| |
|
|
|
|
vorige
INSTELLINGSWET
PRODUCTSCHAPPEN EN HOOFDPRODUCTSCHAP VOOR
AKKERBOUWPRODUCTEN
Tekst zoals deze geldt op
15 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 30 september 1954,
houdende instelling van productschappen en een hoofdproductschap
voor akkerbouwproducten
WIJ JULIANA, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo
Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad op 20
Februari 1953 uit eigen beweging en het door die Raad op 31
Maart 1954 op verzoek van Onze Minister voor
Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie daartoe uitgebrachte
advies over te gaan tot instelling van productschappen als
bedoeld in de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb.
1950, K 22, sedert gewijzigd), alsmede, met toepassing van
de artikelen 159-161 der Grondwet, van een
hoofdproductschap, voor ondernemingen op het gebied van de
teelt van, de be- en verwerking van en de handel in
akkerbouwproducten;
Zo is het, dat
Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Eerste
hoofdstuk De productschappen voor akkerbouwproducten
Artikel
1
- 1.
- Er is een Productschap
voor Granen, Zaden en Peulvruchten.
- 2.
- Het productschap heeft
zijn zetel te 's-Gravenhage.
Artikel
2
- 1.
- Het productschap is
ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
de teelt
wordt uitgeoefend van granen, landbouwpeulvruchten,
fijne of oliehoudende zaden, boekweit, hop of
cichorei- of witlofwortels;
een of
meer van de volgende producten worden be- of
verwerkt tot producten - met uitzondering van
gedistilleerde dranken en azijn -, welke, al dan
niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke
consumptie kunnen dienen:
granen,
landbouwpeulvruchten, welke niet in groene toestand
zijn geoogst, fijne zaden of boekweit;
hop,
cichorei- of witlofwortels;
uitheemse
zetmeelrijke producten;
producten,
welke uit de eerder bedoelde producten zijn
verkregen;
de handel
- met uitzondering van de aanvoer-, transito- en
driehoekshandel - wordt uitgeoefend in een of meer
van de volgende producten:
granen,
landbouwpeulvruchten, welke niet in groene toestand
zijn geoogst, fijne of in het binnenland geteelde
oliehoudende zaden, of boekweit, met uitzondering
van zaaizaden van deze producten;
hop of
cichoreiwortels;
uitheemse
zetmeelrijke producten;
producten,
welke uit de eerderbedoelde producten, met
uitzondering van oliehoudende zaden, zijn verkregen
en, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot
menselijke consumptie kunnen dienen, met
uitzondering van gedistilleerde dranken en azijn en,
voor wat de binnenlandse handel betreft, van bier.
- 2.
- In dit artikel worden
onder gedistilleerde dranken
verstaan de alcoholhoudende producten, welke, al dan
niet na be- of verwerking, kunnen dienen tot
menselijke consumptie en waarvoor in geval van ge-
of verbruik hier te lande gedistilleerdaccijns
verschuldigd is, met uitzondering van spiritus en
moutwijn.
Artikel
3
Het bestuur
van het Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten
bestaat uit 36 leden. Daarvan worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werk-nemers |
| de
teelt van granen, zaden en landbouwpeulvruchten |
5
leden |
5
leden |
| het
meel en bloem producerende bedrijf |
2
leden |
2
leden |
| de
overige graan be- en verwerkende industrie |
2
leden |
2
leden |
| de
bakkerij |
1
lid |
1
lid |
| de
meel be- en verwerkende industrie |
2
leden |
2
leden |
| de
groothandel en de werkzaamheid van
tussenpersonen in granen zaden,
landbouwpeulvruchten, meel en bloem |
4
leden |
4
leden |
| de
groothandel in voor menselijke consumptie
geschikte, uit granen, zaden of
landbouwpeulvruchten verkregen producten |
1
lid |
1
lid |
| de
detailhandel in voor menselijke consumptie
geschikte, uit granen, zaden of
landbouwpeulvruchten verkregen producten |
1
lid |
1
lid |
Artikel
3a
Het bestuur is
bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks
bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Artikel
4
- 1.
- Er is een Productschap
voor Landbouwzaaizaden.
- 2.
- Het productschap heeft
zijn zetel te 's-Gravenhage.
Artikel
5
- 1.
- Het productschap is
ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
landbouwzaaizaden
worden geteeld;
de handel
- met uitzondering van de aanvoer-, transito- en
driehoekshandel - wordt uitgeoefend in
landbouwzaaizaden.
- 2.
- In dit artikel worden
onder landbouwzaaizaden
verstaan alle zaaizaden, met uitzondering van
zaaizaden van groentegewassen, specerijgewassen,
kruiden, siergewassen en bomen en van voor
zaaidoeleinden bestemde specerijzaden.
Artikel
6
In afwijking
van artikel 73, vierde
lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb.
1950, K 22, sedert gewijzigd) bedraagt het aantal door
organisaties van werknemers te benoemen leden van het
bestuur van het Productschap voor Landbouwzaaizaden ten
minste zeven tienden en ten hoogste vier vijfden van het
door organisaties van ondernemers te benoemen aantal.
Artikel
6a
Het bestuur is
bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks
bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Artikel
7
- 1.
- Er is een Productschap
voor Aardappelen.
- 2.
- Het Productschap heeft
zijn zetel te 's-Gravenhage.
Artikel
8
- 1.
- Het productschap is
ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
aardappelen
worden geteeld;
aardappelen
of daaruit verkregen producten worden be- of
verwerkt tot producten, welke, al dan niet na
verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel
kunnen dienen;
de handel
- met uitzondering van de aanvoer-, transito- en
driehoekshandel - wordt uitgeoefend in aardappelen
of daaruit verkregen producten, welke, al dan niet
na verdere be- of verwerking tot menselijk voedsel
kunnen dienen, met uitzondering van pootaardappelen.
- 2.
- Als ondernemingen,
bedoeld in het eerste lid, worden mede aangemerkt de
veilingen van de in dat lid bedoelde producten.
Artikel
9
Het bestuur
van het Produktschap voor Aardappelen bestaat uit 24
leden. Daarvan worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
teelt van aardappelen |
4
leden |
4
leden |
| de
aardappel be- en verwerkende industrie |
4
leden |
4
leden |
| de
groothandel, de werkzaamheid van tussenpersonen
en de detailhandel in aardappelen en daaruit
verkregen produkten |
4
leden |
4
leden. |
Artikel
9a
Het bestuur is
bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks
bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Artikel
10
- 1.
- Er is een Productschap
voor Veevoeder.
- 2.
- Het productschap heeft
zijn zetel te 's-Gravenhage.
Artikel
11
- 1.
- Het productschap is
ingesteld voor de ondernemingen, waarin:
voedergewassen
worden geteeld;
veevoeder
als afval of bijproduct wordt verkregen;
producten
van welke aard ook worden verwerkt tot veevoeder,
dan wel veevoeder wordt bewerkt;
veevoeder
wordt vervoederd;
de handel
- met uitzondering van de aanvoer-, transito- en
driehoekshandel - wordt uitgeoefend in veevoeder.
- 2.
- In dit artikel wordt
onder veevoeder verstaan
iedere stof, bestemd om te worden gebruikt als, of
te worden verwerkt in voeder voor dieren.
Artikel
12
Het bestuur
van het Productschap voor Veevoeder bestaat uit 36
leden. Daarvan worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
agrarische voortbrenging |
2
leden |
2
leden |
| de
mengvoederindustrie, voor zover zij niet als
kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt |
5
leden |
5
leden |
| de
overige veevoeder- en de
veevoedergrondstoffenindustrie, voor zover zij
niet als kleine ondernemingen kunnen worden
aangemerkt |
2
leden |
2
leden |
| de
groothandel en de werkzaamheid van
tussenpersonen in veevoeder en
veevoedergrondstoffen voor zover zij niet als
kleine ondernemingen kunnen worden aangemerkt |
4
leden |
4
leden |
| de
niet-agrarische voortbrenging en de handel, voor
zover zij als kleine ondernemingen kunnen worden
aangemerkt |
3
leden |
3
leden |
| de
veehouderij en de pluimveehouderij |
2
leden |
2
leden |
Artikel
12a
Het bestuur is
bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks
bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Artikel
13
In dit
hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen
3, 9 en 12,
wordt onder handel mede
verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.
Artikel
14
- 1.
- Aan elk der bij dit
hoofdstuk ingestelde productschappen is overgelaten
de regeling of nadere regeling van de navolgende
onderwerpen:
- a.
- aangelegenheden,
verband houdende met het economisch verkeer
tussen verschillende stadia van voortbrenging en
afzet, waaronder, indien of voorzover dit door
Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn;
- b.
- de
registratie van de ondernemingen, waarvoor het
productschap is ingesteld;
- c.
- het
verstrekken van de voor de vervulling van de
taak van het productschap nodige gegevens;
- d.
- de
voor de vervulling van de taak van het
productschap nodige inzage van boeken en
bescheiden en bezichtiging en opneming van
bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.
- 2.
- Als aangelegenheden,
bedoeld in het voorgaande lid, onder a,
worden niet aangemerkt:
- a.
- de
vestiging, uitbreiding en stillegging van
ondernemingen;
- b.
- de
in- en uitvoer.
- 3.
- Verordeningen
betreffende de in het eerste lid bedoelde
onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-,
transito- en driehoekshandel.
- 4.
- Verordeningen
betreffende onderwerpen, als bedoeld in het eerste
lid, onder c en d,
houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge
die verordeningen te verstrekken gegevens.
Artikel
15
Overtredingen
van het bepaalde bij of krachtens een op grond van artikel
93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie
vastgestelde verordening kunnen bij de verordening
worden aangewezen als strafbare feiten.
Artikel
16
Bij een op
grond van artikel 93,
eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie
vastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij
of krachtens die verordening gestelde regelen mede
andere dan de in artikel
102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde
natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze
handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de
ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld,
plegen te worden verricht.
Artikel
17
- 1.
- Verordeningen, waarbij
krachtens artikel
126, eerste lid, van de Wet op de
Bedrijfsorganisatie een heffing wordt
opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander
doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van
het productschap, behoeven, in afwijking van het
derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze
betrokken Ministers; zij worden terstond na
vaststelling ter kennisneming aan de
Sociaal-Economische Raad toegezonden.
- 2.
- Tot instelling van een
fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt
besloten bij verordening. Zodanige verordening
behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
- 3.
- Onze betrokken
Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot
uitbetalingen ten laste van een fonds in het belang
der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven.
Tweede
hoofdstuk Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten
Artikel
18
- 1.
- Er is een
Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten.
- 2.
- Het hoofdproductschap
heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
Artikel
19
De wettelijke
voorschriften, geldende met betrekking tot de bij het eerste
hoofdstuk ingestelde productschappen, zijn, voor
zover niet het tegendeel blijkt, mede van toepassing met
betrekking tot het hoofdproductschap.
Artikel
20
- 1.
- Het hoofdproductschap
is ingesteld voor de ondernemingen:
- a.
- waarvoor
bij het eerste
hoofdstuk een productschap is ingesteld;
- b.
- waarin
thee, koffie- of cacaobonen of daaruit verkregen
producten worden be- of verwerkt tot producten,
welke al dan niet na verdere be- of verwerking,
tot menselijke consumptie kunnen dienen;
de handel
- met uitzondering van de aanvoer, transito- en
driehoekshandel - wordt uitgeoefend in thee, koffie-
of cacaobonen of daaruit verkregen producten of
wijn, welke, al dan niet na verdere be- of
verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen.
- 2.
- Als ondernemingen,
bedoeld in het eerste lid, onder b,
worden mede aangemerkt de veilingen van de daar
bedoelde producten.
- 3.
- In dit hoofdstuk, met
uitzondering van de artikelen
21 en 23,
wordt onder handel mede
verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.
Artikel
21
Het bestuur
van het Hoofdproductschap bestaat uit 24 leden. Daarvan
worden benoemd:
| voor
de ondernemingen, waarvoor het hoofdproductschap
is ingesteld, op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| op
het gebied van de teelt |
4
leden |
4
leden |
| de
be- en verwerkende industrie, voor zover zij
niet als kleine ondernemingen kunnen worden
aangemerkt |
4
leden |
4
leden |
| de
handel, met uitzondering van de detailhandel, en
de werkzaamheid van tussenpersonen |
3
leden |
3
leden |
| de
be- en verwerking, voor zover zij als kleine
ondememingen kunnen worden aangemerkt, alsmede
de detailhandel |
1
lid |
1
lid |
Artikel
21a
Het bestuur is
bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks
bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
Artikel
22
- 1.
- Het hoofdproductschap
heeft organen, commissies genaamd, voor
aangelegenheden betreffende:
- a.
- koffie
en thee;
- b.
- cacaobonen,
cacao en cacaoproducten;
- c.
- wijn;
- d.
- vlas.
- 2.
- De leden van de
commissies worden benoemd door organisaties van
ondernemers en van werknemers, aangewezen door de
Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen
slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad
representatieve organisaties van de betrokken
ondernemers en van de betrokken werknemers, welke
verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.
- 3.
- De organisaties zijn
bevoegd voor elk lid, dat zij benoemen, tevens een
plaatsvervanger te benoemen.
- 4.
- De Sociaal-Economische
Raad bepaalt het aantal leden, dat elke door hem
aangewezen organisatie kan benoemen. De voorzitter
van het hoofdproductschap is tevens voorzitter van
de commissies. De zittingsperiode van de leden van
de commissies valt samen met die van de leden van
het bestuur van het hoofdproductschap.
Artikel
23
- 1.
- De commissie voor
koffie en thee bestaat uit 17 leden. Daarvan worden
benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
koffiebranderij en de theepakkerij |
4
leden |
3
leden |
| de
invoerhandel in koffie en thee |
3
leden |
2
leden |
| de
werkzaamheid van tussenpersonen in koffie en
thee |
1
lid |
|
| de
binnenlandse groothandel in koffie en thee |
l
lid |
2
leden |
| de
detailhandel in koffie en thee |
1
lid |
|
- 2.
- De commissie voor
cacaobonen, cacao en cacaoproducten bestaat uit 16
leden. Daarvan worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| de
cacaobonen, cacao en cacaoproducten be- en
verwerkende industrie |
5
leden |
|
| de
banketbakkerij |
1
lid |
4
leden |
| de
groothandel in cacaobonen, cacao en
cacaoproducten |
1
lid |
|
| de
werkzaamheid van tussenpersonen in
cacaobonen, cacao en cacaoproducten |
1
lid |
1
lid |
| de
groothandel in chocolade en
chocoladeproducten |
1
lid |
|
| de
detailhandel in cacao, chocolade en
chocoladeproducten |
1
lid |
1
lid |
- 3.
- De commissie voor wijn
bestaat uit 14 leden. Daarvan worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| Het
agentuurbedrijf van wijnen |
1
lid |
|
| De
invoerhandel in wijnen tevens groothandel |
3
leden |
|
| De
groothandel in wijnen voorzover niet tevens
de invoerhandel |
1
lid |
5
leden |
| De
detailhandel in wijnen |
3
leden |
|
| Het
hotel-, café- en restaurantbedrijf |
1
lid |
|
- 4.
- De commissie voor vlas
bestaat uit 13 leden. Daarvan worden benoemd:
| voor
de ondernemingen op het gebied van |
door
organisaties van ondernemers |
door
organisaties van werknemers |
| De
teelt van vlas |
3
leden |
|
| De
be- en verwerking van vlas en de handel in
vlas en vlasprodukten |
4
leden |
4
leden |
| De
be- en verwerking van en de handel in
(zaai)lijnzaad |
2
leden |
|
Artikel
24
- 1.
- Aan het
hoofdproductschap is overgelaten de regeling of
nadere regeling van de navolgende onderwerpen:
- a.
- aangelegenheden,
verband houdende met het economisch verkeer
tussen verschillende stadia van voortbrenging en
afzet - waaronder, indien of voorzover dit door
Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn -,
waarbij meer dan een der bij het eerste
hoofdstuk ingestelde productschappen, dan wel
een der bij artikel 22 ingestelde commissies is
betrokken;
- b.
- de
registratie van de ondernemingen, waarvoor het
is ingesteld;
- c.
- het
verstrekken van de voor de vervulling van de
taak van het hoofdproductschap nodige gegevens;
- d.
- de
voor de vervulling van de taak van het
hoofdproductschap nodige inzage van boeken en
bescheiden en bezichtiging en opneming van
bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.
- 2.
- Artikel 14, tweede,
derde en vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel
25
De artikelen
15-17 zijn van overeenkomstige toepassing.
Derde
hoofdstuk Verhouding tussen het Hoofdproductschap voor
Akkerbouwproducten en de productschappen
Artikel
26
- 1.
- De organen van een
productschap verlenen de bij een verordening van het
bestuur van het hoofdproductschap tot uitvoering van
die verordening gevorderde medewerking.
- 2.
- Met betrekking tot
deze medewerking zijn de bepalingen van de Wet
op de Bedrijfsorganisatie, geldende met
betrekking tot de medewerking, bij een verordening
van het bestuur van een productschap tot uitvoering
van die verordening gevorderd van de organen van een
hoofdbedrijf- of een bedrijfschap, mede van
toepassing.
Artikel
27
Bepalingen in
verordeningen van het bestuur van een productschap,
welke in strijd zijn met een verordening van het bestuur
van het hoofdproductschap, houden van rechtswege op te
gelden op het tijdstip, waarop deze strijdigheid
ontstaat.
Artikel
28
Het bestuur
van een productschap dient het bestuur van het
hoofdproductschap desgevraagd van bericht en desgevraagd
of uit eigen beweging van raad over alle zaken, het
productschap betreffende.
Artikel
29
- 1.
- Indien een verordening
of een ander besluit van een orgaan van een bij het eerste
hoofdstuk ingesteld productschap de
goedkeuring van Onze betrokken Ministers, dan wel
van de Sociaal-Economische Raad behoeft, wordt dat
besluit ter goedkeuring ingediend door tussenkomst
van het bestuur van het hoofdproductschap. Dit
beslist over de doorzending binnen een maand, nadat
het besluit is ingekomen.
- 2.
- Het bestuur van het
hoofdproductschap kan de doorzending weigeren,
indien het besluit naar zijn oordeel strijdig is met
de wet of de belangen, waarvan de behartiging bij
artikel 19 van deze wet in verband met artikel
71 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie aan
dat lichaam is opgedragen. De doorzending wordt niet
geweigerd, dan nadat het orgaan, dat het besluit
nam, in de gelegenheid is gesteld van zijn
zienswijze te doen blijken.
- 3.
- De weigering een
besluit door te zenden wordt onder opgave van de bij
het bestuur van het hoofdproductschap gerezen
bedenkingen onverwijld medegedeeld aan het orgaan,
dat het besluit nam. Dit kan binnen een maand na de
dagtekening der mededeling bij het gezag, welks
goedkeuring het besluit behoeft, voorziening vragen.
- 4.
- De voorgaande leden
zijn niet van toepassing:
- a.
- ten
aanzien van een besluit, genomen ter verlening
van van het orgaan van het productschap
gevorderde medewerking indien het gezag, dat de
medewerking heeft gevorderd, zulks heeft
bepaald;
- b.
- ten
aanzien van een ander besluit, indien het
bestuur van het hoofdproductschap zulks bepaalt.
Artikel
30
Het bestuur
van het hoofdproductschap stelt een verordening niet
vast dan na de besturen van de bij het eerste
hoofdstuk ingestelde productschappen en de bij
artikel 22 ingestelde commissies, welke naar zijn
oordeel daarbij zijn betrokken, in de gelegenheid te
hebben gesteld van hun zienswijze te doen blijken.
Vierde
hoofdstuk Slotbepalingen
Artikel
31
Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter
uitvoering van deze wet.
Artikel
32
Voor de
toepassing van deze wet en van de artikelen
94, 100, derde
lid, en 104,
tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie
ten aanzien van de bij het eerste
hoofdstuk ingestelde productschappen en het
Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten worden als
Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van
Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en, in bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze
Minister van Economische Zaken.
Artikel
33
Deze wet kan
worden aangehaald als: Instellingswet Productschappen en
Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten.
Artikel
34
Deze wet
treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Gegeven ten Paleize
Soestdijk, 30 September 1954
JULIANA
De Minister voor
Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,
A.C.
de Bruijn
De Minister van Economische
Zaken,
J.
Zijlstra
De Minister van Landbouw,
Visserij en Voedselvoorziening,
Mansholt
Uitgegeven de vijftiende
October 1954
De Minister van Justitie,
L.A.
Donker
|
|
|