WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Voor de toepassing van deze wet wordt onder Onze Minister,
motorrijtuig, kenteken, kentekenbewijs, keuringsbewijs en rijbewijs
verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wegenverkeerswet,
onderscheidenlijk in de Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk II. Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994
Artikel 2
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Hoofdstuk III. Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de
Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften
Artikel 3
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 4
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 5
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 6
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 7
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 8
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 9
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 10
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 11
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 12
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 13
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 14
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 15
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 16
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 17
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 18
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 19
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 20
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 21
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 22
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 23
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel 24
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Hoofdstuk IV. Overgangsbepalingen
§ 1. Verkeersgedrag
Artikel 25
De grenzen van de bebouwde kommen, vastgesteld krachtens artikel 8
van de Wegenverkeerswet, worden geacht te zijn vastgesteld
overeenkomstig de bij en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde
voorschriften.
Artikel 26
Verkeerstekens en onderborden, geplaatst krachtens de
Wegenverkeerswet, worden geacht te zijn geplaatst overeenkomstig de bij
en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde voorschriften.
Artikel 27
Maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de
weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling
van het verkeer, uitgevoerd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van
de artikelen 14 tot en met 20 van de Wegenverkeerswet 1994, worden
geacht te zijn uitgevoerd overeenkomstig de krachtens de
Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde voorschriften.
Artikel 28
Bepalingen in verordeningen van provincies, gemeenten en
waterschappen, in wier onderwerp door de Wegenverkeerswet 1994 wordt
voorzien, blijven van kracht tot een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip voor zover zij op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet
van 25 mei 1989 reeds van kracht waren.
§ 2. Toelating tot de weg
Artikel 29
Ten aanzien van aanvragen van typegoedkeuringen en individuele
goedkeuringen, ingediend ten minste vier weken vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen 22 en 26 van de Wegenverkeerswet 1994,
blijven na dat tijdstip de bepalingen en eisen, gesteld bij of krachtens
de Wegenverkeerswet van kracht, tenzij de aanvrager om toepassing van de
artikelen 22 en 26 van de Wegenverkeerswet 1994 verzoekt. Indien de
aanvraag wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen van de
Wegenverkeerswet, is ten aanzien van de op basis daarvan verleende
typegoedkeuring artikel 30 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 30
1. In afwijking van artikel 24 van de Wegenverkeerswet 1994
blijft een typegoedkeuring, niet zijnde een typegoedkeuring als
bedoeld in het tweede lid, die is verleend vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van dat artikel, welke typegoedkeuring op de dag
vooraf gaande aan dat tijdstip geldig is, geldig tot drie jaar na dat
tijdstip, tenzij gedurende die jaren zwaardere eisen van kracht worden
voor de toelating tot het verkeer op de weg van voertuigen,
voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter
bescherming van weggebruikers en passagiers als waarop de verleende
goedkeuring betrekking heeft, in welk geval de typegoedkeuring vervalt
met ingang van de datum van van kracht worden van die zwaardere eisen.
2. In afwijking van artikel 24 van de Wegenverkeerswet 1994
blijft een nationale typegoedkeuring die betrekking heeft op voertuigen
als bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van richtlijn 92/61/EEG (PbEG
10 augustus 1992, L 225), gedurende een periode van vier jaar geldig, te
rekenen vanaf het tijdstip waarop aan de in artikel 15, vierde lid,
onderdeel c, van die richtlijn bedoelde bijzondere richtlijnen uiterlijk
uitvoering moet zijn gegeven. Bij algemene maatregel van bestuur worden
regels vastgesteld omtrent het tijdstip van inwerkingtreding van de
bijzondere richtlijnen.
§ 3. Kentekens en kentekenbewijzen
Artikel 31
Kentekens die zijn opgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, worden
aangemerkt als kentekens die zijn opgegeven op basis van de
Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 32
Voor de toepassing van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder kenteken
mede verstaan een kenteken in de zin van de Wegenverkeerswet. Voor de
toepassing van artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder
"deze wet" mede verstaan de Wegenverkeerswet.
Artikel 33
Kentekenbewijzen die zijn afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet,
worden aangemerkt als kentekenbewijzen die zijn afgegeven op basis van
de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 34
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat
kentekenbewijzen alsmede ter vervanging van die bewijzen uitgereikte
duplicaten, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, vóór een bij
ministeriële regeling vast te stellen tijdstip dienen te worden
vervangen door een kentekenbewijs, afgegeven op basis van de
Wegenverkeerswet 1994. Kentekenbewijzen alsmede ter vervanging van die
bewijzen uitgereikte duplicaten, afgegeven op basis van de
Wegenverkeerswet, die op dat tijdstip nog niet zijn vervangen door een
kentekenbewijs, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994,
verliezen op dat tijdstip hun geldigheid.
Artikel 35
Aanvragen van kentekenbewijzen of delen daarvan, ingediend vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van artikel 48 van de Wegenverkeerswet
1994, worden na inwerkingtreding van dat artikel behandeld
overeenkomstig de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet
vastgestelde voorschriften.
Artikel 36
Aanvragen van nieuwe kentekenbewijzen of delen daarvan, ter
vervanging van op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven
kentekenbewijzen of delen daarvan, die verloren zijn geraakt of teniet
zijn gegaan, en aanvragen van duplicaten voor op basis van de
Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen of delen daarvan, die
versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, welke aanvragen zijn
ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 55 van de
Wegenverkeerswet 1994, worden na dat tijdstip behandeld overeenkomstig
de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde
voorschriften.
Artikel 37
Aanvragen van nieuwe kentekenbewijzen of delen daarvan, ter
vervanging van op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven
kentekenbewijzen of delen daarvan, die verloren zijn geraakt of teniet
zijn gegaan, en aanvragen van duplicaten voor op basis van de
Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen of delen daarvan, die
versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, welke aanvragen worden
ingediend na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 55 van de
Wegenverkeerswet 1994, worden na dat tijdstip behandeld overeenkomstig
de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde
voorschriften, tenzij met toepassing van artikel 34 is bepaald dat de
kentekenbewijzen ter vervanging waarvan die nieuwe kentekenbewijzen of
duplicaten worden aangevraagd, dienen te worden vervangen door een
kentekenbewijs, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 38
Voor de toepassing van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder
kentekenbewijs mede verstaan een kentekenbewijs in de zin van de
Wegenverkeerswet.
Artikel 38a
Tot 1 januari 2010 is artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 niet
van toepassing op motorrijtuigen als bedoeld in artikel 9.1 van het
Voertuigreglement.
§ 4. Erkenningen
Artikel 39
Op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 83 tot en met
89 van de Wegenverkeerswet 1994 bestaande erkenningen voor het afgeven
van keuringsbewijzen voor motorrijtuigen, aanhangwagens en opleggers,
die zijn verleend op grond van artikel 9g van de
Wegenverkeerswet, worden aangemerkt als te zijn verleend op grond van
artikel 84 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 40
Aanvragen van erkenningen voor het afgeven van keuringsbewijzen,
alsmede bezwaren tegen schorsingen van erkenningen voor het afgeven van
keuringsbewijzen, ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van
het op dat onderwerp betrekking hebbende artikel van de Wegenverkeerswet
1994, worden na inwerkingtreding van dat artikel behandeld
overeenkomstig de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 41
A
Op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 100 tot en met
104 van de Wegenverkeerswet 1994 bestaande overeenkomsten, gesloten
tussen Onze Minister en natuurlijke personen of rechtspersonen,
krachtens welke overeenkomsten de natuurlijke persoon of rechtspersoon
gerechtigd is om ter vervanging van door Onze Minister verricht
onderzoek, onderzoek of deelonderzoek te verrichten ten behoeve van de
goedkeuring voor toelating tot het verkeer op de weg van voertuigen ten
aanzien waarvan een wijziging in de constructie is aangebracht,
eindigen, onverminderd onderdeel C, met ingang van dat tijdstip.
B
Aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, waarmee een overeenkomst
als bedoeld in onderdeel A is gesloten, welke overeenkomst naar het
oordeel van Onze Minister inhoudelijk voldoet aan de eisen voor
verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 101 van de
Wegenverkeerswet 1994, wordt door Onze Minister met ingang van het in
onderdeel A bedoelde tijdstip van inwerkingtreding een erkenning als
bedoeld in het betrokken artikel van de Wegenverkeerswet 1994 verleend.
C
Onze Minister kan aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon,
waarmee een overeenkomst als bedoeld in onderdeel A is gesloten, welke
overeenkomst naar het oordeel van Onze Minister inhoudelijk niet voldoet
aan de eisen voor verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 101
van de Wegenverkeerswet 1994, een door hem te bepalen termijn gunnen,
welke ten hoogste één jaar bedraagt, te rekenen vanaf het in onderdeel
A bedoelde tijdstip van inwerkingtreding, gedurende welke termijn de
overeenkomst blijft bestaan. Indien binnen deze termijn door de
natuurlijke persoon of rechtspersoon naar het oordeel van Onze Minister
wordt voldaan aan de eisen voor verlening van een erkenning als bedoeld
in artikel 101 van de Wegenverkeerswet 1994, wordt door Onze Minister
een erkenning als bedoeld in het betrokken artikel van de
Wegenverkeerswet 1994 verleend. De genoemde overeenkomst eindigt in dat
geval met ingang van het tijdstip van verlening van de erkenning.
D
Op overeenkomsten welke ingevolge onderdeel C voor een door Onze
Minister vast te stellen termijn van kracht blijven, zijn de artikelen
102 en 103 van de Wegenverkeerswet 1994 van overeenkomstige toepassing.
E
Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld ter zake van de
onderdelen B tot en met D. Deze regels betreffen in ieder geval het
toezicht door Onze Minister ten aanzien van de betrokken natuurlijke
personen of rechtspersonen.
§ 5. Keuringsbewijzen
Artikel 42
Keuringsbewijzen en duplicaten van keuringsbewijzen, afgegeven op
basis van de Wegenverkeerswet, de Wet personenvervoer dan wel de Wet
ambulancevervoer, behouden hun geldigheid voor de duur van de termijn
waarvoor zij zijn afgegeven.
Artikel 43
Aanvragen van keuringsbewijzen alsmede bezwaren tegen het al dan niet
afgeven van een keuringsbewijs, ingediend vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van het op dat onderwerp betrekking hebbende artikel
van de Wegenverkeerswet 1994, worden na inwerkingtreding van dat artikel
behandeld overeenkomstig de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 44
Voor de toepassing van de artikelen 72, 74, 80, 82, 87, 91 en 160 van
de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder keuringsbewijs mede verstaan een
keuringsbewijs, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet.
§ 6. Keuring na vordering kentekenbewijs
Artikel 45
Aanvragen van goedkeuringen na invordering van het kentekenbewijs,
ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk V van
de Wegenverkeerswet 1994, worden na dat tijdstip behandeld
overeenkomstig artikel 106 van de Wegenverkeerswet 1994.
§ 7. Rijbewijzen
Artikel 46
Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1, eerste lid,
onderdeel k , en 107 tot en met 134 van de Wegenverkeerswet 1994
wordt voor de toepassing van die wet onder rijbewijs verstaan een
rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet.
Artikel 47
Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1, eerste lid,
onderdeel l , en 126 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt voor de
toepassing van artikel 180, vierde lid, van die wet onder beheerder van
het rijbewijzenregister verstaan de beheerder van het in artikel 20,
eerste lid, onderdeel f, van de Wegenverkeerswet bedoelde
register betreffende afgegeven rijbewijzen.
Artikel 48
1. Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de
artikelen 1, eerste lid, onderdeel k, 107 tot en met 110, 111, eerste
en derde tot en met vijfde lid en 112 tot en met 134 van de
Wegenverkeerswet 1994 wordt voor de toepassing van die wet onder
rijbewijs mede verstaan een rijbewijs dat is afgegeven op basis van de
Wegenverkeerswet.
2. Voor de toepassing van artikel 111, tweede lid, van de
Wegenverkeerswet 1994 wordt onder een eerder aan hem afgegeven rijbewijs
dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het
verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een eerder op basis van
de Wegenverkeerswet aan hem afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is
hetzij na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het
verstrijken van de geldigheidsduur.
3. Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel
123 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt voor de toepassing van het eerste
lid, aanhef juncto onderdeel b, van dat artikel onder een eerder aan de
aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de
Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment
van de aanvraag hetzij nog geldig is hetzij na 30 juni 1985 zijn
geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of
door omwisseling tegen een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe
bevoegde gezag buiten Nederland.
Artikel 49
Onverminderd artikel 50 worden rijbewijzen die zijn afgegeven op
basis van de Wegenverkeerswet, aangemerkt als rijbewijzen die zijn
afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 50
Op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen die op het
tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 107 tot en met 134 van de
Wegenverkeerswet 1994 nog geldig zijn, behouden hun geldigheid tot de
datum waarop ingevolge artikel 99a van het
Wegenverkeersreglement, zoals die bepaling op dat tijdstip luidde, tot
vernieuwing van die bewijzen dient te worden overgegaan.
Artikel 51
De artikelen 18, 18a en 18b van de Wegenverkeerswet
blijven van kracht ten aanzien van de gevallen waarin op het tijdstip
van inwerkingtreding van de artikelen 130 tot en met 134 van de
Wegenverkeerswet 1994 op de voet van artikel 18 van de Wegenverkeerswet
van de houder van een geldig rijbewijs is gevorderd dat hij zich
onderwerpt aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid dan wel naar zijn
geschiktheid.
Artikel 52
Ten aanzien van rijbewijzen die ingevolge artikel 19 van de
Wegenverkeerswet dienen te worden ingeleverd, blijven, voor zover op het
tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 107 tot en met 134 van de
Wegenverkeerswet 1994 die inlevering nog niet heeft plaatsgevonden, de
betrokken bepalingen van de Wegenverkeerswet van kracht.
Artikel 53
Op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen die vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 107 tot en met 134 van de
Wegenverkeerswet 1994, met toepassing van artikel 10a of artikel
18b, vierde, vijfde of zevende lid, van de Wegenverkeerswet, voor
één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte
van de geldigheidsduur ongeldig zijn verklaard, worden voor de
toepassing van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994
aangemerkt als rijbewijzen die met toepassing van artikel 124, artikel
132, tweede lid, of artikel 134, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994
ongeldig zijn verklaard.
Artikel 54
Op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen waarvan vóór
het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 164 van de
Wegenverkeerswet 1994, met toepassing van artikel 27, eerste lid, van de
Wegenverkeerswet, de overgifte is gevorderd, worden voor de toepassing
van artikel 9, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 aangemerkt als
rijbewijzen waarvan met toepassing van artikel 164, eerste lid, van de
Wegenverkeerswet 1994 de overgifte is gevorderd.