| |
|
|
|
|
vorige
INSTELLINGSWET
PRODUCTSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT
Tekst zoals deze geldt op
15 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 30 september 1954,
houdende instelling van een productschap voor groenten en fruit
WIJ JULIANA, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo
Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad uit
eigen beweging daartoe uitgebrachte advies over te gaan tot
instelling van een productschap als bedoeld in de Wet op de
Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K
22, sedert gewijzigd) voor ondernemingen op het gebied van
de teelt van, de be- en verwerking van en de handel in
groenten en fruit;
Zo is het, dat
Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel
1
- 1.
- Er is een Productschap
voor Groenten en Fruit.
- 2.
- Het productschap heeft
zijn zetel te 's-Gravenhage.
Artikel
2
- 1.
- Het productschap is
ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
de teelt van
groenten, landbouwpeulvruchten, welke groen worden
geoogst, vroege aardappelen, fruit, noten of kruiden
wordt uitgeoefend;
groenten,
landbouwpeulvruchten, fruit, noten of daaruit verkregen
producten, met uitzondering van slaggrondnoten en copra,
worden be- of verwerkt;
de handel -
met uitzondering van de aanvoer-, transito- en
driehoekshandel - wordt uitgeoefend in groenten,
landbouwpeulvruchten, welke groen zijn geoogst, fruit,
noten, of uit deze producten of uit andere dan groen
geoogste landbouwpeulvruchten verkregen producten, met
uitzondering van slaggrondnoten en copra.
- 2.
- Als ondernemingen, bedoeld
in het eerste lid, worden mede aangemerkt de veilingen
van de in dat lid bedoelde producten.
- 3.
- In deze wet worden onder groenten
mede verstaan uien, eetbare zwammen, specerijen,
specerijgewassen, consumptiespecerijzaden en plantgoed
van groenten en aardbeien, met uitzondering van
plantsjalotten en plantuitjes.
- 4.
- In deze wet, met
uitzondering van de artikelen 3, 6 en 12, wordt onder handel
mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.
Artikel
3
Het bestuur van
het productschap bestaat uit 20 leden. Daarvan worden
benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de teelt
van groenten en fruit |
5 leden |
5 leden |
| de
groenten en fruit be- en verwerkende industrie |
1 lid |
1 lid |
| de
groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in
groenten en fruit |
2 leden |
2 leden |
| de
detailhandel in groente en fruit |
2 leden |
2 leden |
Artikel
3a
Het bestuur is
bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks
bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Artikel
4
Het productschap
heeft organen, commissies genaamd, voor de behandeling van
aangelegenheden betreffende:
- a.
- buitenslands
verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit verkregen
producten,
- b.
- specerijen,
- c.
- consumptiegrondnoten.
Artikel
5
- 1.
- De leden van de commissies
worden benoemd door organisaties van ondernemers en van
werknemers, aangewezen door de Sociaal-Economische Raad.
Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het
oordeel van de Raad representatieve organisaties van de
betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers,
welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
- 2.
- De organisaties zijn
bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een
plaatsvervanger te benoemen.
- 3.
- De Sociaal-Economische
Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem
aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter van
het productschap is tevens voorzitter van de commissies.
De zittingsperiode van de leden van de commissies valt
samen met die van de leden van het bestuur van het
productschap.
Artikel
6
- 1.
- De commissie voor
buitenslands verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit
verkregen producten bestaat uit 11 leden. Daarvan worden
benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
invoerhandel in buitenslands verduurzaamde
groenten, fruit en uit fruit verkregen producten |
3
leden |
2
leden |
| de
werkzaamheid van tussenpersonen in buitenslands
verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit
verkregen producten |
1
lid |
|
| de
groenten en fruit be- en verwerkende industrie |
1
lid |
|
| de
binnenlandse groothandel in buitenslands
verduurzaamde groenten, fruit en uit fruit
verkregen producten |
1
lid |
1
lid |
| de
detailhandel in buitenslands verduurzaamde
groenten, fruiten uit fruit verkregen producten |
1
lid |
1
lid |
- 2.
- De commissie voor
specerijen bestaat uit 6 leden. Daarvan worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
werkzaamheid van tussenpersonen in specerijen |
1
lid |
|
| de
invoer- en de uitvoerhandel in specerijen |
2
leden |
1
lid |
| de
binnenlandse groothandel en de detailhandel in
specerijen |
1
lid |
1
lid |
- 3.
- De commissie voor
consumptiegrondnoten bestaat uit 12 leden. Daarvan
worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
invoerhandel in consumptiegrondnoten |
2
leden |
2
leden |
| de
werkzaamheid van tussenpersonen in
consumptiegrondnoten |
1
lid |
|
| de
consumptiegrondnoten be- en verwerkende
industrie |
3
leden |
2
leden |
| de
binnenlandse groothandel en de detailhandel in
consumptiegrondnoten en daaruit verkregen
producten |
1
lid |
1
lid |
Artikel
7
- 1.
- Aan het productschap is
overgelaten de regeling of nadere regeling van de
navolgende onderwerpen:
- a.
- aangelegenheden,
verband houdende met het economisch verkeer tussen
verschillende stadia van voortbrenging en afzet,
waaronder, indien of voorzover dit door Ons is
bepaald, de prijzen begrepen zijn;
- b.
- de
registratie van de ondernemingen, waarvoor het
productschap is ingesteld;
- c.
- het
verstrekken van de voor de vervulling van de taak
van het productschap nodige gegevens;
- d.
- de
voor de vervulling van de taak van het productschap
nodige inzage van boeken en bescheiden en
bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en
voorraden van ondernemingen.
- 2.
- Als aangelegenheden,
bedoeld in het voorgaande lid, onder a,
worden niet aangemerkt:
- a.
- de
vestiging, uitbreiding en stillegging van
ondernemingen;
- b.
- de in-
en uitvoer.
- 3.
- Verordeningen betreffende
de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet
betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel.
- 4.
- Verordeningen betreffende
onderwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onder c
en d, houden waarborgen in
tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te
verstrekken gegevens.
Artikel
8
Een besluit met
betrekking tot aangelegenheden, naar het oordeel van het
bestuur liggende op het werkgebied van een commissie, als
omschreven in artikel 4, neemt het bestuur slechts op
voorstel van die commissie, dan wel nadat deze gelegenheid
heeft gehad van advies te dienen.
Artikel
9
Overtredingen van
het bepaalde bij of krachtens een op grond van artikel
93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie
vastgestelde verordening kunnen bij de verordening worden
aangewezen als strafbare feiten.
Artikel
10
Bij een op grond
van artikel 93, eerste
lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie
vastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of
krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan
de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde
natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze
handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de
ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld,
plegen te worden verricht.
Artikel
11
- 1.
- Verordeningen, waarbij
krachtens artikel 126,
eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie
een heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen
vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke
uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking
van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van
Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na
vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische
Raad toegezonden.
- 2.
- Tot instelling van een
fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten
bij verordening. Zodanige verordening behoeft de
goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
- 3.
- Onze betrokken Ministers
kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetaling ten laste
van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun
goedkeuring behoeven.
Artikel
12
- 1.
- In afwijking van artikel 3
bestaat het bestuur van het productschap gedurende de
eerste zittingsperiode uit 14 leden, waarvan worden
benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
teelt van groenten en fruit |
4
leden |
3
leden |
| de
groenten en fruit be- en verwerkende industrie |
1
lid |
1
lid |
| de
groothandel en de werkzaamheid van
tussenpersonen in groenten en fruit |
2
leden |
1
lid |
| de
detailhandel in groenten en fruit |
1
lid |
1
lid |
- 2.
- Bij algemene maatregel van
bestuur kan worden bepaald, dat het eerste lid van
overeenkomstige toepassing is voor volgende
zittingsperioden.
Artikel
13
Voor de toepassing
van deze wet en van de artikelen
94, 100,
derde lid, en 104, tweede
lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie ten aanzien
van het productschap worden als Onze betrokken Ministers
aangemerkt Onze Minister van Landbouw, Visserij en
Voedselvoorziening en, in bij algemene maatregel van bestuur
te bepalen gevallen, Onze Minister van Economische Zaken.
Artikel
14
Deze wet kan
worden aangehaald als: Instellingswet Productschap voor
Groenten en Fruit.
Artikel
15
Deze wet treedt in
werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
|
|
|