WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
[Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.]
Hoofdstuk 2. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 1
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel 2
[Wijzigt de Kieswet.]
Artikel 3
[Wijzigt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.]:
Artikel 4
[Wijzigt de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een
voorwaardelijke vergunning tot verblijf.]
Artikel 5
[Wijzigt de Wet inburgering nieuwkomers.]
Artikel 6
[Wijzigt de Wet inburgering nieuwkomers.]
Artikel 7
[Wijzigt de Wet op de Raad van State.]
Artikel 8
[Wijzigt de Remigratiewet.]
Hoofdstuk 3. Ministerie van Buitenlandse Zaken
Enig artikel
[Wijzigt de Sanctiewet 1977.]
Hoofdstuk 4. Ministerie van Financiën
Enig artikel
[Wijzigt de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993 .]
Hoofdstuk 5. Ministerie van Justitie
Artikel 1
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel 2
[Wijzigt Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.]
Artikel 3
[Wijzigt Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.]
Artikel 4
[Wijzigt de Politiewet 1993.]
Artikel 5
[Wijzigt de Wet op de identificatieplicht.]
Artikel 6
[Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.]
Artikel 7
[Wijzigt de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. ]
Artikel 8
[Wijzigt de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.]
Artikel 9
[Wijzigt de Wet politieregisters.]
Hoofdstuk 6. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Artikel 1
[Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.]
Artikel 2
[Wijzigt de Wet op de expertisecentra.]
Artikel 3
[Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek.]
Artikel 4
[Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.]
Artikel 5
[Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.]
Hoofdstuk 7. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Artikel 1
[Wijzigt de Werkloosheidswet.]
Artikel 2
[Wijzigt de Ziektewet.]
Artikel 3
[Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.]
Artikel 4
[Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.]
Artikel 5
[Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.]
Artikel 6
[Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.]
Artikel 7
[Wijzigt de Algemene Nabestaandenwet.]
Artikel 8
[Wijzigt de Algemene Kinderbijslagwet.]
Artikel 9
[Wijzigt de Toeslagenwet.]
Artikel 10
[Wijzigt de Algemene bijstandswet.]
Artikel 11
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers.]
Artikel 12
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.]
Artikel 13
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening kunstenaars.]
Artikel 14
[Wijzigt de Wet voorzieningen gehandicapten.]
Artikel 15
[Wijzigt de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.]
Artikel 16
[Wijzigt de Arbeidsvoorzieningswet 1996.]
Artikel 17
[Wijzigt de Wet arbeid vreemdelingen.]
Hoofdstuk 8. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Enig artikel
[Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.]
Hoofdstuk 9. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 1
[Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.]
Artikel 2
[Wijzigt de Ziekenfondswet.]
Artikel 3
[Wijzigt de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 .]
Artikel 4
[Wijzigt de Welzijnswet 1994.]
Hoofdstuk 10. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer
Artikel 1
[Wijzigt de Huursubsidiewet.]
Artikel 2
[Wijzigt de Huisvestingswet.]
Hoofdstuk 11. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 1
1. Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of
beroep in te stellen tegen een besluit krachtens de Wet Centraal
Orgaan opvang asielzoekers, dat is genomen voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet, dan wel een handeling krachtens de Wet
Centraal Orgaan opvang asielzoekers, blijft het recht zoals dat gold
voor dat tijdstip van toepassing.
2. Indien tegen een besluit krachtens de Wet Centraal Orgaan
opvang asielzoekers voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet
een bezwaar- of beroepschrift is ingediend, blijft op de behandeling
daarvan het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.
Artikel 2
Artikel 21 van de Wet arbeid vreemdelingen, zoals dit artikel luidde
onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze
wet, blijft van kracht ten aanzien van een bezwaar of beroep, ingediend
voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 3
Voor zover de periode van vijf jaren, bedoeld in artikel 10, tweede
lid, onder b, van de Gemeentewet is gelegen voor de datum van
inwerkingtreding van deze wet, geldt de tekst van dat onderdeel zoals
dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 4
Voor zover de periode van vijf jaren, bedoeld in artikel B 3, tweede
lid, onder b, van de Kieswet is gelegen voor de datum van
inwerkingtreding van deze wet, geldt de tekst van dat onderdeel zoals
dit luidde voor de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel 5
1. In afwijking van artikel 4 van hoofdstuk 2 kan de toepassing
van de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke
vergunning tot verblijf gedurende ten hoogste zes maanden worden
voortgezet ten aanzien van een vreemdeling die op de dag, voorafgaande
aan de inwerkingtreding van dat artikel, als vergunninghouder
verstrekkingen op grond van die wet genoot.
2. In afwijking van artikel 4 van hoofdstuk 2 kan de toepassing
van de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke
vergunning tot verblijf worden voortgezet ten aanzien van een
vreemdeling die op de dag, voorafgaande aan de inwerkingtreding van dat
artikel, niet langer houder is van een voorwaardelijke vergunning tot
verblijf maar wel de verstrekkingen op grond van die wet geniet.
Deze verstrekkingen eindigen vier weken na de dag waarop de
beschikking bekend is gemaakt waarbij de voorwaardelijke vergunning tot
verblijf is ingetrokken of de geldigheidsduur van de voorwaardelijke
vergunning tot verblijf is geëindigd.
Indien de werking van de beschikking waarbij de voorwaardelijke
vergunning tot verblijf is ingetrokken of de aanvraag tot het verlengen
van de geldigheidsduur is afgewezen, is opgeschort, eindigen de
verstrekkingen vier weken na de dag waarop de opschorting eindigt en
uitzetting om die reden niet langer achterwege hoeft te blijven. Indien
daarvan sprake is vóór de inwerkingtreding van deze wet, dan eindigen
de verstrekkingen vier weken na de dag waarop deze wet in werking is
getreden.
Artikel 6
[Wijzigt deze wet.]
Artikel 7
Indien het bij koninklijke boodschap van 16 september 1999 ingediende
voorstel van wet tot algehele herziening van de Vreemdelingenwet
(Vreemdelingenwet 2000)( Kamerstukken II 1998/1999, 26 732), nadat het
tot wet is verheven, in werking treedt, treedt deze wet op hetzelfde
tijdstip in werking.
Artikel 8
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Vreemdelingenwet 2000.