene wet bestuursrecht niet aan
die voorschriften blijken te voldoen, van een bij
algemene maatregel van bestuur vast te stellen
afkeuringsmerk te voorzien.
Artikel
29d
Zo nodig
oefent de toezichthouder de in artikel
5:18 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde
bevoegdheid uit met behulp van de sterke arm.
Artikel
29e [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel
29f [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel
29g
Indien de
verplichting, bedoeld in artikel
5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, in
onvoldoende mate is nageleefd, kunnen op kosten van de
nalatige de nodige maatregelen worden getroffen.
§
5c. Informatie
Artikel
29h
- 1.
- Onze Minister kan
van de ijkinstelling de inlichtingen verlangen,
die hij nodig acht voor de uitvoering van deze
wet.
- 2.
- De ijkinstelling is
verplicht de ingevolge het eerste lid verlangde
inlichtingen volledig en naar waarheid te
verstrekken op de door Onze Minister aan te geven
wijze en binnen de door deze te bepalen termijn.
§
5d
Artikel
29i [Vervallen per 24-12-1997]
§
5e. Beroep
Artikel
29j
Indien door
de ijkinstelling of door een ijkbevoegde bij een vorm
van onderzoek, vastgesteld bij of krachtens deze wet,
bij een keuring of herkeuring van een voorwerp daaraan
de goedkeuring niet wordt verleend of indien niet
overeenkomstig een verzoek, gedaan ingevolge het bij
of krachtens deze wet bepaalde, wordt beslist dan wel
indien bij een onderzoek als bedoeld in artikel 16,
eerste lid, of in artikel
5:18 van de Algemene wet bestuursrecht een
voorwerp, al dan niet onder het aanbrengen van een
afkeuringsmerk, wordt bevonden niet aan de daarvoor
bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften te
voldoen, wordt daarvan, voor zover bij of krachtens
deze wet niet anders is bepaald, door respectievelijk
de ijkinstelling en de ijkbevoegde aan de betrokkene
onder opgave van redenen mededeling gedaan en
geschiedt die mededeling alleen schriftelijk, voor
zover de betrokkene daarom uitdrukkelijk vraagt.
Artikel
29k
Tegen een op
grond van deze wet genomen besluit kan een
belanghebbende beroep instellen bij het College van
Beroep voor het bedrijfsleven.
§
6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel
30
Maten en
gewichten, welke op het tijdstip van inwerkingtreding
van deze wet van een geldig goedkeuringsmerk zijn
voorzien, worden geacht krachtens deze wet te zijn
goedgekeurd. Zij worden, wanneer zij niet met deze wet
of Onze ter uitvoering daarvan genomen besluiten in
overeenstemming zijn, niettemin na de in artikel 11
bedoelde herkeuring goedgekeurd, mits zij voldoen aan
de bij of krachtens de IJkwet (Stb. 1989, 10) gestelde
eisen. Op de aldus goedgekeurde voorwerpen is het
bepaalde in de artikelen 7, eerste lid, onder b, en 8,
eerste lid, onder b, niet van toepassing.
Artikel
31
Na de
inwerkingtreding van deze wet berusten de krachtens de
IJkwet (Stb. 1989, 10) vastgestelde regels en andere
besluiten op deze wet.
Artikel
32
De IJkwet
(Stb. 1989, 10) wordt ingetrokken.
Artikel
33
Deze wet
treedt in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst.
Artikel
34
Deze wet
wordt aangehaald als: IJkwet.
Gegeven te 's-Gravenhage,
4 december 1997
BEATRIX
De Minister van Economische
Zaken,
G.J.
Wijers
Uitgegeven de drieëntwintigste
december 1997
De Minister van Justitie,
W.
Sorgdrager
|
|
|