WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
[Wijzigt de Natuurschoonwet 1928.]
Artikel II
[Wijzigt de Successiewet 1956.]
Artikel III
[Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
Artikel IV
[Wijzigt de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen.]
Artikel V
[Wijzigt de Wet op de kansspelbelasting.]
Artikel VI
[Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.]
Artikel VII
[Wijzigt de Wet op de vermogensbelasting 1964.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
Artikel IX
[Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.]
Artikel X
[Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966.]
Artikel XI
[Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.]
Artikel XII
[Wijzigt de Kostenwet invordering rijksbelastingen.]
Artikel XIII
[Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.]
Artikel XIV
[Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.]
Artikel XV
[Wijzigt de Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van enkele
EEG-heffingen en de omzetbelasting.]
Artikel XVI
[Wijzigt de Wet tijdelijke fiscale maatregelen betreffende auto en
milieu na 1988.]
Artikel XVII
[Wijzigt de Waterstaatswet 1990.]
Artikel XVIII
[Wijzigt de Medische Tuchtwet.]
Artikel XIX
[Wijzigt de Ambtenarenwet 1929.]
Artikel XX
[Wijzigt de Wegenwet.]
Artikel XXI
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel XXII
[Wijzigt de Herverkavelingswet Walcheren 1947.]
Artikel XXIII
[Wijzigt de Dienstplichtwet.]
Artikel XXIV
[Wijzigt de Wet betreffende verplichte deelneming in een
bedrijfspensioenfonds.]
Artikel XXV
[Wijzigt de Wet op de Bedrijfsorganisatie.]
Artikel XXVI
[Wijzigt de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag.]
Artikel XXVII
[Wijzigt de Landbouwwet.]
Artikel XXVIII
[Wijzigt de Provinciewet.]
Artikel XXIX
[Wijzigt de Wet op de paramedische beroepen.]
Artikel XXX
[Wijzigt de Oorlogswet voor Nederland.]
Artikel XXXI
[Wijzigt de Ontgrondingenwet.]
Artikel XXXII
[Wijzigt de Jeugdspaarwet.]
Artikel XXXIII
[Wijzigt de Wet sloopregeling binnenvaart.]
Artikel XXXIV
[Wijzigt de Wet op de dierproeven.]
Artikel XXXV
[Wijzigt de Wet Bezitsvormingsfonds.]
Artikel XXXVI
[Wijzigt de Reconstructiewet Midden-Delfland.]
Artikel XXXVII
[Wijzigt de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse
Veenkoloniën.]
Artikel XXXVIII
[Wijzigt de Bevoegdhedenwet waterschappen.]
Artikel XXXIX
[Wijzigt de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.]
Artikel XL
[Wijzigt de Prijzennoodwet.]
Artikel XLI
[Wijzigt de Landinrichtingswet.]
Artikel XLII
[Wijzigt de Wet van 21 mei 1986, houdende nadere wijziging van enige
sociale verzekeringswetten, de Wet betreffende verplichte deelneming in
een bedrijfspensioenfonds en enige fiscale wetten in verband met het
misbruik van rechtspersonen.]
Artikel XLIII
[Wijzigt de Wet Arbeid Gehandicapte Werknemers.]
Artikel XLIV
[Wijzigt de Ziekenfondswet.]
Artikel XLV
[Wijzigt de Meststoffenwet.]
Artikel XLVI
[Wijzigt de Ziektewet.]
Artikel XLVII
[Wijzigt de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.]
Artikel XLVIII
[Wijzigt de Werkloosheidswet.]
Artikel XLIX
[Wijzigt de Wet Autovervoer Goederen.]
Artikel L
[Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering.]
Artikel LI
[Wijzigt de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne.]
Artikel LII
[Wijzigt de In- en uitvoerwet.]
Artikel LIII
[Wijzigt de Wet financiering volksverzekering.]
Artikel LIV
[Wijzigt de Wet van 29 October 1948 tot goedkeuring van het op 29
April 1948 te Washington tussen Nederland en de Verenigde Staten van
Amerika gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting en ter
vermijding van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen
van inkomsten en bepaalde andere belastingen, benevens het treffen van
enige voorzieningen in verband met genoemd verdrag.]
Artikel LV
[Wijzigt de Wet van 23 oktober 1957, houdende goedkeuring van de op
20 februari 1957 te Kopenhagen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en
het Koninkrijk Denemarken gesloten Overeenkomst tot het vermijden van
dubbele belasting en ter voorkoming van het ontgaan van belasting met
betrekking tot belastingen van inkomsten en van vermogen.]
Artikel LVI
De wet van 22 mei 1845 (Stb. 1926, 334) op de invordering van 's
Rijks directe belastingen wordt ingetrokken. De bepalingen van die wet
blijven van toepassing met betrekking tot:
a. een vordering die is gedaan op de voet van artikel 7 of
artikel 7bis van die wet;
b. een verzetsprocedure die is aangespannen op de voet van
artikel 15 van die wet.
Artikel LVII
1. De Invorderingswet 1990 en deze wet treden in werking met
ingang van 1 juni 1990, met uitzondering van artikel LXII van deze wet
dat in werking treedt met ingang van de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
2. Met betrekking tot belastingaanslagen die zijn gedagtekend
vóór 1 juni 1990, geldt dat:
a. in afwijking van artikel 9 van de Invorderingswet 1990 de
betalingstermijnen vermeld op de aanslagbiljetten waaruit van die
belastingaanslagen blijkt, ook na 31 mei 1990 blijven gelden;
b. belastingaanslagen die vóór 1 juni 1990 dadelijk en ineens
invorderbaar zijn geworden op grond van artikel 9 van de wet van 22
mei 1845 op de invordering van 's Rijks directe belastingen na 31 mei
1990 terstond en tot het volle bedrag invorderbaar zijn;
c. dwangbevelen die vóór 1 juni 1990 zijn betekend, geacht worden
te zijn betekend op de voet van artikel 13 van de Invorderingswet
1990;
d. beslagen die vóór 1 juni 1990 ter zake van die
belastingaanslagen rechtsgeldig zijn gelegd, geacht worden ook voor de
toepassing van de Invorderingswet 1990 rechtsgeldig te zijn gelegd;
e. in afwijking van artikel 27 van de Invorderingswet 1990 een
verjaringstermijn van drie jaren blijft gelden tenzij na 31 mei 1990
doch voordat de verjaringstermijn van drie jaren is verstreken, een
akte van vervolging wordt betekend.
3. Vóór 1 juni 1990 aan de ontvanger betekende rechtsgeldige
overdrachten onder bijzondere titel van vorderingen ter zake van op
belastingaanslagen uit te betalen bedragen, die betrekking hebben op
tijdvakken welke zijn geëindigd vóór dat tijdstip, worden geacht de
in artikel 24, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 bedoelde
instemming van de ontvanger te hebben verkregen, tenzij met betrekking
tot die vorderingen schuldvergelijking op de voet van artikel 1467,
tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek ook na 31 mei 1990 mogelijk zou
zijn, indien het genoemde artikel 24 niet van toepassing zou zijn.
4. Artikel 40 van de Invorderingswet 1990 vindt geen toepassing
in de gevallen waarin de vervreemding, bedoeld in dat artikel, heeft
plaatsgevonden vóór 1 juni 1990.
5. Met betrekking tot aansprakelijkstellingen ter zake van
belastingaanslagen die krachtens enige wettelijke bepaling hebben
plaatsgevonden vóór 1 juni 1990, vindt hoofdstuk VI van de
Invorderingswet 1990 geen toepassing, doch blijven de ten aanzien van
die aansprakelijkstellingen op 31 mei 1990 geldende regelingen van
toepassing.
6. Met betrekking tot een aanslag in de inkomstenbelasting
waarmee een teruggaaf voetoverheveling is verrekend, geldt voor de
invordering als aanslag de aanslag omschreven in artikel 62b, vierde
lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 521) zoals dat
luidde op 31 december 1989.
Artikel LVIII
1. Met betrekking tot de door de rijksbelastingdienst
ingevorderde belastingaanslagen die zijn vastgesteld vóór de dag van
de inwerkingtreding van de Wet van 26 maart 1987 (Stb. 120) tot
berekening van rente inzake belastingen en premies volksverzekeringen
blijft artikel 17, tweede lid, van de wet van 22 mei 1845 (Stb. 1926,
334) op de invordering van 's Rijks directe belastingen, zoals dat lid
luidde vóór de inwerkingtreding van de eerstgenoemde wet, van
toepassing en blijft hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 buiten
toepassing.
2. Met betrekking tot de niet door de rijksbelastingdienst
ingevorderde belastingen en heffingen, andere dan gemeentelijke
belastingen en waterschapsbelastingen, ten aanzien waarvan artikel XII,
derde lid, van de Wet van 26 maart 1987 (Stb. 120) toepassing heeft
gevonden en nog toepassing vindt bij de inwerkingtreding van de
Invorderingswet 1990:
a. blijft artikel 17, tweede lid, van de wet van 22 mei 1845 (Stb.
1926, 334), zoals dat lid luidde vóór de inwerkingtreding van de
eerstgenoemde wet, van toepassing en blijven de artikelen 28, 30 en 31
van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing tot 1 juni 1991, tenzij
de regelen, bedoeld in dat derde lid, eerder zijn ingetrokken;
b. kan de functionaris of het orgaan, bedoeld in dat derde lid,
bepalen dat ook na 31 mei 1991 uitsluitend invorderingsrente in
rekening wordt gebracht wegens het verlenen van uitstel van betaling
en dat de artikelen 28, 30 en 31 buiten toepassing blijven.
3. De op grond van het tweede lid, onderdeel b, gestelde regelen
vervallen op 1 januari 1997, tenzij zij eerder zijn ingetrokken.
4. Met betrekking tot gemeentelijke belastingen en
waterschapsbelastingen vindt hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990
inzake de berekening van invorderingsrente eerst toepassing met ingang
van 1 januari 1997, met dien verstande dat wel invorderingsrente in
rekening wordt gebracht in de gevallen waarin op de voet van artikel 25
van die wet uitstel van betaling is verleend. De invorderingsrente wordt
berekend vanaf de dag na de vervaldag van de voor de belastingaanslag
geldende enige of laatste betalingstermijn tot aan de dag van de
betaling. Het percentage van de invorderingsrente is gelijk aan dat van
de wettelijke rente. In de belastingverordening kan worden bepaald dat
hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 op een eerder tijdstip dan 1
januari 1997 toepassing vindt.
Artikel LIX
1. In dit artikel wordt:
a. verstaan onder AWDA: Algemene wet inzake de douane en de
accijnzen;
b. verstaan onder belasting: belasting, administratieve boete,
interest en kosten als bedoeld in de AWDA.
2. Ingeval vóór 1 juni 1990 een verzetsprocedure is
aangespannen op de voet van artikel 155 van de AWDA, blijven met
betrekking tot die verzetsprocedure de bepalingen van toepassing zoals
die luidden op 31 mei 1990.
3. Met betrekking tot belasting, ten aanzien waarvan de
invordering is aangevangen vóór 1 juni 1990, geldt dat:
a. belasting die vóór 1 juni 1990 opeisbaar is geworden op grond
van artikel 149 van de AWDA na 31 mei 1990 terstond invorderbaar is;
b. in afwijking van artikel 150 van de AWDA, zoals dat artikel
luidt met ingang van 1 juni 1990, een verjaringstermijn van drie jaren
blijft gelden tenzij na 31 mei 1990 doch voordat de verjaringstermijn
van drie jaren is verstreken, een akte van vervolging wordt betekend;
c. dwangbevelen die vóór 1 juni 1990 zijn betekend, geacht worden
te zijn betekend op de voet van artikel 153b van de AWDA;
d. beslagen die vóór 1 juni 1990 ter zake van die belasting
rechtsgeldig zijn gelegd, geacht worden ook voor de toepassing van de
AWDA, zoals die wet luidt met ingang van 1 juni 1990, rechtsgeldig te
zijn gelegd.
4. Vóór 1 juni 1990 aan de ontvanger betekende rechtsgeldige
overdrachten onder bijzondere titel van vorderingen ter zake van
beschikkingen die een uit te betalen bedrag behelzen, voor zover dat
bedrag betrekking heeft op omstandigheden die zich hebben voorgedaan
vóór 1 juni 1990, worden geacht de in artikel 156a van de AWDA
bedoelde instemming van de ontvanger te hebben verkregen, tenzij met
betrekking tot die vorderingen schuldvergelijking op de voet van artikel
1467, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek ook na 31 mei 1990 mogelijk
zou zijn, indien het genoemde artikel 156a niet van toepassing zou zijn.
Artikel LX
Ingeval vóór 1 juni 1990 een verzetsprocedure is aangespannen op de
voet van artikel 15a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, blijven
met betrekking tot die verzetsprocedure de bepalingen van toepassing
zoals die luidden op 31 mei 1990.
Artikel LXI
Bij ministeriële regeling kunnen ter zake van belastingaanslagen en
andere schuldvorderingen die zijn ontstaan vóór 1 juni 1990 nadere
regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van de
Invorderingswet 1990 en de regelingen ingevolge deze wet.
Artikel LXII
Waar in deze wet de Invorderingswet 1990 is aangehaald als
Invorderingswet 1990 met vermelding van het Staatsblad waarin die wet is
geplaatst, wordt bij plaatsing van deze wet in het Staatsblad na
"Stb. ..." ingevoegd het nummer van het Staatsblad waarin de
Invorderingswet 1990 wordt geplaatst.
Artikel LXIII
[Wijzigt de Invorderingswet 1990.]
Artikel LXIV
[Wijzigt de Invorderingswet 1990 en deze wet.]
Artikel LXV
Deze wet kan worden aangehaald als: Invoeringswet Invorderingswet
1990.