WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel V
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VI
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VIII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IX
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel X
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XI
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XIII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XIV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XV. Overgangsrecht
1. De besluiten inzake gemeentelijke belastingverordeningen als
bedoeld in artikel 216, die algemeen verbindende voorschriften
bevatten waarvan de inhoud in strijd is met deze wet, moeten uiterlijk
twee jaren na de datum van inwerkingtreding van deze wet daarmee in
overeenstemming zijn gebracht of ingetrokken. De besluiten, of
onderdelen daarvan, die op het in de eerste volzin genoemde tijdstip
niet met deze wet in overeenstemming zijn gebracht of zijn
ingetrokken, zijn van rechtswege vervallen.
2. In afwijking van het eerste lid vervallen de besluiten inzake
gemeentelijke verordeningen betreffende onroerende-zaakbelastingen,
ingeval die belastingen naar de grondslag oppervlakte worden geheven,
van rechtswege bij het verstrijken van een termijn van vijf jaar na de
datum van inwerkingtreding van deze wet.
3. In afwijking van het eerste lid vervallen de besluiten inzake
gemeentelijke belastingverordeningen als bedoeld in de artikelen 221 en
222 van de Gemeentewet, zoals deze luidden voor inwerkingtreding van
deze wet, bij het verstrijken van de termijn die daarvoor in de
desbetreffende belastingverordening is gesteld.
4. In afwijking van het eerste lid vervallen de besluiten inzake
gemeentelijke belastingverordeningen als bedoeld in de artikelen 273a
en 274 van de gemeentewet bij het verstrijken van de termijn die
daarvoor in de desbetreffende belastingverordening is gesteld.
5. In afwijking van het eerste lid vervallen de besluiten inzake
gemeentelijke belastingverordeningen als bedoeld in artikel 280 van de
gemeentewet, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 24
december 1970 tot wijziging van de bepalingen inzake gemeentelijke en
provinciale belastingen, waarvan de heffing tot een bepaalde termijn is
beperkt en waarvoor de mogelijkheid tot afkoop is gegeven, bij het
verstrijken van de termijn die daarvoor in de desbetreffende
belastingverordening is gesteld.
Artikel XVI
1. [Vervallen.]
2. Met betrekking tot de besluiten, bedoeld in artikel XV, vijfde
lid, blijven de bepalingen uit de gemeentewet zoals deze luidden voor de
inwerkingtreding van de wet van 24 december 1970 houdende wijziging van
de bepalingen inzake gemeentelijke en provinciale belastingen van kracht
gedurende de in dat artikellid bedoelde termijn.
3. De vervallen besluiten, of onderdelen daarvan, als bedoeld in
artikel XV blijven van toepassing op de heffing ter zake van belastbare
feiten die zich hebben voorgedaan vóór het tijdstip waarop de
voorschriften zijn vervallen.
Artikel XVII
1. Als besluit inzake de baatbelasting als bedoeld in artikel
222, tweede lid, kan worden aangemerkt een besluit dat in verband met
het treffen van dezelfde voorziening is genomen op grond van artikel
273a , vierde lid, en artikel 274, vierde lid, van de
gemeentewet, dan wel artikel 221, vierde lid, en artikel 222, vierde
lid, van de Gemeentewet.
2. Besluiten die zijn genomen op grond van artikel 221, vierde
lid, en artikel 222, vierde lid, van de Gemeentewet, zoals deze luidden
voor inwerkingtreding van deze wet, en die niet overeenkomstig artikel
139 van de Gemeentewet zijn bekendgemaakt, dienen na inwerkingtreding
van de onderdelen C en D van artikel III van deze wet alsnog te worden
bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.
Artikel XVIII
1. Met betrekking tot de besluiten, bedoeld in artikel XV,
eerste, tweede en derde lid, blijft Hoofdstuk XV van de Gemeentewet,
zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, alsmede de op
dat hoofdstuk berustende uitvoeringsvoorschriften van kracht gedurende
de in die artikelleden bedoelde termijnen.
2. Met betrekking tot de besluiten, bedoeld in artikel XV, vierde
lid, blijven titel VI van de tweede afdeling, eerste en tweede
hoofdstuk, van de gemeentewet, alsmede de op die hoofdstukken berustende
uitvoeringsvoorschriften van kracht gedurende de in dat artikellid
bedoelde termijn.
Artikel XIX
1. Indien en zolang op 1 januari van enig kalenderjaar dat valt
in het in artikel XV, eerste lid, bedoelde tijdvak van twee jaren in
een geheel of gedeeltelijk in het gebied van het waterschap gelegen
gemeente een verordening op de onroerende-zaakbelastingen van
toepassing is, waarvan een of meer bepalingen niet in overeenstemming
zijn met de voorschriften van de Gemeentewet, zoals deze luidt na de
inwerkingtreding van deze wet, blijft artikel V, onderdelen A, B en C,
buiten toepassing en blijven de artikelen 117, 118 en 120 van de
Waterschapswet, zoals die luidden vóór de inwerkingtreding van deze
wet, gelden met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.
2. Het eerste lid vindt toepassing met betrekking tot de heffing
van omslagen ter zake van gebouwde en ongebouwde onroerende zaken die
liggen in dat deel van het waterschapsgebied dat is gelegen in een in
dat lid bedoelde gemeente, en uitsluitend voor zover het betreft de
toepassing van een bepaling in de verordening op de
onroerende-zaakbelastingen van die gemeente, die nog niet in
overeenstemming is gebracht met de voorschriften van de Gemeentewet,
zoals deze luidt na de inwerkingtreding van deze wet. Indien een
dergelijke bepaling binnen het genoemde tijdvak van twee jaren wel in
overeenstemming is gebracht, blijven de alsdan met die in
overeenstemming gebrachte bepaling strijdige bepalingen van de artikelen
117, 118 en 120 van de Waterschapswet, zoals die luidden vóór de
inwerkingtreding van deze wet, buiten toepassing en gelden de met die
nieuwe bepaling overeenkomstige bepalingen van de artikelen 117, 118 en
120 van die wet, zoals die luiden na wijziging ingevolge artikel V van
deze wet, met ingang van het tijdstip waarop de in overeenstemming
gebrachte bepaling in de desbetreffende verordening op de
onroerende-zaakbelastingen in werking is getreden.
3. Het eerste en het tweede lid vinden van rechtswege toepassing,
ook in het geval waarin een verordening op een waterschapsomslag niet of
niet geheel in overeenstemming is met de bepalingen van de
Waterschapswet, zoals die gelden met inachtneming van het bepaalde in
die leden.
Artikel XX
Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad worden de in
deze wet voorkomende verwijzingen naar de Gemeentewet in andere wetten
door Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming gebracht
met de ingevolge artikel XXI vastgestelde nieuwe nummering van de
artikelen van de paragrafen 1 tot en met 3 van hoofdstuk XV van de
Gemeentewet.
Artikel XXI
Voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet wordt de tekst van
de Gemeentewet in het Staatsblad geplaatst. Voor die plaatsing in
het Staatsblad stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken de
nummering van de artikelen van de paragrafen 1 tot en met 3 van
hoofdstuk XV van de Gemeentewet opnieuw vast en brengt hij de in die wet
voorkomende aanhalingen van die artikelen met de nieuwe nummering in
overeenstemming.
Artikel XXII
Indien het bij koninklijke boodschap van 8 juni 1990 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van de Gemeentewet met betrekking tot de
materiële belastingbepalingen (kamerstukken II, 1989/90, 21 591) tot
wet wordt verheven, treedt die wet in werking op hetzelfde tijdstip als
waarop deze wet in werking treedt.
Artikel XXIII
1. Deze wet treedt in werking op 1 januari van het jaar volgend
op de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst.
2. In afwijking van het eerste lid treden de onderdelen C en D
van artikel III in werking op de eerste dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, doch niet eerder dan
het tijdstip waarop de Gemeentewet in werking treedt.
3. In afwijking van het eerste lid treden de onderdelen G, I en J
van artikel III in werking op de eerste dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, doch niet eerder dan
het tijdstip waarop de Wet aanpassing administratieve verplichtingen in
werking treedt.
4. Indien deze wet op hetzelfde tijdstip in werking treedt als de
Gemeentewet, treden artikel III, onderdelen C en D, artikel XV, derde
lid, artikel XVII, tweede lid, en artikel XVIII, van deze wet niet in
werking. Indien deze wet niet op hetzelfde tijdstip in werking treedt
als de Gemeentewet, treedt artikel III, onderdeel M, en artikel XVI,
eerste lid, van deze wet niet in werking.
Artikel XXIV
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet van de wet materiële
belastingbepalingen Gemeentewet.